Vaak worden er enkele verschillende soorten genoemd, na de komma volgt de volgende soort. Tussen haakjes de tegenwoordige Latijnse naam. De namen zijn in de volgorde zoals hij die aangeeft.
Inleiding.
Voorwoord.

Kruiden.
1. Abrotanum foemina of grote averone, Abrotanum mas of kleine averone. (Artemisia campestris, A. abrotanum en A. cina)
2. Absinthium of alsem, Seriphium of zeealsem, Santonicum en Roomse Alsem. (Artemisia absinthium, Seriphidium maritimum, A. santonica, A. pontica)
3. Anchusa onoclia of grote tamme ossentong, Anchusa alcibiadon of kleine tamme ossentong. (Anchusa officinalis, A. aggregata) Anchusa tertium genus of kleine wilde ossentong. (A. arvensis)
4. Echion sive Alcibiacum of grote wilde ossentong. (Echium vulgare)
5. Lycopsis of hondstong. (Cynoglossum officinale)
6. Buglosum verum of bernagie. (Borago officinalis)
7. Anthyllis prior.(Anthyllis vulneraria)
8. Arctium sive Persona of grote klissen, Xanthium of kleine klissen. (Arctium lappa en Xanthium strumarium)
9. Artemisia of Sint Jacobs kruid, Artemisia Marina of wit Sint Jacobs kruid. (Senecio jacobaea, S.cineraria) Artemisia Monoclonos of reinvaar, Artemisia Leptophillos of bijvoet. (Tanacetum vulgare en Artemisia vulgaris)
10. Parthenium of mater. (Tanacetum parthenium)
11. Bechion Tussilago of hoefbladeren (Tussilago farfara)
12. Petasites of pestwortel. (Petasites hybridus)
13. Bistorta maior of grote hertstong, Bistorta minor of kleine hertstong. (Persicaria bistorta,  P. minor)
14. Capnos fumaria of grysecom, Capnos Plinij of kleine aardrook. (Fumaria officinalis, F. muralis subsp. boraei)
15. Gamander of gamander (Veronica chamaedrys)
16. Veronica mas of ereprijs mannetje, Veronica foemina of ereprijs wijfje. (Veronica  officinalis, V. serpyllifolia)
17. Chamaepitys prima of eerste veldcypres,Chamaepitys secunda of tweede veldcipres. (Ajuga chamaepitys, A.genevensis en A.iva)
18. Cypres. (Santolina chamaecyparissus, S. pinnata)
19. Chelidomum maius als grote gouwe, Chelidomum minus als kleine gouwe. (Chelidonium majus, Ranunculus ficaria en Caltha palustris)
20. Clematis daphnoides of vincoorde. (Vinca minor)
21. Cnicus  of valse saffloer. (Carthamus tinctorius)
22. Conyza mas. (Inula conyzae, Pulicaria vulgaris, P. dysenterica)
23. Aster atticus of sterrenkruid. (Aster atticus)
24. Cotyledon verum of navelkruid, Cotyledon aquaticum of waternavelkruid. (Cotyledon umbilicus, Hydrocotyle vulgaris)
25. Cymbalion of wondkruid. (Sedum telephium)
26. Eufrasia of ogentroost.(Euphrasia stricta, Odontites vernus)
27. Filipendula of rode steenbreek. (Filipendula vulgaris)
28. Barba capri of reynette, Piganum of valse rabarber. (Filipendula ulmaria,  Aruncus dioicus)
29. Galeopsis of helmkruid, (Scrophularia nodosa, S. auriculata)
30. Geranium primum of ooievaarsbek, Geranium alterum of duivenvoet. (Erodium moschatum, Geranium columbium) Sideritis aut Geranium Robertianum of Robertskruid, Geranium gruinale of kraanhals. (G. robertianum, E. cicutarium) Geranium haematodes of bloedwortel, Geranium batrachiodes of blauwe boterbloem. (G. sanguineum,  G. pratense)
31. Glaux  of melkkruid, Poligala of kruisbloemen. (Glaux maritima, Polygala vulgaris)
32. Helxine seu Parietaria of glaskruid. (Parietaria officinalis)
33. Alsine maior of grote muur, Alsine media of middelste muur. (Stellaria holostea, S. media) Alsine minor of kleine muur. (Cerastium arvense, C. semidecandrum, Honckenya peploides)
34. Myosota of muizenoor. (Myosotis sylvatica en Arenaria serpyillifolia)
35. Anagallis mas of guichelheilmannetje, Anagallis foemina of guichelheilwijfje. (Anagallis arvensis, ssp. foemina)  
36. Elatine of hoenderbeet, Elatine altera of hoendererve (Cucubalis  baccifer, Veronica hederifolia) Spergula of spurrie (Spergula arvensis)
37. Eupatoriumof agrimonia (Agrimonia eupatoria)
38. Pseudohepatorium mas of boelkenskruidmannetje, Pseudohepatorium foemina of boelkenskruidwijfje (Eupatorium cannabinum, Bidens tripartitia) Hepatica of edel leverkruid (Hepatica nobilis)
39. Heliotropium magnum of groot kreeftkruid, Heliotropium parvum of klein kreeftkruid (Heliotropium europaeum,  Coronilla scorpioides) Scorpiodes mas of schorpioenkruidmannetje, Scorpiodes foemina of schorpioenkruidwijfje (Myosotis scorpiodes, M. ramosissima)
40. Hypericum of Sint Janskruid (Hypericum perforatum en H. coris)
41. Ascyron of hertshooi, Ascyron alterum of Koenraad (Hypericum  ascyron, H. tetrapterum)
42. Androsaemon. (Hypericum androsaemum)
43. Isatis sativa of tamme weed, Isatis sylvestris of wilde weed. (Isatis tinctoria)
44. Herba lutea of wouw. (Reseda luteola)
45. Linum of vlas. (Linum usitatissimum)
46. Cannabis of kemp of hennip. (Cannabis sativa)
47. Lysimachion purpereum primum of rode wederik. (Lysimachia vulgaris, Chamerion angustifolium, Epilobium parviflorum en E. roseum) Lysimachium purpereum alterum of partijke, Lysimachium caeruleum of blauwe wederik, (Lythrum salicaria, Veronica anagallis-aquatica)
48. Marrubium of witte andoorn, Ballote of zwarte andoorn. (Marrubium  vulgare, Ballota nigra) Stachys of riekende andoorn (Stachys germanica, S. palustris)
