Pieter Cramer, uitlandsche kappellen, 1774. Vlinders.

Klik hier voor Maria Sibylla Merian.

 

 

VOORREDE.

 

Onder de drie rijken waarin men gewoon is alle schepsels die onze aardbol bewonen te verdelen is de dierkunde de voornaamste. Niet dat de planten en delfstoffen onze aandacht minder waard zijn of dat ze een lagere rang beslaan in de grote schakel der geschapen wezens omdat alle Gods werken volmaakt zijn en ieder het stempel draagt van de wijsheid en almacht van de grote maker en elk schepsel schoonheid ten toon spreidt die met hun aard en eigenschap overeen komt. Maar de ware rede van de voorkeur der dierkunde boven de andere twee rijken schijnt me toe dat het daarin gelegen is dat ze allereerst beter op het blote gezicht van elkaar onderscheiden kunnen worden en het onderscheid van de geslachten veel duidelijker is dan in de planten of delfstoffen die volgens de tegenwoordige samenstelling [2] een groot getal onderscheidingskenmerken hebben. Ten tweeden, omdat hun innerlijke samenstelling dichter bij dat van de mens komt. Ten derden, omdat de redelijke vermogens hen in meerdere of mindere mate zijn geschonken en ze onmiddellijk voor de mens dienst doen. Ten vierden, omdat hun bestaan, levenswijze en delen ons meer nut en vermaak brengen. Wanneer men de talrijke bende der dieren aanschouwt ziet men dan die alle delen der schepping leven en vrolijkheid geeft en gelijk er een oneindige verscheidenheid is in de planten en delfstoffen waardoor die van elkaar trapvormig afwijken zo ziet men ook deze afdaling van het meerdere tot het mindere volmaakt in de dieren. Van de mens die door zijn onstoffelijke ziel aan de geesten verbonden is tot de plantaardige Polypus gaat de rij onafgebroken door en nergens maakt de natuur een sprong. Het zou me op het voetspoor van Bonnet, Pallas en andere geleerden niet zwaar vallen deze schakel voor te stellen, maar om het geduld van de lezer niet te vermoeien zal ik hier slechts de rang der insecten voorstellen.

Deze uitgestrekte rang paalt aan de ene kant in de natuurlijke orde aan de schaaldieren en aan de andere kant de tweeslachtige. [3] Aan deze laatste worden ze door het zeedraakje (Pegasus natans L.) en aan de eerste door de zeeduizendpoten en zandkokers verbonden. Dus gaat de natuur van het zeedraakje tot de torren en van die tot de perkament vleugelachtige sprinkhanen etc. die door de vlinders met donsvleugels begaafd gevolgd worden en wanneer men die van het schubbige stof ontbloot komen ze dichtbij aan de naakte maar sterk met zenuwen doorweven vleugels van de juffers die door de wespen, bijen etc. met vier vleugels gevolgd worden. Naast deze grenzen de tweevleugelige vliegen en de spinnen, kreeftspinnen, schorpioenen, kreeften, krabben vlooien, watervlooien, pissebedden, duizendbenen die eindelijk aan de zeeduizendpoten palen.

De verscheidenheid en schoonheid van de bende van insecten, hun bewonderenswaardige samenstelling en hun innerlijke werktuigen worden zodra men zich met ernst op de beoefening der natuur begint toe te leggen het onderwerp van onderzoekingen der geleerden. Door deze hebben zich Reamur, de Geer, Bonnet, Lyonnet Rosd en vele anderen beroemd gemaakt. Maar ofschoon deze grote mannen, wier namen in de jaarboeken van ware geleerdheid onsterfelijk zijn geworden [4] en veel lof door hun onderzoek behaald hebben, konden slechts de inlandse insecten als onderwerp hebben terwijl die welke buiten Europa in de drie overige werelddelen onbekend bleven zo ten opzichte van de samenstelling en vaak van hun uiterlijke gedaante. Wat het eerste aangaat kan zeker ons de analogie of overeenkomst veel te hulp komen en we kunnen in velen door de gelijkheid van de uitwendige gedaante ook over de overeenkomst van het lichamelijke samenstel gissen. Wat de kennis der uiterlijke gedaante aangaat die wijkt in grootte en figuur vaak zeer ver af van diegene die in Europa gevonden worden, gloeiende kleuren, grotere stukken en een geheel verschillende gedaante wekken het weetgierige vernuft tot hun aanschouwen op. Maar omdat deze dieren in ver afgelegen oorden van onze aardbol zijn geplaatst en met veel moeite gevangen, behandeld en bewaard worden en sommige zeer zeldzaam en ternauwernood bekend zijn lenen het penseel en graveerstift hun hulp om deze zeldzame stukken door afbeeldingen te vermenigvuldigen en te vereeuwigen. De edelmoedigheid van die liefhebbers van de natuurlijke historie wiens omstandigheden [5] het toelaten om de wonderen der natuur te verzamelen opent thans alle verzamelingen en maakt de kennis der geschapen wezens algemener en zoveel uitgebreider wanneer men die door de schilderkunst aan alle ogen ten toon stelt. Het is te wensen dat iedereen aan wie de bevordering van deze kennis te harte gaat een tak van de insecten op zich nam en dusdoende zouden we eindelijk eens een volkomen verzameling van dit deel schepsels krijgen. De schrandere heer J. E. Voet die zo bekend is door zijn verheven dichtkunst opent thans de weg door die mooie verzameling torren waarmee zijn edele het toneel der schaalvleugelige geopend heeft en waarmee hij nog rustig doorgaat. De heer Rosel van Rosenhof heeft alle insecten van Duitsland afgebeeld en beschreven. De heer Geoffroy die van Frankrijk. De heer Wilkes en Albin die van Engeland. De heer Linnaeus die van Zweden maar zonder afbeeldingen. De heer L ŐAdmiral is begonnen die van Nederland in mooie ge‘tste platen en thans houdt de heer Sepp zich met hetzelfde doel bezig en heeft met een onnavolgbare kunst en nauwkeurigheid reeds 21 mooi gekleurde afbeeldingen in het licht gegeven. [6]

Wat de buitenlandse vlinders aangaat, de heer Knorr heeft er reeds enige in zijn groot werk ÔDeliciae NatureaŐ genaamd in kleur uitgegeven. Ook heeft de heer Clerc in Zweden veel van de buitenlandse vlinders uit het kabinet van de koningin met kleuren afgebeeld gelijk ook de heer DŐ Aubenton uit het kabinet van de koning van Frankrijk. De heer Drury is onlangs begonnen alle buitenlandse vlinders van zijn verzameling in het licht te geven.

Door dit voorbeeld aangemoedigd liet ik reeds al enige jaren mijn verzameling van buitenlandse vlinders door de heer Gerrit Wartenaar Lambertz in hun natuurlijke kleuren zo nauwkeurig mogelijk schilderen en deze afbeeldingen met andere uit de rijkste verzamelingen van Nederlandse liefhebbers vermeerderen voor welk blijk van achting ik hun edele hier mijn dankbaarheid betuig. Doch dit deed ik alleen voor mijn eigen genoegen en was ik er niet op bedacht om dit werk in druk algemeen te maken en de liefhebbers van natuurlijke zeldzaamheden onder het oog te brengen omdat mijn handel me geen tijd overliet om het naar behoren te schikken. Edoch door de voorbeelden van een Drury, een DŐ Aubenton en anderen genoopt om ook het mijne tot bevordering [7] en opbouw van deze mooie tak van de natuurlijke historie toe te brengen en aangespoord door het aanhoudend verzoek der liefhebbers en gevoegd bij dat van de nijvere boekhandelaars S. J. Baalde alhier en J. Van Schoonhoven en Comp. te Utrecht die me aanboden dit werk voor hun rekening te willen laten drukken en met de natuurlijke kleuren uit te geven deed me uiteindelijke tot de uitgave overhellen. Het vriendelijke aanbod van de heer Caspar Stoll om me daarin alle mogelijke hulp te bieden indien ik tot de uitgave bewogen kon worden was volgens mij in dit geval van groot gewicht. De kundigheden van die heer in deze en andere takken van de natuurlijke historie waren me ten volle bekend. Het zou dan onheus zijn om zoŐn vriendelijk aanbod zo gulhartig gedaan van de hand te wijzen. Ik nam het besluit, te meer omdat ik de menigte van mijn afbeelding overzag en niet kon nagaan dat er tot nog toe zoŐn volledig werk over buitenlandse vlinders het licht zag wat me met een aangenaam vooruitzicht vleide dat mijn werk bij de liefhebbers van de natuurlijke zeldzaamheden met een gunstig oog ontvangen zal worden, temeer omdat ik durf te verzekeren dat de tekeningen en kleuren getrouw zijn. [8]

Ik heb de meest bekende schrijvers aangehaald in zover als ze de vlinders die in mijn werk gevonden worden afgebeeld of beschreven hebben met die bescheidenheid dat waar ze volgens mij feilen ik zulks aan het kundig oog van de liefhebbers die in deze wetenschap ervaren zijn overlaat zonder hun dwaling op te halen. Ik maak ook in mijn beschrijvingen geen gewag van de kleuren omdat men die zelf uit de gekleurde afbeeldingen met een opslag van het oog zien kan dan door een langdradige en verdrietige beschrijving omvatten. Alleen maak ik melding van die waar een verschillend daglicht de gloed van de kleuren verandert en die op zeker wijze gehouden dof of glazig vertonen en omdat alle tekeningen naar de oorspronkelijke stukken gemaakt zijn zo in mijn eigen verzameling als in die bij andere liefhebbers berusten heb ik altijd de namen van de heren die me ter vervolmaking van mijn werk hun zeldzaamste en me ontbrekende stukken ter tekening meegedeeld hebben met dankbaarheid gemeld en betuig hierbij mijn erkenning voor hun edelmoedige bijstand zonder die het werk veel van zijn luister zou moeten derven.

Omdat er tot heden toe geen vast samenstel bekend is in de dierkunde, [9] heb ik in het schikken van de afbeeldingen geen rangschikking in acht genomen en te meer omdat zulks met de grootte van de platen niet goed kon overeen komen. Ook brengt de verscheidenheid er gedaantes een zeker sieraad mee die het oog behaagt wat door een geregelde opeenvolging vermoeid wordt. Daarboven indien ik naderhand en als waren het er slechts drie nieuwe en tevoren onbekende vlinders ontdek zal zulks zonder de rangschikking te verbreken een plaats kunnen geven en dus zou men met de tijd de liefhebbers een volledige verzameling kunnen meedelen.

Ik heb echter in de korte beschrijving van deze dieren hun woonplaatsen en hun rang, die ze in het samenstel van de heer Linnaeus hebben aangewezen en zijn bijnamen behouden, overal waar die in zijn werk beschreven zijn en zo kan dus mijn afbeeldingen zeer ter opheldering zijn van het samenstel van die grote man dienen. Zulke die nergens beschreven zijn heb ik op zijn voorbeeld namen van Griekse of Romeinse helden toegevoegd om dus zoveel als mogelijk is alle verwarring hierin te vermijden. En zodat de liefhebbers van deze schoonheden der natuur met een oogopslag zouden kunnen zien tot welke rang elke vlinder, [10] hetzij uit hun verzameling, hetzij van mijn afbeeldingen behoort zal ik de verdeling van de heer Linnaeus hier laten volgen.

De drie hoofdverdelingen van de heer Linnaeus zijn: Papiliones (Papillons) of dag vlinders die kenbaar zijn aan hun knobbelachtige sprieten. Sphinges (Sphynx) of pijlstaarten wiens sprieten in het midden dikker zijn en prismatisch. En Phalaenae (Phalenes) of nacht vlinders die gekamde of puntig uitlopende sprieten aan het voorhoofd dragen.

De eerste rang, die van de dag vlinders, heeft vijf gezinnen.

 

1. Equites of ridders. Deze hebben de boven vleugels van de achterste of onderste hoek tot aan de voorste hoek of tip langer dan van de achterste hoek tot aan het gewricht.

Die zijn weer in twee verdelingen gesplitst.

(a) Trojaanse ridders (Equites trojani) die met bloedrode vlekjes aan de borst getekend zijn.

(b) Griekse ridders (Equites achivi) deze hebben een oogje aan de hoek der onderste [11] vleugels bij het lichaam en missen die bloedrode vlekjes.

 

2. Heliconii, (Muses) Parnas vlinders (of gestrekte vlinders) die hebben lange, smalle niet gekartelde vleugels, de bovenste langwerpig en de onderste zeer kort.

 

3. Danai of danaus (Danaides) vlinders, die hebben rondachtige en niet gekartelde vleugels. Ze hebben twee verdelingen.

(a) Danai candidi of witte danaus vlinders wiens grondkleur wit is of geel of oranje.

(b) Danai festivi of bonte danaus vlinders die met verschillende kleuren pralen.

 

4. Nymphales of nimfen (Nimphen), hun vleugels zijn gekarteld. Ze hebben twee afdelingen.

(a) Nymphales gemmati of geoogde nimf vlinders. Deze hebben oogvormige kringen op de vleugels.

(b) Nymphales phalerati, ongeoogde [12] veelkleurige nimf vlinders. Deze hebben vleugels (van meer dan een kleur) zonder oogjes.

 

5. Plebeji of veldburgers, deze wijken van de Nymphales in grootte en zijn weer in twee afdelingen gedeeld.

(a) Plebeji rurales, onedele veldburgers of schildpadjes. Deze hebben vlekken van een donkerder kleur op een lichtere grond van de vleugels.

(b) Plebeji urbicolae of dikkopjes, meest met witte of doorschijnende vlekjes op de vleugels.

 

De tweede rang bevat de Sphinges (Sphinx) of pijlstaart vlinders. Die zijn door de heer Linnaeus van de nachtvlinders afgezonderd (vanwege de prismatische sprieten) en bevatten vier afdelingen.

 

(a) Sphinges alis denticulatis, gehakkelde pijlstaarten, deze hebben de vleugels gekarteld. [13]

(b) Sphinges alis integris, niet gehakkelde pijlstaarten wiens vleugels niet gekarteld zijn.

(c) Sphinges, onrustjes, de vleugels van deze zijn niet gekarteld en vaak doorzichtig en de aars is ruig.

(d) Sphinges adscitae, bastaard onrustjes, deze zijn zeer klein en hebben ramshorenvormige sprieten en ringen om het lijf in gedaante en een houding die naar de pijlstaart en vlinder zweemt.

 

De drie eersten worden echte pijlstaarten genoemd en de laatste onechte (of bastaard pijlstaarten) genoemd.

 

De derde rang bestaat uit Phalaenae (Phalenes) of nachtvlinders die in acht verdelingen onderscheiden zijn.

 

(a) Attaci, spiegeldragers of Atlas [14] vlinders, deze hebben pluimvormige kamsprieten, uitgebreide vleugels waarin glasachtige of doorzichtige ogen (of maantjes)

(b) Bombyces of zijden spinners, met pluimsprieten, afhangende vleugels of de onderste vleugels die vooruit steken.

(c) Noctuae of draadsprietige, ook wel borstelsprieten genoemd, ze hebben op elkaar schuivende en (schuin) aflopende vleugels.

(d) Geometrae, landmeesters (banduiltjes), deze dragen de vleugels horizontaal, sommige hebben die rond en andere hoekig.

(e) Tortrices of bladrollers, deze dragen stompe en aan de buitenkant kromlopende vleugels.

(f) Pyrales, geschaarde (of gevorkte) wiens vleugels tegen elkaar sluiten en een (open) schaar of driehoekige figuur (of hoek) maken.

(g) Tinae of mot uiltjes, die de [15] vleugels als een rol om het lijf geslagen hebben.

(h) Allucitae of veer uiltjes, deze hebben de vleugels tot het gewricht toe gespleten in drie of vijf delen en zijn wit of bruin.

 

Hier zou ik mijn voorrede sluiten indien de dankbaarheid me niet noopte mijn zeer grote erkentenis te betuigen aan de hoog welgeboren heer, de heer baron H. W. Rengers, president in de hoge krijgsraad, luitenant generaal ten dienst van deze landen, kamerheer van hare koninklijke hoogheid, mevrouw de prinses van Orange et. etc. voor de mooie verzameling waarmee zijn hoog welgeboren mijn pogingen heeft gelieven te hulp te komen en te ondersteunen door me een aanzienlijk aantal van zeer zeldzame en fraaie stukken uit zijn hoog edele geboren kostbare en rijke verzameling ter aftekening toe te zenden waardoor die aanmerkelijke hulp die me zo onverwacht als aangenaam toegebracht dit werk met over de honderd en vijftig soorten vermeerderd is waarvoor ik die edelmoedige beschermer van deze en alle andere nuttige wetenschappen mijn dankbare en altijd durende verplichting betuig. [16]

Ik verzoek ook mijn lezer dat indien hij de vlinders van zijn verzameling met mijn afbeeldingen vergelijkt en enig verschil vindt in de donkere of lichtere kleuren tussen zijn originele en mijn afbeelding in het oog houdt dat de kleuren van de vlinders door lengte van tijd verflauwen en in mijn afbeeldingen, zoveel mogelijk, altijd naar de friste en gloeiendste getekend zijn. De vlinders verschillen al levend zelf vaak in kracht van kleur naar het verschil van de landstreek.

Dit weinig heb ik nodig geoordeeld om de lezer te berichten. Indien dit werk zijn goedkeurig dragen kan en hem door de beschouwing van deze sieraden der schepping tot de erkentenis van de wijsheid, almacht en goedheid van de grote schepper leiden mag zal ik mijn doel ten volle bereikt hebben.

 

P. CRAMER.

 

Voorwoord.

DE

BUITENLANDSE VLINDERS

DIE VOORTKOMEN IN DE DRIE

WERELDDELEN

AZIE, AFRIKA EN AMERIKA

BIJEEN VERZAMELD EN BESCHREVEN

DOOR DE HEER

PIETER CRAMER

DIRECTEUR VAN HET ZEEUWS GENOOTSCHAP TE VLISSINGEN,

LID VAN HET GENOOTSCHAP

CONCORDIA ET LIBERTATE

TE AMSTELDAM

ONDER DIENS OPZICHT ALLEN NAAR HET LEVEN GETEKEND EN IN HET KOPER GEBRACHT EN MET NATUURLIJKE KLEUREN GETEKEND.

1STE DEEL BESCHRIJVING VAN PLAAT 1-96.

00000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000

Daaronder staat de Franse vertaling zoals ook verder in het hele boek. Die laat ik zoals het is. Daarom geef ik ook de alfabetische naamlijst niet weer die in het begin staat, dat kan met google goed opgezocht worden. De tekst is redelijk goed Nederlands zodat ik die in gewoon Nederland weergeef. Verder probeer is de etymologie van de namen te achterhalen en zet die er onder. Dat is vrij lastig want van vrijwel geen vlinder is die te vinden. Om die reden zal ik wel eens missen, want de uitgang wisselt en ook de namen in verschillende boeken en talen verschillen. Nico Koomen, hopelijk heb ik de vlinders alle hun goede naam gegeven, maar ik ben geen vlinder kenner. Die betekenis vn de naam heb ik er zelf bijgezet en die naam kan wel enkele keren voorkomen maar wordt door mij maar eenmaal etymologisch verklaard.

 

uit http://www.biodiversitylibrary.org/

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Amsterdam bij S. J. Baalde.

Utrecht bij Barthelemy Wild.

MDCCLXXIX of 1779.

 

OPDRACHT

AAN DE

WEL EDELE EN ZEER GELEERDE HEREN,

DE HEREN

LEDEN VAN HET GENOOTSCHAP,

CONCORDIA & LIBERTATE.

 

[2]

MIJNE HEREN!

 

nder alle vermaken waarmee de mens zijn geest zoekt uit te spannen en door vermoeiende bezigheden belast zoekt te verkwikken zijn die welke de natuur ons aanbiedt de onschuldigste en zuiverste. Vermaken die ons de schepper zelf, zo goedertieren als wijs, aan de hand geeft om de zorgen waarmee dit leven onafscheidelijk verbonden is te verzachten en ons als met de hand tot de kennis van zijn wijsheid, almacht, goedheid en voorzienigheid te leiden. Door die immers worden wij door de uitbreiding van ons verstandelijke vermogen nader tot de kennis van het opperwezen gebracht en voor ons zelf en voor de samenleving nuttig gemaakt.

[3] De beschouwing van de natuur boezemt ons eerbied, dankbaarheid en verwondering in voor de grote maker. Ze toont ons onze eigen waarde boven de redeloze dieren en gelijk slaat ze de verwaandheid van de menselijke rede de bodem in die zo trots is op kunst en wetenschappen. Door het aanschouwen van de werken, huishouding en delen der dieren geeft ze ons de middelen aan de hand waaraan het menselijke vernuft nooit tevoren gedacht zou hebben die we op hun voortgang door toepassen of navolgen in de nuttige kunsten kunnen overbrengen.

Daarboven leert ze ons de ware schoonheid die toch in de werken der natuur in de meesterstukken van de schepping gezocht moet worden. Alles waardoor de beeldhouwkunde, schilderkunde, dichtkunde ons verrukken en als boven onszelf vervoeren is een navolging van de natuur. De Venus de Medicis, de Antinons, de Loacšon en alle meesterstukken van Griekse beeldhouwkunde waar Itali‘ op boogt; de taferelen van Hondekoeter, Potter, van Berghem, Huizum, Roepel, Rachel Ruisch en welke meesterstukken de kunst meer kan leveren zijn slechts flauwe schetsen van de mooie natuur.

Ofschoon we nergens het oog op kunnen slaan zonder die schoonheden te zien en de natuur die alom aanbiedt zijn we echter nergens meer verwonderd dan in de kleinste delen van de geschapen wereld. Ik zal thans, mijne heren, uw aandacht niet bezig houden met die verrukkelijke gezichten die ons het vergrootglas aanbiedt wanneer het raderdiertje met twee kamraderen het vocht in zijn mond maalt of de Proteus zich na oneindige veranderingen van gedaante in menigvuldige stukken verdeelt waarvan elk een nieuw dier is, noch ook met de Polypus die, hoe gering ook, de dieren aan de planten verbindt. Het zijn alle schoonheden die tijd, geduld en handigheid eisen. Ik heb alleen die op het oog die ofschoon klein naar evenredigheid van de anderen die de schepper om onze nooddruft te vervullen en te pas komen of om ons gemak te vergroten en onze vermaken te verlevendigen rondom ons geplaatst heeft om onze hoven en velden op te vrolijken. Ik bedoel de bloedeloze of gekorven dieren, die talloze bende die door haar verscheidenheid en bewonderenswaardige huishouding onze aandacht en beschouwing zo waard is.

Laten we hier de grote Linnaeus horen aan wie de natuur als het ware de sleutels van haar schatkamer overgegeven heeft. Ô In deze kleine en verachtelijke diertjes, ik bedoel de ÔgekorveneŐ (insecten) zegt die grote natuurkenner, Ômoet men zich ten hoogste over de volmaaktste werken der natuur verwonderen, mooi, klein en sprakeloos roepen ze luider dan enige anderen uit dat de schepper wijs en goed isŐ. Hoeveel honderd gezinnen kent men niet in deze bende die allen verschillen in inwendig samenstel en huishouding!

We verwonderen ons over de ogen van de Lynx, de slang en de uil die in het duister ziet, maar hoe weinig mensen verwonderen zich over de ogen van een spin waarvan er acht in het hoofd staan, over die met vele facetten geslepen ogen van een juffer of een daasvlieg!

We kunnen ons over het hert die zijn vertakte horens zo trots omhoog heft niet genoeg verwonderen, maar we weigeren onze aandacht aan de holle, gladde vertakte horens van het vliegend hert te geven die ze kan verlengen en inkorten. We slaan [6] geen acht op de horens van de duinkever die ze als de bladen van een boek op elkaar kan slaan. We verwonderen ons over de horens van een bok, maar zien niet op de horens van een insect dat men de lang gehorende bok of timmerman noemt. (Cerambyx) Aanschouw de grote mooie bonte vleugels van de vlinders met op elkaar liggende schubben bedekt. Daarop zweven ze een hele dag door en tarten de vlucht van de vogels waaraan de natuur slechts twee vleugels heeft geschonken. Ze tarten de schitterende gloed van de pauw.

De gekorven dieren ofschoon klein en bij velen niet geacht behoren echter door hun gedaante en kleur.

 

Om niet van de schaalvleugelige te spreken zo verwonderlijk en verschillend in gedaante en huishouding, noch van de naaktvleugelige juffers, bijen, vliegen etc. of van sprinkhanen [7] kakkerlakken etc. met hun perkamentachtige vleugels zal ik alleen de donsvleugelige of vlinders zoals dag- en nachtsoorten als voorbeeld nemen. Welke verschillen ziet men niet van de grote fluweel vlinder van Ambon (Priamus L) tot het motuiltjes met de gouden band. (Geerella L.)

Laat me toe, mijne heren, dit stuk wat apart te behandelen, ik zal naar mijn geringe vermogen de meesterstukken van de schepper voor uw ogen ten toon stellen en diens schoonheid onder uw aandacht brengen. Gun me dan een ogenblik van uw gehoor en wees verzekerd dat het gewicht van de stof zulks dubbel waard is.

Als bloedeloze dieren hebben de vlinders geen inwendig samenstel dat in hardheid en vastheid van het spiergestel te vergelijken is. Ook hebben ze, zoals alle andere insecten, luchtlippen voor de ademhaling, sprieten aan het hoofd en nooit minder dan zes poten. Ze hebben vier vleugels van een bijzondere samenstelling en in sommige nachtvlinders zijn de wijfjes niet gevleugeld zoals in het wateruiltje (Brumata L.), de antieke (Antiqua L.) en verschillende andere. Ze telen eerst in hun volgroeide staat door paring voort evenals alle anderen in deze uitgestrekte bende. [8]

Aanschouwen we nu de vlinders apart dan rust onze verwondering hoger. De natuur, nooit spaarzaam wanneer ze de werken van de almachtige ten toon spreidt, heeft aan alle oorden van de aardbol vlinders geplaatst. Van de Noordpool tot aan de evenaar en van daar tot in Nieuw Zeeland vindt men vlinders. Ofschoon, zoals in de meeste andere soorten van dieren, de hete luchtstreken en warmere gewesten veel invloed op de grootte hebben. Daar waar de mooie Cereus, de Magnolia, Musa en de vermiljoen roodbladerige ananas door hun schoonheid, grootte en geur als meesterstukken van de schepping onder de gewassen pralen vindt men de blauwe satijn vlinder die onnavolgbaar is voor het penseel van de kunstschilders, de statige fluweelvlinder uit Ambon, de grote groen gestaarte nachtpage die de gloed van het zonnebeeld door Newtons prisma gevormd tarten. Kleiner van gedaante maar niet minder bewonderenswaardig en zelfs zachter van kleuren vliegen de veelkleurige pauwenogen, de mooi gemarmerde peterseliebeestjes, de rouw dragende nommervlinder etc. in onze tuinen en velden.

De nachtvlinders die zich voor het oog van de zon verbergt, die alles licht en gloed bijzet, schijnen minder wijds getooid. [9] Het grauwe, bruine, zwarte zijn meest hun kleden, maar welke mooie tekening ontdekt men op hun vleugels! Welke zachtheid en overeenstemming in hun stemmige gewaden! Indien het geoorloofd is de natuur met kunst te vergelijken schildert daar Le Brun en hier Boucher.

Omno vivum ex ovo, al wat leeft komt uit een ei. Dit is een waarheid die alom door ondervinding gestaafd is en in de vlinders ten hoogste duidelijk. Ze leggen eieren die onze aandacht waard zijn als men die ziet in hun menigte of in hun gedaante. Een vlinder van de zijdeworm legt 500 eieren volgens de waarneming van de heer LŐ Admiral. Men stelt nu dat van deze 500 eieren 200 mannetjes en 300 wijfjes voortkomen dan heeft men het volgende jaar 150 000 vlinders en dus weer 11 250 000 vlinders en daaronder 6 750 000 wijfjes.

De eieren van de vlinders door een microscoop gezien vertonen ons een kunstwerk waar het menselijke vernuft [10] voor stil staat wat zelfs de hand van een voorname kunstenaar vereist om die te laten kennen.

Na verloop van enige maanden of weken komen uit deze eieren rupsen tevoorschijn en openen dus een nieuw toneel van wonderen. Hoe gering deze rupsen voor het oog lijken dat niet gewoon is aan de werken van de natuur zijn die zeer opmerkenswaardig. Deze geringe diertjes die onze voet vaak vertrapt en onze trots veracht zijn meer dan eens het wraakzwaard in de hand van de almachtige geweest om de te ver gaande weelde te bestraffen. Slaat men het oog op hun uiterlijke gedaante, welke mooie kleuren! Welk tooisel! Sommige zijn zelfs met gouden stippen aan de luchtgaten voorzien zoals de rups van de spiegeldrager met ronde spiegels. (Paphia L.) Anderen zijn met scherpe vertakte dorens gewapend zoals die van [11] de Surinaamse paarlemoer vlinder, de Surinaamse page, de Europese pauwenoog, de Aurelia, gehakkelde Aurelia etc. Anderen zijn geheel ruig met lange neerhangende haren zoals de rups van de Pieria of glasvlinder. Bij anderen staan deze haren rechtop zoals in de ruige beer. Anderen hebben kwasten of kuifjes zoals de pierrups. (Pudibunda L) Sommigen hebben een kromme doren achter op het lijf zoals meest alle pijlstaartrupsen. Anderen wederom hebben de staart die in twee lange sprieten uitloopt zoals in de hermelijn vlinder.

Had ik de kundige hand om het ontleedmes en de graveerstift van de grote Lyonnet te evenaren dan, mijne heren, zou de waarde van dit werk dat ik thans onder uw ogen breng uw aandacht meer verdienen, [12] maar die grote man is onnavolgbaar. Waar een meesterlijke hand bestuurd wordt door de diepste kundigheden krijgt men echte en getrouwe afbeeldingen. Zijn ontleedmes toont een samenstel van spieren, zenuwen, luchtbuizen, ingewanden zodat het zelf Bonnet, hoe kundig ook, versteld laat staan. En wie van u wie zou er ooit een getal van 1336 longtakken die uit 232 grote stammen voortkomen en 1647 spieren, uitgezonderd die van het hoofd, in een rups gezocht hebben! Omdat het innerlijke samenstel niet zonder afbeeldingen voorgesteld kan worden zal ik deze dieren beschouwen in hun houding, gang en gedaante. De gedaante is meestal in een rolrond lichaam, zeer weinigen zijn er hoekig zoals die welke op de watermeloen, de guave en dergelijke azen.

Allen hebben een hard schaalachtig hoofd en is de mond met twee lippen en vier voelers voorzien. De lippen bevatten twee sterke gezonde kaakbenen. Het lichaam bestaat uit twaalf ringen of insnijdingen waarvan er negen met luchtstippen voorzien zijn die de rups kan openen en sluiten. [13]

De rupsen van de vlinders verschillen van de rupsen der torren of kwatwormen doordat ze een groter getal poten hebben en zelfs aan de achterste ring wat we niet zien bij de torrupsen. Een van de grootste natuurkenners van deze eeuw heeft het getal en plaats der poten zo opmerkelijk gevonden zodat hij daaruit de rangen en geslachten geschikt heeft.

De gedaante van sommigen verschillen zeer veel van anderen. Men vergelijkt slechts de zijdeworm bij de tweestaarten en die bij de krammetjes of landmeters die men zo gemakkelijk voor een dorre tak aanziet en die dus aan het scherpe gezicht van hun vijanden ontsnappen.

Hoe gering ook deze diertjes zijn ze zijn echter niet weerloos. De tweestaart rupsjes bijvoorbeeld spuiten een scherp bijtend vocht uit de keel zoals de heren de Geer en Sepp ondervonden hebben. Het blijkt dat de schepper deze diertjes een zucht tot behoudt heeft geschapen en hen ter verdediging met afwerend wapens heeft voorzien.

Sommige rupsen verkiezen het gezellige [14] leven en het huisgezin blijft bijeen en leeft in vrede waar iedereen met zijn voedsel tevreden is en nooit van zijn gelijke het voedsel rooft en blijkt dat eendracht, vrede en eensgezindheid alle dieren is ingeschapen. We zien dit voornamelijk bij de processionarissen die in rijen en gelederen langs de bladeren van onze fruitbomen voorttrekken en daar vaak ijselijke verwoestingen maken. Anderen leven in een sombere eenzaamheid wat nog akeliger wordt doordat ze aan de onderkant van de bladeren of in de grond de glans van de zon, de vrolijkheid van de dag en de genoegens van het gezellige leven schuwen.

Dit trage, logge kruipende leven der rupsen wordt door een nog werkloze verwisseld zo men anders een stille omloop van vochten en langzame trage vorming die in sommige soms meer dan een jaar duurt om tot hun toppunt te komen een leven mag noemen.

Thans ondergaat de rups haar tweede verandering. Ze wordt een pop of nonnetje. Wonderbaarlijke verwisseling inderdaad! Wie zou uit de pop zeggen dat ze een kruipend dier geweest is en dat ze een vliegend dier worden zal. Deze verandering verschaft aan het dier moeite en zorgen. De mooie kleuren [15] verdwijnen en maken plaats voor een vale of grijze kleur en de eetlust vergaat. Eindelijk als het een dagvlinder is zoekt de rups een plaats om zich vast te hechten, een tak, een blad of een schutting heeft ze voor haar verblijf en hecht zich er aan met haar achterpoten, laat het hoofd omlaag hangen, kromt en wendt zich totdat de rug splijt en de pop tevoorschijn komt. Anderen slaan een band om het lichaam zoals de koolrupsen.

De rupsen van de nachtvlinders eisen meer zorg. Vlak aan de keel lopen twee zeer dunne gekronkelde buizen die op de hoogte van de maag, aan welke zijde zeven vaten vastgehecht zijn, breder worden en slangvormig voortlopen tot het begin van de rechterdarm waaraan ze met twee pezen vast gehecht zijn. Die zijn als buizen die in de zijde als een dikke gom bewaard wordt.

Zodra de tijd nadert dat de rups zijn tweede verandering zal ondergaan weet ze door een voor het menselijke vernuft onnaspeurbare werking dit dikke gomachtige vocht door de mond naar buiten te brengen en aan een vast lichaam te hechten. Dit is de inslag [16] van die kunstige Arachne. Sommige en vooral van de zijdenspinners (bombyces) maken hun draden dubbel. De ondervinding heeft geleerd dat een zijdenworm een draad van 34, 2 of 36 meter spint en omdat er altijd twee draden op elkaar liggen maakt dat een lengte van een 65meter. Een verbazend werk! Komen ze tekort dan heeft hun maker hen onderwezen om de haren die op hun lichamen staan er op een kunstige wijze onder te vlechten zoals we in een pop van de ruige beer (Caja L.) zien. Sommige maken zich bewonderenswaardig fuiken. Anderen rollen de bladeren tezamen die ze met draden vast maken zoals de bladrollers. (Tortrices L.)

 

De poppen van de dagvlinders zijn meest alle hoekig en met puntjes gewapend. Vele hiervan zijn met goud en zilver versierd zoals die van de pauwenoog, de Aurelias, de paarlemoer vlinders. De pijlstaart en uilen poppen zijn lichter of donkerbruin. Die van het weeskind heeft een mooie paarse wasem zoals men op de druiven en pruimen ziet. Ik zal me niet inlaten de bepalen of deze poppen of tonnen adem halen waar Reaumur, Lyonnet, Musschenbroek, Martinet, de Geer en Bonnet aan twijfelen durf ik niets vast te stellen.

De tijd die deze poppen in die levenloze staat doorbrengen is verschillend. De soort van rups, de veranderlijkheid van het jaargetijde en de gezondheid of ziekte van de pop maken hierin grote veranderingen en zelfs zo dat men de poppen van verschillende buitenlandse soorten in ons vaderland kan overbrengen en hier de vlinders in hun schoonheid en leven zien. Dit niet alleen, maar wie zou voor die tijd van de grote Recumur ooit gedacht hebben dat men hun verandering zou kunnen versnellen door die door een hen te laten uitbroeden en te vertragen door ze aan koude plaatsen bloot te stellen? [18]

Men moet niet denken dat het goud waarmee de popjes van de dagvlinders pralen een wezenlijk metaal is. De natuur is altijd eenvormig en altijd zichzelf gelijk, vermengt geen van haar rijken dan alleen om de overgang te maken en dan is de kleur gepaard met de gedaante net zo als de plantaardige Polypus die zich alleen door weinig bewijzen van dierlijkheid van de planten onderscheidt. Neen, mijne heren, ik hoef het aan uw kundigheden niet open te leggen dat dit goud dat dit meer dan vorstelijke sieraadje alleen vernis is dat door de huid heen schijnt. De kunst die steeds de nabootser is van de natuur heeft dit niet tevergeefs ontdekt. Het vernuft van de Chinezen heeft dit eerst in hun dik verguld papier nagevolgd en dit is de grond van het goudleer dat onze vertrekken nog vaak versierd en opvrolijkt terwijl de zijde der rupsen ons een lichte, sierlijke en verwarmende kleding verschaft. Eindelijk komt de vlinder tevoorschijn die getooid is met de edelste kleuren. Het zonnebeeld van Newton, de gloed van de edelstenen lenen hen als het ware hun glanzen.

Gun me, mijne heren, een aandachtig oog waar ik u edele in deze bladeren de wonderen der schepping voorleg, maar hoe flauw en hoe gering zijn mijn taferelen bij de mooie natuur! En [19] geen wonder, welk eindeloos vernuft en hoe zeer ook begaafd met alles wat de kunst mooi en edel noemt durft of kan zich met de oneindige wijsheid gelijk stellen? Welk broze sterveling zou de hand van de almachtige begrijpen om na te bootsen?

Men aanschouwt de satijn vlinder die een heerlijk blauw heeft, welk een glans heeft van boven en zo er ergens de grote regel in de schilderkunst bevestigd wordt dat gloeiende kleuren tegen zachte donkere moet uitkomen dan is het hier. Men beschouwt de vlinder aan de onderkant, welk een zacht bruin wat verlevendigd wordt door groene en bleekrode kringen en banden! Schoonheid niet alleen, maar orde en eenstemmigheid zijn de stempel van Gods werken en waar de vlinders te klein zijn als het ware om met gloeiende kleuren te prijken zijn ze met goud en zilver op de zachte grond van hun vleugels versierd. Dus heeft het mot uiltje, bij Linnaeus de Geerella genoemd een gouden, de Sultzella een zilveren band op een zwarte grond, de Merianella drie zilveren [20] gespleten banden. De Linneella negen zilveren verheven stippen en de Clerkella is geheel als uit een stuk zilver gemaakt. Niet alleen vindt men die meer dan vorstelijke pracht in deze kleine diertjes, neen, de schepper heeft die ook aan andere soorten geschonken. Het gouden drupje (Cupido L.), ons inlands koperwiekje de gamma vlinder, zilvervlak, de paarlemoer vlinders zijn even luisterrijk getooid en allen zijn met wijsheid gemaakt.

