Herbarijs, 1351, Kruidboek.

Inleiding. [001-087]

 

EDITIE                    L. J. Vandewiele (ed.): De "Liber Magistri Avicenne" en de "Herbarijs". Middelnederlandse handschriften uit de XIVe eeuw (Ms. 15624-15641 Kon. Bibliotheek te Brussel). Dl. 2. Brussel, 1965.

Status:                      Diplomatisch

Opm.:                       De afkortingen werden alle door de editeur opgelost; daarbij werd de apostrof, de afkorting voor -aer of -er, als -er opgelost. De regelnummering van de editie werd hier achterwege gelaten; de woorden in de marge, steeds korte aanduidingen voor de inhoud van de tekst zelf, werden evenmin overgenomen. De symbolen voor ons, drachme, scrupel en pond, waarvan de verklaring en de voluit geschreven vormen op p. 129 van het Liber Magistri Avicenne te vinden zijn, zijn hier vervangen door resp. o., dr., scr. en lb.

BRONNEN Brussel, Koninklijke Bibliotheek, 15624-41.

 

95. Geneeskundige traktaten

Cd-rom Middelnederlands; Dit handschrift bevat 18 verschillende werken, nl. 17 geneeskundige geschriften en een mystiek gedicht dat blijkbaar door de kopiist als bladvulling is bedoeld. Die werken zijn: 1. De natuurkunde van het geheelal, een anoniem leerdicht over de hemellichamen en de natuurverschijnselen dat nog in acht andere handschriften is overgeleverd (fol. 1roa-6roc); 2. voorschriften ter bereiding van waters en oliĎn (fol. 6voa-8vob); 3. een vertaling van het Antidotarium Nicolai, een Salernitaanse verzameling voorschriften, ook bewaard in hs. Parijs, BibliothŹque Nationale, néerl. 54; 4. opmerkingen over de pols (fol. 21voa-21vob); 5. een Leringe van orinen, een uroscopisch traktaat, slechts in dit handschrift bewaard, gecompileerd uit De urinis van Aegidius van Corbeil en het Liber urinarum van Isaac Judaeus (fol. 22roa-27vob); 6. het Liber magistri Avicenne, hier ten onrechte aan Avicenna toegeschreven, een geneeskundig handboek, slechts in dit handschrift voorkomend (fol. 24voa-45vob); 7. Die nature ende die maniere van alle lieden, een traktaatje over de vier ‘complexien’ naar Hippocrates en Galenus (fol. 46roa-47rob); 8. een traktaatje over fysiognomiek of gelaatkunde naar Hippocrates (fol. 47voa-48roa); 9. een Leringe van orinen, een uroscopisch traktaat, gecompileerd uit De urinis van Aegidius van Corbeil en het Liber urinarum van Isaac Judaeus, ook bewaard in de hss. 's-Gravenhage, Koninklijke Bibliotheek, 73 J 8; Parijs, BibliothŹque de l'Arsenal, 8216 en Parijs, BibliothŹque Nationale, néerl. 54 (fol. 48rob-51vob); 10. Dit sijn 24 tekene der doot, een vertaling van de Secreta Hippocratis of Capsula eburna (fol. 52roa-52vob); 11. het Boec van medicine van Jan Yperman (fol. 54roa-73rob); 12. een excerpt (vs. 955-1438) uit Die heimelicheit der heimelicheden van Jacob van Maerlant, een leerdicht, bewerkt naar het Secretum secretorum (fol. 74roa-75roc); 13. excerpten uit Der naturen bloeme van Jacob van Maerlant, bewerkt naar De natura rerum van Thomas van Cantimpré (fol. 75voa-77roc); 14. Der mannen ende vrouwen heimelijcheit, een leerdicht over de geslachtsorganen van de man en de vrouw (fol. 77voa-85vob); 15. een chiromantie (fol. 85rob-88vob); 16. een mystiek gedicht van 118 verzen uit de school van Hadewijch (fol. 89roa-89voa); 17. Herbarijs, een werk, waarin een aantal geneeskrachtige kruiden worden beschreven en het gebruik ervan wordt aangegeven, bewerkt naar De medica materia van Dioskorides en Circa instans van Matthaeus Platearius, en 18. de Chirurgie van Jan Yperman, eveneens bewaard in de hss. Cambridge, S. John's College Library, A 19; Gent, Bibliotheek der Rijksuniversiteit, 1273 en Londen, British Museum, Harl. 1684.

Geheel het handschrift is door Johannes de Altre of Jan van Aalter geschreven. Het afschrift van de vertaling van het Antidotarium Nicolai voltooide hij daags vóór het feest van de H. Hippolytus, dus op 12 augustus, 1351; de andere teksten zal hij ofwel in hetzelfde jaar ofwel kort daarvoor of kort daarna hebben geschreven. In de 16de eeuw behoorde het handschrift toe aan Godefridus Leonijs, notaris en apotheker te Mechelen. In 1818 werd het door de Gentse bibliofiel en botanicus Karel van Hulthem (1764-1832) gekocht van de Londense bibliofiel Richard Heber (1773-1833). In 1837 kwam het, samen met de verzameling-K. van Hulthem, in de Koninklijke Bibliotheek te Brussel’’ .

 

Het is toch een lastig boek, enkele namen zijn me onbekend, bij goudsbloem komt ook de naam voor van Cichorium. De omschrijving van de plant is te kort, ook geen afbeeldingen. Ook de aangehaalde tekst is vaak verwarrend, bij de pioen spreekt hij over epilepsie van Dioscorides, terwijl het van Galenus is. Vervolgens kreeg ik de tekst van L. J. Vandewiele uit 1965 in handen. Hij heeft het geheel zeer uitvoerig beschreven en om het wiel 2 keer uit te vinden heb ik hem gevolgd en opgeschreven en een Nederlandse vertaling er bij gezet zodat een ander het ook te zien kan krijgen, soms wat een paar wijzingen van de plantnamen.

Verder lijkt het me praktischer dan Herbarius in Dyetsche, meest alleen inlandse planten en weinig verwijzingen naar oude meesters. Opvallend is wel het gebruik van enkele dieren, aardworm, en zeer opvallend de ooievaar. Voor verklaring van droogte en warmte etc, zie Herbarius in Dyetsche. Nico Koomen. Voor verklaringen en gebruik van planten, zie Volkoomen.nl.

 

 

Vandewiele;  ‘Desen boec.. die geheeten es herbarijs’. Zo noemt de schrijver het zelf, al vinden we de titel minder geslaagd. Een herbarijs of herbarium was oorspronkelijk een planten-platenboek. Zo wordt de beroemde Codes Constantinopolitanus, in de IVde eeuw gemaakt voor Juliana Anicia, dochter van keizer Flavius Anicius, het oudst bekende, nog bewaarde herbarium genoemd; het bevat de beschrijving van 391 planten, naar Dioscorides, met 383 gekleurde tekeningen van planten. Eerst veel later, vanaf de XVIde eeuw, wordt de naam herbarium aan een verzameling gedroogde planten gegeven. Die werden meestal als botanisch of medisch onderrichtmateriaal bijeengebracht. In deze zin worden de nog bewaarde verzamelingen van Gerhardo Cibo (1532), Aldrovandi (1553), Girault (1558), en Caesalpini (1563) Herbaria genoemd. De “Herbarijs’kan in geen van beide categorieĎn ingedeeld worden; hierin worden geneeskundige enkel genoemd en summier beschreven met de toepassing in de geneeskunde. Tekeningen komen niet voor of het moet zijn dat die verloren gegaan zijn.

Het meest voor de hand liggend is echter dat we hierdoor een herbarijs zouden verstaan als een boek over simplicia. In die zin noemt de schrijver van de Herbarius in Dyetsche zijn werk ‘een cleenlic boeck van den ghemeinen simpel medecinen’, ‘waer uyt desen boek mach heeten de verghering der simpelder medecinen’. De schrijver van de Herbarijs beperkt zich immers niet tot de beschrijving van de planten alleen, ook enkele geneesmiddelen uit het dierenrijk en zelfs uit het minerale rijk krijgen een kapittel toegewezen. Hierin sluit de schrijver aan bij een aloud gebruik in de farmaceutische literatuur waar gewoonlijk afzonderlijk gehandeld wordt over Enkelvoudige geneesmiddelen (Simplicia) en over Samengestelde geneesmiddelen (Composita).

Het was de schrijver van de Herbarijs er dus om te doen een boek over enkelvoudige geneesmiddelen te publiceren. Wat hij hiermee bedoeld heeft is niet helemaal duidelijk. Zeker is het een medisch werk; aan botanica om de botanica werd toen niet gedaan. Het heeft er veel weg van dat de schrijver een apotheker of een chirurg was en het zou niet onmogelijk zijn dat we hier met een soort cursus te doen hebben. Zo zegt hij bijvoorbeeld over Persijn; ‘als men se vint geschreven zalmen nemen dat saet’ en elders ‘als men rute vint beschreven in recepten so salmen tsaet nemen’. Daarom is het niet noodzakelijk dat een leraar tegenover vele leerlinge aan het woord is; het is best mogelijk dat de schrijver bijvoorbeeld enkel zijn zoon en opvolger, een verwant, een leerling voor ogen had. Dergelijke voorbeelden komen in de egschiedenis meer voor. Yperman bijvoorbeeld schreef zijn Cyrurgie ‘in dietsche om die minne van zyn zoen’. Thomas Scellinc van Thienen schreef zijn Boeck van surgien voor zijn ‘lieven kinderen Thomas ende Jan scellinc sinen broeder’. Johannes Jacobus Manlius de Bosco schreef zijn Luminare maius voor een zekere Bernardinus niger. Quiricus de Augustis de Torthona zijn Lumen apothecariorum voor een zekere Joannes Franciscus. Herbarius in Dyetsche kwam tot stand ‘ghebeen synde van someghe vrienden’. Mijns inziens bestaat ook de kans dat de Herbarijs door een of andere monnik werd egschreven, als handleiding voor de kloosterapotheek, daar het tot stand komen ervan volop kan gesitueerd worden in de tijd van de monnikengeneeskunde. De meest voor de hand liggende conclusie is echter dat we de Herbarijs beschouwen als een glossarium bij de Liber Magistri Avicenne (zei daar).

Het manuscript wordt in de Koninklijke bibliotheek te Brussen bewaard en maakt deel uit van een band met als nummer Hs. 1562441. deze band werd in 1818 uit de verzameling van een Londense bibliofiel door Van Hulthem aangekocht en wordt daarom soms het Van Hulthemse handschrift genoemd. Hij beslaat 147 perkamenten bladen, klein –4 formaat, en is zeer keurig in 2 kolommen beschreven, ieder bestaande uit 50 regels. De verschillende verhandelingen, 17 in getal, staan in geen rechtstreeks verband met elkaar, al werden ze door dezelfde hand afgeschreven, doch alle hebben betrekking op genees- en natuurkunde. Enkele van deze verhandelingen werden bestudeerd. Voor de beschrijving van de 17 verhandelingen en nota’s betreffende taal, schrift, interpunctie, afkortingen en dergelijke meer, verwijzen wij naar Van Leersum, De Cyrurgie van Meester Jan Yperman. Leiden. A. W. Sijthoff’s uitgeverij Mij. Alleen wil er aan toevoegen dat ik bij het overschrijven van het Ms. Zoveel mogelijk gestreefd heb naar letterlijke weergave; zo worden de woorden waarin j voorkomt weergeven met i of j, zoals in het handschrift; ook de schrijfwijze w voor v u (in wlva bijvoorbeeld) werd behouden, op andere plaatsen wordt u, ter aanduiding van v overgenomen uit het handschrift. In de Liber magistri Avicenne en ook in de Herbarijs, zij het in mindere mate, komen uitzonderlijk veel afkortingen voor, waarvan vele dubbelzinnig zijn. Dr. Gysseling wees erop dat het wenselijk en taalkundig juister ware geweest, de dubbelzinnige afkortingen te cursiveren. Het ware beter geweest de woorden met ‘der’door daer, ‘mer’door maer’, ‘wer’door waer etc weer te geven, doch omwille van de eenvormige weergave werden der, mer, wer etc. behouden. Voor de wetenschapsmens komt het e rin de eerste plaats op aan te weten ‘wat’ er in het boek staat; ‘hoe’het erin staat is eerder van bijkomende aard.

Wie de Herbarijs geschreven heeft is niet bekend; over de kopiist, die zich ergens Johannes de Altre (mogelijk Jan van Aalter) noemt, is al evenmin iets geweten. Al wat we weten is dat de band toebehoord heeft aan een Mechelse apother die op het achterste schutblad heeft geschreven;

‘Scriptor qui scripsit cum Christo vivere possit

Cum nomine aptum Godefridus Leonijs

Sit sic vocitatum, Notarius et

Aromatarius Mechlinensis’.

Dankzij de opzoekingen van Apr. R. Van den Heuvel weten we een en ander over deze Godefridus Leonijs die tegelijkertijd notaris (notarius) en apothecaris (aromaticus) te Mechelen was. Van den Heuvel is de mening toegedaan dat die de schrijver van het werk is. ‘Het Antodotarium Nicolai werd in 1351 in het Middelnederlands vertaald door de Mechelse apothecaris Godefridus Leonijs. Deze vertaling is tot ons gekomen onder de benaming Van Hultem’s handschrift’(Mechelen en de Farmacie, Mechelen 1962) Bij nadere bestudering blijkt dat de kopiist geen man van het vak is geweest, wel voegt hij er eigengereid eens een nota toe (zo in het kapittel Cyclamen zegt de auteur dat die in onze streken niet voorkomt, terwijl de kopiist er bij voegt; ‘ic souden wanen dat siin ertnoten diere vele wast benorden brugge’); doch in het afschrijven van de Latijnse benamingen van kruiden komen veel fouten voor en soms grove (bijvoorbeeld in plaats van Pistachia leest hij Pastenachia, zodat de gehele tekst erdoor bedorven wordt)’zodanig dat we niet durevn veronderstellen dat een bekwaam man als Godefridus Leonijs tot dergelijke fouten in staat was. We houden ons dan ook liever aan de verklaring dat Godefridus Leonijs zijn Ex Libris schreef, maar nog de schrijver, nog de kopiist is geweest. Zijn schrift is trouwens anders dan dat van de tekst. Graag hadden we ook aangenomen dat Jan Yperman de hand in het spel zou hebben, doch dit kunnen we tot nog toe niet bewijzen; sommige verhandelingen wijzen eerder op het tegendeel (bijvoorbeeld Antidotarium Nicolai en de uittreksels uit Van Maerlant’s Naturen Bloeme). Nu het vaststaat dat de taal, zowel van Liber magistri Avicenne, als van de Herbarijs West Brabants is, bestaat er maar weinig kans dat deze werken dor de West Vlaming Yperman geschreven zijn. de identiteit van de schrijver blijft dus een open vraag. Om praktische redenen zijn de 200 kapittels genummerd, de oorspronkelijk tekst is doorlopend en worden volgens A.B.C etc gerangschikt met voor iedere letter een verzamellijst.

 

Herbarijs.

 

(1) HIer zal men verstaen in desen boek die leringe van dyascorides den wisen meester. ende van circuinstanse den wisen mees- (5) ter welke desen boec gemaect hebben. die geheten es herbarijs. Ende es leringe (10) van allen cruden die men orbert in medicinen ende in surgien die nuttelijc siin den lichame omme die ziecheiden te verweerne ende gesonde te behoudene ¶ Ende men sal in desen boec (15) leren kennen die naturen van den cruden Dats te verstane hoe si gecomplexijt siin. welke cout siin of heet siin. welke droge ende welke versch siin. ende in wat grade si gecomplexijt siin ¶ Ende oec (20) salmen leren hier in vanden werken dat si werken an den lichame bi naturen Dats te verstane. datter sulc siin heet sulc cout sulc droge sulc versch. in den iersten graet. sulc in den andren graet. (25) sulc in den .3. graet. ende sulc in den .4. graet. ende niet hogere en scelt mense

Dus hebbent die meestere bescreven omme dat men kennen soude die naturen entie complexien van den cruden. Omme dat (30) noot es meestren dat si weten dat hete te dwingene metten couden. ende dat coude te weerne metten heeten. ende dat droge metten verschen. ende dat versche met den drogen ¶ Ene andere redene es dat (35) men die medicinen. die te heet siin. temperen sal metten couden. ende dat coude metten heeten. ende also dat versche metten drogen ende dat droge metten verscen ¶ Men sal oec .1. deel in desen boek verstaen (40) van den werken die de meesters van medicinen werken ane den lichame beide binnen ende buten. Ende dese leringe sal men setten ende bescriven in ordinen also alse .a.b.c.d. steet. ende begint ierst op die (45) a. ende also vort optie andre letteren die volgen na die .A.

Hier zal men in dit boek de leer van Dioscorides, de wijze meester, en van Circa instans, de wijze meester, die dit boek gemaakt hebben die herbarijs genoemd wordt. Het leert van alle kruiden die men gebruikt in de medicijnen en chirurgie die nuttig zijn in het lichaam om ziektes te weren en de gezondheid te behouden.

En men zal in dit boek de natuur van de kruiden leren kennen. Dat is te verstaan hoe gecompliceerd ze zijn, welke koud of heet zijn, welke droog en welke vochtig zijn en in welke graad ze zitten.

En ook zal men hier leren op welke manier ze van nature in het lichaam werken. Dat is te verstaan dat er zulke zijn die heet zijn en anderen koud, anderen droog en anderen vochtig, in de eerste graad, anderen in een andere graad en andere in de derde graad en andere in de vierde graad en niet hoger noemt men ze.

[178] Dus hebben de meesters die beschreven zodat men de natuur en de samengesteldheid van de kruiden kennen zou. Om dat het nodig is dat de dokters dat ze weten hete te bedwingen met koude en het koude te weren met hete en droge met vochtige en vochtige met droge.

Een andere reden is dat men de medicijnen die te heet zijn temperen zal met de koude en de koude met de hete en ook zo de vochtige met de droge en de droge met de vochtige.

Men zal ook in het 1ste deel van dit boek leren van de werken die de meesters van medicijnen bewerken aan het lichaam aan beide kanten, van binnen en van buiten. En deze lering zal men zetten en beschrijven in orde net zoals het .a.b.c.d. staat en begint eerst met a en zo verder met de andere letters die na die A volgen.

 

 3. Pedanios Dioskorides, afkomstig uit Anazarba, 1ste eeuw na Chr. schreef zijn beroemde boek ΙΙερί ϊατριχής, dat in Latijn bekend is als; ‘De Materia Medica Libri’ waarin hij meer dan 500 simplicia en veel bereidingen beschrijft. Wordt de Vader van de Farmacie genoemd.

5. Circa instans is van Matthaeus Platearius uit Salerno die rond 1140 leefde en een boek schreef;  ‘Medidina simplici’, die begint met de woorden ‘Circa instans negotium de simplicibus medicinis nostrum versatur propositum’. Het werk was bekend als Circa instans, de schrijver kende Platearius dus niet. Hij heeft dus waarschijnlijk uit andere werken gepubliceerd.

Voor de vier graden, warm, vochtig en droog, zie Herbarius in Dyetsche.

 

Aristolochia, dats sarasine cruut.

177

(50) ¶ Aristologia. Arnaglossa. Absincium. Achorus. Abrotanum. Anetum. Apium. Allium. Arthemesia. Acetosa. Agrimonia. Amidum. Amplectini. Asabattara Antera. Actili. Avena

[177]

Aristologia. Arnaglossa. Absincium. Achorus. Abrotanum. Anetum. Apium. Allium. Arthemesia. Acetosa. Agrimonia. Amidum. Amplectini. Asabattara. Antera. Actili. Avena.

 

[1]

 

Aristologia. dats sarasine cruut. ende es van .2. manieren dene scelt men aristologia lon-(55) ga. ende dandere scelt men aristologia rotunda. Ende es geheten holewortte in dietsche. ende wast meest oost wert. Entie de wilde crude vercopen hebbens. Si siin beide heet in den iersten graet. ende droge (60) in den andren graet. Die ronde gaet in medicinen meest. ende sonderlinge die worttelen.

Ende te wintere sal mense gadren alse die loveren vallen. Ende hebben beide cracht te verteerne ende te verduwene. Ende (65) men machse .2. jaer houden wilt men. ¶ Galienus seit dat die lange Aristologia suvert daer luttel humoren siin. Ende die ronde suvert daer vele humoren siin. daer omme opent die ronde grote verstoptheit (70) in alle die lede. ende doet sceeden groeten wint. ende geneest vule wonden die binnen vort siin. ende buten vule apostemen ende suvert tanden ende tantvleesch. ende es goet iegen cortten adem. ende iegen die ver- (75) stopt siin. ende iegen dlanc evel. Ende es goet iegen herde milte. ende iegen venende cortse. ende iegen die crampe. Ende si es goet iegen dlanc evel gedronken met borne ¶ Galyenus seit dattie ronde ari- (80) stologia goet es gedronken met borne iegen dat groet evel. ende iegen artetyke ende iegen spasme. Ende over die ronde aristologia machmen nemen. I. s. dr. lange (85) aristologia ¶ Dyascorides seit die lange aristologia. gedronken met wine .I. s. dr. es goet iegen venijn. Ende gedronken met wine ende daer in peper geminct ende mirre suvert die vulheit die van den kinde comt die in die moeder blijft. Ende gedronken met wine (90) sacht die pine van den lichame. ende doet dwijf haer stonden hebben. Ende sijs goet in wonden dranke. Ende geen meester en souder sonder siin. Ende si ontstopt die lendenen entie blase. ende doet wel orine maken.

[1] (Aristolochia longa en Aristolochia rotunda, Saracijnskruid)

Aristologia, dat is het Sarasijnen kruid, die is er in 2 soorten, de ene noemt men Aristologia longa en de andere noemt men Aristologia rotunda. Het wordt holwortel in Diets genoemd en groeit meestal oostelijk en die wilde kruiden verkopen. Ze zijn beide heet in de eerste graad en droog in de tweede graad. De ronde gaat het meest in de medicijnen en vooral de wortels.

[179] En ‘s winters zal men ze verzamelen als de bladeren vallen. En ze hebben beide kracht om te verteren en te verduwen. En men kan ze 2 jaar goed houden.

Galenus zegt dat de lange Aristolochia zuivert waar weinig vochtvermengingen zijn. En de ronde zuivert waar veel  vochtvermengingen zijn en daarom opent de ronde grote verstopping in alle leden en laat grote winden scheiden en geneest vuile zweren die binnen verrot zijn en buiten vuile blaren en zuivert tanden en tandvlees en is goed tegen korte adem en tegen die verstopt zijn en tegen onderbuikspijn. En is goed tegen harde milt en tegen venijnige koorts en tegen de kramp. En het is goed tegen onderbuikspijn gedronken met bronwater.

Galenus zegt dat ronde Aristolochia goed is gedronken met bronwater tegen de vallende ziekte en tegen jicht en tegen kramp. En voor die ronde Aristolochia mag men nemen anderhalve drachme lange Aristolochia.

Dioscorides zegt dat de lange [180]  Aristolochia gedronken met wijn anderhalve drachme goed is tegen venijn. En gedronken met wijn waar peper in gemengd is met mirre zuivert de vuilheid die van het kind komt die in de baarmoeder blijft. En gedronken met wijn verzacht de pijn van de loop en laat de vrouw haar stonden hebben. En het is goed in wonddranken. En geen meester  zou er zonder zijn. En ze ontstopt de geslachtsdelen en de blaas en laat goed urine maken.

 

64, verteren, de spijsvertering bevorderen, verduwen, de spijzen door de maag duwen, laten verteren. 66. Claudius Galenus, geboren te Pergamon in 130 en gestorven te Rome? ca 201, heeft met zijn schriften eeuwenlang de geneeskunde beheerst.

69 grote verstopping in alle leden, in ieder orgaan kan zich naar de toen geldende maatstaven obstructie voordoen door ophoping van humoren (levenssappen), vandaar dat door purgeren niet alleen zuiveren door de stoelgang te bevorderen verstaan met worden, maar ook het wegnemen van overtollige humoren uit een bepaald orgaan, zo kan men ook de lever purgeren, zenuwen etc.

10 tarwekorrels is een halve scrupel, 20 tarwekorrels is 1 scrupel, 40 tarwekorrels is een drachme, 8 drachme  is een ons, 16 ons is een pond.

 

Er worden maar 2 soorten Aristolochia genoemd, vanouds waren er 3 soorten, longa, rotunda en clematitis. Zo zegt Dioscorides al; ‘Tria ejus genera traduntur’, nadat hij de naam etymologisch heeft verklaard; Aristolochia nomen ex eo sibi adaptavit, quod existimetur optime puerperis opitular’. Inderdaad αριστος; beste, λοχεία; geboorte. Later was niet duidelijk meer welke de clematitis was, Pseudo-Mesues in de 12de eeuw noemt ze alle drie, de twee eersten worden afgebeeld en de derde heeft weinig belang. Platearius noemt er ook 2, Hildegard van Bingen noemt Aristolochia Byverwurtz, zonder verdere specificatie. Herbarius in Dyetsche noemt ze alle twee en elk in een apart hoofdstuk. Dodonaeus noemt weer 3 soorten naar Dioscorides. Het Sarasijnkruid noemt hij in het Latijn Aristolochia saracenia, in de apotheken Aristolochia longa, omdat men dat vroeger voor de lange Aristolochia hield, tenslotte begon men het Clematitis te noemen totdat de echte Clematitis gevonden werd.

Het zou dan gaan om; 1. Aristolochia longa L., de gewone pijpbloem, Franse aristoloche longue, Duitse Lange Osterluzie, Engels long aristolochia.

2. Aristolochia rotunda L. De ronde aristolochia.

Bevat het alkaloēde aristolochine. Wordt vrijwel niet meer gebruikt, soms in homeopathie.

Vroeger werden ze blijkbaar ook geteeld buiten de plantentuinen van de kloosters en kwamen zo bij de kruideniers.

Ook werd daar de holwortel of Corydalis cava onder verstaan.

 

Arnaglossa of plantago.

(95) [2] ARnaglossa. of plantago dat es wegebrede. si es cout ende droge in den .2. graet. ende sulc seggen in den .4 graet Ende wegebrede es goet verscen wonden met te doene dragene. ende suvert haer vul- (100) heit. Ende si confortert die levere. Ende es goet op alle hitte. ende dat onsteken es van erisipila. Ende sijs goet op dingen die verbernet siin van den viere of van heeten watere. Ende sijs goet iegen spenen. ende (105) iegen die vloet want si stremtse. Ende si vercoelt alle hitte. Ende sijs goet gedronken iegen alle maniere van menisonen. ende iegen menstrua dat vloyt. of wolle daer in genet ende in wlva gesteken. Ende sijs goet iegen tant- (110) swere gesoden in borne ende den mont daer over gehouden. Ende gedwegen den mont essi goet iegen tantswere die van heten humoren comt Ende si geneest wonden in die longene. ende es goet in wonden dranke. En haer sap (115) es goet gedronken iegen lendenen swere Ende iegen die quarteine sal men wegebrede stoten ende wringen dat sap ute. ende dat sal de zieke drinken vore die ure vaden acces Ende si heilt wonden met swine smoute (120) Ende haer sap geminct met cerusa verdrijft vule puusten in den mont ende an tantvleesch ende dus verslaet dat wilde vier ¶ Dit es ene goede cure dien dwater laden. of die ziec siin in dien milte. Nemt enen nuwen (125) erdenen pot ende vultene metten sape. ende dectene boven met .i. linen clede dat ghi vaste bint om den hals van den potte met enen starken drade. ende bindet cleet dat den sape niet en genake. ende dan zal men (130) asscen boven leggen ende latent versieden toter helft. desen dranc sal men geven smorgens

[182] (Plantago major, weegbree)

[2] Arnaglossa. of Plantago, dat is weebree, ze is koud en droog [183]  in de 2de graad en sommigen zeggen in de 4de graad. En het is goed weegbree te laten etteren bij vochtige wonden en zuivert hun vuilheid. En ze versterkt de lever. En het is goed op alle hitte en die onsteken is van erisypelas (vurige blaar, wondroos). En het is goed op dingen die verbrand zijn van het vuur of van heet water. En het is goed tegen aambeien en tegen de vloed want het stremt ze. En het verkoelt alle hitte. En ze is goed gedronken tegen alle soorten van buikloop en tegen menstruatie die vloeit, wol daarin nat gemaakt en in de vulva gestoken. En het is goed tegen tandpijn gekookt in bronwater en de mond daarboven gehouden. En de mond ermee gewassen is goed tegen tandpijn die van hete vochtvermenging komt. En ze geneest wonden in de longen en is goed in wonddranken. En haar sap is goed gedronken tegen geslachtsdelen zweren. En tegen de vierdedaagse koorts zal men weegbree stampen en het sap uitwringen en dat zal de zieke drinken een uur voor het aankomen ervan. En ze heelt wonden met varkensvet. En haar sap gemengd met cerusa (loodwit) verdrijft vuile puisten in de mond en van tandvlees en zo verslaat het ’t wilde vuur (dunn etter bevattende blaasjes).

Dit is een goede kuur voor diegene die water laden of die ziek zijn in de milt; Neem een nieuwe aarden pot en vul die met het sap en [184]  dek het boven af met een linnen kleed dat je om de hals van de pot met een sterke draad vast bindt en bindt het kleed zo dat die het sap niet raakt en dan zal men er as boven leggen en laat het verkoken tot de helft, die drank zal men ’s morgens geven.

 

Bij het kapittel over Arnoglossa staat bovenaan geschreven; ‘Nota plantago glutinat & desiccat sine mordicat (i)one & valet contra venenum’.  In de Sinonoma Bartholomei (1387) wordt Arnoglossa ook Ligna agni, plantago maior genoemd. Platearius noemt het quinque nervia; ‘Succus quinque nervie valet contra oppilationem renum’. Herbarius in Dyetsche spreekt over ‘Neechbret of Plantago oft arnoglossa’, met een grote en kleine vorm.

Dodonaeus zegt dat Wechbre oft wegebladt in het Latijn Plantago genoemd wordt, in Grieks Arnoglossos, dat is Lams Tonge.

Dit is dus wel Plantago major L., de kleine of minor komt voor in kapittel 160 als Quinquenervia omdat die 5 ribben heeft en deze 7 die daarom wel Septinervia heet.

Grote weegbree, Frans grand plantain, plantain commun, Duits Grosser Wegerich, Grosser Wegebreit, Engels great waybread.

Hildegard van Bingen raadt in het hoofdstuk ‘De Plantagine, Wegerich’, het sap van deze plant aan wanneer een man of vrouw een toverdrank, ‘zauber’, ingenomen heeft.

In het handschrift van Broeder Thomas (1300) wordt over het gebruik van weegbree aldus uitgeweid; ‘Nem bredeweghe ende doch (doe) hem sappe in wonden ende lech die blade daer op stadelike (herhaaldelijk) et sal oec doet (dood) vleysch verdriven. Item tieghens dat roede buuc evel salmen besighen dat water’.  Dat komt overeen met de Herbarijs. Inhaleren en mondspoelingen werden al toegepast, het in de vulva brengen van wol in kruidensap gedrenkt was een van de drie manieren om geneesmiddelen in de vulva te brengen.

 

Abcincium, dats alsene.

 

[3] ABcincium. dats alsene. ende es heet in den iersten graet. ende droge in de .2. Ende men salse gadren in den uutgange van (135) den lintere ende drogen. ende dan geduert si .1. jaer goet. Men seit dat alsene bi haer selven werct contrarie. Geeft mense eer die humoren ripe siin. so stopt si den lichame ende maecten hart. Ende rijptmen die (140) materie eer dat mense geeft. so laxerse die humoren. dat es dat si doet sciten ende dus heeftse ene cracht die helpt der naturen laxeren. Ende een andere dat conforteert si dat men stoppen wille ende uut (145) sluten die materie van den evele die liggen in die hole van den leden ¶ Alsene conforteeret die mage ende purgeert die hete humoren van coleren met scitene. ende si sterct die levere ende ontstopse ende opense. Ende si maect der (150) leveren enter geelsucht lust van etene dat van coleren benomen wert. Ende si geneest die geelsucht. ende vecht iegen dronkenscap. Met ciceleo of met spica gedronken esse goet iegen pine vander magen. ende in die darmen (155) die comen van groven winde ende van verschheiden. Ende met asine gedronken sachtet versmachtheit van te vele etene. ende doet wel orine maken. Ende met zeeme getempert dat geneest geswil dat onder die oge leget (160) ende droget versche oren ¶ Alsene geminct met olyen van rosen ende gesmeert omtrent die mage. dat starct ende verdrijft die pine Ende geplaestert op herde milten doet sceeden die hartheit. Ende getempert met zeeme. ende (165) in die moeder gesteken doet dwijf haer stonden hebben. Ende gesoden in olyen entie mage daer met gesalft entie levere helpt hem zere. ¶ Dyascorides seit. Alsene geleit in kisten dat behoedet die cledere datse die motten (170) niet en bederven. Ende en vint men gene alsene so nemt polyoen onder .s. r. want het doet tselve. Bedagoris seit dat men mach nemen assafetida also vele ende mirabolanorum indorum doet tselve werc (175) dat die alsene doet.

[185]  (Artemisia absinthium, alsem)

[3] Absinthium, dat is alsem en dat is heet in de eerste graad en droog in de 2de.  En men zal het verzamelen op het eind van de lente en drogen en dan blijft het 1 jaar goed. Men zegt dat alsem van zichzelf tegengesteld werkt. Geeft men het voor de vochtvermengingen rijp zijn dan verstopt ze de ontlasting en maakt ze hard. En rijpt men de materie voordat men het geeft dan laxeert ze de vochtvermenging, dat is dat ze laat schijten [186] en dus heeft ze een kracht die de natuur helpt laxeren. En een andere is dat ze versterkt dat men stoppen wil en de materie van het euvel uitsluit die ligt in de holte van de leden.

Alsem versterkt de maag en purgeert hete vochtvermenging van rode gal met schijten en ze versterkt de lever en ontstopt en opent die. En ze maakt de lever en de geelzucht lust van eten dat van rode gal benomen werd. En ze geneest de geelzucht en vecht tegen dronkenschap. Met ciceleo (Cicer) of met spica (Valeriana) gedronken is het goed tegen pijn van de maag en in de darmen die van grove wind en van vochtigheden komen. En met azijn gedronken verzacht het verwurging (indigestie) van te veel eten en maakt goede urine. En met zeem (honing) getemperd  geneest het dat gezwel dat onder die oog ligt en droogt lopende oren.

Alsem gemengd met olie van rozen en gesmeerd omtrent de maag versterkt en verdrijft de pijn. En gepleisterd op een harde milt laat die hardheid scheiden. En getemperd met honing en in de baarmoeder gestoken laat de vrouw haar stonden hebben. En gekookt in olie en de maag daarmee gezalfd en de lever helpt hen zeer.

Dioscorides zegt; Alsem gelegd in kisten  behoedt de klederen dat ze niet door de motten bedorven worden. En vindt men geen alsem neem dan anderhalf drachme polei, want het doet hetzelfde. Bedagoris (Pythagoras ?) zegt dat men net zoveel als asa-foetida en mirabolanorum indorum mag nemen die hetzelfde werk doen wat alsem doet.

 

136. De betekenis van deze zin is dat alsem een dubbele schijnbaar tegenstrijdige uitwerking heeft. De humoren rijpen was een noodzakelijk iets wilde men de opgehoopte humoren verwijderen, purgeren, zoals men toen zei.

143. De ziekten die voortkomen van ophoping van levenssappen in de holten van het lichaam worden door alsem genezen omdat ze de materis peccans (zondigende ingebeelde ziektestof) uitdrijft.

Spica is of Valeriana celtica of Nardostachys jatamansi.

Asa foetida, duivelsdrek, Ferula asa foetida. Mirabolanorum, myrobalaan, Terminalis en Phyllanthus emblica.

Alsem is al een oude geneesplant, is vermeld door Hippocrates, Galenus, Dioscorides, Theophrastus en anderen. Hildegard von Bingen noemt de Wermuda.

Platearius zegt; ‘Absinthii duo sunt genera unum quod dicitur vel quia in ponto insula reperitur vel quod ponticum habet saporem’. Herbarius in Dyetsche spreekt over alsen of wit alsen; ‘theft eenen amperechteghen scerpen dats pontiken ende alderbittersten smaeck’.

Dodonaeus zegt dat er 2 soorten medicinaal zijn geweest. 1. Alsem met brede bladeren, Absinthium latifolium, de Absinthium Ponticum van Dioscorides die door de Arabische vertalers Romanum genoemd werd en onder die naam in de apotheken gebruikt wordt. Dat is wel Artemisia absinthium L., alsem, Frans absinthe officinale, Duitse Wermut en Engelse absint.

2. De tere en kleine alsem of Roomsche Alsen, Absinthium tenuifolium die door het gewone volk Roomsche alsene genoemd wordt. Dat is wel Artemisia pontica L.,Roomse alsem, Frans absinthe pontique, absinthe romaine, armoise pontique, Duitse Romischer Wermut, engels Roman wormwood.

Beide soorten zijn officinaal geweest en zijn hier mogelijk ook vermeld.

De laxerende werking kan betwijfeld worden, maar amarum; bitter, is het zeker, het bevat eetlustopwekkende stoffen.

Als abortivum heeft het in de geschiedenis faam gemaakt. Het bevat thuyon dat aanleiding geeft tot aanvallen, stuipen en zenuwstoornissen, zeker niet tegen dronkenschap.

Het gebruik tegen motten is algemeen bekend

 

 

Achorus.

4]

Achorus. es heet. ende droge in den 2. graet. ende men sceldet gladie. Si wast in wacken steden. ende heeft lange breede bladere alse lisch. ende si draget (180) geluwe bloemen alse lelyen. ende tsaet hanct alse bone polen. ende wast in watere ende an oevers van dyken. Ende men leset in den oegst. entie worttele es roet binnen alse mense snijt. Ende den wortel zal men (185) sniden in stucken ende dat mer in vint zal men wech werpen. ende dander zal men met draden op hangen ende drogent. dat niet en rotte. het blijft .2. iaer goet. Het heeft macht te verduwene. ende es dorgaende. ende sceedt (190) wint ende opblasinge in de milte. Ende si sterket die levere ende opent haer verstoptheit. Ende dranc daer af gemaakt es goet iegen lanc evel ende iegen die levere. si sacht die pine van desen. Ende sijs goet iegen die hertheit (195) vander milten. ende doet dwijf haer stonden hebben. Ende doet wel orine maken. Tsap vander wortelen suvert ende claert die ogen.

[188]  [4] (Iris pseudoacorus, lis)

Acorus is heet en droog in de 2de graad en men scheldt het uit voor gladiool. (Gladiolus). Ze groeit in vochtige plaatsen en heeft lange brede bladeren als lis en ze draagt gele bloemen als lelies en het zaad hangt als boonpeulen en groeit in de waters en aan de oevers van dijken. En men verzamelt het in augustus en de wortels zijn van binnen rood als men ze snijdt. En de wortel zal men in stukken snijden en het merg dat men erin vindt zal men weg werpen en de rest zal men met draden ophangen en drogen zodat het niet rot. Het blijft 2 jaar goed. Het heeft kracht te verduwen en het is doorgaande en scheidt wind en opblazing in de milt. En ze versterkt de lever en opent haar verstopping. En [189]  drank er van gemaakt is goed tegen onderbuikspijn en tegen de lever, ze verzacht de pijn van die. En het is goed tegen de hardheid van de milt en laat de vrouw haar stonden hebben. En laat goed urine maken. Het sap van de wortels zuivert en verheldert de ogen.

 

Het is geen kalmoes, want die bloeit vrijwel niet. De gele bloemen zijn duidelijk van de lis.

De beschrijving is een kopie van Dioscorides άχορου wat  mogelijk op een Iris slaat, of Acorus. Herbarius in Dyetsche vermeldt ze alle twee. De Acorus, kalmoes, werd voornamelijk medisch gebruikt.

Iris pseudoacorus L., gele lis, pinksterbloem, waterlis, Frans flambe d’eau, faux acore, Duitse Wasserschwertel, Engelse waterflay, waterlily.

Het verhelderen van de ogen zal wel van de naamsafleiding komen. Dioscorides zegt ook; ‘oculorum caligines succo dicutit’.

 

 

Abrotanum, dats averone of iagerande.

[5]

ABrotanum. dats averone of iagerande. Si es heet in den .2. graet. droge (200) in den iersten. Ende tsap gedronken doet dwijf haer stonden hebben. ende leidet dat dode kint uter moeder. ende dat nette daer tkint in leget. ende heilt weder die vrouwe ende brect den steen ¶ Ende tsap der af ge- (205) dronken doodt alle maniere van wormen in die mage ende in die darmen. ende ontslut ende opent die moeder. ende heilt apostemen in wlva. ende brect den steen. ende doet wel orine maken. ende doet sce- (210) den die coude pisse. Ende tsap daer af geminct met mirre ende in wlva gesteken dat suvertse van haren vulen humoren. ende droget die verscheit. ende ontpluuct die adren in wlva. ende doet menstrua hebben (215) Ende haer sap geminct met ouder olyen. ende gesalft daer haer vallet. dat confortert die stede. ende doet thaer weder wassen.

[190]  [5] (Artemisia abrotanum, averone)

Abrotanum, dat is averone of iagerande. Ze is heet in de 2de graad en droog in de eerste. En het sap gedronken laat het vrouw haar stonden hebben en leidt het dode kind uit de baarmoeder en het net daar het kind in ligt en heelt de vrouw weer en breekt de steen.

En het sap er van gedronken doodt alle soorten wormen [191] in de maag en in de darmen en ontsluit en opent de baarmoeder en heelt blaren in vulva en breekt de steen en laat goed urine maken en laat de koude plas overgaan (tenasmus). En het sap ervan gemengd met mirre en in vulva gestoken  zuivert die van haar vuile vochtvermenging en droogt de vochtigheid en opent de aderen in vulva en laat menstruatie hebben. En haar sap gemengd met oudere olie en gezalfd daar het haar valt dat versterkt de plaats en laat het haar weer groeien.

 

Iagerande is een vreemd woord. Mogelijk van jager (verjagen) en ande (hand) in de zin van symbool van sterkte, zo een sterk middel om te verjagen. Het was dan ook een van de antidiabolische rookplanten die op hete kolen werden gestrooid om boze geesten (bij de Romeinen) en later duivels (bij de Christenen) weg te roken. Waarschijnlijk werd met die rook ziektekiemen gedood.

Hildegard von Bingen spreekt van Stagwurtz, Eberraute, Herbarius in Dyetsche van Abrotanum, averonde, agherand, Ortus sanitatis van averonne, averoene.

Dodonaeus zegt dat het in ’t Grieks Abrotonon genoemd wordt, in Neder Duits averoone en averruyt.

Artemisia abrotanum L., averon, citroenkruid, averuit, Frans abrotane, aurone, Duits Eberrute, Eberreis, Engels southernwood, boy’s love.

Als haargroeimiddel werd het al door Avicenna aanbevolen, Herbarius in Dyetsche en ook de Ortus sanitatis zeggen zelfs dat het de baard laat groeien.

Wordt medisch niet meer gebruikt.

 

 

Anetum, dats dille.

[6]

ANetum. dats dille. beide zaet ende cruut es heet ende droge in den .2. (220) graet. some seggen in den .3. graet. Ende dit saet behoort ter medicinen entie wortele oec. Ende als men vint bescreven anetum so nemt tsaet. Ende men saelt gadren ende drogen. ende .3. jaer maecht goet (225) duren. mer hets beter dat ment alle jare vernuwet. Ende dit verdrijft cnaginge ende heffinge in den lichame. Ende si heeft meest hitten groene. Ende dranc daer af gemaakt ende gedronken doet wel orine (230) maken. ende sacht lanc evel. ende torcioen ende bedwinct walginge ende spuwen van spisen die in die mage es of vloyt. ende si slanket sieken dat van vervultheiden comt ¶ Ende gesoden met olyen ende ge- (235) plaestert optie huut. dat opent die gaten. ende rijpt apostemen. Nochtan dicwile genomen donkert die zie. ende droget luxurie van mannen ende van wiven Ende sacht die pine in wlva gesoden in (240) borne ende dwijf daer in geseten. doet den wive haer stonden comen. Ende tsaet daer af gebernt ende op spenen geplaestert doetse genesen. Ende geleit op wonden (245) of op moruwe apostemen in de cullen. of op dat ende van den vede. dat droget ende doetse genesen. Entie swere vander artetyke sachtet. ende in wlva gedaen saicht die pine daer in ¶ Ende men sal weten dat men in .3. manieren doet me- (250) dictne in wlva. aldus. Men nette bome wolle. of sleters in den zope. of daer in dat men wille daer in steken. ende dan stect ment in wlva. Ende met clisterien doet ment oec daer in loepen. Ende men stampt oec die crude (255) groene. ende droge. ende stecse in .1. sackelkiin also groet als .1. gematelijc vede ende steket dan in wlva. welc dat best es dat sal men doen.

