Boec van coninc Artur. Boek van Koning Arthur. Lodewijk van Veltheim, 1300-1350.

Geschreven en vertaald door Nico Koomen.

Klik hier voor de index.

52|1ra| Om dien maras dier om ginc.

Dus lagensi daer lange na die dinc,

53 entie coningin Eleine, die ter stede

binnen was, ende haer suster mede

5hadden groten anxt dat si

verraden mochten werden yegeren (?) bi,

oft gevaen, ende weende sere

dicwile daer om haren here,

dat elc so lange marret mede.

10Graciaen troeste sere ter stede

ende seide si souden, sonder waen,

goet soccors hebben saen;

dus troesti die vrouwe fijn,

ende hi had enen sone, hiet Banijn,

15ende sijn peter was die coninc Ban,

ende hi was i scone ioncman,

ende hi was Leonses maech mede;

ende doe Leonse wiste die waerheide

dattie casteel belegen was,

20ontboet hi Antianne na das,

den drossate, dat hine come pplien nu;

ende hi quam tot hem secgic u.

Doe hiet hine al hemelijc varen

tote Biroske int foreest, twaren,

25met sinen ende onbeit ons daer naer

optie fonteine ende segt daer

nieman van al uwen lieden,

werwaert gi sult henen riden.

Doen seide die drossate saen

30dat dit wel soude sijn gedaen;

doe vor hi henen hemelijc daer

ende Leonse van Banniin daer naer,

sinen neue, ende senden nu

tote Pharine, dat secgic u,

35 54 om dat hi quame toter stat

daer si geviseert hadden vor dat

int foreest, daer hi wel wiste,

ende dat hi emmer niet en miste,

hine vor hemelic ende daer,

40ende Leonse vor nu daer naer

int foreest, daer die borre stoet,

daer die drossate beide, des sijt vroet,

dese stat hadden Merlijn vorwaer

gewijst dat si beiden souden daer;

45dus beide oec Leonse ende Antran

tot dat Pharijn quam ende sijn man;

dus lagen si daer alle alsoe

tot smaendages na sent Jans dach toe;

doe Merlijn wiste dat si vergadert waren

50ende dat si ontbeiden na soccors, twaren,

dat hi hen geloefde te bringen daer,

doe ginc hi ane Waler daer naer

ende seide dat hi dierste bataelge leide

ende met hen name daer gereide

55drie neuwe ridders entie XL mede,

1rb?| die van Carmelide quamen ter stede

ende nemt soe vele dan

dat gi hebt Xm man,

ende doet Ulfijn voren v baniere;

 60ende her Waler dede alsoe sciere

alsem Merlijn heft geheten,

ende trac met sinen, als wijt weten,

over ene side; daer na dede Merlijn

den coninc Ban den andren sijn,

65die Waler volgen souden naer

met Xm riddren, wet vor waer;

55 doe riep Merlijn den coninc Bohorde

ende hiet hem dat hi nu vorde

die derde betalie, ende nemt met u

70die CCC ridders, die gi bracht nu

vt sconinc Anias lande, ende nemt daer mede

tote Xm oec nu ter stede

van den ridders die quamen van Carmiliede.

Doe hiet Merlijn vort tien tide

75den coninc Artur: here, gi sult

die virde batalie leiden met gewelt,

ende met u selen siin nu ten stonden

die heren vander Tavelronden.

Doe riep die coninc Artur ter stede

80her Uile (?) ende Nasciene mede,

ende hiet sijn liede hen doen gereden

ende si dadent doen sonder beiden;

doe nam Merlijn den drake

ende gaven Keyen na die sake,

85ende seide dat hinen vorde daer naer,

want het es v recht vor waer;

ende wacht v wel, dat radic nv,

dat ridderscap niet werde genedert bi v;

ende wetti wat gi selt doen ter stede

90alse gi onder die viande comt daer mede,

So voret teken altoes in v hant.

Dat salic wel doen, seide Keye te hant.

Merlijn hiet den iij coningen doe

ende Waler (?), datsi dapperlijc alsoe

95te Trebes werd voren gereit,

want hijs in vier sinnen beleit,

ende elc prinse die der leget an

heuet onder hem XXm man,

56 ende elke bataelge vanden onsen mede

100sal enen vanden haren anstriden ter stede.

Hoe, seide die coninc Artur, Meerlijn,

hebben si meer liede dan hier sijn?

Jase, here, de helecht secgic v;

maer wi selen een scoen soccors hebben, secgic v,

105wel van XXm man,

die ons selen comen an,

die licgen int bosch van Brioskes.