Velen, ofschoon minder versierd, zijn niet minder fraai door de wisseling van de kleuren. Men beschouwt de zeegroene vlek van de Chinese page door die van het licht af langzaam weg te dragen dan ziet men haar blauw, paars en groen om beurten verwisselen. Een bijzondere verscheidenheid van de Anchises verandert zijn vlekken door achtereenvolgende tinten, in het roodachtig wit van de witte karneol of elementsteen. [21]

Terwijl de dag vlinders hun mooie gloed ten toon spreiden en het oog van de toeschouwers, nog niet verzadigd maar wel vermoeid, vertonen zich diegene die met de avond vliegen met zachtere kleuren, bruin, zwart, roodbruin, grauw en grijs zijn hier de heersende kleuren. Maar de schepper heeft ze echter niet van sieraad ontbloot, ze tonen als het ware met letters en karakters zijn wijsheid en almacht. Men slaat het oog op de menigte van uiltjes die tot de weeskinderen behoren, op de Gamma, de Comma, wat een verscheidenheid van kringen, strepen, stippen etc. in de rang van de nachtvlinders!

Wanneer men deze mooi versierde vleugels door het vergrootglas aanschouwt ziet men dat de stof dat het sieraad uitmaakt in veertjes of schubbetjes verandert die allen gestreept en met tandjes aan de bovenkant ingesneden zijn en met een steeltje in het bovenste vlies (want elke vleugels bestaat uit twee tegen elkaar liggende vliezen) gevat zijn.

In het aanschouwen van deze heerlijke diertjes vindt men een oneindige stof van verwondering en vernedering van onze trotse rede die waant alles te kunnen uitleggen en verklaren. Welke wijsgeer, hoe schrander ook, heeft nog het [22] gebruik van de sprieten verklaard of rede gegeven waarom sommige nacht vlinders zo groot en mooi zijn. Waarom de mooiste vlinders in de landen groeien waar ze het minst aanschouwd worden. Waartoe dient het dat die schoonheden uit zulke veertjes of schubjes tezamen gesteld zijn? Waarom sommige staarten hebben en andere niet. De schepper had hier wijze redenen toen maar hij heeft het nog niet goed gevonden die aan ons te openbaren.

 

De schoonheid intussen van deze schepsels heeft de natuurkenner tot zijn onderzoek aangespoord, het vergrootglas heeft reeds aan hun gewapend oog veel ontdekt en omdat ze onderling veel verschillen heeft hun onderzoek aanleiding gegeven tot die verzamelingen die thans een aanzienlijk deel van de kabinetten van de Natuurlijke Historie uitmaken en de bronnen zijn van ware kennis in deze aangename en nuttige wetenschap.

 

Maar omdat alles aan verandering is onderworpen en in de geschapen wereld niets standvastig is en alle stukken van de natuurlijke historie die de kabinetten van de liefhebbers en natuurkenners zo beroemd maken een gedurige zorg en opletten vereisen zo heeft men [23] middelen uitgedacht om de schoonheid van de natuur als het ware te vermenigvuldigen en die als een tweede leven te schenken. Dan komt de kunst de natuur te hulp die door hun wonderbare nabootsing de schepsels laten herleven. De schoonheid en zeldzaamheid van vele vlinders heeft hen ook deze soort van onsterfelijkheid verworven en de kunstige graveerstift die door een kundige hand wordt bestuurd vermenigvuldigt een vlinder die bijna enig in haar soort is.

Om hier niet te spreken van de afbeeldingen van Aldrovandus, Gesnerus en hun inkorter Johnston van Mouffet en Hoefnagel die elkaar slechts nagebootst hebben zal ik met Goedaart beginnen. Deze is het die het eerst de deur tot de kennis der vlinders heeft geopend door zijn werk ÔHistorische beschryving van den aard, oorsprong, eigenschappen en veranderingen der Wurmen, Rupsen en MadenŐ wat te Middelburg in Zeeland in III delen zonder jaartekening het licht zag en in het jaar 1682 te Londen in het Latijn herdrukt werd. In het jaar 1685 gaf de beroemde Lister het uit te Londen. In het jaar 1688 gaf de geleerde Stephanus Blancaard (Blankaart) zijn ÔSchouwburg van de Rupsen, Wormen, Maden en vliegende [24] DierenŐ te Amsterdam met afbeeldingen in het licht. In dit werk zijn enige Oost- en West-Indische kappellen zeer goed afgebeeld. In het jaar 1690 werd dat in het Hoogduits overgezet door Joh. Christ. Rodochs. Juffrouw Maria Sybilla Merian, de dochter van in zijn tijd zeer kunstige graveerder Merian en huisvrouw van de graaf, gaf in het jaar 1679 een werk uit getiteld Ôder Raupen wunderbare verwandelung, und sonderbare Blumen-NahrungŐ met afbeeldingen door haar zelf getekend en in koper gebracht. Dit werd later in het Latijn te Amsterdam in het jaar 1718 met 155 platen uitgegeven onder de titel van ÔErucarum Ortus, alimentum & paradoxe MetamorphosisŐ etc. Dit bevatte alleen de vlinders die in Europa gevonden werden. Haar zucht om deze schoonheden van de natuur beter te kennen liet haar een reis naar Suriname doen waar ze twee jaar bleef en alle vlinders die haar voor de hand kwamen met hun veranderingen en voedsel te tekenen. In Europa terug gekeerd werden deze tekeningen in koper gebracht en te Amsterdam in groot folio uitgegeven in 72 afbeeldingen met hun verklaring in het Latijn. Tien jaren daarna werd dit mooie werk in Ős Gravenhage [25] herdrukt en bij de Latijnse verklaring werd de Franse gevoegd. In het jaar 1730 werd het voor de derde maal, maar met een Latijnse en Hollandse verklaring, gedrukt bij welke uitgave de Europese insecten op hetzelfde formaat maar met octavo platen (4 op een blad) gevoegd werden.

Hiermee, mijne heren, rees de zon van deze wetenschap op bij wiens licht men zoveel schoonheden ontdekte. Juffrouw Merians werk maakte de ijver van de natuurkenners wakker. De nijvere koopman die door zijn uitgestrekte handel de schatten van Oost- en West-Indi‘ naar zijn vaderland haalt liet ook deze schoonheden van de natuur naar ons kooprijk Amsterdam overkomen en gaf aldus een nieuwe tak aan de natuurlijke historie. Terwijl dat weetgierige sieraad haar kunne aan dit werk sloeg gaf de beroemde apotheker James Petiver zijn tientallen van zijn kabinet te Londen in het licht onder de titel vanŐ J. Petiverii Gazophylacium Naturae et ArtisŐ. Een werk dat thans zeer zeldzaam geworden is.

In het begin van deze eeuw werd deze kennis door geheel Europa verspreid en in veel landen werden de vlinders het onderwerp van de pennen der geleerden en van de graveerstift van de kunstenaars. [26]

Maar omdat de zwarte plaatdruk dat alleen door wit verhoogd wordt een zeer flauw denkbeeld gaf van deze pronksieraden bedacht men het penseel aan de stift te huwen en de vlinders in hun natuurlijke kleuren uit te geven, maar dit bleef meestal bij de inlandse. Wijlen de beroemde kunstschilder Augustus Johan Rosel von Rosenhof begon in het jaar 1746 zijn keurige ÔInsecten belustugungenŐ maandelijks uit te geven waarin men behalve een groot aantal inlandse ook vele Oost- en West-Indische vlinders vindt en met hun natuurlijke kleuren afgebeeld. Wat door zijn schoonzoon Kleman nog met de meeste buitenlandse insecten gevolgd wordt. De kundige George Edwards begon in dezelfde tijd zijn mooie vogelwerk waarin hij veel buitenlandse vlinders gevoegd heeft. Deze werken worden terecht als meesterstukken geroemd totdat onze land- en stadgenoot de heer Christiaan Sepp aantoonde wat de stift en penseel in de handen van een kunstenaar vermag wanneer kundigheid en geduld zijn hand besturen. Ik laat de werken van de man de verdiende lof toezwaaien die terecht de verwondering van alle kundige liefhebbers heeft.

Omtrent twaalf jaar geleden begon de heer DŐ Aubenton in Frankrijk de heerlijke verzameling van vogels, [27] vlinders en zee gewassen die in het kabinet van de koning bewaard worden in het licht te geven welks getal reeds tot over de 600 platen is aangegroeid. Onder deze bevinden zich 21 platen met buitenlandse vlinders die met hun levendige kleuren worden afgebeeld.

In ons naburig Engeland waar men alle kunsten en wetenschappen ten top ziet voeren en zich vandaaruit als een middelpunt ten Oosten en ten Westen uitbreiden waar het als de koningin van de zee‘n van de Ganges tot aan de Straat van Magellaan haar koopvlag liet waaien. In dit gelukkige rijk ziet men de kennis van de natuurlijke historie op de hoogste trap. Nadat de heer Ellis de geleerde wereld verbaasd had door al die mooie en gewichtige ontdekkingen die van de gehele natuur maar een rijk maken en nadat de onsterfelijke Sloane door zijn onschatbare verzameling de gronden van het Museum Brittanicum gelegd had ging men verder de menigte der geschapen wezens te onderzoeken en niet alleen maar met de onderzoekingen algemeen te maken. De heer Drury die door zijn handel is staat was gesteld om van alle oorden allerlei soorten van vlinders bijeen te zoeken gaf in het jaar 1771 zijn ÔIllustrations of Natural HistoryŐ in het licht waarin alle vreemde en tevoren onbekende vlinders, torren etc. zeer heerlijk afgebeeld worden. Dit werk draagt terecht [28] de goedkeuring van de liefhebbers en werd door een tweede deel vervolgd wat niets minder waard is en vorig jaar het licht zag. Het is te wensen dat daarvan nog meerdere mogen volgen.

Door zulke mooie voorbeelden aangemoedigd heb ik me voorgenomen, mijne heren, de zeldzaamste stukken uit die van mij, zoals ik nederig vertrouw, uit te geven en daarover met kundige en in deze tak van de natuurlijke historie ervaren kenners, w waaronder er vele van uw vergadering zijn, te raadplegen en vond ik alom een aanmoediging tot deze onderneming die de zucht tot mooie wetenschappen en fraaie kunsten alleen kunnen inboezemen. Ik vond niet alleen bij mijn stadsgenoten hulp die ik met recht van de oprechte vriendschap waarmee ze me steeds vereerden kon verwachten, maar zelfs boden me de naburige provincies van Holland en Utrecht goedhartig de hand in deze gewichtige onderneming. Zo gauw was mijn onderneming niet aan hun liefde tot kunst bekend of hun verzamelingen opende zich voor het penseel van mijn schilder, de zeldzaamste stukken van Oost- en West-Indi‘, alles wat Afrika, Azi‘ en Amerika van mooie en de zeldzame dingen konden leveren verzamelde zich in mijn woning.

Uit deze schatten, mijne heren, is [29] dit werk geboren zodat ik aan u edele de eer heb luisterrijke bescherming aan te bevelen. Niet dat de werken van de almachtige en wijze schepper waarvan ik u hier de afbeelding aanbiedt de bescherming van onze broze stervelingen nodig heb, neen mijne heren, ik heb edelere beweegredenen, dankbaarheid, achting en genegenheid jegens u, allen zijn de bronnen van dit bewijs mijner erkentenis omdat ik de eer heb van u in de geleerde vergaderingen aangenomen te zijn en daar zo vaak uit zoveel welbespraakte monden de bevalligheden van de wetenschappen en kunsten te mogen leren kennen eist zulks mijn hoogste dankbaarheid daar u mijn handel, de steunpilaar van ons vaderland die het zo stevig ondersteunt en het tot bloei en welvaren bijzet eist gij mijn innigste hoogachting die ik die iedereen verschuldigd ben aan alle leden van de burgerlijke samenleving wanneer ze dit tot zoveel nut en voordeel strekt. Nog sterker, nauwere banden dan deze, de lieftallige, de beminnelijke vriendschap, de schoonste gave die de hemel de stervelingen geschonken heeft dringen me dit werk aan u edele op te dragen.

Ontvang het dan, mijne heren, als mijn kunstgenoten, mijn leermeesters en vrienden met dat gunstige oor waarmee u edele meer dan eens mijn [30] geringe pogingen in uw edele vergaderingen hebt moeten goed keuren. Ontvang het mijne heren als een flauwe doch oprechte erkenning van al hetgeen ik aan u edele verheven kennis schuldig ben. Vind u hierin fouten bedenk dan mijne heren dat het de menselijke natuur niet gegeven is iets volmaakts voort te brengen en dat geen sterveling Gods werken kan afbeelden en dat dwalen menselijk is.

Ik eindig, mijne heren, met die oprechte wens van mijn hart dat de bron van wijsheid zijn eerste zegeningen over u edele in dit luisterrijk vergadering, personen en huizen uitstort! Dat u edele in dit luisterrijk genootschap nog lange tijd de wetenschappen in uw edele handel het vaderland en in uw edele verkering de samenleving tot eer mag strekken! Dat ons vaderland en dat ons beroemde Amsterdam dat dit genootschap nog in latere eeuwen bloeit en uw edele nagedachtenis de dankbare lof van hun weldaden toezwaaien. Dit is de hartenwens van hem die zich in uw edele aanhoudende achting aanbeveelt en zich met achting noemt.

 

Wel edele zeer geleerde heren.

Uw edele dienaar.

 

P. CRAMER.

Amsterdam de 2de december 1774.

 

Beschrijving van buitenlandse vlinders.

 

Plaat 1.

Figuur A. B. Dedalus.

 

(Eupalamides cyparissias) Deze zeldzame dagvlinder behoort volgens de rangschikking van de heer Linnaeus onder de bonte Danaus vlinders. (Papilio danai festivi) De zonderlinge vorm van de knoppen aan de sprieten wijkt van de andere dagvlinders af. Ik ken maar zes soorten die de sprieten zoals deze geknoopt hebben. Als men de boven en onderzijde met de staart naar het licht gekeerd ziet en met de rug naar het licht gekeerd staat dan hebben de vleugels en het hele lijf een groene weerschijn zodat haar gehele bruine kleur als het ware verdwijnt. Haar woonplaats is Amerika en ze is me uit Berbices, (Berbice, Guyana) gezonden waar ze zich in de [2] bossen ophoudt. Men vindt ze ook in Suriname maar daar zijn ze kleiner.

 

Figuur C. D. Liriope. (Ortilia liriope) Vanwege de niet gekartelde vleugels zou deze mede onder de bonte Danaus behoren. (Papillon Danai festivi) Ze heeft de twee voorpoten in vergelijking van de vier achterste kort en is dus een vierpotige vlinder. Ze komt van Suriname.

 

On alle langdradigheid in het vervolg te vermijden za ik hier met weinig woorden zeggen wat we verstaan als we van het getal of vorm van de poten van de dagvlinders spreken. Zespotige noemt men diegene die wezenlijk zes echte poten, met haakjes of nagels bezet, hebben. Gelijk meest alle vlinders die de voorste vleugels van de achterhoek tot de tip toe langer hebben dan van de achterhoek naar het gewricht zoals bijna alle de zogenaamde pages of ridders, witte en gele Danaussen, pissebedjes, argusjes en dikkop vlinders. De vierpotige vlinders zijn tweevormig, de eerste zijn zulke die de twee voorste poten kort en ruig als een kwastje tegen de borst of hals gelegd hebben en die misschien voor voelers of handen gebruiken en dus maar op de vier achterste lopen zoals meest alle vlinders met gehakkelde vleugels en zulke die parelmoerachtige vlekken daarop hebben. De andere soort van vierpotige vlinders zijn zulke die de voorste poten niet zo ruig maar een derde korter en zonder nagels hebben waardoor die dan net zoals de andere vierpotige de twee voorste niet kunnen gebruiken om op te lopen die hun mede voor voelers of handjes moeten dienen. Mogelijk om met die ruim baan te maken om zo beter met hun lange zuigers het voedsel uit de bloem te halen. Het zijn meest geoogde gras vlinders die deze eigenschap bezitten. Zodat als ik in dit werk van de poten geen gewag maakt het altijd zespotige vlinders zijn.

 

Figuur E.F. Lucinda. (Emesis lucinda) Van boven zijn de vleugels van deze vierpotige dagvlinder van kleur als gepolijst staal. Ze behoort tot de vorige soort. Is van Suriname.

Seba, tomus IV, tabel 13, figuur 25 & 26.

 

Naam.

Eupalamides cyparissias, Grieks eu; goed, Palamides of Palamedes was een van de Griekse aanvoerders bij de Trojaanse Oorlog. Hij werd door Odysseus vals beschuldigd van verraad en door de Grieken ter dood gebracht. Cyparissias is cipresachtig, Cupressus, wat vreemd is omdat de rups vooral in vruchtdragende planten voorkomt als Cocos en Elaeis.

Ortilia liriope, Ortilia; rechte spiraal, naar de antennes, Grieks leirion; lelie, ope van opos; gezicht of ogen, zie bij Ovidius Liriope, bron nimf, de moeder van Narcissus. Brazilian crescent.

Emesis lucinda. Emesis; braken, opgeven, lucinda; mooi verlichtend, wel naar de lichte merken op de vleugels, Engels metalmark.

 

 

[3] Buitenlandse vlinders.

Plaat 2.

 

(Actias luna) Figuur A. Luna. Deze nacht vlinder (*) heeft van onderen dezelfde kleur als van boven. De spiegels in de ovale ronde ringen op de vleugels zijn helder wit en doorschijnend als glas. Van deze uilen heeft men een verscheidenheid aan de kust van Coromandel en van Ceylon die bleek en bijna wit van kleur is en die de buitenrand van de voorste vleugels breder en bruin heeft die ik in het vervolg ook zal afbeelden. Ze onthoudt zich in Amerika, te New York, te Carolina en in Maryland. Deze is van Jamaica. De rups hiervan aast op de bladeren van de Sassafras boom.

Linnaeus systema naturea (+)pagina 810, nr. 5. Phalaena attac. Drury, ins.tom. 1 tabel 24.

(*) omdat alle nachtvlinders zes egale poten hebben zo zal ik bij de beschrijving ervan van de poten geen gewag maken.

(+) Tot bericht van de geerde lezer dient dat [4] figuur 1 Catterby Carol.tom. 2 tabel 84. Houttuyn, Natuurlijke Historie 1 deel II stuk, pagina 491 nr. 5. Petiver Gazophylacii Tabel 14. Figuur 5. Carl Alexander Clerck Icones, tabel 52. Figuur 2.

 

Figuur B. C. Phorcas. (Papilio phorcas) Dit is een van de dagvlinders die men vanwege de lengte van de staart aan de boven vleugels pages noemt en onder de Griekse ridders van de heer Linnaeus (Equites achivi) zouden behoren. Hun woonplaats is Sierra Leone aan de kust van Afrika.

 

Figuur D. E. Helymus. (Calonotos helymus) Deze bastaard onrust vlinder (Sphinx adscita L.) heeft de vleugels aan de boven en onderkant zwartbrui met een groene weerschijn. De strepen aan het lijf zijn groen goudglanzend. De woonplaats is Suriname.

 

Figuur F. G. Niavius. (Amauris niavius) Deze vierpotige dagvlinder heeft niet gekartelde vleugels die een gave rand hebben. Komt van Sierra Leone aan de kust van Afrika.

Linnaeus. Systema naturea XII nr.109. Danaus sestivus niavius. Clerc, icon.insect, tabel 32, figuur 2.

 

Naam.

Actias luna, zo genoemd door William Elford Leach die bekend staat om zijn eigenzinnige en soms excentrieke naamgeving van nieuwe soorten, meestal naar vrienden of verdraaide namen daarvan. Luna moth, Amerikaanse maanvlinder, genoemd naar Luna; maan, naar de vlekken op de vleugels, Luna de maangodin met de Griekse tegenhangster Selene.

Papilio phorcas, Phorcys of Phorcas wordt bij Homerus een heerser van de zee genoemd en een zee oudste. Een haven in Ithaca behoorde aan hem. Hesiodus maakt hem de zoon van Pontos en Aarde en vader bij Keto, de Gorgonen, Echidna en het serpent dat de gouden appels bewaakt. Apple green swallowtail of Green banded swallowtail.

Naam.

Calonotos helymus, Grieks voor prachtige rug, achterkant. In de Griekse mythologie was Helymus (of Elymus) de voorouder van de Elymians, Latijn Elymi) bewoners van Sicili‘.

Amauris niavius, The Friar, Grieks a; niet, mauros; donker. Niavius is onbekend, mogelijk van Glaucippe Niavium, een van de Dana•den, dochter van Danaus en Polyxo. Ze trouwde en vermoordde Potamon, zoon van Aegyptus en Caliadne.

 

 

Buitenlandse vlinders.

Plaat 3.

 

Figuur A. B. Erippus. (Danaus erippus) Van deze soort [5] van dagvlinders zijn vele verscheidenheden maar als men ze nauwkeurig aanschouwt bespeurt men een aanmerkelijk verschil onder hen zoals we in he vervolg van dit werk zullen tonen. Van New York komt een soort die in tekening met deze veel overeen komt, behalve dat de vlekken aan de tippen van de bovenvleugels geel zijn. Ook ontbreken de witte randen aan de aderen van de onderzijde van de ondervleugels. Alle deze zo genoemde kaneelkleurige zijn vierpotig. De heer Linnaeus plaatst die onder zijn bonte Danaussen. Deze vlinder die uit Brazili‘ komt berust in de verzameling van de zeer eerwaarde en zeer geleerde heer E. F. Alberti, predikant van de Lutherse gemeenschap in deze stad.

 

Figuur C. D. Pelias. (Charaxes pelias) Deze dagvlinder heeft de voorste poten zeer kort en in de gedaante van een bonte sabel of palatine die de vrouwen vroeger om de hals plachten te dragen. De heer Linnaeus heeft deze drie soorten van vlinders Pyrrhus, Jason en Jasius genoemd. Ze behoren volgens zijn rangschikking onder de Griekse ridders (Equites achivi). Ze is getekend uit de verzameling van de heer Caspar Stoll en komt van Kaap de Goede Hoop. [6]

 

Figuur E. F. Tulbaghia. (Aeropetes tulbaghia) Deze soort van dagvlinders behoort tot de zogenaamde grasvlinders die de voorste poten te kort zijn om er mee te lopen. Ze zijn echter langer dan die van de voorgaande figuur en is dus ook een vierpotige vlinder.

Ze berust naast de vorige in het kabinet van de heer Caspar Stoll en komt van Kaap de Goede Hoop.

Linnaeus, systema naturea pagina 775, nr. 158. Nymphales Gemmanti.

 

Naam.

Danaus. In de Griekse mythologie was Danaus (Danaos) de tweelingbroeder van Aegyptus, mythische koning van Egypte. De mythe van Danaus is een stichting legende van Argos, en van de belangrijkste Myceense steden van de Peloponnesus. Hij was koning van Libi‘ die met zijn 50 dochters, de Dana•den, van Libi‘ naar Argos vluchtte om de meisjes te redden van een gedwongen huwelijk met de 50 zonen van zijn tweelingbroer Aegyptus. Ze vermoordden hun mannen in de huwelijksnacht, uitgezonderd Hypermnestra die haar man Lynceus spaarde omdat hij haar maagdelijkheid respecteerde. Twaalf van zijn dochters waren geboren van Polyxo en de rest bij Pieria en andere vrouwen. De dochters van Atlanteia of Phoeve waren de Hamadryads. Linnaeus noemde het overgrote deel van de soorten die hij in de groep Danai candidi plaatste naar de dochters van Danaus. De groep Danai festivi naar de zonen van Aegyptus. In Homerus Ilias neemt de stam van Dana‘ en Argos het op tegen die van Troje.

Danaus erippus. Deze naam is niet te vinden, wordt soms Hyperippe bedoeld die trouwde met Hippocorystes? Southern monarch.

Charaxes pelias. Charaxes van Mitylene, volgens Herodotus werd de slavin Rhodopis of Rhodope vrijgekocht door Charaxes van Mytilene, broer van de dichter Sappho en werd een bekende courtisane. Pelias was de oom van Jason die hem beroofde in zijn jeugd van de rechten op de heerschappij van Lolkos in Thessali‘. Toen Jason volwassen was en zijn rechten opeiste beloofde Pelias hem dit toe te staan op voorwaarde dat hij uit handen van Jason het Gulden vlies zou ontvangen. Hierop volgde de tocht van de Argonauten die het gulden vlies meenamen. Jason wraak op zijn oom met behulp van zijn vrouw, de tovenares Medea. Pelias werd door zijn dochters gedood, nadat Medea hen had wijsgemaakt dat hij een verjongingskuur zou ondergaan wanneer zij zijn lichaam in stukken zouden snijden en het zouden koken in een aftreksel van bepaalde kruiden. Protea emperor.

Aeropetes tulbaghia. Aeropetes; vliegend, en door Linnaeus genoemd naar zijn vriend Rijk Tulbagh, gouverneur van de Nederlandse Kaapkolonie van 1751 tot 1771. Table mountain beauty of mountain pride.

 

 

Buitenlandse vlinders.

Plaat 4.

 

Figuur A. Tarquinia. (Dirphia tarquinia) Deze nachtvlinder is een wijfje. De witte tekening op de vleugels zou haar de naam van witte Y kunnen geven. Ze heeft de sprieten bijna niet gepluimd en vrijwel draadvormig. Maar van nabij gezien zijn die met dunne haartjes bezet zoals de meeste wijfjes onder de nachtvlinders waarvan de mannetjes gepluimde sprieten hebben. De onderzijde i van leur en tekening zoals in figuur C op deze plaat te zien is. Vanwege de vorm van de vleugels en geen zichtbare zuiger zou ze onder de eerste afdeling van de nachtvlinders behoren (Phalaenae attici) van de heer Linnaeus. Ze woont in Suriname. [7]

 

Figuur B. C. Tarquinius. (Dirphia tarquinia) Zou deze niet het mannetje zijn van de vorige A zijn? Het grootste verschil bestaat in de kleuren van de voorste vleugels, doch daar heeft ze in het binnenste vlek ook zoŐn witte maar kleinere tekening die op een Y lijkt net zoals in de voorgaande. Ook ziet me het donker bruine vlekje op de achterste vleugels. Van onderen bij figuur C heeft ze dezelfde kleur en tekening aan de onderkant. Wat me nog meer in dit vermoeden versterkt is dat ik van figuur A nog geen mannetjes en onder deze nog geen wijfjes heb kunnen ontdekken ofschoon ik verschillende van beide gezien heb. Deze komt ook uit Suriname.

 

Figuur D. E. Telemus. (Paiwarria telemus) Deze behoort tot die dagvlinders die men pissebed of schildrups pages noemt omdat ze meestal voortkomen uit rupsen die de gedaante van pissebedden (Onisei) hebben. Deze vlinders hebben, zover me bekend is) zes poten. De heer Linnaeus plaatst dit geslacht onder zijn (Plejebi rurales) of onedele veldburgers. Ze komen uit Berbices, (Berbice, Guyana).

 

Figuur F. G. Coarctata. (Trichura coarctata) Het rottestaartje. Vanwege het lange ruige staartje hebben we dit bastaard onrust vlindertje genoemd. Het wijfje is bij G niet gestaart, de vleugels zijn doorschijnend en is dus de onderkant evenals [8] de bovenkant. In beide seksen zijn de sprieten gepluimd en de vlekken aan en op het lijf goudglanzend. Het komt van Demerary (Demerara, Essequebo, Z. Amerika) en de Berbices, (Berbice, Guyana).

Drury, ins. II, tabel 27, f. 2. (het wijfje). Albertus Seba, schatk. Iv, tabel 25, figuur 17. (het wijfje) Pallas, spicilegia zoologica fasc. Ix, pagina 27, tabel 2, figuur 8. (het mannetje)

 

Naam.

Dirphia tarquina. Dirphia, onduidelijk, bijnaam van Juno, genomen van een berg met de naam van Argos Dirphy waar de godin een tempel had. Tarquinia is de vrouwelijke vorm van Tarquinius, Lucius Tarquinius Superbus ook wel Tarquinius II de Hoogmoedige of Tarquinius de Arrogante, Die was volgens de Romeinse overlevering de zevende en laatste koning van Rome, 534- 509 v.Chr., de laatste van de drie Etruskische koningen die Rome hebben geregeerd.

Paiwarria telemus. Van Paiwan, de taal in Taiwan of naar een landstreek in Guyana? Telemus hairstreak. Telemus of Telemos was de zoon van Eurymus. Hij waarschuwde de cycloop Polyphemus dat hij zijn zien zou verliezen door een man genaamd Odysseus.

Trichura coarctata. Grieks tricho; behaard, oura; staart. Coarctica; bij Arctica.

 

 

Buitenlandse vlinders.

Plaat 5.

 

Figuur A. B. Polyphemus. (Antheraea polyphemus) Deze behoort onder de nachtvlinders die men spiegeldragers en ook wel Atlas vlinders noemt. (Phalaenae attaci Linnaei) De sprieten (tenminste in de mannetjes) zijn sterk gepluimd. Ik heb nog geen wijfjes van deze soort gezien. De hoornachtige vlek of spiegel op elke vleugel is helder als glas en doorschijnend. Haar woonplaats is in New York en Jamaica van welke plaats ik deze ontvangen heb.

 

Figuur C. D. Syringa. (Mangina syringa, Argina syringa) Deze nachtvlinder zweemt zeer veel naar de zogenaamde spanrups vlinders (Phalaenae geometrae) Ze heeft niet gepluimde draadvormige sprieten. Op het borststuk en de bovenvleugels aan de bovenkant en aan diens tippen van onderen zijn zwarte vlekjes met geel omringd. Dit is een wijfje en uit de verzameling van de heer Caspar Stoll. Ze komt van Coromandel. [9]

 

Figuur E. F. Progne. (Polygonia progne) Deze dagvlinder lijkt veel op de gehakkelde Aurelia van Europa. (Linnaeus systema naturea Xii, pagina 778 nr. 163, Nymphales Phalerati C Album) Maar de vleugels zijn minder uitgesneden en ook heeft ze de zilveren C niet aan de onderzijde van de onderste vleugels zoals ook de Europese die de vleugels van onderen ook donkerder heeft. Ze is van Jamaica en komt ook in New York.

 

Naam.

Antheraea polyphemus. Antheraea; mogelijk van Grieks antheros, bloeiend. De oogvlekken zijn naar de Griekse mythe van de cycloop Polyphemus, zoon van Poseidon en Thoosa die een enkele groot rond oog had midden in het hoofd, dat naar de grote oogvleken midden op de achterste vleugels. Zijn naam betekent overvloedig in zangen en legenden. Polyphemus moth.

 

Argina syringa. Heet nu Mangina syringa, naam gegeven door Cramer in 1775. Argina zal wel afgeleid zijn van Latijn argentius; zilver. Mangina; mengsel van man plus vagina, dus een man met een opvallende vrouwelijke kant of een zwakke mannelijke kant.

Syringa woonde in Arcadi‘ als boom nimf. De woudgoden werden zo door haar schoonheid betoverd dat ze haar tot vrouw begeerden en niet nalieten haar te vervolgen. Maar Syringa bleef liever maagd en trouw aan Diana en wist steeds aan de woudgoden te ontkomen. Eens werd Pan zijn aandacht gevestigd op Syringa en hij naderde haar onverhoeds, maar ze wist aan hem te ontkomen tot ze een oever van de rivier Ladon bereikte waar ze niet overheen kon. Ze bad tot Diana om haar te beschermen, gelijk kwam Pan aangestormd en wilde haar vastgrijpen, wie schets echter zijn verbazing toen hij opeens een rietstengel in zijn handen had. Het riet ruiste en Pan wenste een eeuwige verbinding met haar. Hij sneed van zijn geliefde ongelijkvormige pijpen, bond ze vast met was en noemde die liefelijke pijpen fluiten. (syrinx fistula) De fluit van Pan heet zo Pansfluit en deze fluit moest het ruisen van de wind in de struiken nabootsen.

Polygonia progne. Grieks polys; veel, gonia; hoeken, naar de merken aan de onderkant van elke achtervleugel, vandaar anglewing butterflies, gray comma. Progne of Procne was de oudste dochter van de koning van Athene Pandion en de vrouw van koning Tereus van Thraci‘. Haar mooie zuster Philomela bezocht hen en werd verkracht door Tereus die haar tong uittrok zodat ze er niets van kon zeggen. Ze weefde een tapijt die duidelijk maakte wat er gebeurd was en de vrouwen namen wraak. Procne doodde haar zoon Itys die ze kookte en opdiende voor Tereus. Na zijn maal serveerden ze hem het hoofd van zijn zoon en hij realiseerde wat hij gedaan had. Hij nam een bijl en wilde ze doden en in wanhoop baden ze tot de Goden om in vogels veranderd te worden, Procne werd een zwaluw en Philomela een nachtegaal en Tereus in een hop.

 

 

Buitenlandse vlinders.

Plaat 6.

 

Figuur A. B. Jairus. (Taenaris urania) Op de omberbruine grond van de vleugels van deze vierpotige dagvlinder geven de gele kringen om de donker violette oogvormige vlekken een sierlijke vertoning. Ik bezit nog een vorm er van die ik in het vervolg zal meedelen. De voorste poten zijn kort en niet genageld, veel korter dan deze die hier door een fout van de plaatsnijder afgebeeld zijn. De randen van de vleugels zijn niet gekarteld en dus behoort die volgens de rangschikking van de heer Linnaeus tot de bonte Danaus vlinders. Ze komt uit Oost-Indi‘.

 

Figuur C. D. Gabriela. (Evenus gabriela) Deze [10] uiterst mooie pissebed page is van boven hemelsblauw met een mooie groene weerschijn. Van onderen zijn de vleugels door een mengsel van schitterende kleuren zo overheerlijk geschilderd zodat de penseel die naam nauwelijks kan volgen. Onder alle me bekende dagvlinders zijn er weinig die in pracht van schitterende kleuren meer uitmunten dan die van dit geslacht. Men vindt er sommige als met zuiver goud of zilver versierd. Deze is uit de Berbices, (Berbice, Guyana).

 

Figuur E. F. Pelion. (Panthiades aeolus) Deze is insgelijks die onder de onedele veldburgers (Plebeji rurales) van de heer Linnaeus behoren. Het heeft op de blauwe bovenkant der bovenste vleugels gouden stippen. Ze komt ook uit de Berbices, (Berbice, Guyana).

 

Naam.

Taenaris urania. Taenarus was genoemd naar Kaap Teanarum op de Peloponnesus, in verschillende vermeldingen wordt hij genoemd als een zoon van Zeus en broer van Calabrus en Geraestus. Die drie broers zouden gezeild hebben naar de Peloponnesus waar Taenarus stichtte een heiligdom van Poseidon bekend als Taenarum. Urania is een van de negen muzen uit de Griekse mythologie. Haar naam betekent 'hemelse'. Ze is de muze van de sterrenkunde, een tak van de wetenschap die in de klassieke oudheid vooral geassocieerd werd met vrouwen. Haar attributen zijn een hemelbol en een schrijfstift.

Evenus gabriela. Evenus is de riviergod, de zoon van Oceanus en Tethys. Hij trouwde met Alcippe, dochter van Oenomaus. In een verhaal wordt hij voorgesteld als sterfelijk mens en verdronk in een rivier die zijn naam draagt terwijl hij de man Idas achternazat die zijn dochter Marpessa ontvoerd had. Of naar Evenus, koning van Lyrnessus, zoon van Selephus, die gedood werd door Achilles toen hij de plaats had overvallen. Gabriela is de vrouwelijke vorm van Gabriel, een van de zeven aartsengelen. Of zo genoemd naar een bekende. Hairstreak.

Panthiades aeolus. Panthiades ? of het moet zijn dat het een synoniem is voor Cycnus, Cygnus: de zoon van Ares en Pelopia, een wrede man die verschillende mensen dood sloeg voordat hij gedood werd door Hercules. Aeolus was een zoon van Poseidon die door Zeus werd aangesteld als de bewaarder van de winden: Boreas de noordenwind, Notos de zuidenwind, Euros de oostenwind en Zephyrus de westenwind. Aeolus hield deze winden opgesloten in een grot en kon ze als hij dat wilde uitzenden om wind te brengen. Aeolus ontmoette Odysseus op de Liparische Eilanden. Hij gaf deze een zak mee, waarin de tegenwinden zaten, zodat Odysseus nooit last van tegenwind zou hebben. De reisgenoten van Odysseus waren echter zo nieuwsgierig, dat ze in de zak keken. De tegenwinden ontsnapten, waardoor Odysseus zijn bestemming nog niet kon bereiken.

 

 

Buitenlandse vlinders.

Plaat 7.

 

Figuur A. B. Amphitrion. (Papilio gambrisius) Deze ongewone dagvlinder behoort tot de Griekse ridders (Equites achivi) en komt uit Amerika. Een dergelijke vindt men bij Albertus Seba, schatk. Iv. tabel 8, figuur 7, 8.

 

Figuur C. D. Pygmaea. (Phaenochitonia tale) Dit dag vlindertje heeft de banden over de ondervleugels beurtelings glanzend donker blauw. Ze behoort volgens de heer Linnaeus onder de bonte Danaussen. Ze is van Suriname.

 

Figuur E. F. Julia. (Brephos decora (Noctua julia) Dit nachtuiltjes heeft de sprieten draadvormig. Het borststuk en de ringen van het achterlijf zijn geel omzoomd en aan de staart gepluist. Dit is een mannetje. De wijfjes hebben dit pluisje niet, maar ze hebben het lichaam dikker net zoals alle wijfjes vlinders. De heer Houttuyn heeft het wijfje afgebeeld in zijn Natuurlyke Historie, I. D. XII. St. Blad 676, pl. 92, figuur 9.

Deze vlinder behoort volgens de rangschikking van de heer Linnaeus onder de nachtuiltjes (Noctuae) ofschoon de heer Houttuyn die te onrecht onder de landmeters plaatst. Men vindt deze aan de Kaap de Goede Hoop.