49. Melissophyllon of honingbloemen, Melissa vulgaris of confilie de greyn (Melittis melissophyllum, Melissa officinalis) Cardiaca of hartgespan (Leonurus cardiaca)
50. Mercurialis mas of tam bingelkruidmannetje, Mercurialis foemina of tam bingelkruidwijfje. (Mercurialis perennis) Cynocrambe of wild bingelkruid. (Mercurialis annua, Impatiens noli-tangere)
51. Nummularia of penningkruid (Lysimachia nummularia)
52. Osyris of wild vlas (Linaria vulgaris, L. arvensis)
53. Pastoria bursa of tasjeskruid. (Capsella bursa-pastoris)
54. Pentaphyllon luteum maius of grote gele vijf vingerkruid, Pentaphyllon minus of klein geel vijf vingerkruid. (Potentilla reptans, P. recta) Pentaphyllon album of wit vijf vingerkruid, Pentaphyllon rubrum of rood vijf vingerkruid. (P. sterilis, P. palustris)
55. Tormentilla of tormentil. (Potentilla erecta)
56. Fragaria of aardbei. (Fragaria vesca en F. moschata)
57. Argentina of ganzerik. (Potentilla anserina)
58. Pilosella maior of grote pilosella, Pilosella media of midden piloselle of het nagelkruid. (Hieracium murorum, H. pratense) Pilosella minor of klein nagelkruid.(H. pilosella)
59.Aurelia of rijnbloemen, Gnaphalion of roerkruid.(Gnaphalium stoechas, Antennaria dioica, G. arenarium, Helychrisum sylvaticum)
60. Plantago maior of grote weegbree, Plantago media of brede weegbree, (Plantago major, P. media) Plantago minor, Plantago marina. (P. lanceolata, P. maritima)
61. Pseudo coronopus of hertshoren, Coronopus ruellii of kraaienvoet (Plantago coronopus, Coronopus squamatus)
62. Myosouron of muizenstaartjes. (Myosurus minimus)
63. Plantago aquatica of waterweegbree. (Alisma plantago-aquatica)
64. Polygonon mas of weggras, Polygonon foemina of duizendknoopwijfje, (Polygonum aviculare, Hippuris vulgaris) Polygonon tertium of knawel. (Scleranthus annus)
65. Maioris Equiseti asparagus Equisetum maius of grote paardenstaart. (Equisetum hyemale) Equiseti minoris flores Equisetum minus of kleine paardenstaart met de bloemen of kleine paardenstaart. (E. arvense)
66. Polygonaton latifolium of brede Salomonszegel, Polygonatum angustifolium of smalle Salomonszegel. (Polygonatum multiflorum, P. odoratum)
67. Psyllion of vlokruid. (Plantago psyllium)
68. Potamogeiton of waterviolieren of fonteinkruid (Potamogeton natans,  Myriophyllum aquaticum, derde Hydrocharis morsus-ranae) Waterleverkruid (Batrachium var.)
69. Ruta hortensis of tamme ruit, Ruta sylvestris of wilde ruit (Ruta graveolens, Peganum harmala)
70. Hypecoon  (Hypecoum minus)
71. Scabiosa communis of scabiosa, Scabiosae tertium genus of schaapsscabiosa. (Knautia arvensis, Globularia punctata, Jasione montana) Iaceae nigra of matersilon.  (Centaurea jacea)
72. Morsus Diaboli of duyvelsbeet. (Succisa pratensis)
73. Scordium.  (Teucrium scordium)
74. Teucrium. (Teucrium chamaedrys)
75. Sempervivum maius of grote donderbaard, Sempervivum minus of kleine donderbaard. (Aeonium arboreum, Sempervivum tectorum,) Crassula minor of bladloze, Illecebra of muurpeper (Sedum reflexum, S. album, S.acre)
76. Tragos (Salicornia europaea)
77. Thalictrum of fiekruid (Descurainia sophia)
78. Telephium of lepelkruid (Cochlearia officinalis)
79. Verbascum album mas of wit wolkruidmannetje, Verbascum album foemina of wit wolkruidwijfje (Verbascum densiflorum, V. lychnitis) Verbascum luteum foemina of geel wolkruidwijfje, Verbascum nigrum of zwart wolkruid. (V.thapsus, V. nigrum) Verbascum sylvestre.  (V. phlomoides)
80. Blattaria. (Verbascum blattaria)
81. Verbasculum odoratum of welriekende sleutelbloemen, Verbasculum album of witte sleutelbloemen. (Primula acaulis, P. elatior) Verbasculum minus of kleine sleutelbloemen. (P.veris)
82. Aethiopis. (Salvia aethiopis)
83. Pulmonaria of onzer vrouwenmelkkruid. (Pulmonaria officinalis)
84. Verbena recta of verbena, Hiero botani mas of kruipend verbenamannetje. (Verbena officinalis, Veronica austriaca, subsp. teucrium) Hiera Botani foemina of kruipend verbenawijfje. (Veronica prostrata)
85. Urtica sylvestris of roomse netelen, Urtica maior of grote netelen. (Urtica pilulifera, U. dioica) Urtica minor of hete netelen. (U. urens)
86. Lamium of dove netelen. (Lamium album, L. maculatum, L. purpureum, Lamiastrum galeobdolon)
87. Sideritis prima of ledkruid. (Sideritis scordioides)
88. Bugula of zenegroen, Brunella of bruinelle. (Ajuga reptans, Prunella vulgaris)
89. Gariophyllata of nagelkruid. (Geum urbanum)
90.  Limonium of wintergroen (Pyrola rotundifolia)
91. Ophioglosson of addertong (Ophioglossum vulgatum)
92. Lunaria minor of klein maankruid (Botrychium lunaria)
93. Perfoliatum of doorwas (Bupleurum rotundifolium)
94. Pimpinella maior of wilde pimpinella, Pimpinella minor of tamme pimpinella (Pimpinella major,  Sanguisorba minor)
95. Sanicula of sanikel. (Sanicula europaea)
96. Alchemilla of alchemilla.  (Alchemilla vulgaris)
97. Solidago Sarracenia of heidens wondkruid. (Senecio saracenius)
98. Virga aurea of gulden roede.(Solidago virgaurea)
99. Stratiotes potamios of krabbenklauw, Stratiotes millefolia of gele geruwe. (Stratiotes aloides, Achillea ageratum)
100. Achillea of geruwe. (Achillea millefolium)
101. Symphytum magnum of waalwortel. (Symphytum officinale)