Hoe selen si weten welc tijt dat es?

seide Artur; here, seide Merlijn doe,

110ic salse halen tide genoch daer toe;

|1rc?| ende Bliobleris sal vore varen nu,

want hi weet die pade wel, secgic v,

ende recht alst daget suldi varen

daer gi enen horen hort, daer volget naren,

115ende gi sult sien enen groten brant

in die locht; daerna volget thant,

want dan sal v soccors sijn gereet,

dat ic v senden sal, God weet;

 blift te Gode! ic vare nu daer.

120Dus sciet Merlijn van hen daer naer

ende quam daer Leonse was gelegen

ende sinen gesellen, ende sprac daer iegen

ende seide: wat licgdi hier onder v?

gine comt nember so vollic nv

125te Trebes die coninc Artur ne sal

daer wesen met sinen volke al.

Alse dit Leonse verstoet, vor waer

dede hi hem grote feeste daer

ende vraechden om beide die coningen doe;

130hi seide: gi selt se sien ende daer toe

57 met groter macht die si bringen;

maer vast gereit v; ende na dien dingen

gereiden si hen ende maecten daer

vier batalien; deerste daer naer

135leide Anthiones met VIm man

ende Graciaen VIm oec daer an,

ende Pharijn hadder VIm mede,

ende Leonse VIm oec ter stede.

Hier met quamen si te Trebes werd,

140ende al die wile dat si quamen in die verd

salic v vort secgen van Artur

ende vanden ij coningen haer aventure.

Om het moeras die er om ging.

Dus lagen ze daar lang na dat ding,

en de koningin Eleine, die ter plaatse

binnen was, en haar zuster mede

5 hadden groten angst dat zij

verraden mochten werden ergens bij,

of gevangen, en weende zeer

vaak daar om hun heer,

dat elk zo lang wachtte mede.

10 Graciaen troostte ze zeer ter plaatse

en zei ze zouden, zonder waan,

goede hulp hebben gelijk;

dus troostte hij die vrouwen fijn,

en hij had een zoon, heet Banijn,

15 en zijn peter was koning Ban,

en hij was een schone jonge man,

en hij was Leonse verwant mede;

en toen Leonse wist de waarheid

dat het kasteel belegerd was,

20 ontbood hij Antianne na dat,

de drost, dat hij komt gegaan nu;

en hij kwam tot hem zeg ik u.

Toen zei hem al heimelijk te varen

tot Biroske in het bos, te waren,

25 met de zijnen en wacht op ons daarnaar

op de fontein en zeg het daar

niemand van al uw lieden,

waarheen ge zal heen rijden.

Toen zei de drost gelijk

30 dat dit goed zou zijn gedaan;

toen voer hij heen heimelijk daar

en Leonse van Banniin daarnaar,

zijn neef, en zond nu

tot Pharien, dat zeg ik u,

35 54 omdat hij kwam tot de plaats

daar ze versierd hadden voor dat

in het bos, daar hij wel wiste,

en dat hij immer niet miste,

hij voer heimelijk en daar,

40 en Leonse voer nu daarnaar

in het bos, daar die bron stond,

daar de drost wachtte, dus wees bekend,

deze plaats had Merlijn voorwaar

gewezen dat ze wachten zouden daar;

45 dus wachtte ook Leonse en Antran

totdat Pharien kwam en zijn man;

dus lagen ze daar alle alzo

tot maandag na Sint Jans dag toe;

toen Merlijn wist dat ze verzameld waren

50e en dat ze wachten op succes, te waren,

dat hij hen beloofde te brengen daar,

toen ging hij aan Waler daarnaar

en zei dat hij het eerste bataljon leidde

en met hen nam daar gereed

55 drie nieuwe ridders en de 40 mede,

die van Carmelide kwamen ter stede

en neem zoveel dan

zodat ge hebt 10 000 man,

en laat Ulfijn voeren uw banier;

60 en heer Waler deed alzo snel

als hem Merlijn heeft gezegd,

en trok met de zijnen, zoals wij het weten,

over een zijde; daar na liet Merlijn

de koning Ban de andere zijn,

65 die Waler volgen zou na

met 10 000 ridders, weet voor waar;

55 toen riep Merlijn koning Bohort

en zei hem dat hij nu voerde

het derde bataljon, en neemt met u

70 die 300 ridders, die ge bracht nu

uit koning Anias land, en neem daarmee

tot 10 000 nu ter plaatse

van de ridders die kwamen van Carmeloet.