 

Naam.

Papilio gambrisius, Papilio; Latijn voor vlinder, Nederlands pepel. Onduidelijk, of het moet zijn naar Gambrinus, een legendarische Belgisch koning en uitvinder van het bier.

Phaenochitonia tale. Moeilijk, is wel een samengesteld woord, mogelijk van Latijn phalere; vlinder; en Noctuae, van nox; nacht, naar de zwarte kleur. Zo ook tale.

Brephos decora. Grieks brephos; ongeboren, foetus, of net geboren kind, Lucas 2;12, 16, naar de kleine vorm?. Decora; sierlijk of statig. Decorous red tiger moth.

 

 

 

 

 

 

Buitenlandse vlinders.

Plaat 8.

 

Figuur A. Aurota. (Rothschildia aurota) De Surinaamse spiegeldrager. De heer Linnaeus heeft deze en de grote Chinese spiegeldrager als tot een soort behorende aangemerkt. Doch het verschil is duidelijk gelijk uit deze afbeelding vergeleken met die in de volgende plaat gezien kan worden in figuur A.

Juffrouw M. S. Merian merkt ten opzichte van deze vlinder aan dat de rups (die de bladeren van de China appelboom eet) groen met gele bandjes aan de samenvoeging van de ringen is en op elke ring vier oranje kleurige knopjes heeft [12] als koraaltjes die met haren bezet zijn waardoor die veel overeenkomst heeft met de rups van de grote Europese nacht pauwoog die bij August Rosel Insecten belustigung IV, plaat 15 nr. 23 wordt voorgesteld.

Linnaeus systema naturea XII, pagina 808, nr. 1 Phalaena Attacus Atlas, Merina, Surinaamse insecten, tab 52. Albertus Seba, schatkamer. IV, tabel 57, figuur 5, 6. Houttuyn Natuurlijke Historie I, XI, pahina 484, 1.

 

Figuur B. C. Doris. (Cepheuptychia cephus) Deze dagvlinder behoort vanwege haar korte voorpoten onder de zogenaamde grasvlinders of geoogde nimfen van de heer Linnaeus. (Nymphales gemmati) van onderen zijn de vleugels als met blauw gelakte zilveren banden. Ze is van Suriname en berust in de verzameling van de heer Caspar Stoll.

 

Figuur D. E. Tipha. (Pyrrhogyra neaera) Dit is een vierpotige dagvlinder die de voorste poten kort en ruig heeft. Ze groeit in Suriname.

Linnaeus systema naturea XII, pagina 776, nr. 164. Clerck, Icones insectorum, tabel 32, figuur 3. Edw. Birds tabel 33. Albertus Seba IV, tabel 19, figuur 1, 2, tabel 12 figuur 19, 20 welke laatste een verscheidenheid is, [13] maar de kleuren zijn niet goed beschreven en is ook van boven bruin. Houttuyn, Natuurlijke Historie I. D. XI stuk, pagina 382, nr.170 waar ze Typhus genoemd wordt.

 

Figuur F. G. Laomedia. (Junonia atlites)) Deze Oost-Indische vierpotige dagvlinder is in het werk van de heer Drury zeer fraai afgebeeld. Men vindt onder deze vlinders verschillen waarin de oogvormige vlekken aan de onderkant van de vleugels duidelijker zijn wat gewoonlijk bij de wijfjes gebeurt. Men vindt ze ook in China.

Linnaeus Systema naturea XII, pagina 772, nr. 145. Drury, Insect. I tabel 5, figuur 3.

 

Naam.

Rothschildia aurota. Ze werden wel door liefhebbers gehaald en betaald zoals Rothschild familie zodat er vele soorten en vormen naar hen genoemd zijn. Aurota naar Aurora, de Romeinse godin van de dageraad.

Cepheuptychia cephus. Cepheus met Euptychia, mogelijk van Grieks eu; goed, ptichia; eiland rond Corfu. Grieks Kepheus; tuinman, was de koning van Ethiopi‘. Zijn vrouw was de ijdele Cassiope. Op een dag beledigde zij de Nere•den en zei dat ze nog mooier dan zij was. De zeenimfen waren beledigd en Amphitrite, een van de ca. 50 Nere•den, was getrouwd met de zeegod Poseidon die gevraagd werd Cassiopeia te straffen voor haar opschepperij. Poseidon stuurde een zeemonster, Cetus, naar het rijk van Cepheus en Cassiope om dit aan te vallen en te vernietigen. De kust was al getroffen en om een eind te maken aan al de vernielingen vroeg Cepheus het orakel van Delphi om raad. Ze moesten daarvoor hun dochter Andromeda aan het zeemonster offeren. Die werd aan de rotsen vastgeketend, wachtend op haar dood. Net op tijd kwam de held Perseus die net de Gorgo Medusa had gedood, langs om haar te bevrijden en het monster te verslaan door hem het hoofd van Medusa te laten zien. Cephus blue ringlet.

Pyrrhogyra neaera. Grieks pyrrho; brandend, vurig, gyra; rond draaiend, ook de naam van de Griekse filosoof Pyrrho van Elis. Banded banner. Neaera, nimf in Griekse mythologie, een naam die veel voorkomt.

Junonia atlites. Juno of Iuno was in de Romeinse mythologie de heerseres van de hemelen met haar man Jupiter, de moeder van Vulcanus en Mars. Zij is een godin van het zuivere licht, die licht en daardoor leven brengt, een godin van de vrouwen, een ideaal van een Romeinse matrona, die als koningin op haar verheven troon in de hemel zetelt (Iuno Regina). Zij waakt vooral over de vrouw als echtgenote en als moeder en bijna alles, wat tot haar eredienst behoort, heeft betrekking op haar verhouding tot de vrouwelijke sekse. De aan haar gewijde feest noemde men Junonia, avis Junonia is de pauw, Junonia rosa is de roos. Atlites is een van de zonen van de koning Aegyptos die van de Dana•de Europe in de bruidsnacht gedood werd, zie Danaus. Gray of grey pansy.

 

 

Buitenlandse vlinders.

Plaat 9.

 

Figuur A. Atlas. (Attacus atlas) Deze mooie grote nachtvlinder wordt in China gevonden waar ze gewoon lijkt te zijn want in de kistjes die men hier met Chinese vlinders vindt uit dat landschap vindt men gewoonlijk twee of meer van deze spiegeldragers. Men vindt mannetjes en wijfjes die naast de grote hoornachtige vlekken nog zoŐn kleine vlekje hebben in plaats van het zwarte vlekje wat men in deze dicht bij de buitenrand ziet. De mannetjes zijn altijd kleiner en [14] hebben de sprieten meer gepluimd dan de wijfjes. Het lijf van deze vlinders is ongemeen klein in vergelijking met de vleugels.

Linnaeus systema naturea XII, pagina 808, nr.1, Phalaena Attacus. Knorr. Nat. Select.tabel C. 4, nr. 1. Albertus Seba, schatkamer IV. Tabel 57, nr. 2, 3. Petiver Gazophyl. Tabel 8, figuur 7.

 

Figuur B. C. Similis. (Graphium leonidas) Door de lengte van de opperste vleugels van de grondsteun naar de tip zou deze dagvlinder tot de Griekse ridders van de heer Linnaeus moeten gebracht worden. Meest alle deze vlinders hebben naar de rand van de bovenste vleugels een zenuw meer dan de geoogde grasvlinders en die welke maar vier poten hebben. Zulke die de bovenvleugels zo lang hebben zijn bijna alle zespotige. Deze woont in China en Java.

Linnaeus syst, XII, pagina 782, nr.193. Nymphales Phalerati Clerck, Icon, Insect. Tabel 16, figuur 3. Houttuyn Natuurlijke Historie I. D. Blad 332, nr. 128.

 

Naam.

Attacus atlas; Latijn; van Attica, bij Athene. (Saturnia atlas), Atlas was een van de reuzen die in de Griekse mythologie het hemelgewelf op zijn schouders droeg. De atlas geldt als de grootste van alle vlinders. Atlas moth, Duitse Atlasspinner. Een eetbaar insect in Leviticus 11;22.

Graphium leonidas, Grieks graphia; schrijven, naar de tekens op de vleugels. Leonidas I was rond 490 tot 480 v.Chr. koning van Sparta. In de Griekse geschiedenis behaalde hij een legendarische heldenstatus nadat hij met 300 Spartaanse keursoldaten in de slag bij Thermopylae ocht tegen het grote invasieleger van koning Xerxes I. Veined swordtail, veined swallowtail of common graphium.

 

 

Buitenlandse vlinders.

Plaat 10.

 

Figuur A. B. Hypolitus. (mannelijk) (Troides hypolitus) Deze uiterst mooie dagvlinder komt in gestalte veel overeen met een vlinder die onder de naam van Priamus bekend is. Ze heeft de sprieten die naar het eind [15] toe dikker toelopen en niet geknot. Dit is een mannetje. Op plaats 11 figuur A is het wijfje afgebeeld. Ze behoort tot de afdeling der Griekse ridders en woont in Ambon.

Albertus Seba, schatkamer IV. D. Tabel 46, figuur ii., 12.

 

Figuur C. D. Herse. (Chloreuptychia herseis) De vleugels van deze vierpotige dagvlinder zijn dun en bijna doorschijnend met een blauwe weerschijn die aan de bovenkant naar het paarse trekt. Ze behoort tot de grasvlinders of geoogde nimfen (Nymphales gemmati) en is uit de verzameling van de heer Caspar Stoll. Ze woont in Demerarie en Suriname.

 

Figuur E. Ilyrias. (Eulepidotis ilyrias) Aan de laatste ring van het achterlijf heeft deze nachtvlinder of uiltje een geelachtig pluisje wat de mannetjes van de meeste nachtvlinders eigen is. Van onder zijn de vleugels effen en van dezelfde kleur als het pluisje van de aars. De sprietjes zijn gepluimd. Ze woont in Suriname.

 

Figuur F. Manto. (Euclystis manto) Deze nachtvlinder met draadvormige sprieten is een wijfje. Onder meest alle Europese nachtvlinders die de vleugels zoals deze hoekig hebben vindt men de mannetjes met gepluimde sprieten. Van onder is deze effen bruin, maar van een blekere kleur dan aan de bovenkant. Volgens de rangschikking van de heer Linnaeus [16] behoort ze onder de landmeters (Geometrae) en is naast de voorgaande uit de verzameling van de heer Caspar Stoll getekend. Haar woonplaats is in Suriname.

 

Naam.

Troides hypolitus, Tro•los, Tro•lus, Troilos of Troilus, is de vijfde en jongste zoon van Priamus en Hekabe van Troje, broer van Hektor, Paris, De•phobus, Helenus, Creźsa, Cassandra en

Polyxena. Hij was verliefd op Briseis en was erg bedroefd toen Briseis naar haar vader in het Griekse kamp werd gestuurd. Hippolytus; paardenbevrijder, was de zoon van Theseus en Antiope.

Chloreuptychia herseis, (Godart) Chloris; groengeel, euptychia; eu; goed, ptichia; eiland rond Corfu, Herseis, Latijn haeresis; school van gedachten, filosofisch, Grieks hairesis; voor jezelf kiezen, keuze, voorstel. GodartŐ s blue ringlet.

Eulepidotis ilyrias, Mogelijk een samengesteld woord, van eule; uil, Grieks pedotes, pedon; voet, pidjotis; sturen; een piloot. Illyria, Illyri‘, bij Thraci‘, westelijke Balkan die door Alexander de Grote in 336 v. Chr. veroverd werd. Illyrius, zoon van Cadmus en Harmonia die heersten over Illyria. Ilyrias gem.

Euclystis manto, Grieks eu; goed, (zie Clystea) clystis of Clyton was een zoon van Pallas, die de derde zoon was van Pandion. Manto, profetes, dochter van de Thebaanse ziener Tiresias en de moeder van Mopsus die ze won bij Tiberinus die de stad Mantua stichtte die hij naar haar noemde.

 

 

Buitenlandse vlinders.

Plaat 11.

Zie Danaus, dochters van Atlantia of Phoebe, Rhode, werd aan Hippolytus gegeven.

 

Figuur A. B. Hippolytus. (wijfje) (Troides hypolitus) Deze heeft de tekening tussen de aderen op de bovenvleugels en zowel aan de boven als onderzijde witter dan het mannetje op de voorgaande plaat. De zwarte vlekken op het lijf zijn bijna de helft kleiner. Ze komt uit Ambon.

Albertus Seba. Schatkamer IV, deel, tabel 46, figuur 19, 20.

 

Figuur C. D. Hesione. (Orsotriaena medus medus) De witte dwarsstreep en de gele en blauwe ringen om de oogvormige vlekken op de bruine grond aan de onderkant van de vleugels geven aan deze vlinder een bijzonder sieraad. Ze behoort onder de geoogde nimfen (Nymphales Gemmati) volgens de heer Linnaeus. Ze berust in de verzameling van de heer Caspar Stoll en woont in Suriname.

 

Figuur E. F. Odites. (Juditha odites odites) Deze dagvlinder heeft de vleugels rond en zou dus onder de bonte Danaussen behoren. Ze komt van Suriname.

Albertus Seba, schatkamer IV, tabel 35, figuur 17, 18.

 

Naam.

Troides hypolitus, Tro•los, Tro•lus, Troilos of Troilus, is de vijfde en jongste zoon van Priamus en Hekabe van Troje, broer van Hektor, Paris, De•phobus, Helenus, Creźsa, Cassandra en Polyxena. Hij was verliefd op Briseis en was erg bedroefd toen Briseis naar haar vader in het Griekse kamp werd gestuurd. Hippolytus; paardenbevrijder, was de zoon van Theseus en Antiope.

Orsotriaena medus medus, onzeker, wel een samengestelde naam, orson, Frans ourson, Latijn ursus; beer, Grieks triaena; drietandig.

Medus was de zoon van Medea, meestal wordt aangenomen dat Aegeas de vader was maar Hesiodus stelt dat het Jason was en Cheiron hem opvoedde. Hij werd verdreven naar Colchis met zijn moeder waar haar vader Aeetes koning was en nu zijn broer Perses regeerde. Perses nam hem gevangen om zijn troon te beschermen en om hem te bevrijden nam Medea een priesteres gevangen en wilde Perses offeren om de goden gunstig te stemmen omdat er toen een plaag heerste in Colchis. Perses werd vervolgens door het offer mes van zijn moeder of Medus gedood. Medus kwam aan de macht en toen hij een naburig land veroverde werd het Media genoemd ter eren van hen beiden. The nigger met nu een nieuwe naam van smoooth eyed bushbrown.

Juditha odites odites, van Judith, een persoonsnaam, wel van de vrouw van of dochter? Of van Hebreeuws Yehudit; ze zal geprezen worden, of vrouw uit Judea. Odites metalmark. Odites, een centaur die geslagen werd door Clymenus bij het huwelijk van Perseus.

 

 

 

Buitenlandse vlinders.

Plaat 12.

 

Figuur A. B. Meander. (Archaeoprepona meander meander) De heer Linnaeus heeft een vierpotige dagvlinder onder zijn Griekse ridders met de naam van Demophon gegeven die met deze volmaakt overeen komt. Maar het verschil is te groot aan de onderkant om die voor hetzelfde soort te houden. Op de volgende platen zal ik de Demophon met enige anderen die gelijk aan de onderkant verschillend zijn afbeelden. Ze komen van Suriname.

 

Figuur C. Scylla. (Catopsilia scylla)Deze mannetjes dagvlinder is een witte Danaus (Danaus candidus). De wijfjes hebben de zwarte rand boven aan de top breder en de vlekken aan de onderrand van de achterste vleugels groter. Ze komt van Batavia.

Linnaeus, systema naturea XII, pagina 763, nr. 95. Dan. Cand. Houttuyn Natuurlijke Historie 1ste deel, XI hoofdstuk blad 256, plaat 88, figuur 5.

 

Figuur E. F. Iole. (Vanessa virginiensis) Sinds enige jaren is deze dagvlinder bekend geworden onder de naam van Nieuwe Jorkse Distelvink ter onderscheiding van een vlinder waarop ze in gestalte en kleur wat lijkt. De distelvink namelijk die niet alleen in Europa aanwezig is maar ook aan Kaap de Goede Hoop, te Smyrna en mogelijk overal waar distels [18] groeien. Deze verschilt niet alleen in tekening en plaatsing van de vlekken maar voornamelijk in de grote ogen aan de onderkant van de onderste vleugels. De voorste poten van deze geoogde nimf zijn kort en ruig en maken als een polis aan de borst. Ze leeft in N. Amerika, te New York, Virginia, Maryland en Jamaica.

Drury, Insect. 1 tabel 5, figuur 1. Petiver Gazophyl. Tabel 33, folio 5.

 

Figuur G. H. Salome. (Eurybia nicaeus) Van deze vierpotige dagvlinder is een verscheidenheid waarin de vierkante vlekken in het midden van de vleugels ontbreken. Dit is een wijfje. Waar hier het achterste gedeelte van de ondervleugels rood zijn vindt men bij het mannetje askleurige. Van boven hebben de vleugels een donker blauwe weerschijn. Ze is een van de bonte Danaus vlinders en woont in Suriname.

 

Naam.

Archaeoprepona meander meander, Archeo; oud, prepona; van pre; daarvoor, pona; gezicht, naar de vlekken of van wat men met de vingertoppen voelen kan? Meander; vloeiend in draaiende beweging. De meander prepona of three toned prepona.

Catopsilia scylla, Grieks kato; bodem, psilos; kaal, onbehaard. Skylla of Scylla was een van de kinderen van Phorcys en Ceto. Scylla was een knappe nimf maar toen Glaucus haar de liefde verklaarde, veranderde Circe haar uit jaloezie in een monster met de romp en het hoofd van een vrouw, maar uit haar zij groeiden zes hondenkoppen met daarin drie rijen tanden, zij had twaalf poten en haar lichaam eindigde in een vissenstaart. Zeelui die Scylla passeerden, moesten oppassen dat ze niet in de draaikolk van Charybdis terechtkwamen; Charybdis was een zeemonster dat tegenover Scylla huisde. Scylla kon zo mooi zingen zodat de zeelui daardoor betoverd werden en in de Charybdis terecht kwamen. Odysseus stopte de oren van zijn bemanning dicht en hijzelf werd vastgebonden en wat hij ook zei, ze mochten hem niet losmaken.

Een andere Scylla was in de Griekse mythologie de dochter van koning Nisus van Megara, een stad in Attica op het Griekse vasteland. Ze werd verliefd op de vijand, verloochende haar land en werd gestraft door een metamorfose in een vogel. Orange migrant of orange emigrant.

Eurybia nicaeus, Eurybia, Grieks eurys, wijdt, baios, een paar, mogelijk naar de uitstaande antennes. Eurybia was de dochter van Pontus en Gaea. Met de titaan Crius kreeg ze drie kinderen, Astraeus, Pallas en Perses. Plinius vermeldt de geboorte van de geweldige bokser Nicaeus wiens moeder uit overspel verkregen was bij een Ethiopi‘r, dat naar de witte en zwarte tekening.

 

 

Buitenlandse vlinders.

Plaat 13.

 

Figuur A. Semiramis. (Copiopteryx semiramis) We geven hier de afbeelding van een nachtvlinder die tot de Atlas soorten behoort waarvan mogelijk nog geen exemplaar in de kabinetten van de liefhebbers te vinden is. Ze heeft gepluimde sprieten en een bijna onzichtbare zuiger. Door het haarachtige pluis aan het achterlijf blijkt dat dit een mannetje is die onder de nachtvlinders of uiltjes als een algemeen kenmerk aangenomen kan worden. De halve maanvormige en driekantige witte vlekken op de bovenvleugels als mede de ronde op het midden van het achterste zijn hoornachtig en doorschijnend even als de vlekken op de vleugels der zogenaamde spiegeldragers. De ongewone lange staarten aan de onderste vleugels zijn zo smal en zacht zodat men zich moet verwonderen dat de vlinder die in het vliegen niet beschadigt en bovendien nog zo ongeschonden bewaard kunnen worden. Van onderen is in de kleur van de wieken weinig of geen onderscheid. Deze zeer zeldzame vlinder is te Suriname op de plantage Zoelen gevangen op het suikerriet en berust thans met de naast gelegen die op deze plaat afgebeeld zijn in de uitmuntende verzameling van de zeldzaamste insecten van de hoog geboren heer Baron Rengers. [20]

 

Figuur B. Latona. (Cyligramma latona) Deze nachtvlinder (Phalaena Noctua) heeft de sprieten draadvormig en een opgerolde zuiger. Van onderen verschillen de vleugels weinig in kleur en tekening met de bovenkant. Ze komt van de kust van Guinee.

 

Figuur C. Ophisa. (Euplocamus ophisa) Deze ongewone uil behoort volgens de heer Linnaeus onder de zijdenspinners. (Bombyces) Het heeft een kleine zuiger. Van onderen zijn de vleugels alle zwart van kleur. De woonplaats is te Constantinopel.

 

Figuur D. Polymena. (Euchromia polymena) De heer Linnaeus heeft deze bastaard onrustvlinder onder de naam van Polymena opgegeven. De sprieten zijn gepluimd. De goudgele vlekken op de vleugels zijn doorschijnend. Het lijf is met rode en blauwe glanzend banden gesierd. Men vindt die aan de kust van Guinee.

Linnaeus systema naturea XII, pagina 806, nr. 40 (Sphinx Polymena) Drury Insect. tom. 1. Plaat 26, figuur 1.

 

Figuur E. F. Bellona. (Archronias brassolis brassolis) Deze gestrekte of Parnasvlinder (Papilio Heliconius) is een vierpotige vlinder die de voorste poten kort en zonder nagel heeft. Ze komt van Suriname.

 

Naam.

Copiopteryx semiramis. Copio; Latijn copia; kopie, afdruk; dubbel, Grieks pteryx; vleugel. Semiramis was volgens de legende de dochter van de godin Derketo. Ze zou de echtgenote geweest zijn van koning Ninus. Vele monumenten uit het Nabije Oosten werden aan haar toegeschreven, zoals de hangende tuinen van Babylon. Een van haar afbeeldingen, een sculptuur waar zij haar onbevlekt kind Tammuz op haar arm heeft toont veel overeenkomsten met de maagd Maria.

 

 

Buitenlandse vlinders.

Plaat 14.

 

Figuur A. Ascanius. (Parides ascanius) Deze mooie page heeft de vleugels aan de onderkant van [21] dezelfde kleur als aan de bovenkant. Aan de borst tussen de zes poten zijn aan weerszijden vijf rode vlekken van de kop tot aan het achterlijf. Het heeft dus de kenmerken die de heer Linnaeus aan de Trojaanse ridders toekent. Ze komt van Rio de Janeiro aan de kust van Brazili‘ en is getekend uit de verzameling van de zeer eerwaarde heer Alberti.

 

Figuur B. C. Niphe. (het wijfje) (Argynnis hyperbius) Hoe mooi de Europese vlinders die met parelmoer vlekken pralen ook mogen zijn zo kan echter deze Chinese met recht voor niet minder fraai gehouden worden. De twee voorste poten zijn kort gelijk in alle vlinders die uit gedoornde rupsen voortkomen.

Linnaeus systema naturea XII, pagina 785, nr. 208, Nymphales Plahl Niphe. Drury Insect. I, plaat VI, figuur I. Daubenton, planch. enlum. 93, nr. 1, 2. Le Leopard de la Chine.

 

Figuur D. E. Niphe (het mannetje) (Argynnis hyperbius) Ofschoon de boven vermelde niet geoogde nimf vlinder door haar kleur en de witte band aan de tippen van de bovenste vleugels van deze verschillend is komen ze echter bijna in alle andere vlekken en tekening met elkaar overeen. Onder de meeste zogenaamde parelmoer vlinders en meer andere soorten zijn de mannetjes vaak, het zij door de kleur of grotere of kleinere vlekken, [22] van de wijfjes verschillend. De heer Drury heeft deze als een bijzondere soort aangemerkt en die op de bij het wijfje aangehaalde plaats VI figuur 2 afgebeeld en Argynnis genoemd. Ze wonen in China.

 

Figuur F. G. Palaeno. (Colias palaeno) Deze dagvlinder wordt in alle vier werelddelen gevonden. Ze is vrij algemeen in Europa. Ik heb er in mijn verzameling die uit Jamaica gekomen is. De heer Pallas zegt er een menigte op verschillende plaatsten tijdens zijn reizen gevonden te hebben. De wijfjes hebben de vleugels zelden zo geel van kleur als die van het mannetje maar zijn gewoonlijk roomkleurig. Deze is van Kaap de Goede Hoop gezonden.

Linnaeus, systema naturea XII, pagina 764, nr.99 Dan. Cand. Palaeno. Pallas reis door verschillende provincies van het Russische rijk, I, th. Pagina 40 etc.

 

Naam.

Parides ascanius. Parides kan natuurlijk afgeleid zijn van het paradijs, Grieks paradeisis; park. Ascanius was een legendarische koning van Alba Longa en de zoon van Aeneas, de zoon van de godin Venus en Creusa, dochter van Priamus uit Troje. Hij is de oudervader van Romulus en Remus en het geslacht Julia. Fluminense swallowtail.

Argynnis hyperbius. Argynnis, Griekse vrouwennaam, ze was een mooie vrouw die bemind werd door Agamemnon die om haar te herinneren aan haar ondergang een tempel ter hare eer oprichtte die later een bestemming voor pelgrims werd om Aphrodite te gaan aanbidden. Op die manier werd de naam Argynnis verbonden met de godin van schoonheid, liefde. Hyperbius, zoon van Aegyptus die trouwde en gedood werd door Celaeno of door Eupheme, zie Danaus. Er zijn er echter meer met die naam als de zon van Ares die als eerste een dier gedood zou hebben. Indian hyperbius, indian fritillary.

Colias palaeno, Colias is een bijnaam van Athene die een beeld had aan de kust van Colias. Aristophanes en Strabo plaatsen een heiligdom van Aphrodite Colias in de buurt van Anaphlystus. Palaeno, Palaemin of Palaemon was een Griekse jonge zee - god die met zijn moeder Leukothea de zeilers in nood te hulp kwam. Hij was oorspronkelijk een sterfelijk kind genaamd Melikertes (Melicertes) van wie de ouders de toorn van Hera kregen toen ze op verzoek van Zeus 'bevorderden de jonge god Dionysus. Zijn vader werd in een moorddadige razernij gedreven door Hera en vermoordde Palaemon 's broer of zus. Ino vluchtte met Melikertes in haar armen nadat ze haar andere kind had gedood en op de vlucht sprong ze van de rotsen in de zee. Er het paar werd omgevormd tot zee - goden en kregen de namen Palaimon en Leukothea. Palaimon wordt afgeschilderd in de Grieks -Romeinse moza•eken als ofwel een dolfijn berijdende jongen of een vis gestaarte Triton - kind. Of van Celaeno, naam van een van de 50 dochters van Danaus. Veenluzernevlinder, veengeeltje, moorland clouded yellow, palaeno sulphur of pale arctic clouded yellow. 

 

 

Buitenlandse vlinders.

Plaat 15.

 

Figuur A. B. Rhetenor. (Morpho rhetenor) De heerlijke luister waarmee deze bijzondere Griekse ridder vlinder praalt overtreft ver de glans van het mooiste blauwe satijn. Geen penseel, hoe zeer ook door de kunst bestuurd, is bekwaam om met de mooiste kleuren die schitterende weerschijn te schilderen die naar [23] mate men de vlinder naar het licht toe keert in paars, groen en weer in helder of donker blauw verandert. De liefhebbers noemen deze de blauwe gestrekte satijn vlinder ter onderscheiding van de Menelaus of gewone blauwe satijn vlinder omdat die de vleugels ronder heeft dan deze en niet zo langwerpig. Het behoort onder de vierpotige dagvlinders en leeft in Suriname.

 

Figuur C. D. Cynara. (Macrodes cynara) De vleugels van deze fraaie spanrups vlinder (Phalaena Geometra) hebben een mengeling van leuren evenals de mooiste agaat. De sprieten zijn draadvormig en ook heeft ze een opgerolde zuiger. Ze leeft in Suriname en berust met de twee volgende in de talrijke verzameling van in en buitenlandse insecten van de heer Caspar Stoll.

 

Figuur E. Arne. (Eudmoe arne) De heer Linnaeus heeft onder de naam van Pellex een nachtvlinder opgegeven die met deze enige overeenkomst schijnt te hebben. Ze verschillen onderling daarin dat die van de heer Linnaeus de ondervleugels in het midden wit heeft waar deze aan de buitenste tippen er van een wit vlak heeft. Van onderen is dit uiltje van dezelfde kleur als de afbeelding aan de bovenkant uitwijst. De sprieten zijn draadvormig en heeft een zuiger. De poten zijn bruin en met roze kleurige haartjes bezet. Men vindt die in Suriname.

Linnaeus systema naturea XII, Phalaena noctuae pagina 838, nr. 104, Pellex.

 

Figuur F. Umber. (Pseudapistosia umber) Deze Surinaamse nachtvlinder heeft de sprieten met haartjes bezet. De vleugels zijn smal die ze in een rustende stand om het lijf geslagen heeft evenals de motjes gewoonlijk dragen. Het donker gele vlekje tussen de ogen en het geheel gevlekte achterlijf geven aan de donkerbruine kleur van dit uiltje een aardig aanzien. Van onderen is de kleur eveneens geheel bruin behalve dat het lijf daar geheel bruin is en de borst aan weerszijden met twee gele vlekjes bezet is.

 

Naam.

Morpho rhetenor, Morpho of de sierlijk geschapene verschijnt als een bijnaam van Aphrodite. Ze wordt afgebeeld in een zittende houding met haar hoofd bedekt en haar voeten geketend, bij Pausanias. Beter lijkt het me afgeleid van Morpheus; de vormgevende, is ŽŽn van de Griekse goden van de dromen. Morpheus' Romeinse vorm is Somnia. Zijn vader Hypnos is de god van de slaap. Zijn broers waren Icelus en Phantasos, fantasie. Morpheus kon de vorm aannemen van elk mens en verscheen in iemands dromen als de geliefde van die persoon. Waar zijn broers respectievelijk realistische, angstige en fantastische dromen gaven, zorgde Morpheus speciaal voor de dromen van helden en koningen. Daarom wordt Morpheus vaak, zijn broers negerend, 'de Griekse God van de Droom genoemd'. Morpheus woonde in een donkere grot, versierd met papavers. Morfine. Rhetenor was een begeleider van Diomedes en veranderde in een reiger door Venus.

Macrodes cynara. Macrodes, Grieks macro; groot, des; achtig. Cynara. Een Egyptische koning beschreef dat hij bij een veldtocht in Libi‘ de wilde distel, kinara, verzamelde. Grieks kynara of kynaros, soort artisjok genoemd naar het Ege•sche eiland Kinara. Maar de Griekse naam Kynara betekent ook as, naar de grijze kleur van de vlinder.

Eudmoe arne, Eudmoe, Grieks eu; goed, dmos; bediende. Hźbner geeft zelf op Eudmoen of Eudmoae, maar geeft geen verklaring.
Arne is meestal een naam voor arend wat hier onwaarschijnlijk is omdat het een kleine nachtvlinder is. De naam Arne was een toponiem die gebruikt werd voor archa•sche steden in Griekenland en voornamelijk in Boeti‘ en Thessali‘. Daarom werden vrouwe Arne genoemd waarschijnlijk naar hun uitspraak van deze steden of archa•sche bevolking. Volgens de legende ontleende Griekse steden hun naam aan Arne, een nimf en dochter van koning Aelous die geregeerd zou hebben in Aeolia. 

Pseudapistosia umber, Pseud; vals, apistosai; trouweloos. Umber, bruin pigment, van Latijn umbra; schaduw, of van Umbra; behorend tot Umbri‘, regio in Itali‘ van waaruit de kleur eerst kwam.

 

 

Buitenlandse vlinders.

Plaat 16.

 

Figuur A. B. Archippus. (Danaus plexippus plexippus) Dit is een van de zeldzaamste onder de kaneelkleurige niet geoogde nimf vlinders. Ze bedient zich slechts van vier poten om mee te lopen. De voorste zijn gelijk voelers, kort en zonder nagels. Ze leeft in het eiland Jamaica en N. Amerika.

 

Figuur C. D. Androgeus. (Papilio androgeus) Volgens de rangschikking van de heer Linnaeus zou deze onder de Trojaanse ridder vlinders behoren. Van boven zijn [25] de onderste vleugels en een gedeelte van de bovenste aan de beneden rand glanzend donker groen. Ze komt van Suriname.

 

Figuur E. F. Marmorides. (Letis marmorides) De sprieten van deze nachtvlinder (Phalaena Noctua) zijn draadvormig. Ze heeft een opgerolde zuiger. De mannetjes hebben aan de staart een haarachtig pluis wat bij de wijfjes ontbreekt. Ze leeft in Suriname.

 

Naam.

Danaus plexippus, zie Danaus. Plexippus of Plexippos die met Amphicomone, een van de 50 dochters trouwde. Of beter van Plexippus, kleinzoon van Agenor, broer van Althaea. Hij nam del aan de jacht op wilde zwijnen van Calydon en was boos dat de prijs was gegeven aan Atalanta door Meleager die hij vervolgens doodde. Monarchvlinder; koningsvlinder, een naam gegeven van Europese protestanten die naar Amerika emigreerden om aan vervolging van katholieken te ontkomen. De kleur deed hen denken aan Willem II van Oranje die in 1688 koning van Engeland werd. Zijn bijnaam was king billy. Monarchfalter, monarch butterfly, milkweed, common tiger, wanderer en black veined brown.

Papilio; Latijn voor vlinder, Nederlands pepel.

Papilio androgeus, Androgeus of Androgeos, zoon van Minos en Pasiphae. Hij zou deelgenomen hebben aan de Panatheense spelen en won alles waarop hij naar Thebe werd verwezen om aandeel te nemen ter eren van Laius maar werd in een hinderlaag gelokt en gedood door zijn concurrenten. Bij Virgilius was hij een Griekse soldaat die in Troje Aeneas en zijn mensen voor een Griekse bende aanzag en die dat moest betalen met zijn leven. Androgeus swallowtail, queen page.

Letis marmorides, Letis, Leto "de verborgene" een dochter van de Titanen Koios en Phoibe. Zeus trouwde met Hera terwijl Leto van hem in verwachting was en verwekte bij haar Apollo en Artemis. Zij werd door Hera uit de Olympus verdreven en niemand wilde haar bij zich laten blijven uit vrees voor Hera. Ze liet de draak Python haar achtervolgen. Zeus redde haar door de noordenwind, Boreas, te sturen om haar uit de zee te redden naar het eiland Delos. De andere godinnen hielpen haar daar met de bevalling. Hera liet Leto lijden bij de geboorte van Apollo doordat ze de godin van de bevalling, Eileithya, vast hield, Iris lukte het om haar in Delos te brengen. Ze beviel eerst van Artemis en na nog negen dagen van Apollo. Daarna vluchtte ze naar Lyci‘ waar de boeren haar tegen hielden om van de bron te drinken waardoor ze hen in kikkers veranderden. Marmorides, naar Marmora aan de Adriatische kust, marmer, ides; achtig.

 

 

Buitenlandse vlinders.

Plaat 17.

 

Figuur A. B. Pasithoe. (Delias pasithoe) Onder alle dagvlinders die de vleugels langwerpig en smal hebben en die men om deze reden gestrekte vlinders noemt is me er nog geen met zes poten voortgekomen maar allen hebben de twee voorste poten kort en zonder nagels. Ze woont in Suriname en de Berbices, (Berbice, Guyana).

Linnaeus systema naturea XII, pagina 744, nr.53. Papilio Helicon, Pasithoe. Houttuin Natuurlijke Historie 1, D. XI, st. blad 231, plaat 88, figuur 2.

 

Figuur C. D. Dolicaon. (Eurytides dolicaon) Deze bijzondere page wordt zeer zelden in de kabinetten van de liefhebbers gevonden. Ze leeft in Oost-Indi‘.

 

Figuur E. F. Dardanus. (Xanthocastnia evalthe evalthe) Bij deze dagvlinder die tot de bonte Danaiden behoort eindigen de sprieten op dezelfde manier als bij de Dedalus. (plaat 1, figuur [26] A. B.) Men noemt deze soort in Suriname bos vlinders omdat ze daar alleen in het diepe bos gevangen worden. De vleugels hebben aan beide zijden mooie groene weerschijn. Het lijf van deze vlinders is naar mate van de grootte der vleugels zeer dik. De zes poten zijn aan de binnenzijde als gedoornd.

 

Naam.

Delias pasithoe. Delius en Delia, bijnamen van Apollo en Artemis zijn afgeleid van het eiland Delos, hun geboorteplaats, zie Letis. Ook voor andere goden die in Delos werden aanbeden. Bij Hesiodus komt ze voor; en van Nereus en rijk behaarde Doris, de dochter van Oceanus en Tethys, de perfecte rivier werden geboren kinderen die lang onder de mooie godinnen waren, Ploto, Eucrante, Sao en Amphitrite, Eudora en Thetis, Galene en Glauce, Cymothoe, Speo, Thoe en de mooie Halie en Pasithoe; de zeer snelle É.er waren er 3000. Redbase Jezebel.

Eurytides dolicaon, Grieks eurys; breed, ides; achtig. Dolichaon, was een vriend van Aeneas in de Romeinse mythologie. Dolicaon kite swallowtail.

Xanthocastnia evalthe, Xantho; geel, castnea; kastanjeachtig, de twee kleuren, evalthe is zo genoemd door de handelaar Friedrich Wilhelm Niepelt waarschijnlijk naar zijn vrouw of kennis, net zoals de naam Lycorea eva.

 

 

Buitenlandse vlinders.

Plaat 18.

 

Figuur A. B. Icarus. (Castnia invaria volitans) Deze bijzondere bonte Danaus vlinder heeft de zes poten met sterke nagels bezet. Uit het puntige uitsteeksel van de leg ziet men dat dit een wijfje is. Als men de vlinder met het achterlijf naar het licht keert en die wat schuin draait dan vertoont de gehele oppervlakte een uiterst heerlijke groene weerschijn. Ze komt van Suriname en is naast de andere op deze plaat getekende vlinders getekend uit het kabinet van ze hoog geboren heer baron Rengers.