[192]  [6] (Anethum graveolens, dille)

Anetum, dat is dille. Beide, zaad en kruid, is heet en droog in de 2de graad, sommige zeggen in de 3de graad. En dit zaad behoort tot de medicijnen en de wortels ook. En als men vindt beschreven anetum, neem dan het zaad. En men zal het verzamelen en drogen en 3 jaar mag het goed blijven, maar het is beter dat men het alle jaren vernieuwt. En dit verdrijft knaging en heffing in de ontlasting. En ze heeft meest vochtige hitte. En drank daarvan gemaakt en gedronken laat goed urine maken en verzacht epilepsie en kramp en bedwingt walging en spuwen van spijzen die in de maag zijn of vloeit en ze slankt ziektes af dat van volheid komt. En gekookt met olie en op de huid gepleisterd dat opent de poriĎn en rijpt blaren. Nochtans vaak genomen verdonkert ze het zien en verdroogt wulpsheid van mannen en van wijven. En verzacht de pijn in vulva, gekookt in bronwater [193] en als het vrouw daarin zit laat het haar stonden komen. En het zaad daarvan gebrand en op de aambeien gepleisterd laat die genezen. En gelegd op wonden of op murwe blaren in de ballen of op het eind van de roede, dat droogt en laat ze genezen. En de zweer van de jicht verzacht het en in de vulva gedaan verzacht de pijn daarin.

En men zal weten dat men aldus het op 3 manieren medicijnen in de vulva doet; Men nat katoen of een stuk lappen in het sap of wat men daarin wil steken en dan steekt men het in vulva. En met klysma’s laat men het ook daarin lopen. En men stampt ook het vochtige en droge kruid en steekt het in een zakje zo groot als een gematigde schacht en steek het dan in vulva, welke het beste is dat zal men doen.

 

Hildegard von Bingen wijdt een hoofdstuk aan De Dille, der Dill. Dodonaeus zegt; ‘Dille oft Anethum ende miet dien naem isset in de Apoteken bekent’.

Anethum graveolens L., dille, Frans anet odorant, fenuil batard, faux anis, Duits Dill, Till, Engels dill, anet.

In de oudste stedelijke farmacopees zijn ook de zaden alleen als officineel aangegeven. Later worden ook de bladeren gebruikt.

Dille zaden bevatten een 4% Oleum anethi, een vrijwel kleurloze olie. Het zal dus wel aromatische een waarde hebben met een antiseptische werking in de spijsverteringstractus en ook op de huid. Hildegard von Bingen zegt; ‘zur Unterdrucking sinnlichter Triebe’.

Er wordt niet gesproken over de melkbevorderende eigenschappen waar alle andere kruidboeken het wel over hebben en nog lang in de volksgeneeskunde zo gebruikt werd.

 

Apium of marke of apie.

 [7]

Apium. of marke. of apie. of eppe. dats al eens. ende es heet min dan (260) in den .3. graet. droge in den middel van den .3. grade. Ende tsaet heeft die meeste cracht daer na die wortel ende daer na tcruut Ende als mense vint bescreven sal men ne- (265) men tsaet. Ende het opent verstoptheit vander milten. ende doet orine maken. ende dwijf haer stonden hebben ¶ ypocras seit dat die bladere vander apien doet bat orine maken dan si den lichame stopt. nochtan stoptse (270) den lichame. Tsap van apien met venkele veriaecht den corts. Ende apie saet es goet met te ripene alle coude humoren ¶ Apie saet. zeem. ende tarwen bloeme geminct tegadere. ende geplaestert dat sacht ende (275) droget fistelen ende alle vule gate ende apostemen ende cankeren. Ende apie heeft macht te verduwene vloyende humoren ten hoefde ende ter magen enter tongen. Ende den genen die tgroet evel hebben en zal men (280) niet geven. want si deert hen ende doetse vallen. ende si en selense niet rieken. Ende si deert kindren. Ende si es quaet geten vrouwen die kint dragen. om dat quade humoren siin getogen ter moeder van den wive. want (285) tkint esser met gevoedt. ende om dat si brect die banden daer tkint in leegt gebonden ¶ Galyenus seit die wijf die kint dragen ende vele apisaet nutten met rechte moeten die kindere vele vul- (290) re apostemen hebben ende vele humoren ende vule wonden ende vule gaten. Ende daer omme verbieden die meestere den wiven die kint dragen of soegen. dat si gene apie en eten. dat die kindere niet besmet (295) en werden metten groete evele. of met andren tempeesten alst vorseit es. Ende si es quaet kindren ¶ Ende si es van .3. manieren Apium reninum. Apium ermoroydarum. dese gesoden in wine ende geplaestert op die (300) lendinen. of beneden den navele es goet den lendenen ende doet wel orine maken. ¶ Een ander geslachte van apien es dattie meesters heeten cerfolium. entie lieden sceldent kervel. Ende si es heet in den .3. (305) graet. Ende gedronken met luttel zeems doet wel orine maken. Ende dwijf haer stonden hebben. Ende sachtet die nieren entie lendinen. ende torcioen entie blase dat van groven winde comt. Ende sachtet oec den wint in (310) die ende in die levere. ende opent alle die lede binnen van verstoptheiden die verstopt siin. ¶ Ende noch es .1. geslachte van apien. dat men heet petrocilium. ende som die liede heetent persiin. Ende es heet ende droge int (315) ende van den .3. grade. Galyenus seit dat persiin geplaestert op drope ende op morfea ende op puusten suvertse. Ende tsaet daer af doet wel orine maken. ende dwijf haer stonden hebben. ende sceedt wint ende opblasinge ende sacht die pine vander blasen. Ende es goet (320) iegen twater. ende suvert die lendenen entie levere. ende wlva entie niere meest. Ende sceedt dat lanc evel dat van winde comt Ende in wlva gedaen doet menstrua hebben (325) ende ledecht dat dode kint uten lichame ende dat netteken daert in leegt.

[194]  [7] (Apium graveolens, eppe, selderij)

Apium of marke of selderij of eppe, dat is allemaal hetzelfde. Het is heet minder dan in de 3de graad en droog in het midden van de 3de graad. En het zaad heeft de meeste kracht, daarna de wortel en daarna het kruid. En als men het beschreven vindt zal men het zaad nemen. En het opent verstopping van de milt en laat urine maken en de vrouw haar stonden hebben. Hippocrates zegt dat de bladeren van Apium beter urine maken dan het de ontlasting stopt, nochtans stopt ze de ontlasting. Het sap van Apium met venkel verjaagt de koorts. En zaad van Apium is goed om alle koude vochtvermenging te laten rijpen. Apium zaad, honing en tarwebloem tezamen gemengd en gepleisterd verzacht en verdroogt diepe etterwonden en alle vuile gaten en gezwellen en kanker. En Apium heeft kracht vloeiende vochtvermenging te verdrijven in het hoofd en in de maag en van de tong. En diegene die vallende ziekte hebben zal men het [195] niet geven want ze deert hen en laat hen vallen en ze zullen het niet ruiken. En ze deert kinderen. En ze is kwaad gegeten door vrouwen die een kind dragen omdat kwade vochtvermenging in de baarmoeder van de vrouw gegroeid zijn want het kind is ermee gevoed en omdat ze de banden breekt waar het kind in gebonden ligt.

Galenus zegt dat vrouwen die kinderen dragen en veel Apiumzaad nuttigen dat die kinderen met recht vuile blaren hebben en veel vochtvermenging en vuile wonden en vuile gaten. En daarom verbieden de dokters de vrouwen die kind dragen of zuigen dat ze geen Apium eten zodat die kinderen niet besmet worden met vallende ziekte of met andere ziektes zoals gezegd is. En het is slecht voor de kinderen.

En het is er in 3 soorten; Apium reninum. Apium ermoroydarum. Die gekookt in wijn en gepleisterd op de geslachtsdelen of beneden de navel is goed voor de geslachtsdelen en laat goed urine maken. Een ander geslacht van Apium is er die de dokters Cerfolium (Anthriscus cerefolium) noemen en mensen schelden het uit voor kervel. En ze is heet in de 3de graad. En gedronken met wat honing laat goed urine maken en de vrouw haar stonden hebben. En verzacht de nieren en de geslachtsdelen en kramp en de blaas dat van grove wind komt. En verzacht ook de wind in die en in de lever en opent alle leden binnen van verstoppingen die verstopt zijn.

En noch is er 1 geslacht van Apium dat men Petroselinum (Petroselinum crispum) noemt en sommige mensen noemen het persiin. En dat is heet en droog op het einde van de 3de graad. Galenus zegt dat peterselie gepleisterd op smetten en op huiduitslag en op [196]  puisten het zuivert. En het zaad er van laat goed urine maken en de vrouw haar stonden hebben en lost op wind en opblazen en verzacht de pijn van de blaas. En het is goed tegen het water en zuivert de geslachtsdelen en lever en vulva en de nieren het meest. En scheidt onderbuikspijn dat van wind komt. En in vulva gedaan laat het menstruatie hebben en leegt het dode kind uit het lichaam en het net daar het in ligt.

 

Apium graveolens L, eppe, mark.

Dan zijn er 3 soorten, de gewone, Apium reninum en Apium emorroydarum. Vervolgens voegt hij er nog 2 bij, Cerfolium en Petrocilium, die worden verder apart behandeld.

Herbarius in Dyetsche zegt dat ‘Eppe is veelderley als tam die in de hoven wast ende wilt dat int wilt wast oeck een ander esser dat int water wast’.

Platearius noemt nog meer soorten dan de Herbarijs, de gewone, maneries apii; 1. Apium raninum vel reninum, de 2de is apium emorroydarum, emorroydas exiccat, de derde is Apium risus, ‘quia melancholicum purgat humorum abundantem, ex cujus abundantia fit tristitia’.

De Ortus sanitatis noemt 4 soorten, 1; Eppe of ioncfrou marke. 2. Wilde eppe, apium silvestre, en zegt; wast gemeenlic biden vuylen wateren daer die vorschen wonen. Oock noemt een yegenlyc mensce dit cruyt Rysus dat is gelach, want ghenomen oft gheten doeget den mensche soe seer lachen dat zij daer af sterven’. 3 Boeren eppe, Apium rusticum, ‘gemeynlijc genemt apium regale’. 4. Vighe bladeren eppe, apium emorroydarum latine, ‘sonderlinghe sal dit cruyt worden genomen in die medicinen tot den vighebladeren oft spenen. (aambeien).

Dodonaeus spreekt ook over eppe of jouffrouw merck; ‘in Latijn Palustre Apium oft Palupadium, al oft men broeck eppe seyde,  dat sommigen het ook water eppe noemen, in het latijn Aquatile Apium. Apium risus of Apium Sardonium is de naam van de waterhanenvoet. Apium hemorrhoidale is het kleine speenkruid’.

Samengevat zou de marke of eppe van de Herbarijs, Apium van Platearius, eppe of ionckfrou marke van Ortus sanitatis, eppe of jouffrouw merck van Dodonaeus, Apium graveolens L., zijn, selderie, eppe of tuineppe, Frans ache odorante, ache des marais, celeri sauvage, Duits Eppich, Wilder Sellerie, Engels wild celery, smallage.

Apium reninum van de Herbarijs, apium raninum seu reninum van Platearius, wilde eppe, apium silvestre, Rysus van de Ortus sanitatis, water hanenvoet van Dodonaeus, als Batrachium aquatile Dum (Ranunculus aquatilis L), waterranonkel, witte ranonkel, waterhanenvoet, palingkruid, Frans brouille blanche, renoncle d’eau, Duits Wasserhahnenfuss, Froschkraut, Engels watercrowfoot.

Dodonaeus Apium hemorrhoidale is het kleine speenkruid, Apium emorroydarum van Herbarijs, vighe bladeren eppe van Ortus sanitatis is het speenkruid, Ranunculus ficaria L.

 

 

Agremonie.

 [8]

Agremonie heilt wonden. ende es goet in wonden dranke. ende es goet die wonden met gedwegen. Ende si es goet in fiste- (330) len ende in cankere. ende in allen vulen gaten Ende si stelpt bloet ten nese. ende diese nut maecse claer die ogen

[198] [8] (Agrimonia eupatorium, leverkruid)

Agrimonia heelt wonden en is goed in wonddranken en is goed om er de wonden mee te wassen. En het is goed in diepe etterwonden en in kanker en in alle vuile gaten. En ze stelpt bloed in de neus en die het gebruikt geeft ze helder zicht.

 

Ortu sanitatis vermeldt agrimonie, oderminghe en odermunge. Dodonaeus zegt over Agrimonia; ‘Int Griex en Latijn heet dit cruydt Eupatorium. Dan de Apothekers pleghen dit cruydt Eupatorium te heeten; sommige noement Ferraria minor, oft Concordia oft oock Marmorella.

Matthiolus ziet dot ook aan voor het Agremonia Eupatoria.

Agrimonia eupatoria L., agrimonie, leverkruid, avermonig, Frans aigremoine commune, eupatoire des Grecs, Duits Odermennig, Engels agrimony, liverwort.

Het is de Eupatorium van de oude schrijvers. Plinius zegt; ‘Eupatorium quoque regiam auctoritatem’, koninghlijck cruydt, zegt Dodonaeus (naar koning Eupator)

Hildegard von Bingen ziet Odermennig aan als een middel tegen huidziektes. De tamelijk hoge hoeveelheid looistoffen (5%) in Agrimonia kan, gezien de bactericide en adstringerende werking de wond zuiverende, bloedstelpende en oogklarende werking enigszins verklaren,

 

Amidum.

  [9]

AMidum es heet ende wac. ende men maket aldus. Men leit tarwe in cou- (335) den borne enen dach ende .1. nacht. ende men salt dicwile roeren tote dat root. ende dan zal ment puren van den watere ende zere stoten. ende tsap zien dore .1. cleet. Dan zal ment setten in die hete sonne so dat dwater ver- (340) droge. ende dan salmer weder cout water in gieten ende latent sinken. ende dan weder af puren. Ende dat beneden in den bodem blijft dat zal men setten ter sonnen. ende latent drogen. ende witten ende hardden. Dits amidum (345) Ende men maket van gestampter garsten in deser manieren. Ende si es goet den geesteliken leden. ter magen ter longenen ende ter hertten.

[200]  [9] (Amylum, zetmeel)

Amylum is heet en vochtig en men maakt het aldus; Men legt tarwe een dag en een nacht in koud bronwater en men zal het vaak roeren totdat het rot (meer fermenteren) en dan zal men het water er uitdoen en zeer stampen en het sap door een kleed duwen. Dan zal men het in de hete zon zetten zodat het water verdroogt en dan zal men er weer koud water in gieten en laten het bezinken en dan weer af gieten. En dat beneden in de bodem blijft dat zal men in de zon zetten en laten drogen en witten en harden. Dat is amylum. En men maakt het van gestampte gerst op deze manier. En het is goed voor geestelijke leden, (levensorganen)voor de maag, longen en het hart.

 

Dit kapittel is bijna letterlijk uit Platearius overgenomen. De bereidingswijze gebeurde ongeveer zoals het nu nog gebeurt. Er waren dus enkel 2 soorten van zetmeel bekend, van tarwe en van gerst. De Ortus sanitatis spreekt over Kraftmeel, Stijfsele, ameldonc(k). Bij Dodonaeus wordt amylum bereid uit tarwe en spelt. ‘Ameldonck of stijfsel, Amylum, wort uit fijne Tarwebloeme oft Siligo gemaect ende oock uit de Zea oft Spete. Men noemt dit Corenwerck in Griecx Αμνλν, omdattet sonder Molen/diemer in Griecx Myla noemt/ bereydt wort; daer van hebben de Apotekers eenen bedorven naem Amydum ghemaeckt, die de Brabanders in Ameldonck veranderen’.

 

Ampletini bloemen.

 [10]

Ampletini bloemen siin cout in den .2. graet. Ende siin goet iegen heet evel (350) ende iegen verhitte levere. Ende iegen heeten hoeftswere. eist dat mense siedet met sucre in borne. ende doet oec wel slapen. Ende dat water van desen bloemen. doet al dese dinc eist dat men der met dwaet dat hoeft.

[201]  [10] (Ampletini?)

Ampletini bloemen zijn koud in de 2de graad. En zijn goed tegen heet euvel (pest) en tegen verhitte lever. En tegen hete hoofdpijn, als men het kookt met suiker in bronwater en laat ook goed slapen. En dat water van deze bloemen doet al deze dingen is het dat men het hoofd ermee wast.

 

Ook Vandewiele kon dit probleem niet oplossen. Wel, zegt hij, is het ongetwijfeld een corruptie. Sinonoma Bartholomei heeft Ampelon prassion, vitis alba. Dodonaeus zegt echter dat ampeloprassum in de apotheken niet gebruikt wordt.

Mogelijk is het een verbastering van Acqelei bloemen. Daar werd een mooie blauwe siroop van gemaakt. Maar van de akelei worden meest alleen de zaden officinaal gebruikt.

 

Asabattara.

 [11]

(355) Asabattara es heet ende droge in den .4. graet Ende het siin scellen die van copere vallen daer ment smeedt. Dit doet den vrouwen comen haer stonden. ende doet wel orine maken. ende helpt den genen die vallen ende suvert wonden

[202] [11] (Tuchia, koperschillen)

Asabattara is heet en droog in de 4de graad. En het zijn schillen die van het koper vallen waar men mee smeedt. Dit laat bij de vrouwen hun stonden komen en laat goed urine maken en helpt diegene die gevallen zijn (epilepsie) en zuivert wonden. 

 

In Asabattara zien we aes; koper, battitura, van battere; hamerslag. Het zijn de schilfers van de verbrande korst metaal die onder het smeden er afspatten. In kapittel 154 wordt er nogmaals over koper gesproken. Dioscorides zegt ook; ‘Pariter duas aeris squammae facit species’ en verwijst naar Galenus (lib.9 de simple.medicament facultatibus) en naar Paulus Aegineta (lib. 70) en naar Aetius (lib.2) Tuchia zou uit de fijnste vonken van de koperovens afkomstig zijn, het is wit en heel licht en wordt in Duitsland Nichtes genoemd, vandaar het spreekwoord “ Nichtes ist die augen gut’ omdat het goed zou zijn voor de ogen. Herbarius in Dyetsche, ‘Tuchia verkoelt en stopt, het vult de zweren met vlees, het heelt en droogt. Tuchia maak je aldus: Gebruik het veel of was het in rozenwater, dan doe je het waar je wil of je maakt er een oogzalf of een medicijn voor de ogen van. De kracht van gewassen tuchia is zeer goed om in de ogen te lopen en tegen veel andere oogziekten.

Merk verder op dat in beide kapittels de samengesteldheid heet en droog is. Mogelijk is er in geschrapt omdat iemand asabaccara gelezen heeft en dit niet met koperschilfers kon overeen brengen.

Asarabakka is de in N. Nederland gebruikte naam voor Asarum europeaeum, mansoor. Herbarius in Dyetsche zegt; ‘Wilde Nardus of asarum is heet en droog in de derde graet. Doet de stonden der vrouwen komen, hed doet ooc pisse lossen’. Bij Platearius vinden we; ‘Assarum calidum et siccum in tertio gradu. Menstrua et urinam provocat…. et vulnera mundificat’. Het meest lijkt de beschrijving van de Ortus sanitatis er op; ‘Asarum grece, backara vel nardus agrestis latine. Heet ende droghe in den derden graet’, en is de gebruikswijze hetzelfde als in de Herbarijs.

Er is dus evenveel te zeggen voor Asarum europaeum, mansoor, hazelwortel, wilde nardus, Frans asaret, Duits Haselwurtz, Wilder Nard, Engels haselwort, wild spikenard, als voor koperschillen.

 

Antera dats saet van rosen.

 [12]

(360) Antera dats saet van rosen. Ende es goet iegen dat menisoen ende iegen walginge. Saet van rosen gepulvert ende gestroyt opten huuf doeten verdroegen. Men macht houden .1. jaer in een (365) gelasiin vat wel gedect

[203]  [12] (Rosa, Anthera; meeldraden)

Antera, dat is zaad van rozen. En het is goed tegen buikloop en tegen walging. Zaad van rozen verpulvert en gestrooid op de huig laat die verdrogen. Men kan het 1 jaar bewaren in een glazen vat die goed bedekt is.

 

Dodonaeus zegt ervan; ‘Het middelste van de Roose, dat is de geele draeykens ende nopkens die inde Roose wassen, heeten in Griex Anthos ton rhodon, ende in Latijn Flos Rosae, als ofmen seyde de Bloeme of Bloeysel van de Roose; in de Apoteke Anthera’.

Dioscorides schreef; ‘’Flos, qui in mediis rosis invenitur, siccatus, gingivarum fluxionibus efficaciter inspergitur’.

Ortus sanitats spreekt van ‘dat gheelsaet in die Roosen. Antera latine et grece’. Men kende het principe van vrouwelijk en mannelijk in de bloemen niet.

 

 

Allium dats looc.

[13]

Allium dats looc. ende es heet ende wac in den .4. graet. Ende es van .2. manieren deen es wilt en tander tam. ende wast in den hof daer ment poot. ende es dit dat wi ge- (370) meinlike  orboren. Ende dander wast opt velt. Ende heet scordion. dit en es niet also fel als tander. daer omme orbort ment meest in phisiken. Ende dit gadert men int ende van den lintere. ende droget. Also mach (375) ment .2. jaer orboren. mer hets beter dat ment alle jare vernuwe. Maer dattie gemeinte orbort dat heeft grote cracht in de hoefde te dissolveerne ende te verteerne Ende deert dien die van heter complexien siin (380) alse colerine. Mer fleumaten helpet wel. ende den genen die gereet siin ter juchtecheit. Ende droget luxurie. ende scedet groten wint ende verstoptheit. ¶ ypocras seit looc doet wel orine maken. Nochtan deret den ogen. Ende (385) dodet die wormen. Ende geneest verwoedde honts beten ende gevenijnde beten geplaestert Ende es goet iegen alle pine die van vercoutheiden comt gelijc triaclen. Ende somege meesters heetent dorpers triacle ¶ Dyasco- (390) rides seit. dat sceden doet groten wint ende ververscht den lichame. ende helpt den genen die quaet water gedronken hebben. ja geplaestert optie stede daer grote humoren vergadren. of vergadert siin doetse sceden. Ende het (395) sacht tantswere die van couden comt. Ende verslaet dorst die van couden comt uter magen. Ende geneest drope. ende zeter ende puusten in wat steden datsi siin ja der op gewreven ende geplaestert. Ende doet dwijf her stonden (400) hebben. ende verdrijft dnette daer tkint in leit eist dat dwijf na der pinen sitte in borne der et in gesoden es ¶ Looc dat in bosscen wast es heetere ende drogere Jegen die worme in den lichame. Nemt pertrec. looc. sap van menten (405) ende aysiin. hier af maect .1. sauche. ende geefse den sieken te nuttene in al sine spise ¶ Item dien die adren van der leveren te nauwe siin. ende qualike maect sine orine. hi make de selve sauche. ende temperse met wine (410) ende met sape van andren cruden die wel verduwen. alse venckel. persiin. ende marke. ende geefse den sieken te nuttene ¶ Een ander die met pinen maken haer orine. of die druppende pissen. Neme looc ende stampt (415) ende siedet in olyen. ende maker af .1. plaester ende legt boven siin gemachte ende al omtrent ¶ Een hoeft loocs gesoden in olye entie scellen af gedaen. ende dan gesteken in wlvam. doet den wive haer stonden comen (420) te poente ¶ Looc geten den genen die van heeter complexien siin. maecse lasers ende beswaert metten vallenden evele.

[204]  [13] (Allium sativum, knoflook)

Allium, dat is look, en het is heet en vochtig in de 4de graad. En er zijn 2 soorten van, de ene is wild en de andere tam en die groeit in de hof waar men het plant en dat is wat we gewoonlijk gebruiken. En de andere groeit op het veld en heet scordion. Dit is niet zo fel als de andere en daarom gebruikt men het meest voor genezing. En dit verzamelt men op het eind van de lente en droogt het. Zo kan men het 2 jaar gebruiken, maar het is beter dat men het elk jaar vernieuwt. Maar dat men gewoonlijk gebruikt heeft grote kracht in het hoofd op te lossen en te verteren. En deert diegene die van hete samengesteldheid zijn zoals heet bloedige. Maar flegmatische helpt het wel en diegene die aanleg hebben om jicht te krijgen. En verdroogt wulpsheid en lost grote wind op en verstopping.

Hippocrates zegt dat look goed urine laat maken. Nochtans deert het de ogen. En doodt de wormen. En geneest dolle hondenbeten en giftige beten, gepleisterd. En het is goed tegen alle pijn die van verkoudheid komt zoals triakel. En sommige meesters noemen het dorpstriakel.

Dioscorides zegt dat het grote winden laat scheiden en de ontlasting ververst en helpt diegene die slecht water gedronken hebben. Ja, gepleisterd op de plaats daar grote vochtvermenging verzamelen of vergaderd zijn laat die scheiden. En verzacht tandpijn die van koude komt. En verslaat dorst die van koude uit de maag komt. [205] En geneest smetten en huiduitslag en puisten op welke plaatsen dat ze zijn, ja daarop gewreven en gepleisterd. En laat de vrouw haar stonden hebben en verdrijft het net daar het kind in ligt als het vrouw na haar pijnen in bronwater zit daar het in gekookt is. Look dat in bossen groeit is heter en droger. Tegen de wormen in de ontlasting; Neem pyrethrum, look, sap van munt en ui, maak hiervan 1 saus en geef het de zieken te nuttigen in al zijn spijzen.

Item die de aderen van de lever te nauw zijn en slecht zijn urine maakt, hij maakt dezelfde saus en tempert het met wijn en met sap van andere kruiden die goed verduwen zoals venkel, peterselie en selderij en geef het de zieken te nuttigen. Een andere die met pijn hun urine maken of druppelend plassen; Neem look en stamp het en kookt het in olie en maak er 1 pleister van en leg het boven zijn geslacht en er omheen. Een hoofd look gekookt in olie en de schillen eraf gedaan en dan in de vulvaria gestoken laat bij het vrouw direct haar stonden komen. Look gegeten door diegene die van hete samengesteldheid zijn maakt ze melaats en bezwaart ze met de vallende ziekte.

 

Er zijn 2 soorten look, die indeling zien we vrijwel overal terug. Platearius spreekt van allium domesticum en allium silvestre. Herbarius in Dyetsche noemt; Loeck of alleum, tam huusloeck en wilt of scordeon. Ortus sanitatis zegt dat er Twederhande knoplooc zijn, het tamme noemt hij Allium en de wilde scordeon vel scordium .

Volgens Dodonaeus is het wilde look “Loock sonder Loock. Dit cruydt wort nu ter tijt in Latijn gheheeten Allaria ende Alliaris. Het en is het Scordium niet, hoe wel dattet daervoor in de Apoteken hier voormaels, doch met groote dwalinge gebruyckt plach te worden’.

Naar Dodonaeus is de wilde vorm dus Alliaria officinalis L., maar dat vroeger een andere plant voor wilde look werd gebruikt in de farmacie die dan ook wel door de Herbarijs wordt bedoeld, namelijk Teucrium scordium, watergamander, watermanderkruid, waterlook, Frans germendree aquatique, chamaras, Duits Stachel Gamander, Wasserknoblauch, Engels water germander, garlich.

Hoewel de Herbarijs niet zegt dat het in moerasachtige plaatsen groeit, maar op het veld, dat kan dan ook op Teucrium scorodonia L., slaan, wilde gamander, manderkruid, wilde of valse salie, Frans germandree sauvage, Duits Gamander, Engesl wood sage, garlick sage.

Als derde zou het toch om een ander soort ui kunnen gaan, Allium scordoprasum L., slangenlook, rocambole.

Over de tamme look zegt Dodonaeus; Loock; in Latijn ende inde Apoteken Allium ende Allium sativum. Het gaat hier om Allium sativum L., knoflook, tuinlook, boereteriaak, Frans ail commun, theriaque des pauvres, Duits Knoblauch, Engels garlic.

De farmacodynamische eigenschappen door de Herbarijs voor knoflook aangegeven stemmen ongeveer overeen met deze die er door de huidige wetenschap aan wordt toegekend, alleen het gebruik bij huidziektes komt wat vreemd voor.

De Herbarijs zegt dat look ‘droget luxurie’, de Ortus sanitatis drukt zich aldus uit; ‘Platearius seyt Dat wye met vrouwen vele te doene wille hebben die sal hem wachten van loock want het verdroghet sperma’.

Als boerenteriakel is het lang bekend geweest, Herbarius in Dyetsche geeft vrijwel dezelfde uitleg over ‘dat loeck der rusticen driakel’.

 

Artemesia dats bivoet.

[14]

ARtemesia dats bivoet. ende es heet ende droge in den .2. graet. sulke seggen(425) in den vierden graet. Ende tcruut behoort meer ter medicinen. dan die bladere of die worttelen doen. ende het es vele beter groene dan droge. nochtan machment .1. jaer houden. Ende es vrouwen goet die geen kint (430) en mogen dragen. op dat hen van versceiden comt. Mer comet hen van droecheiden. so es haer bivoet quaet. ¶ Bivoet ontstopt die lendenen ende doet dwijf haer stonden hebben. ende es goet gedaen in baden iegen coude (435) siecheiden. ende es goet gedronken iegen die artetike. Ende gesoden enten doem ontfaen te nese es goet iegen die reume int hoeft. Het es goet iegen alle verstoptheide vander moeder. ja gedronken. Of (440) gebaedt of den doem ontfaen in wlva ¶ Ende iegen .1. ongemac dat men heet crimpsel dats alse den mensce lust ten stoele te gane ende als hire comt dat hi niet doen en mach van groeter crempingen in den fondamente (445) dat van couden comt. Neemt colofonie ende legse optie colen. entie sieke sal dien rooc ontfaen beneden met enen trachtere of men wille. dien men daer over die colen welven sal. ende dan sal men bivoet zere warmen (450) biden viere entie sieke salder over sitten. ¶ Jegen die clieren. Neemt bivoet cout of heet ende legt daer op. die clieren selen tegaen. Ende bivoet es goet iegen dien hoeftswere gesoden ende gedronken.

[207]  [14] (Artemisia vulgaris, bijvoet)

Artemesia, dat is bijvoet, en het is heet en droog in de 2de graad, sommige zeggen in de vierde graad. En het kruid wordt meer in de medicijnen gebruikt dan de bladeren of de wortels doen en het is veel beter groen dan droog, nochtans kan men het 1 jaar goed houden. En het is goed voor vrouwen die geen kind [208] mogen dragen omdat ze daardoor overlijden. Maar komt het van droogte, dan is bijvoet slecht voor hen. Bijvoet ontstopt de geslachtsdelen en laat de vrouw haar stonden hebben en is goed gedaan in baden tegen koude ziektes en is goed gedronken tegen jicht. En gekookt en in de neus ontvangen is het goed tegen reuma in het hoofd. Het is goed tegen alle verstoppingen van de baarmoeder, ja gedronken of gebaad of de damp ontvangen in de vulva.

En tegen een ongemak dat men kramp noemt, dat is als de mens lust heeft om naar toilet te gaan en als hij er komt dat hij het niet doen kan van grote krampen in het fondament dat van koude komt. Neem Grieks pek en leg het op de kolen en die zieke zal die rook beneden ontvangen met een trechter of iets anders die men daar over die kolen welven zal en dan zal men bijvoet zeer warmen bij het vuur en die zieke zal er over zitten. Tegen de klieren; Neem bijvoet koud of heet en leg het er op, die klieren zullen vergaan. En bijvoet is goed tegen hoofdpijn, gekookt en gedronken.

 

Walefridus Strabo (negende eeuw) noemt in zijn Hortulus de artemisia vanwege haar overdadige kracht; Mater herbarum. Hildegard von Bingen noemt het Biboz of Beifusz. Herbarius in Dyetsche; ‘Bivoet of arthimisia. Platearius seet; het heet mater herbarum dats moeder der cruden. Bivoet in huus geleit ende gehroockt veriaecht de duvelie’. Ortus sanitatis; ‘Bivoet, byvoet, bivoot’. Dodonaeus; ‘Byvoet, Griecx Artemisia, by de Latijnen ooc. Van sommige Mater herbarum, dat is Moeder der cruyden genoemt, int Nederlantsch Byvoet; Sint Jans cruydt.’

Artemisia vulgaris L., bijvoet, wilde alsem, edelruit, Sint Janskroon, Frans armoise, herbe de la saint Jean, ceiture de saint Jean, couronne de saint Jean, Duits Echter Beifusz, Engels mugwort.

Bijvoet heeft zijn faam gekregen bij vrouwenziektes. Broeder Thomas, tijdgenoot van de schrijver van de Herbarijs drukt zich aldus uit; ‘Hevet eene vrouwe dat buickoevell inden kraem so salmen nemen byvoet ende bindese op haer navele’. Ortus sanitatis zegt; ‘oft bint men haer dat gesoden cruyt an haer dye, si genesen oec ter stont’.

 

 

Acetosa dats surkele.

[15]

(455) ACetosa dats surkele. ende es cout in den .3. graet ende droge in den iersten. Ende diese eet in den linter maect goet appetijt. ende doet zere hongeren. ende wederslaet alle hitte. Ende es goet geplaestert op alle (460) drope. ende op heete apostemen. Ende si stremet menstrua in wlva gesteken van onder. Ende si es goet in allen couden salven ende in allen couden plaestren omme hitte te weerne ¶ Echter die gebernt es van viere. entie (465) ogen geswollen. dien zal men surkele stoten ende daer op leggen ¶ Echter tsap van haer stremmet menisoen. ende purgiert die vrouwe van haren saken. ende doodt die worme ende verslaet venijn. ende stopt den lichame die te licht es. Ende es goet op alle heete ongemake

[209] [15] (Rumex acetosa, zuring)

Acetosa, dat is zuring, dat is koud in de 3de graad en droog in de eerste. En die het eet in de lente maakt goede appetijt en laat zeer hongeren en verdrijft alle hitte. En het is goed gepleisterd op alle smetten en op hete gezwellen. En ze stremt de menstruatie in de vulva als het van onder ingestoken wordt. En het is goed in alle koude zalven en in alle koude pleisters om de hitte te weren. Echter die verbrand is van het vuur en de [210] ogen gezwollen, voor die zal men zuring stampen en het erop leggen.

Echter het sap er van stremt buikloop en purgeert de vrouw van haar zaken en doodt de wormen en verslaat venijn en stopt de ontlasting die te licht is. En is goed op alle hete ongemakken.

 

Hildegard von Bingen spreekt van Amphora, Der Ampfer. Herbarius in Dyetsche; Sulker of Acetosa es som tam of domestike die inde hoven wast som wilt buten wassende’.

Ortus sanitatis; Surckele. Acetosa latine. Dodonaeus; Surckele ende Zurinck, in Latijn Oxalis, Lapathum acidum, Rumex acidus, oft (soo het in de Apoteken bekent is) Acetosa.

Rumex acetosa L., grote zurkel, paardezurkel, zuurling, Frans oseille, Duits Sauerampfer,, Engels sorrel.

Soms komen er 2 soorten voor, grote en kleine, de kleine is dan Rumex acetosella L, schaapszuring.

 

Actili.

 [16]

Actili siin wac ende heet in den .2. graet ende maken grof bloet. ende siin piinliker te verduwene dan droge figen

[211]  [16] (Phoenix dactylifera, dadel)

Actili zijn vochtig en heet in de 2de graad en maken grof bloed en zijn pijnlijker te verduwen dan droge vijgen.

 

Waarschijnlijk is dit een verbastering van Arilli. Dodonaeus zegt in het hoofdstuk “Van den Wijngaert; ‘De Saden die wij keernen oft Steenen noemen, heeten in Latijn Vinacea, ende somtijts ook Nuclei; in de Apoteken gemeynlijck Arilli, al oftmen Aryduli seyde, dat is Drooge oft Dorre steenkens’.

Het zou ook kunnen dat het hier gaat om Dactili. De Ortus sanitatis handelt over dactilen of daeyen, daien of datillen, dayen, dadilen en ze worden net als in de Herbarijs aangezien voor ‘heet ende vruchtig inden tweeden graet’en zegt ook dat ‘die dayen in dien menschen grof bloet maken’.

Hildegard von Bingen zegt dat de dadels voedzaam zijn als brood, doch te veel ingenomen is schadelijk en veroorzaakt ademnood.

Dodonaeus kent de dezelfde werking aan toe. ‘De Dadel waer die ooc gewassen zijn, zijn allegader gemeynlijck quaet ende moeylick om verteeren’. ‘Het sap dat sij geven, ende het bloet dat van de selve in ’t lijf groeyt, is heel grof, dick ende swaer’.

Phoenix dactylifera L. dadelboom, Frans dattier, Duits Dattelpalme, Engels date palm.

 

 

Avena, dats evene.

 [17]

(475) Avena. dats evene. Si sachtet ende verslaet ende si maect moru alle hardde geswille. ende daer omme ordineert wel dat meele

[212]  [17] (Avena sativa, pluimhaver)

Avena, dat is evenie. Het verzacht en verdrijft en maakt murw alle harde gezwellen en tot dat doel gebruikt men wel dat meel.

 

Dodonaeus zegt; ‘In Brabant heet dit coren Haver. In Latijn Avena. Het gebruik is als van de Herbarijs.

Hildegard von Bingen noemt haver een voortreffelijke en gezonde spijs voor de mensen, verschaft een vrolijke geest, een rein en helder verstand, goede kleur en gezond vlees. Ortus sanitatis spreekt er anders over; ‘Galienus inden boeck de Cibis spreeckt dat havere oec een spijse is der dyeren ende neyt der menschen ten ware alst grooten dieren tijt ware soe mochtmen daer broot af backen gelijck alst dicwils gezien is. Maer dit broot geeft den menschen cleyne spijsinghe ende luttel bloets’.

Avena sativa L. Haver, Frans avoine, Duits Hafer, Engels oats.

 

 

Betonica.

¶ Betonica. borago. buglossa. bedegar bugla. (480) branca urcina. brionia. barnage. baucica. balsamica. batte edere

Betonica. borago. buglossa. bedegar bugla. branca urcina. brionia. barnage. baucica. balsamica. batte edere.

 

 

 [18]

BEtonica es heet ende droge in den iersten graet. ende es betonie in dietsch Ende gedronken lange tijt claert (485) die ogen ende wachtse van humoren. Ende sterct dat hoeft. ende es goet iegen hoeftswere. Ende heilt wel hoeft wonden Ende es goet in plaestren ende in dranke die ten hoeft wonden gaen. Ende si es goet (490) iegen dlanc evel. ende verlicht verschen lichame ende coude ¶ Tpulver van betonien doet spuwen. ende licht weder op die moeder die gesonken es. ende doet comen haer stonden Ende es goet gedronken met sape van sleen (495) den genen die bloet spuwen of etther spuwen. ende iegen die hoeste. ende iegen cortten adem ¶ Tsap van betonien metten sape van wegebreden gedronken vore den corts alle dage. Dat helpt. Ende betonie (500) es goet iegen den vierden dach reets. ende si verdrijft donker ogen ende die geelsucht. ende si droget dwater. Ende suvert die moeder eist dat mense daer met dwaet met borne daer si in gesoden es. ende daer mense nut met dran- (505) ke ¶ Betonie gestampt met soute geneest nuwe wonden op dat ment daer op plaestert Ende betonie allene geneest thoeft dat tebroken es. ende helpt maken orine ende brect den steen

[213]  [18] (Stachys officinalis, betonie)

Betonica is heet en droog in de eerste graad en heet betonie in Diets. En lange tijd gedronken verheldert het gezicht en beschermt het van vochtvermenging. En versterkt het hoofd en is goed tegen hoofdpijn. En heelt goed hoofdwonden. En is goed in pleisters en in drank die in hoofdwonden gaan. En ze is goed tegen onderbuikspijn en verlicht vochtige ontlasting en koude.

Het poeder van betonie laat spuwen en licht de baarmoeder weer op die gezonken is en laat haar stonden komen. En is goed gedronken met sap van slee (Prunus spinosa) diegene die bloed spuwen of etter spuwen en tegen de hoest en tegen korte adem.

Het sap van betonie met het sap van weegbree voor de koorts elke dag gedronken. Dat helpt. En betonie is goed tegen de vierde daagse malariakoorts en ze verdrijft donkere ogen en geelzucht en ze droogt het water op. En zuivert de baarmoeder als men het daarmee wast met bronwater daar ze in gekookt is en daar men het nuttigt met drank. Betonie gestampt met zout geneest nieuwe wonden als men het daarop pleistert. En betonie alleen geneest het hoofd dat gebroken is en helpt urine te maken en breekt de steen.

 

490 verlicht verschen lichame ende coude; geneest ziekten die uit natheid en koude voortkomen (allusie op temperamentleer). 501, tot donker ogen; men stelde zich voor dat galdampen het gezicht vertroebelden.

Dodonaeus; Betonie int Latijn Betonica; by sommighe Vetonica. Inde Apoteken isset met den Latijnschen naem Betonica bekent’.

Stachys betonica Benth. (Betonica officinalis Trevisan) koortskruid, Frans betoine officinale, Duits Batunge, Zehtkraut, Engels betony, bishops wort.

Dioscorides, Galenus en Musa beschreven deze plant en kennen er vele eigenschappen aan toe, vooral bij hoofdwonden en hoofdpijnen. Om die reden was ze het hoofdingrediĎnt van tplaester van jherusalem (later Emplastrum de Janua of emplastrum de betonica) en ook van Emplastrum Graciae Dei; beide pleisters werden vanwege hun toepassing ook Emplastrum cephalica genoemd.

Hildegard von Bingen kent ook de Bathenia, Die Betonika.

Herbarius in Dyetsche vermeldt Bottonie of betonie dat es betonia.

Ortus sanitatis stemt met de werking goed overeen met de Herbarijs en zegt; ‘Plinius spreeckt die betonie over hem draget dien en mach gheen toverie scaden’, net zo in de Liber Avicenne in hoofdstuk 35; ‘Wet dat betonie geleit in eens menscen bedde die vele peinst ende dien swaerlike dromet helpt herde zere alsi verwarmt es van dien mensce. Ende byvoet helt iegen den duvel’.

 

 

Borago, dats bornagie.

[19]

(510) BOrago. dats bornagie. ende es heet ende versch in den iersten graet. Si purgiert oec hete colere. ende helpt den genen die therte evel hebben van melancolien Ende geminct met wine ende gedronken ver- (515) blijt die hertte ¶ Ende dranc daer af gemaket met seeme ende met sukere es goet iegen droge borst. ende iegen die longene. ende iegen die steecte. ende iegen die coude milte. ende iegen coude toevalle van der hertten.

[215]  [19] (Borago officinalis, bernagie)

Borago, dat is bernagie, dat is heet en vochtig in de eerste graad. Ze purgeert ook hete hete gal en helpt diegene die hartziekte hebben van melancholie (zwarte gal). En gemengd met wijn en gedronken verblijdt het hart.

En drank er van gemaakt met honing en met suiker is goed tegen droge borst en tegen de longen en tegen de steken en tegen de koude milt en tegen koude ziekten van het hart.

 

Dodonaeus; ‘De oprechte Buglossa van de ouders, dat is de Bernagie, is tweederhande; de eene vergaet des winters; de ander blijft altijt groen. De gemeyne Bernagie heet in de apoteken Borago’. De tweede soort komt voor in kapittel 25.

Borago officinalis L, borragie, bernagie, Frans bourrache, Duits Borretsch, Gurkenkraut, Engels borage, burrage, beelread.

Herbarius in Dyetsche spreekt van Bernagie of Bernaidge of Borago of Bernaijdge.

Nylandt zegt: ‘Voor Swaermoedigheyt, Hertkloppinge, Geel-sucht en heete Koortsen (volgens Galenus).

Platearius zegt; ‘Borago valet cardiacis melancholicis’.

Dat Borago het hart verblijdt, daarover zegt Dodonaeus; ‘Bernagie, schrijft Dioscorides, in Wijn geworpen, wort gelooft blijdschap des herten te maecken; Galenus ende Plinius versekeren oock tselve, seggende dat Bernagie in de Wijn gedaen, veroorsaeckt blijschap, ende vrolichheyt can maken, so men meynt, ende het gemoed verheugen, ende daer van is den naem Euphrosynon oock gecomen, die soo veel beduydt al ofmen Blijmakend cruydt seyde; ’t selve wort oock te kennen gegeven met dit oudt Latijnsch Cluppelgedicht:

Illa ego Borago gaudia semper ago

Dat is: Ick die men noemt Bernagie

Geef thert altijt coragie.

 

Buglossa, dats wilde boragie.

 [20]

(520) BUglossa. dats wilde boragie. Ende es goet in wonden dranke. ende doet alt tselve. dat doet bornagie voren

[216]  [20] [Anchusa officnalis, ossentong)

Buglossa, dat is wilde boragie. En het is goed in wonddranken en doet al hetzelfde wat bernagie hier tevoren doet.

 

In de Sinonoma Bartholomei komt Buglossa voor met het synoniem barba sylvana, lingua bovis.

Herbarius in Dyetsche heeft Osstentonghe oft Buglossa of lingua bovis.

Ortus sanitatis spreekt van ossentonghe of buglosse, osschentonghe, Lingua bovis latine en zegt; ‘dat dit cruyt bladeren heeft die der aerden nakende zijn. ende die een fatsoene hebben gelyck een ossen tonghe’.

Dodonaeus zegt van Buglosse of Ossentonge; Groot oft Tamme Ossentonge, die men in de Apoteken van dese ende ander landen hedendaechs gemeynlijck Buglosse noemt’. Dit alles sluit aan met het synoniem van Dioscorides Buglossum, Lingua Bubula.

Anchusa officinalis L. Ossentong, Frans buglosse officinale, bourrache batarde, langue de boef, Duits Ochsenzunge, Engels ox tongue, bugloss.