2 Bloemen, welriekende kruiden, zaden en dergelijke.
102. Viola nigra of violen. (Viola odorata)
103.Viola flammea of pensee. (Viola tricolor)
104. Viola lutea of steenviolieren. (Erysimum cheiri)
104.Leucoion of violieren. (Matthiola incana en M. annua)
105.Violae matronales of damastbloemen. (Hesperis matronalis)
106.Viola latifolia of penningbloemen. (Lunaria annua)
107. Vetonica altilis of anjers, Vetonica of kiekens. (Dianthus caryophyllus, D. deltoides, Petrorhagia prolifera) Vetonica altilis minor of pluimpjes, Vetonicae sylvestris of kraaienbloempjes. (D. superbus, Lychnis flos-cuculi)
108. Lychnis sativa of Christusogen. (Lychnis coronaria)
109.Lychnis sylvestris alba of witte jenettekens, Lychnis sylvestris purpuera of rode jenettekens (Silene coeli-rosa en en S. dioica)
110. Anthemon of nagelbloemen. (Agrostemma githago)
111. Cyanus maior of grote korenbloemen. (Centaurea cyanus, C. montana)
112. Calendula of goudbloemen. (Calendula officinalis)
113. Onobrychis of vrouwenspiegel. (Legousia speculum-veneris)
114. Alopecuros Theophrasti of paardbloemen. (Melampyrum arvense)
115. Bucinum of wilde riddersporen. (Consolida regalis)
116. Aquilegia of akelei. (Aquilegia vulgaris)
117. Barba Hirci of boksbaard. (Tragopogon porrifolius)
118. Amaranthus purpereus of fluweelbloemen (Amaranthus caudatus en A. paniculatus)
119. Bellis maior of grote madelief, Bellis minor hortensis of tamme madelieven. (Leucanthemum vulgare, Bellis perennis cultivars)
120. Trachelium maius of groot halskruid, Trachelium minus of kleine halskruid. (Campanula trachelium, C. glomerata)
121. Calathiana viola of duizendschoon. (Gentiana pneumonanthe)
122. Viola mariana of mariette's. (Campanula medium)
123. Campanula caerulea sativa of blauwe klokjes. (Campanula persicifolia en C. rotundifolia)
124. Digitalis of vingerhoedkruid. (Digitalis purpurea)
125. Flos aphricanus of Tunisbloemen. (Tagetes erecta en T. patula)
126. Lilium Theophrasti of meibloemen, Unifolium of eenblad. (Convallaria majalis, Maianthemum bifolium)
127. Anthirrhinon of grote orant, Orondium of kleine orant. (Antirrhinum majus, Misopates orontium)
128. Nymphaea alba of witte plompen, Nymphaea lutea of gele plompen. (Nymphaea alba, Nuphar luteum)
129. Chamaelum leucanthemum of witte roomse kamillen, Chamaemelum Chrysanthemum of gele roomse kamille.(Chamaemelum nobile, Matricaria discoidea, Adonis aestivalis)
130. Chamaemelum sylvestre of wilde kamille, Cotula foetida of stinkende kamille. (Matricaria recutita, Anthemis cotula) Cotula non foetida of koedille, Cotula lutea of strijkbloemen. (Tripleurospermum maritimum, Anthemis tinctoria)
131. Heranthemum of bruinettekens. (Adonis aestivalis)
132. Buphthalmum of rundogen. (Buphthalmum salicifolium)
133. Chrysanthemum of vokelaar. (Chrysanthemum segetum en of Arnica montanum)
134. Iris of lis over zee. (Iris germanica,  I. var. florentina)
135. Gladiolus luteus of gele lis. (Iris pseudoacorus, I. variegata)
136. Xyris of wandluiskruid. (Iris foetidissima)
137.  Sparganium of waterlis .(Butomus umbellatus)
138. Lilium of witte lelie, Lilium rufum of rode lelie. (Lilium candidum, L.chalcedonicum, L. bulbiferum subsp croceum)
139. Hemerocallis of heidense bloem. (Lilium martagon)
140. Hyacinthus of jacinten. (Muscari racemosum) Hyacinthi secundum genus of maartbloemen, Hyacinthi tertium genus of witte maartbloemen. (Scilla bifolia en S. non scripta)
141. Narcissus of narcissen, (Narcissus tazetta, N. triandra, N. po‘ticus)  
142. Narcissus luteus of gele februaribloemen. (Narcissus pseudonarcissus)
143. Witte februaribloemen .(Leucojum vernum)
144. Asphodelus of affodillen. (Asphodelus albus)
145. Crocus of saffraan. (Crocus sativus)
146. Orchios primum genus genus of het eerste kullekenskruid, Orchios secundum of het tweede kullekenskruid (Orchis mascula, O. morio)
Orchios Tertium genus, Orchios quartum genus en Orchios quintum genus. (O. incarnata, O. militaris en O. ustulata) Tragorchis of bokskullekens. (Himanthoglossum hircinum) Triorchis mas  of ragwortelmannetje,Triorchis foemina of ragwortelwijfje. (Herminium of Malaxis, Ophrys muscifera)
Satyrion trifolium maius, groot standelkruid, Satyrium trifolium minus of klein standelkruid. (Planathera, Spiranthes autumnalis) Satyrion Basilicon mas of handekenskruidmannetje, Satyrium basilicum foemina of handekenskruidwijfje. (O. latifolia, O. maculata)
147.  Bifolium of tweeblad en vogelnest. (Listera ovata,  Neottia nidus-avis)
148. Hyssopus communis of hysop. (Hyssopus officinalis, H. montanus)
149. Satureia vulgaris of keule. (Satureja hortensis)
150. Tijm, (Thymus vulgaris)
151. Serpillum hortense of roomse quendel, Zygis of tenderick. (Thymus serpyllum, Satureja thymbra)
152. Clinopodium, quendel of onze vrouwen bedstro. (Clinopodium vulgare)
153. Pulegium of polei. (Mentha pulegium)
154. Polium. (Bartsia alpina of Teucrium montanum)
155. Maiorana of marjolein. (Origanum majorana)
156. Origanum of majoraan. (Origanum vulgare)
157. Marum of Engelse Marjolein. (Origanum sipyleum)
158. Ocimum maius of grote basilicum,Ocimum minus of edele basilicum. (Ocimum basilicum, Clinopodium grandiflora) Acinos of wilde basilicum. (C. calamintha)
159. Ocimastrum. (Clinopodium menthifolium)
160. Botrys of druivenkruid. (Teucrium botrys)
161. Menta sative prima of bruinheilige, Menta sativa secundo of kruizenmunt, Menta sativa tertia of balsemmunt. (Mentha arvensis, M. spicata var crispata, M. viridis) Menta sativa quarta of hertekruid, Sisymbrium of witte watermunt, Mentastrum of rode water munt.  (M. longifolia, M. spicata, M. aquatica)