 

Figuur C. Merops. (Ergavia merops) De aardige mengeling van kleuren op de vleugels van deze spanrups vlinder is aan de onderkant weinig flauwe van tekening. De sprieten zijn draadvormig. Ze leeft in Suriname.

 

Figuur D. Milete. (Ophthalmis milete) De sprieten van deze nachtvlinder zijn draadvormig. Het is een [27] mannetje en vanwege het dunne en lange achterlijf schijnt zender spanrupsen vlinders te behoren. Ze komt uit N. Amerika.

 

Figuur E. No‘ma. (?) Dit Surinaamse uiltje heeft de sprieten met dunne haartjes bezet, daarom moeten de sprieten van het mannetje meer gepluimd zijn. De zuiger is kort. Van onderen is de kleur van de vleugels effen grauw evenals het lijf van boven. Volgens het samenstel van de heer Linnaeus behoort die tot de zijdenspinners (Phalaenae bombyces)

 

Figuur F. Hiarbas. (Nyctus hiarbas) Deze dagvlinder behoort onder de dikkoppen (Papilio Plebeji urbicola) Van onderen hebben de vleugels een paarskleurige weerschijn en de aderen vertonen zich duidelijker dan aan de bovenzijde. De donker gele vlekken op de bovenvleugels zijn enigszins doorschijnend. Ze leeft in Suriname.

 

Naam.

Castnia invaria volitans, kastanjeachtig, zie Xanthocastnia. Invaria; in; niet, variant, geen variant, volitans; rond vliegen, beweeglijk.

Ergavia merops. Ergavica of Ergavia was een edele en machtige stad van de Vascones, mogelijk Alcaniz-Burgos een stad van Aragon bij Toledo en Cuenca. Merope was een van de zeven Plejaden, ster nimf dochters van de titan Atlas en Pleione. Ze trouwde met de goddeloze koning Sisyphos (Sisyphus) en was stammoeder van de Korinthische en Lycische) koninklijke families. Van Merope werd gezegd dat ze zich zo schaamde over de misdaden van haar man dat ze haar gezicht verborg onder de sterren van de hemel en zo verdween de zevende ster van de Plejaden uit menselijk gezicht. 

Ophthalmis milete, Opthalmis; Latijn opthalmicus, Grieks ophthalmikos; behorend tot het oog, opthalmos; oog. Milete of Miletus was een oude Griekse stad aan de westkust van Cari‘, Anatoli‘.

Nyctus hiarbas, Nyctus maakte Antiope zwanger die naar Cadmeia vluchtte en Nyctus pleegde zelfmoord.

Dido (afkomstig van het Griekse Deido = zwerfster, vanwege haar vele zwerftochten) stamde af van Agenor en was uit haar land Tyrus gevlucht en kwam in N. Afrika. Daar regeerde koning Hiarbas in het gebied waar zij toen terechtkwam. Die stond haar daar toe een stuk grond in gebruik te nemen zo groot als zij met een runderen huid kon omtrekken. Dido sneed daarop een huid in zeer smalle repen, legde deze reepjes achter elkaar en kon op die manier een aanzienlijk gebied voor haar stad veroveren. (latere Carthago) Toen de koning haar een aanzoek deed weigerde ze beleefd; ze was immers een weduwe en wilde haar overleden man trouw blijven.

Castnia invaria volitans, Castnea; kastanjeachtig, zie Xanthocastnia. Invaria; in; niet, variant, geen variant, volitans; rond vliegen, beweeglijk.

 

 

Buitenlandse vlinders.

Plaat 19.

 

Figuur A. B. Nestor. (Morpho menelaus menelaus) Juffrouw Merian die deze vlinder afbeeldt zegt in de daarbij gevoegde beschrijving dat de rups in West-Indi‘ zich op de granaat appelbomen ophoudt. Deze vlinder heeft de twee voorste poten kort en zonder nagels. Ze leeft in Suriname. [28]

Linnaeus systema naturea XII, pagina 752, nr. 40. Papilio Equites achivi. Merian, Surinaamse insecten, tabel IX, figuur 1,2. Albertus Seba schatkamer I, tabel 43, figuur 23, 24.

 

Figuur C. D. Orithya. (Junonia orithya) Deze fraaie geoogde nimf vlinder heeft de voorste poten kort en ruig. De afbeelding is naar een wijfje gemaakt. De mannetjes hebben de onderste vleugels geheel glanzend blauw maar aan het gewricht fluweel zwart en de oogvormige vlekken zijn meestal veel kleiner dan in de wijfjes. Ze komen van Batavia en China.

Linnaeus systema naturea XII, pagina 770, nummer 137. Papilio Nymphales gemme Edw. Nat. History of birds, tabel 26. Houttuin Natuurlijke Historie I. D. XI st. blad 286, nummer 94, tabel 89 figuur 2. August Rosel Insecten belustigung, IV, tabel 6, figuur 2. (het mannetje) Albertus Seba schatkamer IV, tabel 5, figuur 13, 14, tabel 14, figuur 15, 16, tabel 22, figuur 5. 6.

 

Figuur E. F. Aureum. (Polygonia c-aureum.) Aan de beneden zijde van de onderste vleugels heeft deze dagvlinder een zilverachtig teken dat naar een C zweemt en met een dergelijke stip eronder. Voor het overige heeft ze veel overeenkomst met de vlinder die op plaats 5 figuur E is afgebeeld. Ze schijnt dezelfde met die welke de heer Linnaeus onder deze naam heeft opgenoemd. [29] als uit China afkomstig. Deze is me echter uit Jamaica gezonden.

Linnaeus systema naturea XII, pagina 778, nummer 169. Papilio Nymphales phalerat. C. Aureum.

 

Naam.

Morpho menelaus, Menelaos, Menelaus, broer van Agamemnon, was getrouwd met Helena en kreeg van haar een dochter, Hermione. Ze werd door Paris ontvoerd waardoor de strijd in Troje ontbrandde.

Junonia orithya, zie Junonia atlites. Oreithya of Orithya, Grieks voor; zij die over de bergen raast, is de dochter van Erechtheus, koning van Attica, en Praxithea. Ze maakte een dans langs de rivier Ilissos toen opeens Boreas, god van de noordenwind, haar ontvoerde naar de rivier Ergines waar hij haar verkrachtte omdat de vader van Orithyia niet wilde dat Boreas met Orithyia zou trouwen. Volgens Ovidius, Homerus en Apollodorus nam hij haar mee naar de Thrakische Kikones. Ze trouwden en kregen daar de tweeling Cala•s en Zetes. Later werd Orithyia godin van de koude bergwind. Blue pansy.

Polygonia c-aureum, Grieks polys; veel, gonia; hoeken, naar de merken aan de onderkant van elke achtervleugel, vandaar anglewing butterflies, gray comma. C; 100, Aureus; goud, honderdvoudig goud, Asian comma.

 

 

Buitenlandse vlinders.

Plaat 20.

 

Figuur A. Philoctetes. (het mannetje) (Antirrhea philoctetes philoctetes) In deze dagvlinders die tot de Griekse ridders behoren vertoont zich een opmerkelijk verschil omtrent de bovenvleugels tussen het mannetje en vrouwtje. De eerste hebben de binnenrand van de bovenste vleugels van de onderste tippen naar het gewricht toe als hol uitgesneden. Op elk van deze vleugels ziet men een ovale ronde vuilgroene vlek. Bijna onder deze vlek aan de andere kant van de vleugels is een bosje lange haren geplaatst dat zich als een waaier uitspreidt wat ik nog bij geen andere vlinder heb waargenomen. De heer Drury heeft een afbeelding van deze vlinder gegeven en dit onderscheid van de sekse opgemerkt. Toch zou men uit die afbeelding moeten besluiten dat de ondervleugels aan de rand rond en wat gekarteld zijn daar in tegendeel onze vlinder de vleugels hoekig en gestaart zijn waarom ook de heer Linnaeus die onder de Griekse ridders geplaatst heeft. Mogelijk was het voorwerp van de heer Drury beschadigd [30] en was het onderste van de onderste vleugels afgeknipt welke bedrieglijke kunsten men in Suriname en ook in China verstaat en waarvan men al te veel voorbeelden vindt in de doosjes of kistjes met insecten die men uit die landen ontvangt. Voor het overige komt deze vlinder aan de zonderkant van de vleugels in kleur en tekening met get volgende wijfje volmaakt overeen.

 

Figuur B. C. Philoctetes (het wijfje) De afbeelding wijst voldoende aan dat deze van dezelfde soort is met de voorgaande figuur A. Het verschil bestaat slechts, zoals ik vermeld heb, in de vorm van de voorste vleugels en het gemis van de vuilgroene vlekken op de bovenvleugels en aan de onderkant het harige waaierachtige bosje. Ze behoren onder de vierpotige vlinders en komen uit Suriname waar ze niet algemeen zijn.

Linnaeus systema naturea, pagina 750, nummer 29, Papilio Equites archiv. Drury tom. II, plaat I, figuur 1, 2. 3. Clerk Icon. Insect. tabel 30, figuur 3. Seb. Schatkamer IV, tabel 4, figuur 9, 10, tabel 21, figuur 7, 8.

 

Figuur D. E. Hemon. (Theritas hemon) Dit Surinaamse dag vlindertje is een zogenaamde pissebed page of schildpadje (Papilio plebeji ruralis) Hoe eenvoudig de kleur van deze vlinder ook mag zijn ze maken de groene golfjes aan de aarshoek en de zilverachtige [31] stip boven de zwarte stip op de achterste vleugels aan de onderkant. Ook de donkerbruine strepen daarom midden op de bovenste vleugels een aardig mengsel van kleuren.

 

Figuur F. G. Marica. (Eucereon marica) Deze bastaard ontrust (Sphinx adscita) heeft de sprieten draadvormig die naar het einde dun uitlopen waar in tegendeel de meeste van dit geslacht die in het midden dik of als een prisma gevormd. De blauwe ondervleugels zijn doorschijnend. Het achterlijk is met een kwastje van donkergele haartjes bezet. Ze woont in Suriname.

 

Zie Danaus, de dochters van Europa, Agave, werd aan Lycus gegeven

Figuur H. I. Agave. (Eurema agave) Onder de witte dagvlinders (Papilio Danaus candidus) is deze een van de kleinste. Ze heeft zes poten die allen even groot zijn. Behalve deze vindt men nog enige verscheidenheden. Ze is van Suriname.

 

Figuur K. Nise. (Eurema nise) Dit vlindertje is te onderscheiden van een dergelijke dat uit China komt en bij de heer Linnaeus Hecabe genoemd wordt. Die heeft een zwarte of donkerbruine rand en de tippen van de bovenvleugels zijn breder met bruine en oranjekleurige golfjes aan de onderkant van de vleugels. Deze is integendeel bijna eenkleurig geel. Ze komt uit Jamaica.

Linnaeus systema naturea XII, pagina 763 nummer 96. Papilio Danaus candida Hecabe.

 

Naam.

Antirrhea philoctetes, Grieks ant; gelijkend, rheo; vloeien of rhinos; gezicht. Philoctetes was de zoon van koning Phoias van Meliboia in Thessali‘. Hij maakte deel uit van de Argonauten en was een vriend van Hercules. Na diens dood ontving hij Hercules pijl-en-boog. Omdat hij leed aan een voetwonde die maar niet genas en die een niet te harden stank verspreidde liet Odysseus hem tijdens de afvaart naar Troje achter op het eiland Lemnos. Common brown Morpho of Northern Antirrhea.

Theritas hemon, Thero was een Najade nimf van de bron van de stad Therapne in Lacedamoni‘, Z. Griekenland. Het is de naam van de voedster van Ares van wie wordt verondersteld dat hij de achternaam van Thereitas zou hebben ontvangen, hoewel Pausanias denkt dat deze naam is ontstaan ​​uit de felheid van de god. Een heiligdom van Ares Thereitas stond op de weg van Sparta naar Therapne met een standbeeld waar van de Dioscuri werden gezegd die van Colchis te hebben gebracht. Haemon of Haimon, Grieks voor bloederig, was de zoon van Creon en Eurydice.

Haemon was verloofd met Antigone. Hij moet kiezen tussen zijn vader en zijn geliefde Antigone. Hij kiest Antigone, maar kan zich niet scheiden van de sterke banden van familie en liefde. Hij pleegt zelfmoord vanwege zijn hulpeloze situatie dat er ook toe leidt dat zijn moeder zelfmoord pleegt.

Eucereon marica, Grieks eu; goed, cera; wasachtig, de kleur. Marica was een nimf, de moeder van Latinus, koning van Latium. Latinus werd verwekt door Faunus die ook af en toe werd aangeduid als de zoon van Marica. Het heilige bos in de buurt Minturnae was gewijd aan Marica. Een meer in de buurt was ook naar haar vernoemd. Diverse Romeinse auteurs beweert dat zij een vorm van Diana of Venus was.

Eurema. Eurema, Heurema; uitvinding, gevonden.

Eurema agave, Agave was een van de Thebaanse koning Cadmus en Harmonia. Agave was gehuwd met Echion waarvan ze Pentheus kreeg. Toen haar zuster Semele zwanger werd, weigerde zij te geloven dat Zeus de vader van het kind was. Ze zou de god Dionysus hebben gebaard, maar voor de geboorte van het kind was zij op ellendige wijze omgekomen. Agave beweerde na de dood van Semele, dat ze met een gewone sterveling een misdadige verbintenis had aangeknoopt en ten onrechte er zich op had beroemd dat Zeus haar beminde. Toen later Dionysos zijn zegetocht door alle landen roemrijk had volbracht ging men evenwel in zijn vaderstad Thebe voort, hem de verschuldigde eerbied te weigeren en zijn dienst te versmaden. Men verklaarde hem voor een bedrieger en de boosheid van Agave en haar zoon ging uiteindelijk zover dat zij besloten de god met zijn tot razernij opgewonden gezellinnen, de Maenaden, te vermoorden en toen ze op zekere dag naar de berg Kithairon trokken om de aldaar verzamelde vereerders van de god te overvallen. De toorn van Dionysus spaarde nu zijn vijandige bloedverwanten niet langer. Hij maakte het gehele gevolg van Pentheus waanzinnig zodat die in blinde woede de koning voor een everzwijn aanzag, waarop allen hem tegelijk aanvielen, zelfs zijn eigen moeder die haar zoon niet meer herkende maar in de wildste razernij de ongelukkige in stukken scheurde. Nadat zij uit haar roes ontwaakt was zag Agave in wat zij had aangericht.

 Eurema nise, Nu Pyrisitia nise. Virgilius verhaalt over een zangwedstrijd, opgedragen aan Asinius Pollio en verdeeld in twee lange verhalen over ongelukkige liefde. Damon houdt een jammerklacht over de trouweloosheid van Nisa, en Alphesiboeus zingt over de magische praktijken van een vrouw om de liefde van Daphnis te winnen. Mimosa yellow.

 

 

Buitenlandse vlinders. Plaat 21.

 

Figuur A. B. Menelaus. (Morpho menelaus) Zo zeldzaam als die fraaie vlinder is welke we op plaats 15, figuur A en B afbeelden zo algemeen is deze. Hoewel ze anders vanwege de mooie blauwe satijnachtige gloed van boven en de oogvormige vlekken van onderen op de vleugels aanzienlijk is. De groene ringen en halve maantjes om de ogen zijn glanzend bleekgroen. De voorste poten zijn kort zoals in alle vlinders die uit gedoornde rupsen hun oorsprong hebben. Ze komt van Suriname.

Linnaeus systema naturea XII, pagina 748 nummer 20, Papilio Equites achivi. Merian, Surinaamse insecten, Insect. Tabel 53. Knorr Delic. nat. tabel C 4, figuur 2. Carl Alexander Clerck Icones. Insect. tabel 21, figuur i.

 

Figuur C. D. Lavinia. (Junonia evarete evarete) De groene kleur op de ondervleugels van deze geoogde nimf vlinder is glanzend wat alleen aan de mannetjes eigen is. De wijfjes hebben daar de vleugels bruinrood en de oogvormige vlekken daarop zij groter. Ze gebruiken de vier achterste poten alleen om te lopen. De voorste zijn kort en ruig. Ze woont in Suriname. [33]

 

Figuur E. F. Clelia. (Junonia oenone) De geoogde nimf vlinder zweemt enigermate naar de Orithya die op plaat 19 figuur C en D is afgebeeld. Maar het verschil van de witte vlekken op de bovenste en de ronde satijnachtige op de onderste vleugels toen dat ze een andere soort zijn. Men vindt die op de kust van Guinee en wel aan Sierra Leone op de goudkust van Afrika.

Albertus Seba schatkamer IV, figuur 13, 14.

 

Naam.

Morpho menelaus, Menelaos, Menelaus, broer van Agamemnon, was getrouwd met Helena en kreeg van haar een dochter, Hermione. Ze werd door Paris ontvoerd waardoor de strijd in Troje ontbrandde.

Junonia evarete. Koning Oenomaus van Pisa trouwde met Evarete van Argos, de dochter van Acrisius en Eurydice, dochter van Danaus. Ze kreeg een dochter Hippodamia. Mangrove buckeye.

Junonia oenone. Oenone; Griekse oinos, wijn, een Griekse nimf en dochter van de riviergod Cebren die op de berg Ida woonde waar ze de jonge Paris van Troje ontmoette. Ze trouwden tot de reis van Paris naar Sparta waar hij Helena ontmoette, de vrouw van Menelaos, en ging van haar af; het begin van de Trojaanse oorlog zoals weergegeven in de Ilias van Homerus. Oenone had de gave van profetie gekregen van Rhea (de moeder van de goden) en ze voorzag de acties van Paris in Sparta en probeerde hem over te halen niet te gaan. Paris weigerde echter en dus vertelt Oenone hem dat hij gewond zou worden in zijn onderneming en dat hij naar haar terug moet zodat ze hem kan genezen. Toen in de loop van de Trojaanse oorlog Paris werd getroffen door de pijl van de Philoctetes werd hij vervoerd naar berg Ida om gered te worden door de drankjes van Oenone. Zij, gekwetst door zijn verraad met Helena van Sparta, weigerde hem te helpen en hij werd weer naar Troje gebracht. Oenone had berouw over haar beslissing en haastte zich naar Troje naar Paris maar kwam te laat en vond hem dood. In haar verdriet en spijt wierp ze zich op zijn brandstapel en stierf.

 

 

Buitenlandse vlinders.

Plaat 22.

 

Figuur A. B. Cadmus. (Historis acheronta cadmus) De twee voorste poten zijn ruig en als een bonte sabel aan de borst van deze dagvlinder geplaatst. Vanwege de enigszins gestaarte ondervleugels zou deze volgens de rangschikking van de heer Linnaeus onder de Griekse ridders behoren. Ze woont in Jamaica.

 

Figuur C. Niveus. (Heliopetes arsalte) Dit Surinaamse dikkopje heeft gelijk alle andere van dit geslacht zes poten. De kleur is van onder en van boven als wit satijn.

 

Figuur D. Astrea. (Oleria astrea astrea)Daar deze gestrekte [34] of Parnas vlinder die vleugels blauwachtig van kleur heeft zijn die doorschijnend als glas. Op de bovenzijde ontbreken de oranjekleurige strepen die in de afbeelding aan de onderkant er van gezien worden. Ze heeft de twee voorste poten kort. Ze woont in Brazili‘ en is uit de verzameling van de wel edele heer Alberti.

 

Figuur E. Tripunctaria. (Nyctemera tripunctaria) De heer Edwards heeft een goede afbeelding van deze spanrups vlinder gegeven uitgezonderd dat men er de sprieten van een dagvlinder aan toegevoegd heeft. De wijfjes hebben de sprieten minder gepluimd dan het mannetje. Van onderen zijn de vleugels van dezelfde kleur behalve dat daar aan het lijf de zwarte stippen ontbreken die zich aan de bovenzijde vertonen. Ze berust met de volgende in de verzameling van de heer Caspar Stoll.

Linnaeus systema naturea XII, pagina 264, nummer 226. Edward birds tabel 35. Seligm. Vogel 1, tabel 69. James Petiver Gazophys, plaat 28, nummer 8.

 

Figuur C. Cydonia. (Claterna cydonia) Deze spanrups vlinder heeft het lichaam en de vleugels aan de onderkant evenals aan de [35] bovenkant. De sprieten zijn draadvormig. Ze woont in Suriname.

 

Figuur G. H. Philemon. (Ephyriades arcas philemon) Dit fraaie dag vlinderletje behoort vanwege de menigte van ronde zwarte stippen in witte kringen op de onderzijde van de vleugels tot de Argus (Papilio Plebije rur.) De vleugels zijn niet gekarteld en rond. Ik heb die uit Berbices, (Berbice, Guyana) en Suriname ontvangen.

 

Naam.

Historis acheronta cadmus, Historis, van Grieks historeo; ik zoek, histor; getuig, diegene die weet. Acheronta, Acheron stond bekend als de rivier van ellende en was een van de vijf rivieren in de Griekse onderwereld. In de Homerische gedichten werd de Acheron beschreven als een rivier van Hades waarin Cocytus en Phlegethon beide stroomde. De Romeinse dichter Vergilius noemde het de belangrijkste rivier van Tartarus waaruit de Styx en Cocytus beide sprongen. De net doden zouden worden overgezet over de Acheron door Charon om in de Onderwereld gevoerd te worden. 

Cadmus, Grieks: Kadmos, was de oprichter en eerste koning van Thebe. Cadmus was de eerste Griekse held en naast Perseus en Bellerophon de grootste held en moordenaar van monsters v——r de dagen van Hercules. In eerste instantie een Fenicische. prins, zoon van koning Agenor en koningin Telephassa van Tyrus en de broer van Phoenix, Cilix en Europa, hij werd oorspronkelijk gezonden door zijn koninklijke ouders om te zoeken en te begeleiden zijn zus Europa naar Tyrus nadat ze was ontvoerd van de oevers van Phoenicia door Zeus. Cadmus stichtte de Griekse stad Thebe, de Acropolis van die stad werd oorspronkelijk in zijn eer genoemd. Tailed cecropian.

Heliopetes arsalte, Grieks helios; zon, petus; zoeken, verlangen naar. Arsalte was een waternimf en een van de Dana•den, zie Danaus. Ze trouwde met Ephialtes en doodde hem in de huwelijksnacht. Veined white skipper.

Oleria astrea. Oleria, Latijn olere, van oleo; ik ruik, geur en meestal een slechte geur, verrot. Astraea, Grieks Astraia, van Grieks aster; een ster. Een Griekse godin van rechtvaardigheid en onschuld. Nadat boosheid wortel schoot in de wereld verliet ze de aarde en werd het sterrenbeeld Maagd, Virgo.

Nyctemera tripunctaria. Nyx; nox; nacht, hemera; dag. Tripunctata, Grieks tri; drie, punctatus, puntjes.
Claterna cydonia, Claterna; Grieks Quaderns, een stad van Gallia Cispadana, gelegen aan de Via Emilia, de tussen Bologna en Forum Cornelii. Het is in de geschiedenis genoemd tijdens de handelingen die de slag van Mutina voorafging, 43 v. Chr., bij welke gelegenheid het aangevallen werd met een garnizoen van Antonius, maar die werd later verdreven en de plaats ingenomen door Hirtius. Onder het Romeinse Rijk lijkt het een aanzienlijke stad te zijn geweest. Cydonia naar een stad in Kreta waar ook de kwee naar genoemd is. Cydonia was ook een bijnaam voor Athena, de godin van de wijsheid, moed, inspiratie, beschaving, recht en rechtvaardigheid, wiskunde, kracht, oorlog strategie, de kunsten, ambachten, en vaardigheid in de oude Griekse religie en mythologie. Minerva is de Romeinse godin ge•dentificeerd met Athena. Athena staat bekend om haar rustige temperament terwijl ze langzaam verhuist naar boosheid. Ze wordt opgemerkt alleen te hebben gevochten voor slechte redenen en zou niet vechten zonder een doel. In een tempel in Phrixa in Elis, die naar verluidt werd gebouwd door Clymenus, werd ze bekend als Cydonia.
Ephyriades arcas philemon, Ephyra of Efira, oude naam van Corinthi‘. Arcas of Arcade, zoon van Zeus en de nimf Callisto. Callisto wilde alleen met Artemis zijn en Zeus listig vermomd als Artemis verleidde Callisto. Het kind als gevolg van hun vereniging was Arcas genoemd. Hera werd jaloers en in woede toverde Callisto om in een beer Ze zou hetzelfde of nog erger met haar zoon hebben gedaan had Zeus Arcas niet verborgen in een gebied van Griekenland dat later Arcadia zou worden genoemd ter eren van hem. Er Arcas woonde veilig tot op een dag tijdens een van de hof feesten gehouden door koning Lycaon (grootvader van moederszijde van Arcas) toen werd Arcas op een brandende altaar gelegd als offer aan de goden. Hij zei toen tegen Zeus "Als je denkt dat je zo slim bent, maak uw zoon geheel en onbeschadigd. " Hierop werd Zeus woedend. Hij maakte Arcas geheel en richtte dan zijn woede op Lycaon en maakte hem de eerste weerwolf. 
Een oud echtpaar Philemon en Baucis in Tyana krijgt op een dag bezoek van twee vreemdelingen. Ondanks hun armoede ontvangen ze de gasten met open armen en zetten hen een heerlijk maal voor. Om hun gasten extra te verwennen besluiten Philemon en Baucis hun gans te slachten. Baucis rent erachter aan, maar het beest loopt telkens van haar weg. Als de gans bij de oppergod op schoot gaat zitten stellen de bezoekers zich voor als Zeus en Hermes. Uit dankbaarheid voor de gastvrije ontvangst, die de rest van het dorp niet heeft aangeboden, nemen de goden hun gastheer en -vrouw mee naar de heuvel. Dan wordt het hele dorp, behalve de hut van Philemon en Baucis, overspoeld door een zondvloed. Zeus en Hermes vragen of Philemon en Baucis een wens hebben die zij kunnen vervullen als dank voor de gastvrijheid. Philemon en Baucis wensen niets liever dan hun leven lang de twee goden aanbidden. Het kleine hutje verandert plots in een grote tempel. Ook wilden Philemon en Baucis niets liever dan bij elkaar blijven, en als het uur sloeg dat ŽŽn van hen zou sterven, de ander mee mocht gaan. Zo gebeurde het dat op een dag voor de tempel Philemon en Baucis in een Eik en een Linde veranderden. Nog vele jaren hebben ze daar gestaan, hun stammen in elkaar verwikkeld. Caribbean duskywing. 

 

 

Buitenlandse vlinders.

Plaat 23.

 

Figuur A. B. Priamus. (Troides) Ornithoptera priamus) Deze in pracht en schoonheid uitmuntende vlinder is bij de liefhebbers van de natuurlijke historie onder de naam van Ambonese fluweel vlinder bekend. En inderdaad de zwarte kleur evenaart de zachtheid van het fluweel. Ze is ongemeen zeldzaam en wordt in weinig kabinetten gevonden. Uit de tekeningen van insecten van wijlen heer Albertus Seba die ik enige jaren geleden uit de boedel van die heer gekocht heb en onder mij berusten blijkt dat deze mooie vlinder in die verzameling geweest is. Toch in het uitgegeven werk wat in 4 delen in groot folio het [36] licht zag en waarvan het 4de deel de insecten bevat is deze er met meer zeldzame vlinders uitgelaten. Het blijkt dat ten opzichte van de kleur een wezenlijk verschil in deze vlinders plaats heeft alzo de beschrijving door de heer Linnaeus opgegeven niet met de onze overeen komt die afgebeeld is en zich in de rijke verzameling van natuurlijke zeldzaamheden van de wel edele heren W. van der Meulen alhier en Bernardus Vriends te Haarlem bevinden.

Linnaeus systema naturea XII, pagina 744, nummer I, Papilio Equites Trojani. Carl Alexander Clerck Icones. Tabel 17. Daubent. Planch. enlum 45. La Frange verte.

 

Figuur C. D. Cassius. (Leptotes cassius) Deze argus vlinder (Papilio plebiji rur.) heeft bij het gewricht van de bovenste vleugels een blauw satijnachtig vlekje. Van onderen hebben de ondervleugels bij de aarshoek twee zilverachtige stippen. De sprieten zijn om het andere lid beurtelings wit en zwart. Het bevindt zich in Suriname en berust met de volgende in de verzameling van de heer E. de Marre.

 

Figuur E. F. Aunus. (Autochton zarex) Dit schildpadje heeft de vleugels van boven donker [37] violetkleurig en de bovenste hebben van onderen aan de buitenrand een paarsachtige weerschijn. Het is van het eiland Araba (Aruba) bij CuraŤao.

 

Naam.

Ornithoptera priamus. Grieks ornis; vogel, ptera; vleugel. Priamus was de laatste koning van Troje. PriamŐs birdwing, common green birdwing.

Leptotes cassius. Leptos; dun, ides; achtig. Cassius was verloren in de woestijn. Hij liep heen en weer, maar was niet in staat om zijn weg terug naar menselijke bewoning te vinden. Hij was bang dat hij zou sterven. Toen kwam hij tot een vruchtbaar gebied. Om hem heen zag hij bomen beladen met heerlijke vruchten van alle soorten en er was een bron met prachtige helder borrelende water. Zo tevreden was hij met zijn omgeving dat hij opgaf het idee om te proberen zijn weg naar de beschaving terug te vinden. Hij bracht al zijn dagen door in de open plek, slapen, eten en drinken. Zo snel als hij at was de nieuwe vrucht gerijpt. Zelfs seksueel was hij in vrede: telkens wanneer de seksuele drang in hem ontstond verscheen een nimf en streelde hem in alle plaatsen die hem plezier gaf. Dan zou hij in slaap te vallen en de nimf zouden verdwijnen. De nimf bediende ook hem op andere manieren. Toen hij naar muziek verlangde speelde de nimf prachtige muziek voor hem op een verscheidenheid aan instrumenten. Toen hij literatuur wilde ging de nimf lezen voor hem toen hij lag in een koel prieel. Hij bracht zijn dagen door in zaligheid en geloofde dat hij de gelukkigste man in het universum. Toen Cassius in de open plek ongeveer een jaar had geleefd werd hij op een ochtend wakker met een hoofdpijn en de nimf was niet in staat om er iets aan te doen. Hij begon een vreemde onrust voelen en kon niet begrijpen wat het was dat hij wilde. Hij zwierf rond de open plek, het eten van fruit, het drinken van het glinsterende water, maar hij was niet tevreden. Net toen hij was gaan slapen realiseerde hij zich dat dit het verlangen naar een vriend was. Hij wist de mythe van Narcissus, dus de volgende ochtend ging hij en keek naar zichzelf in het water, maar hij voelde zich nog steeds eenzaam. Hij probeerde zelfs te schreeuwen om een ​​echo te horen, maar dat bood geen troost. De volgende dag, toen hij wakker werd, besloot hij dat hij in een rechte lijn te lopen van de open plek totdat hij iemand gevonden had. "Ik ben verveeld met mezelf," zei hij. Hij liep en liep tot hij bij een brede stroom kwam. Op de beek zag hij een meisje in een roeiboot. Hij riep haar en vroeg haar naam. ÔMijn naam is Miriam ", riep ze terug. "Kom naar mij ', riep hij. Dus ze roeide tot dicht bij hem. "Neem me in je boot", smeekte hij. "Ik wil jouw vriend zijn." 'Maar je kent mij niet', zei ze. 'Vertel me waar je woont', smeekte hij. "Ik woon een lange weg van hier, in een tuin Ik heb het al gemaakt door mijn grote inspanning. Ik heb een kanaal gebouwd van deze rivier naar de tuin om water te geven. Elke dag sta ik op en zet mest op de woestijngrond, ik graaf en ik plant zaadjes en ik oogst van de tarwe, maal de korrels en maak meel. Elke dag bak ik brood en pluk ik van de fruitbomen en heb een viool uit het hout van een kastanjeboom gemaakt:. Ik heb ouderwets de snaren van hennep gedrenkt in hars, ik speel viool nadat ik de tuin hebben gedaan, dan in de middag ga ik zitten aan een bureau in het kleine huis dat ik heb gemaakt en ik schrijf mijn roman. Ős Avonds kook ik voor mezelf een maaltijd. ' "Laat me met je mee", zei Cassius. "Ik heb hard gewerkt om mijn tuin te bouwen", antwoordde Miriam. "Ik zal alleen je meenemen op voorwaarde dat u me een baby geeft." "Ik vind het niet erg om u een baby te geven", zei Cassius. "Dan zal ik de baby verzorgen en je moet vroeg opstaan ​​in de ochtend en je moet de grond bemesten en brood te bakken en je zal de viool spelen terwijl ik voedt onze baby. " "Ik kan alles doen", zei Cassius luchtig. "Een laatste ding moet ik u zeggen", zegt Miriam. "Het is de wet van de wildernis. Zodra ik je in mijn boot over de rivier zet zal ik de boot verbranden en je kunt nooit meer terugkeren naar uw plaats. Je zal het altijd hebben verloren." Cassius fronste zijn wenkbrauwen hierbij en riep de nimf. 'Wil je dat? " vroeg de nimf. "Ik kan je alles wat zij je kan geven. Als je muziek wilt, geef ik het aan jou. Als je seks wilt, geef ik het. Als je prachtige literatuur wil, lees ik het voor met een melodieuze stem. Als je wil eten, het is daar in een luxueuze overvloed in de open plek. " De nimf leidde hem terug rond de open plek en liet hem alles zien wat hij zou verliezen. De nimf was sluw. "Je kan alles hebben wat zij biedt zonder de open plek te verlaten zonder de rivier over te steken. Ik zal het je laten zien." De nimf wreef Cassius 'hele lichaam met een geparfumeerde zalf en zei: "Nu, als u belt welke naam je wilt, het mooiste gezelschap zal tot u komen." Cassius dacht even na. Hij wilde roepen "Miriam", maar het woord kwam niet zoals hij van plan was. Onmiddellijk kwam het als "Marian" en direct verscheen een mooi meisje die hem overal begeleidde. Een jaar lang leefde hij in de open plek met Marian, maar dan op een ochtend toen hij wakker werd hij vond hij dat ze was verdwenen. Pas toen hij herinnerde hij zich Miriam. Hij haastte zich naar de rivier waar hij haar in de boot had gezien en riep. Miriam kwam in haar boot, maar ze zei dat het te laat was. Ze had een andere man gevonden en had nu een baby. Cassius ging terug naar de open plek en ging rechtstreeks naar de bron en verdronk zichzelf. 
Uit; http://www.humanbeing.demon.nl/humanbeingsweb/Library/narc_en/narc_en_3.htm
Autochton zarex, Grieks autokhton. Autochtoon of inheems. Zarex, zoon van Carystus, kleinzoon van Chiron, ŽŽn van de oudste zanger en rapsodie‘n die zijn kunst had geleerd van Apollo zelf en stichter van de stad Zarex in Laconia. Hij trouwde met Rhoeo en adopteerde haar zoon van Apollo, Anius. Pausanias zag zijn graf in Attica. Sharp banded skipper.

 

 

Buitenlandse vlinders.

Plaat 24.

 

Figuur A. B. Calisto. (Hypolimnas pandarus) Deze mooie oogvormige nimf vlinder heeft de voorste poten kort en zonder nagels. De hemelsblauwe vlekken op de onderste vleugels veranderen van kleur als men de vlinder met de kop tegen het licht houdt in geelachtige zogenaamd gris de lin. Ze leeft in Afrika en berust in het kabinet van de wel edele heer W. van der Meulen.

Daubenton planth.enlum, 20, folio 2, 3. La palatine. Albertus Seba schatkamer IV, plaat 44, nummer 12, 13.

NB. Deze tekening is gemaakt naar een mannetje. Misschien is het verschil dat men in de afbeelding van de hier aangehaalde schrijver vindt aan de wijfjes alleen eigen.

 

Figuur C. D. Eurota. (Eunica eurota eurota) Deze zeldzame dagvlinder behoort vanwege de oogvormige tekening van onder op de [38] onderste vleugels tot de geoogde nimf vlinders. De blauwe kleur op de bovenkant van de vleugels heeft een heerlijke weerschijn. Ze woon in West-Indi‘ en berust met de volgende in de verzameling van de wel edele heer E. De Marre.

 

Figuur E. F. Clymena. (Diaethria clymena) De aardige tekening waarmee deze fraaie niet geoogde nimf vlinder op de achterste vleugels gesierd is lijkt op het getal 88. Men zou die terecht de West Indische nummer vlinder kunnen noemen. Ze heeft maar vier poten en woont in Essequebo.

 

Naam.

Hypolimnas pandarus. Grieks hypo; onder, limnas; moeras. Pandarus, Pandaros, wordt meermaals vermeld in de Ilias als de zoon van Lycaon die meevocht met de Trojanen tijdens het beleg van Troje. Hij is vooral bekend om zijn vaardigheden in het boogschieten waarbij hij zijn kunde verkreeg van de heilige Griekse god van de kunst en het boogschieten, Apollo. Het bekendst is Pandaros door het feit dat hij de aanleiding was om de gesloten wapenstilstand tussen de Grieken en Trojanen te be‘indigen. Onderdeel van deze wapenstilstand was de tweekamp tussen Menelaos, de echtgenote van Helena, en Paris, de minnaar van Helena die haar schaakte en naar Troje voerde. De tweekamp zou op leven en dood uitgevochten worden en zou de oorlog beslissen, daar de winnaar Helena en de door Paris geroofde schatten mee naar huis mocht nemen. In het geval van Menelaos was dat dus naar Sparta, voor Paris echter naar Troje. Nadat de tweekamp begon leek Menelaos aan winnende hand. Toen nam Athena de gestalte van Laodocus aan om zo Pandarus aan te sporen Menelaos met een pijl neer te schieten. Deze pijl liet ze echter afwijken tot in de schouder van Menelaos zodat hij de wapenstilstand verbrak en de strijd weer geopend werd. Hij werd later gedood door Diomedes. Eggflies of diadems.