Toen zei Merlijn voort te die tijde

75 koning Arthur: heer, ge zal

dat vierde bataljon leiden met geweld,

en met u zullen zijn nu ten stonden

de heren van de Tafelronden.

Toen riep koning Arthur ter plaatse

80 heer Uile (?) en Nascien mede,

en zei zijn lieden hen te laten bereiden

en ze deden het toen zonder wachten;

toen nam Merlijn de draak

en gaf het Keye na die zaak,

85 en zei dat hij het voerde daarnaar,

want het is uw recht voor waar;

en wacht u wel, dat raad ik nu,

dat ridderschap niet wordt vernederd bij u;

en weet ge wat ge zal doen ter plaatse

90 als ge onder de vijanden komt daarmee,

Zo voer het teken altijd in uw hand.

Dat zal ik wel doen, zei Keye gelijk.

Merlijn zei de 3 koningen toen

en Waler (?), dat ze dapper alzo

95 te Trebes waart voeren gereed,

want hij ze in vier zinnen belegt,

en elke prins die er ligt aan

heeft onder hem 20 000 man,

56 en elk bataljon van de onze mede

100 zal een van die van hen aanstrijden ter plaatse.

Hoe, zei koning Arthur, Merlijn,

hebben ze meer lieden dan hier zijn?

Ja ze, heer, de helft zeg ik u;

maar we zullen een mooie hulp hebben, zeg ik u,

105 wel van 20 000 man,

die ons zullen komen aan,

die liggen in het bos van Brioskes.

Hoe zullen ze weten welke tijd dat is?

zei Arthur; heer, zei Merlijn toen,

110 ik zal ze halen op tijd genoeg daar toe;

en Bliobleris zal voor varen nu,

want hij weet de paden goed, zeg ik u,

en recht als het daagt zal ge varen

daar ge een horen hoort, daar volg na,

115 en ge zal zien een grote brand

in de lucht; daarna volg je gelijk,

want dan zal uw hulp zijn gereed,

dat ik u zenden zal, God weet;

 blijf tot God! ik vaar nu daar.

120 Dus scheidde Merlijn van hen daarnaar

en kwam daar Leonse was gelegen

en zijn gezellen, en sprak daar tegen

en zei: wat ligt ge hier onder u?

ge komt nimmer zo volledig nu

125 te Trebes die koning Arthur zal

daar wezen met zijn volk al.

Toen dit Leonse verstond, voor waar

deed hij hem grote feesten daar

en vroeg hem om beide koningen toen;

130 hij zei: ge zal ze zien en daartoe

57 met grote macht die ze brengen;

maar vast bereid u; en na die dingen

bereiden ze hen en maakten daar

vier bataljons; de eerste daarnaar

135 leidde Anthiones met 6 000 man

en Graciaen 6 000 ook daarna,

en Pharijn had er 6 000 mede,

en Leonse 6 000 ook ter plaatse.

Hiermee kwamen ze te Trebes waart,

140 en al de tijd dat ze kwamen in de vaart

zal ik u voort zeggen van Arthur

en van de 2 koningen hun avontuur.

 

 

Hort hier tusschen den coninc Ban den strijt ende tusschen Claudase, dies droech nijt.

145Daventure seget doe Merlijn was

vanden coninc Artur gesceden na das,

dat Artur porde doe daer naer,

ende Bliobleris vore voren daer,

want hi de passe conste sonder vrage;

150dien nacht voren se toten dage;

daer quamense op I scoen plein gereet

daer ene riviere neven leet,

die de Louure hiet, ende si waren daer

den here nu comen alsoe naer

155men had te v malen mogen nu

wel overscieten, dat secgic u;

doen deildense, om dat se wilden sien

dat teken daer hen af seide vor dien

Merlijn, dat was vanden brande mede

160die inden locht soude vliegen ter stede,

ende vanden horne diese souden horen;

ende binnen desen quam daer te voren

58 een spiere diese heeft versien,

ende ginc int ander here secgen mettien;

165ende doe dit die ander vernamen

1va?| wapenden si hen ende trocken tsamen

te velde ende battelgeerden hen daer.

Ende Ponces Antones trac daer naer

ane dinde van enen bosch ter stede,

170ende daer na quam die hertoge mede

van Aelmaengen; daerna quam Rodoen,

ende Claudas van Deserte quam doen

ende lach met sinen lieden neven [...]

ende [..] die wile [.............]

175dat si dus wert voren, quam Merlijn,

die hier algader af wiste den siin,

ende hi blies den horen doe

ende dede den brant vliegen daertoe.

Doe Artur den horen horde [....]