162. Calamintha alterum genus of wilde polei, Calamintha tertium genus of kattekruid. (Clinopodium calamintha, C. acinos en Nepeta cataria)
163. Balsamita maior of grote balsem, Balsamita minor of kleine balsem. (Chrysanthemum balsamita, Achillea ageratum)
164. Salvia minor of edele salvia, Salvia maior of grove salvia. (Salvia officinalis, S. viridis)
165. Spacelus Theophrasti of wilde salvia. (Salvia pratensis)
166. Horminum sativum of tamme scharlei,  Horminum sylvestre of wilde scharlei (Salvia sclarea, S. horminum)
167. Rosmarinum coronarium of rosmarijn. (Rosmarinus officinalis)
168. Lavandula mas of lavendelmannetje, Lavandula foemina of lavendelwijfje (Lavendula spica, L. angustifolia)
169. Stoechas. (Lavandula stoechas)
170. Dictamnus, (Origanum dictamnus) Pseudodictamnum. (Dictamnus alba)
171. Foeniculum of venkel. (Foeniculum vulgare en Peucedanum oreoslinum)
172. Anethum of dille. (Anethum graveolens)
173. Anisum of anijs. (Pimpinella anisum)
174. Ammi of ameos. (Ammi majus)
175. Caros of wit komijn. (Carum carvi)
176. Komijn. (Cuminum cyminum)
177. Coriandrum of koriander. (Coriandrum sativum)
178. Melanthium sativum of tamme nigella, Melanthium sylvestre of wilde nigella. (Nigella sativum, N. arvensis) Melanthium Damascenum of nigella van Damascus. (N. damascena)
179. Libanotis primum genus of beerwortel, Libanotis genus alterum of zwarte herfstwortel. (Seseli libanotis, Peucedanum cervaria) Libanotis Theophrasti of witte herfstwortel. (Laserpitum latifolium)
180. Seseli Masiliense, Seseli Peloponnense. (Laserpitum seseli, Seseli tortuosum)
181. Tordylion. (Tordylium officinale)
182. Sison. (Sisum sisarum)
183. Daucus. (Athamanta cretensis, Caucalus daucoides, Daucus carota)
184. Saxifraga maior of bevernaart, Saxifraga minor of bevernel.(Sanguisorba officinalis, Pimpinella saxifraga)
185. Saxifraga alba of witte steenbreek. (Saxifraga granulata)
186. Saxifraga aurea of gulden steenbreek. (Chrysosplenium alternifolium)
187. Lithospermum of parelkruid. (Lithospermum officinale en L.arvense)
188. Betonica of betonie. (Stachys officinalis)
189. Panaces Heraclium. (Ferula) Panaces Asclepij. (Vincetoxicum officnale) Panaces Chironium. (Opopanax chironium)
190. Ligusticum vulgare of lavetse. (Levisticum officinalis, Laserpitium siler)
191. Spondylium sativum of tamme Angelica, Spondylium sylvestre of wilde Angelica. (Angelica archangelica, A. sylvestris)
192. Peucedanus of varkensvenkel. (Peucedanum officinale)
193. Laserpitum of meesterwortel. (Peucedanum ostrutium, Aegopodium podagria)
193. Aan de lezer.
194. Opopanax, (Ferula of Opopanax chironium)
195. Laser, (Laserpitium siler, Ferula communis, F. foetida)
196. Sagapenum, (Ferula persica of F. szovitziana)
197. Galbanum, (Ferula galbaniflua)
198. Ammoniacum. (Dorema ammoniacum of Peucedanum ammonaicum)
199. Euphorbium. (Euphorbia resinifera)
200. Sarcocolla. (Penea sarcocolla)
201. Glaucium, (Glaucium flavum)
202. Ladanum. (Cistus ladanifera)

3. Medische planten
301. Aristolochia longa of lange osterlucy, Aristolochia rotunda of ronde osterlucey. (Aristolochia clematitis, A, rotunda, A boetica)
302. Radix cava of holwortel. (Corydalis cava, C. solida)
303. Bunium of kleine aardnoten. (Bunium bulbocastanum)
304. Asclepias of zwaluwwortel. (Vincetoxicum hirundinaria)
305. Asarum of hazelwortel. (Asarum europeanum)
306. Dracontium of speerwortel. (Dracunculus vulgaris)
307. Arum of kalfsvoet. (Arum maculatum)
308. Arum palustre of water Aron. (Calla palustris)
309. Centaurium magnum of grote santorie, Centaurium minus of kleine santorie. (Centaurea scabiosa, Centaurium erythraea)
310. Rabarber, (Rheum rhaponticum en var.)
311. Cyclaminus of varkensbrood. (Cyclamen hederifolium en C. purpurescens)
312. Gentiana of gentian. (Gentiana  utea)
313. Madelgeer. (Gentiana cruciata)
314. Helenium of alantwortel.(Inula helenium)
315. Meum.
316. Paeonia mas of pioenmannetje, Paeonia foemina of pioenwijfje. (Paeonia corallina, P. clusii)
317. Valeriana hortensis of tamme valeriaan, Valeriana sylvestris minor of grote wilde valeriaan. (Valeriana phu, V. officinalis) Phu parvum, Valeriana sylvestris minor of kleine wilde valeriaan, Phu Graecum Valeriana peregrina of valeriaan van Grieken. (V. dioeca, Polemonium coeruleum)
318. Rhodia radix of rozenwortel. (Sedum rhodiola)
319. Pyrethrum of bertram. (Anacyclus pyrethrum)
320. Ptarmica of wilde bertram. (Achillea ptarmica)
321. Struthion of zeepkruid. (Saponaria officinalis)
322. Polemonium of been album. (Silene vulgaris)
323. Cyperus of wilde galigaan. (Cladium mariscus)
324. Galigaan. (Acorus calamus en Cyperus rotundum)
325. Gember. (Zingiber officinale)
326. Kalmus. (Swertia chirata)
327. Doronicum. (Doronicum pardalianches)
328. Zedoaria. (Curcuma zedoaria)
329. Veratrum album of witte nieswortel (Veratrum album)
330. Helleborine of wild wit nieskruid. (Epipactus helleborine)
331. Veratrum niger of zwarte nieswortel, Pseudohelleborus of vuurkruid. (Helleborus niger, H.viridis)
332. Alo‘ of Alo‘. (Alo‘  perryi)
333. Ricinus of wonderboom. (Ricinus communis)
334. Tithymalus Characias of wolfsmelkmannetje, Tithymalus Myrsinites of wolfsmelkwijfje. (Euphorbia palustris, E. virgata) Tithymalus Paralios of zeewolfsmelk, Tithymalus helioscopia of zonwendende wolfsmelk. (E. paralias, E. helioscopia) Tithymalus Cyparissias of cypres wolkfsmelk, Tithymalus Dendroides of kroontjeskruid. (E. cyparissias, E. dulcis, E. chamaesyce, E. amygdaloides)