Eunica eurota. Eunice, Grieks Eunike, eu; goed, nike; victorie, overwinnaar, een van de Nere•den, dochters van Nereus en Doris. Deze zeenimfen worden verondersteld blauwe haren te hebben. Ze vergezellen, samen met de Tritons, de zeegod Poseidon en ze zijn zeelui behulpzaam tijdens zware stormen. Elke nimf vertegenwoordigt een facet van het zeeleven, zoals golven, kusten en stranden en/of vaardigheden van zeelui, zoals kracht, snelheid, bekwaamheid enz. Ze wonen samen met hun vader in een zilveren grot op de bodem van de Ege•sche Zee. Eurotas was een koning van Laconia, de zoon van koning Myles en kleinzoon van Lelex. Hij had geen mannelijke erfgenaam, maar hij had wel een dochter Sparta en zijn vrouw Clete. Eurotas liet het koninkrijk na aan Lacedaemon, de zoon van Taygete naar wie de berg Taigetos is vernoemd. Pausanias zegt : " Het was Eurotas die uit de moerassen kanalen liet maken tot aan de zee weg zodat het water werd afgevoerd en noemde de rivier die werd achtergelaten de Eurotas ". Eurota purplewing.

Diaethria clymena, Grieks dia, twee, Latijn aetheria; etherisch. Het etherisch dubbel is een term uit de parapsychologie, theosofie en het hylisch pluralisme, waarmee het zogenoemd energielichaam wordt bedoeld. De naam Clymene wordt aan een Nere•de gegeven, ook aan een Amazone en meer andere. Clymene, een Oceanid, de vrouw van de Titan Iapetus en moeder van Atlas, Epimetheus, Prometheus en Menoetius. De Oceanid Clymene wordt ook gegeven als de vrouw van Koning Merops van Ethiopi‘ en bij Helios als de moeder van Pha‘ton (Fa‘ton) en de Heliaden. CramerŐs eighty-eight.

 

 

Buitenlandse vlinders.

Plaat 25.

 

Figuur A. Pompeus. (Troides helena) Deze verdient zeker om onder de mooiste dagvlinders gesteld te worden. Ze behoort tot de zogenaamde Griekse ridders (Papilio equisetes achivi) van de heer Linnaeus. Aan de onderkant van de vleugels is er geen verschil in tekening met de bovenkant dan dat de grondkleur daar zwarter en de straalvormige vlekken op de voorste vleugels witter van kleur zijn. De zes poten hebben allen sterke nagels. Ze komt van Batavia.

 

Figuur B. C. Maja. (Argynnis pandora)De bovenkant van deze vierpotige dagvlinder lijkt op die van een andere soort die in Duitsland veel voorkomt en onder de naam van gevlamde paarlemoervlinder of de Paphia bekend is en waarvan Rosel in het eerste deel, tabel VII papilio Diurn. Vl. I het wijfje heeft afgebeeld. Maar is deze verschilt van die van onderen opmerkelijk doordat de voorste vleugels voor het grootste gedeelte rood zijn en de ondervleugels door de groen kleur en zilverachtige banden aan de vlinder een veel sierlijker aanzien geven. Ze is van Constantinopel en er is me bericht dat ze ook in Neder Oostenrijk bij Wenen zou zijn waargenomen.

 

Figuur D. E. Galanthis. (Siderone galanthis) Deze ongewone Surinaamse dagvlinder zou vanwege [40] de niet gekartelde vleugels onder de bonte Danaus vlinders (Papilio Danaus festivi) behoren. De voorste poten zijn kort en zonder nagels. Ze is naast de voorgaande vlinder op deze plaat getekend uit het kabinet van de hoog welgeboren heer baron Rengers.

 

Naam.

Troides helena. Helena was getrouwd met Menelaos of Menelaus, broer van Agamemnon, koning van Sparta, kreeg een dochter, Hermione. Ze werd door Paris ontvoerd waardoor de strijd in Troje ontbrandde. Common birdwing.

Argynnis pandora. Pandora, haar naam kan zowel draagster van alle gaven als schenkster van alle gaven of al begaafde betekenen is in de Griekse mythologie de naam van de eerste vrouw die door Hephaistos werd gevormd uit water en aarde. Prometheus en zijn broer Epimetheus hadden van Zeus de opdracht gekregen om de mens te maken. Zij maakten dan ook de man, maar omdat die man zo ongelukkig was, stal Prometheus een brandende toorts van de Olympus en schonk de mensheid het vuur. Zeus vond dit verraad zo erg dat hij de mensheid wilde straffen. Om Prometheus en Epimetheus niet te beledigen, deed hij dit niet rechtstreeks. Hij beval Hephaistos om uit water en aarde een vrouw te vormen, genaamd Pandora. Daarna schonken alle goden haar goede gaven. Athena gaf haar intelligentie, talent, manieren en kleedde haar in de mooiste kleurrijke kleding. Aphrodite gaf haar de bevalligheid en schoonheid van een godin. De andere goden gaven haar goud en staken bloemen in haar haar. De laatste god, Hermes, gaf haar de spraak en plantte schaamteloze gedachten en een bedrieglijke aard in haar wezen. Zo kreeg zij een eigenschap die geen enkele andere sterveling had: nieuwsgierigheid.Zeus schonk haar aan Prometheus, maar deze wist dat een geschenk van de goden niet zonder gevolgen blijft en weigerde haar. Hij raadde zijn broer aan dat ook te doen. Zeus liet haar daarop door Hermes bij Epimetheus, de domme broer van Prometheus brengen. Niettegenstaande de waarschuwingen van Prometheus nam hij haar tot vrouw. Zeus schonk het paar ook een pithos; vat, waarin alle ongelukken zaten opgesloten. Als het vat gesloten bleef, konden die niemand treffen. Pandora kon haar nieuwsgierigheid niet bedwingen en opende het vat. Toen kwamen daar alle rampen, ziekten en zorgen uit tevoorschijn en verspreidden zich over de aarde, aan het kommerloze bestaan van de mensen was een einde gekomen. Pandora wilde nog gauw het deksel dichtklappen, maar alleen de hoop zat nog in het vat toen het weer gesloten werd. Vandaar dat onder de hevigste rampen die de mensen op aarde teisteren, de hoop nog alleen resteert. Pandora schonk haar man verscheidene dochters, Prophasis, de godin der uitvluchten, Metameleia, de godin van het berouw en Pyrrha, die later de echtgenote werd van Deukalion. In latere versies van het verhaal werd het vat een kistje, een vaasje, of gewoon een doos (de doos van Pandora). Kardinaalsmantel, the cardinal.

Siderone galanthis. Grieks sideros; ijzer. Galanthis of Galinthias was in de Griekse mythologie de vrouw die het plan had om Hera bij de geboorte van Hercules te belemmeren ten gunste van Eurystheus en werd veranderd in een wezel of kat als straf omdat ze zo brutaal was om de godin van geboorte te bedriegen namens Hera. Scarlet leafwing of red striped leafwing. 

 

 

Buitenlandse vlinders.

Plaat 26.

 

Figuur A. B. Ismene. (Melanitis leda ismene) Van deze geoogde nimf vlinder heeft men vele vormen die op de bovenkant van de vleugels bijna allen van dezelfde kleur zijn maar van onderen zo wel in kleur als in tekening zeer verschillen. Ze gebruikt maar vier poten om te lopen, de twee voorste zijn tegen de borst geplaatst maar niet zo ruig en pluisachtig als die van de meeste vlinders met gehakkelede vleugels en die hun oorsprong uit gedoornde rupsen hebben. De heer Linnaeus heeft een vlinder opgegeven die met deze veel overeen komt en die we in het vervolg zullen afbeelden. Ze woont in China en ook te Batavia.

Linnaeus systema naturea Pagina 773, nummer 151, Laeda.

 

Figuur C. D. Carduelis. (Vanessa cardui) We hebben al gezegd (pagina 17, figuur E. F) dat deze vlinder de distelvink niet alleen in Europa maar ook in Afrika en in [41] andere luchtstreken gevonden wordt. Deze dan is van Kaap de Goede Hoop en in alles gelijk aan de Europese distelvink. Uit die overeenkomst zou men mogen besluiten dat de rups waaruit deze vlinder in die gewesten voortkomt niet van de inlandse zou verschillen. Ook dat die gelijk de onze op allerlei distels en doorngewassen zich bevindt. Bij verschillende auteurs vindt men de beschrijving en afbeelding van deze vlinder.

Linnaeus systema naturea, pagina 774, Papilio Nymphales gemmati, nummer 157. Cardui. Merian Europese insecten III, tabel 15. Reamur insecten I, tabel 26, figuur 11, 12. Papilio Diurn. CL. I, tabel 10. Albertus Seba IV, tabel I, figuur E, 3, 4. Geoffroy insecten env. Paris II, pagina 41, nummer 7. La belle dame. Schaeffer, Icones Insectis. Ratis. Tabel 97, figuur 5, 6.

 

Figuur E. F. Gilippus. (Danaus gilippus) Deze aardige kaneelkleurige dagvlinder heeft de voorste poten kort en niet genageld. De vleugels zijn wat gekarteld en bijna rond van rand waarom ze volgens de afdeling van de heer Linnaeus onder de bonte Danaus zou behoren. Ze komt van Rio de Janeiro aan de kust van Brazili‘ en berust in de verzameling van de wel eerwaarde heer E. F. Alberti. [42]

 

Figuur G. H. Ilione. (Lycorea ilione) Uit de net gemelde verzameling hebben we de afbeelding van deze Braziliaanse gestrekte of Parnas vlinder ontleend. Ze lijkt op de guave vlinder bij juffrouw Merian en Rosel afgebeeld. Maar als men ze tegen elkaar vergelijkt dan vindt men een niet alleen een opmerkelijk verschil in de plaatsing van de glasachtige vlekken maar die zijn ook meer doorschijnend. De voorste poten zijn kort en stomp en zonder nagels.

Merian Surinaamse insecten tabel 1. August Rosel Insecten belustigung IV, tabel 2, figuur 3.

 

Naam.

Melanitis leda ismene. Grieks melas; zwarte kleur. Leda is de echtgenote van de koning van Sparta Tyndareos. Zeus was verliefd op haar, maar kon haar niet overtuigen met hem samen te zijn, hij veranderde hij zichzelf in een zwaan en overweldigde Leda. Beschaamd om wat er gebeurd was had Leda die avond gemeenschap met haar man en na negen maanden kreeg zij kinderen, die uit een ei kwamen (van de zwaan). Pollux en Helena waren de kinderen van Zeus, Castor en Klytaimnestra van Tyndaeros. Iocaste is de dochter van Menoikeus. Toen ze zwanger was van Oedipus stuurde haar man Laios haar naar het Orakel van Delphi en die zei dat het kind voorbestemd was zijn vader te vermoorden en met zijn moeder te trouwen. Toen Oedipus geboren was liet Iokaste hem achter in het woud, met twee pennen door de benen geboord zodat hij niet zou ontsnappen (Oedipus betekent letterlijk zwelvoet en zou sterven. Echter een schaapherder vond hem en hij gaf het aan koning Polybos en zijn vrouw Merobe van Corinthi‘. Bij toeval doodt Oedipus zijn vader en trouwt met zijn moeder Iokaste. Samen kregen Oedipus en Iokaste twee zonen (teokles en Polyneikes en twee dochters, Antigone en Ismene. Iokaste pleegt zelfmoord. Na de dood van Iocaste komt het uit dat ze de moeder was van Oedipus en echtgenoot, Oedipus complex. Als Antigone en haar vader Oedipus naar Athene willen blijft Ismene in Thebe bij haar oom Creon en hij heerst dan over Thebe. Oedipus steekt zijn ogen uit. Hij pleegt geen zelfmoord omdat hij bang is de schimmen van zijn ouders te zien zonder dat hij eerst geboet heeft voor zijn daden. Oriental common evening brown.

Vanessa cardui (Cynthia cardui) Van Carduus; distel, de distelvlinder waarvan de rupsen op brandnetels, distels en floxen voorkomen. Het is de Duitse Distelfalter, Engelse painted lady.

Danaus gilippus. Toen Alexander de stad Athene ingenomen had zond hij het door Gilippus veroverde geld naar Ephoris of hoogste rechter in Sparta. Gilippus maakte de onderkant van de zakken open en nam uit elke een som geld en naaide daarna de zak weer dicht en dacht niet aan de beschrijving bovenin de zak waarin de inhoud beschreven stond. Toen hij nu in Sparta kwam verborg hij in zijn huis het geroofde geld onder de dakpannen en gaf de rest aan de rechter en toonde daar met Lysander zegel als goed bewaard. De rechter zag daarna dat het geld niet klopte. Zijn dienaren vonden daarna onder de dakpannen van zijn huis een grote hoeveelheid nachtuilen. In die tijd was goud en geld gewoonlijk bekend als nachtuil omdat dit het teken was van de stad Athene en zo werd het geld gevonden en Gilippus, die zich daarvoor als hoofdman in Sicili‘ zeer beroemd was geworden, werd na deze daad van stad en land verbannen. Queen butterfly.

 

 

Buitenlandse vlinders.

Plaat 27.

 

Figuur A. B. Achilles (het wijfje) (Morpho achilles) buitengewone grote en sierlijke vlinder is vanwege de vele oogvormige tekening op de onderkant van de vleugels bekend onder de naam van grote Argus. Ze behoort onder de vierpotige vlinders. Van boven hebben de twee hemelblauwe dwarsbanden de luister van satijn en het overige van de vleugels binnen die banden naar het gewricht praalt met een donker blauwe weerschijn. Aan de onderkant zijn de vleugels met vele bleekgroene en glanzende strepen gesierd wat ook plaats heeft in de buitenste ringen om de oogvormige vlekken. [43] De heer Linnaeus heef top de ondervleugels vijf dergelijke ogen geteld waar deze er echter maar vier heeft. Doch zo men op de afbeelding van Albertus Seba mag vertrouwen dan zouden er onder deze worden die het eerst vermelde getal van ogen hebben. Het mannetje is op de volgende plaat afgebeeld. Men vindt ze in Suriname.

Linnaeus systema naturea Pagina 752, Papilio Equit, Achivi, nummer 42. Merian Surinaamse insecten tabel 17. Albertus Seba IV tabel 24, figuur 1, 2. Knorr, Del. Nat, tabel C, Figuur 1, 2. Carl Alexander Clerck Icones. Tabel 24, figuur 2.

 

Figuur C. D. Cyllarus. (Strephonota cyllarissus) Deze fraaie Surinaamse schildrups vlinder (Papilio plebeji ruralis) heeft de vleugels van boven met een mooie blauwe kleur en met een groene weerschijn.

 

Figuur E. Albula. (Euruma albula albula) Van onderen is de kleur van de vleugels van dit Surinaamse witje niet te onderscheiden van de bovenkant dan dat de tippen van de voorste niet zwart maar groenachtig gekleurd zijn. Het is een zespotige vlinder en behoort onder de witte Danaus. (Papilio danaus candidi) De mannetjes zijn van dezelfde kleur en grootte als dit wijfje.

 

Figuur F. Phiale. (Euruma phiale phiale) Weinig verschilt deze met de voorgaande witte vlinder. Van onderen zijn de vleugels aan de buitenranden geel van kleur. Het is een mannetje en komt uit Suriname. [44]

 

 

Buitenlandse vlinders.

Plaat 28.

 

Figuur A. Achilles. (het mannetje) (Morpho achilles) De onderkant van deze fraaie vlinder is met de op de voorgaande afbeelding plaat 27 afgebeelde wijfje zo wel in tekening als in kleur helemaal gelijk. Hoewel de mannetje bijna een derde kleiner zijn dan de wijfjes zo zijn echter de oogvormige vlekken van dezelfde grootte zoals de gemelde plaat bij figuur B. Aantoont. Van boven op de vleugels heerst een sterkere gloed en de hemelsblauwe dwarsbanden zijn breder en ook de donkerblauwe weerschijn vertoont zich veel mooier.

 

Figuur B. C. Diocippus. (Hypolimnas misippus) Een vlinder die de heer Linnaeus onder de naam Chrysippus heeft opgegeven en met deze veel overeenkomst heeft maar verschilt in het gemis van de zwarte vlekken in het midden van de achterste vleugels en in de plaatsing van de witte vlekken in de voorste. Deze vlinder heeft de voorpoten kort zoals alle de mij bekende zogenaamde kaneelkleurige hebben. Ze is van Batavia.

Linnaeus systema naturea pagina 767, Papilio Danaus festivi, Chrysippus. Albertus Seba IV, tabel 6, figuur 17, 18. Edwards history of birds tabel 189.

 

Figuur D. E. Melita. (Hypolimnas bolina) De vier grote witte vlekken op de voorste vleugels van [45] deze niet geoogde nimf vlinder zijn met hemelsblauw aan de kant gevlekt. Aan de buitenste rand staan mede enige glanzende stippen van gemelde kleur. Ze behoort onder de vierpotige vlinders, de twee voorste zijn te kort om er mee te lopen en komt van Batavia.

Houttuin Nat. Hist, 1ste deel, 11de stuk, pagina 317, plaat 98. Figuur 5 is een vorm van deze vlinder.

 

Figuur F. G. Gyas. (Sarota gyas) Deze kleine dagvlinder behoort tot de Argus of duinvlinders. De sprieten zijn met zwarte en witte ringen beurtelings gesierd. Van onderen is de donker oranjekleurige grond van de vleugels met groene zilverachtige banden, strepen en stippen zeer aardig getekend en de randen rondom de vleugels als met een zilveren franje omzoomd. Ze is uit Berbices, (Berbice, Guyana).

 

Naam.

Morpho achilles. Achilles is een beroemde held uit de oorlog tegen Troje. Om hem onkwetsbaar te maken had zijn moeder, de zeenimf Thetis, hem in de rivier de Styx gedompeld. Ze hield hem hierbij vast aan zijn hiel, zodat deze niet in aanraking was geweest met het water. Zo was het enige zwakke punt van Achilles zijn hiel. Een zwakke plek of teer punt noemt men een achilleshiel of Achillespees. Thetis had haar zoon Achilles gewaarschuwd. "Ga niet naar Troje want dit wordt je dood" waren haar laatste woorden. Achilles was inmiddels de grote held van de Grieken en de grote angst voor de Trojanen. Totdat er ruzie kwam tussen Agamemnon en Achilles. Achilles weigerde nog te vechten en het leger van Agamemnon ging ten onder. De Trojanen waren altijd erg bang voor Achilles geweest maar nu zagen zij hun kans. Om de Trojanen te laten schrikken ging Achilles' beste vriend Patroclus, vermomd als Achilles, de strijd aan tegen de Trojanen. Patroclus verdreef de Trojanen totdat Hector vernam dat het niet Achilles was die het Griekse leger leidde. Patroclus werd gedood. Toen Achilles het nieuws vernam was hij furieus. Hij wilde zich wreken en doodde Hector en bond het lichaam van Hector achter zijn wagen en sleepte het rond de stadsmuren. Maar Achilles had 1 zwakke plek en dat was zijn hiel. Op aanwijzing van God Apollo, schoot Paris een pijl af op zijn zwakke plek en doodde Achilles. Achilles morpho, blue banded morpho.

Hypolimnas misippus. Een naam van Godart, maar vermeldt niet waar het vandaan komt. Vermoedelijk de door Fabricius genoemde naam hegesippus. Hegesippus was een staatsman en redenaar, bijgenaamd " knoop ", waarschijnlijk uit de wijze waarop hij zijn haar droeg. Hij leefde in de tijd van Demosthenes wiens anti - Macedonische beleid hij enthousiast ondersteunde. In 343 voor Christus hij wat een van de ambassadeurs naar Macedoni‘ gezonden om te bespreken, onder andere zaken, het herstel van eiland Halonnesus die in beslag was genomen door koning Filippus van Macedoni‘. De missie die mislukte, maar al snel daarna schreef Filippus naar Athene en bood het eiland aan of een arbitrage om de kwestie van het eigendom te beslissen. In antwoord op deze brief was de oratie De Halonneso geleverd die, hoewel opgenomen onder de speeches van Demosthenes, wordt algemeen beschouwd van Hegesippus. Danaid efffly, mimic of diadem. Chrysippus, zoon van Aegyptus die door zijn echtgenoot in de huwelijksnacht vermoord werd.

Hypolimnas bolina. In de Griekse mythologie was Bolina een nimf. Volgens Pausanias was Bolina ooit een sterfelijk meisje van Achaea. Ze was geliefd bij de god Apollo en toen hij probeerde om haar te benaderen vluchtte Bolina van hem en wierp zich in de zee om aan zijn avances te ontsnappen. Daarop maakte de god haar onsterfelijk. Dit is een veel gelukkiger lot dan die van Apollo meestal verplettert krijgen. Great eggfly, blue moon butterfly.
Sarota gyas. Sarota, onbekend, mogelijk van de Saronisch Golf, een paar kilometer van Piraeus en westelijk van Athene. Of van Grieks sarothron; bezem.
Gyas. Een van de honderd-handige, zoon van Uranus en Gaea. Hij werd gedood door Hercules in de strijd tussen de goden en de reuzen.
Ook wel aangeduid als Gyges, Gyas, Gyas, Gyges, Gyes, Gyes, Gyges of Gyges. Dat was een herder die de koning van Lydia werd. Hij vond een paard gemaakt van messing verborgen in een scheur in de aarde en opende het. Van binnen was er een lichaam van een reus die een magische ring droeg. Gyges nam de ring die onzichtbaarheid verleende aan de drager, en gebruikte het om de toegang tot het paleis van de koning te krijgen waar hij de koning, Candaules doodde en verleidde zijn vrouw. Een ander verhaal zegt dat Candaules dwong zijn vrouw naakt te verschijnen voor Gyges zodat hij haar schoonheid kon bewonderen. Daarom werd de koningin zo woedend dat ze Gyges overhaalde om haar man te doden en vervolgens trouwde ze met zijn moordenaar. Gyas jewelmark.

 

Buitenlandse vlinders.

Plaat 29.

 

Figuur A. Papilionaris. (Cyclosia papilionaris) Deze Chinese nachtvlinder met gepluimde sprieten en gekrulde zuiger heeft van onderen het lijf en de vleugels van dezelfde kleur en tekening zoals aan de bovenkant. Ze houdt de vleugels uitgespreid en zou zo met veel recht zoals de volgende onder de Atlas uilen (Phalaena Attaci) geplaatst kunnen worden.

Drury II tabel 2, figuur 4. Papilionaris. [46]

 

Figuur B. Militaris. (Dysphania militaris) Onder de nachtvlinders kan deze een van de sierlijkste genoemd worden. Ze heeft de sprieten gepluimd en een gekrulde zuiger. De blauwachtige witte vlekken naar de tippen op de bovenste vleugels staan op een donkerblauwe grond met een violette weerschijn. Van onderen is ze eveneens van kleur. Ze woont in China.

Linnaeus systema naturea pagina 811, Phalaena Attaci, nummer 12. Rosel IV, tabel 6, figuur 3. Daubeton tabel 67, figuur 1, lŐ Arlequine.

 

Figuur C. D. Lysander. (Parides lysander) De blauwgroen vlek op de voorste vleugels naast de rode op de achterste geven deze fluweelzwarte dagvlinder een mooi aanzien. Ze heeft de poten alle even lang en met nagels bezet. Vanwege de rode vlekjes aan de borst zou ze onder de Trojaanse ridder vlinders van de heer Linnaeus behoren. In Suriname is het een gewone vlinder.

 

Figuur E. Hyppason. (Papilio hyppason) Deze zwarte Surinaamse dagvlinder is aan beide kanten gekleurd behalve dat van onderen aan de borst geen rode stippen en op de voorvleugels de vuil witte vlekken niet te zien zijn. Ze onderscheidt zich van de voorgaande en volgende voornamelijk daarin dat de achterste vleugels minder rood gevlekt en de onderranden ervan met wit omzoomd zijn. [47]

 

Figuur F. Euristeus. (Parides lysander) De bovenvleugels van deze dagvlinder lijken geheel op die van de voorgaande figuur E, maar de onderste verschillen in het getal van de rode vlekken en de zomen om de onderrand er van die van een mooie rode kleur zijn. Van onderen is ze eveneens met figuur D gelijk maar zonder bloedkleurige stippen aan de borst. Ze is van Suriname.

 

Figuur G. Myrrha. (Antona myrrha) Deze oranjekleurige nachtvlinder of uiltje schijnt onder de landmeters (Phalaena Geometrae) te behoren. De sprieten zijn draadvormig en het heeft een gekrulde zuiger. Van onderen verschillen de vleugels niet in kleur met de bovenkant. Het komt uit Suriname.

 

Figuur H. Corinna. (Coenonympha corinna) Dit fraaie uiltje heeft op elke boven vleugel vier strepen als van blauw gelakt zilver en ook diergelijke stippen op de achterste. De sprieten zijn draadvormig, de zuiger is gekruld. Van onderen is de kleur effen oranje of zoals de grondkleur van boven. [48]

 

Naam.

Cyclosia papilionaris. Cyclosia, Grieks kyklos; cirkel. Papilionaris, Papilio-achtig. DruryŐ s jewel, die de naam het eerst publiceerde.

Dysphania militaris. Grieks dys; mannelijk, phaino; ik verschijn. Militaris, een bijnaam van Venus. Militaris; militair, soldaat, van Latijn militaris, miles; soldaat, Grieks homilos; verzamelde menigte.
Parides lysander. Lysander, Lysandros. Hij was een Spartaanse admiraal die de Spartaanse vloot in de Hellespont, die de Atheners versloeg op Aegospotami in 405 v. Chr. Het volgende jaar, was hij in staat de Atheners te capituleren waardoor de Peloponnesische Oorlog tot een einde kwam en organiseerde de heerschappij van Sparta op heel Griekenland in de laatste tien jaar van zijn leven, stierf 395 v. Chr.
Papilio hyppason, onbekend, naam komt meer voor, mogelijk van Hipparchus van Nicea, Hipparkhos ca. 190- 120 voor Christus, was een Griekse astronoom, geograaf en wiskundige. Hij wordt beschouwd als de grondlegger van de trigonometrie, maar is het meest bekend voor zijn ontdekking van de precessie van de equinoxen. 

Antona myrrha. Antona, onbekend, mogelijk van Latijn voor onschatbaar, kostbaar, of een vrouwelijke vorm van Anton, Antonius, naam van een bekende van Pieter Cramer. Myrrha, ook bekend als Smyrna is de moeder van Adonis in de Griekse mythologie. Ze werd omgevormd tot een mirre boom na het vrijen met haar vader en beviel van Adonis als een boom. Hoewel het verhaal van Adonis Semitische wortels heeft is het onzeker waar de mythe van Myrrha ontstaan, al was het waarschijnlijk uit Cyprus. De mythe geeft de incestueuze relatie tussen Myrrha en haar vader, Cinyras. Myrrha wordt verliefd op haar vader en met trucs krijgt ze hem in geslachtsgemeenschap. Nadat hij haar identiteit ontdekt trekt Cinyras zijn zwaard en achtervolgt Myrrha. Zij vlucht over Arabi‘ en na negen maanden wendt ze zich tot de goden om hulp. Ze krijgen medelijden met haar en zetten haar om in een mirre boom. En in in plantvorm baart Myrrha Adonis. Volgens de legende zijn de aromatische uitvloeiingen van de mirre boom Myrrha tranen.

Coenonympha corinna, Grieks koinos; algemeen, nympha; nimf. Corinna of Korinna was een oude Griekse dichter traditioneel toegeschreven in de 6de eeuw voor Christus. Volgens oude bronnen zoals Plutarchus en Pausanias kwam ze uit Tanagra in Boeoti‘, waar ze een leraar en rivaal van de beter bekende Thebaanse dichter Pindarus was. Hoewel twee van haar gedichten overgebleven in samenvattingen leven is het grootste deel van haar werk bewaard gebleven in papyrus fragmenten. Corsicaans hooibeestje.

 

Buitenlandse vlinders.

Plaat 30.

 

Figuur A. B. Cajeta (het mannetje) (Eudocima cajeta) Deze bijzondere nachtvlinder heeft draadvormige sprieten en heeft een gekrulde zuiger. Ze houdt de vleugels in een rustende stand dakvormig tegen elkaar over het lijf gedekt en behoort onder de Phalaena Noctuae van de heer Linnaeus.

 

Figuur C. Cajeta. (het wijfje) Op de bovenvleugels van deze uil ontbreken de bruine met wit gerande dwarsstrepen en de grondkleur ervan is meer gestippeld dan die van figuur A. Van onderen verschilt ze in niets met de figuur B. Door deze overeenkomst zou men mogen veronderstellen dat dit het wijfje is van de voorgaande. Ze komen van Coromandel en worden ook te Batavia gevonden. Ze berusten met alle op deze plaat afgebeelde vlinders in de kostbare verzameling van de hoog weledelgeboren heer baron Rengers.

Albertus Seba IV, tabel 42, figuur 3, 14. Misschien heeft men daar het mannetje willen afbeelden.

 

Figuur D. Melaneus. (Parantica melaneus) Deze dagvlinder heeft de voorste poten kort en zonder [49] nagels. Op de blauwachtige vlekken in het midden van de vleugels kan men met het blote oog geen dons ontdekken. Die vlekken zijn daar blinkend en doorschijnend. Van onderen is ze van dezelfde kleur als aan de bovenkant en de borst is daar met witte stippen bezet. Volgens de afdeling van de heer Linnaeus behoort deze onder zijn boten Danaus. (Papilio Danaus festivi) Ze komt van de kust van Coromandel en China.

Zie Danaus, dochters van Atlantia of Phoebe, Rhode, werd aan Hippolytus gegeven.

 

Figuur E. Rhodope. (Colla rhodope) De vierbladige vormige vleugels geven aan deze Chinese nachtvlinder een zeldzame vorm. De sprieten zijn gepluimd. De donkerblauwe kleur op de achterste vleugels heeft een satijnachtige glans. Van onderen is ze van dezelfde kleur.

 

Figuur F. Agis. (Pseudodirphia agis) Deze Surinaamse nachtvlinder met gepluimde sprieten heeft een bijna onzichtbare zuiger. Van onderen is de kleur in het algemeen flauwer dan op de bovenkant van de vleugels. Dit is een mannetje en zou met de volgende onder de Atlas uilen (Phalaena Attaci) behoren.

 

Figuur G. Hircia. (Periphoba hircia) Deze Atlas uil met zware gekamde sprieten en een zeer kleine zuiger heeft de vleugels met lang haarachtig dons bezet. Onder is ze gekleurd zo als de achterste vleugels van boven in het midden naar het gewricht zijn. [50] Dit is een mannetje en uit Suriname gekomen.

 

Naam.

Eudocima cajeta, mogelijk van Eudokimos van Cappadoci‘, heilige uit de 9de eeuw, of een samengesteld woord van Grieks eu; goed en Decima, een van de Parcen of het lot. Ze meet de draad van het leven met haar staf. Zij werd ook vereerd als de godin van de bevalling. Haar Griekse equivalent was Lachesis. Cajeta, de voedster van Aenea die hem vergezelde op zijn reizen en stierf na haar aankomst in Itali‘. 
Parantica melaneus, Grieks para; dichtbij, ptica; veer, of een dochter van Danaus? Melaneus was een zoon van Apollo. Hij was de oprichter van Oechalia (Oikhalia), verschillend gelegen in Thessali‘, Messenia of Euboea. Melaneus erfde Apollo's boogschieten vaardigheid en was een bekend boogschutter en trouwde Stratonice. Hij was de vader van Eurytus, de beroemde boogschutter die de reputatie van zijn vader overschaduwde en Ambracia, de naamgever van Ambracia in Epirus. Stratonice werd later meegevoerd door Apollo. Chocolate tiger.
Colla rhodope, Van vulgair Latijn Colla, uit oud Grieks Kolla;, lijm. Koningin Rhodope van Thraci‘ was de vrouw van Haemus. Haemus was ijdel en hoogmoedig en vergeleek zichzelf en Rhodope met Zeus en Hera, die werden beledigd en veranderde het paar in bergen. (bergen van de Balkan en de Rhodope bergen)
Pseudodirphia agis. Grieks pseudes; vals, en Dirphia. Agis; Grieks sphragis; zegel, bescherming, uit Latijn aegis, uit Griekse Aigis, de naam van het schild van Zeus, door Herodotus gerelateerd aan aix; geit, zoals het schild was van Aigis; geitenleer. Athene Ő s aigis was een korte geitenhuid mantel bedekt met schubben en bezet met het hoofd van een Gorgon en omzoomd met slangen. 

 

 

Buitenlandse vlinders.

Plaat 31.

 

Figuur A. Luna. (het wijfje. (Actias luna) Van de N. Amerikaanse Luna hebben we reeds op plaat 2 de afbeelding van het mannetje gegeven en van dezelfde is in het werk van de heer Drury het wijfje te vinden. Thans geven we de afbeelding van deze Oost-Indische die in gedaante veel met de eerst gemelde overeenkomt. Maar als men ze tegen elkaar vergelijkt dan zie je snel dat dit een andere soort is die niet alleen in kleur, die bleekgroen is, maar ook in de tekening van de maanvormige ogen op de vleugels opmerkelijk verschilt. De sprieten zijn minder gekamd als die van het mannetje van de volgende figuur, maar de zuiger in beiden is klein. De poten zijn donker karmozijn rood of van dezelfde kleur als de buitenste rand aan de voorste vleugels van het mannetje. De kop en het hele lijf met een gedeelte van de vleugels bij de gewrichten zijn met sneeuwwitte donsachtige haartjes of pluis bezet. In de halve maanvormige vlekken op elke vleugel is een wit doorschijnen maantje.

Drury I, tabel 24, figuur 1. [51]

 

Figuur B. Luna. (het mannetje) De randen van de vleugels van dit mannetje zijn minder gekarteld dan die van het wijfje en de bovenste eindigen in een scherpere tip. De onderste zijn naar de staarten toe smaller en met meer rood gevlekt. Van onderen is er geen verschil in kleur met de bovenkant van deze zeldzame en fraaie nachtvlinders. Ze komen van de kust van Coromandel. Men heeft er ook van het eiland Ceylon die niet zo groen van kleur maar bleek en bijna wit zijn. Ze berust in de verzameling van de heer Caspar Stoll.

 

Figuur C. D. Celeno. (Jamides celeno) Deze dagvlinder behoort onder de pissebedjes of schildrups pages (Papiliones Plebejus ruralis) die allen zes poten hebben en is van Suriname.

 

Figuur E. Arius. (Calydna arius) Deze kleine Surinaamse dagvlinder is aan beide zijden van dezelfde kleur. Het heeft ze spoten en behoort onder de zogenaamde Argus of duin vlinders die de heer Linnaeus naast de schildpad pages onder zijn veldburgers of landlieden gebracht heeft. (Papiliones plebeji rurales)

 

Figuur F. Coras. (Polites peckius) Dit dikkopje (Papilio urbicola) is aan beide zijden van dezelfde kleur met geelachtige vlekken. De sprieten van de vlinders die men gewoon is dikkopjes te noemen eindigen [52] aan de knop met een haakachtig puntje. Deze en de twee voorgaande berusten in de verzameling van de heer E. de Marre. Deze komt uit Suriname.

 

Naam.

Actias luna, zo genoemd door William Elford Leach. Actais; van Actium. De slag bij Actium was een zeeslag op 2 september 31 v.Chr. voor de kust van Griekenland waar de vloot van Marcus Antonius en Cleopatra vocht tegen de vloot van Octavianus. Luna moth, Amerikaanse maanvlinder, genoemd naar Luna; maan, naar de vlekken op de vleugels, Luna de maangodin met de Griekse tegenhangster Selene.

Jamides celeno, zoon of afstammelingen van Jamus die in de kunst van het voortekens, augures, uitblonk. Jamus was de stamvader van de familie van de Jamiden waar de hogepriester plaats bij de Tempel van Jupiter in Olympia erfelijk was. Hij was een zoon van Apollo en Evadne en had van zijn vader de gave om uit het offervuur ​​ waarzeggerij en orakels te ontvangen. Celeno, wel van caeruleum; blauwachtig, in de Griekse mythologie verwijst Celaemo naar verschillende figuren als; Celaeno, een van de Harpijen die Aeneas tegenkwamen in Strophades. Ze gaf hem profetie‘n over zijn toekomstige reizen. Celaeno, ŽŽn van de Plejaden. Zij zou de moeder zijn van Lycus en Nycteus door Poseidon. Celaeno, ŽŽn van de Dana•den, de dochters van Danaus. Haar moeder was Crino. Ze trouwde en doodde Hyperbius, zoon van Aegyptus en Hephaestine. Zij wordt ook verondersteld een zoon, Celaenus, te hebben gehad van Poseidon. Common cerulean.
Calydna arius, in de Griekse mythologie was Calydnus of Kalydnos een zoon van Uranus en de eerste mythologische koning van Thebe naar wie de stad wordt verondersteld te zijn genoemd Calydna. Hij zou de eerste vestingwerken van de stad te hebben opgebouwd, dat was de reden waarom Thebe soms werd aangeduid als de " citadel van Calydnus ". Arius was een burger van Alexandri‘. Augustus achtte hem zo hoog dat hij na de verovering van Alexandri‘ verklaarde dat hij stad vooral spaarde omwille van Arius. Volgens Plutarchus adviseerde Arius Augustus om Caesarion, de zoon van Cleopatra en Julius Caesar, te excecueren met de woorden " ouk agathon polukaisarie " ("het is niet goed om te veel Caesars hebben "), een woordspeling op een tekst in Homerus.
Polites peckius, Polites was een lid van de bemanning van Odysseus die naar hem verwijst als zijn beste vriend, hoewel hij slechts tweemaal genoemd, ooit als onderdeel van Eurylochos 's scouting groep op het eiland van Circe (hij is een van de eerste om het paleis van Circe in te gaan) en toen, na een jaar, overtuigt hij Odysseus om van Circe te vertrekken. Hij wordt gedood, hetzij door Scylla of de bliksemschicht die Zeus gooit naar Odysseus schip omdat zijn bemanning eet van het vee van Helios. Een andere Polites was de wettige zoon van Priamus en Hecuba. Hij was prins van Troje en broer van 49 andere kinderen, waaronder 12 dochters. Hij werd gedood door Neoptolemus, de zoon van Achilles. Zo genoemd door Kirby naar professor William Dandridge Peck. PeckŐs skipper.

 

 

Buitenlandse vlinders.

Plaat 32.

 

Zie Danaus, dochters van Atlantia of Phoebe, Cleopatra werd aan Agenor gegeven. Er waren er wel twee, de andere was de dochter van Polyxo die met Hermus trouwde

Figuur A. B. Agenor. (Papilio memnon agenor) Deze mooie dagvlinder heeft de heer Linnaeus onder zijn Trojaanse ridders opgegeven. De poten zijn alle even lang en met sterke nagels voorzien. Ze worden in China, op Coromandel en te Batavia gevonden.

Linnaeus systema naturea Pagina 747. Papilio Equit. Trojani nummer 14. Carl Alexander Carl Alexander Clerck Iconeses, tabel 15.