In de volksgeneeskunde wordt ossentong nog lang gebruikt. ‘In Spanje en elders’, zegt Clusius, ‘verkoopt men kleine dooskens vol van eene zalve, met de wortels van Ossentongen gemaekt, en waermede  de vrouwen haer aengezicht blanketten…. De bladen met honig en meel bereid, genezen de verstuikte leden, en het water waarin die wortels gezoden zijn, in de kamers gesproeid brengt vlooijen om’.

 

Bedagar, dats eglentier.

[21]

BEdagar. dats eglentier. ende es cout in den iersten graet. ende tusscen (525) versch ende droge. Ende starct die mage. ende sacht dagelijxen rede. ende sacht die beten van quaeden wormen. ja daer op geplaestert ¶ Die wortele es goet iegen dat bloeden van den lichame. ende op (530) die leden geplaestert. het starcse. ende verdrijft die humoren die daer wert vloyen. ende doet sceeden versche apostemen. Ende met dranke daer af den mont gedwegen dat sacht den tantswere. Ende die riseren entie scorssen (535) entie bladere gaen in medicinen. ende doen datter vorseit es ¶ Eglentier gestampt met aysine geneest rudecheit ende versche wonden. als mense daer met dwaet Ende hi geneest saen dat tebroken es. Ende (540) si siin cout ende droge in den .3. graet. Het geneest humoren van fleumen onder .s. dr. vanden scorssen gedronken met wine ende met aysine gestampt ende gesuvert. dat geneest morfea. ende suvert die huut ende (545) puusten. ende drope. Ende op tebrokene been geplaestert geneset metter spoet.

[217]  [21] (Rosa canina, hondsroos)

Bedagar, dat is egelentier, en het is koud in de eerste graad en tussen vers en droog. En versterkt de maag en verzacht dagelijkse koorts en verzacht de beten van kwade wormen, ja daarop gepleisterd.

De wortel is goed tegen het bloeden van de ontlasting, op de leden gepleisterd versterkt die en verdrijft de vochtvermenging die daar naar toe  vloeien en laat vochtige blaren scheiden. En met drank daarvan de mond gespoeld dat verzacht de tandpijn. En de twijgen en de schorsen en de bladeren gaan in medicijnen en doen dat gezegd is.

Egelantier gestampt met azijn geneest schurft en vochtige wonden als men ze daarmee wast. [218] En het geneest tezamen dat gebroken is. En ze zijn koud en droog in de 3de graad. Het geneest vochtvermenging van fluimen onder anderhalve drachme van de schors gedronken met wijn, met azijn gestampt en gezuiverd geneest het huiduitslag en zuivert de huid en puisten en smetten. En op het gebroken been gepleisterd geneest het met spoed.

 

‘God schiep de roos, de duivel de egelantier’. (Bretoens spreekwoord)

Sinonoma Bartholomei geeft; ‘nodus rosae albae silvestris, eglentier’. Ortus sanitatis; ‘haechdoren oft eghelentier, haechdoernen, Bedegar vel bernedate Arabice, Acantisleuce grece, Spina alba latine’.

Dodonaeus beschrijft een soort wilde rozen; ‘Wilde Roosen, Rosa silvestris of Rosa canina, Honts-Roose; Die ruyge hayrighe ballekens, die aen de ranken oft roeden van dese Wilden Rooselaer dickwyls wassen, mogen seer bequaemelyck ende eygentleck Spongiekens vande Wilde Roosen genoemt worden, in ’t Latijn Spongiolae silvestris Rosae; de welcke in sommige Apoteken voor het Bedeguar, niet sonder groote dwaelinghe, ghenomen worden, want het oprecht Bedeguar is by de Araebsche Meesters een soorte van Distelen; die in ’t Griex Acantha leuce, dat is Spina alba op ’t Latijnsch genoemt wort’.

Rosa canina L, zou dan volgens Dodonaeus de bedegar zijn. Nu wordt Rosa egelantier zo genoemd, bedeguar is een rozengal die vroeger gezien werd als een natuurlijke aangroei.

 

Buggla, dats buggle.

[22]

BUggla. dats buggle. Ende es doreginge. ende heilt wonden van buten ende van binnen. ende es goet in wonden dranke. ende heilt apostemen die suver siin. Ende si (550) heilt quetssinge van binnen. ende si es goet in salven ende in plaestren die wonden heilen.

[220]  [22] (Ajuga reptans, zenegroen)

Buggla, dat is bugela. En is doorgaande en heelt wonden van buiten en van binnen en is goed in wonddranken en heelt etterbuilen die zuiver zijn. En ze heelt kwetsingen van binnen en ze is goed in zalven en in pleisters die wonden helen.

 

Dodonaeus; ‘Senegroen oft Ingroen, anders Bugula genaemt’. ‘Men rekent dit cruydt onder die Wondt-cruyderen, die in ’t Latijn den naem van Solidago oft Consolida voeren, van sommige oock Consolida media genoemt; de Apotekers van desen lande Bugula opt Latijnsch’.

Consolida major en minor komen voor in de kapittels 33 en 34.

Joannes Bauhinus vermeldt in zijn Historia Plantarum; ‘Consolida media, quibusdam bugula’.

Ajuga reptans L., zenegroen, senegroen, ingroen, kleine waalwortel, Frans bugle rampante, consoude moyenne, Duits Drichender Gunsel, Engels bugle.

Ruellius beweert dat in Frankrijk de spreuk bestaat;

Qui a la bugle et la sanicle

Fait aux chirurgiens la nicle (=nique) en getuigt zo van de buitengewone wond helende werking van deze kruiden, beide kruiden heten bij ons wondkruid.

Alle oude schrijvers geven haar een wond helende werking, in- en uitwendig.

 

Branca urcina, dats berre wortte.

[23]

Branca urcina. dats berre wortte. ende es heet ende wac in den .2. graet. Ende es (555)goet jegen alle deren vander borst. Ende si es goet in clisterien iegen harden lichame ende drogen. ende si maect harde apostemen moru. ende rijpse die siin van couder naturen Ja gestampt met verscher vlage ende der op geleit.

[221] [23] Heracleum sphondylium, berenklauw)

Branca urcina, dat is berenkruid, en is heet en vochtig in de 2de graad. En is goed tegen alle ziekten van de borst. En ze is goed in klysma’s tegen harde ontlasting en droge en ze maakt harde blaren murw en rijpt die van koude naturen zijn. Ja gestampt met verse mest, er op gelegd.

 

Met Branca ursina wordt meestal gedoeld op de berenklauw, Acanthus mollis L.

Fuchsius noemt onze plant Branca ursina officinarum Achantus germanica.

Dodonaeus schrijft; ‘De Apotekers van Hooch Duytschlandt ende oock van Nederlant plagen dat hier voortijts Branca ursina te noemen, ende dat selve in stede van de oprechten Branca ursina oft Acanthus seer onbedachtelijck in de clysterien te gebruycken’.  Hier worden dan ook meest inlandse planten gebruikt en niet de van ver ingevoerde planten.

Herbarius in Dyetsche heeft Berenclauwe of branca ursina. Ortus sanitatis; Beeren clau, berenclau, beren clauwe.

Heracleum sphondylium L., berenklauw, varkenskool, heelkruid, Frans branc ursine, bilreuil, Duits Barenklau, Heilkraut, Engels bear’s breech, cowparsnip.

 

Brionia of oude rape of corpentaes.

[24]

(560) Brionia of oude rape of corpentaes es heet ende droge. in den .2. graet. Ende si es goet iegen drope. ende suvert sproeten int ansichte met aysine geminct. Ende met aysine essi goet iegen zeter ende iegen puu- (565) sten ende iegen scorftheit ende suvert die huut van vulheiden

[223]  [24]( Bryonia dioica, heggerank)

Brionia of oude rape of corpentaes is heet en droog in de 2de graad. En ze is goed tegen smetten en zuivert sproeten in het aanzicht met azijn gemengd. En met azijn is het goed tegen huiduitslag en tegen puisten en tegen schurft en zuivert de huid van vuilheden.

 

Oude raep, die naam kom je nog tegen in duivelsraap, korfraap en eiraap omdat de wortel wat op een raap lijkt. Corpentaes is een vreemd woord, mogelijk is het een verdraaiing van serpentaes; Ortus sanitatis; ‘Dit cruit verdrijft slanghen ende ratten aldus. Men sal dese wortele legghen int vier ende brandense ghelijc een rape. Ende dan alsoe warm in stucken sniden. Ende dan laetse van haer selven eenen damp oft roock welcke slanghen oft ratten desen ruickt die sterft ter stont daer af’.

Hildegard von Bingen noemt het Stichwurtz, Zaunrube’, het gebruik wordt genoemd als niet nuttig voor mensen, een ‘unkrut’.

Herbarius in Dyetsche; ‘Brionie oft Brionia sommeghe heetent wilde zedwael oft witte wigaert’.

Ortus sanitatis spreekt van Brionie of sticwortele, stilwortele of roswortele, stickwortele of raselwortele of wilden wigaert. Viticella vel vitis alba latina’. Witte wijngaard.

Bryonia dioica Jacq, heggerank, witte brionie, Frans bryone officnale, vigne blanche, Duits Zaunrube, Stickwurz, Engels bryony, white vine.

De wortel is vooral bekend als vervanger van Mandragora.

Wordt vrijwel niet meer gebruikt, nog in de homeopathie waar een tinctuur gemaakt wordt bij prikkelhoest, ontstekingen, jicht en reuma. Inwendig is het gevaarlijk.

 

Bernage.

[25]

BErnage. es goet geten den genen die ondercomen siin ende cranc siin van hertten. ende die melancolisi siin ende die ru- (570) dachtech siin. ende den laserscen. want si maect goet bloet. Ende haer bladere doet men in medicine al gruene. Ende om dat si goet bloet maect. so essi goet dien die bekeert siin van groter siecheit. Ende (575) conforteert de gene die siec siin vanden groeten evele. Ende men sal hen maken .1. cyroop van bernagien ende van den beene van den hert gepulvert. ende dan gemaakt met sukere. Ende in alreande eten maectse (580) goet bloet. Ende es goet iegen die geelsocht gesoden met vleesce. Of nem tsap van bernagien ende van scariolen ende dit siedet tegadere ende drinket

[224] [25] (Pentaglottis sempervirens)

Bernagie is goed gegeten diegene die onderkomen zijn en hartenpijn hebben en die melancholisch zijn en die schurftachtig zijn en de melaatsen want ze maakt goed bloed. En haar bladeren doet men in medicijnen al groen. En omdat ze goed bloed maakt zo is ze goed voor diegene die net opstaan van een grote ziekte. En versterkt diegene die ziek zijn van de vallende ziekte. En men zal siroop van bernagie maken met het been van een hert gepoederd en dan gemaakt met suiker. En in allerhande eten maakt ze goed bloed. En is goed tegen geelzucht gekookt met vlees. Of neem het sap van bernagie en van scariol (Lactuca scariola) en kook dit tezamen en drink het.

 

569 melancholisi; bij wie de zwarte gal onder de temperamenten domineert, 570 laserscen; die met een huidziekte behept zijn, niet noodzakelijk melaatsheid.

In hoofdstuk 19 werden er 2 soorten bernagie beschreven, de tweede zou deze zijn waarvan Dodonaeus zegt; Boraginis altera species mach oock wel Borago sempervirens heeten, dat is Bernagie die altijts groen blijft’. Hij wijst erop dat die veel zeldzamer is en door weinig mensen gekend wordt.

Pentaglottis sempervirens is de groene ossentong, Duits Grüne Ochsenzunge, Engels green alkanet, evergreen bugloss en alkanet, Frans buglosse toujours verte.

De hier beschreven siroop van bernagie en been van een hert gepoederd en dan met suiker gemaakt vinden we terug in de Ortus sanitatis’’Borago latine et grece; Teghen die bevinghe des herten. Neem die syrope die van bernargien sap ghemaeckt is ende mengt daer ondere suyckere. Ende polvere vander beene dat os de corde cervi ghenaemt is. Dit ghenomen helpt seerwel’.

 

Baucica, dats pasternake.

[26]

BAucica. dats pasternake. ende es heet (585) in den .2. graet. ende wac in den iersten graet. Ende men doeter meer in spisen dan in medicinen. pasternake maect dicke bloet ende vele. ende grune hebben si meer crachten dan droge. daer omme meerren si luxurie (590)Ende siin goet geeten rou ende gesoden. Ende men maecter af eenrande zinziber conditum wel te verduwene ¶ Aldus mach men maken ene confexie die wel verduwet. Nem die wortel van pasternake ende sietse in bor- (595) ne ende alsi wel gesoden siin. dan snijtse in cleinen stucken. ende perst dat water ute ende maecter af cleine bollekine. ende men sal hier toe doen gescuumt honing ende latent sieden so lange dat dicke becomt tegadere (600) ende altoes roerende so lange dat zeem gnouch es. dan so doeter in prumen van damasco. ende daer na specie. alse gingebere. galigane peper. noten muscaten ende andere specien genouch die men wille

[225]  [26] (Daucus carota, peen)

Baucica, dat is pastinaak, en het is heet in de 2de graad en vochtig in de eerste graad. En men doet het meer in spijzen dan in medicijnen. Pastinaak maakt dik en veel bloed en groen hebben ze meer krachten [226] dan droog, daarom vermeerderen ze wulpsheid. En zijn goed gegeten rouw en gekookt. En men maakt er  een soort zinziber conditum van die goed te verduwen is. Aldus kan men een stroop maken die goed verteert; Neem de wortel van pastinaak en kook het in bronwater en als het goed gekookt is snij het dan in kleine stukken en pers het water uit en maak er een  klein bolletje van en men zal hierbij doen afgeschuimd honing en laat het zolang koken dat het samen dik wordt, af en toe roeren zolang totdat dat het honing genoeg is, dan doe er pruimen van Damascus in en daarna specerij als gember, galigaan, peper, nootmuskaat en genoeg andere specerijen die men wil.

 

591, Zinziber conditum, konserf van gember, gemaakt van gember 1 deel, honing 3 delen en 1 deel suiker.

Hildegard von Bingen noemt Morkraut, der Pastinak, meer dienstig voor voeding dan voor gezondheid.

Herbarius in Dyetsche; ‘Tamme pasternake of hof pasternak of pastinaca domestica of baucia. Tamme pasternake heet ook baucia ende es meer bequaem in spisen dan in medicinen’.

Ortus sanitatis spreekt over Moren of peen of pasternaken, Baucia latine. ‘Dese zijn tweederhande die een wilt ende die ander tam of domestica’. Daar wordt de volgende indeling gegeven; ‘Baucia; ghemeine peen. Daucus; wilde peen. A) daucus asinus. B) Daucus domesticus; Pastinaca domestica.

Dodonaeus zegt dat anders; De Baucia is anders niet dan de Pastinaca van Dioscorides ende van de ander oude schrijvers, te weten de Pastinake met smalle bladeren, dat is onze gemeyne Peen ende Caroten’.

Lobel; ‘Baucia, de wilde Pastinaken van de Barbaren of oprecht Elaphoboscum van Dioscorides. ‘alsmense saeyt ende oeffent gelijck de Tamme Pastinaken, crijgen schoone groote wortelen, seer goet ende soet om eten’.

Daucus carota L. Wilde pastinaak, Frans panais sauvage.

Pasternake wordt beschreven als een versterkend en spijsverterend middel en daeromme meerrensi luxurie;. Dit laatste heeft Lobel ook; ‘zy vermeerderen de lustigheid en vleeselyke begeerten der mannen en vrouwen’. Ook de Ortus sanitatis zegt; ’De wortelen zijn oec goet genomen van den mannen want si brengen begeerte tot vrouwen;. Platearius zei reeds; ‘plus competit cibo quam medicine. Augmentat libidinem’.

 

Balsamita.

 [27]

(605) BAlsamita es heet ende droge ende daer omme heet ment balsamite. om dat welna riect alse balseme. ende dit cruut es wel gemeine met vele lieden. ende men doet in confexien omme die lede te conforteer- (610) ne. ende men gaderet in den linter. Mer so si verscer es. so si beter es

[227] [27] (Tanacetum balsamita, balsemkruid)

Balsamita is heet en droog en daarom noemt men het balsamite omdat het bijna ruikt als balsem en dit kruid is wel algemeen bij vele mensen en men doet het in stropen om de leden te versterken en men verzamelt het in de lente. Maar hoe verser het is hoe beter het is.

 

Dodonaeus zegt; ‘Balseme oft Coste. De bladeren daer van hebben eenen lieffelijcken reuck, met eenige sterckigheydt of swaericheydt vermengt. In de Apoteken van deze landen Balsamita.

Strabo vermeldt costis hortensis als middel om de spijsvertering te bevorderen.

In de Capitulare wordt het costum genoemd.

Hildegard von Bingen noemt Balsamita, Balsamkraut als middel tegen epilepsie, vergif, lepra en derdedaagse koorts; als iemand door het vele denken in het hoofd verward is geworden kookt hij Balsamkraut met drie maal zoveel venkel en neemt lichte spijzen, vermijdt wijn en water, drinkt bier en houdt het hoofd bedekt’.

Ortus sanitatis noemt Balsam cruit. Balsamita vel sisymbrium latine, cardamion grece.

Lobel noemt Balsamita ook Costus hortorum.

Tanacetum balsamita L., balsemwormkruid, tuinbalsem, welriekend balsemkruid, kostus, pastei, muntbalsem, Frans balsamite, menthe coq, paste, costus des jardins, Duits Garten Rainfarn, Frauenmunze, Engels costmary.

Lobel zegt; ‘de veldt-chirurgiens ende vrouwen houdent ende beproevent voor een heylsaem wondtcruydt, waerom dat ook Balsam gheheeten wordt’.

 

Batte edre.

[28]

BAtte edre wast gerne an oude maysieren ende ane bomen ende daer omtrent hets gruene zomer ende winter. Entie meesters (615) twivelen in wat complexien dat si es. Nochtan proeft men dat dese bladren zere coelen. alse mense te zomere stroyt achter huse. Ende daer bi mach men proeven dat si van couder complexien siin. Ende dese bladere (620) leit men op brande. Die gomme diere uut loept brect den steen. ende hier bi so proeft men datsi siin van heter naturen ¶ Jegen die groete reume. Nem .1. wieke ende netse int sap van wedewinden. ende stec- (625) se den sieken in die nesegate. ende leggen averecht .1. wile. ende rechten weder op ende dan so trec die wieke uut. ende aldus selen die quaede humoren uten herssenen vallen.

[229] [28] (Hedera helix, klimop)

Batte edre groeit graag aan oude muren en aan bomen en daar omtrent, het is zomer en winter groen. En de meesters twijfelen in welke samengesteldheid dat ze is. Nochtans proeft men dat deze bladeren zeer verkoelen als men ze zomers strooit achter het huis. En daarbij mag men proeven dat ze van koude samengesteldheid zijn. En deze bladeren legt men op brand. De gom die er uit loopt breekt de steen en hierbij zo proeft men dat ze van hete natuur zijn.

Tegen de grote reuma; Neem 1 doek en maak het nat in het sap van wedewinde en steek het de zieke in de neusgaten en leg die een tijdje dwars en richt die weer op en dan trek je die doek er uit en aldus zullen de kwade vochtvermenging uit de hersens vallen.

 

Edre van Hedera, batte of bacce zie je in Bacchia, een andere naam voor Hedera.

Hildegard von Bingen vermeldt Ebich, der Efeu als een voor de mensen nutteloos, ‘velut unkrut’.

Herbarius in Dyetsche; ‘Veluwe of weghe of edera arborea want het aen de bomen hangt also gheheeten. Edera of veluwe es tweerleye te weeten wit ende swart of menneken ende vrouwe die witte veluwe draegt witte vrucht. Die zwarte veluwe draegt swaert vrucht’.

Ortus sanitatis spreekt van velve of ebich of yeve Edera arborea latine.

Dodonaeus schrijft; ‘De Swarte soorten van groote Veyl is van sommige Dionysia geheeten, als Dioscorides schrijft, van andere Bacchia omdat de poeeten daer van heur cranssen plegen te vlechten, daer sy heur hoofden mede croonden ende vercierden, als Plinius betuygt. Dat zegt ook Herbarius in Dyetsche.

Hedera helix L. klimop, boomveil, iefte, Frans lierre, Duits Epheu, Eibe, Engels ivy.

Wordt alleen nog in homeopathie gebruikt tegen galstenen, sinusitis en bij slijmvliesontstekingen in inhalaties wat met het medicinaal gebruik van de Herbarijs wonderlijk goed overeenstemt.

 

Cuscute.

 

¶ Cuscute. Camomilla. Capillis veneris (630) Centaurea. Consolida maior. Consolida minor. Canabus. Cauleos. Camedreos. Camepiteos. Cicuta. Catapusia Caprifolium. Crassula. Calamentis. Calamentum. Cyclamen. Celidonia. Calex viva. (635) Coriander. Cerfolium. Conficerubea Cantabrum

[231]

Cuscute. Camomilla. Capillis veneris Centaurea. Consolida maior. Consolida minor. Canabus. Cauleos. Camedreos. Camepiteos. Cicuta. Catapusia Caprifolium. Crassula. Calamentis. Calamentum. Cyclamen. Celidonia. Calex viva. Coriander. Cerfolium. Conficerubea. Cantabrum.

 

[29]

Cuscute heeft misseleke cracht. Si es heet in den iersten graet. droge in .2. hets gelijc vlasse ende wast opt (640) velt. ende in lijnsade onder ander vlas. Ende men saelt gadren metten bloemen. ende .2. jaer mach ment goet houden. Ende heeft cracht te purgeerne fleume ende melancolie. Ende gesoden in watere ende gedronken doet wel ori- (645) ne maken ¶ Tsaet purgiert limege humoren van fleumen die in de mage ende in die darme siin. Ja niet zere. ende dwinet met sire bitterheit ende met sire swaerheit. ende meest van heeter coleren. Het opent verstop- (650) theit van milten. van leveren ende van gallen ende met sire swaerheit. ende met sire hartheit. so sterket die mage ende purgiert die adren van vortten humoren

[29] (Cuscuta epilinum, vlaswarkruid)

Cuscute heeft een veelzijdige kracht. Ze is heet in de eerste graad en droog in de 2de. Het is gelijk vlas en groeit op het veld en in lijnzaad onder ander vlas. En men zal het verzamelen met de bloemen en 2 jaar kan men het goed houden. En heeft kracht fluimen en melancholie (zwarte gal) te purgeren). En gekookt in water en gedronken laat goed urine maken. Het zaad purgeert lijmige vochtvermenging van fluimen die in de maag en in de darmen zijn. Ja, niet zeer en bedwingt het met zijn bitterheid en met zijn zwaarheid en meest van hete rode gal. Het opent verstopping van milt, van lever en van gal met zijn zwaarheid en met zijn hardheid, zo versterkt het de maag en purgeert de aderen van verrotte vochtigheden.

 

Herbarius in Dyetsche; ‘Cuscuta of podagra es sijde opt vlas of wranghe int vlas, hets een dinck opt vlas ghewonnen’.

Dodonaeus; ‘Cuscuta, dat is Wrange oft Schorfte; de Apotekers noemense meest over al Cuscuta, sommige Podagra Lini, omdat sy het vlas meest pleegt te omhelsen, of Angina Lini.

Cuscuta epilinum Weihe, vlaswarkruid, wrangkruid, viltkruid, duivelsnaaigaren, Frans cuscute du lin, barbe de moine, cheveux du diable, fil-madame, Duits Teufelszwirn, Engels lady’s laces, strangle-tare.

 

Camomilla of abec saet.

 [30]

CAmomilla of abec saet. es heet ende droge (655) in den iersten graet. Ende heeft cracht te dissolveerne ende te sachtene. Beide cruut. bloemen ende worttele es al van ere cracht. Ende sijs moruwende ende dunnende ende sceedende ende gedronken. ende gesoden ende (660)  dwijf daer in geseten doet comen haer stonden ende sacht swaren arbeit. ende doet orine maken. ende brect den steen ende sachtet. Ende doet sceden opblasinge ende pine in de lanken ende in de siden. ende geneest die geel- (665)  sucht ende pine van der leveren ¶ Ende dranc daer af gemaakt ende gesoden met zeeme es goet jegen apostemen in die side ende bi der leveren die suvert al den lichame. Ende gecuwet in den mont geneest vule zetherin- (670) ge in den mont. Ende olye daer af gemaakt sacht quetsure ende weeheit van den artetyke

[232] [30] )Matricaria recutita, kamille)

Kamomille of abec zaad is heet en droog in de eerste graad. En heeft kracht op te lossen en te verzachten. Beide kruid, bloemen en wortels, zijn van dezelfde kracht. En ze zijn vermurwende en verdunnende en scheidende en gedronken en gekookt en de vrouw daarin gezeten laat haar stonden komen en verzacht het baren en laat urine maken en breekt de steen en verzacht. En laat opblazing en pijn in de lies en in de zijden scheiden en geneest de geelzucht [233]  en pijn van de lever.

En drank er van gemaakt en gekookt met honing is goed tegen gezwellen in de zijde en bij de lever die zuivert het hele lichaam. En gekauwd in de mond geneest vuile uitslag in de mond. En olie er van gemaakt verzacht kwetsingen en pijn van de jicht.

 

Matricaria recutita L, kamille, moederkruid, Frans camomille, Duits Kamille.

Herbarius in Dyetsche spreekt over bijvoet, maar de overzetter ziet er duidelijk wat anders in; ‘Mater, bijvoet, Artemisia of Matricaria, het heet ook anders, de ‘Moeder der Kruiden’ zegt Pandecta. Bijvoet is heet en droog in de derde graad. Pandecta zegt dat Artemisia bijvoet is, maar die is al vermeld is in het twaalfde kapittel en Matricaria, dat is mater, waarvan men hier spreekt zijn een en hetzelfde. Ik, overzetter van het boek, zeg dat het verschillende kruiden zijn maar het is een geslacht van dezelfde krachten in verschillende vormen.

De bladeren van kamille, groen en droog, zijn als medicijn nuttig om de ontvangenis te volbrengen en is tegen onvruchtbaarheid die van vochtigheid komt ‘Neem poeder van kamille, van melisse en het schaafsel van ivoor, drinkt het tezamen met wijn’. Als je dit na de zuivering van de baarmoeder neemt helpt het opmerkelijk om een kind te ontvangen. Ook als je melisse met het sap van het handekenskruid (dat is Testiculus satirionis) in wijn kookt en op de baarmoeder pleistert of de geur daarvan van onder ontvangt helpt het zeer om te ontvangen na de zuivering van de baarmoeder. Het helpt ook als de vrouw een bad neemt in het water waar bijvoet, melisse en water in gekookt zijn. Als je deze kruiden stampt en met het schaafsel van ivoor mengt en daar een popje van een vinger lengte van maakt en in de juffrouw steekt laat het de stonden komen’.

 

Anthemis nobilis L. Roomse kamille, Frans camomille romaine, camomille odorante, Duits Romischer Kamille.

Ook kamille komt in Herbarius in Dyetsche voor wat dan Anthemis nobilis moet zijn;Kamille of chamomilla is heet en droog in de eerste graad. Het heeft de kracht om te vermurwen en te ontbinden, de twijgen en bloemen zijn van dezelfde kracht. De vrouwen koken kamille met bijvoet in water en als het warm is doen ze er een spons in en leggen die op de baarmoeder. Hetzelfde is ook goed voor de vrouwen die met pijn baren.

Als je kamillebloemen, azijn, zout en olie van kamille tezamen goed roert is dat goed tegen koortsen die niet dagelijks zijn als je het een uur voor het begin daarvan op de polsen van de handen of de voeten pleistert. Als de rug met kamilleolie gestreken wordt is het goed tegen het beven of het schudden van de derdedaagse koorts (dat is een koorts die om de andere dag komt).

Als iemand zeer vermoeid is van arbeid en ’s avonds zijn rug met olie van kamille en met dillenolie bestrijkt zal hij het ’s morgens niet meer voelen.

Kamille en bijvoet met wijn gekookt waarin je een spons drenkt die je op de baarmoeder legt laat de stonden komen, het doodt de vrucht, het breekt de steen, het laat plassen en verdrijft de pijn die van slaan of oprispingen in de buik komen.

Kamille laat vermageren of dunner worden, daarom laat het plassen of verdrijft de verstoppingen van de nieren en het ontbind zeer. Het duwt tezamen en maakt zacht, daarom is het goed om de pijn te verzachten.

Kamillebloemen die in olie gekookt en op de korte rib of eronder gestreken worden verzachten haar pijn, ook geneest het de hoofdpijn en de pijn van de ogen.

Als het sap van kamillen met andijviewater gedronken wordt is het zeer goed voor de lever volgens Pandecta vooral bij hen die koorts hebben. Kamille verzacht de pijn van de blaren, maakt die murw, verteert en ontbindt het. Avicenna’.

Meestal werden ze alle twee gebruikt. Anthemis werkt wat sterker.

 

 

Capillis veneris.

[31]

CApillis veneris. Galienus orcont dat getempert es tusscen heet ende cout. ende dit cruut wast an munstren ende an ouden may- (675) sieren. ende es cleine crudekiin gelijc vaerne ¶ Dyascorides seit dat goet gedronken es iegen die geelsucht. iegen melte. ende iegen die coude pisse. ende brect den steen Ende wederslaet gevenijnde humoren die van (680) der magen vloyen ja met wine gedronken. Ende doet dwijf haer stonden hebben. ende sacht die pine vander borst. van leveren van longenen. ende suvertse van den gorssemen humoren die daer in siin ¶ Ende somege medicine (685) seggen dat capillis veneris wech doet heete colere uter magen ende uten darmen. Ende geplaestert eist goet op clieren. ende op steden daer haer valt. Ende gesoden in watere ende thoeft daer met gedwagen suveret van den (690) puusten. Ende hets beter grune dan droge Nochtan so machment drogen ende houden jegen alle dese ongemake

[234]  [31] (Adiantum capillus-veneris, vrouwenhaar)

Capillis veneris. Galenus verkondigt dat het getemperd is tussen heet en koud en dit kruid groeit bij kloosters en aan oude muren en is een klein kruidje net zoals varen.

Dioscorides zegt dat het goed gedronken is tegen geelzucht, tegen steken in de zij en tegen de loze aandrang van plassen en breekt de steen. En weerstaat giftige vochtvermenging die van de maag vloeien, ja met wijn gedronken. En laat de vrouw haar stonden hebben en verzacht de pijn van de borst, van lever, van longen en zuivert ze van de dikke vochtvermengingen die daarin zijn.

En sommige dokters zeggen dat capillis veneris hete gal uit de maag weg doet en uit de darmen. En gepleisterd is het goed op klieren en op plaatsten daar het haar uitvalt. En gekookt in water en het hoofd daarmee gewassen zuivert het van de puisten. En het is beter groen dan droog. Nochtans zo mag men het drogen en houden tegen al deze ongemakken.

 

Adiantum capillus-veneris L., vrouwenhaar, Venushaar, steenruit, maanvaren, krulvaren, Frans capillaire de Montpellier, cheveux de Venus, Duits Frauenhaar, Venushaar, Engels maidenhair fern, lady’s fern.

Herbarius in Dyetsche; Steenrute of vrouwenshaer of minnen haer of iouffrouwen haer es een. Ende heet capillus veneris of adiantos, Pandecta, ende so heet es Mesue in dit capittel, segghen dat capilius fontium ende na de sommeghen coriandrum pueti. Het is een cruyt welckr blayeren sijn kalandersblaijeren (Coriandrum) ghelijc. Dijaf hetet politricon, al dese namen comen op ende uut.’

Ortus sanitatis spreekt over ‘Muerruite oft Steenruite. Capillus veneris vel coriandrum pueri vel porcinus. Dit cruyt wascht gheerne aen oude mueren.’

 

 

Centaurea dats santorie.

[32]

 

CEntaurea dats santorie. ende es heet ende droge in den .3. graet. ende selke seggen (695) in den andren. Ende si es zere bitter. daer omme heet mense der aerden galle. Ende si es van .2. manieren. deen heet men die mindere. ende dander heet men die meerre of die groete ende dat es die beste. Ende men salse gadren (700) alsi begint te bloyene ende hangense in die scaduwe ende latense drogen. Ende .1. jaer mach mense goet houden. ende alse mense vint bescreven in recepten. so sal men nemen die groete. Dese heeft cracht te ver- (705) teerne die venine. ende te treckene ende te verteerne die humoren. Ende si es goet der melten enter leveren gemalen ende geminct met sukere. Ende doet wel orine maken gesoden in olye ende in wine ende ge- (710) plaestert beneden den navele ¶ Jegen worme in de mage of in de darme. zal men geven santorie gepulvert met zeeme. Ende omme die ogen te claerne zal men drinken santorie met rose watere geminct. Ende tsap (715) mingen met zeeme ende smeeren die ogen daer mede ¶ Wiltu haestelike .1. wonde heilen. so stampe die worttele ende legse optie wonde. Ende die worttele heeft macht te vele manieren. Na der smake (720) essi scarp ende swaer. Ende een luttel zoetende haer scarpheide doet dwijf haer stonden hebben. Ende si verdrijft dat dode kint uten lichame. ende dat nette daert in leit. Ende met harer swaerheit (725) heylt si wonden. ende stremmet bloet. Ende bi haer selven helpse den genen die higen ende hoesten. ende starct die lendenen. Ende tsop doet al tselve dat die wortel doet ¶ Dyascorides seit. vleesch gesneden (730) in stucken. ende gesoden metter groter santorien het sal weder al verheilen tenen stucke. Ende die wortel van der cleinder santorien es orborlijxt ende helpt meest. Ende dranc daer af gemaakt entie siden daer met bestreken sachtet (735) dlanc evel dat van gorsemen humoren comt. ende doetse sceden. Ende helpt ie artetyke in die hanke in clisterien gesoden ende oec buten bestreken ¶ Tsap van santorien geminct met dranke claert don- (740) ker ogen. Ende gedaen in wlva ledecht dat dode kint. ende doet menstrua hebben Ende es bequame der pinen van den zenuwen Ende geneest verstoptheit van leveren ende hertheit vander melten ¶ Ende onder s. dr. gedron- (745) ken  met wine verwarmt pine ende steecten ende wint in den lichame dat van gorsemen humoren comt. ende geneest beten van scorpionen. Ende dicke gedronken droget versch bloet ¶ Galyenus seit ende oec orcont avi- (750) cenna ende ysaac dat die cleine satorie goet es. Ende men orbert die blade ende die bloemen om datse .1. luttel purgieren. Ende si seggen dat si purgiert heete colere ende gorseme. ende meest in die lendenen (755) ende in die darmen. Ende si sceedt verstopte levere. entie geelsucht. Ende helpt den andren dach corts die van gorsemen coleren comen. Entie pine in de siden ende in den lichame ende in darmen ende in lanken ledechse (760) ute. ja dat van gorsemen humoren comt. Ende men nemet met andren medicinen ofte met dranke. Ende men siedet oec allene met wine. ende dan eist goet iegen dese vorseide siecheiden. Ende tsap gruene en sal men (765) niet drinken. Mer gesoden den genen die medicine nemen of orboren .3. dr. in enen toge die men drinct. Ende .6. dr. in ene clisterie gesoden. Ende dit es haer leidinge omme die humoren te leidene. Ende oec sal men sie- (770) den tsap met zeeme ende gevens onder .s. dr. Ende in ene clisterie .4. dr. dits haer leidinge omme die humoren te purgierne.

[235] [32] (Centaurea scabiosa of  Rhaponticum als grote, Centaurium erythrae als kleine santorie)

Centaurea, dat is santorie, en het is heet en droog in de 3de graad en sommigen zeggen in de andere. En ze is zeer bitter, daarom noemen de mensen het aardgal. En er zijn 2 soorten van, de een noemt men de kleinere en de andere noemt men de meerdere of grotere en dat is de beste. En men zal ze verzamelen als ze beginnen te bloeien en hangen ze in de schaduw en laat het drogen. En 1 jaar kan men ze goed houden. En als men ze vindt beschreven in recepten, dan zal men de grote nemen. Deze heeft kracht het venijn te verderen en te trekken en te verteren de vochtvermenging. En ze is goed voor de milt en de lever, gemalen en gemengd met suiker. En laat goed urine maken, gekookt in olie en in wijn en gepleisterd beneden de navel.

Tegen wormen in de maag of in de darmen zal men gepoederde santorie geven met honing. En om de ogen te verhelderen zal men drinken [236] santorie met rozenwater gemengd. En het sap mengen met honing en daarmee de ogen besmeren.

Wilt u snel een wond helen, stamp de wortel en leg het op die wond. En de wortel heeft macht op vele manieren. Naar de smaak is ze scherp en zwaar. En haar scherpte wat verzoetende laat de vrouw haar stonden hebben. En ze verdrijft het dode kind uit het lichaam en het net daar het in ligt. En met haar zwaarheid heelt ze wonden en stremt het bloed. En uit zichzelf helpt ze diegene die hijgen en hoesten en versterkt de geslachtsdelen. En het sap doet al hetzelfde dat de wortel doet.

Dioscorides zegt; vlees in stukken gesneden en gekookt met grote santorie, het zal weer alle stukken aaneen helen. En de wortel van de kleine santorie wordt gebruikt en helpt het meest. En drank er van gemaakt en de zijden ermee bestreken verzacht onderbuikspijn dat van dikke vochtvermenging komt en laat ze scheiden. En helpt in  jicht in de koten in klysma’s gekookt en ook van buiten bestreken.

Het sap van santorie gemengd met drank verheldert donkere ogen. En gedaan in de vulva leegt het dode kind en laat menstruatie hebben. En is goed tegen de pijn van de zenuwen (spieren). En geneest verstopping van lever en hardheid van de milt.

En onder halve drachme gedronken met wijn verwarmt pijn en steken en wind in het lichaam dat van dikke vochtvermenging komt en geneest beten van schorpioenen. En vaak gedronken verdroogt vers [237] bloed.

Galenus zegt en ook Avicenna en Isaac verkondigt dat de kleine santorie goed is. En men gebruikt de bladeren en de bloemen om dat ze weinig purgeren. En ze zeggen dat ze purgeert hete rode gal en dikke gal en meest in de geslachtsdelen en in de darmen. En ze scheidt verstopte lever en geelzucht. En helpt de malariakoorts die om de dag komt die van dikke rode gal komen. En de pijn in de zijden en in de ontlasting en in darmen en in lies ledigt het, ja dat van dikke vochtvermenging komt. En men neemt het met andere medicijnen of met drank. En men kookt het ook alleen met wijn en dan is het goed tegen deze voor vermelde ziektes. En het groene sap zal men niet drinken. Maar gekookt voor diegene die medicijnen nemen of gebruiken, 3 drachmen in een teug die men drinkt. En 6 drachmen in een klysma gekookt. En dit is haar gebruik om de vochtvermenging te leiden. En ook zal men het sap koken met honing en geven onder eenscrupel drachme. En in een klysma 4 drachmen, dit is haar gebruik om de vochtvermenging te purgeren.

 

 

Avicenna (980-1037) Perzische filosoof, prins der geneesheren, dichter en diplomaat, de voornaamste vertegenwoordiger van de Arabische geneeskunde, zijn bekendste werk ‘Canon Medicinae’. 750 Ysaac; Hoenein ben Izhak (809-873) schreef ‘De Plantis’ en ‘Liber Introductionis in Medicinam’, beter bekend als ‘Isagoge ad artem parvam Galeni’.

 

Sinonoma Bartholomei; ‘Centaurea maior; fel terrae en Centaurea minor; febrifuga.

Blancardus; Grote santorie= Rhaponticum Pharmaceutium, terwijl de kleine=Febrifuga, Fel Terrae, duizend guldenkruid, centaurie of aardgal heet.

Nic. Lemery noemt in navolging van Cordus de grote santorie Rhaponticum Pharmaceuticum, Rapontic vulgaire en de kleine Fel terae; hij voegt er aan toe;  ‘La petite Centauree est d’un genre tout a fait different de la grande Centauree.’

Herbarius in Dyetsche; Santorie of centaurea sommighe heeten eert galle si es tweerleije als de meerdere ende mindere’.

Bij Dodonaeus en anderen zijn er ook 2 soorten, groot en klein, beide zijn dan Fel terrae vanwege de grote bitterheid in de bladeren.

De grote soort is dan Centaurea centaurium L of Rhaponticum, groot duizendguldenkruid, Frans centauree officinale, grande centauree, Duits Skabiosen Flockenblume, Grosses Tausendguldenkraut, Engels large centaury.

Dodonaeus in 1640;’ De Italianen noemen het centaurea maggiore, de Engelse great centorye, de Spanjaarden rapontico vulgar en de Portugezen noemen de tweede soort daarvan rapontis die van Clusius in het Latijn Centaurium majus secundum sive Lusitanicum genoemd is als of men Portugese santorie zei omdat ze in Portugal overvloedig groeit’. Vermoedelijk is dit Centaurea scabiosa L, zie de Duitse naam, in het Engels greater centaury.

 

De kleine is Centaurium erythrae Raf., als kleine santorie, duizendguldenkruid, koortsbloemen, aardgal, galle der aarde, galle boven de aarde, Frans petite centauree, herbe au centaure, fiel de terre, Duits Tausendguldenkraut, Biberkraut, Erdgalle, Engels centaury, earth-gall, bitter herb.

De Herbarijs beveelt de grote aan, zegt wel dat de kleine het meest werkzaam is. Dat klopt met de anderen die de kleine het meest gebruiken.

De eigenschappen van deze plant komen uit Dioscorides; ‘Vulneribus prodest, nam recens tusa aut arida aut madefacta ea glutinat & conjungit. Carnes coalescunt si tusa simul decoquatur’. Ook Dodonaeus weet dit; ‘Mesue betuyght dat kleyne Santorie, geworpen in eenen siedende hutspot, de stucken vleesch wederom vast maakt’.  Dat komt ook voor in Herarius in Dyetsche.

 

Consolida maior dats grote confilie.

 [33]

Consolida maior dats grote confilie. ende somege meesters seggen dat si (755)

heet es ende droge in den .2. graet. Ende sijs goet iegen vercoudde levere. ende ontstopt den lichame. Ende sijs goet binnen gedronken iegen quetssure

[239]  [33] (Symphytum officinale, smeerwortel)

Consolida major, dat is grote confilie en sommige dokters zeggen dat ze heet is en droog in de 2de graad. En ze is goed tegen verkouden lever en ontstopt het lichaam. En ze is goed binnen gedronken tegen kwetsing.

 

Consolida media werd besproken in hoofdstuk 22, Ajuga. Het volgende hoofdstuk gaat over de kleine of minor.

Ortus sanitatis spreekt over walworte cleine ende grote.

Dodonaeus spreekt over de Waelwortel of Groot Symphytum en zegt; ‘De Latijnen heetense Symphytum ende Solidago, de Apotekers Consolida maior ende Symphytum maius’.

Symphytum officinale L. smeerwortel, waalwortel, heelkruid, scheurwortel, verwortel, keelwortel, zweerwortel, zwartwortel, lampeglazen en andere namen, Frans grande consoude oreille d’ane, herbe aux charpentiers, Duits Wallwurz, Beinwell, Engels blackwort.

Het werd veel gebruikt in wonddranken, dat wel vanwege de naam, Symphytum; samengroeien, consolida; consolideren zodat veel volksnamen in die richting wijzen. Ook het Franse herbe au charpentiers wijst erop, ‘omdat het de wonden die van hout ende saghen komen ghenesen kan’, volgens Dodonaeus. De wortels bevatten vele stoffen die bij het gebruik bij wonden goed gebruikt zijn.

 

 

Consolida minor, dats zelfheile of brunelle.

[34]

Consolida minor dats zelfheile. of brunelle. Ende sulc seggen (780) datse heet es ende droge. Ende gedronken van binnen heilt si quetsure ende gescordheit. Ende si es goet in dranke die wonden heilen. ende iegen vercoudde levere. ende si es goet geplaestert opt gescoorde

[240]  [34] (Prunella vulgaris, brunel)

Consolida minor, dat is zelfheel of brunelle. En sommige zeggen dat ze heet is en droog. En gedronken van binnen heelt het kwetsing en breuken. En ze is goed in dranken die wonden helen en tegen verkouden lever en ze is goed gepleisterd op het gescheurde (breuken).

 

Een Consolida, zie hoofdstuk 33 en 22.

Dodonaeus; ‘Men noemt dit cruyt nu ter tijt op ’t Latijnsch Brunella ende Prunella. Matthiolus heetet Consolida minor ende Solidago minor’.

Prunella vulgaris L, brunelkruid, bruinelle, Frans brunelle, brunette, prunelle, Duits Braunellekraut, Braunheil, Engels self-heal, prunel.

 

Canabus dats canep.

[35]

(785) CAnabus dats canep. ende es heet ende droge. Ende es goet in festel dranke Ende tsaet doet al tselve dat tcruut doet. Ende doet orine maken. ende doet haer wassen daert dicken met gedwegen es

[241] [35] (Cannabis sativa, hennep)

Canabus dat is hennep en het is heet en droog. En is goed in etterwonddranken. En het zaad doet hetzelfde dat het kruid doet. En laat urine maken en laat haar groeien waar het vaak mee gewassen is.

 

Hildegard von Bingen spreekt over Hanff. Herbarius in Dyetsche; ‘Kemp of canapus’. Ortus sanitatis’’kemp, kempencruyt, kempencruit’. Dodonaeus zegt over Kennep of Kempt; ‘den Latijnschen naem is oock cannabis, die in de Apoteken gebruyckt wort’.