180ende den brant [sach?] vliegen daer naer

sloegen si alle ten here werd,

ende her Walijn vergaderde metter verd;

Antrolles de hertoge, secgic u,

entie coninc Ban vergaderde nu

185anden coninc Claudas ter stede,

entie coninc Bohor vergaderde mede

an Pontes Antonijs nu ter stat,

entie coninc Artur vergaderde na dat

[...............]

190[...............]

[...............]

die met sulken nide reden beden

dat si beide storten daer neder;

maer si waren beide volliic op weder

195 59 ende togen haer swerd ende sloegen daer

deen opten andren slage swaer;

ende alse hi Wallijn te voet sach

Sagremor sloech hi al dat hi mach;

daer [...] enen Ulfijn oec mede,

200die sine baniere vorde ter stede,

ende bander side quamen daer oec toe

om den hertoge te bescudden doe.

Dus vergaderde deen den andren daer;

doe werd mennich spere te broken daer naer

205ende ut gesteken mennich man,

die meer op en stont vort an;

daer werd die striit groet ende starc mede

doch werden hermonteert ter stede

die hertoge ende Sagremor beide;

210maer het was groeten leide.

Daer dadent wel die XIJ, twaren,

die neuwe ridderen gemaect waren;

maer sint dat middach leet, vorwaer,

sone was daer niemen die een haer

215Wallijn iet geliken const mede,

want hi sloech doet daer ter stede

ma[...] wat vor hen quam,

[...] sijn neve, als ict vernam,

[.......] in dese twee

220dadent herde wel ende noch mee;

1vb?| Gal[....] ende Gaheries

dadent sowel dat m[....] des

over die beste hilt [..] daer nu

naest Wallijn, dat secgic u,

225ende Garies enen Egrawein,

ende alle die daer waren int plein

60 dadent wel ende condechlike

[...............]

was [.........] waere,

230die de felste was van alden here,

ende daer aldus vergaderden, dan

sloech hi metten swerde den coninc Ban

opten helm, datter tfier ut vloech.

ende dat hi opt gereide boech;

235doe rechti hem op alse de erre was,

ende sloech Claudas opt hoeft na das

enen slach, maert swerd scamselde (sic) neder

ende sloech den orsse alsoe weder

den hals af ende het viel doe,

240ende Claudas met [.....] alsoe

op [.......] comen daer

gaf hi hem iij slage daer naer

dat hine had bina weder nu

ter eerden doen tumelen, secgic v.

245[...............]

[...............]

maer het was van sulker cracht ende gewelt

dat hi daer nochtan onthelt;

doe warp hi den scilt opt hoeft daer naer

250ende quam te coninc Banne werd daer

ende began op hem te slane nu;

maer h’liede in besiden, secgic v,

quamenre toe; doe werd daer naer

die coninc Claudas hermonteert, vorwaer,

255want hi hadde noch alse vele liede

alse de coninc Ban dede tien tide,

ende sine liede hadden met mogen staen

en had die coninc Ban selve gedaen,

61 diese aldus hilt durende daer

260toten middage, weet vor waer;

ende bander side street die coninc Bohort

jegen Pontes Antonijs vort,

die een groet spere had in die hant,

ende quam opten coninc Bohor gerant

265ende stac sijn speer op hem ontwee;

entie coninc Bohor die hem gevee (sic)

wat si staken dorden scilt

ende dore den arm met gewilt

ende nichelden hem an die side doe

270ende stac hem daer in ene wonde daer toe,

ende hi viel van den orsse neder daer

ende lach in ontmacht oec daer naer,

dat men niet conde geweten daer bi

weder hi doet ofte levende sij.

275Ende doen sine liede dit sagen daer

1vc?| hadden si anxt ende groten vaer

om dat hare here doet ware,

ende reden alle daer werd daer nare,

om hem te bescudden aldaer nv;

280ende coninc liede quamenre iegen, secgic v,

met starken speren; daer werd ter tijt

een groet ende een starc strijt

[...............]

[...............]