 

Figuur C. D. Tiberina. (Papilio thallo) (Phalaena tiberina) Door de heer Edwards is een vlinder afgebeeld die met deze in kleur en tekening niet verschilt dan dat die geknopte sprieten heeft. Onze afbeelding is naar een nachtvlinder met gepluimde sprieten en met een gekrulde zuiger gemaakt. De sprieten, de poten, het lijf en de aderen op de bovenvleugels hebben in dit wijfje een groene koperachtige glans waarin ze verschillen met de mannetjes die een blauwe glans hebben en de achterste vleugels zijn niet wit maar zwart en in het midden met twee witte vlekken. Ze komen uit China.

Edwards history of birds, tabel 226.

 

Figuur E. F. Orithya. (Junonia orithya) *(het mannetje) [53]

Het wijfje van deze geoogde nimf vlinder hebben we al op plaat 19 figuur C. D afgebeeld en gezegd dat het mannetje de achterste vleugels van boven bijna geheel satijnachtig blauw en aan het gewricht fluweelachtig zwart heeft zoals de afbeelding hier voldoende aantoont en dus geen verdere beschrijving behoeft. Ze komen van Batavia en China.

Linnaeus systema naturea pagina 770, Papilio Nimphen gemmati nummer 137. Rosel IV, tabel 6, figuur 2.

 

Naam.

Papilio memnon agenor. In de Griekse mythologie was Memnon de Ethiopische koning en de zoon van Tithonus en Eos. Als een krijger werd hij beschouwd als bijna Achilles gelijk in vaardigheid te zijn. Tijdens de Trojaanse oorlog bracht hij een leger voor de verdediging Troje en doodde Antilochus tijdens een felle strijd. De dood van Memnon echode bij Hector die Achilles uit wraak vermoordde voor zijn gevallen kameraad, Patroclus. Na de dood van Memnon was Zeus bewogen door de tranen Eos en verleende hem onsterfelijkheid. 

Agenor; heldhaftig, mannelijk. Een zoon van Poseidon en Libi‘, koning van Phoenici‘ en Tyrus, tweelingbroer van Belus. Hij trouwde Telephassa en werd de vader van Cadmus, Phoenix, Cylix, Thasus, Phineus en volge s sommige van Europa. Nadat zijn dochter Europa was weggevoerd door Zeus stuurde Agenor zijn zoons op zoek naar haar, en beval hen niet om terug te keren zonder hun zus. Aangezien Europa niet te vinden was kwam geen van hen terug en al vestigden zich in het buitenland. Great mormon.

Papilio thallo. Thallo was de Hora (seizoen) godin van de lente knoppen en scheuten. Ze werd vereerd in Athene samen met de godin Pandrosos (alles dauw).

 

Buitenlandse vlinders.

Plaat 33.

 

Figuur A. Eurilochus. (Caligo eurilochus) Dit is een van de grootse Surinaamse dagvlinders die tot nog toe bekend zijn. Ze gebruikt maar de vier achterste poten om mee te lopen, de voorste zijn kort en zonder nagels. De vleugels hebben niet zoŐn mooie blauwe glans als die van de Teucer en Idomeneus twee vlinders die er in vele opzichten mee overeen komen. Maar ze praalt met een blauwe violetkleurige weerschijn. Op de volgende plaat is de onderkant afgebeeld. Ze behoort volgens de rangschikking van de heer Linnaeus onder de Griekse ridders.

 

Figuur B. C. Ilia. (Catocala ilia)Deze nachtvlinder met draadvormige sprieten lijkt op [54] de gewone Europese rode weeskind. Maar aan de onderkant heeft e alle dwarsbanden over de vleugels rood in plaats dat de gemelde inlandse die wit van kleur heeft. Ze komt van Jamaica en is in het kabinet van den hoog edel geboren heer baron Rengers.

Linnaeus systema naturea Phalaena Nocuae nummer 120, Pacta.

 

Naam.

Caligo eurilochus. Grieks caligo; waas, mist, donkerte. Eurylochos of Eurýlokhos) verschijnt in de Odyssee van Homerus als tweede in bevel van Odysseus schip tijdens de terugkeer naar Ithaca na de Trojaanse oorlog. Hij was dus een familielid van Odysseus door huwelijk. Hij wordt afgebeeld als onaangename laffe persoon die ondermijnt Odysseus en wakkert de problemen aan. Toen het schip stopt bij Aeaea, de thuisbasis van Circe de tovenares, Eurylochos en Odysseus lootten om een ​​groep van 22 mannen te leiden om het eiland te verkennen. Eurylochos wordt gekozen. Nadat de bemanning een kolom van rook ziet leidt Eurylochos zijn expeditie naar de bron. Ze naderen een paleis, omringd met wilde, maar op magische wijze goedaardige dieren. In het paleis is Circe aan het zingen en (onder leiding van Polites) alle van de partij Eurylochos, behalve hij, haasten zich naar binnen om haar te begroeten. Eurylochos verdenkt haar verraad en toen ze de rest van de expeditie in varkens verandert ontsnapt Eurylochos en waarschuwt Odysseus en het gedeelte van de bemanning die op het schip bleef, waardoor Odysseus een reddingspoging deed. Toen Odysseus gaat om zijn mensen te redden weigert Eurylochos om hem te leiden en dringt er bij hem aan om te ontsnappen en laat de mensen aan hun lot over. Toen Odysseus terugkeert van Circe en de mannen te hebben gered beledigt Eurylochos Odysseus. Odysseus overweegt hem te doden, maar de bemanningsleden trekken ze uit elkaar. Na het maken van een wapenstilstand met Odysseus raadt hem Circe aan de profeet Tiresias te zien voor meer advies om veilig terug naar huis te keren. Tiresias instrueert later Odysseus om het vee niet aan te raken op het eiland van de zonnegod Helios, maar Eurylochos overtuigt de hongerige en muitende bemanning ze te doden en aantal van hen te eten. Als straf Odysseus wordt schip en al zijn bemanning vernietigd, met inbegrip van Eurylochos, ze worden gedood in een storm gezonden door Poseidon. Alleen Odysseus overleeft. Uilvlinder, forest giant owl.
Catocala ilia, in de Griekse mythologie wordt Ilia beschreven als de dochter van Numitor, koning van Latium. (Midden-Itali‘) NumitorŐ s jongere broer Amulius greep de troon en doodde Numitor 's zoon, vervolgens dwong hij Ilia een maagd priesteres van de godin Hestia te worden. Ze was ook bekend als Rhea Silvia. Van Vestaalse maagden werden celibaat gezworen voor een periode van dertig jaar, dit zou ervoor zorgen dat de lijn van Numitor geen erfgenamen had. Echter Rhea Silvia werd zwanger en beviel van de tweeling Romulus en Remus. Ze beweerde dat de god Mars het gedaan had en de vader van de kinderen was. Livy zegt dat deed ze was verkracht door onbekende, maar verklaarde dat het Mars was om de vader van haar buitenechtelijke nakomelingen te zijn, ofwel omdat ze het echt dacht het geval te zijn of omdat hij wat minder verwerpelijk was het gepleegd te hebben met een god. Ilia underwing, beloved underwing of wife underwing.

 

Buitenlandse vlinders.

Plaat 34.

 

Figuur A. Eurilochus. (Caligo eurilochus) Het verschil in de tekening aan deze kant van de vleugels toont voldoende aan dat het een bijzondere soort is en niet verward moet worden met de voor vermelde Teucer en Idomeneus die door juffrouw Merian op plaat 23 en 60 zijn afgebeeld. De bruine grondkleur in bijna zonder vlekken maar met een ontelbare menigte van grijze golfvormige en door elkaar lopende streepjes getekend waardoor de twee grote ringen om de oogvormige vlekken meer uitsteken. Ze is vanwege haar grootte getekend naar een uit de verzameling van de heer Caspar Stoll.

 

Figuur B. C. Egeria. (Heliconius egeria egeria) Deze gestrekte of Parnas vlinder verschilt van de Erato of rood gestraalde doordat de ondervleugels van boven niet rood gestreept maar gevlekt zijn en dat ze meer gele [55] vlekken op de bovenvleugels heeft. De voorste poten zijn als pluisjes en kort. Ze komt van Suriname en berust in het kabinet van de hoog edel geboren barn Rengers.

Linnaeus systema naturea pagina 757, Papilio Heliconii nummer 75, Erato.

 

Naam.

Heliconius egeria. Zie Heliconii. Egeria was een waternimf en een godin. Ze zorgde meteen voor Hippolytus, zoon van Theseus (stichter van Athene), nadat hij die uit de doden was opgewekt totdat hij zijn naam veranderde en werd Virbius. Zij was de beroemdste tweede vrouw en raadgever van de tweede koning van Rome, Numa Pompilius.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Buitenlandse kapellen.

Plaat 35.

 

Figuur A. B. Oenone. (Junonia oenone) Deze fraaie geoogde nimf kapel heeft de voorste poten zeer kort. De blauwe vlekken op de achterste vleugels hebben de glans van satijn. Doch de wijfjes bij Figuur A en B hebben de grondkleur doorgaans meer donkergeel en de blauwe vlekken niet zo mooi hemelsblauw als het mannetje die bij figuur C zijn afgebeeld. Ze komen uit China en worden ook aan Kaap de Goede Hoop gevonden.

Linnaeus systema naturea pagina 770. Papilio Nymphales gemmati nummer 135. Edwards tabel 37. Kleman, deel 1 tabel 3, figuur 1, 2. Seligman uitlandsche vogelen 1 deel, tabel 73.

 

Figuur D. E. Aonis. (het wijfje) (Junonia lemonias) Onder [56] deze geoogde nimf kapellen vindt men vormen die van boven op de achterste vleugels naast de grote oogvormige vlekken bij de binnenrand van de voorste nog een klein oogje in dezelfde buitenste ring hebben. Een andere is er die van onderen geheel zonder vlekken is en zonder oogvormige stippen op de vleugels en de kleur bleek rozerood. Maar van boven zijn ze allen hetzelfde zoals deze. Ze behoren onder de vierpotige kapellen die de voorste poten als een pluisje of sabel hebben.

 

Figuur F. Aonis. (het mannetje. (Junonia lemonias) Deze afbeelding is naar een mannetje aan de onderkant gemaakt. De grondkleur van de vleugels loopt meer in het grauwe en in plaats van de ogen zijn het hier maar zwarte of donkerbruine stippen. Van boven zijn ze zoals de wijfjes bij figuur D maar worden ook op de kust van Coromandel, op Ceylon en te Batavia gevonden.

Linnaeus systema naturea pagina 769. Papilio Nimphen Gemmati nummer 134.

 

Zie Danaus, dochter van Polyxo, Erato, werd aan Bromius gegeven.

Figuur G. Bromus. (Cosmosoma bromus) De sprieten van deze bastaard onrust (Sphinx adscita) zijn [57] gepluimd. De vleugels zijn glasachtig doorzichtig en het donker gele lijf is zonder enige glans. Dit is een wijfje en komt van Suriname.

 

Figuur H. Phlegmon. (Calonotos phlegmon) De witte vlekken op de zwarte vleugels van deze Surinaamse bastaard onrust zijn doorschijnend. Het borststuk is met twee en het lijf met drie groene gebronsde banden gesierd. Ook hebben de poten een koperachtige glans. Mogelijk hebben de mannetjes de sprieten meer gepluimd dan dit wijfje. Het berust met de voorgaande in het kabinet van de heer W. van der Meulen.

 

Naam.

Junonia lemonias, Sulpicius, de zoon van Quintus, was een tijdgenoot en vriend van Cicero en van ongeveer dezelfde leeftijd. Cicero werd geboren B. C. 106. De naam Lemonia is het Ablatief en geeft de stam aan waartoe Servius behoorde. Volgens Cicero was de vader van Servius van de ridderstand. Servius eerste wijdde zich aan welsprekendheid en hij bestudeerde zijn kunst met Cicero in zijn jeugd. Ormos leomonias is ook een plaats in Griekenland. Lemon pansy.

Cosmosoma bromus, Grieks kosmos; versiering, soma; lichaam., Bromus, een van de centaurs die geslagen werd door Caeneus in een wedstrijd.

Calonotos phlegmon, Phlegmon, Grieks phlegmon; ontsteking onder de huid. Mogelijk van phlegethon, een rivier van vuur, een van de rivieren om de Hades.

 

 

Plaat 36.

 

Figuur A en B. Vrouwelijk, C, mannelijk, Oenone (Junonia oenone)

 

figuur D en E, vrouwelijk, F, mannelijk Aonis (Junonia lemonias)

 

Figuur G. Bromus, (Cosmosoma bromus bromus)

 

Figuur H. Phlegnon. (Calonotis phlegmon)

 

Naam.

Zie voorgaande.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Buitenlandse vlinders.

Plaat 37.

Zie Danaus, dochter van Polyxo, Stygne, werd aan Polyctor gegeven.

 

Figuur A. B. Policenes. (Graphium policenes) De onderkant van deze page of Griekse ridder vlinder is zo in kleuren als in tekening uiterst fraai. De poten zijn allen even lang en met nagels bezet. Ze komt van Suriname en berust met de twee volgende soorten in het kabinet van de hoog edelgeboren heer baron Rengers.

 

Figuur C. D. Castor. (Charaxes castor) Op plaat 3 is bij figuur C en D een vlinder afgebeeld die op deze enigszins lijkt. De heer Linnaeus betrekt deze soorten mede onder de Griekse ridders, mogelijk omdat de ondervleugels hoekig zijn en dus door de twee langste tandjes als gestaart schijnen. Deze vlinder heeft maar vier poten om mee te lopen, de voorste zijn rug als kwastjes of in de gedaante van sabelbont tegen de borst geplaatst waardoor die dan zeer verschilt met de zogenaamde pages die allen zes poten met nagels hebben. Ze leeft in de kust van Guinee.

 

Figuur E. F. Pollux. (Charaxes pollux) De gedaante en de vorm der poten van deze zeldzame dagvlinder komt met de volgende volmaakt overeen, maar de kleur en de tekening aan beide zijden van de vleugels bewijzen dat het een andere soort is. Ze komt van de kust van Guinee. [62]

 

Naam.

Graphium policenes, Policena was een Trojaanse vrouw waar Achilles voor viel. Polyxena was de jongste dochter van koning Priamus van Troje en zijn vrouw, Hecuba. Common swordtail of small striped swordtail. 

Charaxes castor. Er bestaat verwarring over de ouders van Kastor en Polydeukes. Hun pendanten in de Romeinse mythologie zijn Castor en Pollux (Dioscuri). Het bekendste verhaal is zonder twijfel dat waar de oppergod Zeus in de gedaante van een prachtige witte zwaan Leda versiert. Men zegt dan ook dat zij geboren zijn uit de eieren die Leda had gelegd (na de ontmoeting met Zeus). Zij waren onder meer metgezellen van Jason in zijn zoektocht naar het gulden vlies. Het elektrische verschijnsel dat wij Sint-Elmusvuur noemen werd in de Oudheid naar Castor en Pollux genoemd. Men interpreteerde het lichtverschijnsel als een zichtbaar teken van hun bescherming. Giant emperor.

 

 

Buitenlandse vlinders.

Plaat 38.

 

Figuur A. B. Alcidamas. (Papilio glaucus) Deze page of Griekse ridder vlinder (Papilio Equites achivii) lijkt wat op de zogenaamde koningspage (Podalirius sp. 36 Linnaeus) die niet alleen in Europa maar ook in de West Indien zich ophoudt. Deze komt van Jamaica en is er ook in New York en Carolina.

 

Figuur C. D. Tales. (Eueides tales) Deze parnas vlinder heeft de voorste poten kort en zonder nagels. Ze woont in Suriname.

DŐ Aubenton, planche enlum 72, figuur 3 & 4, le guidon.

 

Figuur E. F. Antiocha. (Heliconius antiochus) Over de zwarte grondkleur aan de bovenkant van deze gestrekte Parnas vlinder heerst een donker blauwe weerschijn. Het is een vierpotige vlinder en komt van Suriname.

Linnaeus systema naturea pagina 1068, nummer 12, Papilio Helicon Antiochus.

 

Naam.

Papilio glaucus, Glaucus of Glaukos was een zegod, de zoon van Anthedon en Alcyone. Van oorsprong was hij een visser uit Boeoti‘, maar na het eten van een magisch kruid werd hij onsterfelijk, maar kreeg hij ook een vissenstaart. Hij leefde voortaan bij Oceanus en Tethys op de bodem van de zee tot hij verliefd werd op de nimf Scylla. Hij vroeg de tovenares Circe om raad, maar zij werd zelf verliefd op Glaucus en veranderde Scylla in een zeemonster. Eastern tiger swallowtail.

Eueides tales, Euides, Grieks eu; goed, eides, eidos; gevormd, tales, moeilijk, mogelijk van Thales van Milete ca. 624 – ca. 546 voor Christus) was een pre - socratische Griekse filosoof, wiskundige en astronoom van Miletus in Klein-Azi‘, het huidige dag Milet in Turkije en een van de zeven wijzen van Griekenland. Velen en met name Aristoteles beschouwen hem als de eerste filosoof in de Griekse traditie.
Heliconius antiochus, Antiochus, van de Griekse naam Antiochos, afgeleid van het Griekse anti ; tegen, in vergelijking met, zoals, oche; ondersteuning. Dit was de naam van een aantal leiders van de Seleuciden Rijk. Ook de naam van een van de zonen van Aegyptus die trouwde en vermoord werd door Itea, dochter van Danaus. Antiochus longwing.

 

Buitenlandse vlinders.

Plaat 39.

 

Figuur A. Cynthia. (Samia cynthia) Van onderen zijn in deze nachtvlinder in kleur de halve maanvormige vlekken niet te onderscheiden met de bovenkant. De wijfjes hebben de sprieten wat minder gekamd dan dit mannetje en de zuiger is zo klein zodat men [63] met het vergrootglas nauwelijks kan waarnemen. Ze behoort tot de spiegeldragers en komt uit China. (Phalaena Attaci)

Drury tom, II tabel 6, figuur 2. DŐAmbenton, planche enlum 42, figuur 1, le croisant.

 

Figuur B. C. Faunus. (Oxylides faunus) Deze ongewone pissebed of schildrups page heeft van boven aan de onderrand bij de drie staartjes aan de ondervleugels zilverachtige vlekjes. Van onderen loopt over de witte kleur van de vleugels een goudgeel streepje wat met een bocht aan de aarshoek eindigt en daar als mede aan de onderrand met blauwe zilverachtige vlekjes gesierd is. Ik heb een vorm van deze vlinder die de vleugels van boven donker blauw heeft maar voor het overige niet verschilt.

Drury tom, II, tabel q, figuur 4 & 5, Faunus.

 

Figuur D. E. Cyparissa. (Euphaedra cyparissa cyparissa) De groenachtige kleur aan de bovenkant van de vleugels van deze niet geoogde nimf vlinder (Papilio Nimp. Phalerati) heeft een satijnachtige glans. Van onderen is ze uiterst sierlijk gekleurd met zwarte fluweelachtige vlekken. De voorste poten zijn kort en niet genageld. Ik heb deze met de vorige en de volgende van Sierra Leone ontvangen. [64]

 

Figuur F. G. Egina. (Melinaea ludovica) Deze vierpotige dagvlinder zou vanwege de langwerpige en smalle bovenvleugels onder de gestrekte of Parnas vlinders geplaatst kunnen worden.

Albertus Seba, tomus IV, tabel 29, figuur 15, 16.

 

Naam.

Samia cynthia, samia; bewoner van Samos. Cynthia is een vrouwelijke naam van Griekse oorsprong: Kynthia, " van Mount Kynthos " op Delos eiland. Hemelboomvlinder, Cynthia silkmoth, tree heaven silkmoth of ricini moth.

Oxylides faunus, Grieks oxys; scherp, eidos, verschijning, afbeelding. Faunus is in de Romeinse mythologie een oude natuurgod die later gelijkgesteld wordt aan Pan. Faunus is de beschermer van het vee en de weidegrond en brengt dan ook vruchtbaarheid. Fauna was een godin, vaak genoemd als de vrouw van Faunus. Het latere begrip voor fauna, het geheel van alle dieren, is daarvan afgeleid. Common faunus, common false head.

Melinaea ludovica, Grieks meli; honing, naio; ik leef in. Ludovia is een variant van de naam als Louis, Ludwig, mogelijk een kennis van Pieter Cramer die de soort beschreef.

Euphaedra cyparissa, Grieks eu; goed, phaidros; prachtig, elegant schijnend. In de Griekse mythologie was Cyparissus of Kyparissos; cipres, een jongen die geliefd was bij Apollo of in sommige versies van andere goden. In de meest bekende versie van het verhaal is de favoriete metgezel van Cyparissus een getemd hert die per ongeluk gedood wordt met zijn jacht speer toen het lag te slapen in het bos. Het verdriet van de jongen was zo groot dat hij veranderd werd in een cipres boom, een klassieke symbool van rouw. True forester.

 

 

Buitenlandse vlinders.

Plaat 40.

 

Figuur A. B. Alcandor. (Papilio deiphobus) Een vlinder die door de heer Edwards is afgebeeld heeft met deze page of Trojaanse ridder (Papilio Equites Trojani) enige overeenkomst. En op de 46ste plaat figuur 15 en 16 in het werk van Albertus Seba heeft men die voor een vorm van de Agenor opgegeven naar welke ze echter alzo min als naar de Deiphobus lijkt want de laatste is van boven geheel zwart en alleen van onderen aan de gewrichten en de op de ondervleugels rood gevlekt daar integendeel deze op het midden van de net gemelde vleugels aan beide zijden geelachtig wit gekleurd is. Ze komt van Ambon en is in het kabinet van de wel edele heer W. Van der Meulen.

 

Figuur C. D. Ganimedes. (Lamasina ganimedes) Deze zeer fraaie schildrups page heeft de vleugels van boven blauw met een groene [65] weerschijn. Onder is de groene grondkleur van de vleugels van het gewricht tot aan de witte dwarsstreep als met stofgoud bezaaid. Dergelijke geelachtige vlekjes zijn er ook op de achterste vleugels bij de onderste tippen van dezelfde geplaatst waardoor de vlinder een uiterst sierlijke aanzien heeft. Het komt uit West-Indi‘ en berust in de verzameling van de wel edele heer E. de Marre.

 

Naam.

Papilio deiphobus, Deiphobus was een zoon van Priamus en Hecuba. Hij was een prins van Troje en de grootste van de zonen van Priamus na Hector en Paris. Deiphobus doodde vier mannen van roem in de Trojaanse oorlog. In de Trojaanse oorlog leidde Deiphobus samen met zijn broer Helenus een groep soldaten tijdens het beleg van de nieuw gebouwde Argos muur en doodden velen en verwondde de Achaeanse held Meriones. Toen Hector vluchtte voor Achilles nam Athena de vorm van Deiphobus en prikkelde Hector tot staan en vechten, Hector die dacht dat het zijn broer was luisterde en gooide zijn speer op Achilles. Toen de speer miste draaide Hector zich om naar zijn broer en vroeg om een ​​andere speer, maar "Deiphobus" was verdwenen. Het was toen dat Hector wist dat de goden hem hadden bedrogen en verlaten en hij ontmoette zijn lot in de handen van Achilles. Sommige denken dat het was Deiphobus en Paris die Achilles in een hinderlaag lokten en doodden terwijl ze hem lokten naar hun zuster Polyxena. Na de dood van Paris kreeg Deiphobus Helena als een bruid voor zijn daden in de oorlog. Toen het Paard van Troje in de stad was vergezelde Deiphobus Helena toen ze om het het paard liep. Tijdens de plundering van Troje werd Deiphobus gedood door ofwel Odysseus of Menelaos en zijn lichaam verminkt. Anaderen zeggen dat het Helena was die hem doodde of zijn dood vierde. De meeste verwijzingen lijken erop te wijzen dat, in tegenstelling tot haar twee andere mannen, Helena niet hield van Deiphobus en besloot ze liever terug te keren naar Menelaos.

Lamasina ganimedes, Lamasina, onbekend, is het een anagram van een naam als Amalia en zo gemaakt door? Ganimedes; schenker, Latijn Ganymedes, Grieks GanumŹdŹs, van ganumai; ik straal, verheug me, mŹdos; schaamdeel; (zie Medea) de mythe van de jonge, wonderbaarlijk schone Ganimedes die door Zeus naar de Olympus werd gebracht en als schenker aangesteld is in de Oudheid aangevoerd als excuus voor pederastie. Ganimedes hairstreak.

 

 

Buitenlandse vlinders.

Plaat 41.

 

Figuur A. B. Automedon. (Eryphanis automedon) Deze zeldzame dagvlinder kan met net zoveel recht als de Teucer en dergelijke vlinders onder de Griekse ridders van de heer Linnaeus geplaatst worden. De voorste poten zijn zeer klein. Van boven hebben de vleugels een heerlijke weerschijn die in het purper valt. De wijfjes hebben deze weerschijn niet zo mooi, maar zijn bruiner van kleur en aan de randen van de bovenvleugels met twee smalle licht bruine dwarsstrepen. Ze komt van Suriname.

 

Figuur C. D. Acastus. (Mysoria barcastus) Dit dikkopje (Papilio plebejus urbicolae) heeft van boven op de vleugels een groene weerschijn. Ik heb een vorm die in de plaats van geel de rand van de achterste vleugels van onderen bloedrood heeft. Men vindt ze in de Berbices, (Berbice, Guyana) en Suriname. [66]

 

Figuur E. F. Clarus. (Epargyreus clarus clarus) Deze dagvlinder behoort mede onder het geslacht der zogenaamde dikkop vlinders. (Papilio Plebeji urbicole) De gele vlekken op de vleugels zijn doorschijnend en de witte van onderen op de achterste vleugels blinken als zilver. Vanwege de vorm der sprieten hebben we al aangemerkt dat die in een haakachtig puntje eindigen. Ze komt van Suriname.

 

Naam.

Eryphanis automedon. Grieks ery; rood, phana; doorschijnend. Automedon was de zoon van Diores en was Achilles wagenmenner. In de Ilias van Homerus rijdt hij in de strijd eenmaal Patroclus en Achilles en commandeert Achilles paarden Balius en Xanthos. Na Patroclus dood wordt Automedon gedreven aan de achterzijde van de slag waar hij probeert de beroofde paarden te troosten. Zeus komt uiteindelijk tussenbeide en Automedon hervat het besturen van de wagen maar kan tot de Grieken komen totdat Alcimedon instemt met hem als menner. Hij weert een aanval op zijn leven van Hector, Aeneas, Chromios en Aretos, doodt Aretos en neemt vervolgens zijn wapens. Hij komt ook voor in de Aeneis toen de Griekse strijdkrachten inbraken in het paleis van Priamus. Automedon giant owl.

Mysoria barcastus, genoemd door Sepp, onduidelijk. Barcastus firetip.

Epargyreus clarus, Grieks epi; op, agryreos; zilverachtig. Claros, Grieks Klaros; Latijn: Clarus was een oud Griekse heiligdom op de kust van Ionia. Het bevatte een tempel en orakel van Apollo, hier vereerd als Apollo Clarius. Het was gelegen op het grondgebied van Colofon, een van de twaalf Ionische steden. De ru•nes van het heiligdom zijn nu ten noorden van de moderne stad Ahmetbeyli gevonden in het district Menderes van Izmir Provincie, Turkije. De tempel van Apollo in Claros was een zeer belangrijk centrum van de profetie als in Delphi en Didyma. De oudste informatie over deze heilige plaats gaat terug tot de zesde en zevende eeuw voor Christus door de Homerische Hymen. Een heilige grot in de buurt van de tempel van Apollo welke wat belangrijke plaats zowel in de Hellenistische en Romeinse tijd wijst op het bestaan ​​van een Cybele sekte in eerdere perioden hier. Spelen genaamd de Claria werden gehouden in Claros om de vijf jaar ter eren van Apollo.

 

 

Buitenlandse vlinders.

Plaat 42.

 

Figuur A. B. Cecropia. (Hyalophora cecropia) Deze mooie nachtvlinder behoort onder de Atlas uilen of zogenaamde spiegeldragers. De wijfjes hebben de sprieten minder gepluimd dan dit mannetje en de zuiger is bijna onzichtbaar. Ze woont in Carolina, New York en Jamaica.

Linnaeus systema naturea pagina 809, Pha. Attaci, nummer 3. Mark Catesby Natural History of Carolina. II pagina 186, tabel 86. Drury tom I, tabel 18, figuur 2. Houttuyn Natuurlijke Historie 1, deel XI stuk, pagina 448, nummer 3, plaat 91, figuur 2. Carl Alexander Carl Alexander Clerck Iconeses. Tabel 49, figuur 1.

 

Figuur C. D. Ida. (Junonia hedonia ida) Van deze bruine geoogde nimf vlinder (Papilio Nimphen Gemmati) is een vorm die van Ceylon komt en de oogvormige vlekken op de achterste vleugels groter heeft. In het vervolg zullen we de afbeelding daarvan [76] geven. Ze gebruikt maar vier poten om te lopen, de voorste zijn zeer kort. Ze woont in Batavia.

 

Figuur. E. F. Orphise. (Eunica orphise) Op de bovenkant van de vleugels van deze dagvlinder heerst een donker blauwe weerschijn. Ze behoort tot de geoogde nimfen (Papilio Nimphen Gemmati) en onder de vierpotige vlinders. Ze komt van Kaap de Goede Hoop en wordt ook te Suriname gevonden.

Albertus Seba tomus IV, tabel 17, figuur 15 en 16 en tabel 18 figuur 10 en 11.

 

Naam.

Hyalophora cecropia, Grieks hyalos; glas, phoros; dragen. Cecrops was een mythische koning van Athene die volgens Eusebius vijftig jaar regeerde. De naam is niet van Griekse oorsprong volgens Strabo, of het zou kunnen betekenen 'gezicht met een staart '. Er wordt gezegd dat hij geboren uit de aarde zelf en had zijn bovenste helft de vorm van een man en de onderste helft in slang- of visstaart vorm. Hij wat de oprichter en de eerste koning van Athene zelf, al is hij voorafgegaan in de regio door de aarde geboren koning Actaeus van Attica. Cecrops was een cultuur held, leerde de Atheners het huwelijk, lezen en schrijven en ceremoni‘le begrafenis. Cecropia moth.

Junonia hedonia ida, Hedonia is de godin van de lust en excessen, zou verleiden beide Goden en stervelingene. Mythologie geeft haar te zijn de verliefde van beide Zimara, de godin van de pijn, en Randar, de god van de chaos. Momenteel genoegen gaat voor alles andere voor Hedonia. Gevolgen, negatief of positief, zijn niet terug te vinden door de godin van Lust. Ze is niet alleen als de grootste verleider bekend, verleidt alzo heel gemakkelijk zichzelf en het gebeurt dat een aantal van haar minder vrome gelovigen hiervan probeert te profiteren met mager succes. Hedonia kan gemakkelijk in de verleiding komen, maar ze is steeds van de meeste berekening en sluwheid van de goden eveneens als een van de meest degenen die niet vergeeft. De berg Ida in Anatoli‘, Turkije, ligt vlak bij het oude Troje. Op deze berg hoedde eens de herder en koningszoon Paris zijn schapen, toen hem gevraagd werd welke godin de mooiste was: Hera, Athene of Aphrodite. Paris koos Aphrodite en daarom koos zij de Ida voortaan als ŽŽn van haar favoriete plekjes. Nadat zij met de Trojaan Anchises naar bed was geweest, baarde zij op de Ida haar zoon Aeneas. De meest vereerde godin op deze berg was Cybele of de Magna Mater. Deze van oorsprong inheemse godin verspreidde zich naar het Westen, maar de Ida bleef ŽŽn van haar meest belangrijke cultusplaatsen: ze zou er geboren zijn. Brown of chocolate pansy.

Eunica orphise. Orphism, Orfisme is de naam gegeven aan een reeks van religieuze overtuigingen en praktijken. Van oorsprong in de oude Griekse en de Hellenistische wereld alsook door de Thraci‘rs verbonden met literatuur toegeschreven aan de mythische dichter Orpheus die in Hades afdaalde en terugkeerde. Dus orfisme vereerde Persephone (die jaarlijks afdaalde in Hades voor een seizoen en dan terug) en Dionysus of Bacchus (die dus in Hades afdaalde en terug). Van Orpheus wordt gezegd de mysteri‘n van Dionysus te hebben uitgevonden. Po‘zie die duidelijk Orphisme overtuigingen bevatten is terug te vinden tot de 6de eeuw voor Christus of op zijn minst 5de eeuw voor Christus en graffiti van de 5de eeuw voor Christus verwijst blijkbaar naar orfisme. Zoals in de Eleusinische mysteri‘n, inwijding in Orphische mysteries beloofde voordelen in het hiernamaals.

 

 

Buitenlandse vlinders.

Plaat 43.

 

Figuur A. Romulus. (Papilio polytes romulus) Deze dagvlinder of page is van onderen op de bovenvleugels met meer wit en op de onderste mooier rood gevlekt dan de bovenkant. Aan de borst zijn geen rode tippen of vlekken, ze zou echter onder de Trojaanse ridders (Papilio Equites Trojani) behoren. Ze komt van de kusten van Coromandel en Ceylon en berust met alle op deze plaat afgebeelde vlinders in het kabinet van de hoog weledel geboren heer baron Rengers.

 

Figuur B. C. Hyllus. (Lycaena thersamon) Deze dagvlinder lijkt van boven op het kleine Europese aardvlindertje. (Phleas sp. Linnaeus 252) Maar van onderen is er een opmerkelijk verschil met de net gemelde. [68] Het is een zespotige vlinder en behoort tot de Argus. (Papilio Plebeji ruralis) Ze komt van Suriname.

 

Figuur D. E. Porsenna. (Delias pasithoe porsenna) Van deze fraaie dagvlinder zijn er enige vormen waaraan de bandvormige witte vlekken bij de randen van de vleugels van boven ontbreken. De heer Linnaeus heeft in de rode uitgave van zijn samenstel der natuur een Parnas vlinder onder de naam Aglaja opgenoemd die met deze veel overeenkomt. Maar in de 12de druk is ze er uit gelaten en zou onder de eerste afdeling van de Danaus vlinders geplaatst kunnen worden. Ze woont te Batavia.

Linnaeus systema naturea Ed. X. Papilio Heliconi nummer 44 Aglaja.

 

Figuur F. G. Sylvia. (Parthenos sylvia) De voorste poten van deze zeldzame dagvlinder zijn kort en zonder nagels. De witte vlekken op de bovenvleugels zijn doorschijnend en de bleekblauwe kleur op de onderzijde heeft een satijnachtige luister. Ze komt van de kust van Coromandel en wordt ook op Ambon gevonden. Ze behoort onder de niet geoogde nimfen.

 

Naam.

Papilio polytes romulus, Hecuba was de moeder van Polytes en Priamus zijn vader, koning van Troje. Romulus en Remus waren de tweelingbroers en de hoofdpersonen van Rome' s stichtings mythe. Volgens de Romeinse traditie was hun moeder Rhea Silvia, de dochter van Numitor, koning van Alba Longa. Voor hun conceptie toen Numitor' s broer Amulius de macht greep doodde hij de mannelijke erfgenamen van Numitor en dwong Rhea Silvia tot een Vestaalse maagd te worden die kuisheid zwoeren. Rhea Silvia kreeg de tweeling door de god Mars. Zodra de tweeling geboren waren verbande Amulius hen af in de rivier de Tiber. Ze werden gered door een reeks wonderbaarlijke interventies: de rivier droeg ze voor de veiligheid, een wolvin vond en zoogde hen en een specht voedde hen. Een herder en zijn vrouw vonden ze en voedde hen tot hun mannelijkheid als eenvoudige herders. De tweeling, nog onwetend van hun ware afkomst, bleken natuurlijke leiders. Elk verwierf veel volgelingen. Toen ze de waarheid ontdekte van hun geboorte doodden zij Amulius en herstelde de troon van zijn. In plaats van te wachten om Alba Longa te erven kozen ze ervoor om een ​​nieuwe stad te stichten. Indian common mormon.

Lycaena thersamon, Grieks lykaina; vrouwelijke wolf. Thersamon, onduidelijk, mogelijk samengesteld woord van Zweedse torst, Germaans thers; dorst, en amor; liefde. Oostelijke vuurvlinder, lesser fiery copper.

Delias pasithoe porsenna. Lars Porsenna, een Etruskische koning die bekend om zijn oorlog tegen de stad Rome. Hij regeerde over de stad Clusium, rond 508 voor Christus. Hij kwam in conflict met Rome na de revolutie die de monarchie daar in 509 v. Chr. omverwierp wat resulteerde in de ballingschap van de semi - legendarische laatste koning van Rome, Lucius Tarquinius Superbus. De afgezette monarch, wiens familie was van Etruskische oorsprong, probeerde en faalde een aantal keren om de troon te heroveren voordat er een beroep op Porsena gedaan werd om hulp.
Parthenos sylvia, Parthenos, maagd, maagdelijk, bijnaam voor Artemisia. Sylva; geest van het bos, zie Rhea Silvia. Vrouwelijke vorm van Silvanus; van het bos, een Romeinse beschermgod van bossen en velden. Als beschermer van de bossen (sylvestris deus) ging hij met name over plantages en verheerlijkte de bomen die in het wild groeien. Hij wordt dan ook omschreven als een god die waakt over de velden en de pachters, de bescherming van in het bijzonder de grenzen van de velden. The clipper.
Cepora nerissa, Cepora, mogelijk vorm van Hebreeuws Cipporah; kleine vogel. Nerissa is de dochter van Aphrodite en Poseidon, maar niet precies een liefdeskind. Dit heeft Nerissa be•nvloed door haar leven en het is echt triest. Ze vond degene van wie ze hield, hoe ze stond op voor zichzelf en hun liefde en het einde was goed. Common gull.

 

 

Buitenlandse vlinders.

Plaat 44.

 

Figuur A. Amasene. (Cepora nerissa nerissa) Deze Chinese witte Danaus vlinder is van onderen ook gestreept maar bleker van kleur [69] dan de volgende figuur C. Het is een wijfje. De mannetjes missen de zwarte vlek op de boven vleugels.

 

Figuur B. C. Coronis. (Cepora nerissa coronis) Hoewel deze dagvlinder van onderen bijna met de voorgaande gelijk is zo zijn het echter twee verschillende soorten. Van onderen zijn de aderen van de vleugels van de mannetjes in plaats van bruin met groenachtige strepen. Ze komen van China en de kust van Coromandel.