Cannabis sativa L., hennep, kemp, Frans chanvre, Duits Hanf, Engels hemp.

Vroeger werd een gewas zonder hars geteeld, pas in 1906 kwam er een ras uit IndiĎ waaruit een verdovingsmiddel werd getrokken. In de Herbarijs werd het medisch gebruikt.

 

Cauleos, dat siin coolen, Canales dat siin rode coolen.

[36]

(790) CAuleos. dat siin coolen. ende siin cout ende droge in den iersten graet. ende maken droeve bloet. ende meerren melancolye Ende tsap gedronken moruwet den lichame ende doet wel orine maken. Maer tcruut (795) es cout ende droge. daer omme stelpet den lichame.

[242]  [36] (Brassica oleracea, kool)

Cauleos, dat zijn kolen en die  koud en droog in de eerste graad en maken troebel bloed en vermeerderen melancholie (zwarte gal). En het sap gedronken vermurwt de ontlasting en maakt goed urine. Maar het kruid is koud en droog, daarom stelpt het de ontlasting.

 

[37]

CAnales dat siin rode coolen. Ende si siin goet geplaestert op heete apostemen ende wederslaen alle hitte van apostemen ende van zeeren veden. ende erisipila. ende si siin goet (800) in wonden drake ende op wonden

[243]  [37] (Brassica oleracea var. capitata L. f. rubra, rode kool)

Canales dat zijn rode coolen. En ze zijn goed gepleisterd op hete blaren en bestrijden alle hitte van blaren en van zeer teellid en erisypelas (vurige blaar) en ze zijn goed in wonddranken en op wonden.

 

De eerste soort zal een koolsoort zijn, maar welke. Dodonaeus noemt Kabuyskoole oft Witte Sluytkoole, Brassica capitata albida (Brassica oleacea var capitata L, kabuiskool), Raepkoolen, Brassica caule rapum gerens (Brassica rapa L., koolraap), Bloem-koole, Brassica Cauliflora (Brassica oleracea var cauliflora L., bloemkool) Savoysche koolen, Brassica Sabauda (Brassica oleracea var sabauda L., savooie kool) en Wilde koole, Brassica silevstris (Brassica rapa var campestris L.)

In de Ortus sanitatis worden ‘koolen, pottagiecruit’genoemd. Hildegard von Bingen; ‘Kole et Weydenkole et Kochkole; magere mensen verdragen die goed. Voor vette zijn zij schadelijk. Dit is ook de mening van de Ortus sanitatis’’Item vette menscen zijn dese cruyden schadelic geten’.

 

Rode kool, Dodonaeus; ‘heet in Brabantsch Groote Roode Koolen, in Latijn Brassica vulgaris sativa, maer meest Rubra caulis’.

Brassica oleraceae L. subsp. capitata (L) var rubra DC.

Rode koolbladeren werden veel gebruikt om op wonden te leggen, Liber Avicenna; ‘Ende optie wonden salmen leggen .1. root coolblat & de el niet’. Elders; ‘Ende altoes salmen .1. root coolblat leggen optie wonde’.

 

 

Camedreos.

 [38]

CAmedreos es heet ende droge in den .3. graet. Ende dits van .2. manieren. camedreos ecle. ende camepiteos es cleine ende dandre es groet. Ende camedreos heeft (805) cracht te suverne ende te verduwene. Ende si siin beide van ere cracht. Ende int ende van den lintere sal mense gadren alsi beginnen te bloyene. ende dan sal men die wortelen in die scaduwe doen ende latense (810) drogen. ende .1. jaer mach mense goet houden. Ende si purgiert melancolye naturlike ende onnaturlike. Ende die gene die qualike orine mogen maken. ende siec hebben geweest in die levere ende in die lendenen (815) entie de melte bestopt hebben. ende daer die orine dore liden soude. Siedet daer iegen camedreos in wine ende in olyen. ende buten plaesteret optie sieke steden.

[244] [38] (Teucrium chamaedrys, gamander)

Camedreos is heet en droog in de 3de graad. En dit is er in 2 soorten, camedreos ecle en camepiteos is klein en de andere is groot. En camedreos heeft kracht te zuiveren en te verduwen. En ze zijn beide van dezelfde kracht. En op het einde van de lente zal men ze verzamelen als ze beginnen te bloeien en dan zal men de wortels in de schaduw doen en laten ze drogen en 1 jaar kan men ze goed houden. En ze purgeert melancholie (zwarte gal) natuurlijke en onnatuurlijke. En diegene die slecht urine kunnen maken en ziek zijn geweest in de lever en in de geslachtsdelen en die de milt verstopt hebben en daar de urine door lijden zou; Kook daartegen chamaedys in wijn en in olie en pleister het buiten op de zieke plaatsen.

 

Platearius noemt camedreos quercula maior, de kleine camepiteos quercula minor apellatur.

De kleine wordt in het volgende hoofdstuk behandeld, hier gaat het om de grote.

Dodonaeus; ‘In oude tyden en heeft men maer een gheslacht van Chamedrys eygentlyck bekent. Dit cruydt heeft den naem van groote Cruypende Bathengel oft Chamedrys. In onse tijden heetmen dat in Latijn Chamaedrys, als oftmen Leege Eycke seyde’.

Teucrium chamaedrys L, echte gamander, edel manderkruid, batengel, heiligkruid, Frans germandree, petit chene, chenette, Duits Edelgamander, Engels common germander, horsechire.

Het werd vooral gebruikt om de milt te genezen. Ook bij gal- en leverziekten werd het in- en uitwendig gebruikt. Hildegard von Bingen denkt er echter anders over; ‘Gamandrea, der Gamander deugt niet als spijs noch voor mens noch dier; mag enkel uitwendig gebruikt worden’.

 

Camepiteos.

 [39]

CAmepiteos es heet ende droge in den (820) .3. graet. Ende verdrijft heffinge ende ventositeit der darmen. ende sceedet ende verdrijft grove humoren uten leden uter melten ende uter leveren Ende purgiert melancolye naturlike ende onnaturlike. Ende daer na colera ende fleuma. (825) Ende sceedt ende dwinget gorseme humoren in de lendenen ende ontstopt die levere ende die moeder. ende roept orine ende menstrua. ende geneest die geelsucht. ende es goet iegen den .4. dach corts. Ende ontstopt die melte (830) ende alle die lede van melancolien. Ende men minget met andren medicinen. ende met dranke die melancolye purgiert. ende men scarpter met andre medicinen. Ende allene en nut ment niet. want het brinct in pine ende onmach- (835) techeit in die leden

[245]  [39] (Ajuga chamaepitys, zenegroen)

Camepiteos is heet en droog in de 3de graad. En verdrijft opblazing en winderigheid van de darmen en scheidt en verdrijft grove vochtvermenging uit de leden, uit de milt en uit de lever. En purgeert melancholie, natuurlijk en onnatuurlijk. En daarna gal en flegma. En scheidt en verdrijft dikke vochtvermenging in de geslachtsdelen en ontstopt de lever en de [246] baarmoeder en roept urine en menstruatie en geneest geelzucht op en is goed tegen de vierdaagse malariakoorts. En ontstopt de milt en alle leden van melancholie. En men mengt het met andere medicijnen en met dranken die melancholie (zwarte gal) purgeren en men scherpt het met andere medicijnen. En alleen gebruikt men het niet want het brengt pijn en onmacht in de leden.

 

Het vorige hoofdstuk beschreef  de grote camedreos.

Dodonaeus beschrijft in het hoofdstuk Chamepitys oft Velt-Cypress 3 soorten met dezelfde naam, Chamaepitys; ‘in ’t Latijn Ibiga, Aiuga ende somwylen Abiga. In de Apotekerswinkels Iva, Iva Arthetica, Iva Moschata.

Blancardus zegt over Chamaepitys; ‘Vocatur etiam Abiga & Ajuga ut & Ibiga. Officinae Ivam cognomento Muschatum appellant. B. Veld-cypres. Vergis mich nicht, je lenger je lieber Gall. Yvette. Op een andere plaats zegt hij; ‘Iva Arthetica seu Moschata est chamaepitys.

De meest gebruikte is Ajuga chamaepitys (L) Schreb., akkerzenegroen, geelzenegroen, korriskruid, Frans ivette commune, germandree ivette, Duits Gelbet Gunsel, Engels ground pine, herb ivy.

Herbarius in Dyetsche raakt ook in verwarring; Camepitheos of de groete gamader het heet oeck groete camedreos’. Ortus sanitatis; ‘Wie langher wie lievere of gamandre, Camepitheos vel Camepitis grece Quercula minor latine.

 

Cycuta dats sceerlinc.

[40]

Cycuta dats sceerlinc. ende es heet ende droge in den .3. graet. Ende heeft cracht te treckene te verteerne ende te scedene die humoren. Men wercter nu niet met. want (840) si es te zere gevenijnt. wilen dede mense in medicinen doen die menscheit starker was. Ende si heeft grote cracht in die wortele ende minder cracht in die bladere. Ende haer saet es cout ende droge ende iegen artetyke ende (845) voet evel sal men die wortel stoten ¶ Ende tsap sal men doen in ruggen mele ende daer af backen .1. broot. ende dat zal men dan breken ende leggent al warm optie stede. dit zal men dicken doen. Ende si dunnet gorseme humoren (850) ende lijmachtech. ende doet wel orine maken Ende doet sterven alle maniere van wormen Ende dranc daer af gemaakt ende gedronken of daer met gedwegen die leden. doet sceden gor\semen wint die in de huut es. Ende si geneest (855) ende doet sceden pine in die zide ende lanc evel Ende geneest die borst entie longene van groven limegen humoren ¶ Ende cocte genomen .28. o. ende 8. lb waters ende gestampt ende gesoden tegadere met sachten viere. tote dat ter- (860) dendeel versoden si. ende dit gedronken alle dage .40. dits goet jegen tgroet evel. Ende desen selven dranc gedronken enen wive die kint ontfaen heeft. dat kint soude hem keeren Dats teken dat men kint draget. Een ander (865) es si salse weder keeren. want si en mach se niet onthouden die medicine daer af.

[247]  [40] (Conium maculatum, scheerling)

Cycuta, dat is scheerling, en het is heet en droog in de 3de graad. En heeft kracht de vochtvermenging te trekken, te verteren en te scheiden. Men werkt er nu niet mee want ze is te zeer giftig, ooit deden mensen het in medicijnen toen de mensheid sterker was. En het heeft grote kracht in de wortels en minder kracht in de bladeren. En haar zaad is koud en droog en tegen jicht en voetjicht zal men die wortel stoten.

En het sap zal men doen in roggemeel en daar van een brood bakken en dat zal men dan breken en het al warm op die plaats leggen, dit zal men vaak doen. En ze verdunt dikke vochtvermenging en lijmachtige en laat goed urine maken. En laat sterven alle soorten van wormen. En drank er van gemaakt en gedronken of daarmee de leden gewassen laat scheiden dikke [248] wind die in de huid is. En ze geneest en laat scheiden pijn in de zijde en onderbuikspijn. En geneest de borst en de longen van grove lijmige vochtvermenging.

En Cicuta genomen van 28 ons met 8 pond water en gestampt en tezamen gekookt met zacht vuur totdat het derdedeel verkookt is en dit alle 40 dagen gedronken is goed tegen de vallende ziekte. En dezelfde drank gedronken door een vrouw die een kind ontvangen heeft, dat kind zou zich keren. Dat is een teken dat men kind draagt. Een ander is als ze overgeeft want ze mag de medicijn er van niet inhouden.

 

860; 40 dagen, een alchimistenmaand bestond uit 40 dagen, vandaar dat die tijdruimte dikwijls voorkomt in middeleeuwse geneeskunde die sterk de invloed van alchimisten en astrologen onderging.

Ortus sanitatis spreekt over schirlick, scheerlick, in Latijn appolonaria. Beschrijving en afbeelding is zeker niet Conium maculatum (volgens Dodonaeus is appolonaris Bilsenkruid). Hij bespreekt ook Winterlinck, Cicuta latine en dat zal wel Conium maculatum zijn..

Dodonaeus noemt Scheerlinck oft Dullekervel met de Latijnse naam Cicuta.

Conium maculatum L. gevlekte scheerling, dolle scheerling, vergiftige kervel, dulle petercely, winterling, pijpkruid, Frans cigue tachee, cigue d’Athenes, grande cigue, cignue de Sokrate, Duits Gefleckter Schierling, Teufelspeterlein, Blutpeterlein, Engels hemlock, kecks.

 Deze scheerling of Coneion is te Athene gebruikt geweest om de zeer wijze man en filosoof Socrates te doden, als Plato schrijft. In de oude botanische en medische literatuur wordt vaak de gevlekte scheerling, Conium maculatum en de waterscheerling Cicuta virosa niet scherp uit elkaar gehouden. In het algemeen kan men zeggen dat de scheerling van de ouden, het χωνειον, koneion, van de Grieken en de cicuta van de Romeinen zeker de gevlekte scheerling was.

De waterscheerling komt in Griekenland en ItaliĎ uiterst zelden voor, terwijl de gevlekte vrij algemeen is. In ItaliĎ was de waterscheerling bij de botanisten van de 15de  eeuw nog onbekend en sinds de 17de eeuw wordt het in de botanische tuinen geplant. De oude Duitsers Brunfels, Bock en Fuchs beschreven alleen de gevlekte.

Hippocrates, Plinius, Avicenna erkende de eigenschappen er van. Ambrosius Pare, Lemery en Stoerk hebben de plant met veel lof gebruikt bij kanker. H. Hieronymus raadde een drank aan met onder andere scheerling voor de monniken oom de zuiverheid te bewaren, dit op getuigenis van Dioscorides die zegt; Herba testibus circumlita, libidinum imaginationes in somno compescit, sed genitale resolvit’. Gebruikt om de geslachtsdelen te laten verdwijnen, vooral bij jonge kinderen. Hildegard von Bingen noemt Scherling, Schierling gevaarlijk en beveelt enkel het uitwendig gebruik er van aan.

 

 

Catapusia of sporie of scitekeye of roercruut.

 [41]

CAtapusia of sporie. of scitekeye. of roercruut hets al eens. Ende es heet ende droge in den .3. graet. Ende tsaet es alsoe (870) groet alse peper. ende heeft march inne ende daer boven scorssen. ende dmarch es wit ende vet. Ende men mach tsaet goet houden .1. jaer of meer. Ende als ment in medicinen doet sal men die scorsse af doen. ende pellent (875) scone. Het heeft macht te purgierne melancolie. ende die rode coleram. ende purgiert beide opwert ende nederwert ¶ Ende men maecter af oleum catapusiarum. die zere doet sciten aldus Men sal stoten vele sporien. ende dan winden in (880) cool bladen. ende leggense onder heete colen ende latense wel braden. dan sal men dat uutperssen. ende dat wert olie. ende men saelt bestaden. Ende als ment orboren wille. so sal ment doen in des sieken spise ¶ Alse men den sieken (885) wille doen walgen uter magen van quader fleumen in den crop. ende oec den gesonden. So zal men sporie wel stoten ende mingen met luttel olyen ende bindent opten crop vander magen. Of men sal sporie wel stoten ende drinken met wine. (890) Sporie es goet jegen den dageliken rede ende iegen den terciaene. Maer om dat sporie macht heeft te scendene die mage entie darmen. daer omme moet men dus haer felheit nemen ¶ Men sal nemen sporie entie scorsse (895) af doen. ende mastic .3. cornen ende malent ende leggent in cyroop vyolaet .1. nacht. Ende hier met sal men scarpen andere medicinen ¶ Ende men mach enen .3. cornen sporien saets sonder scorsse sieden met enen hoene. Ende (900) dat sal die sieke eten. ende tsop supen. Dat morwt zere den lichame ¶ Ende alse men sporien saet geven wille. so moet men wachten dat ment niet en geve. die humoren en siin tierst gerijpt. dat men lichtelic (905) sciten of spuwen mach. Ende men saelt niemene geven die de mage cranc heeft. want si mochte verkeeren van pinen. Ende met .15. coornen mach men wel andre medicine scarpen gestoten ende daer in geminct. (910) Ende men maecht oec geven bi hem selven .20. coornen gepelt ende gestoten ende geminct met warmen wine. Of met wermen borne. ende dan zien. ende geven drinken alse men opstaet. Ende si (915) purgiert principale fleumen in die mage ende in die darmen ende limege humoren. ende es goet iegen die pine in die ziden. ende iegen lanc evel. ende iegen artetyke ende iegen dagelijxen rede die (920) van fleumen comt.

[250]  [41] (Euphorbia lathyrus, wolfsmelk)

Catapusia of spurrie of schijtkruid of roerkruid, het is allemaal hetzelfde. En is heet en droog in de 3de graad. En het zaad is zo groot als peper en bevat merg en daarboven schors en het merg is wit en vet. En men kan het zaad 1 jaar of meer goed houden. En als men het in medicijnen doet zal men de schors er af doen en het schoon pellen. Het heeft kracht melancholie (zwarte gal) te purgeren en de rode gal en purgeert beide opwaarts en nederwaarts.

En men maakt er oleum catapusiarum van die zeer laat schijten aldus;  Men zal veel spurrie stampen en dan winden in koolbladeren en leg het onder hete kolen en laat het goed braden, dan zal men dat uitpersen en dat wordt olie en men zal het weg bergen. En als men het gebruiken wil dan zal men het in het eten van de zieke doen.

Als men de zieken uit de maag kwade fluimen wil laten walgen in de krop en ook de gezonden dan zal men spurrie goed stampen en mengen met wat olie en het op de krop van de maag binden. Of men zal spurrie goed stampen en drinken met wijn. Spurrie is goed tegen de dagelijkse koorts en tegen de derdaagse malariakoorts. Maar omdat spurrie macht heeft om de maag en de darmen te schenden, daarom moet men dus haar felheid ontnemen.

Men zal spurrie nemen en de schors [251] er af doen en 3 grein mastiek en malen het en het 1 nacht in siroop van violen leggen. En hiermee zal men andere medicijnen scherpen. En men mag een 3 korrels spurriezaad zonder schors koken met een hoen en dat zal de zieke eten en het sap drinken. Dat vermurwt zeer de ontlasting.

En als men spurriezaad geven wil dan moet men vermijden dat men het niet geeft eer dat de vochtvermengingen eerst gerijpt zijn zodat men niet te gauw schijten of spuwen mag. En men zal het niemand geven die de maag ziek heeft, want ze mochten omkeren van pijn. En met 15 korrels mag men wel andere medicijnen scherpen, gestampt en daarin gemengd. En men mag het ook alleen geven met 20 gepelde korrels en gemengd met warme wijn. Of met warm bronwater en dan zien en geef het te drinken als men opstaat. En ze purgeert voornamelijk fluimen in de maag en in de darmen en lijmige vochtvermenging en is goed tegen de pijn in de zijden en tegen onderbuikspijn en tegen jicht en tegen dagelijkse koorts die van fluimen komt.

 

Hildegard von Bingen noemt het Springwurtz, Springkraut, vergelijk de naam in de Herbarijs, roerkruit, is drukte, beweging, omdat de zaden veerkrachtig zijn en uit de doosvrucht ontsnappen.

Herbarius in Dyetsche; Scijtcruijt of sporie-zaet of catapucci of roercruijt of catapucia’.

Ortus sanitatis; ‘Sprinckwortele  oft schijtcruit, sprincwortele, sprengwortele.

Dodonaeus; ‘Springcruut oft spuergie, in Latijn Lathyris ende Cataputia minor’. De grote is Ricinus communis.

Euphorbia lathyris, L., kruisbladige wolfsmelk, springkruid, schijtkruid, Frans euphorbe-epurge, Duits Spring-Wolfsmilch, Engels caper-spurge.

Zie ook kapittel60 en 194.

 

Caprifolium of wedewinde.

 [42]

CAprifolium of wedewinde die draget rode besien. ende es heet. ende droge in den .2. graet. Ende si suvert ende trect ende opent. Ende dat cruut met allen gestoten (925) dodet den canker ende den fistel. ende geneest alle vule gaten ende apostemen. Ende si trect vortte bene uten gaten ende uten wonden. ende uten fistelen. ende doet wel orine maken. ende dwijf haer stonden (930) hebben. Ende tsop heet licium. Men seit dat heet es in den iersten graet. ende droge in de andren. Ende men persset tsap uter wedewinden. ende men latet drogen. ende men bringet uut andren landen in de spe- (935) cerien. Het suvert sproeten int ansichte ende puusten in den mont. ende tantvleesch ende claert die ogen. Ende es goet iegen drope. ende vulheit ende verscheit in die ogen. Ende in die oren gedrupt trect (940) die verscheit uten oren. Ende so doetse oec die humoren die in de moeder vloyen ende droget. ja in wlva gedaen. Ende verdrijft die wormen in den lichame ia gedronken. of met clisterien genomen. Ende (945) verdrijft verbernde humoren. Ende heilt wonden in de darmen die de humoren sniden. ¶ Dyascorides seit. dat tgroene sop meer crachts heeft dan tdroge. Ende als men licium in dogen werpt. zal ment in colirien doen.

[252]  [42] (Lonicera caprifolium, kamperfoelie)

Caprifolium of wedewinde, die draagt rode bessen en is heet en droog in de 2de graad. En ze zuivert en trekt en opent. En dat kruid geheel gestampt doodt kanker en de diepe etterwond en geneest alle vuile gaten en gezwellen. En ze trekt weg benen uit de gaten en uit de wonden en uit diepe etterwonden en laat goed urine maken en de vrouw haar stonden hebben. En het sap heet lycium. Men zegt dat het heet is in de eerste graad en droog in de anderen. En men perst het sap uit de wedewinden en men laat het drogen en men brengt het uit andere landen in de kruidenierswinkels. Het zuivert sproeten in het aanzicht en puisten in de mond en tandvlees en verheldert de ogen. En is goed tegen smetten en volheid en lopende ogen. En in de oren gedruppeld trekt de nieuwheid uit de oren. En zo doet ze ook de vochtvermengingen die in de baarmoeder vloeien en verdroogt, ja in vulva gedaan. En verdrijft de wormen in de ontlasting, ja gedronken of met klysma’s genomen. En verdrijft verbrande vochtvermenging. En heelt wonden in de darmen die de vochtvermenging snijden.

Dioscorides zegt dat het vochtige sap meer kracht heeft dan het droge. En als men lycium in de ogen werpt zal men het in oogzalven doen.

 

Ortus sanitatis; mannekenscruit of gheitenbladt Caprifolium vel mater silvarum latine.

Dodonaeus; ‘Memmekenscruydt oft Geitenbladt. Den Griekschen naem is Periclymenon; den Latijnsche Volucrum maius oft Sylvae mater; oft, als de Apotekers seggen, Caprifolium ende Matrisilvia; oft oock, als anderen dat noemen Lilium inter spinas’.

Ook de Ortus sanitatis noemt het sap Licium; ‘Sommige meesters segghen dat van dees cruits sap ghemaeckt wordt Licium’. Het Lycium is Rhamnus, zie Lycium in Volkoomen.nl.

Lonicera caprifolium L, kamperfoelie, memmekenskruid, mannekenskruid, tuingeitenblad, weeuwwinde, Frans chevrefeuille romaine, chevrefeuille des jardins, Duits Je langer je liever, Welsche Specklilie, Engels goat’s leaves. Dat is de Italiaanse vorm.

Het kan ook Lonicera periclymenum L zijn, wilde kamperfoelie, bosgeitenblad, bokkenblad, Frans chevrefeuille des bois, periclymene, Duits Wild-Geiszblatt, Specklilie, Engels wood-bine, common honey-suckle.

Werd uitwendig gebruikt om de huid te zuiveren.

 

Crassula of orpijn.

[43]

(950) CRassula of orpijn es van .2. manieren groet ende cleine. Ende die groete scelt men orpiin. of crone cruut of roecelle of smerewortte. Entie cleine scelt men bladeloes. ende staet op husen ende op ouden (955)maysieren. Ende steet oft ware verguus crappen alst begint crommen op wiingarden ende siin bloysel vallet. Ende sulke seggen dat si beide cout ende droge siin in den .3. graet. Ende si wederslaen alle hitte (960) ende stoppen die gate van der huut. Ende si es goet op alle heete eresipila. ende op heete drope ende op heete apostemen Ende si es goet geplaestert op dat voorehoeft ende opten slaep. Ende geminct met (965) garstenen mele eist goet iegen heete hoeftswere. ende op heete levere. Ende si es goet in allen couden salven.

[253) [43] (Hylotelephium telephium als grote en Sedum als kleine)

Crassula of orpijn is er in 2 soorten, groot en klein. En de grote noemt men orpijn of kroonkruid of roecelle of smeerwortel. En de kleine noemt men bladeloze en staat op huizen en op oude muren. En staat of het onrijpe druiven [254) is als het begint te krommen op wijngaarden en zijn bloeisel valt. En sommige zeggen dat ze beide koud en droog zijn in de 3de graad. En ze verdrijven alle hitte en stoppen de gaten van de huid. En ze is goed op alle hete erisypelas (vurige blaar) en op hete smetten en op hete blaren. En ze is goed gepleisterd op het voorhoofd en op de slaap. En gemengd met gerstmeel is het goed tegen hete hoofdpijn en op hete lever. En ze is goed in alle koude zalven.

 

Ortus sanitatis spreekt van Muerpeper oft duivencrop, Vermicularis vel herba crassula latine et grece; groet en clein.

Dodonaeus noemt verschillende soorten Telephium oft Smeerwortel; De tweede soorte is oock een geslacht van Telephium; De Apothekers noemense Crassula ende Crassula Fabaria ende oock Crassula maior; De Neder-Duytschen Smeerwortele ende Hemelsleutel; de Engelsche Orpyne’.  Zie kapittel 157.

 

Over de bladeloese zegt Dodonaeus; ‘De andere soorte van Cleyn Donderbaert, in Nederlant Bladeloose geheeten, is in de Apotheken Crassula minor genoemt, ende aldaer voegen sij daer bij den toenaem minor dat is Cleyne, om dat van de Smeerwortel te onderscheyden; die sij Crassula maior heeten’.

Sedum album L, schotkruid, wit vetkruid, tripmadam, Frans joubarbe blanc, orpin blanc, trique-madame, Duits Mauerpfeffer, Engels prick-madam, worm-grass.

Het zou ook om Sedum acre L kunnen gaan, muurpeper, scherp vetgroen, Frans petite joubarbe, joubarbe acre, Duits Mauerpfeffer, Engels wallpepper, stonecrop, meestal wordt dan wel de scherpe smaak toegevoegd. Belgisch kruidboek; Deze 2 planten zijn bij het volk onder de naam perelkruid bekend omdat de eenvoudige landlieden die veel met regenwater en wat azijn laten weken en het sap eruit persen om de brandvlekken die als pareltjes op de ogen komen te genezen’’ .

 

Calamentis.

[44]

CAlamentis es van .3. manieren daer es .1. dat altoes wast in ripa (970) fluminis ende in waterachtegen steden. Ende een ander in drogen steden van watere. Ende noch een ander dat men vint in droger steden op bergen. Ende om dat het wast in vele steden so hevet vele namen. Nochtan siin si alle (975) heet ende droge in den .3. graet ¶ ypocras seit dat si bluscht lust van goyene. ende verhit luxurie datse bi crachte vloyen moet iegen wille. Na elke stede daert staet so hevet sinen name. Dat op bergen wast heet petrosa (980) ende es gelijc den andren. Ende dat in effenen lande wast heet terrestris. Ende aquosa. dat in watere wast ¶ Petrosa es goet jegen beten van quaden wormen. Ende es goet gedronken iegen gevenijnden dranc. en het (985) vecht daer iegen dat den lichame niet en deert. Ende in husen gesteken doet vlien quade wormen die crupen. Ende geplaestert optie beten van gevenijnden wormen trecket tfenijn ute. Ende geneest die geelsucht (990) al sonder corts die van melancolien comt. ¶ Nem iegen die geelsucht .2. dr. gedronken alle dage. dat suvert. Ende terrestris es goet der moeder ¶ Dyascorides seit. ende galyenus. dat calamentis es goet iegen (995) laserie. Ende si seggen datse suvert plecken ende rudecheit optie huut. ja groene in wine gesoden ende optie huut geplaestert Ende tsap in die oren gedaen. dodet die worme in die oren. Ende si dodet oec die worme (1000) in alle vule gaten daer si in siin. Ende gedronken. of in wlva gedaen doet menstrua hebben. ende doet wel orine maken. ende dwinet ende suvert grove limege humoren vander borst ende vander longenen. ende verwarmt die cou- (1005) de nieren ¶ Ende vele boeke concorderen dat calamentis die mage starct. ende suvert verstoptheit ende opent spasmus ende swaren adem Si helpt ende stremmet walginge ende keeren Ende geeten met drogen vigen eist goet ie- (1010) gen twater. Ende ene .dr. gedronken es goet iegen sicken. ende geneest dat van couden comt. Ende somege meesters seggen. dat met scitene ende metter orinen purgiert mania dat van melancolyen comt. Ende petrosa dat (1015) es starc. ende aquosa dat es starkere ende luxurie te drogene

[258)  [44] (Clinopodium calamintha,)

Calamentis is er in 3 soorten, er is  er 1 dat altijd groeit in vloedoevers en in waterachtige plaatsen. En een ander in droge plaatsen van water. En noch een ander dat men vindt in drogere plaatsen op bergen. En omdat het in vele plaatsen groeit heeft het vele namen. Nochtans zijn ze allen heet en droog in de 3de graad.

Hippocrates zegt dat ze lust van stromen blust en verhit wulpsheid en dat ze door kracht vloeien moet tegen de wil. Naar elke plaats daar het staat heeft het zijn naam. Dat op bergen groeit heet petrosa en is gelijk de anderen. En dat in vlakke landen groeit heet terrestris. En aquosa (watermunt?) dat in water groeit.

Petrosa is goed tegen beten van kwade wormen. En is goed gedronken tegen giftige drank en het vecht daartegen dat het ‘t lichaam niet deert. En in huis gestoken laat het kwade wormen verdwijnen die kruipen. En gepleisterd op de beten van giftige wormen trekt het venijn er uit. En geneest de geelzucht zonder koorts die van melancholie (zwarte gal) komt.

Neem tegen de geelzucht elke dag 2 drachmen, gedronken, dat zuivert. En terrestris is goed voor de baarmoeder.

Dioscorides zegt en Galenus dat calamentis  goed is tegen melaatsheid. En ze zeggen dat ze plekken en schurft op de huid zuivert, ja vers in wijn gekookt en op de huid en op de huid gepleisterd. n het sap in de oren gedaan doodt de wormen in de oren. En ze doodt ook de wormen in alle vuile gaten daar ze in zijn. En gedronken of in vulva gedaan laat menstruatie hebben en laat goed urine maken en laat verdwijnen [259) en zuivert grove lijmachtige vochtvermenging van de borst en van de longen en verwarmt de koude nieren.

En veel boeken vermelden dat calamentis de maag versterkt en zuivert verstopping en opent kramp en zware adem. Ze helpt en stremt walging en maag omkeren. En gegeten met droge vijgen is het goed tegen het water. En een drachme gedronken is goed tegen zwaar ademhalen en geneest dat van koude komt. En sommige dokters zeggen dat het met schijten en met de urine dolheid purgeert dat van melancholie (zwarte gal) komt. En petrosa dat is sterk en aquosa dat is sterker om wulpsheid te verdrogen.

 

Vele soorten, vaak muntsoorten met vele namen.

Ortus sanitatis zegt ook; ‘In den Capitele menta bescriven ons die meesteren datter menigherhande munte is’. Strabo in de 9de eeuw; in zijn Hortulus;’Sed si quis vires, species et nomina Mentae

Ad plenum numerare potest, sciat ille

Aut quot Erythraeo volitent in gurgite pisces’. ‘Doch als iemand de krachten, soorten en de namen van de munt volledig wil opsommen, dan kan hij evengoed het getal vissen aangeven die rondzwemmen in de Eritrese zee’.

Die op de bergen groeit, petrosa; bergen.

Dat in effen land groeit, terrestris; aarde, die staat verder in kapittel 45.

Dat in water groeit, aquosa; water, die staat verder in kapittel 178.

Petrosa is de Calamintha montana van Dodonaeus, Lobel en Fuchsius.

Clinopodium calamintha Stace, bergsteentijm, bergkalament, Frans calamente officinal, thym calament, Duits Bergminze, Engels calamint.

Hippocrates beval bergsteentijm aan tegen pijnlijke aandrang op de ontlasting (tenesmus) tegen darmontsteking en tegen onregelmatige en overvloedige maandstonden. Dioscorides, Galenus en AĎtius als tegengif en om menstruatie te vergemakkelijken.

 

 

Calamentum of nepita of ackermente.

[45]

CAlamentum of nepita of ackermente. het es heet ende droge in den .2. graet ende si es beter groene dan droge. ende alsi (1020) bloyt sal mense gadren. Een iaer geduert si goet diese hanct in de scaduwe. Ende si heeft cracht te solveerne ende te verteerne die humoren. Ende iegen oude hoeste die van coude comt sal men drinken wiin daer si in gesoden (1025) es. ende daer es goet in rosiin of droge figen Ende men machse oec geven gemalen met enen moruwen eye te supene ¶ Jegen die coutheit der magen enter darmen salse die sieke altoes nutten in siin spise ende in sinen dranke ¶ Men (1030) vint menegerande mente. het es ene tamme ende wast in der liede hove. die verwarmt te maten ende conforteert. Ende dandere heet men stastrum. ende dese heeft die meerre cracht te verwarmene. Ende ene andere vint (1035) men die heeft lange bladere. entie heet men roemsce mente. entie verdrijft aldus meest ende verduwet ¶ Maer dierste tamme mente doet men in medicinen. want dese es zere goet in medicinen. diese droecht in die (1040) scaduwe. so hout mense .1. jaer goet. Ende den genen dien den mont stinct ende iegen quaet tantvleesch sal men mente zieden in aysine. ende den mont daer met zere wasscen ende dat tantvleesch. ende daer na wriven met dro- (145) ger menten gepulvert. Ende dese mente doet men in sausen want si esser goet toe. Si maect goeden appetijt den genen die qualike eeten mogen. Ende diese giet in die oren. so doot si die wormen. Ende si es goet den laser- (1050) sen. Ende jegen den huuf in die kele zal men ackermente sieden met rosen in asine. dit sal die sieke houden ende ruschen in sinen mont ende in sine kele. Ende dan sal hi gereet hebben gemalen ackermente ende rosen. ende doent (1055) liggen in den huuf. Ende si es goet te vele dingen ¶ Jegen tantswere zal men hofmente zieden in wine entie tanden ende dat tantvleesch daer met wriven het sal genesen ¶ Jegen venijn nem pulver van droger menten (1060) ende gevet drinken in wine. Ende tpulver es goet der quader magen. ende doet wel verduwen spise.

[260) [45] (Mentha, munt)

Calamentum of nepita of akkermunt, is heet en droog in de 2de graad en ze is beter vers dan droog en als ze bloeit zal men het verzamelen. Een jaar blijft ze goed die het ophangt in de schaduw. En ze heeft kracht op te lossen en de vochtvermenging te verteren. En tegen oud hoest die van koude komt zal men wijn drinken daar ze in gekookt is en daarin is goed rozijnen of droge vijgen. En men mag ze ook geven gemalen met een murw ei te drinken.

Tegen de koudheid van de maag en de darmen zal ze de zieke het altijd nuttigen in zijn spijs en in zijn drank.

Men vindt vele soorten munt, er is een tamme en groeit in de hoven van de mensen, die verwarmt [261) matig en versterkt. En een andere heet menstastrum (Mentha aquatica) en deze heeft meer kracht om te verwarmen. En een andere vindt men die lange bladeren heeft en die noemt men Roomse munt (Mentha spicata) en die verdrijft aldus meest en verduwt.

Maar de eerste tamme munt doet men in medicijnen want deze is zeer goed in medicijnen die ze droogt in de schaduw, dan houdt men ze 1 jaar goed. En diegene die de mond stinkt en tegen kwaad tandvlees zal men munt koken in azijn en de mond daarmee zeer wassen en dat tandvlees en daarna wrijven met droge gepoederde munt. En deze munt doet men in sausen want ze is er goed voor. Ze maakt goede appetijt voor diegene die slecht eten kunnen. En die het giet in de oren dan doodt ze de wormen. En ze is goed voor die huidziekte hebben. En tegen de huig in de keel zal men akkermunt koken met rozen in azijn, dit zal de zieke houden en spoelen in zijn mond en in zijn keel. En dan zal hij gereed hebben gemalen akkermunt en rozen en laat het liggen in de huig. En ze is goed in teveel dingen.

Tegen tandpijn zal men hofmunt koken in wijn en de tanden en het tandvlees daarmee wrijven, het zal genezen.

Tegen gif, neem poeder van droge munt en geef het te drinken in wijn. En het poeder is goed voor een kwade maag en laat de spijzen goed verduwen.

 

Zie hoofdstuk 44, dit is de tweede soort, Menta terrestris. Nepeta is wat verwarrend omdat die aan verschillende muntsoorten werd gegeven. Ook Platearius gebruikt de benaming; ‘Calementum est autem herba que alio nomine quibusdam nepita dicitur’.  De namen lopen door elkaar.

Het groeit op het veld, 1 hofmunte ‘ene tamme ende wast in der lieder hoven’. 2 Stastrum. 3 Roemsce mente, die heeft lange bladeren.

De eerste soort wordt het meest in de geneeskunde gebruikt en voor tamme munt denkt  Vandewiele aan Mentha suavolens Ehrb, rondbladige munt, witte munt, Frans menthe a feuilles rondes.

Het kan ook Mentha crispa L zijn, echte kruizenmunt, Frans menthe crepue.

Met stastrum wijst de schrijver wel op de meer gebruikelijke menthastrum, Mentha longifolia Huds, wilde munt, hertsmunt, Frans menthe sauvage. Het zou ook akkermunt kunnen zijn, Mentha arvensis L,  akkermunt, Frans menthe des champs.

Roemsce mente met lange bladeren wijst op Mentha spicata L, groene munt, Roomse munt, Frans menthe verte.

 

 

Celidonia dats scelleworte.

[47]

CElidonia dats scelleworte. ende es heet ende droge in den .3. graet. ende sulke seggen in den .4. Ende men vinter van .2. ma- (1085) nieren. dene hetet Indicum ende heeft gelu wortele. ende es die beste. Ende dandere vint men in vele steden. entie en es niet also goet Maer dene leit men vore dandere. Ende alse mense vint gescreven in recepten. so sal men (1090) nemen die wortele. Ende men houtse goet .1. jaer. Ende si heeft cracht te solveerne ende te verteerne ende uut te treckene die quade humoren. ende iegen dien tantswere van couden saken. zal men dese wortel stoten endeleg-  (1095) gen opten tant diere sweert ¶ Die thoeft vervult heeft van quaden couden humoren. hi stote die wortele wel ende ziedse in wine ende dan houde sinen mont over dien pot ende ontfae den wasem in sine kele. entie pot sal (1100) boven nauwe siin. Ende daer na sal hi tsop gargariseren in die kele ende in den mont op ende neder ¶ Omme vrouwen te doen comen haer saken entie baermoeder te suverne. Nem scelleworte ende siedse in watere. entie vrouwe (1105)  gae daer over sitten. ende ontfa dien doem beneden ¶ Jegen den fistel. zal men die wortel pulveren ende mingent met logen. ende netten daer in die wieken ende stekense in dat gat ¶ Scellewort es goet iegen den huuf in die kele die van (1110) couder materien comt. ende ydelt. eist dat mense siedt in wine. ende men den wiin houde in den mont. Scellewort in wine gesoden es goet geplaestert opt lanc evel. Scelleworte in aysine gesoden es goet opten canker. Ende (1115) scel. met zeeme gesoden es goet opten fistel. ¶ Tsap van scelworten dat scarpt die zie. ende droget grove limege humoren die in die ogen siin. Ende tsop es goet op scorftheit dat van couder materien comt. Ende ontstopt die levere (1120) entie niere. die blase. die melte. ende wlva die van couder materien comt ende purgiert melancolye

[265) [47] (Chelidonium majus, stinkende gouwe, Ranunculus ficaria, speenkruid)

Celidonia, dat is schelkruid en het is heet en droog in de 3de graad en sommige zeggen in de 4de . En men vindt er 2 soorten van, de ene heet Indicum en heeft gele wortels en is de beste. En de andere vindt men in vele plaatsen en die is niet zo goed. Maar de ene gebruikt men voor de andere. En als men het vindt beschreven in recepten, dan zal men de wortel nemen. En men houdt ze goed 1 jaar. En ze heeft kracht op te lossen en te verteren en uit te trekken de kwade vochtvermenging en tegen die tandpijn van koude zaken zal men deze wortel stampen en op de tand leggen die pijn heeft.

Die het hoofd vervuld heeft van kwade koude vochtvermenging, hij stampt de wortel goed en kookt ze in wijn en houdt dan zijn mond over die pot en ontvangt de wasem in zijn keel en die pot zal boven nauw zijn. En daarna zal hij het sap gorgelen in de keel en in de mond op en neer.

Om bij vrouwen hun zaken te laten komen en de baarmoeder te zuiveren; Neem schelkruid en kook het in water en die vrouw gaat daar boven zitten en ontvangt die damp beneden.

Tegen de diepe etterwond zal men de wortel verpoederen en mengen het met loog en nat daarin doeken en steek het in dat gat.

Schelkruid is goed tegen de huig in de keel die van koude materiĎn komt en los is, als men het in wijn kookt en de wijn in de mond houdt. Schelkruid in wijn gekookt is goed gepleisterd op onderbuikspijn. Schelkruid in azijn gekookt is goed op de kanker. En schelwort met honing gekookt is goed op de diepe etterwond.

Het sap van schelkruid verscherpt het zien en verdroogt grove lijmige vochtvermenging die in de [266) ogen zijn. En het sap is goed op schurft dat van koude materie komt. En ontstopt die lever en de nieren, de blaas, de milt en vulva die van koude materie komt en purgeert melancholie (zwarte gal).

 

Er zijn 2 soorten, Indicum, met gele wortels en de beste soort. De ander is een veel voorkomende soort die kleiner is en minder werkzaam. Hierin volgt hij Platearius; ‘due sunt maneries seu indica que maioris est effecacie et citrinam hebet radicem. Et (alia) quae in nostris partibus reperitur minoris est efficacie.tamen altera pro altera poni potest’.

Hildegard von Bingen noemt chelidonium majus Grintwurtz en Schollkraut en de kleine chelidonium Ficaria, Feigwurtz.

Herbarius in Dyetsche;’Gouwortel of sceelwortel of celidonia. Si es tweerlije te weeten meerder ende minder nochtans de een nempt men voer dander’.

Ortus sanitatis kent ook de grote en kleine ‘schelwortele, scelwortele’.

Dodonaeus noemt de grote soort ‘Stinkende Gouwe of Groote Gouwe en de kleine Cleyne Gouwe, Speencruydt, Chelidonium minus. In de Apoteken Scrophularia minor, Ficaria minor.’

Chelidonium majus L, is de grote, stinkende gouwe, ogenklaar, schelkruid, zwaluwkruid, goudwortel, Frans eclaire, herbe aux verrues, chelidoine, herbe de saint claire, herbe a l’hirondelle, Duits Schollkraut, Schwalbenwurz, Goldwurz, Engels celandine, swallowwort.

Ranunculus ficaria L is de kleine, speenkruid, kleine gouwe speendistel, Frans ficaire, petite chelidoine, hemorroidale, petit scrofulaire, Duits Feigwurz, Schmergel, Engels fig wort, pile wort.

De gele kleur van bloemen en melksap gold bij de oude schrijvers vaak als een aanwijzing van het kruid als geneesmiddel tegen geelzucht. In de homeopathie wordt het nu nog zo gebruikt.

Het scherpt het zien, dat van de naam Chelidonium omdat zwaluwen hun blinde jongen er mee voerden.

De kleine werd het meest gebruikt tegen aambeien.

 

In de aanhef van de letter C wordt tussen Celidonia en Coriander Calex viva genoemd. Dat is overgeslagen. Ongebluste kalk.

Dioscorides maakt al gewag van Calx viva, hij kent er de kracht aan toe de wonden te doen opgroeien; hij is des te werkzaam naar mate hij vers is en niet met water besprenkeld. Platearius zegt over Calx; ‘Mixta cum sevo et oleo pustulas et putrida apostemata habentes iuvat. Vulnera et omnem incissionem bene solidat’.

Zie ook Herbarius in Dyetsche.

Ortus sanitatis; ‘Serapio inden boec Aggregatioris capitulo horach i, calx bescrijft ons dat sommighe calck maken wt meer steenen ende die sommighe wy marmer stenen. Ende dese worden also lange in eenen over ghebrant tot datse van binnen ende van buiten wit worden. Ende dan wordt dit ghenaemt levende calck ofte Calx viva. Ende alsmen desen calck int watere doet dat mindert hem zijn crachte. Ende hi en is dan voertane niet so sterc ghelyc doen hi ongheblust was. Sommighe maken calck van eyer scalen’.

 

 

Cyclamen.