335. Pityusa maior of grote ezula, Pityusa minor of kleine ezula. (Euphorbium esula, E. exigua?)
336. Lathyris of springkruid. (Euphorbia lathyrus)
337. Peplos of duivelsmelk. (Euphorbia peplus)
338. Tripolium. (Aster tripolium)
339. Thapsia, (Thapsia garganica)
340. Colchicum cum floribus of hermodactilen met bloemen, Colchicum folia en semen of hermodactilen met zaden (Colchicum autumnale)
341. Daphnoides laureola. (Daphne laureola)
342. Mezereon, (Daphne mezereum)
343. Staphis agria of luiskruid. (Delphinium staphisagria)
344. Cucumis sylvestris of wilde komkommer. (Momordica elaterium)
345. Colocynthis of kolokwint. (Citrullus colocynthis)
346. Sena of senneboom, Colutea of Lombaardse linzen. (Cassia senna, C. obovata, Colutea arborescens)
347. Agaricus, cantharel, (champignon en anderen)
348. Bryonia alba of witte bryonie. (Bryonia dioica)
349. Vitis sylvestris of wilde bryonia. (Tamus communis)
350. Viburnum of lynen. (Clematis vitalba)
351. Smilax lenis maior of grote klokjeswinde, Smilax lenis minor of kleine klokjeswinde. (Calystegia sepium, Convolvulus arvensis)
352. Helxine cissampelos of zwarte winde. (Fallopia convolvulus)
353. Brassica marina  of zeewinde. (Calystegia soldanelle)
354. Smilax aspera of stekende winde. (Smilax aspera)
355. Scammonia, (Convolvulus scammonia)
356. Cyclaminus altera of alfsrank. (Solanum dulcamara)
357. Cassytha of schurft. (Cuscuta epilinum en C. epithymum)
358. Lupulus salictarius of hop.  (Humulus lupulus)
359. Filix mas of varenmannetje, Filix foemina of varenwijfje. (Dryopteris filix-mas, Athyrium filix-femina)
360. Sideritis altera, Osmunda of grote varen. (Osmunda regalis)
361. Polypodium of boomvaren. (Polypodium vulgare)
362. Dryopteris candida of wit eikvaren, Dryopteris nigra of zwart eikvaren. (Phegopteris connectilis, Asplenium adiantum-nigrum)
363. Phyllitis of steenhertstong. (Asplenium scolopendrium )
364.  Lonchitis aspera of grachtvaren. (Polystichum lonchitis)
365. Asplenium of steenvaren. (Ceterach officinarum)
366. Adianthum of vrouwenhaar, Ruta muraria of steenruit. (Adiantum capillus-veneris, Asplenium ruta-muraria)
367. Trichomanes of wederdood. (Asplenium trichomanes)
368. Lichen of steenleverkruid. (Marchantia polymorpha)
369. Muscus pulmonaria of moslongenkruid. (Bryon en Usnea barbata) Gulden wederdood, klein en groot Ros solis of zondauw. (Polytrichum formosum, Drosera rotundifolia) Lycopodium of wolfsklauw, Muscus marinus of zeemos. (Lycopodium clavatum, Cladophora rupestris)
370. Ranunculus palustris of waterhanenvoet, Ranunculus albus sive echinatus of witte hanenvoet, luipaardklauwen. (Ranunculus sceleratus, R.arvensis, R.auricomus) Herba Sardoa of keukenschel. (Pulsatilla vulgaris) Ranunculi quartum genus of kleine hanenvoet of aprilse hanenvoet. (Anemone nemerosa)
371. Batrachion Apulei of Sint Antoniusraapje. (Ranunculus bulbosus)
372. Polyanthemum simplex of enkele boterbloemen, Polyanthemum multiplex of dubbele boterbloemen. (Ranunculus repens en R.polyanthemos)
373. Flammula of egelkolen. (Ranunculus flammula)
374. Aconitum pardalianches of wolfsbes. (Paris quadrifolia)
375. Lycotonon primum of luiskruid, Lycoctonon caeruleum of blauwe wolfswortel. (Aconitum anthora, A.napellus) Lycoctonon ponticum of gele wolfswortel. (A.lycoctonum)
376. Nerium of oleanderboom. (Nerium oleander)
377. Papaver sativum of tamme heul, Papaver sylvestre of wilde heul. (Papaver somniferum, P.argemone, P. dubium)
378.Papaver rhoeas of kleine klaprozen, Papaver Rhoeas alterum of grote klaprozen. (Papaver nudicaule, P. rhoes)
379. Papaver cornutum of gele heul. (Glaucium flavum)
380. Mandragora mas of mandragoramannetje. (Mandragora autumnalis en M. vernalis)
381. Mala insana of verangenes (Solanum melongena)
382. Poma amoris of gulden appelen (Solanum lycopersicum of tomaat)
383. Stramonia of dorenappel (Datura stramonium)
384. Charantia of balsemappelmannetje, Balsaminum of balsemappelwijfje (Momordica balsamina, Impatiens balsamina)
385. Solanum hortense of nachtschade. (Solanum nigrum)
386. Vesicaria vulgaris of krieken over zee, Vesicaria peregrina of vreemde krieken van over zee. (Physalis alkekengi  en var. franchetii)
387. Solanum lethale of grote nachtschade. (Atropa belladonna)
388. Solanum somniferum en manicum.
389. Hyoscyamus niger of zwart bilzenkruid, Hyoscyamus luteus of geel bilzenkruid. (Hyoscyamus niger) Hyoscyamus albus of wit bilzenkruid. (H. albus)
390. Cicuta of scheerling. (Cicuta virosa)
391. Veratrum nigrum of zwarte Helleborus. (Astrantia maior)
392.Origanum.