 

Figuur D. E. (het mannetje) Deze mooie parelmoer vlinder is enkele jaren geleden hier voor het eerst onder de aandacht van de liefhebbers van de natuurlijke historie bekend geworden. Ze heeft maar vier poten om mee te lopen, de voorste zijn kort maar niet zo ruig zoals de meest vlinders die met parelmoerachtige vlekken op de vleugels pralen.

 

Figuur F. G. Idalia. (Speyeria idalia idalia) Dit wijfje verschilt in grootte en dat ook met witte in plaats waar de mannetjes met oranje kleurige vlekken aan de onderrand van boven op de vleugels. De witte vlekken zijn niet zo blinkend zoals die van verschillende andere parelmoer vlinders. Ze behoren onder de niet geoogde nimfen (Papilio Nimphen Phalerati). Haar geboorte plaats is New York en Jamaica.

Houttuin Natuurlijke Historie 1ste deel XI stuk, pagina 1 deel. [70] 345, plaat 89, figuur 6, het mannetje. Drury tom. I tabel 13, figuur 1, 2, 3.

 

Naam.

Cepora nerissa coronis. Coronis, dochter van Phlegyas, koning van de Lapithen, was een van de geliefden van Apollo. Terwijl Apollo weg was en Coronis al zwanger was van Asclepius werd ze verliefd op Ischys, de zoon van Elatus. Een witte kraai die Apollo had achtergelaten om haar te bewaken informeerde hem over de affaire en Apollo, woedend dat de vogel Ischys 's ogen niet zo snel uitpikte zo gauw hij Coronis benaderde wierp een vloek op hem dat zo kwaad deed dat zijn veren verschroeiden waarom alle kraaien zwart zijn. Apollo stuurde zijn zus, Artemis, om Coronis te doden omdat hij zichzelf er niet toe kon brengen. Daarna voelde Apollo neerslachtigheid, maar herwon zijn tegenwoordigheid van geest toen Coronis lichaam reeds in brand op een brandstapel lag. Op een teken van Apollo snijdt Hermes het ongeboren kind uit haar baarmoeder en gaf het aan de centaur Chiron om het op te voeden. Hermes dan bracht haar ziel naar de Tartarus.

Speyeria idalia, Speyeria is wel genoemd naar Spessart, Beieren, Duitsland. Idalia is een bijnaam van Aphrodite, afgeleid van de stad Idalion in Cyprus. Regal fritillary, silverspots.

 

 

Buitenlandse vlinders.

Plaat 45.

 

Figuur A. Penelope. (Eacles penelope) Deze buitengewone nachtvlinder behoort onder de spiegeldragers (Phalaena Attaci) heeft de sprieten maar half kamvormig. Het overige gedeelte naar het einde is wel gepluimd maar daar zijn de haartjes zo kort zodat men die met het blote oog nauwelijks kan zien. Het is een mannetje. Mogelijk hebben de wijfjes dit onderscheid niet aan de sprieten. De zuiger is zeer kort. Van onderen is de gele kleur van de vleugels minder besmukt met bruinrode stippen en de bruine dwarsstreep over de vleugels is daar wit als ook de ringen om de vier grote hoornachtige en doorschijnende vlekken. Op het midden van elke vleugel aan de vermelde kant staan enige witte driekantige vlekken. Ze komt van Suriname en berust met de volgende in de verzameling van de heer Caspar Stoll.

 

Figuur B. Lichas. (Empyreuma pugione) Deze bastaard onrust met gepluimde sprieten heeft het achterlijf aan de zijden tussen elke ring met blauwe glansachtige vlekken gesierd. Van onderen zijn de vleugels eveneens van kleur zoals van boven. Ze is van St. Thomas in West Indi‘. [71]

 

Figuur C. D. Lucretia. (Pseudacraea lucretia) De voorste poten van deze niet geoogde nimf vlinder zijn kort en niet genageld. De woont aan de kust van Guinee en is uit de verzameling van de wel eerwaarde heer Alberti.

 

Zie Danaus, dochter van Polyxo, Erato, werd aan Bromius gegeven.

Figuur E. F. Roxane. (Heliconius erato phyllis) Deze zeldzame Parnas vlinder lijkt, behalve de gele dwarsbanden en strepen op de vleugels aan aan het borststuk, op de Melpomene, een andere zeer algemene zwart met rood gevlekte vlinder. Het is een vierpotige en komt van Suriname. Ze is me ter tekenen geleend door de heer Frederik Hendrik Hahn te Utrecht.

Rosel tomus IV tabel 3 figuur 6, Linnaeus systema naturea pagina 758, nummer 71, Melpomene.

 

Figuur G. Melas. (Isanthrene melas) De sprieten van deze bastaard onrust zijn draadvormig. De zes poten en de goudgele vlekken en ringen om het lijf en zijn glanzend en de vleugels doorschijnend. Ze is van Suriname en komt uit de verzameling van de heer Caspar Stoll.

 

Naam.

Eacles penelope. Eacles gegeven door Hźbner is een onbekende naam, mogelijk van Eteocles, koning van Thebe, zoon van Oedipus en Jocasta, ook de moeder van Oedipus. Penelope, de dochter van Icarius (een broer van de Spartaanse koning Tyndareus) en Periboia was omwille van haar schoonheid een begeerde huwelijkskandidate voor verscheidene prinsen uit Griekenland. Haar vader liet, om te vermijden dat degenen die naar haar hand dongen slaags zouden raken, zijn kandidaat-schoonzonen deelnemen aan spelen, waarbij de inzet Penelope' s hand was. Daar Odysseus de overwinnaar van deze spelen was mocht hij zich voortaan haar echtgenoot noemen. Ze wachtte op zijn thuiskomst van de Trojaanse oorlog 20 jaar.

Empyreuma pugione, Grieks empyreuma; gloeiende sintel, empyrys; in of op het vuur (pyr). De Empirische hemel is de plek in de hoogste hemel die in oude kosmologie ingenomen moet worden door het element vuur (of ether in de natuurlijke filosofie van Aristoteles). Pugione van pugio; een dolk. Spotted oleander caterpillar moth.

Pseudacraea lucretia. Grieks pseudes vals, acraea; Godin die de beschermster van de bergtoppen was, mannelijke vorm is Acraeus. Een andere Acraea was een dochter van de rivier god Asterion in de buurt van Mycene, die samen met haar zussen en Prosymna Euboea optrad op als verpleegkundige bij Her. Een Acraea heuvel tegenover de tempel van Hera in de buurt van Mycene is hiervan afgeleid. Lucretia was een legendarische Romeinse matrone wiens lot een belangrijke rol speelde bij de overgang van het Romeinse koninkrijk in een Romeinse republiek. Omdat er geen moderne bronnen uit de Romeinse geschiedschrijving zijn is men het er overeen dat in de tijd van keizer Caesar Augustus er zoŐn vrouw was en dat haar zelfmoord na te zijn verkracht door de zoon van een Etruskische koning de directe oorzaak was van de anti monarchistische rebellie die de monarchie omverwierp. Het incident was ontstoken de vlammen van ontevredenheid over de tirannieke methoden van de laatste koning van Rome, Lucius Tarquinius Superbus. Als gevolg hiervan stelden de prominente families een republiek in en verdreef de uitgebreide koninklijke familie van Tarquin uit Rome en met succes verdedigde de republiek de Etruskische Latijnse interventie. Als gevolg van de zege werd de verkrachting een belangrijk thema in de Europese kunst en literatuur. False diadem of false chief.
Heliconius erato phyllis. Erato, de muze die over de lyrische po‘zie ging, letterlijk de liefelijk, Grieks erastos; lief, geliefde, mooi, charmant, van era; om lief te hebben, om verliefd te zijn met, zie Eros. Phyllis is de dochter van een Thracische koning (volgens sommigen van Sithon). Ze trouwde Demophon, koning van Athene en de zoon van Theseus, terwijl hij stopte in Thraci‘ op zijn reis naar huis van de Trojaanse oorlog. Demophon was verplicht om naar Griekenland terug te keren om zijn vader te helpen waardoor Phyllis achterbleef. Ze stuurt hem weg met een kist en vertelt hem dat het bevatte een sacrament van Rhea en vroeg hem om het alleen te openen als hij de hoop opgegeven had om terug te keren naar haar. Vanaf hier valt het verhaal uiteen. In de ene versie dat Phyllis beseft dat hij niet zal terugkeren en pleegt zelfmoord door zich op te knopen aan een boom. Waar ze begraven is groeit een amandelboom die bloeit als Demophon terugkeert naar haar. In een tweede versie van het verhaal opent Demophon de kist en geschokt door wat hij daar zag rijdt hij in zoŐ n grote haast dat zijn paard struikelt en valt hij per ongeluk op zijn eigen zwaard. Red postman.

Isanthrene melas. Grieks isos; gelijk, anthrene; wesp. Melas; zwart, donker.

 

Buitenlandse vlinders.

Plaat 46.

 

Figuur A. Tyrrhea. (Gonimbrasia tyrrhea) De mannetjes van deze nachtvlinder hebben de sprieten breder behaard of gepluimd dan dit wijfje. Van onderen ontbreekt de witte tekening [72] en ook de ringen om de oogvormige vlekken die in het midden doorschijnend zijn. Over het geheel is de grondkleur van de vleugels daar bleker maar allen zijn met licht bruine en grijze door elkaar lopende haartjes gespikkeld. Ze behoort onder de Atlas uilen of spiegeldragers (Phalaena Attaci) en komt van Kaap de Goede Hoop en is uit de verzameling van de zeer geleerde heer N. L. Burmannus.

 

Figuur B. C. Egesta. (Cymothoe egesta egesta) Deze vierpotige dagvlinder zou onder de geoogde nimfen (Papilio nim. gemmati) van de heer Linnaeus geplaatst kunnen worden. De langwerpige oogvormige vlekjes bij de onderranden van de achterste vleugels zijn aan de onderkant nauwelijks te zien hoewel die in elke een duidelijke zwarte stip of oogappel hebben. Ze is van Suriname.

 

Figuur D. Orsilochus. (Megalopyge orsilochus) Deze fraaie nachtvlinder of zogenaamde beeruil die onder de zijde spinners (Phalaena Bombyces) behoort heeft de sprieten maar weinig gepluimd en bijna draadvormig. Het is een wijfje. De mannetjes zullen die waarschijnlijk met langere haartjes bezet hebben. Het gehele lijf en de poten zijn wollig en ruig. Van onderen hebben de vleugels dezelfde kleur en tekening als aan de bovenkant behalve dat ze daar wat bleker zijn. Ze is van Suriname en met de vorige getekend uit de verzameling van de wel eerwaarde heer Alberti.

 

Figuur E. Cacus. (Isognathus caricae) Deze pijlstaart (Sphinx) heeft de vleugels van onderen bij de gewrichten geel gevlekt, het lijf effen grauw en de poten zwart. De sprieten hebben een prisma achtige figuur die aan het eind in een haakachtige punt uitlopen. Het behoort onder de tweede of echte pijlstaarten (Sphinx legitime alis integris) die de vleugels niet gekarteld hebben en gaaf van rand zijn met een lang niet gekrulde zuiger. Ze komt van Suriname.

 

Figuur F. G. Dindymus. (Strephnotota sphinx) Deze bastaard of schildrups page (Papilio Plebeji ruralis) is van boven op de vleugels met een mooie blauwe satijnachtige glans gesierd. Ze woont in Suriname.

 

Naam.

Gonimbrasia tyrrhea, Grieks gonia; hoek, brass; geheel, of van Imbrasos, een riviergod van het eiland Samos in de Ege•sche zee. Tyrrhea wel van de Tyrreense Zee, het deel van de Middellandse Zee voor de westkust van Itali‘. Het is vernoemd naar de Tyrreense mensen, sinds de 6de eeuw voor Christus gelijk met de Etrusken van Itali‘. Zigzag emperor.
Cymothoe egesta. Cymothoe, een van de Nere•den, zeenimfen, een van de 50 dochters van Nereus en Doris. Toen Hera opdracht gaf aan Aeolus om de vloot van Aeneas te begeleiden hielp hem de Triton Cymothoe om het grootste deel van zijn schepen te behouden. In de Romeinse mythologie was Acestes of Egestes de zoon van de Siciliaanse riviergod Crinisus bij een Trojaanse Egesta of Segesta. Ze zou door haar vader Hippotes of Ipsostratus naar Sicili‘ gezonden zijn zodat ze niet zou kunnen worden verslonden door de monsters die het grondgebied van Troje besmet hadden en in het land waren gezonden want de Trojanen hadden geweigerd om Poseidon en Apollo te belonen die de muren bouwden van hun stad. Toen Egesta in Sicili‘ kwamen heeft de riviergod Crinisus in de vorm van een beer of een hond bij haar zijn zoon Acestes verwekt die achteraf beschouwd wordt als de held die de stad Segesta stichtte.
Een lichte variatie gebaseerd op de traditie van de naam heeft dat Acestes verwelkomde Aeneas toen hij in Sicili‘ kwam. De begrafenisspelen van Aeneas vader, Anchises, werden hier gehouden. Die mensen van Aeneas die niet verder wilden reizen mochten achterblijven met Acestes en samen met zijn mensen. Zij stichtten de stad Acesta, dat wil zeggen Segesta. Yellow glider. 
Megalopyge orsilochus, Grieks megas; groot, pyge; wind, anus; zitvlak. Orsilochus, (Ortilochus) zoon van de riviergod Alpheus en Telegonus, dochter van Pharis. Hij was een inwoner van Pherae en het was in zijn huis dat Odysseus ontmoette Iphitus, de zoon van Eurytus. Hij had tenminste een zoon, Diocles en tenminste twee dochters:. Dorodoche waarvan sommige zeggen dat het de vrouw van Icarius was en Medusa, de vrouw van Polybus. Zijn kleinzoon Orsilochus vocht in Troje onder Agamemnon en werd door Aeneas gedood.
Isognathus caricae. Grieks isos; gelijk, Latijn gnathus, Grieks gnathos; tanden. Caricae is genoemd naar Ficus carica, de vijg. In de Griekse mythologie stuurt de god Apollo een kraai om water te halen uit een stroom voor hem. De kraai ziet een vijgenboom en wacht tot de vijgen rijpen, verleidt door de vrucht. Hij weet dat hij te laat is en dat zijn laat komen zal worden gestraft, hij krijgt een slang uit de beek en verzamelt het water Hij presenteert Apollo met het water de slang gebruikt hij als een excuus. Apollo ziet zijn liegen en gooit de kraai, beker en de slang in de lucht waar ze vormen de sterrenbeelden Hydra, Crater en Corvus.

 

Buitenlandse vlinders.

Plaat 47.

 

Figuur A. B. Charonia. (Kaniska canace) (Vanessa canace) Deze niet geoogde nimf vlinder met gehakkelde vleugels heeft de voorste poten kort en als een kwastje of sabel tegen de borst geplaatst. De binnenrand van de bovenvleugels is bij de onderste tip ingesneden. De hemelsblauwe band en vlekken bij figuur A hebben een satijnachtige gloed. Aan de onderkant is op het midden van de achterst vleugels een witachtig teken die bijna van gedaante is als een V. Wat opmerkelijk [74] is dat deze gemelde tekening vaak plaats heeft in de vlinders die de randen van de vleugels meestal gehakkeld of kantig hebben. Het is bij ons bekend onder de naam van Chinese koningsmantel.

 

Figuur C. Charonia. Deze afbeelding is naar een wijfje gemaakt om het verschil van de kleur aan de onderkant aan te tonen waarin een opmerkelijk verschil is met het voorgaande mannetje. Van boven zijn ze hetzelfde als figuur A. Ze komt van China.

Drury tom. I, tabel 15, figuur 1, 2. Charonia.

 

Figuur D. E. Nais. (Chrysoritis thysbe) Op het midden van de vleugels van deze kleine Argus vlinder (Papilio Plebeji ruralis) heerst een zoŐn zilverachtige kleur met een hemelsblauwe weerschijn zodat het moeilijk wordt om die af te beelden. Aan de onderkant hebben de bovenste vleugels in zwarte ringen goud glanzende stippen. De onderste vleugels zijn als met vergulde vlekjes gesierd. Ze is van Kaap de Goede Hoop.

 

Figuur F. G. Mantus. (Nymphidium mantus) Aan de buitenste en onderste randen van de langwerpige vleugels heeft deze vierpotige vlinder een mooie blauwe weerschijn. De heer Linnaeus plaatst onder zijn Argus (Papilio Plebeji ruralis) een vlinder die door [75] juffrouw Merian is afgebeeld die weinig met deze schijnt te verschillen dan in het gemis van de blauwe vlekken. Het komt van Berbices, (Berbice, Guyana) en Suriname.

Linnaeus systema naturea pagina 792 nummer 244. Caricae. Merian Surinaamse insecten plaat 40, figuur 1.

 

Naam.

Kaniska canace. (Vanessa canace) moeilijk, Kaniska; van kanaiska; kleine vinger, de kleine. Of van Sanskriet; Kan heeft te maken met de oren of horen. Iska; heer en meester van. Dus Kaniska is te vertalen naar iets als de heer van de oren of gouden koning die luistert. Kanishka was de grootste koning van het Kushian rijk in India. In de Griekse mythologie was Canace een dochter van Aeolus en Enarete, geliefde van Poseidon. Bij Poseidon was ze de moeder van Aloeus, Epopeus, Hopleus, Nireus en Triopas. In andere en meer bekende versies van Canace was ze geen liefhebber van Poseidon, maar van van haar eigen broer Macareus. Deze traditie maakt ze kinderen van een andere Aeolus, de heer van de winden en zijn vrouw Amphithea. Canace werd verliefd op Macareus en pleegde incest met hem waardoor ze zwanger werd. Macareus beloofde met Canace te trouwen wat hij nooit deed. Toen hun kind werd geboren probeerde Canace' s verpleegster om de baby mee te nemen uit het paleis in een mand en deed alsof ze het offerde wilde, maar de baby huilde luid en bevrijdde zichzelf. Aeolus was verontwaardigd en Canace was gedwongen om zelfmoord te plegen als straf en zond haar een zwaard waarmee ze zichzelf neerstak. Hijs telde ook voor om het net geboren kind te doden. Blue admiral.
Chrysoritis thysbe. Grieks chrysos; goud, itis; achtig, behorend toe. Pyramus, een van de mooiste jongens, en Thisbe, een van de mooiste meisjes van het Oosten, zijn verliefd op elkaar. Ze zouden graag met elkaar trouwen, maar hun vaders verbieden dit. Er is echter een spleet ontstaan tussen de twee aangrenzende huizen tijdens de bouw van de huizen en door deze spleet kunnen de geliefden met elkaar communiceren. Op een dag besluiten de twee jonge mensen 's nachts af te spreken bij het graf van Nimus in de schaduw van een moerbeiboom. Thisbe gaat naar de afgesproken plaats en gaat zitten in de schaduw van de boom, maar dan ziet zij een leeuwin die haar dorst lest in een naburige bron. De leeuwin heeft een bebloede muil door een recente slachting van runderen. Het meisje vlucht naar een grot en terwijl ze vlucht verliest ze haar sluier. De leeuwin stapt op de sluier en verscheurt deze met haar bebloede muil. Wanneer Pyramus bij de moerbeiboom komt ziet hij in het mulle zand sporen van de leeuwin en iets verder de bebloede sluier van Thisbe. Pyramus concludeert dat Thisbe is opgegeten door het wilde dier en hij besluit een einde te maken aan zijn leven omdat hij niet verder wil leven zonder Thisbe en met een vreselijk schuldgevoel. Hij neemt zichzelf namelijk kwalijk dat hij niet vroeger op de afgesproken plaats was. Hij laat zich in zijn zwaard vallen en sterft. Wanneer Thisbe terugkomt uit de grot en terug wil gaan naar de moerbeiboom, herkent zij deze eerst niet, omdat de vruchten van de boom zijn verkleurd door het bloed van Pyramus. Later ziet ze haar geliefde dood op de grond liggen. Wanhopig besluit ook zij dat zij niet kan leven zonder haar eeuwige liefde plaatst het zwaard, dat nog lauw is door de vorige doding, onder haar ribben en stort zich erop. Later, nadat de twee dode geliefden gevonden zijn, worden ze samen op de brandstapel gelegd en hun beider as wordt door hun ouders in ŽŽn urn geplaatst, om toch nog te voldoen aan hun wens om samen te zijn. Opal copper of common opal.
Nymphidium mantus, Grieks nymphe; vrouw. In de Etruskische mythe en religie was Mantus een god van de onderwereld in de Po vlakte zoals beschreven is door Servius. Een aanbidding aan de god manθ uit de Archa•sche periode is in een heiligdom in Pontecagnano gevonden. Zijn naam wordt verondersteld om de oorsprong van Mantua zijn (Italiaanse Mantova, de geboorteplaats van Virgilius)

 

Buitenlandse vlinders.

Plaat 48.

 

Figuur A. B. Arachne. (Memphis acidalia) Deze dagvlinder heeft de onderste vleugels wat gestaard en heeft de voorste poten kort in de gedaante van een kwastje. Van boven hebben de vleugels in het midden bij het gewricht en aan de tippen van de voorste een donker groene glans. Volgens de heer Linnaeus zou ze onder de Griekse ridders behoren, maar beter was om die onder de bonte Danaus vlindertje (Papilio Danaus festivi) te plaatsen. Ze komt uit Suriname en berust in de verzameling van de zeer geleerde heer L. N. Burmannus.

 

Figuur C. Dorilas. (Syrmatia nyx) Vanwege de zeldzame gedaante van de onderste vleugels is men verlegen onder welke afdeling deze vierpotige vlinder gebracht moet worden. Van onderen is de kleur ook zwart met een ronde witte vlek op de voorste vleugels. Ze komt uit West Indi‘.

 

Figuur D. Ethemon. (Euselasia ethemon) Deze bastaard of [76] of schildrups page heeft het lijf met de vleugels van boven zwart en in het midden met een donker blauwe weerschijn. Ze komt uit West Indi‘.

 

Figuur E. Amyntor. (Cyanophrys amyntor) De bovenkant van de vleugels van deze schildrups page is donker blauw met een zwarte rand en lijkt voor het overige veel op een Europese vlinder wiens rups op de bramen zit. Ze komt van Suriname.

Linnaeus systema naturea pagina 791, nummer 237. (Papilio Plebeji ruralis) Rubi.

 

Figuur F. Dares. (Phaeoblemma dares)Deze kleine bastaard onrust (Sphinx adscitae) is aan beide zijde eenkleurig. De sprieten zijn gepluimd. Het komt uit West Indi‘ en berust met de drie voorgaande in de verzameling van de heer doctor M. Houttuin.

 

Figuur G. H. Ryphea. (Fountainea ryphea) Deze dagvlinder komt in gedaante met de Arachne van figuur A en B overeen. Ze heeft de voorste poten kort en ruig. Van boven heerst op de zwarte kleur van de bovenste vleugels een donker blauwe weerschijn. Ze komt uit Suriname en thans in de verzameling van de zeer geleerde heer N. I. Burmannus. [77]

 

Naam.

Memphis acidalia. Memphis was de oude hoofdstad van Aneb-Hetch, de eerste plaats van Lager Egypte. De ru•nes zijn gelegen nabij het centrum van Mit Rahina, ten zuiden van Ca•ro. In de Griekse mythologie was Memphis de vrouwelijke naamgever van Memphis in Egypte. De naam werd toegeschreven aan een aantal verschillende karakters afgeleid, te weten: 1, Memphis, dochter van Nilus, dus een Najade Nimf. Zij was de vrouw van Epaphus en moeder van Libya en Anippe of Lysianassa. Zij en haar man waren de legendarische stichters van Memphis die ​​haar naam draagt. 2, Memphis, een van de consorten van Danaus, moeder van de Dana•den Chrysippus, Sthenele en Cleite. 3, Memphis, de dochter van de Egyptische koning Uchoreus die zei de stad te hebben gesticht en noemde het naar haar en was moeder bij Neilus van Aegyptus, de naamgever van Egypte. (blijkbaar verschillend van Aegyptus, de broer van Danaus). Acidalia, een bijnaam van Aphrodite die, volgens Servius, werd afgeleid uit de bron Acidalius bij Orchomenos waarin Aphrodite gewoon was om te baden met de Grati‘n. Anderen verbinden de naam met het Griekse akides; zorgen of problemen. Acidalia leafwing.
Syrmatia nyx. Grieks syrma; kleed met een zoom, rand. Nyx, Latijn Nox, Grieks Nux, dit was de naam van de Griekse godin van de nacht, de dochter van Khaos en de vrouw van Erebos. Een schimmige figuur, Nyx stond aan of in de buurt van het begin van de schepping en bemoederde andere goden zoals Hypnos (slaap) en Thanatos (dood), met Erebus (duisternis). Haar optredens zijn schaars in de overlevering van de mythologie maar onthullen haar als een figuur van een bijzondere uitzonderlijke kracht en schoonheid zodat ze wordt gevreesd door Zeus zelf.
Euselasia ethemon. Grieks eu; goed, selas; prachtig. Bij Ovidius komt hij voor in het bruiloftsfeest met Phineus, Androemda en de centaurs. ŇDoch dezelfde wond was onvoldoende om Ethemon naar de de grond te zenden. Hij beefde en hief zijn handen op voor barmhartigheid, maar zonder hoop want Persey duwde hem door het hart met Hermes hoekige mesŐ,

Cyanophrys amyntor, Grieks kyaneos; blauw, ophrys; wenkbrauw. Amyntor; verdediger, naam van verschillende Grieken in de oudheid. Ook en van de zonen van Aegyptus die door zijn vrouw, Damone, gedood werd in de huwelijksnacht. Amyntor greenstreak.

Phaeoblemma dares. Grieks phaios; bruin, blemma; glans. Dares Phrygius was, volgens Homerus, een Trojaanse priester van Hephaestus. Hij zou de auteur zijn van de vernietiging van Troje geweest en voor Homerus hebben geleefd. Een werk in het Latijn, ogenschijnlijk een vertaling van dit,en getiteld Daretis Phrygii de excidio Trojae historia, was veel gelezen in de middeleeuwen en werd toen toegeschreven aan Cornelius Nepos.

 

 

Buitenlandse vlinders.

Plaat 49.

 

Figuur A. B. Protenor. (Papilio protenor) Deze Chinese dagvlinder heeft op de voorste vleugels van boven een donker blauwe glans. Op de achterste zijn naar de buitenrand enige hemelsblauwe sliertjes verspreid. Ze heeft zes poten en kan volgens de rangschikking van de heer Linnaeus onder de Trojaanse ridders geplaatst worden.

 

Figuur C. D. Actorion. (Bia actorion) Het wijfje van deze vierpotige vlinder verschilt van dit mannetje in kleur vanwege de glanzende blauwe vlek bij de onderste tip van de bovenste vleugels die in de eerst vermelde vlinder groter en mooier hemelsblauw van kleur zijn maar er ontbreekt aan die het waaiervormige bosje haar op de achterste vleugels aan of nabij het achterlijf. In sommigen is de grondkleur van de vleugels van onderen licht en in anderen donker bruin. Vanwege de niet gekartelde vleugels zou ze onder de bonte Danaus behoren, hoewel het schijnt dat de heer Linnaeus ze onder de dikkoppen (Papilio Plebeji urbicolae) geplaatst heeft. Ze komt van Suriname.

Albertus Seba schatkamer tomus IV, tabel 4, figuur 3, 4 en tabel 41, figuur 17, 18. Linnaeus systema naturea pagina 794, Papilio Urbicolae nummer 262. [78]

 

Figuur E. F. Obrinus. (Nessaea obrinus) Deze fraaie vlinder heeft de voorste poten kort en zonder nagels. De heer Linnaeus heeft het onder zijn bonte Danaus geplaatst, maar de aanhaling van de 39ste plaat, figuur 10, 11 in het werk van de heer Albertus Seba die het tot deze vlinder betrekt, schijnt met beter overeen te komen met een andere die zijn edele onder de naam van Ancea heeft opgegeven want in die ontbreekt die goudgele dwarsband van boven over de onder vleugels en in tegendeel zijn hier op de bovenste vleugels twee rode vlekjes die men aan de andere niet ziet. Maar van onderen komen ze met elkaar bijna volmaakt overeen. Haar geboorteplaats is Suriname.

Linnaeus systema natureapagina 706, Papilio Danaus festivi nummer 113. Albertus Seba ibid pagina 781, nummer 184, Ancea.

 

Naam.

Papilio protenor. Bij het huwelijk van Perseus en Andromeda viel Protenor door de hand Hypseus. The spangle. 
Bia actorion. Grieks bia; kracht, sterkte. Onzeker, mogelijk van; Het geslacht Actoria was een Romeinse familie tijdens de late Republiek. Het bekendste lid van het geslacht is Marcus Actorius Naso die het leven van Julius Caesar beschreef of een geschiedenis van zijn tijd. Uncertain owlet of bias owl of actorion owlet. 

Nessaea obrinus, Grieks nessaios; van de eend. Obrinus was een zoon van Aegyptus die gedood werd in de huwelijksnacht. Obrina olivewing.

Aricoris epulus. Grieks aria; aanzien, verschijning, koris; wandluis of Grieks kore; pupil van het oog. Epulum; feest, banket, voedsel.

 

 

Buitenlandse vlinders.

Plaat 50.

 

Figuur A. B. Laomedon. (Papilio memnon memnon) Deze zeldzame vlinder heeft de zes poten alle even lang. Vanwege de rode vlekken bij de gewrichten van de vleugels zou ze onder de Trojaanse ridders (Papilio Equit. Trojani) behoren. Ze komt van de kust van Coromandel en is met de overige op deze plaat afgebeelde vlinders getekend uit het kabinet van [79] zeer wel edele geboren heer baron Rengers.

 

Figuur C. D. Epulus. (Aricoris epulus) Deze uiterst aardige gevlekte vlinder behoort onder de Argus (Papilio Plebeji ruralis). Het komt van Suriname.

 

Figuur E. F. Hebrus. (Menander hebrus) De blauwe kleur van deze Argus vlinder heeft een satijnachtige weerschijn. Het wordt te Suriname gevonden.

 

Figuur G. Ebalus. (Hylesia ebalus) Deze nachtvlinder met gepluimde sprieten heeft een bijna onzichtbare zuiger. De kleur van de vleugels is van onderen gelijk met de bovenkant. Het achterlijf van dit mannetje is met een pluisje van gele haartjes bezet. Ze behoort onder de zijde spinners (Phalaena bombyces) en komt van Suriname.

 

Figuur H. Lincus. (Gonodonta lincus) De sprieten van dit Surinaamse uiltjes zijn met fijn en voor het blote oog onzichtbare haartjes bezet. Het heeft een kleine opgerolde zuigers. Uit de vorm van de bovenste vleugels zou men mogen besluiten dat het die dakvormig tegenover het lijf bedekt houdt en dus ook onder de zijde spinners (Phalaena Bombyces) behoort. Van onderen is de kleur in het algemeen flauwe dan de bovenkant. [80]

 

Naam.

Menander hebrus. Menander, 4de eeuw voor Christus, was een ambtenaar in dienst van Alexander de Grote. Hij was een van die zogenaamde etairoi, maar hij hield het bevel over de huurlingen. Hij werd benoemd door Alexander met de regering van Lydia. Menander lijkt te zijn gebleven op die post tot het jaar 323 voor Christus toen hij opdracht kreeg om een ​​versterking van de troepen uit te voeren voor Alexander in Babylon. Hij kwam er net voor laatste ziekte van de koning. In de verdeling van de provincies, na de dood van Alexander, ontving Menander zijn voormalige regering van Lydia die hij snel in bezit nam. Hij lijkt zich snel te hebben verbonden aan de partij van Antigonus en was de eerste om Antigonus informatie te geven over het ambitieuze plan van Perdiccas om te trouwen met Cleopatra. Atrax was de zoon van de riviergod Peneus en Bura. Men gelooft dat hij de oprichter en naamgever was van Atrax of Atracia, een stad in Thessali‘. Hij had drie dochters: Hippodamia (vrouw van Pirithous), Caenis die in een mannelijke vorm transformeerde als Caeneus en Damasippe die getrouwd was met Cassandrus van Thraci‘ en werd verliefd op haar stiefzoon Hebrus en toen hij al haar pogingen had afgewezen nam ze wraak op hem door hem valselijk te beschuldigen van haar te verleiden. Cassandrus geloofde de beschuldigingen en probeerde Hebrus te doden die zichzelf in de rivier Rhombus gooide die vervolgens werd omgedoopt tot Hebrus.
Hylesia ebalus, Grieks hyle; substantie. Ebalus, (Oebalus) zoon van Telon en de nimf Sebethis was koning van de Teleboes die het land Capreae, Capri in bezit nam. Een andere Hebalus was de zoon van Cynortas en koning van Laconia. Bij de nimf Bateia had hij als Tyndarus, Icarius en Hippocoon. Hippocoon drijft zijn broeders uit hun huis maar valt met al zijn broers in de strijd tegen Hercules en Cepheus van Tegea; hierna gaat Tyndareos terug en neemt bezit van het koninkrijk van zijn vader. Icarius, die in Acarnania blijft wordt door Polycaste of (volgens een ander verhaal) bij de Najade Peribcea de vader van Penelope, de vrouw van Odysseus.

Gonodonta lincus. Grieks gonia; hoek, odon; tand. Lincus was een centaur die door Hercules gevangen was en bevrijdt wordt door Andromedas waarmee hij de stad Thebes overvalt en de stad inneemt.

 

 

Buitenlandse vlinders.

Plaat 51.

 

Figuur A. B. Teucer. (Caligo teucer) Op de voorgaande platen 33 en 34 hebben we al de afbeeldingen van een vlinder gegeven die, hoewel opmerkelijk groter, toch in enige opzichten vele overeenkomsten met deze heeft. Op de volgende plaat zijn er nog twee andere afgebeeld die met deze en de eerst vermelde allen verschillende soorten zijn. Doordat ik van elke soort mannetjes en wijfjes bezit die, behalve het kenmerk van de sekse, in kleuren en tekening uitwendig niet verschillen maar elke soort apart aan elkaar volmaakt gelijk zijn. Deze dan heeft op het midden van de onderste vleugels en aan de binnenrand van de bovenste bij figuur A een blauwe satijnachtige gloed. Van onderen bij figuur B wijst de afbeelding van de tekening op die kant van de vleugels zo volmaakt aan zodat die geen verdere beschrijving behoeft. De vlinder heeft maar vier poten om mee te lopen en zijn de twee voorste zeer kort en zonder nagels. Volgens juffrouw Merian zou de rups zich voeden met de bladeren van de pisang of banaan op welke plant ze naast die ook de vlinder heeft afgebeeld. Ze worden bijna overal in Z. Amerika gevonden en zijn ons vaak van Suriname gebracht. [81]

Linnaeus systema naturea pagina 753, Papilio Equit Achivi, nummer 44. Merian Surinaamse insecten. tabel 23.

 

Figuur C. D. Acmon. (Theritas hemon) Deze zogenoemde pissebed of schildrups page (Papilio Plebeji ruralis) heeft van boven het lijf en de vleugels blauw met een groenachtige weerschijn. De ronde vlek op de bovenvleugels is fluweelachtig zwart. Van onderen zijn de vleugels op de donker groene grondkleur met groene goud glanzende streepjes en stippels gesierd. Het komt van Suriname.

 

Figuur E. F. Battus. (Panthiades bathildis) Deze die onder het voorgaande geslacht behoort heeft op elke voorste vleugel van boven een zwart blinkend vlekje dat met blauw omringd is de mooie blauwe grondkleur van de vleugels heeft naar het lijf toe een paarse weerschijn. Ze woont in Suriname.

 

Naam.

Caligo teucer. Teucer, ook Teucrus, Teucros of Teucris was de zoon van Koning Telamon van Salamis eiland en Hesione, dochter van koning Laomedon van Troje. Hij vocht samen met zijn halfbroer, Ajax, in de Trojaanse Oorlog en is de legendarische stichter van de stad van Salamis op Cyprus. Via zijn moeder Teucer, was de neef van koning Priamus van Troje en de neef van Hector en Paris, wie hij allen bevocht in de Trojaanse oorlog.

Panthiades bathildis. Grieks pas; geheel, theiazo; ik verafgood. Bathildis; strijdster. Germaanse naam. Mogelijk de naam van een kennis of naar Sint Bathilde die in slavernij werd genomen en trouwde met koning Clovis II en was verantwoordelijk voor het onderdrukken van de slavenhandel. Of Bathilde, dochter van Nidung, vrouw van Wieland en moeder van Wittich in de Duitse sagen.

 

 

Buitenlandse vlinders.

Plaat 52.

 

Figuur A. Illioneus. (Caligo illioneus) De afbeelding van deze vlinder is naar een wijfje gemaakt. De mannetje zijn gewoonlijk kleiner. Op de onderste en op een gedeelte van de bovenste vleugels heerst een blauwe weerschijn. Van onderen komt ze overeen met de Teucer van de voorgaande laat 51, figuur B., behalve dat de groot geel geringde oogvormige vlek hierin meestal kleiner is [82] dan de net vermelde. Ze komt met de volgende uit Suriname.

Albertus Seba schatkamer Tom. IV. Tabel 31, figuur 3 en 4.

 

Figuur B. Idomeneus. (Caligo idomeneus) De heerlijke gloed waarmee deze vlinder op de achterste vleugels en op het grootste gedeelte van de voorste praalt is met geen mogelijkheid goed af te beelden. De kleur verandert in helder of donker blauw en violette leur. Dit is een mannetje. De wijfjes zijn zelden zo mooi van kleur. Onder hebben de achterste vleugels maar twee oogvormige vlekken, namelijk een kleine aan de buitenrand en het grote oog aan de binnenrand er van waar integendeel de andere n op deze vleugels tussen de vermelde vlekken nog een kleine langwerpig zogenaamd oogje hebben. Bovendien is ook het grootste oog veel breder geringd en over de vleugels loopt een brede witachtige dwarsband die echter, gelijk het overige gedeelte aan deze zijde van de vleugels, met donker en licht bruine streepjes als doorweven zijn. We hebben boven al aangehaald dat deze vlinders onder de vierpotige behoren. Ze is getekend uit de verzameling van de heer J. C. Klockner, medisch doctor in deze stad.