[46]

Cyclamen. es heet endet droge in den .3. graet ende sulke seggen in den .4. graet. ende men heetet suinebroet. of erdappel. Die me- (1065) este siin die beste. Ende in den herfst sal mense gadren. ende in .4. stucken sniden. ende dan hangen met enen drade in die scaduwe Hi heeft grote cracht al droge. ende groene noch meerre ¶ Ende iegen die spenen die (1070) niet en leken maer scoren van buten. so sal men tsap tempern met asine elcs even vele. ende daer met die spenen bestriken dit sachtet zere. Ende om datse hier int lant niet en wassen noch en comen. so laticker af te spre- (1075) kene. Nochtan mach mense .4. jaer goet houden. Ic soude wanen dat dit siin ertnoten diere vele wast benorden brugge Ende gebernt ende getempert met asine. eist goet op hanken iegen die pine van der (1080) artetike. ende geleit optie stede daer haer vallet onthoudet.

[267) [46] (Cyclamen europaeum, varkensbrood)

Cyclamen is heet en droog in de 3de graad en sommige zeggen in de 4de graad en men noemt het zwijnenbrood of aardappel, de grootste zijn de beste. En in de herfst zal men ze verzamelen en in 4 stukken snijden en dan met een draad in de schaduw hangen. Het heeft grote kracht alles te drogen en vers nog meer.

En tegen de aambeien die niet bloeden, maar van buiten scheuren, dan zal men het sap matigen met azijn, van elk even veel, en daarmee de aambeien bestrijken, dit verzacht zeer. En omdat ze hier in het land niet groeien, nog komen, zo hou ik ermee op om er van te spreken. Nochtans kan men ze 4 jaar goed houden. Ik zou menen dat dit aardnoten zijn die veel ten noorden van Brugge groeien. En gebrand en gematigd met azijn is het goed op heup tegen de pijn van jicht en gelegd op die plaats daar het haar valt houdt het die vast.

 

Platearius; ‘quondam et cassamus et panis porcinus et malum terre alio nomine appellatur’.

Ortus sanitatis;’Eertnoten of eertappelen Vulfago vel panis porcinus vel malum terre latine’.

Dodonaeus; ‘Verckens broot oft Cyclamen oft Suegen broot; in Hooch Duytschlandt Schweinbrot, Erdt apffel; dan in de Apoteken heetment ghemeynlijck Cyclamen, Panis porcinus ende Arthanita’.

Cyclamen europaeum L, Alpenviooltje, varkensbrood, zeugenbrood, Frans cyclamen, pain de pourceau, arthanite, Duits Erdscheibe, Alpenveilchen, Saubrot, Engels sow bread.

De kopiist die zich Joannes de Altre, Jan van Aalter, noemt kon zeker weten dat ze ten noorden van Brugge groeiden. Dodonaeus noemt ook; ‘Eerdt-Broodt, Eerdtappel, jae ooc wel Eerdtnoten.’ Hij zegt ook dat ze in de landouwen van Vranckryck aen Vlaenderen en Artoys palende gemeyn genoech zijn.

Bevat saponinen die de eigenschap hebben vetten op te lossen zodat de behandeling van de hoofdhuid zeker zinvol was.

 

Coriander.

[48]

COriander es heet ende droge in den .2. graet. ende siin saet doetmen in medicinen. ende siin cruut stinct sere. Ende men hou- (1125) det tsaet .2. jaer goet. Het heeft cracht zere te dwingene. ende conforteert die mage. Ende als ment doet in .1. sackelkiin ende dat siedet in wine. ende legget warm opten crop vander magen. dit doet uter magen walgen

(268)  [48] (Coriandrum sativum, koriander)

Coriander is heet en droog in de 2de graad en zijn zaad doet men in medicijnen en zijn kruid stinkt zeer. En men houdt het zaad 2 jaar goed. Het heeft kracht zeer te laten verteren en verbetert de maag. En [269) als men het doet in een zakje en dat in wijn kookt en dat warm op de krop van de maag legt laat dit uit de maag walgen.

 

Coriandrum sativum L, koriander, wandelkruid, Frans coriandre, Duits Koriander, Engels coriander.

Koriander komt al voor in de Capitulaire. Albertus von Bollstadt (Albertus Magnus, 1193-1282) wijst er op dat koriander in zijn tijd al vrij algemeen ten noorden van de Alpen geteeld werd.

Herbarius in Dyetsche noemt Kalander of coriander of coriandrum.

Ortus sanitatis vermeldt ook koriander; ‘Coriandrum latine’ en waarschuwt dat dit zaad enkel in kleine hoeveelheden ingenomen mag worden, grote hoeveelheden schaden; ‘om den quaden roeks (geur) wille diet in hem heeft want desen roeck is den hoofde seer scadelijck’.

In de huidige geneeskunde worden de vruchten nog zo gebruikt als carminativum en stomachicum zoals de Herbarijs al aangaf.

 

Cerfolium, dats kervel.

[49]

(1130) CErfolium. dats kervel. en es heet in den (andren graet) .3. graet ende droge in den .2. Tsap van kervele met lauwer werssen gedronken. doet wel orine maken. ende suvert die moeder. ende sacht die zereheit der leveren (1135) enter melten gedronken ende geplaestert dus sachtet crempinge van den lichame die comen van gorssemen winde ¶ Ende kervel gedronken met aysine dodet die worme. ende benemt spuwen. ende stopt den lichten lichame. Ende es (1140) goet iegen canker ende fistel. Ende ware oec iemen die onsachte hadde in sine side. ende tsap dronke. of tcruut daer op bonde het soude helpen ¶ Ende die oec dicken coude an quame dronke tsap met wine hi soude verwarmen (1145) Ende doet oec orine maken ende dwijf haer stonden hebben gedronken. ende verdrijft geswil.

[49] (Anthriscus cerefolium, kervel)

Cerfolium, dat is kervel, en is heet in de (andere graad) 3de graad en droog in de 2de . Het sap van kervel met lauw afkooksel gedronken laat goed urine maken en zuivert de baarmoeder en verzacht de zeerheid van de lever en milt, gedronken en gepleisterd dus verzacht het krampen van de ontlasting die komen van drabbige wind.

En kervel gedronken [270)  met azijn doodt de wormen en laat het braken ophouden en stopt de lichte ontlasting. En is goed tegen kanker en diepe etterwond. En als er iemand was die hard was in zijn zijde en het sap dronk en het kruid erop gebonden had, het zou helpen.

En die ook vaak koude aankwam en dronk het sap met wijn, het zou verwarmen. En laat ook urine maken en de vrouw haar stonden hebben, gedronken, en verdrijft gezwel.

 

In kapittel 7 kwam kervel al voor.

Dodonaeus zegt; ‘Dit gewas wort hier te lande Kervel genaemt. De Latijnsche naem is Cerefolium oft (als sommige liever hebben) Cerofolium.

Anthriscus cerefolium Hoffm. Kervel, moeskruid, Frans cerfeuil cultive, cerfeuil des jardins, cerfeuil officinal, Duits Gartenkerbel, Engels garden chervil.

Er kan ook wilde kervel bedoeld zijn, Myrrhis odorata Scop, Roomse kervel; Duitse Spanischer Kurbel, welsches Korblikraut, Frans cicutaire odorante, cerfeuil musque, Engels sweet cicely. Die wordt al door Dioscorides beschreven.

Hildegard von Bingen noemt het eten van Kirbele, Kerbel, Cerefolium voor de mensen zonder nut, alleen bij ingewandswonden is het heilzaam.

 

Conficeruba ende storax rubea.

[50]

COnficerubea. ende storax rubea. es heet ende droge. Ende heeft cracht te conforteerne die humoren ende te verteerne ende te hey- (1150) lene. Ende .30. jaer mach mense goet houden.

[271]  [50] (Liquidambar orientale, styrax)

Confice rubea en storax rubea is heet en droog. En heeft kracht te versterken de vochtvermenging en te laten verteren en te helen. En 30 jaar kan men ze goed houden.

 

Platearius zegt; ‘Storax alia calamita alia rubea alia liquida que proprie sigia dicitur.

Liquidambar orientale Mill, levert styrax, dat wordt wel calamita genoemd omdat het in rietstengels (in calamis) in de handel gebracht werd. De styrax liquida of sigia of myrrhe stacte wordt verkregen door het uitpersen van de schors van de boom. Want na voorgaande bewerking overblijft wordt dan in de handel gebracht als styrax rubra, storax rubea en volgens de Herbarijs ook als conficerubea.

Dodonaeus zegt dat de Apotekers drie soorten storax kennen; ‘Storax calamita, Styrax liquida en Styrax rubra.’

Confice is bereiden en rubea rood.

 

Cantabrum dats tarwen gruus.

[51]

CAntabrum. dats tarwen gruus. Ende es getempert heet ende droge. Ende es goet gedaen in warmen watere. ende dan geperst dore .1. linen cleet. Ende dit sap of dit water (1155) es utermaten wac. daer omme eist goet gedronken die de borst droge hebben ¶ Die bitinge of cnaginge heeft in de mage of in die darme of omtrent den navel. ende met pinen maect orine. ende steecten hebben omtreent (1160) die borst. So zal men gruus sieden in subtilen witten wine die suver es. ende men saelt tevoren temperen niet te dicke no te dunne. ende men saelt laten sieden lange. ende dan plaesteren op enen doec. ende leggent opt ongemac. ende optie zeer- (1165) heit.  Ende men sal die plaestere dicke vernuwen Ende dese plaestere es goet geleit optie sieke mage die vercoudt es. ende iegen die ventositeyt ¶ Ende met deser selver plaesteren cureerde platearius enen man die hadde so grote (1170) steecten onder die mammen. dat hi hem niet en mochte op rechten ¶ Jegen die coude hoeste of die siec es in die lendenen. of die swernisse hebben binnen ane die rebben. So siede tarwe ende garste Annota. ende tcaf sal men af blasen (1175) ende men saelt sieden in watere gestampt iersten. Ende dan doet van den viere ende latet staen claren. ende daer na zal men dat clare af doen ende daer in zal men doen tarwen gruus ende roerent. ende zient. Ende dan sal ment warm drinken.

[272]  [51] (Triticum, griesmeel)

Cantabrum, dat is tarwe gruis. En is getemperd tussen heet en droog. En is goed gedaan in warm water en dan geperst door een linnen kleed. En dit sap of dit water is uitermate vochtig, daarom is het goed gedronken die de borst droog hebben.

Die bijting of knaging heeft in de maag of in de darmen of omtrent de navel en met pijn urine maakt en steken heeft omtrent de borst; dan zal men griesmeel koken in subtiele witte wijn die zuiver is en men zal het tevoren temperen, niet te dik of te dun en men zal het lang laten koken en dan pleisteren op een doek en op het ongemak leggen en op die zeerheid. En men zal die pleister vaak vernieuwen. En deze pleister is goed gelegd op de zieke maag die verkouden is en tegen de winderigheid.

En met dezelfde pleister cureerde Platearius een man die zulke grote steken had onder de bosten dat hij zich niet op kon richten.

Tegen de koude hoest of die ziek is in die geslachtsdelen of die bezwaardheid hebben binnen aan de ribben; kook dan tarwe en gerst Annota en het kaf zal men er af blazen en men zal het koken in water, eerst gestampt. En dan doe je het van het vuur en laat het staan om helder te worden en daarna zal men dat heldere er af doen en daarin zal men doen tarwegriesmeel en roeren het en koken. En dan zal men het warm drinken.

 

Platearius zegt; ‘Est autem cantabrum idem quod furfur tritici’.  Met cantabrum worden dus zemelen van tarwe, gruus, Frans son, bedoeld.

 

Dragontea of columbina of serpentina.

 

¶ Dragontea. Dannij. Daucus. Dyptamnus

[273]

Dragontea. Dannij. Daucus. Dyptamnus.

 

 

[52]

DRagontea. of columbina. of serpentina. Si es heet ende droge in den .3. graet. Ende tsap daer af in die oren gedaen. doet gesitten die swere ¶ Ende int sap (1185) wolle genet ende gesteken in den nese verdrijft polipus. dats quaet vleesch datter in wast. Ende met zeeme geminct beteret den stanc in den nese. Entie wortele van brionien gepulvert ende geminct met zeeme. dat ge- (1190) neest canker ende moermael. Entie wortele geminct met dyptamnus es machtech iegen die juchtecheit ende iegen artetike ende iegen verwoedde honts beten. ende es oec goet iegen quade gepeinse. Ende tsap vander wortelen ge- (1195) droget in die scaduwe. ende met centaurea geminct ende gedronken. doet stremmen die galle van coleren. Ende gewreven met aysine. ende dansichte gesmeert daer met doet die sproeten af gaen. Ende van andren leden vaget laserie (1200) Ende die bladere gewreven. es goet op versche wonden. ende gesuvert met wine ende gesoden suvert van vele haers. ende geneest torcioen van den lichame. ende scorftheit. ende brect den steen. ende geneest verberntheit. Ende tsap (1205)van den wortel verdrijft hitte in die ogen Ende hets goet iegen alle beten van serpenten ende van gevenijnden dieren. Ende hets oec goet gedronken met wine iegen den vijc in de blase Entie wortele gewreven met swinenen (1200) smoute es goet op tebroken been

[52] (Dracunculus vulgaris, drakenwortel)

Dragontea of columbina of serpentina. Ze is heet en droog in de 3de graad. En het sap er van in de oren gedaan laat de zweer tot bedaren komen. En wol nat gemaakt met het sap en gestoken in de neus verdrijft poliep, dat is kwaad vlees dat er in groeit. En met honing gemengd verbetert het de stank in de neus. En met de wortel van Bryonia verpoedert en gemengd met honing dat geneest kanker en open gezwel aan de benen. En de wortel gemengd met Dictamnus is krachtig tegen jicht en reuma en tegen dolle hondenbeten en is ook goed tegen kwade gedachten. En het sap van de wortels in de schaduw gedroogd en met Centaurea gemengd en gedronken laat de gal van rode gal stremmen. En gewreven met azijn en op het aanzicht gesmeerd daarmee laat het de sproeten weg gaan. En van andere leden vaagt het huidaandoeningen. En de bladeren gewreven is goed op vochtige wonden en gezuiverd met wijn en gekookt zuivert van veel haar en geneest kramp van het lichaam en schurft en breekt de steen en geneest verbranding. En het sap van de wortel verdrijft hitte in de ogen. [274] En het is goed tegen alle beten van serpenten en van giftige dieren. En het is ook goed gedronken met wijn tegen gezwel in de blaas. En de wortel gewreven met zwijnenvet is goed op gebroken been.

 

Platearius zegt; ‘Serpentaria, dragontea, colubrina, dicitur serpentaria quia maculas (gevlekt) habet distinctas ut serpens vel quia venenum serpentis fugat.

Ortus sanitatis noemt natterwortele oft serpentine, colubrina vel serpentaria vel viperina vel collum draconis latine.

Onder de naam Speerwortele oft Dracontium zegt Dodonaeus dat de grote soort Serpentaria maior heet, door anderen Bisaria en door sommigen ook Colubrina. Dracontium minus ‘en es in de Apoteken niet bekent’en komt hier dus niet in aanmerking.

Dat slaat wel op Dracunculus vulgaris.

Andere mogelijkheden zijn, Artemisia dracunculus L, dragon of drakewortel, Frans estragon serpentine. Polygonum bistorta L, adderwortel, naterwortel, slangenwortel, Frans bistorte, serpentaire rouge, Duits Wiesenknoterich, Engels snake weed, adderwort, bistort. Deze plant wordt toch meestal in oude boeken bistort genoemd.

Het zou ook Calla palustris L, kunnen zijn Dodonaeus noemt het in 1640 zo; ‘Dit gewas wordt met goede reden Dracunculus aquatilis en Dracunculus palustris in het Latijn genoemd, de Hoogduitsers noemen het Wasserschlangen kraut, dat is in onze taal waterslangenkruid. Hetzelfde kruid wordt van Plinius in het 16de kapittel van zijn 24ste boek ook Dracontion genoemd en voor de derde soort daarvan gehouden die, zegt hij, getoond wordt met groter bladeren dan die van de kornoeljeboom met een rietachtige wortel die zoveel knopen of leden heeft als ze jaren oud is (zo zij verzekeren willen) en ook zoveel bladeren heeft. Deze waterspeerwortel is in Hoogduitsland soms Wasser Natterwurtz genoemd, in ItaliĎ Serpentaria acquatica. Sommige noemen het Anguina aquatica of Dracunculus radice arundinacea, dat is Dracunculus met rietachtige wortel van Plinius en in het Frans serpentine d’eaue’.

Drakewortel is zo genoemd naar de kruipende wortelstok. De venijnige wortelstok werd dan ook wel aangeprezen tegen slangenbeten. Wanneer je een blad of stukje wortel bij je draagt zal je niet door slangen gebeten worden. Slangenwortel, in Duits Schlangenwurz, Schlangenkraut of Drachenwurz.

Over het gebruik zegt Dodonaeus; ‘Deze waterspeerwortel (te weten de bladeren daarvan) wordt ingegeven met water of wijn tegen de beten van de slangen en venijnige dieren, als Plinius schrijft.

De bladeren en wortelen van dit gewas met de wortels van de andere soorten van speerwortels en ook met wat van de wortels van Bryonia vermengt en tezamen gekookt of gebraden en met honing gemengd zijn zeer goed te likken diegene die kort van adem zijn of een kwade hoest hebben en slecht fluimen kunnen lossen doordat ze verdelen, rijpen en verteren de grove en taaie vochtigheden. Die gedroogd en tot poeder gebracht en met honing gemengd genezen de kwade en voortsetende zweren die aan de neus komen, Polypus genoemd.’

 

Dannij.

[53]

DAnnij es heet ende droge in den .3. graet ende geneest die sweren vander melten ende vander leveren van coutheiden ende van versheiden. Ende hoeftswere van fleumen ende van (1215) groven winde die geneset al. ende brect den steen. ende verteert walgen. Nochtan deert si der magen. Entie bladere geplaestert op beten van quaden wormen geneestse. Ende helpt der blasen. ende helpt der moeder in dat (1220) sop dwijf geseten. Ende die zaden. dat siin besien. ende siin heeter dan die bladen Entie geminct met olyen van rosen ende met wine ende in die oren gedaen. geneest donderinge ende swere ende vulheit van den oren (1225) Ende die worttel met occimelle gedronken. sacht die swere vander leveren. Ende tselve ontstopt die nieren entie blase. ende brect den steen ¶ Danni aleon dat es olye van bayen. ende es sere hittende. Ende(1230) opent denden vanden adren. ende verdrijft pine ende sweringe in die ogen. ende bevende zenuwen. Ende iegen die artetike. ende leden die sweren van gebreken dat van. couden comt. Ende trect ute drope puu- (1235)  sten. zeter. ende worme in die huut. lusen ende scellen op thoeft. Ende op steden daer haer vallet. alle dese suveret ende geneset Ende dese olie en zal men ane niemen doen die van heeter complexien es

[275]  [53] (Daphne mezereum)

Dannij is heet en droog in de 3de graad en geneest de zweren van de milt en van de lever van koudheden en van versheden. En hoofdpijn van fluimen en van grove wind die geneest het geheel en breekt de steen en gaat walgen tegen. Nochtans deert ze de maag. En de bladeren gepleisterd op beten van kwaden wormen geneest ze. En helpt de blaas en helpt de baarmoeder  als de vrouw in het sap heeft gezeten. En de zaden, dat zijn bessen, zijn heter dan de bladeren. En die gemengd met olie van rozen en met wijn en in de oren gedaan geneest donderen en zweren en volheid van de oren. En de wortel met honingazijn gedronken verzacht de zweer van de lever. En hetzelfde ontstopt de nieren en de blaas en breekt de steen.

Danni aleon, dat is olie van laurier, is zeer verwarmende en opent de einden van de aderen en verdrijft pijn en zweren in de ogen en bevende zenuwen. En tegen de jicht en leden die zweren van gebreken dat van [276] koude komt. En trekt uit smetten, puisten, huiduitslag en wormen in de huid, luizen en schellen op het hoofd. En op plaatsten daar het haar valt, dat zuivert en geneest ze allemaal. En deze olie zal men aan niemand geven die van hete samengesteldheid is.

 

Dannij is mogelijk een verbastering van Daphne, vooral omdat er bessen en olie van bayen bij zijn. Daphne is de Griekse naam van de bay of Laurus.

Ortus sanitatis; ‘Conconidion latine camelia grece mezereon arabice kemelhals’. dat wijst op de in de geneeskunde veel gebruikte Laureola femina, Thymelaia van Dioscorides, Laurus pusilla van Lobel, Chamaelea van Dodonaeus, Daphne mezereum van Linnaeus. Hiervan werden de bessen in de geneeskunde gebruikt. Het is nogal giftig en de Herbarijs waarschuwt 2 maal tegen het gebruik.

Of de Arabieren echter onder Mezereon onze Daphne mezereum verstonden is niet zeker. Ortus sanitatis vereenzelvigt echter Kemelhals met mezereon van Pseudo-Mesues.

Daphne mezereum L, peperboompje, vrouwelijke kelderhals, Frans bois gentil, Duits Kellerhals, Engels mezereon.

 

 

Daucus, dats die distele.

[54]

(1240) DAucus. dats die distele. ende es heet in den .3. graet. droge. in den andren Ende es van .2. manieren. Deen heet daucus creticus. om dat gerne wast in critegen lande. ende es die beste. Dander heet ay- (1245) sinus. om dat die ezels gerne eten. ende des vint men overal gnouch ane grachten opten oever. Ende men mach deen wel nemen vor dander. Daucus heeft groete cracht in tcruut ende luttel in die worttel. Ende men saelt (1250) gadren alst begint bloyen. entie wortel wech werpen. Maer tcruut sal men op hangen in die scaduwe ende latent drogen. ende .1. jaer mach ment goet houden. Het heeft cracht te dissolveerne. ende te verteerne (1255) die humoren die te vele siin. ende te conforteerne overmits sine subtijlheit. ende te verduwene. ende iegen die vercoudde mage van der ventoysiteit ende droge ¶ Entie haer orine niet en mogen maken. of met pinen. ende cnagin-(1260)  ge hebben in die darmen. So sal men des cruuts vele nemen. ende siedent in wine ende in olyen. ende alst lange gesoden heeft sal men daer af maken .1. plaester. ende leggent buten optie zereheit. Of die haer orinen niet (1265) en mogen maken zal men geven wiin der daucus in gesoden es. Ende het doet den steen breken. ende menstrua hebben. Ende geneest apostemen binnen die wassen van fleumen Ende es goet jegen water. ende geneest beten (1270) van quaden wormen. ende verstoptheit van der leveren Ende opent wlva. Ende dranc daer af gemaakt suvert die borst van groven humoren Ende helpt iegen swere ende torcioen van den lichame. Ende water daer af gemaakt dat (1275) es goet jegen den rede

[277]  [54] (Daucus carota of peen, Athamanta cretensis)

Daucus, dat is de distel, en is heet in de 3de graad, droog in de andere. En is van 2 soorten. De ene heet daucus creticus omdat het graag groeit in Kreta en dat is de beste. De ander heet asinus omdat de ezels het graag eten en die vindt men overal genoeg aan grachten op de oever. En men mag de ene wel nemen voor de ander. Daucus heeft grote kracht in het kruid en weinig in de wortel. En men zal het verzamelen als het begint te bloeien. En de wortel weg werpen. Maar het kruid zal men ophangen in de schaduw en laten drogen en 1 jaar kan men het goed houden. Het heeft kracht op te lossen en de vochtvermenging te verteren die teveel zijn en te versterken vanwege zijn eigen subtielheid en te verduwen en tegen de verkouden maag van de winderigheid en droogte.

En die hun urine niet kunnen maken of pijn en knaging hebben in de darmen; Dan zal men dit [278]  kruid veel nemen en het koken in wijn en in olie en als het lang gekookt heeft zal men er een pleister van maken en het buiten op de zeerheid leggen. Of die hun urine niet kunnen maken zal men geven wijn daar Daucus in gekookt is. En het laat de steen breken en menstruatie hebben. En geneest blaren binnen die van fluimen groeien. En is goed tegen water en geneest beten van kwade wormen en verstopping van de lever. En opent de vulva. En drank er van gemaakt zuivert de borst van grove vochtvermenging. En helpt tegen zweren en kramp van het lichaam. En water daar van gemaakt dat is goed tegen de koorts.

 

Herbarius in Dyetsche; ‘Daucus creticus of vogelnest es heet ende droeg in den IIII.den graet.de bloemen sijn bequamer der medicinen dan de blaijers; den wortel alder minst, daucus es tweerlije te weten daucus creticus ende es van der meester cracht, dander es daucus asinius sommeghe heetent distel; het heet asininus want het die ezelen eeten’.

Platearius schrijft; ‘Daucus creticus cal.et sic.in III gr.cuius duplex est maneries scilicet daucus reperitur et daucus asininus quia asinorum precipue est cibus. Debet herba cum floribus colligi cum flores producit abiectis radicibus, in umbroso loco desiccari.per annum in magna efficientia servatur’.

Ortus sanitatis heeft een kapittel van Wilde Mooren of Wilde peen of wilde pasternaken. Daucus latine; ‘Deze zijn heet ende droge inden derden graet. De wilde zijn de krachtigste. ‘Ende sommighe meesteren noemen dese daucus creticus’.

Dodonaeus zegt van Pastinaca silvestris tenuifolia: ‘De Apotekers houdent voor Daucus ende plegen dat selve met goede reden, ende oock niet sonder voorspoet in stede van den oprechten Daucus te gebruycken’. Hij noemt die ook zoals in de Herbarius in Dyetsche Vogelnest.

Daucus carota sylvestris L, wilde peen, Frans carotte sauvage.

 

Athamanta cretensis L. die nogal heet is, 3de graad.

Dodonaeus zegt in 1640; ‘Dan hetgeen dat men Daucus Creticus noemt verschilt merkelijk van onze wilde peen, hoewel dat het niet alleen in Kreta, maar ook op de hoge bergen van ItaliĎ en Duitsland groeit. De bladeren zijn kleiner en dunner dan venkelbladeren en de dille gelijk. De bloemen zijn wit en groeien op kroontjes. Het zaad groeit overvloedig en is langwerpig als komijn, maar wit en haarachtig en heet van smaak en welriekend wat het meest gebruikt wordt. Dan men gebruikt de wortel ook wel en die heet kleine pastinaak en is heter van smaak en sterker van reuk en vooral diegene die in Kreta groeit’.

Kandische belwortel, Duitse Alpen-Augenwurz, Augenwurz,  Vogelnest, bij Bock Barwurz, Engelse Cretan Candy carrot; Kretische wortel, fine leaved spignel, Franse athamante de Crete, daucus de Crete.

‘De ander heet asinus omdat de ezels het graag eten en die vindt men overal genoeg aan grachten op de oever.’ Dus een hier algemeen bekende plant, dan kan het ook een distel zijn. Die naam is duidelijk, er kan weinig verwarring over bestaan. Ook dat ezels het eten die vanouds bekend waren als een van de weinige dieren die met distels genoegen namen.

Dodonaeus; ‘Van de wilde distels die aan de wegen en kanten van de velden en bossen hier te lande gewoonlijk groeien vind je drie geslachten die geen bijzondere namen hebben en onder de naam van wilde distels begrepen worden. Deze distels worden in Latijn Cardui sylvestris genoemd. In Dietsche wilde distels. Het tweede geslacht wordt door sommige Carduus asinus genoemd. In Dietsche ezels distels’.

Mogelijk Cirsium vulgare Ten., Speerdistel, Engelse spear plume thistle, common thistle, Duits Gewöhnliche Kratzdistel, Lanzettkratzdistel, Frans cirse commun.

 

 

Endivia ende scariola.

 

¶ Endivia. Eupatorium. Emacitem. (1295) Edera terrestere. Esula. Ebulus. Eufragia. Enula campana. Epicinum. Epatica Eringius. Eruca. Elleborus albus. Elleborus niger. Elatterium

[281]

Endivia. Eupatorium. Emacitem. Edera terrestere. Esula. Ebulus. Eufragia. Enula campana. Epicinum. Epatica Eringius. Eruca. Elleborus albus. Elleborus niger. Elatterium.

 

[56]

ENdivia ende scariola es wel na eens (1300) ende es cout ende droge in den iersten graet Ende die bladere zal men leggen in medicinen Ende si hebben cracht te verduwene ende te conforteerne. ende te vercoelene. Entie siecheiden te verwandelne. Ende iegen die geel- (1305)  sucht ¶ Ende dien de levere verhit es zal men des cruuts vele stoten ende siedent in watere ende daerna zient ende clarent. ende maken een cyroop. Ende wilmen den lichame moruwen. so sal men daer toe doen rebarbe int (1310) ende alst welna gesoden es ¶ Ende si es goet iegen verstopte levere ende melte die comt van heeter saken. Ende iegen den derden dach reets die dat sap drinct met warmen borne. of rou. Ende beter eist met (1315) occimelle of met oxisacar. ende slut die humoren ute. Ende geplaestert sachtse heete sweren in die levere ende van den hoefde ende van der magen ende conforteert. Ende geminct met garstenen mele ende met olyen van rosen gene- (1320) set heete hoeft sweren. ende heete apostemen. Ende meest in die ogen. Ende het sacht die sweren vander artetiken die van hitten comt.

[56] (Cichorium endiva, andijvie)

Endivia en scariola is bijna gelijk en is koud en droog in de eerste graad. En de bladeren zal men leggen in medicijnen. En ze hebben kracht te verduwen en te versterken [282] en te verkoelen. En de ziektes te veranderen. En tegen de geelzucht.

En die de lever verhit is zal men dit kruid veel stampen en in water koken en daarna zeven en zuiveren en er een siroop van maken. En wil men de ontlasting murw maken dan zal men er rabarber  bij doen als het bijna gekookt is. En het is goed tegen verstopte lever en milt die van hete zaken komt. En tegen de derde daagse malariakoorts die dat sap drinkt met warm bronwater of rouw. En beter is het met oxymel of met oxisacar en sluit de vochtvermenging uit. En gepleisterd verzacht het hete zweren in de lever en van het hoofd en van de maag en verbetert. En gemengd met gerstemeel en met olie van rozen geneest het hete hoofdzweren en hete blaren. En meest in de ogen. En het verzacht de zweren van de jicht die van hitte komt.

 

Oxymel is een samenstelling van 3 ingrediĎnten, honing, azijn en water. Oxisacar is een mengsel van azijn, suiker en water.

Endivia ende scariola es wel na eens. Er is veel verwarring geweest bij middeleeuwse schrijvers over andijvie en cichorei.

Herbarius in Dyetsche; ‘Endivie of adivie of endivia’.

Ortus sanitatis; ‘ Gansentonghe of Endivie, Endivia latine.

Dodonaeus; ‘Het eerste geslacht heet hier te lande Endivia; Hooch Duytschlant Scariol; in Vranckrijck Scariola of Seriola; in Latijn Intubum sativum. In de Apoteken is de gebruikte naem Scariola of seriola, kleine Seris’.

Cichorium endivia L., wilde cikorei, wilde andijvie, suikerijwortel, bitterpeen, Brussels witlof, Frans scariole, chicoree sauvage, endive de Bruxelles, Duits Wegwarte, Cicherie, Engels chicory.

Er worden hier door Vandewiele wel 2 soorten door elkaar gehaald, Brussels lof komt van Cichorium intybus L, De eerste is andijvie, in het kruidboek van Matthiolus is het vermeld als tamme scariol. Dioscorides onderscheidt een wilde en tamme σέρις, seris. Onder de eerste is wel Brussels lof te verstaan, terwijl de tweede wel andijvie is. Ook de naam χιχόριον, kichorion, komt al bij Dioscorides voor, maar betekent hier niet onze plant, maar een verwante soort. Hij noemt de kichorion adstringerend, verkoelend en goed voor de maag. Iets meer wat Plinius er van te berichten, opgelegd zou het zweren verdelen, het gekookte sap het lijf openen, bij leverproblemen, nier en maag. Ook bij blaasmoeilijkheden zou het goed werken’.

Bij Dodonaeus in 1640 staat over Brussels lof; ‘Het tweede geslacht is in het Nederduits cicoreye genoemd, in het Frans cichoree’.

 

Enpatorium dats wilde saelgie of hindelope.

 [57] ENpatorium. dats wilde saelgie of hindelope. Ende es heet (1325) in den iersten graet ende droge in den .2. ende es vele beter groene dan droge. Ende si es goet iegen juchtecheit. Ende men sal nemen castorie ende wilde saelgie ende saelt sieden metten sape van coolen ende saelt drinken. Ende men sal pillen (1330) maken ende houdense onder die tonge. Ende dit selve cruut es goet iegen alle siecheit vander leveren ¶ Jegen die worme in die darmen. zal men drinken pertrec. ende kervel metten sape vander wilder saelgien ¶ Ende die (1335) bladere gestampt met swinen smoute es goet op piinlike wonden ¶ Galyenus seit dat goet es iegen dagelijx rede. ende doet wel orine maken. Ende dwijf haer stonden hebben. Ende es goet iegen die pine van (1340) der artetyken.

[283]  [57] (Eupatorium cannabinum of Salvia pratensis)

Enpatorium, dat is wilde salie of hindelope. En is heet in de eerste graad en droog in de 2de en is veel beter groen dan droog. En het is goed tegen jichtigheid. En men zal nemen castoreum (bevergeil) en wilde salvia en zal het koken met het sap van kolen en zal het drinken. En men zal pillen maken en die onder de tong houden. En [284] dit kruid is goed tegen alle ziektes van de lever.

Tegen de wormen in de darmen zal men drinken pyrethrum en kervel met het sap van wilde salvia.

En de bladeren gestampt met varkensvet is goed op pijnlijke wonden.

 Galenus zegt dat het goed is tegen dagelijkse koorts en laat goed urine maken. En de vrouw haar stonden hebben. En is goed tegen de pijn van de jicht.

 

Platearius zegt bij Eupatorium; ‘idem est quod salvia agrestis; viride maioris est efficacie quam siccum’,

Herbarius in Dyetsche is het in het kapittel van Boelkenscruyt of eupatorium er niet mee eens; ‘Eupatorium en es gheen wilde savie soe de meneghe segghen want boelkens cruyt oft eupatorium wast wel hogher syn blayers noch synen smaeck en gelict der wilder savien niet’.

Ook Ortus sanitatis is van de mening dat eupatorium geen wilde salie is, maar in medicijnen wordt het wel vereenzelvigd; ‘Ende alsmen in recepten scryft salvia soe meintmen die tamme of hofsavie. Ende alsmen scryft Eupatorium.soe meintmen die wilde savie’. Men bedoelt dus de wilde salie. Salvia pratensis.

Eupatorium cannabinum L, leverkruid, boeltjeskruid, ontzwelkruid, koninginnekruid, Frans eupatoire commune, Duits Wasserdost, Kuningundenkraut, Engels hemp-weed, hemp-agrimony.

Belgisch Kruidboeck; ‘omdat dit kruid, droog of groen in regenwater een weinig gekookt op de vurige wonden en dikke gezwellen der menschen, paerden, koeijen en alle slach van vee gelegd, die weldra doet ontzwellen, den vurigen brand verdryft en zuiver geneest. Onze eenvoudige landbouwers kennen meestal dit kruid, tot hetwelk zy in dergelyke omstandigheden hunne toevlugt nemen’.

 

Emacitem.

[58]

Emacitem seit galyenus es .1. luttel hittende ende dunnende. Ende si suvert die puusten van den ogen. entie droecheit in die hoeke van den ogen ende in die scedelen (1345) sachtet. ja met wijfs melke getempert eist goet op hete apostemen in die ogen. ende iegen hitte ende iegen droecheit ¶ Dyascorides seit dat oec stoppende es. Hets goet op apostemen in die ogen metten witte van den eye geminct.

[285]  [58] (hematiet, bloedsteen)

Hematiet, zegt Galenus, is wat verhittende en verdunnende. En ze zuivert de puisten van de ogen en de droogte in de hoeken van de ogen en in het ooglid verzacht het, ja met vrouwenmelk getemperd is het goed op hete blaren in de ogen en tegen hitte en tegen droogte.

Dioscorides zegt dat het ook stoppende is. Het is goed op gezwellen in die ogen met het wit van een ei gemengd.

 

Emacitem is waarschijnlijk een schrijffout voor Ematitem, hematiet.

Platearius zegt; ‘Ematites, lapis est qui in occidentali plaga et orientali ab ema quod est sanguis et iets quod est sistens’.

Hematiet, bloedsteen, een natuurlijke ijzeroxide. Het is een van de oudst bekende stenen. Theophrastus kende al Aimatites. Herbarius in Dyetsche zegt; ‘Ematithes de sommighe noement bloet steen es enderande steen dye macht heeft den roijen liecham, dats dat roij meroen te stoppen’.

 

Edera terrestre dats dresene of goudeware.

 [59]

(1350) EDera terrestere. dats dresene of goudeware. ende es heet ende droge. Ende es goet iegen hoeftswere ende iegen water. Ende ontstopt levere ende melte. Ende doet wel orine maken. ende den wiven haer stonden hebben.

[286] [59] (Glechoma hederacea)

Edera terrestere, dat is dresene of goudeware,  en het is heet en droog. En is goed tegen hoofdpijn en tegen water. En ontstopt de lever en milt. En laat goed urine maken en de vrouwen hun stonden hebben.

 

Hildegard von Bingen spreekt over Gunderebe die ze aanprijst bij hoofdpijn, gedronken of in warme omslagen.

Ortus sanitatis; ‘Onderhave of gundelrebe, Edera terrestris latine.

Dodonaeus; ‘Onderhave oft Eerdt Veyl; anders Leegen Veyl. In Latijn Hedera terestris ende oock Corona terrae’.

Glechoma hederacea L, hondsdraf, onderhave, aardveil, Frans lierre terrestre, rondelette, couronne de terre, Duits Gundelrebe, Gundermann, Erdepheu, Engels ground-ivy.

 

Esula.

[60]

(1355) Esula es .1. cruut dat gelijct linaria dats padde vlas. Ende es ene specie van tutimallus. Die wortele es medicinael. entie stelen siin root. ende es van .2. manieren. die mindere entie meerdere (1360) Ende beide doense sciten ende siin laxatijf. Ende men orbert die scorsse vanden wortele met andren medicinen. ende men scarpter andre medicinen met. Met eenre .scr. die sciten doet. ende purgiert fleume ende limege humo- (1365) ren in die mage ende in die darmen meest Ende men gevet iegen siecheit in die side ende in de lanken ende iegen artetyke. ende iegen cortsse die alle dage comen. Ende iegen alle siecheiden die van fleumen comen. Ende men (1370) sal die humoren ripen eer men dit geven sal. Ende men saelt oec geven met wine wilt men allene ene .dr. of .2. dr. Entie meeste die van parijs comt es die beste.

[287]  [60] (Euphorbia esula, Euphorbia palustris als grote wolfsmelk)

Esula is een kruid dat op Linaria lijkt, dat is padden vlas. En het is een soort van tithymalus. De wortel is medicinaal en de stelen zijn rood en is er van 2 soorten, de kleinere en grotere. En beide laten ze schijten en zijn laxeren. En men gebruikt de schors van de wortel met andere medicijnen en men scherpt er andere medicijnen mee. Met een scrupel die schijten laat en fluimen purgeert en lijmige vochtvermenging in de maag en het meest in de darmen. En men geeft het tegen ziekte in de zijde en in de lies en tegen jicht en tegen koortsen die alle dagen komen. En tegen alle ziektes die van fluimen komen. En men zal die vochtvermenging rijpen eer men dit geven zal. En men zal het ook geven met wijn, wil men het alleen geef anderhalf drachme of 2 drachmen. En de grote die van Parijs komt is de beste.

 

2 soorten.

Hildegard von Bingen bespreekt in 2 afzonderlijke kapittels Wulffesmilch, die Wolfsmilch en Brachwurtz, die Garten- und Sonnenwendwolfsmilch.

Herbarius in Dyetsche; ‘Cleijn sporie of Esula minor’.

Dodonaeus; ‘Ezula is tweederleye, Groote, ende cleyn.’

Euphorbia palustris L., is de major, moeraswolfsmelk, grachtwolfsmelk, grote spurge, Frans eupphorbe des marais, Duits Riesen-Wolfsmilch, Engels marsh-wolfs-milk.

Euphorbia esula L., is de kleine, heksenmelk, stompbladige wolfsmelk, Frans euphorbe esule, Duits Esels-Wolfsmilch, Engels faiton’s grass.

Hoewel de soorten wat verwarren, E. esula is wel duidelijk, voor de andere zijn er meer mogelijkheden als E. exigua en E. cyparissias als kleine.

Ze werden gebruikt als heftig werkende purgerende middelen.

Het Belgisch Kruidboek waarschuwt dan ook tegen het gebruik; ‘Het sap van al die Wolfsmelk planten op het vel gelegd, trekt blaren, die de bedelaers somtyds wel gebruiken om alzoo de mededoogendheid der goede menschen op zich te trekken; maer zy moeten zich wel wachten van dit sap daerop te lang te laten liggen, want het zou door zyne inetende kracht kwade gevolgen veroorzaken. De vruchten of het kruid van de Wolfsmelk enkelyk op de vyvers geworpen, kan de visschen doen in bezwyming vallen en op het water doen dryven alsof zy dood waren’. Zie ook kapittel 41 en 194.

 

Ebulus dats adec.

 [61]

EBulus dats adec. ende es heet in den (1375) andren graet. ende heeft die selve macht die de vlieder heeft. sonder dat zere doet sciten. Entie wortel es medicinael. Ende tsap vander wortelen purgiert alle treckende fleumen ende limege humoren ende doet sceden opwert (1380) ende nederwert met groter pinen. Ende daer omme en sal mens niemen geven en si dat hi ierst hebbe genomen preparamente. alse oximel dattie humoren ierst ripe siin. Ende men gevet iegen dagelijx rede. ende iegen andren (1385) dach rede die comt van geelder colere. ende van licht geelder colere. Ende iegen die passie in de side ende in die lanken. Ende purgiert aldus best wit water dat van fleumen comt. Ende die dwater laedt dien zal men stoven metten bla- (1390) ren in ene cupe. ende optie bladen sal men leggen heete tiechlen so lange dat die sieke wel sweete ¶ Ebulus es goet iegen verstoptheit der leveren ende iegen die geelsucht. Ende men doet oec met andren (1395) medicinen die doen sciten. ende in oximelle laxativum. Ende van den bladren siin goet baden gemaakt iegen quetssuren in de leden. ende iegen been ende voeten die swillen.

[289] [61] (Sambucus ebulus, kruidvlier)

Ebulus, dat is adec, en het is heet in de volgende graad en heeft dezelfde kracht die de vlier heeft, uitgezonderd dat het zeer laat schijten. En de wortel is medicinaal. En het sap van de wortels purgeert al trekkende fluimen en lijmige vochtvermenging en laat ze opwaarts verwijderen en nederwaarts met grote pijnen. En daarom zal men het niemand geven tenzij dat hij eerst bereidingen heeft genomen als honingazijn zodat de vochtvermengingen eerst rijp zijn. En men geeft tegen de dagelijkse koorts en tegen de koorts die om de andere dag komt van gele gal en die van licht gele kleur. En tegen het lijden in de zijde en in die lies. En purgeert aldus het best waterzucht dat van fluimen komt. En die het water laadt die zal men stoven met de bladeren in een kuip en op die bladen zal men zolang [290]  hete tegels leggen dat de zieke goed zweet.

Ebulus is goed tegen verstopping van de lever en tegen de geelzucht. En men doet het ook met andere medicijnen die laten schijten en in laxerende honingazijn. En van de bladeren zijn goed baden gemaakt tegen kwetsingen in de leden en tegen benen en voeten die zwellen.

 

Adec is een bekend Middelnederlands woord voor vlier.

Hildegard von Bingen spreekt van Hatisch, der Attich, waarvan het nuttigen gevaarlijk geacht wordt, de bessen ‘bere atich’, worden aangeprezen in koude omslagen bij nagelverrotting aan handen en voeten.

Herbarius in Dyetsche; ‘Adick of ebulus.’

Ortus sanitatis; ‘Adick’.

Dodonaeus; ‘’Hadick oft Ebulus syn oude naemen, te weten in ’t Griecx, chamaeacte, dat is Leegen vlier… in t Latijn Ebulus, oft Ebulum, oft nae den Grieckschen Humilis Sambucus’.

Sambucus ebulus L., kruidvlier, lage vlier, hadik, wilde vlier, Frans hieble, petot sureau, Duits Attich, Zwergholunder, Engels dane-wort, dwarf elder.

 

Eufragia.

 [62]

Eufragia es .1. smal crudekijn ende wast(1400) ene spanne lanc. ende draget witte bloemen alse muur. ende es cout in den iersten graet. Si claert die ogen. daer omme eist goet in andren watren die ten ogen gaen Ende men maecter af water ten ogen. ende het (1405) coelt die ogen ende sachtse ¶ Ende es goet iegen hete apostemen ende iegen hete levere ende geelsucht ende hete mage ja water daer af gemaakt met andivie watere

[291]  [62] (Euphrasia officinalis, ogentroost)

Eufragia is een smal kruidje en groeit een zeventien cm lang en draagt witte bloemen als muur en is koud in de eerste graad. Ze verheldert de ogen, daarom is het goed in andere waters die naar de ogen gaan. En men maakt er water van voor de ogen en het verkoelt de ogen en verzacht ze.

En is goed tegen hete blaren en tegen hete lever en geelzucht en hete maag, ja water daarvan gemaakt met andijviewater.

 

Span is de afstand tussen de toppen van de duim en pink zover mogelijk van elkaar verwijderd.

Dodonaeus geeft net zo’n beschrijving; ‘oogentroost is een dun, teer ende cleyn cruydt, een palme hoog… wittachtige Bloemkens verschijnen, nochtans met geele of purperroode cleyne stickelkens gespickelt. Al over iaren is dit cruydt Eufrasia geheeten’.