393. Ranunculus.

4 Koren en peulvruchten.
401. Triticum of tarwe. (Triticum aestivum)
402. Zea of spelt. (Triticum spelta)
403. Olyra of amelkoren. (Triticum amyleum)
404. Typha cerealis of Roomse tarwe. (Triticum dicoccum)
405. Zeoppyron of kerenzaad.
406. Briza of eenkoren. (Triticum monococcum)
407. Secale of rogge.  (Secale cereale)
408. Hordeum polystichum of wintergerst, Hordeum dystichum of zomergerst. (Hordeum vulgare, H.distichon)
409. Milium, milie of hirs. (Panicum miliaceum)
410. Milium Indicum of Turks koren. (Zea mays)
411. Panicum of panikkoren, Sorghi of sorgzaad. (Setaria viridis, Sorgum dochna)
412. Avena of haver. (Avena sativa)
413. Tragotrophon of boekweit. (Fagopyrum esculentum)
414. Lolium of dravik. (Lolium temulentum)
415. Ustilago of brand. (Ustilago carbo)
416. Phaselus sativus of gewone bonen, Phaselus sylvestris of wilde bonen. (Vicia faba var major en var minor, V. sativa subsp. nigra)
417. Phaseolus of Roomse boontjes. (Dolichos melanophthalmus, Phaeolus coccineus)
418. Pisum of grote erwten, Ochros of middelbare erwten, Ervilia of kleine erwten. (Pisum quadratum, P.sativum en P.arvense)
419 Lathyrus cicercula of platte erwten. (Lathyrus sativus en L. sylvestris)
420. Cicer sativum of tamme of ronde cicers, Cicer arietinum of hoekige cicers. (Lathyrus vernus en Cicer arietinum) Cicer Sylvestre of wilde cicers, Cicercula Plinij of kleine cicers. (L. latifolius)
421. Lupini sativi of tamme lupinen.(Lupinus albus, L. luteus en L. hirsutus)
422. Erven.
423. Vicia of vitsen. (Vicia sativa)
424. Arachus of krok. (Vicia cracca en V. sepium)
425. Wilde vitsen. (Vicia hirsuta en V. villosa)
426. Aphace. (Lathyrus aphaca)
427. Ornithopodium of vogelvoet. (Ornithopus sativus)
428. Lens of linzen. (Lens culinaris)
429. Hedysaron securidaca. (Hedysarum coronum)
430. Chamaebalanus of aardnoten. (Lathyrus tuberosus)
431. Foenum graecum of fenegriek. (Trigonella foenum-graecum)
432. Trifolium pratense of gewone klaver. (Trifolium pratense en witte T. repens)
433. Lotus sativa of zeven getijdenkruid. (Trigonella caerulea)
434. Lotus sylvestris of steenklaver, Lotus sylvestris minor of kleine steenklaver.  (Lotus corniculatus, L. glaber)
435. Melilotus Italica of Roomse meliloot, Melilotus Germanica of gewone melliloot.(Melilotus officinalis, M. albus)
436. Medica of Italiaanse klavers. (Medicago sativa en M. falcata)
437. Trifolium of grote klaver. (Trifolium rubens)  
438. Lagopus of hazenpootjes. (Trifolium arvense, T.hybridum?)
439. Oxys of koekoeksbrood. (Oxalis acetosella)
440. Gramen of ogentroostgras. (Stellaria graminea)
441. Gramen Parnasi of gras van Parnassus.(Parnassia palustris)
442. Carex of rietgras. (Sparganium angustifolium)
443. Alectorolophos of rode ratelen, Crista gallinacea of witte ratelen. (Rhinanthus minor, R. alectorolophus)
444. Typha palustris of lisdodden. (Typha en T. angustifolia)
445. Chameleon.
446. Eryngium of kruiswortel, Eryngium vulgare aut Silybium of kruisdistel. (Eryngium maritimum, E.campestre)
447. Carduus stellatus of sterrendistel. (Centaurea calcitrapa)
448. Dipsacum sativum of tamme kaarde, Dipsacum sylvestre of wilde kaarde. (Dipsacus fullonum, D. pilosus)
449. Scolymos Cinara of artisjok, Cinarae aliud genus of kardoen. (Cynara scolymus, C. cardunculus)
450. Spina alba of onze vrouwendistel. (Silybum marianum)
451. Spina peregrina of Roomse distel. (Echinops sphaerocephalus)
452. Acanthium of witte wegdistel. (Onopordon acanthium)
453. Acanthus sativus of berenklauw. (Acanthus spinosus en A. mollis)
454. Branca ursina of Duitse berenklauw. (Heracleum sphondylium)
455. Leucacantha carlina of witte everwortel. (Carlina acaulis, de kleine Cirsium acaule)
456. Carlina sylvestris of driedistel. (Carlina vulgaris)
457. Atractilis of wilde Carthamus. (Carthamus tinctorius)
458. Atractilis hirsutior Cardobenedictus (Cnicus benedictus)
459. Wilde distels (Cirsium arvense en C. vulgares)
460. Tribulus aquaticus, water noten (Trapa natans)
461. Tamme en wilde rotte, Rubia sativa en R. sylvestris (Rubia tinctorum en Galium mollugo)
462. Aparine, cleefcruyt (Galium aparine)
463. Galium, walsroo (Galium verum)
464. Asperula, walmeester (Rubia odoratum)
465. Cruciata, crusette, (Cruciata laevipes)