285vander wonden ende scaenden (sic) sere

ende reden opten coninc met enen here

ende sloegen opten helm alsoe

dat hi op siin gereide boech doe,

ende die coninc Bohor sloegen weder

290dorden helm ene wonde, dat hi daer neder

62 tumelen moeste ende overreden daer

eerne die romenie (sic) conden naer

hermonteren; doe beval hi saen

den sinen dat si hem in staden staen;

295doe reet hi in de meeste porsse

daer werd mennich vanden orsse

gevelt; doe werd die coninc Bohord

achter gedreven alsoe vord

enen bogescote wel van daer;

300dus duerde die striit alsoe daer waer,

[.........] uer,

ende al dese wile vacht die coninc Artur

jegen Randone van Gaules;

entie coninc Artur, sijt seker des,

305entie ridderen vander Tavelronde

liepen hem seer optien stonden

ende dadense achter in dere wijs

tote op Pontes here Antonijs,

ende Keye volchde wel metten drake

310die hem Merlijn gaf vor dese sake,

dien groet vier uter kelen scoet;

dies noit ne sagen seiden bloet,

het soude domsdach wesen sciere,

ende ververden hen sere vanden viere;

315ende sonder twivel ane den drake

lach betekenesse van groter sake,

want tfier dat hem vter kelen scoet

dat betekende martilie groet

van lieden doet te slane met,

320ins coninc Arturs tiden, dat wet;

ende dat sijn stert gewrongen was

betekent groet verraetnesse na das

63 dat in sijns selfs liede was mede;

doe si iegen hen keerden ter stede

325ende met Mordiette waren algader,

daer hi oem af was ende vader

|2rc| Met [..............]

Wt ere crebben ghers, seggic u,

ende omdat den onghecroenden leeu ter stede

330dochte dat beter weyde, waermede

ten ghecroenden leeuwe waert

[....] ep hi hem op metter vaert

|2va| [........] hem daer

met Arture wal’ vore waer

335ende die XL ghesellen mede

ende die XVIIJ nuwe ridders ter stede

ende die vander Tafelronden

en casteel [..]

 

Hoor hier tussen koning Ban de strijd en tussen Claudas die droeg nijd.

 

145 Het avontuur zegt toen Merlijn was

van koning Arthur gescheiden na dat,

dat Arthur ging toen daarnaar,

en Bliobleris voer voren daar,

want hij de passen kon zonder vragen;

150 die nacht voeren ze tot de dag;

daar kwamen ze op I schoon plein gereed

daar een rivier nevens lag,

die de Loire heet, en ze waren daar

dat leger nu gekomen alzo na

155 men had te u maal mogen nu

wel overschieten, dat zeg ik u;

doen verdeelden ze hen, om dat ze wilden zien

dat teken daar hen van zei voor die

Merlijn, dat was van de brand mede

160 die in de lucht zou vliegen ter plaatse,

en van de horen die ze zouden horen;

en binnen deze kwam daar te voren

58 een spion die ze heeft gezien,

en ging in het ander leger zeggen meteen;

165 en toen dit de andere vernamen

wapenden ze hen en trokken tezamen

te velde en maakten bataljons daar.

En Ponces Antonys trok daarnaar

aan het einde van een bos ter plaatse,

170 en daarna kwam de hertog mede

van Duitsland; daarna kwam Rodoen,

en Claudas van Deserte kwam toen

en lag met zijn lieden nevens [...]

en [..] de tijd [.............]

175 dat ze derwaarts voeren, kwam Merlijn,

die hier allemaal van wist het zijne,

en hij blies de horen toen

en liet de brand vliegen daartoe.

Toen Arthur de horen hoorde [....]

180 en de brand zag vliegen daarnaar

sloegen ze alle te leger waart,

en heer Walijn verzamelde met een vaart;

Antrolles de hertog, zeg ik u,

en koning Ban verzamelde nu

185 aan koning Claudas ter plaatse,

en koning Bohort verzamelde mede

aan Pontes Antonys nu ter plaatse,

en koning Arthur verzamelde na dat

[...............]

190[...............]

[...............]

die met zo’n nijd reden beiden

zodat de beide storten daar neer;

maar ze waren beide volledig op weer

195 59 en togen hun zwaard en sloegen daar

de ene op de andere slagen zwaar;

en toen hij Wallijn te voet zag

Sagrimor sloeg hij al dat hij mag;

daar [...] een Ulfijn ook mede,

200 die zijn banier voerde ter plaatse,

en aan de andere zijde kwamen daar ook toe

om de hertog te behoeden toen.

Dus verzamelde de een op de andere daar;

toen werd menige speer gebroken daarnaar

205 en afgestoken menige man,

die niet meer opstond voortaan;

daar werd de strijd groot en sterk mede

toch werden hergegroepeerd ter plaatse

de hertog en Sagrimor beide;

210 maar het was groot lijden.

Daar deden het goed die 12, te waren,

die nieuwe ridders gemaakt waren;

maar sinds dat de middag leed, voorwaar,

zo was daar niemand die iets

215Wallijn iets vergelijken kon mede,

want hij sloeg dood daar ter plaatse