Lobel en Fuchs noemen het Euphroisine.

Euphrasia officinalis L, ogentroost, klaaroog, ogenklaar, makeblijde, Frans euphrasaine officinal, brise-lunettes, Duits Augentrost, Engels eye-bright.

Het was vooral een oogkruid. Wordt al lang niet meer gebruikt.

 

Enula campana of hallant.

[63]

ENula campana of hallant es heet (1410) inden middel vanden derden grade. ende wac in den iersten. Entie wortel gaet in medicinen. ende men gaderse int begin vanden zomere ende snijtse in cleinen stucken ende hancse met enen drade in die sonne (1415) datse niet en corumperen. Ende .2. jaer hout mense goet. Ende heeft cracht te conforteerne. te suverne ende te sachtene. Daer omme essi goet die de adren hebben vercrompen dat van couder materien comt ¶ Jegen die cou- (1420) de hoeste zal men geven wiin drinken daer elne in gesoden es ende caneele. dit moruwet oec den lichame. ende es goet iegen alle ziecheit vander borst die van couden comt ¶ Jegen cortten adem. zal men tsap van (1425) elnen sieden met zeeme ende nuttent. Ende alse men te vele nut van elnen so argert si dbloet. ende doet thoeft sweren ¶ Die wortele van elnen gesoden in wine ende in olyen. es goet iegen dlanc evel ende lende- (1430) nen swere. ende verleit die orine van verstoptheiden ¶ Die wortel gesoden ende gestampt met verscher botren of met ouden swinen smoute. ende luttel sulfers. ende quiczelvers gemalen beide cleine ende vergadert. (1435) es goede salve iegen alle rudecheit ¶ Jegen crauwen. of die scinen dat si lasers siin. Neme elne ende siedse in aysine ende dan doent den sieken baden. ende dan bestrijcten daer mede. ende dan begieten met (1440) couden watere. ende dan dectene ende smeertene. Ende dit selve mogedi doen met swinen smoute ende met elnen tegadere gestoten. Ende dit doet tselve dat ellebrum album doet gestoten met swinensmou-(1445) te oec aldus. Ende es goet in alle drope zalve. ende geneest quetsure

[292]  [63] (Inula helenium, alant)

Enula campana of hallant is heet in het midden van de derde graad en vochtig in de eerste. En de wortel gaat in medicijnen en men verzamelt het in het begin van de zomer en snijdt het in kleine stukken en hangt het met een draad in de zon zodat het niet verrot. En 2 jaar houdt men het goed. En heeft kracht te versterken, te zuiveren en te verzachten. Daarom is het goed die aderkramp hebben dat van koude materie komt.

Tegen de koude hoest zal men wijn te drinken geven daar alant in gekookt is en kaneel. Dit vermurwt [29]) ook de ontlasting en is goed tegen alle ziektes van de borst die van koude komt.

Tegen korte adem zal men het sap van alant koken met honing en nuttigen. En als men te veel gebruikt van alant dan bederft ze het bloed en laat hoofdpijn krijgen.

De wortel van alant in wijn gekookt en in olie is goed tegen onderbuikspijn en zweren aan de geslachtsdelen en leegt de urine van verstoppingen.

De wortel gekookt en gestampt met verse boter of met oud varkensvet en wat zwavel en kwikzilver, beide klein gemalen en samengevoegd, is een goede zalf tegen alle schurft.

Tegen jeuk of die melaats lijken te zijn; Neem alant en kook het in azijn en dan laat ze zieke baden en dan bestrijk hem armee en dan begiet hem met koud water en dan bedek hem en besmeer hem. En ditzelfde mag u doen met varkensvet en met alant tezamen gestampt. En dit doet hetzelfde dat Veratrum album zo  ook doet gestampt met varkensvet. En is goed in alle smetzalven en geneest kwetsingen.

 

In de Liber Avicennae wordt elne en campana samengetrokken tot Ellecampana, een woord dat is blijven voortleven rond Brugge en Kortrijk in Anekampane.

Ortus sanitatis; ‘Alantwortele. Enula campana latine.

Dodonaeus; ‘Galant-Wortele, oft Enula Campana. Dit cruydt wort hier te lande Galant-wortele geheeten; in Hooch-Duytschlant Alantwurtz, in Engelant Elecampane. Het is in de Apoteken bekent met den naem Enula Campana. Dan sijnen oprechten Latijnschen naem is Enula ende Inula oft Helenium’.

Inula helenium L, alant, zonnebloem, Frans aunee officinale, enule campane, inule aunee, Duits Alant, Helenen kraut, Engels horshele, elecampane.

Inula bevat een 40% inuline, oleum helenii, die aangeprezen wordt als antisepticum voor de urinewegen.

Het volk heeft het nog lang gebruikt. Belgisch Kruidboek;’

Tegen de amechtigheid en ook tegen den ouden hoest… voor pyn in de maeg, kolyken enz.; zij verkwikken het hart en versterken de flauwhartigheid, zuiveren de nieren en bloed en drijven de wormen uit het lyf.’ Clusius schrijft dat hij met water uit alantwortel zeer veel mensen die met schurft, puisten, klieren en vlekken waren besmet heeft genezen; ‘Die wortels zyn zeer goed om de schoonheid der vrouwen te vermeerderen, en het vel klaer en rein te maken’.

 

Epicinum.

[64]

Epicinum es heet ende droge in den .3. graet ende hets gedaen alse bloemen. ende wint hem omtrent .1. cruut dat thim heet (1450) ende wast gerne in heeten landen ende in heeten steden. Ende heeft cracht te purgierne melancolie ende fleumen ende coleram. Ende daer omme eist goet iegen quarteine ende es een luttel laxatijf in den werken

[295] [64] (Cuscuta epithymum, klein warkruid)

Epicinum is heet en droog in de 3de graad en het is gevormd als een bloem en windt zich om een kruid dat tijm heet en groeit graag in hete landen en in hete plaatsen. En heeft kracht melancholie (zwarte gal) te purgeren en fluimen en gal. En daarom is het goed tegen vierdedaagse koortsen en is wat laxerend in het werk..

 

Epicinum is wel een schrijffout, het zou Epitinum moeten wezen.

Platearius; ‘Est autem herba quasi flos nascens in calidis locis.’

Ortus sanitatis bespreekt Epitimum of dievselen aen die clavere. Epithimum latine. De samengesteldheid, graad, groeiplaats en gebruik zijn hetzelfde als in de Herbarijs. Maar dat is dan een diefachtige plant van klaver, een verwante soort.

Dodonaeus kent 2 soorten Schorfte, Wranghe of Cuscuta. “De grootste soort wordt door de apotekers Cuscuta en Podagra Lini geheeten (zie hoofdstuk 29) De Cleyne of dunste Schorfte die heur selven om de Thymbra ende meest om den Harden Thym pleegt te vlechten, is van Dioscorides Epithymum geheeten; welcken naem Epithymum in de Apotheken oock gebruyckt wort’.

Cuscuta epithymum Murr. Klein warkruid, tijmschorfte, Frans cuscute du thym, epithyme, Duits Feine Seide, Engels thyme-dodder.

 

Epatica of leverwortte.

[65]

(1455) EPatica. of leverwortte es cout ende droge in den iersten graet. Ende dit cruut vint men in wacken steden. ende in woestinen hanget gerne an rootscen. Ende so die bladere meerder siin so si beter es. Ende (1460) dit heeft cracht te vercoelne ende te verduwene overmits sine subtijlheit ¶ Ende iegen die geelsucht eist goet gesoden in watere ende geziet ende suker daer toe gedaen ende gemaakt een cyroop. ende tachterst (1465) sal men daer toe doen rebarbe.

[296] [65] (Marchantia,  steenlevermos)

Epatica of leverkruid is koud en droog in de eerste graad. En dit kruid vindt men in vochtige plaatsen en in vlaktes hangt het graag aan rotsen. En zo de bladeren groter zijn hoe beter het is. En dit heeft kracht te verkoelen en te verduwen vanwege zijn subtielheid.

En tegen de geelzucht is het goed gekookt in water en gezeefd en er suiker bij gedaan en gemaakt tot een siroop en tenslotte zal men er rabarber bij doen.

 

In de Sinonoma Bartholomei staat voor Epatica herba; leverwort in oud Engels.

Platearius zegt; ‘Est autum herba quedam in aquis locis et precipue in lapidiosis locis crescens, minuta habens folia, terre et lapidibus adherentia, quanto autem habet maiora folia tanto melior est et dicitur epatica quia precipue est epatis iuvatiba. Virtutem habet infrigidandi et diureticum ex subtilitate substantie’.

Herbarius in Dyetsche; ‘Levercruyt of epatica es cout ende droge in den eersten graet het es een cruit omtrent wateren of vochtighe steenen wassende’.

Ortus sanitatis beschrijft Levercruit, Epatica latine aldus; ‘Dit cruit is ront ende heeft bladeren ghelijck een sterre Ende hoe dese bladeren grotere zijn hoe dat se beter zijn. dit cruit is cout ende droghe inden eersten graet’. Net zoals de herbarijs.

Dodonaeus; ‘ Op schaduwachtige, vochtige, steenachtige ende gecassijde wegen oft straten… pleecht dit gewas veel te groeyen. Dit gewas wort hier te lande Steen-Levercruydt geheeten; in ’t Latijn Lichen. Sommighe heeten ’t oock Bryon (dat is Mosch, oft in Latijn Muscus) seydt Dioscorides. De Apotekers noemen ’t Hepatica; dan om die wille datter noch veel ander soorten van Hepatica oft Levercruydt te vinden zijn, daerom souden sij dit ghewas niet onbequaemelijck nae den Duytschen naem in Latijn Hepatica petraea mogen noemen’.

Marchantia polymorpha L, steenlevermos, Frans hepatique etoilee, lichen etoilee, Duits Steinleberkraut, Engels liverwort.

 

Eruca dats hadrec.

[66]

Eruca. dats hadrec ende wast op dat velt. ende es heet. ende droge in den derden graet. ende heeft cracht te conforteerne Ende (1470) doet wel wesen met vrouwen. ende doet wel orine maken. ende es goet iegen die geelsucht gesoden in vleesche. te desen dingen es goet siin saet gesoden ende gemalen

[297]  [66] (Sinapis alba, herik)

Eruca, dat is hadrec, en groeit op het veld en is heet en droog in de derde graad en heeft kracht te versterken. En het is goed voor vrouwen en laat goed urine maken en is goed tegen geelzucht, gekookt in vlees, tot dit doel is het goed zijn zaad te koken en te malen.

 

 Hildegard von Bingen wijdt een hoofdstuk aan ‘herba Senff’, een plant die op de akkers en wijnbergen groeit.

Ortus sativus heeft het over Hederick, wit mostaertcruit, Eruca latine.

Sinonoma Bartholomei geeft bij Eruca; sinapis albus’.

Dioscorides beschrijft onder Eruca witte mosterd.

Dodonaeus; ‘Herick wast over al by de wegen, aen de oude muren ende weegen, ende ander woeste rouwe ongebouwde plaatsen, ende oock dickwijls op de velden, als sij stil oft braeck ende ledich liggen, oft met den ploegh niet omgeroert en worden’.

Lobel noemt Hederick Rapistrum flore albo, Erucae foliis.

Sinapis arvensis L. Herik, hederik veldmosterd, Frans moutarde des champs, moutarde sauvage, Duits Sackersenf, Engels wild mustard, charlock.

Eruca geniet van oudsher een reputatie als afrodisiacum. In Virgilius kan men er over lezen; ‘Venerem revocans eruca morantem’, ‘Eruca, die Venus oproept als die op zich laat wachten’, vergelijk de Herbarijs;’Ende doet wel wesen met vrouwen’.

 

Elleborus albus.

 [67]

Elleborus albus es heet ende droge (1475) in den derden graet. ende es wit. ende daer es .1. ander dat swert es. Ende dat witte elleborus es geheeten oest weert scamponie. ende wast gerne in wacken steden. ende wast hoge. ende selke seggen dat (1480) wast op bergen die wac siin. Ende heeft bladere gelijc wegebreden. mer si siin langere ende scarpere. ende wast also lange alse .1. cubitus of langere. Ende es wit ende medicinael. Ende doet spuwen (1485) opwert ende sciten nederwert ende zere ende met pinen. Het doet sceden alle humoren die van winde comen. Ende iegen passien die comen van limegen humoren alse apoplexa ende tgroet evel. Ende iegen artetike in de (1490) handen ende in de hanken. ende in voeten ende in al de leden. ende iegen dlanc evel. ende iegen swere in de leden. ende in den lichame. Nochtan eist herde quaet. Men saelt niet geven en si met dranke daer in geso-(1495) den es venkel zaet ende apie zaet. Ende men minget oec in medicinen. Ende men maecht oec geven met sope daer tarwe in gesoden es. of garste dat niet lange en gedure ende dat ment haestelike ge- (1500) lose. Ende het deert min gesoden dan in heeter substancien gegeven. Ende langen tijt geminct eist beter dan versch of cort geminct Ende men saelt niet geven en si dattie humoren ierst gerijpt siin. want het ware vreese. (1505) Ende dat ment geeft met sope daer tarwe of garste in gesoden es dats omme te wachtene van quaet doene ¶ Elleborus geminct met mele ende met zeeme getempert. doet sterven die muse diere af eten. Ende met borne geminct (1510) entie weech daer met bestreken. doet sterven die vliegen. Ende geminct met aysine ende gesmeert daer thaer valt onthoudet ende geneset Ende geminct met colirien claert donker ogen Ende es goet iegen scorftheit. ende in alle zal- (1515) ven die ter scorftheit gaet.

[298] [67] (Veratrum album, witte nieswortel)

Elleborus albus is heet en droog in de derde graad en is wit en er is een ander dat zwart is. En dat witte Helleborus wordt oostwaarts scamponie genoemd en groeit graag in vochtige plaatsen en groeit hoog en sommige zeggen dat het op bergen groeit die vochtig zijn. En heeft bladeren als weegbree, maar ze zijn langer en scherper en groeit zo lang als 45cm of langer. En is wit en medicinaal. En laat spuwen opwaarts en schijten nederwaarts en zeer en met pijn. Het laat alle vochtvermenging verdwijnen die van wind komen. En tegen lijden die komen van lijmige vochtvermenging als apoplexa (beroerte) en vallende ziekte. En tegen jicht in de handen en in de heup (koten) en in voeten en in alle leden en tegen onderbuikspijn en tegen zweren in de leden en in het lichaam. Nochtans is het zeer kwaad. Men zal het [299]  niet geven eer het met drank gemengd is waarin venkelzaad en Apiumzaad gekookt is. En men mengt het ook in medicijnen. En men mag het ook geven met sap daar tarwe in gekookt is of gerst dat niet lang goed blijft zodat men het gauw loost. En het deert minder gekookt dan in hete substanties gegeven. En lange tijd gemengd is het beter dan vers of kort gemengd. En men zal het niet geven eerder dan dat de vochtvermenging eerst gerijpt zijn want het is vreesachtig (dodelijk). En dat men het geeft met sap daar tarwe of gerst in gekookt is, dat is om te behoeden van kwaad doen.

Helleborus gemengd met meel en met honing getemperd laat sterven de muizen die er van eten. En met bronwater gemengd en die muur daarmee bestreken laat de vliegen sterven. En gemengd met azijn en gesmeerd daar het haar uitvalt houdt het vast en geneest. En gemengd met oogzalf verheldert donkere ogen. En is goed tegen schurft en in alle zalven die tegen schurft zijn.

 

Cubitus, de maat van aan de elleboog tot en met de hand, ongeveer 45cm. 1499, de zin is aldus; men geeft het in vloeistoffen zodat het niet lang in het lichaam blijft, maar er vlug uitgeloosd wordt.

Er zijn 2 soorten, een witte en zwarte, de zwarte zie je in het volgende hoofdstuk, 68.

Platearius; ‘Cuius duplex est maneries scil.albus et niger. Albus dicitur quia habet radices albas vel quia albos purgat humores scil.phlegmaticos. niger quia nigros habet radices vel quia nigros purgat humores scil.melancholicos, Cum in medicinis reperitur simpliciter de albo est intelligendum. Antiqui autem utebantur elleboro in purgationibus sicut nos scamonea, quia tunc corpora erant firtiora et eius violentia poterant sustinere, nunc autem debiliora sunt et eius violentiam tolerare nequent’.  Dit citaat wordt in de Herbarijs vrijwel letterlijk vertaald waaruit blijkt dat ook dit Herbarium onder invloed van Platearius staat; ‘Wit nieskruid of elleborus albus of witte elleborus. Elleborus is tweevormig als wit en zwart, wit heet het want zijn wortel is wit en dat het de witte humoren als fluimen purgeert. Zwarte elleborus of heilig kerstkruid heet zwart want het purgeert de zwarte humoren of melancholie. De oude dokters plachten de wortel van de witte elleborus te gebruiken zoals wij nu de scammonie wortel doen want de lichamen waren toen veel sterker die haar geweld nog wel verdroegen, maar nu zijn ze zachter en zieker zodat ze elleborus nog zijn geweld niet zouden kunnen verdragen, ja met grote zorg mag men de medicijnen geven aan hen die zich gesterkt hebben en daarom zal men zieken en magere mensen geen elleborum album geven en die nauw of smal in de borst zijn want het laat met geweld overgeven en van onder veel kwijt worden, maar fluimachtige vette lieden die gemakkelijk zonder letsel overgeven mag men het geven, nochtans met grote zorgen’.

Hildegard von Bingen geeft een kapittel over Sichterwurtz alba, der weisze Germer.

Ortus sanitatis heeft het over Witte nieswortele Veratrum latine.

Dodonaeus is het met de Herbarijs eens; ‘De witte Nieswortel heeft groote breede geribde Bladeren, den bladeren van Grooten Weegbre, oft beter van de groote Gentiane gelyckende’.

Veratrum album L., witte nieswortel, Frans veratre blanc, ellebore blanc, hellebore blanc, Duitse Weisser Germer, Weisse Nieswurz, Engels white hellebore.

Wordt niet meer gebruikt, zoals de Herbarijs al aangeeft, te giftig. Het Belgisch Kruidboek zegt ook dat het gebruikt werd om ratten en muizen te doden.

 

Elleborus niger, dats swarte scamponie.

[68]

Elleborus nigrus. dats swartte scamponie. Ende heeft die selve cracht die de witte heeft. Maer si nes niet also laxatijf Ende heeft enen swarten wortel alse fige(1520)  bome doen. Den wortel doet men in medicinen. ende heeft die cracht vanden witten. sonder dat niet opwert en doet spuwen. Maer het doet sciten nederwert. Ende men saelt geven met medicinen ende met dranke also ment twitte (1525) geeft ¶ Het purgiert die humoren van melancolien natuerlijc ende onnatuerlijc. Ende men gevet jegen quaerteine. ende jegen mania ende iegen vertigo. Hets oec goet iege zeter. iegen puusten. ende iegen drope. Ende es goet gesoden (1530) met aysine ende den mont daer met gedwegen Ende es goet iegen tantswere. Ende geminct met mele van bonen van lupinen ende dansichte daer met gedwegen verdrijft sproeten.

[301]  [68] (Helleborus niger, zwarte nieswortel)

Elleborus nigrus, dat is zwarte scamponie. En heeft diezelfde kracht die de witte heeft. Maar ze is niet zo laxerend. En heeft een zwarte wortel zoals vijgenbomen hebben. De wortel doet men in medicijnen en heeft de kracht van de witte, uitgezonderd dat het niet opwaarts laat spuwen. Maar het laat schijten nederwaarts. En men zal het geven met medicijnen en met drank net zo als men de witte geeft.

Het purgeert de vochtvermenging van melancholie (zwarte gal) [302] natuurlijk en onnatuurlijk. En men geeft het tegen de vierdaagse koorts en tegen dolheid en tegen bezwijming. Het is ook goed tegen huiduitslag, tegen puisten en tegen smetten. En is goed gekookt met azijn en de mond daarmee gewassen. En is goed tegen tandpijn. En gemengd met meel van bonen van lupinen en het aanzicht daarmee gewassen verdrijft sproeten.

 

Voor de witte elleborus, zie kapittel 67.

Helleborus niger L, kerstroos, zwart nieskruid, Christuswortel, Heilig Kerstkruid, Frans ellebore noir, hellebore noir, Duits Schwarze Nieswurz, Engels Christmas-rose, black hellebore.

Herbarius in Dyetsche; ‘Swert niescruyt of des heylichs kerstcruyt, want het op de kerstnacht bloyt, oft elleborus niger, es heet en drooghe in den derden graet. Jonanes Mesue seyt, wit elleborus sal men scouwen, want het versmacht ende es fenijn int lichaem, ic seg dat swert elleborus es oeck seer sorchlijck’.

Deze heeft dezelfde eigenschappen in de Herbarijs als de witte, uitgezonderd dat het niet laat braken.

 

Elacterium.

[69]

ELacterium es gemaakt van enen crude (1535) dat in latine heet cucumeris agrestis. die bladere entie wortelen doen sciten ende es laxatijf. Ende men leset in die hont dagen alst ripe es. ende dan perst men tsap ute ende droget in die zonne dat welna dro- (1540) ge si. so dat ment in coekelkine formeren mach. Ende es heet ende droge. ende purgiert ende moruwet den lichame. Ende purgiert fleume ende vette humoren ende coleram. Ende es goet iegen dagelijx rede. ende iegen arteti- (1545) ke. ende voet evel. Ende wien dat ment geeft hine macher niet op slapen. Ende purgiert water. Ende tsap van den crude in die oren gedaen sacht dien swere. Ende olye daer af verhit. ende es goet iegen plecken int ansich- (1550) te. Ende tsap geminct met aysine es goet morfea. ende iegen alle smetten van den lichame ende jegen vulheit vander huut

[303] [69] (Ecballium elaterium)

Elacterium is gemaakt van een kruid dat in Latijn Cucumeris agrestis heet. De bladeren en de wortels laten schijten en is laxerend. En men verzamelt het in de hondsdagen als het rijp is en dan perst men het sap uit en droogt het in de zon zodat het bijna droog is zodat men het in koekjes formeren kan. En is heet en droog en purgeert en vermurwt de ontlasting. En purgeert fluimen en vette vochtvermenging en gal. En is goed tegen dagelijkse koorts en tegen jicht en voet euvel. En wie dat men het geeft, hij mag er niet op slapen. En purgeert water. En het sap van het kruid in de oren gedaan verzacht de zweer. En olie er van verhit en is goed tegen plekken in het aanzicht. En het sap gemengd met azijn is goed tegen huiduitslag en tegen alle smetten van het lichaam en tegen vuilheid van de huid.

 

Dodonaeus; ‘Wilde Concommeren. Wt de vruchten oft Concommerkens wort een sap vergadert ende gedroocht, Elaterium geheeten, dat totter medicijnen orboorlijck is. Dat sap wort in de Apoteken met een bedorven naem Elacterium geheeten, want den oprechten Latijnschen naem is Elaterium. Dan de naam Elaterion bij Hippocrates betekent niet alleen het sap uit dit gewas gedrukt, maar ook al hetgeen dat een kracht heeft om de buik week te maken en van onder af te jagen, want dat woord luidt in het Grieks niet anders dan een ding dat beroerte of rommeling maakt.’

Momordica elaterium L, springkomkommer, ezelkomkommer, springvrucht, Frans concombre sauvage, concombre purgatif, Duits Spritzgurke, Eselsgurke, Engels squirting-cucumber.

Het sap was een krachtig purgerend medicament, een abortief, hoewel dat laatste niet door de Herbarijs vermeld wordt.

Hondsdagen, 20 juli tot 20 augustus.

 

Fu of amantilla of potentilla of ormentilla of wit zedeware of wegewise, valeriane.

 

¶ Fu. Fumus terre. Fraymus. Fermentum. Frumentum. Fabe. Fragaria. Feti. Flammula. Filex. Feniculus

[305]

Fu. Fumus terre. Fraymus. Fermentum. Frumentum. Fabel Fragaria. Feti. Flammula. Filex. Feniculus.

 

[70]

FU. of amantilla. of potentilla of ormentilla of wit zedeware of wegewise. valeriane. hets al eens. Sijs heet in den iersten graet. ende droge in den .2. Ende in (1560) den zomer gadert men die wortele ende drogetse. ende men machse .3. jaer goet houden ¶ Dien siec es in de borst zal mense geven drinken met wine gesoden. Ende si es goet iegen apostemen die binnen in (1565) die zide wassen. Ende es goet in allen wonden dranke

[70] (Valeriana phu, valeriaan)

Fu of amantilla of potentilla of ormentilla of wit zedeware of wegewise, valeriane, het is allemaal hetzelfde. Het is heet in de eerste graad en droog in de 2de . En in de zomer verzamelt men de wortels en droogt ze en men kan ze 3 jaar goed houden.

Die ziek is in de borst zal men ze te drinken geven met wijn, gekookt. En ze is goed tegen blaren die binnen in de zijde groeien. En is goed in alle wonddranken.

 

Platearius zegt; ‘Fu alio nomine valeriana dicitur.’

Hildegard von Bingen; ‘Denemarcha, der Baldrian’. Vele valeriaansoorten die mogelijk wat met elkaar verward zijn.

Dodonaeus in 1640; ‘Deze kruiden worden overal in het Latijn Valeriana genoemd, de Nederduitsers noemen het naar het Latijnse valeriaene. De eerste of tamme soort van dit gewas wordt in onze taal gewoonlijk grote valeriaan genoemd, in het Hoogduits Gross Baldrian, in het Frans valeriane. In het Grieks heet het Phu…. Deze soort wordt soms negentig cm hoog en de bloemen daarvan ruiken goed, dan de gevezelde wortel er van, zegt Lobel, heeft de reuk van Nardus met wat kwade reuk gemengd wat een zekerder teken is dat dit gewas de Phu is van de ouders en dat ze die naam heeft gekregen, zegt hij, vanwege de kwade reuk dat zoveel betekent als phoe’. ‘

Valerina phu L., grote valeriaan, Frans phu, grande valeriane, Duits Romischer Baldrian, Engels garden-valerian.

 

De naam phu en valeriane zijn duidelijk. Er zijn verschillende namen die weinig met elkaar van doen hebben. Ook het gebruik van borstkwalen en wonddranken strookt niet met het gebruik van valeriaan. Maar potentilla of ormentilla slaan meer op Potentilla en dan tormentil, Potentilla erecta Raeusch. Die heette echter meestal tormentil zodat een andere Potentilla ook mogelijk is.

Potentilla is afgeleid van het Latijnse potens: krachtig of machtig, dit naar de veronderstelde medische kwaliteiten. Het is een naam van Brunfels, Matthiola en Fuchs voor Potentilla anserina L, ganserik.

Dodonaeus in 1640; ‘ Ganzerik stelpt het bloed van waar dat het vloeien mag, stopt de maandstonden en is goed diegene die bloedspouwen en de rode loop hebben. Het is ook zeer krachtig tegen alle andere onmatige buiklopen, hoe en op welke manier dat het gebruikt wordt’.

 

Fumus terre, dats grisecom.

[71]

FUmus terre. dats grisecom. En es heet in den iersten graet. ende droge in den .2. Ende so si groenre es so si beter es. Ende (1570) droge en doech si niet. Ende si purgiert melancolye. ende gesouten fleume. ende verberrende colere. Ende geeft luust van etene ende conforteert de mage. Tsap dicken gedronken suvert den lichame van dropen. van (1575) puusten. ende van allen rudecheiden. Ende si es goet in allen drope zalven ¶ Dyascorides seit dat grisecom suvert den lichame van allen vortten humoren ende van vortten bloede. ende suvert buten drope ¶ Ende die (1580) hen crauwen ende rudech siin. Si nemen .2. o. van den sape ende mingent met sukere. ende drinkent met warmen watere smorgens. ¶ Jegen twitte water. Nem sap van grisecom ende doeter toe. .2. o. esulen ende warm water (1585)  ende gevet den zieken drinken hi geneest

[306] [71] (Fumaria officinalis, duivekervel)

Fumus terre, dat is grisecom. En is heet in de eerste graad en droog in de 2de . En zo ze verser is zo ze beter is. En droog deugt het niet. En het purgeert melancholie (zwarte gal) en gezouten fluimen en verbrande [307] gal. En geeft lust van eten en verbetert de maag. Het sap vaak gedronken zuivert het lichaam van smetten, van puisten en van alle schurft. En het is goed in alle smetzalven.

Dioscorides zegt dat grisecom het lichaam zuivert van alle voortsetende vochtvermenging en van verrot bloed en zuivert van buiten druppels.

En die zich krabben en schurftig zijn, ze nemen 2 ons van het sap en mengen het met suiker en drinken het met warm water ‘s morgens. Tegen witte vloed; Neem sap van grisecom en doe er bij 2 ons Euphorbia esula en warm water en geeft het de zieken te drinken, hij geneest.

 

1571; gezouten fleume; het levensvocht flegma in een speciale toestand.

Ortus sanitatis zegt grisecom of cattenkervele of eertroeck, eertrooc.

Dodonaeus noemt het Griisecom ende Duyvenkervel; in ’t Latijn Fumaria, in de Apotekerijen Fumus terrae.

Fumaria officinalis L, duivenkervel, aardrook, roergras, grijzekom, kattenkervel, Frans fumeterre, Duits Erdrauch, Taubenkervel, Engels fumitory, earth-smoke.

Het werd aangeprezen als bloedzuiverend middel, in- en uitwendig. Broeder Thomas zegt; ‘dat cruut ghenomen ende in wine ghesoden ende dat warm ghedroncken dat sterct die maghe ende opluuct die zenen ende aderen ende maect goede veruwinghe ende reynight die colere ende zuivert binnen alle die leden’.

Heet is te verwonderen dat de Herbarijs niet spreekt over het gebruik als oogmiddel wat Dioscorides toch in de eerste plaats noemt; ‘Claritatem facit oculia delacrymationemque; unde nomen traxit;, ‘het sap in de ogen gedruppeld verhelpt aan tranende ogen die als rook (fumus) zijn, vandaar de naam, zegt Matthiolus.

 

Fraymus, dats de esch boem.

[72]

Fraymus. dats de esch boem. Ende es droge in den .2. graet. Die scorssen van desen bome entie campernoele die daer op wassen orbert men in medicinen ¶ Die bladen gesto- (1590) ten met aysine geneest wonden. drope. morfea. zeter. ende suvert alle dinc in die huut Ende heilt te broken been. Ende es goet iegen alle faute van heeter melten of geswollen melte of verstopt

[308] [72] (Fraxinus excelsior, es)

Fraymus, dat is de es boom. En is droog in de 2de graad. De schorsen van deze boom en de kampernoelje die daarop groeit gebruikt men in medicijnen.

De bladeren gestampt met azijn geneest wonden, smetten, morfeem (huiduitslag) huiduitslag en zuivert alle dingen in de huid. En heelt gebroken been. En is goed tegen alle fouten van hete milt of gezwollen of verstopte milt.

 

Die scorssen van desen bome entie campernoele die daer op wassen orbert men in medicinen. Dat is van Platearius; ‘cuius cortices et viscositas quemadmodum fungi supra eam nascens usui competit medicine’.

Over een aanwas op de es wordt nergens van gesproken, wel die op de lork groeit, agaricus seu fungus Laricis, ook van een zwam op de eik of vlier, judasoor. Mogelijk doelt de Herbarijs hiermee op het manna dat uit de es vloeit, vergelijk het cursieve gedeelte van Platearius en Herbarius in Dyetsche;’vetticheit gelick fungen’. Dit manna, door de Ortus sanitatis Hemeldau, Manna latine genoemd, werd vroeger veel in de medicijnen gebruikt.

Fraxinus excelsior L., es, en voor de manna vooral de manna es, Fraxinus ornus L.,

Hildegard von Bingen prijst esbladeren, Asch, Esche, aan bij het brouwen van bier zonder hop.

 

Fermentum, dats deech, Frumentum, dats tarwe.

[73]

(1595)FErmentum. dats deech. Ende het trect doornen. been ende naelden uten wonden. Ende doet wel ripen al geswil. ende apostemen. ende bringt wel te ettere ende te hoefde

[309]  [73] (Triticum, tarwe)

Fermentum, dat is deeg. En het trekt dorens, been en naalden uit de wonden. En laat goed alle gezwellen en blaren rijpen en brengt goed te etteren en te hoofde.

 

Fermentum is het dooreen gekneed mengsel waaruit brood wordt gebakken dat heeft staan fermenteren.

 

[74]

FRumentum. dats tarwe. Ende starct die lede. (1600) ende maect starc tebroken been. Ende tarwen bloeme suvert wonden ende quaede gate. Ende gesoden in borne met luttel botren ende geplaestert. doet ripen alle heete apostemen al warm daer op geleit (1605) Ende so dat heeter es. so het beter es

[74] (Triticum, tarwe)

Frumentum, dat is tarwe. En versterkt de leden en maakt het gebroken been sterk. En tarwebloem zuivert wonden en kwade gaten. En gekookt in bronwater met wat boter en gepleisterd laat het alle hete blaren rijpen, al warm er op gelegd. En zo het heter is zo het beter is.

 

Triticum vulgare L., tarwe, Frans ble commun, Duits Weizen, Engels wheat.

Heeft een rol gespeeld  in de vorm van meelpappen. (cataplasma of brijomslagen) Hildegard von Bingen laat bij hondenbeten een pasta van eiwit en tarwemeel op de wonden leggen om het gif er uit te trekken en pas later komen er dan goede zalven op.

 

 

Fabe, dat siin bonen.

[75]

FAbe. dat siin bonen. Ende siin van couder complexien ende van droger. Ende doen den lichame heffen met winde. ende maken quaet bloet. ende stoppen den lichame. Mer (1610) het es starc voetsel ¶ Dyascorides seit dat oude bonen starker ende beter siin ende bat voeden. dan die groene. Ende als men bonen ziedt met menten. met comine. ende met origanum. so verliesense hare felheit (1615) ¶ Jegen zere ogen ende tranende. Nem bonen cleine gemalen. ende rosen gepulvert. ende gemalen wierooc. ende geminct metten witte van den eye. ende gemaakt .1. plaester ende opten slaep geleit. geneest die ogen. (1620) ¶ Jegen die swere heeft an sine cullen. of dien si geswollen siin. Hi ziede bonen in wine. ende make daer af ene plaestre ende legse al warm daer op

[310] [75] (Vicia faba, boon)

Fabe, dat zijn bonen. En zijn van koude samengesteldheid en van droge. En laten de ontlasting zwellen met wind en maken kwaad bloed en stoppen de ontlasting. Maar het is sterk voedsel.

Dioscorides zegt dat oude bonen sterker en beter zijn en beter voeden dan de verse. En als men bonen kookt met munt, met komijn en met Origanum dan verliest ze haar felheid.

Tegen zere ogen en tranende; Neem klein gemalen bonen en verpoederde rozen en gemalen wierook en gemengd met het wit van een ei en maak er een pleister van en leg die op de slaap, het geneest de ogen.

Tegen die zweren heeft aan zijn ballen of die gezwollen zijn; Hij kookt bonen in wijn en maakt er een pleister van en legt die al warm er op.

 

Vicia faba L., met zijn vormen, boon., Duits Bohn, Engels bean, Frans feve.

Hildegard von Bingen raadt bonen aan zowel voor gezonde als zieke lieden.

Herbarius in Dyetsche zegt; ‘Fabe of boenen lutter voedense sy maken groef humoren blasinghe of winden in den buyck genererense der maghen sijnse quaet grof bloet ende melancolicum winnense.. maer met sieden wert haer quaetheyt vermindert’.

 

Fragaria, dats biercruut.

 [76]

 FRagaria. dats biercruut. ende es cout (1625) ende droge in den iersten graet. Ende coelt op alle heete steden geplaestert met garsten mele.

[311]  [76] (Fragaria, aardbeien)

 Fragaria, dat is biercruut en is koud en droog in de eerste graad. En verkoelt op alle hete plaatsen gepleisterd met gerstmeel.

 

Biercruut, nogal een vreemde naam maar komt gewoon van eerdbeercruit.

Hildegard von Bingen spreekt over De Erperis, Erdbeere. Herbarius in Dyetsche; ‘Eertbeziencruit of Fragaria’.

Fragaria vesca L, aardbei, woudaardbei, bosaardbei, Frans fraisier commun, fraisier musquee, Duits Waldbeere, Engels straw-berry.

 

Feti.

[77]

Feti. es heet ende droge in den .2. graet ende es goet gesoden enten doem ontfaen ten nese enten monde iegen die reume in dat (1630) hoeft. Ende met averonen ende met byvoete in wlva gesteken. doet menstrua hebben. Ende es goet geplaestert op vule quaede gaten. ende op coude artetyke

[312] [77] (Feti?)

Feti is heet en droog in de 2de graad en is goed gekookt en de damp ontvangen bij de neus en de mond tegen de reuma in het hoofd. En met averone en met bijvoet in de vulva gestoken laat menstruatie hebben. En is goed gepleisterd op vuile kwade gaten en op koude jicht.


Onduidelijk, mogelijk een naam voor vet.

Nicolas Lemery noemt Festuca en Francois fetu. Dat zou wijzen of Festuca elatior L, beemdlangbloem, Frans fetuque des pres die Dodonaeus beschrijft onder de naam Aegilops of Festuca.

 

Flammula of selfate.

[78]

Flammula of selfate. es heet ende droge. (1635) in den .4. graet. ende staet in verscen steden Aldus maect men enen brant sonder bernen. Men sal flammula stoten ende leggent optie stede daer men den brant wilt hebben. ende latent liggen enen dach. ende dan (1640) sullen daer comen bladren. entie sal men breken. ende was daer op leggen. ende voort achterwaren alse men pleecht. Ende dit es eenrehande wedewinde. Ende suvert die moeder ¶ Flammula gestoten met olyen (1645) geminct ende geleit op ripe sweren. doetse scoren ende uutbreken. Ende men bernt met flammula waer datmen wilt in den live

[78] (Clematis flammula)

Flammula of selfate is heet en droog in de 4de graad en staat in vochtige plaatsen. Aldus maakt men een brand zonder branden. Men zal flammula stampen en op die plaats leggen daar men de brand wil hebben en laat het een dag liggen en dan zullen daar blaren komen en die zal men breken en was er op leggen en voort verzorgen zoals men plag. En dit is een soort wedewinde. En zuivert de baarmoeder.

Flammula gestampt en met olie gemengd en op rijpe zweren gelegd laat ze scheuren en uitbreken. En men brandt met flammula waar dat men wil in het lijf.

 

1636; brant; cauterisatie.

Dodonaeus zegt dat Flammula of Heete Clim zo genoemd wordt ‘nae heuren vlammende oft brandenden scherpen bytenden smaeck’. ‘Et dicitur flammulam quia incensivam habet virtutem’zegt ook Platearius.

Clematis flammula L., scherpe clematis, brandklimop, brandkruid, bedelaarskruid, Frans clematite flammule, clematite odorante, clematite brulante, Duitse Scharfe Waldrebe, Engelse virgin’s bower.

Het wordt in de Herbarijs beschreven als een vesicans en rijp makend middel, ‘Ad cauterium sine igne vel sine ferro’, zegt Platearius.

 

Filex, dats varen.

[79]

Filex. dats varen. Ende seggen sulke dat het bloyt. ende zaet riset in sent jans (1650) nachte baptiste. Ende es goet jegen dat groet evel. dat dicken wel geproeft es.

[313] [79] (Dryopteris filix-mas, mannetjesvaren)

Filex, dat is varen. En sommigen zeggen dat het bloeit en zaad geeft in nacht van St. Jan de Doper. En is goed tegen de vallende ziekte wat vaak beproefd is.

 

Dodonaeus; ‘Na de leeringe vande oude schrijvers, is het Varen-cruyt tweederley van geslachte, te weten Manneken ende Wijfken. Ende dese twee voeren eygentlijck den naem van Varen. Want de andere cruyden die men oock wel onder tgeslacht van Varen rekent, hebben heur eyghen naemen, met dewelke sij van dese oprechte Varen onderscheyden connen worden’.

Dryopteris filix-mas Scott, mannetjesvaren, Frans fougere male, Duits Wurmfarn, Engels male-fern.

Athyrium filix-femina Roth, wijfjesvaren, Frans fougere femelle, Duits Frauenfarn, Engels lady’s fern.

Een plant die geen bloemen of vruchten geeft en toch krachtig groeit en zich vermeerdert, dat prikkelde de verbeelding van de gewone ma, ze dachten dat de voortteling een bijzonder geheim was. De varen bloeit op de dag van Sint Jan, de nacht tussen 23 en 24 juni.

Dodonaeus; ‘Sommighe segghen dat het saet van Varen macht heeft om alle toovernyen ende quade belesingen crachteloos t maaecken…. De selve rekenen voor het saet van Varencruydt die cleye stipkens die achter aan de bladeren wassen, ende eerst graeuw zijn, maer metter tijt swart worden ende afvallen; Dit saet vergaderen sij in Braeckmaent (juni).. insonderheydt in den nacht voor Sint Jans dach; want dan gelooven sij datter vergadert moet worden, ende dat met sommige belesingen, coniuratien ende hooge woorden, die sij daer over spreken, met de welcke sij de boose geesten verdrijven, die dit selve saet bewaeren; want die zijn soo nijdigh, dat sij den mensche soo veel goets niet en gunnen, als sij met dit saet souden connen wtgerechten. Maer sulcken ijdele beuselingen zijn eer te bespotten, dan te gelooven’.

Ongeveer hetzelfde verhaalt ook Matthiolus en Hildegard von Bingen wijdt een heel kapittel eraan om de duivel verjagende kracht van varen te bewijzen.

Dioscorides, Galenus en Avicenna vermeldden het als wormdrijvend middel.

 

Feniculus.

[80]

FEniculus es heet ende versch in den middel van den iersten grade. ende droge in den andren graet. Ende tsaet heet men (1655) maratrum ¶ Ende tsaet es heet ende droge in den .2. graet. het es beter dan tcruut. het claert donker ogen. Ende water van venkele helpt allen ogen ¶ Jegen dat vel optie ogen ene gerechte cure. Nem .1. luttel(1660)  aloe gepulvert ende geminct metten sope van den venkele doet in .1. coperijn vat. Ende hanget in die zonne. 15 dage. Ende doet druppen in die ogen alle dage .1. luttel. Ende het es harde subtijl. Ende men sal (1665) die wortelen gadren int begin van den lintere. Ende es oec goet iegen twitte water

[315]  [80] (Foeniculum vulgare, venkel)

Feniculus is heet en vers in het midden van de eerste graad en droog in de andere graad. En het zaad noemt men maratrum.

En het zaad is heet en droog in de 2de graad,  het is beter dan het kruid, het verheldert donkere ogen. En water van venkel helpt alle ogen.

Tegen dat vel op de ogen is een goede geneeswijze; Neem wat gepoederd AloĎ en meng het met het sap van de venkel, doe het in  een koperen vat en hang het 15 dagen in de zon. En doe er druppels van in de ogen, elke dag wat. En het is zeer subtiel. En men zal de wortels verzamelen in het begin van de lente. En is ook goed tegen de witte vloed.

 

Platearius zegt; ‘Cum in receptione invenitur Rp.maratri debet poni semen ejus’.

Dodonaeus; ‘Dit cruydt is hier te lande Venckel geheeten, Latijn Foeniculum; ende die naem wordt heden daechs oock in de Apoteken ghebruyckt. In Griecx heetet Marathron’.

Foeniculum officinale All., venkel, Frans fenouil officinal, aneth doux, Duits Fenchel, Engels sweet fennel.

Het werd voornamelijk als oogmiddel gebruikt.

Bij de Dioscorides heette het marathon, naar het slachtveld waar de Grieken, 490 v. Chr. een overwinning behaalden op de Perzen, dus een slachtveld op het venkelveld. Het Griekse marathon komt van maraino: dun groeien, venkel zou vermageringskwaliteiten hebben. De Griekse atleten gebruikten venkel als voedsel bij hun olympische spelen omdat het sterk maakt zonder dik te worden.

 

Gariofilate, dats glorifilate.

 

¶ Gariofilate. Genesta. Genciana. Gallitricum. Grano solis. Gladiolus

[316]

Gariofilate. Genesta. Genciana. Gallitricum. Grano solis. Gladiolus.

 

[81]

GAriofilate. dats glorifilate. ende (1670) es heet ende droge. in den .2. graet. Die wortelen gaen in medicinen. ende hebben meer crachten groene dan droge. Nochtan hout mense goet .i. jaer. Ende daer omme heet mense gariofilaet. om dat (1675) si bina riect alse garoffels nagelen. ¶ Die wortele gesoden in wine ende gedronken es goet iegen ventoysiteit ende iegen pine in die mage. want het verduwet zere die spise. Ende si heilt wonden. ende es goet in (1680) wonden dranke. Entie roke ontstopt die herssenen enten nese

[81] (Geum urbanum, nagelkruid)

Gariofilate, dat is glorifilate, en is heet en droog in de 2de graad. De wortels gaan in medicijnen en hebben meer krachten vers dan droog. Nochtans [317] houdt men ze 1 jaar goed. En daarom noemt men het gariofilaet omdat ze bijna ruiken als kruidnagels.

Die wortel gekookt in wijn en gedronken is goed tegen winderigheid en tegen pijn in de maag want het verteert zeer de spijs. En ze heelt wonden en is goed in wonddranken. En de rook ontstopt de hersens en de neus.