5 Vruchten.
501. Atriplex sativa of tamme melde, Atriplex sylvestris of wilde melde. (Atriplex hortensis, A. patula)
502. Maier (Amaranthus capitatum, A. blitum)
503. Pes anserinus of ganzenvoet. (Chenopodium rubrum en vormen)
504. Tragium germanicum of bokkruid. (Chenopodium vulvaria)
505. Beta candida of witte biet, Beta nigra of rode biet. (Beta vulgaris en cultuurvorm) Beta nigra Romana of Roomse rode Biet (B. nigra 'Romana')
506. Brassica Tritiana sive capitata of witte sluitkolen, Brassica Pompeinana aut Cyprus of bloemkoolen. (Brassica oleracea capitata 'Alba', B. oleracea, subvar. 'Botrytis, B. var. capitata subvar. 'Bullata', B. oleracea var. Caulorapa, B. var. capitata subvar. 'Conica') Brassica Cumana sive Rubra of rode kool, Brassica Sabellica sive Crispa of gekronkelde kool. (B. var capitata subvar. 'Rubra', B, acephale simplex, B, rapa oliefera)
507. Brassica sylvestris of wilde zeekolen. (Crambe maritima)
508. Spinachea of spinazie. (Spinacia oleracea)
509.  Oxylapathum de patich of peerdik, Lapathum sativum of patiente. (Rumex obtusifolius, R, patientia, R. conglomeratus en R, sanguineus) Oxalis parva of schaapssurkel. (R. acetosa, R. acetosella, R. hippolapathum)
510. Tota bona of goeden Hendrik. (Chenopodium bonus-henricus)
511. Intubum sativum latifolium of witte andijvie, Intubum sativum angustifolium of  tamme cichorei. (Cichorium endivia, C. intybus) Intubum sylvestre of wilde cichorei, Cichorium Hedypnois of gele cichorei. (C. intybus, Chondrilla juncea)
512.Sonchus sylvestrior aspera of ganzendistel, Sonchus tenerior non aspera of hazensla, (Sonchus asper, S. oleraceus)
513. Hieracium maius of groot havikskruid, Hieracium minus primum of klein havikskruid, Hieracium minus alterum of tweede kleine havikskruid. (Sonchus arvensis,  Crepis tectorum, C. capillaris)
514. Cirsion of grote dauwdistel. (Serratula tinctoria)
515. Condrilla of condrilla, Condrilla altera of papekruid (Chondrilla  juncea, Taraxacum officinale)
516. Erigeron primum & secundum of groot en klein kruiskruid, Erigeron tertium of grijskruid (Senecio viscosus, Erigeron acer, Senecio vulgaris)
517. Lactuca sativa of tamme sla, Lactuca Crispa of gekronkelde sla. (Lactuca sativa)
518. Lactuca sylvestris of wilde sla. (Lactuca scariola en L.virosa)
519. Portulaca hortensis of tamme porselein, Portulaca sylvestris of wilde porselein. (Portulaca oleracea) Portulaca marina of zeeporselein. (Atriplex portulacoides)
520. Crithmum Creta marina. (Crithmum maritimum)
521. Cepaea of waterpunge. (Veronica beccabunga)
522. Bunium of kleine aardnoten. (Bunium bulbocastanum)
523. Malva sativa of tamme malve, Malva sylvestris elatior of winterrozen of grote maluwe. (Alcea rosea, Malva sylvestris) Malva sylvestris pumila of kleine wilde maluwe (M. neglecta)
524. Althaea of witte maluwe (Althaea officinalis)
525. Alcea of Sigmaartskruid (Malva alcea)
526. Alcea Veneta of Veneetse maluwe (Hibiscus trionum)
527. Cucumis sativus of komkommers (Cucumis sativus)
528. Pepones magni of grote pepoenen, Peponus rotundi of ronde pepoenen (Cucurbita pepo en var. melopepo) Pepones lati of brede pepoenen
529. Cucumis citrulus of citrullen (Cucurbita citrullus)
530. Melopepon of meloenen (Cucumis melo)
531. Cucurbita cameraria maior of grote kouwoerde, Cucurbita minor of kleine kouwoerde (Cucurbita maxima, Lagenaria leucanthe) Cucurbita anguina of lange kouwoerde (Cucumis anguria)
532. Rapa of rapen. (Brassica rapa)
533. Napus hortensis of tamme stekrapen, Napus sylvestris of droge stekrapen. (Brassica  rapa var rapifera amylacea en B. var rapifera succosa)
534. Rapum sylvestre parvum of kleine rapunzel,  Rapum sylvestre maius of grote rapunzel. (Campanula rapunculus, Phyteuma spicatum)
535. Raphanus sativus of radijs, Raphanus sylvestris of wilde radijs. (Raphanus sativus, Armoracia rusticana, R.palustris, Rorippa palustris)
536. Staphylinus luteus of gele peen, Staphylinus niger of rode peen of caroten. (Daucus carota subsp sativa) Staphylinus sylvestris of wilde peen of het vogelnest. (D. carota)
537. Elaphoboscum sativum of tamme moren, Elaphoboscum sylvestre of wilde moren. (Pastinica carota subsp. Sativa of Caucalis platycarpos)
538. Sisarum of suikerworteltjes. (Sium sisarium)
539. Apium hortense of gewoon peterselie. (Petroselinum segetum)
540. Eleoselinon of juffrouw merk. (Apium graveolens)
541. Bergeppe, (Apium macedonicum)
542 Petroselinon of vreemde peterselie. (Seseli macedonicum)
543. Hipposelinon of grote eppe. (Smyrnium olusatrum)
544. Apium sylvestre of wilde eppe. (Peucedanum palustre)
545. Laver maius of grote water eppe, Laver minus of kleine water eppe. (Sium latifolium, Berula erecta)
546. Smyrnion.
547. Anthriscus of kervel. (Anthriscus cerefolium)
548. Gingidium bisniago. (Torilis anthriscus)
549. Scandix of naaldenkervel. (Scandix pecten-veneris)
550. Myrrhis of wilde kervel. (Myrrhis odorata)
551. Asparagus of koraalkruid (Asparagus officinalis)
552. Sinapi hortense als tamme mosterd, Sinapi sylvestre als wilde mosterd. (Sinapis alba, Brassica nigra)
553 .Rapistrum of herik. (Sinapis arvensis)
554. Eruca of raket, Eruca sylvestris of wilde raket. (Sysimbrium  officinale, Diplotaxis muralis en Sisymbrium altissimum)
555. Draco of dragon. (Artemisia dracunculus)
556. Nasturtium of kers. (Lepidium sativum)
557. Sisymbrium cardamine, waterkersse (Rorippa nasturtium-aquaticum)
558. Barbaraea of winterkers. (Barbarea vulgaris)
559. Thlaspi of visselkruid, Thlaspi crateuas of boerenkers. (Thlaspi arvense, Lepidium campestre) Thlaspi minus of bessemkruid. (Teesdelia nudicaulis, Lepidium ruderale)
560. Erysimon Irio. (Sisymbrium irio)
561. Iberis of koekoeksbloemen. (Cardamine pratensis)
562. Piperitis of peperkruid. (Lepidium latifolium)
563. Hydropiper of waterpeper. (Persicaria hydropiper)
564. Persicaria of perzikkruid. (Persicaria maculosa)
565. Capsicum of peper van Indi‘, Capsicum oblongius of lange peper van Indi‘. (Capsicum annuum)
566. Peper. (Piper longum en nigrum)
567. Cardamomum maius  of grote cardamomum, Cardamomum minus of kleine cardamomum. (Elettaria cardamomum, Amomum granum-paradisii)
568 .Allium sativum of tamme look, Allium sylvestre of wilde look. (Allium  sativum, A.vineale) Allium ursinum of daslook (A. ursinum)
569. Alliaria of look zonder look. (Alliaria petiolata)
570. Crommyon Cepa of ui. (Allium cepa)
571. Porrum of prei. (Allium porrum)
572. Schoenoprasum of bieslook. (Allium schoenoprasum)
573. Bulbus sylvestris of veldui. (Gagea lutea)
574. Ornithogalum of witte veldui. (Ornithogalum umbellatum)
575. Scylla of zeeui. (Urginea maritima)
576. Pancratium maius of grote hondslook, Pancratium minus  of kleine hondslook. (Muscari commosum, Muscaria botroides)
577. Asphodelus mas of affodilmannetje, Asphodelus foemina of affodilwijfje. (Asphodelus alba, Asphodeline lutea)
578. Vitis of wijngaard. (Vitis vinifera)
579. Wilde wijngaard. (Vitis vinifera var sylvestris)

Van de bomen, hagen en alle houtachtige gewassen en van hun vruchten, gommen en sappen.
601. Rosa of rozen. (Rosa x alba, tweede is R. centifolia, derde R. gallica, vierde R. damascena, vijfde R. canina, zesde R. rubiginosa).
602. Cistus non ladanifera. (Helianthemum nummularium, Cistus ladanifera)
603. Rubus of bramen. (Rubus fruticosus en R.caesius)
604. Rubus idaeus of hinnebessen. (Rubus idaeus)
605. Hedera nigra of zwarte klimop, Hedera helix of kleine klimop. (Hedera helix 'ArboreaÓ, H. helix, var. Poeticum. 'Arborescens')
606. Chamaecissus of onderhave. (Glechoma hederacea)
607. Periclymenum of geitenblad. (Lonicera caprifolium)
608. Clematis altera (Clematis flammula en C. viticella)
609. Genista of brem, Rapum genista of bremraap. (Cytisus scoparius en kleine Genista pilosus met Orobanche rapum-genistae)
610. Spartium of Spaanse brem. (Spartium junceum)
611. Genista humilis of akkerbrem (Genista tinctoria)
612. Genistella of stekende brem. (Genista germanica)
613. Anonis of prangwortel. (Ononis repens subsp. spinosa)
614. Zwarte krakebessen en rode krakebessen. (Vaccinium myrtillus, V.vitis-idaea)
615. Gagel.(Myrica gale)
616. Ruscum of stekende palmen. (Ruscus aculeatus)
617. Laurus Alexandrina  of tongenblad. (Ruscus hypoglossum, R. hypophyllum)
618. Myrica humilis of klein tamariskboompje. (Myricaria germanica, Tamarindus indica)
619. Erica of heide, Erica altera of kleine heide. (Calluna vulgaris, Erica tetralix)
620. Xylon of katoen. (Gossypium herbaceum)
621. Capparis of cappers. (Capparis spinosa)
622. Uva crispa of stekelbessen. (Ribes uva-crspa)
623. Ribes of aalbessen. (Ribes rubrum en R. nigrum)
624. Oxyacantha of sausenboom. (Berberis vulgaris)
625. Acacia. (Acacia arabica)
626. Myrtus. (Myrtus communis)
627. Laurus of laurierboom. (Laurus nobilis, Viburnum tinus)
628. Phillyrea of rijnwilg. (Ligustrum vulgare)
629. Vitex Agnus castus (Vitex agnus-castus)
630. Rhus coriarium of sumach (Rhus coriaria ofwel Coriaria)
631. Glycyrhiza of zoethout (Glycyrrhiza glabra)
632. Rhamnus, (Rhamnus cathartica, R. infectorius, Zizyphus spina Christi of Poterium, R. frangula)
633. Buxus of buksboom. (Buxus sempervirens)
634. Aquifolium, hulst. (Ilex aquifolium)
635. Sambucus of vlier. (Sambucus nigra en S. racemosa)
636. Ebulus of hadik. (Sambucus ebulus)
637. Iasminum. (Jasminum officinale)
638 .Appelen.(Malus sylvestris vormen)
639. Malus citria cum Melis trium generum of oranjeappelboom. (Citrus  aurantium, C. medica ÒLimonium', C. medica ÒCedria')
640. Granaatappelen, (Punica granatum)
641. Malus cotonea of kweeappelboom. (Cydonia vulgaris, de var. maliformis en var. pyriformis)
642. Malus Persica of perzik. (Prunus persica en vroege P. armeniaca)
643. Amandelen. (Prunus amygdalus)
644. Peren. (Pyrus communis vormen)
645. Mespilus of mispelboom. (Mespilus germanicus)
646. Morus of moerbeiboom. (Morus nigra)
647. Ficus of vijgenboom. (Ficus carica)
648. Prunus of pruimenboom, Prunus sylvestris of sleedoren. (Prunus domestica, P. spinosa)
649. Sebesten. (Cordia myxa)
650. Jujube. (Zizyphus jujuba)
651. Cerasus of kerselaar en kriekelaar. (Prunus cerasus, var. insititia en P. avium)
652. Cornus of kornoeljeboom. (Cornus mas)
653. Sorbus of sorbenboom.  (Sorbus aria)
654. Castanea of castanieboom. (Castanea sativa)
655. Nux of notenboom. (Juglans regia)
656. Notenmuscaten en foelie. (Myristica fragrans)
657. Corylus domestica of tamme hazelaar  Corylus sylvestris of wilde hazelaar. (Corylus avellana en tamme C. maxima)
658. Arbor pistachiorum of pistacia.  (Pistacia vera)
659. Pimpernoten. (Staphylea pinnata)
660. Dadelboom. (Phoenix dactilifera)
661. Olijfboom. (Olea europaea 'Sativa')
662. Siliqua of Sint Jans brood. (Ceratonia siliqua)
663. Cassia fistula. (Cassia  fistula)
664. Salix of wilgenboom. (Salix alba, S. viminalis, S.alba var. vitellina, S.repens)
665. Quercus of eikenboom. (Quercus robur)
666. Viscum of marentakken. (Viscum album)
667. Fraxinus of essenboom. (Fraxinus excelsior)
668. Populierboom. (Populus alba en P. nigra)
669. Olmen of Ulmus minor. (Ulmus glabra)
670. Tilia of lindeboom. (Tilia cordata, T. platyphyllus)
671. Els (Alnus glutinosa)
672. Beuken, (Fagus sylvatica)
673. Berken. (Betula pendula of B. pubescens)
674. Iuniperus minor of kleine jenever. (Juniperus communis)
675. Sabina of savelboom. (Juniperus sabina)
676. Cupressus of cypressenboom. (Cupressus sempervirens)
677. Taxus of ibenboom. (Taxus baccata)
678. Pinus of pijnboom. (Pinus pinea, P. sylvestris)
679. Picea of rode dennenboom. (Picea abies en Abies alba)
680. Hars. (Pinus sylvestris en Abies alba)
681. Pek. (Picea abies)
682. Larix of lorkenboom. (Larix europaea)
683. Terpentijn. (Pistacia terebinthus)
684. Mastiek. (Pistacia lentiscus)