 

Hildegard von Bingen noemt Benedicta, das Benediktenkraut, dat ze een afrodisiacum en versterkend middel noemt.

Herbarius in Dyetsche; ‘Gariofilaet of gariofelcruyt of gariofilata of sanamunda of avancia of lapa gu dats al een. Het heet gariofilaet want het heeft roeck de groffels naghelen ghelijket’.

Ortus sanitatis noemt naghelcruit of benedictenwortele of hasenvoet. Gariofilata latine. ‘Ende dat een wortele heeft die gelyc gariofel naghelen rukende is. Die meesteren wanen dit cruit Gariofilata oft Sanamunda oft Evantica oft Pes leporis oft Oculus leopris… Ende die bladeren hebben meer crachten in haer alse groen zijn dan alse droge zijn’. Er is een duidelijke overeenkomst met de Herbarijs, maar de afbeelding is zeker geen Geum urbanum.

Dodonaeus; ‘Dit cruyt wort nu ter tijt in Latijn geheeten Caryophyllata, om dat de wortelen nae Gyroffels nagelen schijnen te riecken; van sommige isset Sanamunda genaemt, ende Herba benedicta; van andere Nardus rustica’.

Geum urbanum L, nagelkruid, nagelwortel, gezegend kruid, Frans benoite, herbe de saint Benot, galiot, Duits Nelkenwurz, Benedicktenkraut, Engels herb-bennet, avens-root.

Het nagelkruid werd in kloostertuinen gekweekt voor de bereiding van een kruidenwijn en om te verhinderen dat het zelf gebrouwen bier zuur zal worden.

Bevat hars, bitterstof, looistof en etherische olie die eugenol bevat, vandaar de geur van kruidnagelen.

Eugenol ervan is een stimulans voor de maagsecretie, een antisepticum en bacteriostaticum. De eigenschappen door de Herbarijs aangegeven zijn gefundeerd zowel wat het verduwen van spijzn en het inhaleren betreft. Ook het gebruik tegen het zuur worden van bier, wat Hildegard von Bingen schrijft, was goed gezien.

 

Genesta dats brem.

[82]

GEnesta dats brem. Ende es heet ende droge in den .2. graet. Ende sulke seggen dat cout ende droge es ¶ Die den vrouwen (1685) wille doen comen hare saken. hi neme de bloemen van den brem ende siedse in regen watere. ende legse also heet alse mense gedogen mach beneden der navele. Ende dit zal men dicken verwarmen ende leggent weder (1690) daer op ¶ Ten selven. so nem brem ende wegebrede ende siedet tegadere in regen watre ende dwijf sal hare dar met stoven beneden ende daer over wriven hare daer mede also verre alsi can binnen in hare wlva ¶ Die scors- (1695) se vander wortelen van den brem es goet iegen die geelsucht. ende iegen twater

[318] [82] (Cytisus scoparius, brem)

Genesta, dat is brem. En is heet en droog in de 2de graad. En sommige zeggen dat het koud en droog is.

Die bij de vrouwen hun zaken wil laten komen, hij neemt de bloemen van de brem en kookt ze in regenwater en leg ze alzo heet als men hebben kan beneden de navel. En dit zal men vaak verwarmen en het er weer opleggen.

Voor hetzelfde; neem brem en weegbree en kook het tezamen in regenwater en de vrouw zal zich daarmee stoven beneden en zich ermee wrijven  zover als ze kan in haar vulva.

De schors van de wortel van brem is goed tegen geelzucht en tegen het water.

 

Herbarius in Dyetsche; ‘Brempt of genesta es een bloemken dat heet ende droghe in den ij.graet es.bringhende gheel bloemkens voort of maenkens waren’.

Ortus sanitatis spreekt over Brem of ghinst.

Dodonaeus; ‘Brem. Dit heesterachtich gewas wort hier te lande de Brem geheeten; in Latijn Geneista oft als ander seggen Genesta’. Verder zegt hij dat de ‘rijskens, bloemen ende saden’medicinaal zijn, ‘Genista plach hier te lande Breem te heeten, maer meest Ginst; in Latijn Scoparia ende in Spaensch Scobas, al oftmen Bessemcruyt seyde’.

Cytisus scoparius Link, brem, heide brem, ginstkruid, bezemkruid, Frans genet a balais, genet commun, Duits Besenginster, Engels common-broom.

Toch bestaat er enige twijfel in de identificatie omdat Platearius enkel gewag maakt van genestula; ‘similis est genesta sed minores habet stipites et angustiores et florem habet album, genesta vero ccroccum’. De farmacoterapie betreffend de genestula vertoont een duidelijke overeenkomst met de genesta van de Herbarijs. Waarschijnlijk wordt hiermee Chamaespartium sagittale Gibbs (Genistella sagittalis, Gams)pijlbrem, bedoeld?

Brem bevat verschillende stoffen als sparteine dat een weeĎn bevorderend middel is en zo in de Herbarijs gebruikt wordt.

 

Genciane.

[83]

GEnciane es heet ende droge in den .3. graet. Ende cruut ende wortele heet genciane. Entie wortele gaet (1700) in medicinen. ende .4. jaer hout mense goet Entie bitterste siin die beste. Ende den genen die niet en mogen verademen dien helpet si zere. Daer jegen zal men genciane malen ende mingense met wine. ende met watere(1705)  daer garste in gesoden es. ende doent hen drinken. Ende si heilt beten van gevenijnden dieren eist dat mense stroyt optie wonden.

[319]  [83] (Gentiana lutea, gentiaan)

Genciane is heet en droog in de 3de graad. En kruid en wortel heet gentiaan. En die wortel gaat in medicijnen en 4 jaar houdt men ze goed. En de bitterste zijn de beste. En diegene die slecht kunnen ademen die helpt ze zeer. Daartegen zal men gentiaan malen en het met wijn mengen en met water daar gerst in gekookt is en laat hen [320] drinken. En ze heelt beten van giftige dieren is het dat men het strooit op die wonden.

 

Ortus sanitatis; ‘ganciaen, gantiaen, gentiaen. Gentiana latine. Ende cruut ende wortele heet genciane’.

Herbarius in Dyetsche; ‘Ganciane of genciaen, dat cruyt heet oock ganciaen, dye wortelen met dat cruyt syn bequaem den medecinen’.

Volgens Platearius zijn alleen de wortels medicinaal; ‘Herba quedam est cuius radix simili nomine apellatur. Radix non herba poni debet in medicinis’. Net zoals de Herbarijs en Dodonaeus.

Gentiana lutea L., gentiaan, grote gentiaan, grote kruiswortel, Frans grande gentiane, gentiane jaune, quinquina des pauvres, Duits Gelber Enzian, Engels yellow gentian.

 

Gallitricum of centum galli.

[84]

GAllitricum. of centum galli es heet ende droge. Ende dit cruut gesoden in wi- (1710) ne entie vrouwe daer met gedwegen. ende gestooft beneden. suvert die moeder die van kinde blijft

[321] [84] (Rhinanthus alectorolophus, ratelaar)

Gallitricum of centum galli is heet en droog. En dit kruid gekookt in wijn en de vrouwe daarmee beneden gewassen en gestoofd zuivert de baarmoeder wat van het kind achterblijft.

 

Platearius zegt; ‘Gallitricum alio nomine centrum galli dicitur’.

Herbarius in Dyetsche;’ Hanencam of gallitricum of centrum galli’.

Ortus sanitatis; ‘Scharlach of scharleie, Gallitricum sive Centrum galli latine’.

Dodonaeus; ‘De gemeynste soorte is hier te lande, Scharleye geheeten. De Apotekers noemense Gallitricum in Latijn; dan men heetse oock wel Oravala, Tota bona, Sclarea, Scarlea, Centrum Galli, Matrisalvia’.

Salvia viridis L (S. horminum L), bonte salie, edele scharlei, Frans ormin, prudhommee, Engelse green, painted of red topped sage, annual clary,  Duitse Gartenscharlach of romischer Scharlach. Horminum zou afgeleid zijn van horminon: wat opwekken betekent omdat deze plant de liefde zou opwekken. Salvia horminum werd in liefdesdranken gebruikt: "Horminum, ab orman, id est, empetu feri", "omdat men gemeend heeft dat de plant venusdriften verwekt". Deze plant, zou net als andere saliesoorten, een middel bevatten om de vrouwelijke vruchtbaarheid te bevorderen.

Naar Dodonaeus kan het ook Salvia sclarea L, zijn, scharlei, algoede, veldscharlei, Frans sauge scarlee, orvale, toute bonne, Duits Muskateller Salbei, Engels clary-sage.

Die werd vooral als oogwater gebruikt wat we in de Herbarijs niet zien.

 

Dodonaeus in 1640 ‘Het wordt ook Centrum Galli genoemd. De apothekers noemen het Gallitricum in het Latijn, maar ze zijn zeer bedrogen die het voor de Alectorolophos houden want de echte Alectorolophos wordt in de beschrijving van het koren aangetoond die er zeer veel van verschilt. Scharlei is geschikt om de maandstonden te verwekken op welke manier die ook gebruikt wordt en ze jaagt de nageboorte uit het lijf. Scharlei verwarmt, maakt dun, opent en ontdoet of verspreidt en is geweldiger om tot bijslapen te verwekken en in alle haar werken dan Horminum, zegt Galenus en daarom wordt ze gemengd bij de zalven en vooral met het Unguentum Glaucium dat zo in de apotheken heet. Die bladeren gestoten trekken de splinters en doornen uit waar die in het lichaam steken als het daarop gelegd wordt, ja laten de vrouwen die in arbeid gaan gemakkelijk baren.’.

Rhinanthus alectorolophus Poll, Dodonaeus in 1640: ‘De Nederlanders noemen het vaak hanecammekens en daarvan is het in het Latijn ook Crista Galli en Gallinacea Crista genoemd,. Sommige houden dat voor de Alectorolophos of voor de Mimmulus herba van de ouders.. Andere zeggen,dat het ook Centrum Galli mag heten omdat het net zo goed als de scharlei aan de hanen voorgeworpen wordt en die een verwekking geeft om te kampen’. Engelse yellow cockscomb of yellow rattle, Duitse Hahnenkamm. De plant is opgedragen aan Sint Peter. Het was een haan die drie keer kraaide toen Petrus Jezus verloochende, Franse herbe Sainte Pierre. Ratelaar naar de rammelende zaaddoosjes. Hanenkam komt van Alectorolophus.

Maar dit kruid is weer vrijwel niet gebruikt bij vrouwenziektes.

 

Grano solis.

 [85]

GRano solis es heet ende droge in den .3. graet. Ende dit zaet es also wit alse yvo-. (1715) or ende glat ende claer. ende .X. jaer mach ment goet houden. Ende tsaet gemalen ende genut in spisen dat brect den steen

[322] [85] (Coix lacryma-Jobi, Jobs tranen)

Grano solis is heet en droog in de 3de graad. En dit zaad is zo wit als ivoor en glad en helder en 10 jaar kan men het goed houden. En het zaad gemalen en genuttigd in spijzen dat breekt de steen.

 

 In kapittel 116 komt Milium solis voor, ‘dats gremil’.

Dan is dit wel Coix lacryma-jobi L., Dodonaeus 1640; ‘Wij noemen dit gewas Sint Jobs traenen naar de Latijnse naam die dat in ItaliĎ heeft, te weten Lacryma Jobi, dan men zou het misschien niet kwaad of slecht Arundo Lithospermos noemen, dat is rietachtig steenzaad of riet met steenachtig zaad zoals Gesnerus schrijft. Sommige houden dat voor een soort van Lithospermum of parelkruid, maar het is een gans ander geslacht van gewas dan het Lithospermum van Dioscorides’.

Lacryma‑Jobi betekent letterlijk jobstranen, ook de naam jupiters-tranen komt voor, Engelse job's tears, Frans larmes de Job of larmille en in Duits Hiobsthranen: Job’s tranen of tranengras. Naar de glimmende zaden en Job XVI, 16 en 20. “Mijn gezicht is vol met tranen... Mijn oog vult zich met tranen voor God", Christustranen”.

Als een altijddurend zinnebeeld van Jobs droefheid hangen jaarlijks de grijze en glinsterende zaadkorrels aan deze plant met een trosje neerwaarts gebogen, als tranen.

Duits grosser Steinsamen, dit van Lithospermum, Engels gromwell reed.

 

Gladiolus, dats gladie of lisch.

[86]

GLadiolus. dats gladie of lisch. ende es heet in den 2. graet. Ende es goet(1720)  iegen die zieke borst die verstopt es Tsap van gladien gedronken met warmen watere of met geytenen weye maect den lichame licht. Ende es goet iegen crampe ende iegen rideringe. Ende tpulver ge- (1725) minct met rose watere es goet iegen joocte in die ogen ja daer in gedruppet

[323] [86] (Gladiolus communis, gladiool)

Gladiolus, dat is gladiool of lis en is heet in de 2de graad. En is goed tegen de zieke borst die verstopt is. Het sap van gladiolen gedronken met warm water of met geitenwei maakt de ontlasting licht (laat purgeren). En is goed tegen kramp en tegen rilling (koorts). En het poeder gemengd met rozenwater is goed tegen jeuk in de ogen, ja daarin gedrupt.

 

Dioscorides beschrijft een plant die hij Xiphion, alii plasganon alii machaeronion, Romani gladiolum vocant noemt.

Ortus sanitatis spreekt van cleine of wilde sweerdele. Hildegard von Bingen van Swertula.

Dodoaneus; ‘Men noemt dit cruydt gemeynlijck Gladiolus in Latijn ende ook Ensis, welcke naemen soo veel beteeckenen al oftmen swaert oft Swaerdeken seyde’.

Gladiolus communis L., zwaardlelie, Frans glaieul, Duits Siegwurz, Engels sword-lily.

Volgens de Herbarijs wordt de plant gebruikt bij koortsen, borstkwalen en krampen, ook als oogzalf wat niet overeenstemt met het gebruik door Dioscorides van de Xiphion.

 

Hermodactil.

¶ Hermodactili. Herba violaria. Herba roberti. Herts tonge. Hoppe. Herba paralysis

[324]

Hermodactili. Herba violaria. Herba roberti. Herts tonge. Hoppe. Herba paralysis.

 

[87]

HErmodactili es heet (1730) ende droge in den .3. graet. ende wast in meerscen ende int herde. ende heeft ene wortele al ront. Ende men gadertse in den zomer. ende hancse op met draden in de zonne. ende .1. jaer mach mense goet houden (1735) ¶ Jegen den fistel zal men pulveren hermodactili ende mingent met zeepen. ende daer in sal men netten ene wieke. ende stekense in den fistel. ende het verteert dat quade vleesch

[87] (Colchicum autumnale, herfsttijloos)

Hermodactili is heet en droog in de 3de graad en groeit in moerassen op vaste grond en heeft een geheel ronde wortel. En men verzamelt het in de zomer en hangt het op met draden in de zon en 1 jaar kan men het goed houden.

Tegen de diepe etterwond zal men hermodactili verpoederen en mengen het met zepen en daarin zal men een doek nat maken en steken die in de diepe etterwond en het verteert dat kwade vlees.

 

Dodonaeus spreekt van Colchicum oft Titeloosen of Hermodactylus. De wortel is rond.

Platearius; ‘Herba est circa radices cuius tuberositates inveniuntur que colligi debent et usui reservari et in medicis poni’.

Hildegard von Bingen sprekt van Heylheubt, die Herbstzeitlose.

Herbarius in Dyetsche; ‘Tidelose of digitus hermetis of hermodactilus es een cruit dat bloeyt in dat ende van den herfst. Die sommeghe heeft een witte bloeme. Sommeghe heeft een bloeme ten swerten wert dalende, ende sommeghe heeft een roye bloeme. Maer die de witte bloeme heeft die es de beste. Dye andere zijn al fenyn’.

Colchicum autumnalis L., herfsttijloos, naakte vrouw, Frans colchique d’automne, tue-chien, safran des pres, Duits Herbstzeitlose, Engels meadow-saffran.

 

Herba violaria.

[88]

HErba violaria. es cout in den iersten (1740) graet. Ende es goet iegen heete hoeftswere geplaestert. Hets goet in clisterien iegen herden lichame dat van coleren comt. Of den genen die liggen in heeten evele. Het es goet op alle heete steden (1745) hets goet in wonden dranke ¶ Ende die vyoletten siin cout in den iersten graet ende wac in den middel van den andren grade Ende sulke seggen dat si meer coutheiden hebben dan wacheiden. Ende .2. jaer (1750) gedurense goet. Maer hets beter dat mense alle jare vernuwe ¶ Ende vyoletten siin treckende met harer vetheiden. Ende doen sciten. Maer niet zere. Ende helpen iegen apostemen binnen die men scelt pleueresis (1755) Ende si maken den lichame moru. Ende vyoletten geroken. sacht den hoeftswere die van hitten comt. Ende vyoletten met sukere gesoden doen tselve ¶ Ende van vyoletten maect men olye. alst van rosen doet (1760) ende men heetse oleum vyolateum. ende men maecse aldus. Nemt vyoletten ende zietse in suver olye van oliven in .1. vat staende in .1. ander vat met watere opt vier. ende daer na perstse. dits olye vyolaet ¶ Oec so maect (1765) mense ter zonnen .40. dage sonder vier die beter es. Ende es goet dien die siin hoeft sweert eist dat men daer met bestrijct den slaep ende dat voorhoeft entie voeten. dit doet den zieken slapen ¶ Dit (1770) es cyroop vyolaet. Nemt vyoletten ende zietse in watere ende dan duwet uut dore enen doec. ende dan doeter in suker. dit es goet genut iegen den rede. Ende tcruut gesoden maect goet bloet. Ende es goet (1775) iegen heeten hoest ende droge ¶ Jegen rudechheit stampt vyoletten ende legse daer op Vyoletten gestoten ende geleit op wonden daer been uut gaen. het trecse ute ende suvert die wonden

[326]  [88] (Viola odorata, viool)

Herba violaria is koud in de eerste graad. En is goed tegen hete hoofdpijn gepleisterd. Het is goed in klysma’s tegen harde ontlasting dat van gal komt. Of diegene die liggen in hete ziekte. Het is goed op alle hete plaatsen, het is goed in wonddranken.

En de violen zijn koud in de eerste graad en vochtig in het midden van de volgende graad. En sommige zeggen dat ze meer koudheden heeft dan vochtigheden. En 2 jaar blijven ze goed. Maar het is beter dat men ze elk jaar vernieuwt.

En violen zijn trekkende met hun vettigheid. En laten schijten, maar niet zeer. En helpen tegen blaren binnen die men als pleuris of zijdepijn uitscheldt. En ze maken de ontlasting murw. En violen geroken verzacht de hoofdpijn die van hitte komt. En violen met suiker gekookt doen hetzelfde.

En van violen maakt men olie zoals men het van rozen doet en men noemt het oleum vyolateum en men maakt het aldus; Neem violen en kook ze in zuivere olie van olijven in een vat die in een ander vat staat dat met water op het vuur staat en daarna uitpersen, dit is olie violaet.

Ook zo maat men het 40 dagen in  de zon zonder vuur die beter is. En is goed voor die zijn hoofd zwaar is dat men daarmee de slaap en het voorhoofd en de voeten bestrijkt, dit laat de zieke slapen.

Dit is siroop violaet; Neem violen en kook het in water en dan duw het uit door een doek en dan doe er suiker in, dit is[(327] goed gebruikt tegen de koorts. En het kruid gekookt maakt goed bloed. En is goed tegen hete hoest en droge.

Tegen schurft; stamp violen en leg ze er op. Violen gestampt en gelegd op wonden daar been uit gaat, het trekt het uit en zuivert de wonden.

 

Herbarius in Dyetsche; Violen oft violetten oft viola’.

Dodonaeus; ‘In de Apoteken is deze bloeme met den Latijnschen naem Viola bekent; maer het cruyt selve oft de bladeren, stelen ende wortelen worden echter Violaria en Mater Violarum geheeten’.

Viola odorata L, maarts viooltje, tamme viool, Frans violette de mars, violette odorante, Duitse Marz veilchen, Engels swert violet.

Belgisch Kruidboek; ‘De welriekende violette werd eerst ten tyde der Romeinen in BelgiĎ, van ItaliĎ overgebracht; de bloemen die alhier meest in april worden geplukt, om riekende waters mede te distilleren en syroop te bereiden, bezitten een borstverzachtend middel en worden gebruikt voor buikpyn, kwalen der kinderen en zieke menschen. Het sap uit de driekleurige of veld-violetten geperst en gestooten, is zeer dienstig om op vurige geswellen en wonden te leggen en den brand te verdryven; dit sap wordt ook met de oogzalven gemengd, en het zuivere sap alleen doet de vlekken der oogen verdryven, den brand verkoelen en het gezicht versterken’.

 

Herba roberti.

[89]

(1780) HErba roberti es heet ende droge. ende suvert ende heilt. Ende droget wonden ende fistelen. ende cakeren ende wule gaten Ende es goet in wonden dranke. ende oec buten daer met gedwegen wonden of dat zeer

[328] [89] (Geranium robertianum, robertskruid)

Herba roberti is heet en droog en zuivert en heelt. En droogt wonden en diepe etterwonden en kanker en vuile gaten. En is goed in wonddranken en ook de buitenkant daarmee wonden of dat zeer gewassen.

 

Ortus sanitatis; Oievaertsbeck oft duivenvoet. Herba rubea Pes columbi vel herba roberti latine’.

Dodonaeus; ‘Robrechts-cruydt …oft Latijnsch Ruberta oft Roberti herba wy noement Geranium Robertianum’.

Geranium robertianum L, Robertskruid, rode ooievaarsbek, stinkende ooievaarsbek, kraanbek, Frans herbe a Robert, geranium robertin, Duits Ruprechtkraut, Engels herb-robin.

Bevat wat looistoffen zodat het gebruikt kan worden bij wonden.

 

Hertstonge.

[90]

(1785) HErtstonge es heet in den iersten graet ende droge. in .2. graet. Ende jegen den coeke sal mense drinken met oximelle .40. dage lanc. hi sal vergaen. Ende es goet op tseter. Ende iegen die zereheit vander (1790)  borst gesoden met ricolissien ende gedronken.

[329] [90] (Asplenium scolopendrium, hertstong)

Hertstong is heet in de eerste graad en droog in de 2de graad. En tegen de koek zal men het drinken met honingazijn ,40 dagen lang en hij zal vergaan. En is goed op huiduitslag. En tegen de zeerheid van de borst gekookt met zoethout en gedronken.

 

Den coeke; Middelnederlands woordenboek; verharding in of aan de oppervlakte van het lichaam, Vandewiele; verharding van de lever.

Herbarius in Dyetsche; ‘Hertstonge of scolopendra of lingua cervinaDees hertstonge wast op de mueren in die fonteinen ende steenechtige natte plaetsen ende heeft noch blomen, noch saet. Die blayers zijn gelijc boemvaren, dat opperste deel es groen, dat uterste deel es bijcans roet.’

Hildegard von Bingen; ‘Hirtsunge, Hirschzunge’.

Ortus sanitatis; ‘hertstonghen, hyrtstonghen. Scolopendria latine’.

Dodonaeus; ‘In onse tael heet dit gewas Hertstonge; in Griecx ende Latijn gemeynlijck Phyllitis; in de Apoteken Lingua cervina; ende qualijck Scolopendria; want het evrshcilt veel van het oprechte colopendrium’.

Asplenium scolopendrium L, tongvaren, hertstong, Frans scolopendre officinale, langue de cerf, Duits Hirschzunge, Engels hert’s tongue.

 

Hoppe.

[91]

HOppe es heet ende droge. ende es snidende ende sceedet taye humoren. Ende si wacht die dinc van vorttene waer in dat mense doet

[330] [91] Humulus lupulus, hop)

Hop is heet en droog en is snijdende en scheidt taaie vochtvermenging. En het beschermt die dingen van verrotten waarin dat men het doet.

 

De zin is dat hop de taaie opgehoopte levenssappen, die namelijk bij ophoping ziekte veroorzaken, doorsnijdt en verdrijft.

Hildegard von Bingen gebruikt Hoppho, der Hopfen, tegen zwarte gal, ze weet ook dat hop, aan drank toegevoegd, het bederven tegengaat.

Herbarius in Dyetsche spreekt van Hoppen Cruyt oft lupulus.

Ortus sanitatis spreekt van hoppe of hoppecruit, hoppencruit. Humulus vel volubilis magna latine.

Dodonaeus over Hoppe ende Hoppecruyt; ‘in ’t Latijn, ende in de Apoteken over al wortet Lupulus ende Lupus salictarius of Lupulus salictarius geheeten’,

Humulus lupulus L., hop, Frans houblon, Duits Hopfen, Engels hop.

En ze beschermt die dingen van verrotten waarin dat men ze doet, beschrijft eigenlijk het gebruik om hop in bier te doen om het goed te houden, een sterk bactericide stof die ook als antibioticum beschreven wordt.

 

Herba paralysis.

[92]

(1795) HErba paralysis draget geluwe bloemen ende es heet ende droge in den .2. graet ¶ Dyascorides seit dat van allen werken geliket enen crude dat men heet primulaveris. ende oec van allen wesene (1800) sonder dat primulaveris maer ene bloeme en draget die gelu es ende dandere die drageter vele. Die bloemen entie bladen entie wortelen siin van beiden eens. Ende het es goet jegen vercoude hoeftswere. ende jegen al- (1805) le ziecheit in die zenuwen. ende in die ziden ende in die adren dat van vercoudden ziecheiden comt. Ende si siin beide heilende daer omme siin si goet in wonden dranke

[332)][92] (Primula vulgaris, primula)

Herba paralysis draagt gele bloemen en is heet en droog in de 2de graad.

Dioscorides zegt dat het van alle werken op een kruid lijkt dat men Primula veris noemt en ook van zijn gehele wezen uitgezonderd dat Primula veris maar een bloem draagt die geel is en de andere draagt er vele. De bloemen en de bladeren en de wortels zijn van beide gelijk. En het is goed tegen verkouden hoofdpijn en tegen alle ziekte in de zenuwen en in de zijden en in de aderen dat van verkouden ziektes komt. En ze zijn beide helende en daarom zijn ze goed in wonddranken.

 

Het verschil in de ene bloem en vele bloemen in de andere Primula wordt nergens anders gevonden. Primula veris komt voor in kapittel 92 als madelief, Bellis.

Dodonaeus beschrijft een grote en kleine sleutelbloem beide onder de naam Primula veris, Arthetica en Herba Paralysis. De grote noemt hij Herba Sancti Petri, Betonica alba. Dat de kleine veel op de grote lijkt, maar veel kleinere bladeren heeft waartussen tere steeltjes voorkomen, ‘naeuws een palme hooch; voortsbringende op heur tsop elck een Bloemken alleen, bleeck gheel van verwen’. Net zo als in de Herbarijs in kapittel 92.

Primula vulgaris Huds., stengelloze sleutelbloem, Engelse common primroze, Duitse Stängellose Schlüsselblume, Garten-Primel, Kissenprimeln..

 

Iaceae nigra.

 

¶ Iacea. Iarus. Iris. Ireos. Iusquiamus (1810) Ipericus. Iuniperius. ysopus. ypoquistidos

[333]

Iacea. Iarus. Iris. Ireos. Iusquiamus Ipericus. Iuniperius. ysopus. Ypoquistidos.

 

[93]

IAcea nigra es van .2. manieren. wit ende swert. Entie witte scelden sulke tremorseke. of duvels bete. Entie swarte scelt men matefelloene. Ende (1815)  beide heilen si wonden buten ende binnen Ende siin goet in wonden dranke. Ende siin goet gedronken jegen quetsure binnen ende heylense. Ende siin goet gedronken dien die gescoort siin. Ende kinderen in den na- (1840) vel. Die matefellone dats jacea nigra Ende duvels bete dats witte matefelloene

[93] (Centaurea jacea, Succisa pratensis)

Iacea nigra is er in 2 soorten, wit en zwart. En de witte noemen sommige tremorseke of duivels beet. En de zwarte noemt men matefelloene. En beide helen ze wonden buiten en binnen. En zijn goed in wonddranken. En zijn[334] goed gedronken tegen kwetsingen binnen en helen ze. En zijn goed gedronken die een breuk hebben. En kinderen in de navel. De matefellone, dat is Jacea nigra en duivelsbeet, dat is witte matefelloene.

 

Ortus sanitatis spreekt van ‘yacea vel herba clavelata latine Torqueta grece Marefolon arabice. Materfeloene oft fraischencruit, freischencruit, frieschencruit.’

Dodonaeus; ‘Swarte jacea oft Materfilon, anders Asyllanthes in ’t Latijn Jacea nigra. Desen toenaem heeftet ghecreghen om dat te onderscheyden van de Drij-verwige Viole, oft Pensee, die oock Jacea genoemt wort. Het wort meest matrefillon met eenen bedorven naem, als het schijnt, geheeten, oft Materfilon.’

Centaurea jacea L., knoopkruid, wannesknoop, wambuisknoop, Frans centauree jacee, jacee des pres, Duits Wiesenflockenblume, Engels knapweed.

Tremorske of duivels bete. Dodonaeus; ‘Duyvelsbeet, oft Succisa. Men noemt dit cruyt in Latijn Morsus diaboli (ondat de wortel van onder cort afgebeten schijnt te wesen) dan Fuchsius heeftse daerom liever Succisa willen heeten, al oftmen seyde afgesnedene’.

Succisa pratensis Moench, blauwe knoop, duivelsbeet, Frans succise, scabieuse, mors-du-diable, Duits Teufelsabbiss, Engels devil’s bit.

Er zitten stoffen in die het gebruik tegen huidziektes en wonden rechtvaardigen.

 

Iarus.

[94]

IArus es heet ende droge in den .3. graet ende si heet oec Arona. Ende heeft in die erde alse een wit cullekiin gewassen alse (1825) poreyde. Ende es goet jegen nuwe clieren ja gestoten ende daer op geleit

[335] [94] (Arum maculatum)

Iarus is heet en droog in de 3de graad en ze heet ook Arona. En heeft in de aarde als een wit balletje gegroeid als prei. En is goed tegen nieuwe klieren, ja gestampt en erop gelegd.

 

Dodonaeus; ‘Arum oft Calfsvoet, in de Apoteken Iarus ende Barba Aron’.

De volksmond heeft van arum; nuttig, gretig, er Aaron van gemaakt.

Platearius; Iarus alio nomine barba aaron apellatur et etiam pes vituli apellatur’.

Herbarius in Dyetsche’’Calfs voet of Aaron of aron of iaro’.

Hildegard von Bingen; ‘De Herba Aaron’.

Ortus sanitatis; ‘Aaron oft calfsvoet vel Jarus vel Serpentaria minor vel Luf minor latine’.

Arum maculatum L, gevlekte Aaronskelk, kalfsvoet, Aaronsbaard, Frans gouet, pied-de-veau, Duits Geflekter Aronskelk, Aronstab, Engels cuckoo pint, calf-foot, wake-robin.

 

Yris purpur, Yreos.

[95]

Yris purpur. es .1. cruut ende wast alse lisch in hoven. ende heeft lange brede blade. ende draget bloemen die purpur (1830) root siin. gelijc lelyen van maecsele. Ende es heet ende droge in den .3. graet. ende sulke seggen in den .4. graet. Ende si seggen oec dat jris draget ene groete blauwe bloeme. diemen heet in vlaemsche floordelijs. Ende si wast op (1835) eenrehande lisch. ende es yreos gelijc van bladen. ende van crachten. Maer yreos draget ene witte bloeme. Entie wortel doetmen in medicinen. In aprille ende in meye sal mense gadren die wortelen ende latense drogen. Ende (1840) .5. jaer mach mense goet houden. Ende heeft cracht wel te verduwene. Ende geplaestert op wonden verteert dat quade vleesch

[336] [95] (Iris x germanica, Duitse lis)

Yris purpur is een kruid en groeit als lis in de hoven en heeft lange brede bladeren en draagt bloemen die purperrood zijn als leliĎn van vorm. En is heet en droog in de 3de graad en sommige zeggen in de 4de graad. En ze zeggen ook dat iris  een grote blauwe bloem draagt die men in Vlaams floordelijs noemt. En ze groeit op net zo’n soort lis en is yreos gelijk van bladeren en van krachten. Maar yreos draagt een witte bloem. En die wortel doet men in medicijnen. In april en in mei zal men de wortels verzamelen en laten drogen. En 5 jaar kan men ze goed houden. En heeft kracht om goed te verduwen. En gepleisterd op wonden verteert het kwade vlees.

 

[96]

Yreos draget ene witte bloeme. Ende es gelijc yris. Ende es heet in den .2. (1845) graet. ende droge in den .3. graet. Het heylt wonden gesoden met olyen van rosen ende plaester daer af gemaakt suvert wonden ende maect goet vleesch ¶ Ende ydroleum dats olye daer af gemaect.

[338] [96] Iris germanica var. florentina, Florentijnse lis)

Yreos draagt een witte bloem. En is gelijk yris. En is heet in de 2de graad en droog in de 3de graad. Het heelt wonden gekookt met olie van rozen en een pleister er van gemaakt zuivert wonden en maakt goed vlees.

En ydroleum, dat is olie er van gemaakt.

 

Iris x germanica L,  is de blauwe of in de Herbarijs purperen bloemen, de witte staat in het volgende kapittel. De derde is de floordelijs.

Dodonaeus kent verschillende soorten ‘Lisch’, ‘vande Grieken Iris geheeten, met welke naem dat selve bij de Latijnen oock bekent is’. Hij noemt de soort met purperen bloemen algemeen in de hoven die soms vanzelf voortkomt. Die met witte en die met blauwe bloemen (die hij Iris sylvestris noemt) worden alleen in de hoven gevonden. Er zijn verschillende tinten, de florentijnse kan ook in andere kleuren voorkomen dan alleen in wit, de Duitse lis is er in vele blauwe kleuren, zelfs gele of witte. Dioscorides zegt dat de naam Iris ontstaan is naar de regenboog omdat de bloemen zo verschillend in kleur zijn; ‘quia diversi coloris specie, quaedam coelestis arcus imago repraesentari videtur’, en zegt dat ze letterlijk Goed voor alles zijn, ‘In universum magni ad omnia usus’, wat we niet uit de Herbarijs halen.

Platearius; ‘Iris en Yreos similes sunt in effectibus sed iris purpureum florem gerit, yreos albu radice utimur. Radix yreos pro radice iris illirice potest poni et econverso’.

Herbarius in Dyetsche; Yreos oft yris zijn van bladeren ghelijc, maer van blome sin se onderscheyen. Yris heeft bloemen van verwen purpure of rootachtich, yreos heeft witte bloemen. Gladiolus dat heeft gheele bloemen, mair spatula fetida ende hevet gheen bloemen, dees IIII sijn al een maniere van lische in blayeren ghenoeghlijc. De wortelen besicht men in medicinen, yreos ende yris besicht men dat een voer dat ander, Platearius.’

Matthiolus zegt dat er 3 soorten zijn, de ene noemt hij domestica en verder 2 wilde soorten. Hij geeft 3 afbeeldingen, Iris domestica is duidelijk Iris germanica L, Iris sylvestris is de var florentina en Iris sylvestris altera is Iris foetidissima. Die laatste wordt in de Ortus sanitatis beschreven als Wantluiscruit, wantluysencruit.

Iris x germanica L, baardiris of knoliris, Duitse Deutsche Schwertlilie, Engelse German iris.

Iris x germanica var florentina is de yreos, en de floordelijs, fleur de lis, het stadswapen van Florence draagt de witte iris. De Herbarijs geeft het een blauwe bloem, oorspronkelijk was de fleur de lis op het Franse wapen een gele bloem en in latere tijden kwam de Florentijnse, witte lis, op het wapen. Florentijnse lis, Engelse Florentine iris, Franse iris de Florence, iris armes de France, Duits Veilchenwurz, Engels orrice.

 

Iusquiamus, dats beelde of belseme.

[97]

IUsquiamus dats beelde (1850) of belseme. het es cout in den .3. graet Ende droge in den andren graet. Het doet wel slapen ¶ Ende dit zaet es van .3. manieren. wit. root. ende swart. Ende dat swartte es gevenijnt. ende daer af zal men wachten. want (1855) het brinct in die doot. Ende dandere .2. doet men in medicinen. Ende tsaet heeft meer crachts dan tcruut ¶ Die qualec of niet slapen en mach. sal die blade in watere sieden. ende leggense opten slaep ende opt voorhoeft. of (1860) hi male tsaet ende minget met witte van eye ende met wijfs melke. of met aysine. ende bint alsoet vorseit es ¶ Dien de ogen zere leken van tranen. dien zal men tsaet malen ende mingent met aysine ende plaesterent op dat vorhoeft (1865) Ende jegen tantswere zal men tsaet stoten ende leggent opten tant of int gat

[339] [97] (Hyoscyamus niger, bilzekruid)

IUsquiamus dat is beelde of belseme. Het is koud in de 3de graad en droog in de andere graad. Het laat goed slapen.

En dit zaad is er in 3 soorten, wit, rood en zwart. En de zwarte is giftig en daarvan zal men wachten want het brengt de dood binnen. En de andere 2 doet men in medicijnen. En het zaad heeft meer kracht dan het kruid.

Die slecht of niet slapen kan zal de bladeren in water koken en ze leggen op de slaap en op het voorhoofd of hij maalt het zaad en mengt het met het wit van ei en met vrouwenmelk of met azijn en bindt het zoals gezegd is. Die de ogen zeer lekken van tranen die zal men het zaad malen en mengen het met azijn en pleisteren op het voorhoofd. En tegen tandpijn zal men het zaad stampen en het op de tand of in het gat leggen.

 

Volgens Daems is de Nederlandse naam afgeleid van Beal (Belenus) de naam voor de Keltische zonnegod die ook de god van de dood was.

Meestal vinden we in oude boeken 3 soorten van bilzekruid.

Platearius; ‘Seminum autem triplex est diversitas. Est autem rubeum, album, nigrum, nigrum est mortale, album et rubeum satis competent, usui medicine.

Hildegard von Bingen; ‘Bilsa, das Bilsenkraut’.

Herbarius in Dyetsche; ‘Belsem oft iusquiamus es van complexien cout in den III graet ende droghe in de II graet. Belsem is drierleye, waer af dat swert es dat quaetste. Daer na dat roye. Maer dat wit es gesont ende is dat gheen dat met medecinen besicht. Eest dat men dat wit niet en vindt, so mach men die roye gheven, altijt nochtans dat swert scouwende’.

Ortus sanitatis zegt op getuigenis van Serapio dat er 3 soorten zijn.

Dodonaeus kent ook 3 soorten ‘Bilsencruyt of Hyoscyamus’.

Hyoscyamus niger L, is de zwarte, bilzekruid, dolkruid, Frans jusquiame noire, potelee, Duits Bilsenkraut, Engels hen-bane, belen.

Hyoscyamus albus L, is de witte, wit bilzekruid, Frans jusquiame blanche, endormie.

De derde is mogelijk Hyoscyamus aureus L.

Plinius noemt bilzekruid Herba herculea (aan Hercules toegewijd) latere schrijvers noemen het Dyoscyamos en Dioscorides noemt het Apollinaris.

Het bevat alkaloēden die als sedativum en in pijnstillende oogzalven nog gebruikt wordt.

 

Ipericus.

[98]

IPericus. es heet ende droge in den .3. graet Het heilt wonden haesteleke. Ende es goet in wonden dranke. Ende het suvert (1870) die adren vander leveren

[342] [98] (Hypericum perfoliatum, hertshooi)

Ipericus is heet en droog in de 3de graad. Het heelt wonden snel. En is goed in wonddranken. En het zuivert de aderen van de lever.

 

In de marge, van een andere hand geschreven, staat bij dit kapittel; Sent Janscruut’.

Dodonaeus; ‘Hypericon oft Sint Janscruyt…. De Apotekers heetent Perforata, om dat de bladeren soo gegaet ende doorboort zijn.’

Hypericum perforatum L, hertshooi, Sint Janskruid, mansbloed, jaag-den-duivel, Frans millepertuis, Duits Johanniskraut, Engels Saint John’s wort.

Ph. Gandavensis zegt dat vroeger dit kruid gebruikt werd bij hysterie, hypochondrie en manie; vandaar dat het in oude tijden in de geneeskunde Jaag-den-duivel werd genoemd (barbaris Medicinae saeculis Fuga Daemonum appellata) omdat deze ziekten aan duivelsinterventie toegeschreven werden. Sommige geneesheren en bijgelovigen hebben deze dwaling in leven gehouden omdat deze list hun eigen onwetendheid dekt. Deze gemene sekte is nog niet helemaal uitgestorven (vilis haec secta necdum omnino periit).

Hertshooi bevat verschillende stoffen die in het gebruik als wondmiddel verantwoord is.

 

Iuniperius.

[99]

IUniperius es heet ende droge. in de .2. graet ende selke seggen in den .3. graet. Ende alse ment vint bescreven in recepten. dan sal men nemen de besien. Ende .2. jaer gedurense goet. (1875) ¶ Nem hout van genijvere ende steket in enen pot wel gedect boven. ende maect groet vier al omme den pot. ende in dien pot selen siin gatekine vele. Ende hi sal staen op enen andren pot die staen sal in deerde. ende daer sal in (1880) staen .1. glas. daer die verscheit in druppen sal vanden oversten potte. Ende aldus werdet olye. Entie zal men werdelike houden. want si es goet jegen dat groet evel. als men den zieken daer met sinen rugge salft. Ende si es (1885) goet jegen wit water. Ende in alle ziecheiden die van fleumen comen

[343] [99] (Juniperus communis, jenever)

Iuniperius is heet en droog in de 2de graad en sommigen zeggen in de 3de graad. En als  men het vindt beschreven in recepten dan zal men de bessen nemen. En 2 jaar blijven ze goed.

Neem hout van jenever en steek het in een pot die boven goed bedekt is en maak groot vuur alom de pot en in die pot zullen veel gaatjes zijn. En hij zal staan op een andere pot die in de aarde zal staan en daarin zal staan 1 glas daar het vocht in druppelen zal van de bovenste pot. En aldus wordt het olie. En die zal men in waarde houden want het is goed tegen dat vallende ziekte als men de zieke daarmee zijn rug zalft. En het is goed tegen witte vloed. En in alle ziektes die van fluimen komen.

 

Juniperus communis L., jeneverbessenstruik, Frans genevrier, Duits Wacholder, Engels juniper.

Herbarius in Dyetsch; ‘Geniver of genever oft iuniperus es heet ende droge in den derden graet. Als men geniver in medicinen vindt, so sal men dye vrucht verstaen ende dye heet geniverbesien of wakelbesien’.

Ortus sanitatis noemt genever besien of wecholder, jeneverbessen, geneverboom.

De bereiding van de olie uit het hout, zoals die in de Herbarijs en ook bij Platearius beschreven wordt, stamt af uit de Grabadin van Pseudo-Mesues. Die olie werd als een meesterwerk aangezien.

 

Isopus.

[100]

Isopus es heet ende droge in den .3. graet ende es .1. gemeine cruut met vele lieden. ende heeft groete cracht int cruut. jn die (1890) worttele. ende in die bloemen. Ende in den zomer alst bloyt zal ment gadren. ende in die scaduwe hangen te drogene. also mach ment .1. jaer goet houden ¶ ysope ende droge figen ende zeem siin goet gestoten ende gesoden jegen (1895)  apostemen in die longene. ende iegen swaren adem. ende jegen dampte. ende jegen oude hoeste Ende gesoden met aysine ende den mont daer met gedwegen sacht den tantswere. Ende geneest den huuf op dat men in den mont houdet. Ende (1900) ysope in enen scarf geheit ende opt hoeft geleit es goet jegen den gesonkenen huuf. ende iegen gebrac van coude int hoeft ¶ ysope gesoden in wine met venkel sade geneest weeheit in de darmen. ende es der vercouder magen oec goet (1905) ¶ ysope gesoden in wine of in borne suvert die baermoeder eist dat dwijf daer in badet toten navele ¶ Tsap van groenre ysopen gedronken met oximelle es goet iegen die persse van den lichame want het maectene (1905) licht. ende iegen die worme. iegen water iegen geelsucht. ende purgiert taye flegmen entie moeder van haerre vulheit. ende het maect goede varwe int ansichte

[344]  [100] (Hyssopus officinalis, hyssop)

Isopus is heet en droog in de 3de graad en is een gewoon kruid die veel verspreid is en heeft grote kracht in het kruid, in de wortels en in de bloemen. En in de zomer als het bloeit zal men het verzamelen en in de schaduw hangen te drogen en zo kan men het een jaar goed houden.

Hysop en droge vijgen en honing zijn goed gestampt en gekookt tegen blaren in de longen en tegen zware adem en tegen benauwdheid en tegen oude hoest. En gekookt met azijn en de mond daarmee gewassen verzacht de tandpijn. En geneest de huig als men het in de mond houdt. En hysop in een bundel gehakt en op het hoofd gelegd is goed tegen de gezonken huig en tegen [345] gebrek van koude in het hoofd.

Hysop gekookt in wijn met venkelzaad geneest weeheid in de darmen en is voor de verkouden maag ook goed.

Hysop gekookt in wijn of in bronwater zuivert de baarmoeder is het dat de vrouw daarin baadt tot de navel.

Het sap van verse hysop gedronken met honingazijn is goed tegen het persen van de ontlasting want het maakt licht en tegen de wormen, tegen waterzucht, tegen geelzucht en purgeert taaie fluimen en de baarmoeder van haar vuilheid en het maakt een goede kleur in het aanzicht.

 

Herbarius in Dyetsche; ‘Ysoep oft yspe oft ysopus is tweerleye, als dat int wilt of in den geberchten wast, ende dat in die hoven wast.’

Dodonaeus; ‘Den gemeynen Issop en wast hier te lande niet van selfs in ’t wilt, maer wort overal in de hoven van Hooch ende Neder Duytschlandt ghesaeydt ende onderhouden’

Sinonoma Bartholomei ‘ysopus agrestis; satureia.

Volgens Dioscorides is Hyssopum een algemeen bekend kruid; ‘Hyssopum, herba nulli non cognita, duum generum est, montanum & hortense. Optimum est Cilicium’.

Matthiolus beeldt in zijn commentaar op Dioscorides Hyssopus officinalis af. Die komt overeen met de Hysopum domesticum van Pseudo-Mesues, stemt echter niet overeen met de hysop van de Bijbel en van de Grieken. Clusius zegt dit ook in zijn Antidotarium; ‘Hyssopum Graecorum herba est foliis & floribus origano similibus hodie incognitum. Hyssopum mesuae domesticum, est Hyssopum vulgare quod in hortis colitor.

Hyssopus officinalis L., hysop, Frans hysope, Duits Ysop, Engels hyssop.

Hysop wordt in de Herbarijs aangeprezen bij longkwalen, winderigheid, wormen, geelzucht en bij de baarmoeder. Hildegard von Bingen en Lobel geven vrijwel dezelfde eigenschappen aan.

Bevat een kleurloze groengele etherische olie die goed tot dat doel gebruikt kan worden.

 

Ypoquistidos.

[101]

Ypoquistidos es cout ende droge in (1915) den .2. graet. Aldus machment maken Nemt campernoele inden linter ende stoetse ende perst dat sap al ute. ende dan settet in die zonne ende latet drogen. ende men saelt dicken roeren dat het niet en corumpe- (1920) re. Ende .2. jaer hout ment goet. Ende dit heeft cracht zere ter bloet zucht alse ment tempert met rose watere

[346)][101] (Cytinus hypocistis, groeit op wortels van Cistus)

Ypoquistidos is koud en droog in de 2de graad. Aldus kan men het maken; Neem kampernoelje in de lente en stamp ze en pers het sap uit en dan zet het in de zon en laat het drogen en men zal het vaak roeren zodat het niet verrot. En 2 jaar houdt men het goed. En dit heeft veel kracht tegen bloedzucht als men het tempert met rozenwater.

 

Platearius; ‘Fungus est qui reperitur circa pedem rosae. In verse colligitur et succes exprimitur qui glutinosus est. Ad solem siccatur et aliquantulum in die movetur ne corrumpatur’. Groeit volgens hem op rozen. Dioscorides zegt; Hypocistis rhoberthron aut cytinus a nonnulis cognominata. Juxta cisti radices nascitur’, zodat het wel om de aanwas van de Cistus gaat.

Dodonaeus; ‘Den aenwas oft uytwas die by de wortelen van dit cruydt somstijdts groyt wordt ghemeynlick hypocistis gheheeten omdat het onder den cistus wast; maer hypocitis is niet dit ghewas selve, maer het sap dat daer uytghedouwt oft gheperst wordt en dat de Apotekers ghebruycken’.

Cytinus hypocistis L.

 

Lingua anis.

 

¶ Lingua canis. Levisticum. Linaria Lentigines. Lapacium. Lappa inversa. Lapadum domesticum. Lactuca. Lylia. Lumbrici terrestres. Laurus

[347]

Lingua canis. Levisticum. Linaria Lentigines. Lapacium. Lappa inversa. Lapadum domesticum. Lactuca. Lylia. Lumbrici terrestres. Laurus.

 

[102]

LIngua anis. es heet ende versch in den iersten graet. Ende es .1. cleine crudekiin ende wast in vele steden Ende heeft lange bladekine ende scarp (1930) Ende some hebben si blauwe bloemen ende some witte bloemen. Ende het starct den lichame om moru te makene Ende dit cruut gesoden in vleesche met (1935) smoute of met olyen starct goyen properleke. ende meerret luxurie ende conforteert

[348]  [102] (Cynoglossum officinale, hondstong)

Lingua canis is heet en vers in de eerste graad. En het is een klein kruidje en groeit in vele plaatsen. En heeft lange en scherpe blaadjes. En sommige hebben blauwe bloemen en sommige witte bloemen. En het versterkt de ontlasting om murw te maken. En dit kruid gekookt in vlees met vet of met olie versterkt het stromen bijzonder en vermeerdert wulpsheid en versterkt.

 

In de verzamellijst staat Lingua canis, dan gaat het om de hondstong, Cynoglossum officinale L.

Herbarius in Dyetsche heeft hunds tonghe of lingua canis of anoglossa cinos… Honstongen van couder ende droegher complexie’, dus het tegenovergestelde wat het kruid in de Herbarijs doet.

Het zou dan ook van Lingua avis afgeleid kunnen zijn, dan kijkt Vandewiele naar Platearius waar de Herbarijs veel van overgenomen heeft en die zegt; ‘Lingus avis ca, est sic, in primo gradu, folia habet parva et acuta; et in forma lingue avis. Virtutem habet incitandi libidinem. Herba ipsa cum carnibus cocta vel condita cum sanguine libidinem incitat; comesta menstrua provocat’. Dat is vrijwel hetzelfde, maar welke plant wordt bedoeld?

Lingua avis worden de zaden van es genoemd, de beschrijving hier past niet op die boom.

Polygonum aviculare L, varkensgras heet soms Lingua avis, maar die wordt meestal als koud beschreven.

Stellaria holostea L, groot bloemmuur, sommige volksnamen wijzen nog op Lingiua avis, als bec d’oiseua, langue d’oiseau. Dodonaeus schrijft er in 1640 van; Voorts soo plachmen te gelooven dat dit Oogentrostgras coudt ende drooch van naturen was; dan nu isser bevonden dattet scherp van smaeck wesende geen couwicheyt in en heeft, maer veel meer hittes, door de welcke dat den bijslapenslust ende de macht om dien te boeten vermeerderen can; want dit saet cleyn gebroken ende een papken daer af gemaekt, verweckt tot oncuysheyt, ende is als eenen wetsteen van de wellusticheyt’.

Ortus sanitatis bespreekt de Vogheltonghe; ‘Serapio spreect, dat dees cruits bladeren den amandel bladeren ghelijcken. Ende satse scarp zijn gelijc een vogels tonge. Avicenna spreect, dat dit cruit in hitte ende in vruchticheit getempereert is. Ende hier om wordet gebruict om die nature der menschen sperma genaemt te vermeerderen’.

 

Levisticum.

[103]

LEvisticum es heet ende droge. in den .2. graet. Ende tsaet heet oec also. ende gaet in medicinen. ende .3. jaer houdt (1940) ment goet. Ende doet wel verduwen. Ende geminct met caneele ende in de spise gedaen es goet iegen dlanc evel. ende verdrijft wint. rommelinge ende torcioen

[350] [103] (Levisticum officinale, maggi)

Levisticum is heet en droog in de 2de graad. En het zaad heet ook zo en gaat in medicijnen en 3 jaar houdt men het goed. En laat goed verduwen. En gemengd met kaneel en in de spijzen gedaan is het goed tegen onderbuikspijn en verdrijft wind, rommeling en kramp.

 

Herbarius in Dyetsche noemt Levesche of levisticus.

Hildegard von Bingen spreekt van Lubestuckel, Liebstockel.’

Ortus sanitatis; ’Lubstuckel, lubstickel. Levisticum latine’.

Dodonaeus; ‘Lavasche of Lavas dat in Latijns hedendaechs Levisticum geheeten wort’.

Levisticum officinale Koch., lavas, manskracht, lubbestok, maggiplant, Frans ache de montagne, Duits Liebstockel, Engels lovage.

Is volgens de Herbarijs eetlustopwekkend en de stoffen die de plant bevat rechtvaardigen deze bewering.

 

Linaria dats wilt vlas.

[104]

Linaria dats wilt vlas ende es heet (1945) ende droge. Ende es goet iegen die vercoudde moeder. ende iegen die geelsucht ende sacht dat weedoen.

[351] [104] (Linaria vulgaris, vlasleeuwebek)

Linaria, dat is wild vlas en is heet en droog. En is goed tegen de verkouden baarmoeder en tegen de geelzucht en verzacht de pijnen.

 

In kapittel 60 wordt Esula vergeleken met Linaria, ‘dats padde vlas’.

Ortus sanitatis; ’Die meesteren segghen eendrachtelic dat dit cruyt aen der verwe den crude gelijc is dat Esula genaemt wordt. Maer esula heeft melc in haer ende linaria niet. Ende dit bewisen die meesteren doer dit veersken. Esula lactescit sine lacte lynaria nescit of aldus Esula lactescit lynaria lac dare nescit’.

Dodonaeus beschrijft 2 inlandse soorten van Linaria; 1) Gemeyn Wilt Vlas oft Wiltvlas met geele bloemen, in ’t Latijn Linaria prima oft Linaria lutea. 2) Linaria altera purpurea. Tweede Wilt vlas met purpere bloemen’. De eerste is Linaria vulgaris Mill en de tweede Linaria purpurea Mill.

De eerste wordt in sommige streken nog wildvlas en paddevlas genoemd. Vlasleeuwenbek, gele leeuwenbek, Frans linaire commune, lin sauvage, linette, Duits Gemeines Leinkraut, Gelbes Lowenmaul, Engels toas flax, wild flax.

Het zou volgens de Herbarijs pijnstillend werken, wat niet te verklaren is.

 

Lentigines aqua, dats roy.

[105]

LEntigines aque. dats roy dat op dwater vlietet. Hets cout ende droge (1950) Ende es goet op hete apostemen. want het wederslaet hitte

[352] [105] (Lemna minor, kroos)

Lentigines aque, dat is het rode dat op het water drijft. Het is koud en droog. En is goed op hete blaren want het verdrijft hitte.

 

Sinonoma Bartholomei geeft voor Lentigo; gardre, ianney, enedechede.

Ortus sanitatis; ‘meerlynzen, zeelinsen of waterlinsen. Lenticula aqua vel lentigo latine’.

Dodonaeus; ‘Water Linsen oft Enden-grun. De Apotekers zeggen Lenticula aquae oft Anatum herba.

Lemna minor L., eendenkroos, waterlinze, Frans lentille d’eau, Duits Wasserlinse, Engels duck’s meat.

Hildegard von Bingen zegt over Merlinsen, die Wasserlinse, dat zij verkoelend is en verder zonder betekenis.

Dodonaeus prijst het ook aan tegen ontstekingen; ‘Goet geleyt op alle heete gheswillen en opdrachtigheden, op t wilt vier, ende op ’t fleersijn’. Letterlijk uti Dioscorides; ‘igni sacro & podagris illinitur’.

 

Lapacium acutum, Lappa inversa, Lapacium domesticum.

[106]

LApacium acutum es lanc ende strect hem oft maluwe ware. ende es heet ende droge in den .3. graet. Ende der esser drierande. Deen heet men lapacium acutum ende heeft (1955) scarpe bladere ende es die beste. Ende dander heet lapacium rotundum. ende heeft brede bladere daer men botere in draecht Entie derde heet lapacium domesticum dats tamme maluwe. ende wast in der (1960) lieden hove. ende men doetse int moes ¶ Jegen crauwen ende rudecheit. Nem tsap van scarper perteken ende maluwe. ende olye van nokernoten. ende vloyende pec ende ziedet tegadere. ende dan ziet dore (1965) enen doec. ende doe daer toe gemalen wijnsteen. ende tswarte buten van enen ketele. Dits goede zalve iegen alle maniere van rudecheit van drope van morfea ende van scorftheit

[353] [106] (Rumex x pratensis, Rumex scutatus, Rumex patientia, zuring)

Lapacium acutum is lang en strekt zich of het maluwe is en is heet en droog in de 3de graad. En is er in 3 soorten. De ene noemt men lapacium acutum en heeft scherpe bladeren en is de beste. En de ander noemt men lapacium rotundum en heeft brede bladeren daar men boter in draagt. En de derde heet lapacium domesticum, dat is tamme maluwe en groeit in de hoven van de mensen en men doet het in de moes.

Tegen jeuk en schurft; Neem het sap van scherpe zuring en maluwe en olie van walnoten en vloeiende pek en kook het tezamen en zeeft het dan door een doek en doe er bij gemalen wijnsteen en het zwarte buiten van een ketel. Dit is goede zalf tegen alle soorten van ruigheid van smetten van huiduitslag en van schurft.

 

 107]

(1970 LAppa inversa dats boter docke ende es heet ende droge. ende es oec goet iegen rudecheit. Ende jegen drope ende jegen dat zeter

[355] [107] Rumex aquaticus)

Lappa inversa, dat is boter docke en is heet en droog en is ook goed tegen schurft. En tegen smetten en tegen dat huiduitslag.

 

[108]

LApacium domesticum die doet al dat selve (1975) dat die scarpe perteke doet

[356] [108] (Rumex patientia, zuring)

Lapacium domesticum doet hetzelfde dat de scherpe perteke doet.

 

Er worden 3 soorten beschreven.

  1. Lapacium acutum, met scherpe bladeren, de beste.
  2. Lapacium rotundum met brede bladeren waar men boter in draagt.
  3. Lapacium domesticum of tamme maluwe, die gekweekt wordt in de moestuin.

Dioscorides beschrijft 4 soorten Lapacium, wilde, tamme, met ronde bladeren en met scherpe bladeren.

Dodonaeus beschrijft 8 soorten Lapathum of Patich.

Platearius heeft dezelfde indeling als de Herbarijs; Est autem triplex scilicet lapacium acutum et acuta habens fola et herba efficax est, et lapacium rotundum quod habet folia rotunda et minus efficax est, et lapacium domesticum lata habens folia magna aliquantulum competit usui medicine;.

Herbarius in Dyetsche; Partike of lapacium acutum es heet ende droghe in den derden graet. Lapacium is tweerleye als acutum want het scerpe blayeren heft ende rotundum want het ronde blayeren heft. Als men lapacium sonder yet meer in medecinen seet, soe sal men rotundum, dat sijn dockeblayeren verstaen’’.

Domesticum zal Rumex patientia L zijn, die staat in kapittel 108. Dodonaeus; ‘De Tamme soorte van Patich heet in Griecx Lapathon hemeron, in Latijn Rumex sativus ende Lapathum sativum oft als sommige Apotekers seggen Patientia’. Spinaziezuring, Engelse spinazie, Frans patience officinale, Duits Gartenampfer, Engels patience-dock.

Lapacium rotundum staat in kapittel 107. ‘Waar men boter in draagt’ moet een grootbladige vorm zijn, de grote patich of water patich van Dodonaeus, Rumex aquaticus L., paardezuring, waterzuring, Frans patience aquatique, oseille d’eau, Duits Wasser Ampfer, Engels water-sorrel, horse-sorrel.

Lapacium acutum. Dodonaeus; ‘Het eerste geslacht van Lapathum oft Oxylapathum, datmen hier te lande Patich of Peerdick noempt, heeft lange, een spanne hooge, voor scherpe, niet seer breede, hardachtige Bladeren. In Latijn Rumex acutus. Lapathum silvestre oft Oxylapathum. In de Apoteken Lapathium acutum’.

Rumex obtusifolius L, ridderzuring, paardig, Frans patience sauvage, Duits Stumpfblattriger Ampfer, Engels broad leaved dock.

Beter is R. x pratensis Mert. & Koch. (R. acutus, L (scherp) Obtusifolius betekent stompbladig..Bermzuring, Engelse meadow dock.

Rumex acetosa staat in kapittel 15.

 

Lactuca das es latuwe of lachteke.

[109]

LActuca dat es latuwe of lachteke. Ende si es cout ende wac. Ende tsaet es coudere dan tcruut. Ende dat cruut dat siin die blade. Ende tsaet (1980) doetmen in medicinen. Ende si vercoelt den lichame. Ende es goet iegen heete ongemake. Ende tcruut geeten maect goet bloet. ende den wiven vele melcs ¶ Latuwe al rou geeten metten aysine (1985) sceedt den rede ¶ Die wel wille slapen. hi stote latuwe ende mingese met wijfs melke ende met witten van den eye ende make der af .1. plaester ende legt dien zieken opten slaep ende opt voorhoeft (1990) ende dit vercoelt dat hoeft ¶ Of diese ziedet met soffrane es goet iegen heete sweren in dierste

[357] [109] (Lactuca sativa, sla)

Lactuca dat is latuwe of lachteke. En ze is koud en vochtig. En het zaad is kouder dan het kruid. En dat kruid dat zijn de bladeren. En het zaad doet men in medicijnen. En het verkoelt het lichaam. En is goed tegen hete ongemakken (koorts). En het kruid gegeten maakt goed bloed en bij de vrouwen veel melk.

Sla al rouw gegeten met azijn scheidt de koorts.

Die goed wil slapen, hij stampt sla en mengt het met vrouwenmelk en met het wit van een ei en maakt er een pleister van en legt die bij de zieke op de slaap en op het voorhoofd en dit verkoelt het hoofd.

Of die het kookt met saffraan is goed tegen hete zweren in het begin.

 

Herbarius in Dyetsche maakt voor Lachtike of lactuwe of lactuca onderscheid in wild en tam.

Dodonaeus; ‘De Gemeyne soorte van dit gewas heet hier te lande Lattouwe ende Salaet. In Latijn heetse Lactuca sativa, in de Apoteke oock Lactuca, al oftmen Melck-cruyt seyde, ende dat nae het melckachtig sap dat wt de stelen ende wortelen van dit ghewas vloeydt, alsset gequetst is’.

Lactuca sativa L, sla, tuinsla, Frans laitue commune, Duits Lattich, Engels lettuce.

De wilde is Lactuca scariola L, wilde latuw of Lactuca virosa L, gifsla die hier niet besproken worden.

Sla wordt gebruikt als rustgevend middel, verkoelend bij koorts en zweren.

 

Lilya.

[110]

Lilya. es heet ende wac ende siin van .3. manieren. deen es tam. ende dan- (1995) dere .2. siin wilt. deen draget .1. blau bloeme. tander .1. gelu. ende dat derde .1. wit bloeme ¶ Die tamme lelye gestampt rijpt sweren die cout siin ¶ Jegen den coeke. Nem die wortel van der lelyen (2000) ende brancam urcinam. entie wortele van hoemsche ende ziedtse in wine ende in olyen ende latet staen .15. dage. ende ziet dan door .1. cleet ende doe daer toe was. ende mac ene zalve. ende salfer met den coeke (2005) ¶ Jegen die verbernt es van viere of van watere. Nem die wortel vander lelyen. ende reectene in die colen. ende dan maecten scone. Ende daer na nem olye van oliven of olye van rosen ende mac .1. zalve. Ende zal- (2010) ve daer met al verbernt dinc ¶ Jegen lelike plecken of maescen int ansichte. Nem die wortel vander lelyen ende ziedtse in watre ende dan minget met olyen van rosen. ende mac daer af .1. zalve. ende zalf daer met die smetten. (2015) Ende dese salve es oec goet tallen zetere diet verdriven wille ¶ Die sweren wille doen moruwen. Neme tsap van der lelyen ende nette daer in .1. plaester ende legt daer op. het sal uut breken ende minderen (2020) tgeswil ¶ Die siin ansichte scone wilt maken. hi drooge dien wortel vander lelyen in die zonne. ende dan maker pulver af ende mingt met rose watere. ende dan latet weder drogen. Ende dan strijct op dijn ansichte (2025) .3. werf of .4. werf dit maket scone ende claer ¶ Die wortel vander lelyen gesoden met oude wine ende geleit op vercrompen zenuwen doetse genesen ¶ Die lelye gestoten ende vanden sape genomen .3. lepel vol (2030) ende zeems ende aysiins elx .1. lepel vol. dit tegadere gesoden. droecht ende heilt wonden ¶ Die versce wonden heeft die hi wille drogen. Neme tsap van leyen bladen ende aysiin. ende tfijftedeel honechs. ende ziedet te- (2035) gadere. ende dwaet die wonden daer met. si selen drogen ende worden cleinlijc

[358] [110] (Lilium)

Lilya is heet en vochtig en is er in 3 soorten. De een is tam en de andere 2 zijn wild. De een draagt een blauwe bloem en de ander gele en de derde witte bloem.

De tamme lelie gestampt rijpt zweren die koud zijn.

Tegen de coeke (verharding in of aan de oppervlakte van het lichaam.) Neem de wortel van de lelies en berenklauw en de wortels van heemst en kook ze in wijn en in olie en laat het 15 dagen staan en zeef het dan door een kleed en doe er was bij en maak een zalf en zalf ermee de coeke.

Tegen verbranding van vuur of van water;. Neem de wortel van de lelies en leg ze in kolen en maak ze dan schoon. En neem daarna olie van olijven of olie van rozen en maak een zalf. En zalf daarmee alle verbrande dingen.

Tegen lelijke plekken of mazelen in het aanzicht; Neem de wortel van de lelies en kook ze in water en meng het dan met olie van rozen en maak er een zalf van en zalf daarmee de smetten. En deze zalf is ook goed tallen [359] huiduitslag die het verdrijven wil.

Die zweren wil laten vermurwen;  Neem het sap van de lelies en nat daarin een pleister en leg het er op, het zal uitbreken en het gezwel verminderen.

Die zijn aanzicht mooi wil maken; hij droogt de wortel van de lelies in de zon en maak er dan poeder van en meng het met rozenwater en laat het dan weer drogen. En strijk het dan 3 of 4 maal op uw aanzicht, dit maakt mooi en schoon.

De wortel van de lelies gekookt met oude wijn en op verkrompen zenuwen gelegd laat ze genezen.

Die lelie gestampt en van het sap 3 lepels vol genomen en honing en ui elk een lepel vol, dit tezamen gekookt droogt en heelt wonden.

Die vochtige wonden heeft die hij wil drogen; Neem het sap van leliebladeren en ui en een vijfde deel honing en kook dat tezamen en was er de wonden mee, ze zullen drogen en worden klein.

 

Onduidelijk, blauwe lelies, bij de oude schrijvers hoefde een blauwe bloem niet per se een lelie te zijn, de witte groeit in het wild wat moeilijk voor te stellen is.

Witte lelie kan net zo goed Asphodelus albus zijn waarvan Herbarius in Dyetsche zegt; Hondert hoyen oft wilde lelien oft affodillus of albunum’ . Ook Convallaria majalis wordt wel witte lelie genoemd en groeit in het wild.

Van de witte lelie zegt Herbarius in Dyetsche;’

Lelie of lilium es heet ende nat in den iersten graet. Ende es domesticum, dats in die hoven wassende met witte bloemen’. Dat dus in tegenstelling met de Herbarijs.

De blauwe kan wel Iris germanica zijn die geteeld wordt en in kapittel 95 staat;  en draagt bloemen die purperrood zijn als leliĎn van vorm’’ .

De gele kan wel Lilium bulbiferum zijn die in het wild groeit, zelfs Narcissus pseudonarcissus is mogelijk die volgens Dodonaeus ten zuiden van BelgiĎ groeit.

Lelies werden altijd wel gebruikt als cosmetisch middel.

 

Lumbrici terrestres.

[111]

Lumbrici terrestres. dat siin worme die wonen in vetter aerden ¶ Ende dese worme ontwee gewreven. heilen adren (2040) die tebroken siin. Ende siin goet iegen den canker in die borst met wine gesoden ende gedronken

[360] [111] (Lumbricus terrestris, aardworm)

Lumbrici terrestres, dat zijn wormen die in vette aarde wonen.

En deze wormen in stukken gewreven helen aderen die gebroken zijn. En zijn goed tegen kanker in de borst, met wijn gekookt en gedronken.

 

Aardwormen werden al in Galenus tijd gebruikt. Het sap of poeder ervan wordt voornamelijk ingenomen bij podagra en jicht aandoeningen. Uitwendig is het een belangrijk wondhelend middel.

 

Laurus.

[112]

LAurus. hier op wassen die bayen beide vrucht ende blade gaen in me- (2045) dicinen. Entie blade hebben meerder cracht dan die bayen. om hare bitterheit so verduwen si wel. Ende die bayen duren goet .1. jaer ¶ Aldus maect men olye van bayen. Nemt die bayen altemet dat (2050) si versch siin. ende zietse in olyen of in smoute Ende dan wrincse ute dore enen sconen doec. ende bestaetse ¶ Noch .1. ander maniere. Men sal die bayen stoten. ende leggense in wine .3. dage te verrottene. ende dan (2055) sal mense doen in .1. sackelkijn ende perssent in .1. persse. Ende datter uut comt. es zalve van bayen. Ende si es goet jegen alle maniere van crauwingen. Ende dien. die dat gevoelen verloren hebben in die lede

[361] [112] (Laurus nobilis, laurier)

Laurus, hierop groeien de bayen, beide vrucht en bladeren gaan in medicijnen. En de bladeren hebben grotere kracht dan de bessen, vanwege hun bitterheid verduwen ze goed. En de bessen blijven 1 jaar goed.

Aldus maakt men olie van bay. Neem de bessen als ze vers zijn en kook ze in olie of in vet. En dan wring ze uit door een schone doek en leg het weg.

Nog een andere manier; Men zal de bessen stampen en in wijn 3 dagen leggen te verrotten en dan zal men ze in een zakje doen en persen het in een pers. En dat er uit komt is zalf van bayen. En het is goed tegen alle soorten van jeuk. En voor diegene die het gevoel verloren hebben in de leden.

 

Platearius; ‘Nota cum in receptione reperitur Rp.Folia lauri vel diampnis vel diannidis, folia debent poni, cum vero bacche luari sive dianichocii fructus’.

Dodonaeus; ‘Laurusboom. Desen boom in Griex Daphne; in Latijn Laurus en daer nae hier te lande Laurusboom. De vruchten of bezien zijn in Griecx Daphnis of Daphnides genaemt, in Latijn Lauri baccae; in Brabant Bakelaer’. Baye van bacca; bes. Engels bay tree.

Orus sanitatis; ‘Lauwerboom Laurus latine’.

Laurus nobilis L., laurier, Frans laurier commun, laurier noble, Duits Lorbeer, Engels laurel.

Laurus bevat een bitterstof en is zo een eetlust opwekkend middel, wat de Herbarijs goed gezien heeft. De olie zou mogelijk eerder jeuk geven dan dat het die wegneemt.

Laurier wordt vermeld in Capitulare Caroli.

Hildegard von Bingen beval de lauriervrucht, bast en blad als maagmiddel aan, het eten van laurierbessen gold bij haar ook als koortswerend.

 

Mirtus.

 

¶ Mirtus. Malva. Millefolium. Millum solis. Mandragora. Mercuriael. Mirtus Mellilotum. Melanconia. Mala maciana. Mora domestica. Mispelen

[362]

 Mirtus. Malva. Millefolium. Millum solis. Mandragora. Mercuriael. Mirtus Mellilotum. Melanconia. Mala maciana. Mora domestica. Mispelen.

 

[113]

MIrtus es coud in den iersten graet (2065) ende droge in den andren. Entie roke van mirtus vecht iegen die heete dome die int hoeft slaen. Ende es goet den genen die vele sweeten entie vele ziecheiden hebben daer met ge- (2070) smeert den lichame. doet de gaten sluten vander huut. ende verbiedt sweeten

[363]) [113] (Myrtus communis, mirt)

Mirtus is koud in de eerste graad en droog in de andere. En de reuk van Myrtus vecht tegen de hete damp die in het hoofd slaan. En is goed voor diegene die veel zweten en die veel ziektes hebben, daarmee het lichaam gesmeerd laat de gaten sluiten van de huid en verhindert zweten.

 

Dodonaeus; ‘ Myrtus wort in Griecx Myrsine, in Latijn Myrtus; in meest alle andere taelen is hij oock Myrtus genaemt, ende met dien naem is hij hier te lande ende inde Apoteken bekent’.

Myrtus communis L., mirt, Frans myrte, Duits Myrte, Engels myrtle.

Mirt was een symbool van liefde, huwelijk en vruchtbaarheid.

Bevat oleum myrti wat goed is om in te ademen.

 

Maluwe of pappele.

[114]

MAluwe. of pappele. es cout in den .2. graet. ende wac in den iersten. Entie enen swere heeft. zal men stoten die blade (2075) met verscen swinen smoute gewarmt op ene tiechle. ende leggent daerop ¶ Ende dit selve plaester es goet opten coeke ende jegen verhertheit van leveren ende van melten ja daer op geleit ¶ Warmoes van ma- (2080) luwen licht den lichame die te hart es ¶ Maluwe geneest gescorde darmen ende ontstopt orine die bestopt es. ende brect den steen op dat mense drinct met wine ¶ Ende om wel te slapene. salmen (2085)malue sieden in watere. enten zieken been ende voeten daer in stoven. hi salre met comen an sinen slaep. Ende op wijfs borsten geleit geneestse. ende heete sweren

[364] [114] (Malva sylvestris, maluwe)

Mauwe of pappele is koud in de 2de graad en vochtig in de eerste. En die een zweer heeft zal men de bladeren stampen met vers varkensvet dat verwarmd is op een tichel en het erop leggen.

En dezelfde pleister is goed op de coeke (Een verharding in of aan de oppervlakte van het lichaam) en tegen verharding van lever en van milt, ja er op gelegd.

Warme moes van maluwe verlicht de ontlasting die te hard is.

Maluwe geneest gescheurde darmen en ontstopt urine die verstopt is en breekt de steen als men het drinkt met wijn.

En om goed te slapen zal men maluwe koken in water en de zieke zijn benen en voeten daarin stoven, hij zal gauw aan zijn slaap komen. En op de borsten van de vrouw gelegd geneest het ze en hete zweren.

 

Platearius; ‘Cuius duplex est maneries, domestica et silvestris qui malvaviscus et bismalva dicitur crescens altius et altiora et latiore habens folia’.

Hildegard von Bingen spreekt over Babela, die Malve.

Herbarius in Dyetsche; Maluwe oft malva ist cout in den iersten, nat in den II graet. Maluwe es tweerley, als domestica de in dye hoven wast ende men bicans alom vindt Der ander es silvestrus, dats wilde maluwe of altea of maluaruscus oft bismalva, dats is witten hoemsch des wast hogher ende heeft breder blayeren’.

Ortus sanitatis spreekt van Malve of pappelen, pappele, bappele en over ‘dye tamme ende dye wilde’. Teilinck beweert dat pappele of bappele in verband staat met pap, Frans cataplasme, de slijmhoudende plant werd tot pappen in de geneeskunde gebruikt.

Dodonaeus; ‘De Wilde Maluwe in Latijn Malva silvestris ende Ositiaca; in ’t Brabantsch Maluwe ende Keeskens cruyt, in ’t Hooch Duytsch Pappeln’.

Malva sylvestris L, groot kaasjeskruid, maluw, Frans mauwe, maue sauvage, Duits Waldmalve, Engels common mallow. Ook kan Althaea officinalis gebruikt zijn, heemst, Malva rotundifolia L, rondbladig kaasjeskruid of anderen erop gelijkende kaasjeskruiden.

Tegenwoordig wordt het niet meer uitwendig gebruikt, vanwege het slijmerige gehalte worden de balderen en bloemen gebruikt bij bronchitis. Clusius kende deze eigenschap ‘om de gebreken van de longer ende de heeschheid der uitterende menschen te verhelpen’.

 

Mille folium.

[115]

Mille folium. es heet ende droge in den .2. (2090) graet. ende heilt wonden. ende es goet in wonden dranke. Ende stremmet bloet ten nese ¶ Ende op spenen geleit die leken van bloede geneestse

[366] [115] (Achillea millefolium, duizendblad)

Millefolium is heet en droog in de 2de graad en heelt wonden en is goed in wonddranken. En stremt het bloed in de neus.

En op aambeien gelegd die lekken van bloed geneest ze.

 

Hildegard von Bingen heeft het over De Garwa, die Schafgarbe.

Herbarius in Dyetsche; ‘Garwe of dusent blat oft millefolium’.

Ortus sanitatis; ‘Garwe of dusent bladt’.

Dodnaeus; ‘Men noemt dit cruyt in dese tijden meest Millefolium op sijn Latijnsche al oftmen Duysentblat seyde. Bij Dioscorides isset de Achilleios ende Achilleios Sideritis. In Latijn heetment Achillea ende Achillea Sideritis; het welcke claerlijck genoech blijct, alsmen dit ghewas met de beschrijvinghe van Dioscorides wil samen bringhen ende vergelijcken.’

Achillea millefolium L., duizendblad, garwe, Frans millefeulle, achillee mille-feuilles, saigne-nez, Duits Scafgarbe, Engels milfoil, nesebleed.

Volksnamen wijzen er op dat de plant gebruikt werd tegen neusbloedingen. Ook Clusius noemt dit kruid zeer goed voor diegene die bloed spuwen ‘of eenen ader van binnen gebroken hebben’.

 

Milium solis, dats gemil.

[116]

Milium solis. dats gremil. ende es heet (2095) ende droge in den .3. graet. Ende es goet iegen die coude niere. Ende het breect den steen

[367] [116] (Lithospermum officinale, parelzaad)

Milium solis, dat is gremil, en is heet en droog in de 3de graad. En is goed tegen de koude nieren. En het breekt de steen.

 

Zie kapittel 85 over grano solis.

Plinius, Lobel’’Inter omnes herbas Lithospermo nihil est mirabilius’.

Herbarius in Dyetsche; ‘Witte steenbreck of grana solis, oft milium solis, is heet ende drog in den derden graet. Welcx saet es van de meesten cracht ende es wit, ront ende steeachtich, wassende in scerpe hoge plaetsen.’

Ortus sanitatis; ‘Witte steenbreke. Cauda porcina, Grana solis, Milium solis vel Saxifraga alba latine)

Platearius bespreekt alleen granum solis; ‘Herba cuius semen proprie grana solis dicitur. Dissurium, yliacam passionem et lapidum frangit.

Dioscorides beschrijft het Lithospermon waarbij de commentator Matthiolus opmerkt; ‘Lithospermon hodie Serplasarij & omnes fere medidic Barbaros secuti Millium solis nominant’. Hij zegt dat het beter Nilium Soler genoemd moest worden omdat deze plant, naar het zeggen van Serapio op getuigenis van Aben Juliel, op de Soler bergen groeit, de naam heeft meer betrekking op de plaats waar de plant groeit dan op de zon.

Dodonaeus kent 4 soorten van Steensaet of Peerlencruyt; ‘De tweede soorte heet eyghentlyck in Neerduytsch Steensaet ende Peerlencruydt; in Hoochduytsch Meerhirsen; int Spaensch Millbart; int Engelsch gromell. Dese wort in de Apotekers winkels van Hoochduytschlant ende Nederlant ghebesight’. Verder zegt hij; ’Sommige noement oock Gorgonium. De Arabers heetent Milium Soler; de Apotekers ende de Italiaenen Milium Solis. De Fransoysen gremil, ende oock herbe aux perles.

Lithospermum officinale L., glad parelkruid, glad parelzaad, steenkruid, Frans gremil, herbe aux perles, millet de soleil, Duits Steinsamen, Engels gromwell, graymell.

 

Mandragora.

[117] Mandragora siin wortelen van cruden. ende siin tweerande. ende wast (2100) alse man ende wijf. Ende dat mannekijn heeft bladere alse beetcolen. ende dwijfkiin alse latuwe. Ende diet uter erden trect hi moest sterven. Ende daert steet siet men bi nachte groet licht. Ende (2105) dmannekijn helpt den man. ende dwijfkijn den wive. ¶ Ende thoeft van den mannekine es goet jegen hoeftswere. Entie ogen siin goet iegen die ogen. Ende also voort elc led vanden mannekine jegen elc (2110) led van man al toten voeten toe. Ende also vanden wijfkine jegen dwijf ¶ Ende wiltu dat .1. wijf een cnechtkiin drage So gef hare drinken tsap van den mannekine. Ende wiltu ene dochter hebben gef (2115) hare van den wijfkine ¶ Ende die tsap drinct van den mannekine. hi leecht als of hi doot ware. Ende als die surgine willen werken. so doense den lieden hier met liggen als of si doot waren. Also dat (21220) si niet en weten wat dat men hen doet. Ende alsise willen doen waken. so nemen si tsap van ruten. aysiin ende genciane ende mingent over een. ende doent hen lopen in die oren. ende dan ontwaken si ¶ Mandra- (2125) gora es oec .1. boem. Entie scorssen siin cout ende droge. ende doet tselve dat tforste mandragora doet

[117) (Mandragora officinalis als mannetje en Mandragora autumnalis als vrouwtje)

Mandragora zijn wortels van kruiden en is er in 2 soorten en groeit als mannetje en vrouwtje. En het mannetje heeft bladeren als biet en het vrouwtje als sla. En die het uit de aarde trekt, hij moet sterven. En daar het staat ziet men ’s nachts groot licht. En het mannetje helpt de man en het vrouwtje de vrouw. En het hoofd van het mannetje is goed tegen hoofdpijn. En de ogen zijn goed voor de ogen, en zo verder, elk lid van het mannetje tegen elk lid van de man tot de voeten toe. En net zo van het vrouwtje bij de vrouw.

En wil u dat een vrouw een jongetje krijgt geef haar dan te drinken van het sap van het mannetje. En wil u een dochter hebben, geeft haar dan van het vrouwtje.

En die het sap drinkt van het mannetje, hij ligt alsof [368] hij dood was. En als de chirurgen willen werken dan laten ze de mensen hiermee liggen alsof ze dood zijn, dusdanig dat ze niet weten wat men met hen doet. En als ze hen wakker willen laten worden dan nemen ze het sap van ruit, azijn en gentiaan en mengen het door elkaar en laten het bij hen in de oren lopen en dan worden ze wakker.

Mandragora is ook een boom. En de schorsen zijn koud en droog en doen hetzelfde dat de grootste mandragora doet.

 

Mandragora officinalis L, is de mannelijke en Mandragora autumnalis Spreng is de vrouwelijke vorm. Een verdeling die al vanouds in gebruik is. Alruin, duivelsjong, duivelsplant, duivelskaars, duivelseten, duivelsappel, galgeplant, galgejong, galgenaas, pisdiefje, pisduiveltje, toverwortel etc., Duits Alraune, Hexenkraut, Engels mandrake, devil’s food, devil’s candle, Frans mandragore tot mande-gloire, main de gloire, main de gaure.

Platearius; ‘Due sunt species masculus et femina’.

Ortus sanitatis spreekt van Dolwortele, doelwortele en maakt onderscheid in alru dye man en alru die vrouwe.

Opvallend is dat de Herbarijs gewag maakt van de verdovende werking van Mandragora. Dat zie ook in Herbarius in Dyetsche; ‘Doelwortel of mandragher oft mandragora ende in die scorsen van die wortelen es grote coutheit waermet dat oeck droegt. Als yemant van deser wortelen neempt in eeten of dryncken, dat wordt hij seer diepe of vaste slapende.’

Mandragora als boom is onbekend, misschien Datura?

Hildegard von Bingen beweert dat de ‘Abram’ voortgekomen is uit de aarde waaruit Adam gemaakt werd. Zo iemand erg bekommerd is legt hij alruin in zijn bed zodat de plant door zijn zweet warm wordt’.

 

Mercuriael.

[118]

Mercuriael es cout ende wac in den .3. graet. Ende men gevet tsap te drinkene (2130) dien die den terciaen hebben.Ende men gevet oec al rouw met zeeme. Om tee purgeerne colera ¶ Ende diet ziedt met vleesche ende dan eet. maect den lichame moru

[370] [118] (Mercurialis annua, bingelkruid)

Mercuriael is koud en vochtig in de 3de graad. En men geeft het sap te drinken die de derdedaagse koorts. En men geeft het ook rauw met honing om gal te purgeren.

En die het kookt met vlees en dan eet maakt de ontlasting murw.

 

Platearius; ‘Linochites i, mercurialis.

Herbarius in Dyetsche; ‘Mercuriael of mercuryalis of knosostis, som heetent smeerwortel, ende is heet ende droghe in den eersten graet. Mercuriael is tweederhande als man ende vrou. Dye vrou es meeste. Dye man es minste en heeft ronde saykens’.

Ortus sanitatis; ‘binghelcruit oft Smeerwortele, bingelcruit. Mercurialis latine’.

Mercurialis annua L., eenjarig bingelkruid, Frans mercuriale annuelle, Duits Einjahriger Bingelkraut Engels annual mercury. Het is een tweehuizige plant waar Herbarius in Dyetsche naar verwijst en verwisselt de mannelijke en vrouwelijke vorm., mas en foemina. Dioscorides zegt dat van de mannelijke vorm jongens verwekt worden en van de vrouwelijke meisjes; ‘si a purgatione bilbantur & tria folia genitalibus admoveantur’.

Belgisch Kruidboek; ‘De Bingelkruiden zyn zeer dienstig om den buik los en week te maken en dryven door den kamergang alle overvloedige heete en koude galachtige slymerige en kwade vochtigheden uit het lyf… het is ook zeer goed voor de menschen die met heete koortsen zyn gekweld. Die kruiden worden van de kwakzalvers veel gebruikt om de gebreken der vrouwen in de groote steden te genezen’.

 

Mirtus of mirta dats gagel.

 [119]

Mirtus of mirta dats gagel. ende (2135) es cout in den iersten graet ende droge in den .2. Ende .2. jaer machment goet houden. Ende tsap es goet in cyropen

[371] [119] (Myrica gale, gagel)

Mirtus of mirta, dat is gagel en is koud in de eerste graad en droog in de 2de . En 2 jaar kan men het goed houden. En het sap is goed in siropen.

 

Dodonaeus; ‘In Brabant ende Vlaenderen wordt dit ghewas Gagel gheheeten; sommige noemen ’t op ’t Latijnsch Myrtus Brabantica ende op ’t Griecx Pseudo-Myrsine. Cordus noemtet Elaeagnus’.

Myrica gale L., gagel, Brabantse mirt, Frans piment odorant, myrte batard, Duits Gagelstrauch, Brabanter Myrte, Engels gale, Dutch myrtle.

Abraham Munting (12626-1683) zegt; ‘Gagel weerd met deezen, en (mijns weetens) met geenen anderen naem van de Neederlanders genoemd; in ’t Latijn Myrtus Belgica, Hollandica, Brabantica, Rhus Sylvestris Dodonaei, of Pseudo-Myrtus; in ’t Fransch Pimente, of Piment royal; en in ’t Italiaansch Mirto di Hollandia, of Mirto falso’. Over het gebruik zegt hij; ‘In Wijn gezoden, zyn ze goed teegens Vergif. In plaats van Hop in ’t Bier gekookt, ontroeren ze de Harssenen, en maken dronken. In Most, of nieuwen Wijn gedaan, krygt’er dezelve een goede geur van. Daar van gedronken, versterkt de Maag; en ontsteld het Hoofd niet. By de Kleederen gelegd, bewaren ze dezelve voor Motten en Wormen’.

Belgisch Kruidboek; ‘De bladen en zaad mogen op geenerlei wyze met dranken ingenomen worden, want zy kunnen den mensch hoofdpyn en dronkenschap veroorzaken’. Vandaar de volksnaam dronkaard.

 

 

Melilotum dats mililote.

[120]

MEllilotum. dats millilote ende es heet (2140) ende droge in den iersten graet. Ende dit cruut wast opt velt. ende riect wel alst bloyt. Ende dit cruut doet men in medicinen. Ende tsap gedaen in spisen doet de spise wel rieken

[372] [120] (Melilotus officinalis, meliloot)

Mellilotum, dat is meliloot en is heet en droog in de eerste graad. En dit kruid groeit op het veld en ruikt goed als het bloeit. En dit kruid doet men in medicijnen. En het sap in spijzen gedaan laat de spijzen goed ruiken.

 

Platearius; ‘Herba est cuius semen alio nomine appellatur corona regia, quia formatur ad modum semicirculi’.

Ortus sanitatis; ‘Malloete of wilde claveren. Mellilotum vel corona regia latine’.

Dodonaeus spreekt over Welrieckende Claveren oft Melilote oock geheeten Trifolium odoratum.

Lobel noemt het Melilotus germanica.

Melilotus officinalis Medik., honingklaver, steenklaver, Frans melilot officinal, Duits Honigklee, Steinklee, Engels melilot-trefoil.

Herbarius in Dyetsche; Mallote oft melilotus oft corona regia… Dat saet in sop ende spijse ghemingt es toet dat self goet ende maeckt die spijse van goeden roeck ende smaeck…. Eest dat yemant sijn hant strijckt met den sap van mallote, dye sal sterckelijc sonder letsel een gloyende yser moghen in sijn hant draghen, Pandecta.’

Bevat cumarine die de goede geur geeft, gebruikt voor het sausen van tabak.

 

Melanconia of coctava of codappel.

[121]

MElanconia of coctava of codappel (2145) siin cout ende droge. ende men hancse op met draden ¶ Ende die vercranct es van hitten zal men geven tetene van desen applen rou ende gesoden

[373] [121] (Cydonia oblonga, kwee)

Melanconia of coctava of codappel zijn koud en droog en men hangt ze op met draden.

En die ziek is van hitte zal men te eten geven van deze appels, rouw en gekookt.

 

Platearius; ‘Mala citonia i, coctana’.

Herbarius in Dyetsche; ‘Dat tweede cap. es van queappelen ende van quepeeren oft ciconia. Ciconia oft queappelen sijn van ondersceyden qualiteyten, te weten som suet, som scerp oft pontijck, som amper of stiptijck