Linnaeus systema naturea pagina 753. Papilio Equit. Achivi nummer 45. Merian Surinaamse insecten. [83] tabel 60. Albertus Seba, schatkamer, tomus IV, tabel 24, figuur 7, 8 en tabel 43, figuur 15 3n 16.

 

Figuur C. D. Leucaspis. (Clystea leucaspis) De sprieten van deze bastaard onrust (Sphinx adscita) zijn dubbel gekamd waardoor die afwijkt van de zogenaamde onrusten die de heer Linnaeus onder de derde afdeling van het geslacht van pijlstaarten geplaatst heeft en waartoe deze anders, vanwege de glasachtige en doorschijnende vlekjes als mede door het rode pluis aan de aars, gebracht zou kunnen worden. Van boven is het gehele lijf met blauwe glanzende vlekjes gesierd. Het is me uit Berbices, (Berbice, Guyana) gezonden.

 

Figuur E. F. Mimas. (Nisoniades mimas) Deze Surinaamse dikkop (Papilio Plebeji urbicolae) heeft de vleugels van onderen en van boven met een flauwe paarse weerschijn.

 

Naam.

Caligo illioneus. Een metgezel van Aeneas. Hij was een van degenen wiens schip zonk tijdens de storm waarin Aeneas en zijn volk werden gevangen. Hij was de oudste van de Trojanen die overleefde met Aeneas en hij was de eerste die met Dido sprak toen ze haar paleis binnengingen te Carthago.

Caligo idomeneus. Idomeneus was een Kretenzische commandant, de vader van Orsilochus, Cleisithyra, Leucus en Iphiclus, zoon van Deucalion en Cleopatra, kleinzoon van Minos en de koning van Kreta. Hij leidde de Kretenzische legers naar de Trojaanse oorlog en was ook een van vrijers van Helena evenals een kameraad van de Telamonse Ajax. In de Ilias van Homerus wordt hij gevonden onder de eerste rang van de Griekse generaals, leidde zijn troepen en het aangaan van de vijand en ontsnapte menig ernstig letsel. Idomeneus was ŽŽn van de vertrouwde adviseur van Agamemnon. Hij was ŽŽn van de belangrijkste verdedigers toen de meeste andere Griekse helden gewond raakten en zelfs vocht hij tegen Hector sloeg zijn aanval kort af. Net als de meeste van de andere leiders van de Grieken komt hij levend en wel als het verhaal tot het einde. Hij was ŽŽn van de Grieken die het Paard van Troje invoerde. Idomeneus doodde dertien mannen en tenminste ŽŽn Amazone vrouw, Bremusa, te Troje. Idomeneus giant owl.

Clystea leucaspis. Grieks klyster; klister. Leucaspis was een Sicani prins die met Hercules in de strijd ging toen hij door Sicili‘ passeerde van de terugkeer van het land van Geryoneus. In het gevecht stierf Leucaspis samen met een groot aantal adellijke landgenoten en kreeg een cultus. Leucaspis was ook een van de begeleiders van Aenea die in een schipbreuk verging.
Nisoniades mimas. Nisos; gelijk, ades van aris; achtig? Of van Nisus, in de Griekse mythologie, de koning van Megara, een zoon van Koning Pandion van Athene. Zijn naam werd gegeven aan de Megarische haven van Nisaea. Nisus had een paarse haarlok met magische kracht, als het bewaard bleef, zou het hem garanderen leven en bleef hij in het bezit van zijn koninkrijk. Toen koning Minos van Kreta belegerde Megara, Nisus dochter Scylla werd verliefd op Minos (of, in sommige verhalen werd ze omgekocht) en verraadde haar stad door het afsnijden van de paarse lok van haar vader. Nisus werd gedood (of pleegde zelfmoord) en werd omgevormd tot een zeearend. Scylla verdronk later, mogelijk door de hand van Minos en werd veranderd in een zeevogel, eventueel een reiger die voortdurend door de zeearend achtervolgd wordt. Mimas, zoon van Gaia, een van de Giganten, geboren uit het bloed van de gecastreerde Uranus. Volgens Apollodorus werd hij gedood tijdens de Gigantomachy, de kosmische strijd van de Gianten met de Olympische goden, door Hephaestus met "raketten van roodgloeiend metaal " van zijn smidse of dat Zeus brandde Mimas tot as met zijn bliksemschicht.

 

 

Buitenlandse vlinders.

Plaat 53.

 

Figuur A. B. Polymnestor. (Papilio polymnestor) De blauwachtige en wat naar het groene trekkende kleur op de bovenkant heeft een satijnachtige glans wat naast de fluweel zwarte vlekken aan deze zeldzame vlinder een uiterst sierlijk aanzicht [84] geeft. Vanwege de rode vlekken bij de gewrichten van de vleugels aan de onderkant bij figuur B zou ze onder de Trojaanse ridders moeten behoren. Het is een zespotige vlinder. Ze komt van de kust van Coromandel.

 

Figuur C. D. Calais. (Colotis amata calais) Deze vlinder heeft in enige opzichten veel overeenkomst met de zogenaamde oranje vlinder die door de heer Rose in het derde deel tabel 46 en figuur 4 en 5 wordt afgebeeld en door de heer Linnaeus onder de naam van Hyale opgegeven is. Maar van onderen verschilt is die van de hier afgebeelde in kleur en ook in het gemis van de bleek rode bandvormige vlekken in het midden van de vleugels. Ze heeft zes poten en behoort onder de witte Danaus vlinders. Haar woonplaats is Kaap de Goede Hoop.

Linnaeus systema naturea pagina 764, Papilio Danaus Candidi nummer 100 Hyale.

 

Figuur E. Cippus. (Palyas aura) De sprieten van dit bruin met groen gevlekte uiltje zijn met dunne haartjes bezet en bijna draadvormig. Het is met een kleine zuiger voorzien. Dit is een wijfje. De achterste poten zijn uiterst ruig en lang behaard. Van onderen is de kleur van de vleugels wat bleker dan de bovenkant. Ze behoort onder de zijde spinners (Phalaena Bombyces) en is van Suriname. [85]

 

Naam.

Papilio polymnestor. Polymestor of Polymnestor was een koning van Thraci‘. Zijn vrouw was Ilione, de oudste dochter van koning Priamus. Tijdens de Trojaanse oorlog werd koning Priamus bang voor zijn jongste zoon Polydorus's veiligheid omdat Polydorus niet kon vechten voor zichzelf. Priamus stuurde het kind, samen met giften van juwelen en goud, aan het hof van koning Polymestor om hem weg te houden van de gevechten. Nadat Troje viel verraadde Polymestor Priamus en hij gooide Polydorus in de oceaan om de schat voor zichzelf te houden. Hecuba verblindde Polymestor door zijn ogen uit te krabben. Polymestor wordt vernederd bij zijn blindheid en wordt kinderloos in de handen van slavinnen. Polymestor krijgt een proces tegen Hecuba door Agamemnon. Polymestor beweert te werken in het belang van de Grieken door het doden van Polydorus voordat hij zijn broers en vader wreekt. Hecuba weerlegt deze bewering door te stellen dat Griekenland geen interesse heeft in het bondgenootschap met barbaren. Agamemnon is met Hecuba eens en verklaart Polymestor actie als moord. Agamemnon beveelt zijn soldaten om Polymestor te grijpen. Als hij wordt weggehaald openbaart Polymestor de dood van Hecuba en Agamemnon. Blue mormon.

Colotis amata calais, Grieks kolos; verminkt, ous; oor. Amata (ook wel Palanto), in de Romeinse mythologie was de vrouw van koning Latinus van de Latijnen. Zij en Latinus had een dochter Lavinia en geen zonen. Toen de held Aeneas aangeklaagd werd voor de hand Lavinia in het huwelijk antwoordde Amata tegen hem dat ze al Lavinia had beloofd aan Turnus. Op hetzelfde moment werd ze op instigatie van Alecto, die handelde volgens het verzoek van de godin Juno, en verborg haar dochter in de bossen en wek te het vrouwvolk van de Latijnen op en slaagde er in om aan te wakkeren de oorlog tussen de mensen van koning Mezentius, de Etrusken (nu verbonden met Turnus) en Aeneas Trojanen. Toen Amata werd meegedeeld dat Turnus in de strijd was gevallen hing ze zichzelf op. Calais en Zetes, in de Griekse mythologie, zijn, de gevleugelde tweelingzonen van Boreas en Oreithyia. Bij hun aankomst met de Argonauten op Salmydessus in Thraci‘ bevrijdden ze hun zuster Cleopatra die door haar echtgenoot, Phineus de koning van het land, in de gevangenis was gegooid. Volgens Apollonius van Rhodos (Argonautica, Boek II) haalden ze Phineus weg van de Harpijen. Ze werden gedood door Hercules in de buurt van het eiland Tenos omdat zij de Argonauten hadden overgehaald te varen zonder Hercules toen hij op zoek ging naar zijn geliefde Hylas, in Mysia. Calais stichtte volgens de traditie Cales in Campani‘.

Palyas aura, Palyas; drie perioden van ontelbare jaren, onduidelijk, toch wel niet van paljas. Latijnse aura; windje, lucht, uit Griekse aura; wind, zachte wind, uit aer; lucht. Naar de kleur beter van aureus goud.

 

 

Buitenlandse vlinders.

Plaat 54.

 

Figuur A. B. Polyxena. (Charaxes bernardus) Deze bijzondere geoogde nimf vlinder (Papilio Nimphen Gemmati) heeft de voorste poten kort en zonder nagels. Ze komt uit China.

 

Figuur C. D. Rhea. (Heliconius sara sara) Deze Surinaamse gestrekte of Parnas vlinder heeft maar vier poten om op te lopen. Op het midden van de vleugels van boven bij de gewrichten heerst een donker blauwe weerschijn.

 

Figuur E. F. Amphinome. (Hamadryas amphinome) De rups van deze vlinder leeft volgens de beschrijving van juffrouw Merian op de Indische jasmijnboom. De vlinder heeft de voorste poten kort. Van onderen op de vleugels zijn de mannetjes bijna geheel bruin en alleen bij de gewrichten en aan de rand van de achterste vleugels rood gevlekt waar integendeel dit wijfje die in het midden met grote rode [86] vlekken bezet heeft. Ze komen van Suriname waar ze niet algemeen zijn.

Linnaeus systema naturea pagina 779. Papilio Nimph Phalerati nummer 176. Merian Surinaamse insecten pagina 8, tabel 8. Kleman, tom. 1 tabel 10, figuur 1 en 2. DŐ Aubenton, plaat enlum 92, figuur 7 en 8. Le papier marbre de la Chine.

 

Naam.

Charaxes bernardus. Bernardus is een Germaanse naam, zie Bernard, Bernhard; beer, wel gegeven naar een kennis van Johan Christian Fabricius. Tawny rajah. 
Heliconius sara sara. De naam is wel gegeven naar een bekende van Johan Christian Fabricius. Sara longwing.

Hamadryas amphinome. Hamadryas, Een Grieks mythologisch wezen dat in bomen leeft. Hamadryas was een Dryade, misschien wel de eerste van de eik nimfen. Zij was een dochter van Oreios; hij van de bergen, de vrouw van Oxylos; van de bossen en de moeder van acht Hamadryaden die beheerden andere specifieke soorten van de bomen. Haar dochters speelde een rol in het verhaal van Dryope; eiken gezicht, een meisje geliefd bij de god Apollo, die werd omgevormd tot een Dryade. Hamadryas betekent ofwel "samen met boom " of "samen met eiken," want het Griekse drys is het woord voor zowel ' steeneik" en een" boom " in het algemeen. Amphinome is de naam van verschillende personen als van een Nere•de. Amphinome, de vrouw van Aeson en moeder van Jason en Promachus. Zij en haar man werden achtervolgd door koning Pelias van Iolcus. Nadat Pelias haar man en jongste zoon had vermoord stak Amphinome zichzelf met een zwaard. Terwijl ze lag te sterven sprak ze een vloek uit tegen de koning. Cracker butterfly. Zie Danaus, dochters van Atlanteia of Phoeve, Hamadryaden.

 

 

Buitenlandse vlinders.

Plaat 55.

 

Figuur A. Licaon. (Eumorpha satellitia) Deze zeldzame pijlstaart (Sphinx legitima) met niet gehakkelde vleugels is van onderen grauw en naar de tippen van de onderste vleugels roze van kleur. Ze komt uit West Indi‘ en berust in het kabinet van de heer B. Vriends te Haarlem.

 

Figuur B. Phorbas. (Eumorpha phorbas) Van onderen is het lijf en de vleugels van deze pijlstaart geelachtig groen van kleur. Ze behoort net zoals de vorige bij die van de tweede afdeling der pijlstaarten van de heer Linnaeus die zulke bevatten die de vleugels gaaf en effen van rand hebben. Ik weet niet of het een Oost of West Indische is. Ze berust in het kabinet van de wel edele gestrenge heer Jacob Cornelis Sylvius van Lennip, raad in de vroedschap en schepen van de stad Haarlem. [87]

 

Figuur C. D. Crocale. (Catopsilia pomona) Deze dagvlinder behoort onder de gele Danaus (Danai. candidi) Ze komt uit Oost Indi‘.

 

Figuur E. F. Isse. (Delias isse) Van onderen zijn de vleugels in kleur en tekening opmerkelijk verschillend met de bovenkant. Ze behoort ook onder de Danaus of witte vlinders en komt uit Oost Indi‘ en is me met de voorgaande en volgende ter tekenen geleend door de heer B. Vriends te Haarlem.

 

Figuur G. H. Celmus. (Celmia celmus) Onder de zogenaamde schildpad pagesŐ s is dit een van de kleinste. Van boven is de kleur van het lijf en de vleugels effen bruin zonder enige weerschijn. Het komt van Suriname.

 

Naam.

Eumorpha satellitia. Grieks eu; goed, forma; gevormd. Satellitia, Latijn, letterlijk: beschermer, uit satelles; een begeleider. Satellite sphinx.
Eumorpha phorbas. Naam van verschillende personen. Phorbas, een herder van koning Laius, vindt de zuigeling Oedipus op de heuvel en zorgt voor zijn overleving om zijn lot te vervullen. Hij zou hetzelfde zijn als Phorbas, bediende van Antigone.
Catopsilia pomona. Latijn Pomona is een godin van de vruchtbare overvloed in het oude Romeinse religie en mythe. Haar naam komt van het Latijnse woord pomum; vruchten, specifiek boomgaard fruit. Zij zou een bosnimf zijnen minachtte de liefde van het bosgoden Silvanus en Picus, maar trouwde Vertumnus nadat hij haar had bedrogen vermomd als een oude vrouw. Zij en Vertumnus deelden een festival gehouden op 13 augustus. Haar priester werd flamen Pomonalis genoemd. Het snoeimes was haar attribuut. Er is een bos dat is gewijd aan haar de zogenaamde Pomonal, niet ver van Ostia, de oude haven van Rome. In artistieke afbeeldingen wordt ze over het algemeen getoond met een schaal fruit of een hoorn des overvloed. Lemon emigrant.

Delias isse. Amphissa is waarschijnlijk hetzelfde als Isse Macare•s, een dochter van Macareus, door Ovidius genoemd als een geliefde van Apollo die in eerste instantie haar in de vermomming van een herder verleid. Hun verhaal was ŽŽn van de afbeeldingen die Arachne weefde in haar weven, samen met andere vermommingen die Apollo, Zeus, Poseidon en Dionysus gebruikten bij het verleiden van sterfelijke vrouwen en nimfen.

Celmia celmus. Celmus, met de vrouwelijke vorm celmia. Hij was de zoon van een oude Phrygisch god en speelgenoot van de jonge Zeus op de berg Ida. Celmus en zijn broers waren de eerste die ijzer smolten en waren trots op hun werk. Hij daagde Zeus uit en elk met zijn favoriete wapen, bliksem tegen ijzeren knots. Maar zelfs in zijn jeugd was de waardigheid van Zeus te groot om uitdaging te breken. Donder kraakte, bliksem suisde. Een spanning van de goddelijke stralen passeerde door de ijzeren knots omhoog door de armen van Celmus en door zijn lichaam zodat de duellist en de club werd een lasnaad, een ijzeren standbeeld die een ijzeren knots draagt. Celmus hairstreak. 

 

 

Buitenlandse vlinders.

Plaat 56.

 

Figuur A. B. Andromachus. (Morpho rhetenor rhetenor) Deze fraaie dag vlinder gebruikt maar vier achterpoten om te lopen, de voorste zijn kort en als voelers of kwastjes tegen de borst geplaatst. Volgens de rangschikking van de heer Linnaeus zou ze onder de Griekse ridders (Papilio Equit. Achivi) geplaatst kunnen worden. Ze komt uit Suriname.

 

Figuur C. Hesparia. (Massage hesparia) Deze met een witte dwarsband over de vleugels [88] gesierde nacht vlinder heeft op de bruine grond van de vleugels een blauwe weerschijn. Ze heeft aan weerskanten dezelfde kleur. De sprieten zijn draadvormig en ze schijnt onder de spanrupsen vlinders te behoren. Ze is van Demerary (Demerara, Essequebo, Z. Amerika) en berust met de twee volgende in het kabinet van de hoog weledele geboren heer baron Rengers.

 

Figuur D. Area. Deze witte en aan beide kanten eenkleurige spanrups vlinder (Phalaena geometrae) heeft draadvormige sprieten. Het komt van Suriname.

 

Figuur E. Capys. (Patreliura capys) Deze bastaard onrust heeft de sprieten maar weinig gepluimd. Van onderen is het lijf en de vleugels van dezelfde bruine kleur met de tippen van de voorste vleugels wit zoals de bovenkant in de afbeelding laat zien. Het is van Suriname.

 

Naam.

Massage hesparia. Van Franse massage; wrijving, kneden, van masser; te masseren, mogelijk uit het Arabisch massa; aan te raken, te voelen, te behandelen. Of uit het Portugees amassar; kneden, een werkwoord uit het Latijn massa; de massa, deeg, onduidelijk, of van de Massageten een Iraans ruitervolk uit de Oudheid dat leefde in het gebied ten oosten van de Kaspische Zee. Hesperiden is de verzamelnaam voor de nimfen van de avond en het gouden licht van de zonsondergang die de Dochters van de Avond of Nimfen van het Westen waren. Ze hebben een zalige tuin in een verre westelijke hoek van de wereld, in de buurt van het Atlas gebergte in Noord Afrika aan de rand van de omringende Oceanus, de wereld oceaan. De tuin van de Hesperiden ligt in Tartessos, een locatie gelegen in het zuiden van het Iberisch schiereiland.

Patreliura capys. Patre; Latijn patri; vader, oura; staart. In de Romeinse en Griekse mythologie was Capys een naam toe te schrijven aan enkele vermogende particulieren: Koning van Dardania tijdens de Ilias en de Aeneis. Hij was een zoon van Assarakus en Hieromneme (dochter van Simois) en de vader van Anchises door zijn vrouw Themiste, de zus van Laomedon en dochter van Ilus en Eurydice en zo de grootvader van Aeneas. Hij of een andere Capys stichtte de stad Capua. Ook de naam van een van Troje die waarschuwde om om het paard van Troje niet naar de stad te brengen. In het Etruskisch betekent het woord Capys; havik of valk.

 

 

Buitenlandse vlinders.

Plaat 57.

 

Figuur A. B. Cassiope. (Selenophanes cassiope cassiope) Deze vierpotige dag vlinder behoort onder de geoogde nimfen. (Papilio Nimphen Gemmati) Ze komt van Suriname en wordt ook in Berbices, (Berbice, Guyana) en te Demerary (Demerara, Essequebo, Z. Amerika) gevonden.

 

Figuur C. D. Echo. (Taygetis echo echo) Ofschoon de geelachtige tippen op de onderkant van de vleugels van deze donkerbruine vlinder niet geringd zijn zou ze echter vanwege de [89] uit getande randen van de ondervleugels onder de geoogde nimf vlinders geplaatst kunnen worden. De voorste poten zijn kort en niet genageld. Ze komt van Suriname.

 

Figuur E. F. Daphnis. (Speyeria cybele) De bovenkant van de vleugels van deze niet geoogde dag vlinder heeft veel overeenkomst met enige Europese zogenaamde paarlemoer vlinders, maar van onderen verschilt de grondkleur en de plaatsing van de paarleloerachtige vlekken met die. De voorste poten zijn ruig en in de gedaante van een sabel of polis tegen de borst of hals van de vlinder geplaatst. Men vindt ze in New York en te Jamaica.

 

Naam.

Selenophanes cassiope. In de Griekse mythologie is Selene is de godin van de maan. Ze is de dochter van de Titanen Hyperion en Theia, en zus van de zonnegod Helios en Eos, godin van de dageraad. Ze rijdt haar maanwagen over de hemel. Verschillende geliefden worden toegeschreven aan haar in verschillende mythen, met inbegrip van Zeus, Pan en de sterfelijke Endymion. Haar Romeinse equivalent is Luna. Phanes; opvallend. Koningin Cassiopeia, de vrouw van koning Cepheus van Ethiopi‘ was mooi maar zo arrogant en ijdel; deze laatste twee kenmerken leidde tot haar ondergang. Het kwaad wat Cassiopeia deed en zowel zij en haar dochter Andromeda dat ze mooier waren dan alle Nere•den, de nimfdochters van de zeegod Nereus. Dit bracht de toorn van Poseidon op het koninkrijk van Ethiopi‘. Toen Poseidon besloot om het hele land te overspoelen of het zeemonster Cetus om het te vernietigen. In beide gevallen, in een poging om hun koninkrijk te redden, raadpleegden Cepheus en Cassiopeia een wijs orakel die hen vertelde dat de enige manier om de zeegoden te sussen was om hun dochter te offeren. Dienovereenkomstig werd Andromeda hulpeloos vastgeketend aan een rots tot de komst van het zeemonster Cetus. Maar de held Perseus arriveerde op tijd, doodde Cetus, redde Andromeda en werd haar man. Omdat Poseidon dacht dat Cassiopeia niet zou ontsnappen plaatste hij haar in de hemelen geketend aan een troon in zoŐ n positie die verwijst naar Andromeda' s beproeving. Terwijl ze de hemelpool omcirkelt in haar troon is ze de helft van de tijd ondersteboven. Het sterrenbeeld lijkt op de stoel had die vertegenwoordigd het instrument van marteling. Cassiopeia wordt niet altijd vertegenwoordigd gebonden aan de stoel in kwelling, in een later tekening is ze met een spiegel, symbool van haar ijdelheid, terwijl in andere ze een palmblad bezit, een symbool die niet duidelijk is. Cassiope owlet.

Taygetis echo. Taygetus, Taugetus of Taygetos is een berg in de Peloponnesus. Echo, Grieks echo, geluid, was een Oreade die op de berg Cithaeron woonde. Zeus hield ervan om te gaan met mooie nimfen en bezocht ze vaak op aarde. De vrouw van Zeus, Hera, werd achterdochtig en kwam van de Olympus in een poging om Zeus te vangen met de nimfen. Echo, die Zeus probeerde te beschermen tegen Hera Ős toorn maakte Hera haar alleen in staat om een paar laatste woorden tot haar te spreken. Dus toen Echo Narcissus ontmoette en verliefd werd op hem was ze niet in staat om hem te vertellen hoe ze zich voelde en was gedwongen naar hem te kijken toen hij verliefd werd op zichzelf.

Speyeria cybele. Cybele; Moeder, misschien Berg Moeder, was oorspronkelijk een Anatolische moedergodin. Zij is Phyrgi‘ een enige bekende godin en wat waarschijnlijk is een godheid. Haar Frygische cultus die volgende en aangepast werd door Griekse kolonisten van Klein-Azi‘ en de verspreiding van daar naar het vasteland van Griekenland en de meer afgelegen westelijke kolonies van rond de 6e eeuw voor Christus. In Griekenland is Cybele ontmoet met een gemengde ontvangst. Ze werd gedeeltelijk gelijkgesteld aan aspecten van de aardsgodin Gaia, haar Mino•sche gelijkwaardige Rhea en de Oogst Moeder godin Demeter. Sommige stadstaten, met name Athene, riepen haar aan als een beschermster, maar haar meest gevierde Griekse rituelen en processies latzen haar zien als in wezen vreemde, exotische mysterieuze godin die arriveert in een leeuw getrokken wagen onder begeleiding van de wilde muziek, wijn en ongeordende extatische volgerse. Uniek in de Griekse godsdienst had ze een transgender of eunuchachtig priesterschap. In Griekenland wordt Cybele geassocieerd met bergen, de stad en de stadsmuren, vruchtbare natuur en wilde dieren, liefde en vooral leeuwen. In Rome was Cybele bekend als Magna Mater ("Grote Moeder"). De Romeinse staat volgende en nam een bepaalde vorm van haar cultus over nadat het Sibillijnse orakel haar aanbeval als een belangrijke religieus component in de tweede Romeinse oorlog tegen Carthago. Great spangled fritillary.

 

 

Buitenlandse vlinders.

Plaat 58.

 

Figuur A. B. Alcyone. (het wijfje) (Catopsilia pyranthe pyranthe) Onder deze witte Danaus vlinder vind men ook vele verschillen. Enige wijfjes hebben de randen van de vleugels minder en anderen meer zwart gerand. Echter zijn deze zwarte randen bij de wijfjes altijd breder dan in de mannetjes waarvan we de afbeelding in de volgende figuur geven.

 

Figuur C. Alcyone. (het mannetje) Van onderen is in de kleur van de vleugels geen verschil met de voorgaande figuur B. Ze komen uit China. Men heeft ze ook op [80] de kust van Coromandel en te Ceylon gevonden.

 

Figuur D. E. Asterie. (Junonia almana) Deze geoogde nimf vlinder is bekend onder de naam van Chinese pauwenoog hoewel die niet alleen in China maar bij overal in Oost Indi‘ te vinden zijn. In de meeste mannetjes zijn de oogvormige vlekken aan de onderkant van de vleugels veel kleiner dan diegene die zich hier bij het wijfje vertonen. De voorste poten zijn kort en ruig en als voelertjes of kwastjes aan de borst van de vlinder gehecht.

Linnaeus systema naturea pagina 769. Papilio Nimphen Gemmati, nummer 133. DŐ Aubenton plaat enlum 94, figuur 1 en 2. Kleman, tom. I, tabel 5, figuur 3 en 4.

 

Figuur F. G. Almana. (Junonia almana) De gedaante van de voorste poten van deze geoogde nimf vlinder met gehakkelde vleugels is ten enenmale gelijk met die van de voorgaande figuur D. E. Van boven is de kleur noch tekening weinig of bijna geen onderscheid met de net gemelde maar de randen van de vleugels zijn hierin meer uitgesneden of hoekig en het verschil met de kleur aan de onderkant toont voldoende aan dat het een aparte soort is. Men vindt ze in China en te Batavia.

Linnaeus systema naturea pagina 769. Papilio Nimphen Gemmati nummer 132. Edwards national history of birds, tabel 84, DŐ Aubenton, plaat enlum [91] 94, figuur 3 en 4. Seligman uitl. Vogel. Tom III, tabel 36. Houttuin Natuurlijke Historie 1ste deel 11de stuk pagina 283, nummer 89, plaat 89, figuur 1.

 

Naam.

Catopsilia pyranthe. Pyaranthe, een dochter van Danaus, zie daar. Mottled emigrant.

Junonia almana, Almana is een vrouwennaam. Of van Duits Allemagne, Frans Allemand, klassiek Alamani. Peacock pansy.

 

 

Buitenlandse vlinders.

Plaat 59.

 

Figuur A. Chorineus. (Chorinea octavius octavius) Deze zeldzame vlinder heeft de bovenvleugels en een gedeelte van de ondervleugels glasachtig doorschijnend. Van onderen is er geen verschil in kleuren met de bovenkant. Vanwege de bijzondere lang gestaarte ondervleugels zou men deze bij de zogenaamde pages of ridders kunnen plaatsen. In gedaante komt ze veel overeen met de vlinder die we op plaats 48 figuur C hebben afgebeeld. Ze komt van Suriname.

 

Figuur B. Egeon. (Hyalurga fenestra) De witachtige vlekken op de vleugels van deze bastaard onrust (Sphinx adscita) zijn doorschijnend. De sprieten zijn gepluimd en ze heeft een gekrulde zuiger. Van onderen is ze net zo gekleurd als boven. Deze is uit China maar ze worden ook in Suriname gevonden.

 

Figuur C. Dimas. (Trosia tricolora) Deze nachtvlinder met gepluimde sprieten en een korte zuiger heeft de vleugels van onderen van dezelfde kleur als de achterste vleugels van boven in de afbeelding vertonen. Ze komt uit West Indi‘ en [92] berust in het kabinet van de hoog weledel geboren heer baron Rengers.

 

Figuur D. E. Limniace. (Tirumala limniace) Deze niet geoogde nimf lijkt wat op de vlinder die op de negende plaat figuur B en C is afgebeeld. Maar bij nauwkeurige vergelijking blijkt dat dit een heel andere soort is en niet alleen door de verschillende plaatsing van de bleekgroene en doorschijnende vlekken op de vleugels maar ook vanwege de grondkleuren van de onderste en de tippen van de bovenvleugels aan de onderkant. Bovendien gebruikt deze vlinder maar vier poten om mee te lopen want de voorste is kort en zonder nagels waar integendeel de net gemelde alle zes poten even lang hebben. Van boven op de ondervleugels heeft dit mannetje tussen de tweede en derde ader bij de binnenrand naar het eind van het achterlijf een gaatje of opening wat aan de onderkant de gedaante van een beursje of zakje heeft. Dat vertoont zich in de afbeelding bij figuur E op de laatst genoemde vleugel als een flauw wit half maantje welke bijzonderheid men alleen bij de wijfjes ziet. Ze komen uit China en van de kust van Coromandel en Ceylon.

Petiver. Gazophylacii Tabel 9, figuur 13.

 

Figuur F. Aventina. (Ideopsis similis) Hoeveel overeenkomst deze vlinder op het eerste gezicht [93] met de voorgaande mag hebben is ze toch een eigen en apart soort. De vleugels zijn rond en met een gave rand. De tekening van de bleekgroene en doorschijnende vlekken verschil ook opmerkelijk met die van figuur D. Ook ontbreekt bij de mannetjes het boven gemelde zakje op de ondervleugels. De tippen van de voorste vleugels en de grondkleur van de achterste vleugels zijn aan de onderkant bleek bruinrood van kleur. Het is een vierpotige vlinder die volgens de verdeling van de heer Linnaeus vanwege de niet gekartelde vleugels onder de bonte Danaus zou behoren. Ze komt uit China. Petiver gazophylacii tabel 3, figuur 4.

 

Figuur G. Erythus. (Bungalotis erythus) Deze dikkop vlinder (Papilio plebeji urbicole) is een van de grootste die men onder dit geslacht bekend is. De vleugels en het lijf zijn aan beide kanten van dezelfde kleur en met witte glasachtige doorschijnende vlekken gesierd. Men vindt ze te Suriname en ze berust in het kabinet van de hoog weledel geboren heer baron Rengers.

 

Naam.

Chorinea octavius. Chor; apart, nea; twee einden. Octavius ​​Mamilius, (gestorven in 498 voor Christus) die princeps; leider, prins van Tusculum was, een oude stad van Latium. Hij was de wettige zoon van Lucius Tarquinius Superbus, de zevende en laatste koning van Rome. Volgens de traditie stamt het geslacht af van Mamilia, naar verluidt een kleindochter van Odysseus en Circe. Octavius swordtail.

Hyalurga fenestra, Grieks hyalourgos; glasmaker, glasbewerker. Latijn fenestra; opening in een lichaam, soms met een membraam, venster.

Trosia tricolora. Grieks trosis; wond, verwonden. Tricolora; driekleurig.

Ideopsis similis. Opsis; gelijkend, verschijning, als Ide of Ida? Net zoals similis; dezelfde. Blue glassy tiger.

Bungalotis erythus. Grieks otis; goed horend, bunga? Erythus, zoon van Actoris vocht met Perseus op het huwelijksfeest die hem met een zware wijnfles het hoofd brak. Spotted scarlet eye.

 

Buitenlandse vlinders.

Plaat 60.

 

Figuur A. B. Pipleis. (Hypolimnas pandarus) Deze zeldzame geoogde nimf vlinder gebruikt alleen maar de vier achterpoten om op te lopen. De twee voorste zijn kort en niet genageld. Op de voorgaande plaat 59 hebben we bij de figuren A en B de afbeelding van een vlinder gegeven die wat op deze [94] lijkt, maar het verschil van de kleuren van die en de vorige tonen voldoende aan dat het verschillende soorten zijn. Ze komt van Ambon.

Linnaeus systema naturea, pagina 775, nummer 159, Albertus Seba, tomus IV, tabel 46, figuur 13.

 

Figuur C. Cronis. (Haemonides cronis) De onderste vleugels van deze witte Danaus vlinder zijn groter in vergelijking met de bovenste dan die van meest alle andere vlinders. Van onderen is die in kleur en tekening niet verschillend van de bovenkant. Ze komt uit West Indi‘.

Albertus Seba, tomus IV, tabel 27, nummer 9 en 10.

 

Figuur D. Helirius. (Chaetocneme helirius) Het lijf en de vleugels van deze dikkop vlinder zijn van onderen eveneens van kleur zoals de afbeelding hier van de bovenkant geeft, alleen is het geelachtige vlekje op elke bovenste vleugel daar groter en vuilwit. De bek en de poten zijn oranje kleurig. Ze is van Suriname en met de twee voorgaande getekend uit de bijzondere verzameling van de heer B. Vriends te Haarlem.

 

Figuur E. F. Antonoe. (Megeuptychia antonoe) Volgens de rangschikking van de heer Linnaeus zou deze gras vlinder, omdat de vleugels weinig gekarteld zijn, onder de bonte Danaus behoren. De voorste poten zijn kort en zonder nagels. Ze komt van Suriname en berust in het kabinet van de wel edele gestrenge heer J. C. Van Lennip te Haarlem. [95]

 

Naam.

Haemonides cronis. Grieks haimon, bloedend, eidos; verschijning. Cronis is wel een vorm van Cronus. In de Griekse mythologie was Cronus, ook wel bekend als Kronos de leider en de jongste van de eerste generatie van de Titanen, de goddelijke nakomelingen van Uranus, de hemel, en Gaia, de aarde. Hij regeerde tijdens de mythologische Gouden Eeuw totdat hij omvergeworpen werd door zijn eigen zoon Zeus en opgesloten werd in de Tartarus. Cronus wordt meestal afgebeeld met een harp, zeis of sikkel wat het instrument was dat hij gebruikte om te castreren en af te zetten Uranus, zijn vader. In Athene was er op de twaalfde dag van de Attische maand of Hekatombaion een festival genaamd Kronia ter eren van Cronus om de oogst te vieren wat suggereert dat als gevolg van zijn associatie met de deugdzame Gouden Eeuw Cronus bleef voorzitten als beschermheer van de oogst. Cronus is zo in de klassieke oudheid ge•dentificeerd met de Romeinse god Saturnus.

Chaetocneme helirius, Grieks chaite; haar, kneme; poot. Helirius, onbekend.

Megeuptychia, antonoe, Grieks megas; zeer groot, euptychia; eu; goed, ptichia; eiland rond Corfu. Zie Cepheuptychia en Chloreuptychia. Antinoe, een dochter van Cepheus. Op bevel van een orakel leidde ze de inwoners van Mantinea van de plek waar de oude stad stond naar een plek om een nieuwe stad op te richten. Ze werd op haar weg begeleid door een slang. Ze had een monument op Mantineia ter herdenking van deze gebeurtenis. Pausanias, in het laatste van de scriptie wordt ze Antonoe genoemd. CramerŐs satyr.

 

 

Buitenlandse vlinders.

Plaat 61.

 

Figuur A. B. Adonis. (Morpho marcus marcus) De bovenkant van de vleugels van deze zeldzame vlinder overtreft bijna de luister van de zogenaamde blauwe satijn kapellen die reeds op de platen 17, figuur A en B en 21, figuur A en B zijn afgebeeld. Van onderen hebben de vleugels een glans zoals het gewaterde moeras wat naast de tien oogvormige vlekken aan deze kapel een uiterst sierlijk aanzien geeft. Ze behoort onder de vierpotige en wordt in Suriname gevonden. Ze berust met de overige op deze plaat afgebeelde insecten in de verzameling van de wel edele en zeer geleerde heer professor Luchtmans te Utrecht.

 

Figuur C. Fadus. (Aellopos fadus) Deze onrust heeft het borststuk met de kop en poten van onderen askleurig, maar de vleugels zijn daar van dezelfde bruine kleur als de bovenkant waar de witte dwarsstrepen over de bovenste vleugels enigszins doorschijnend zijn. Ze behoort onder de derde afdeling der Phinges of pijlstaarten die de vleugels effen van rand en het einde van het achterlijf rug hebben. Men vindt ze in Suriname. [96]

 

Figuur D. Lycetus. (Theretra lycetus) Het rugstuk van deze pijlstaart is met twee en het achterlijf met zes goud glanzende streepjes gesierd. Van onderen is het gehele lijf en de vleugels licht bruin maar over de laatste loopt van het gewricht zelf tot naar de tip een vuil gele streep. Men ziet gauw dat deze onder de tweede afdeling der pijlstaarten behoort. Ze worden in Oost Indi‘, te Bengalen Coromandel en Ceylon gevonden.

 

Figuur E. F. Argulata. (Aploschema instabilaria)De sprieten van deze nachtvlinder zijn gepluimd. De zuiger is onzichtbaar. Misschien hebben de wijfjes de sprieten minder gepluimd dan dit mannetje. De uitgesneden randen als mede de zeldzame gedaante van de onderste vleugels is beter uit de afbeelding dan door een langdurende beschrijving te aanschouwen. Ze behoort onder de Atlas uilen (Phalaena Attaci) en is van Suriname.

 

Naam.

Morpho marcus. Marcus is een mannelijke voornaam van een oude Romeinse voor christelijke oorsprong, afkomstig van Etruskische Marce van onbekende betekenis (misschien van Etruskische mar, wat betekent; te oogsten) of een verwijzing naar de god Mars. Omdat Mars was ge•dentificeerd als de Romeinse god van de oorlog kan de naam Marcus bij uitbreiding worden genomen om te verwijzen naar Ares in het Griekse pantheon. Of zo genoemd naar een bekende van Johann Gottlieb.

Aellopos fadus. Grieks aellopos; snel. Cuspius Fadus was een oude Romeinse procurator van Judaea in 44-46 na Chr. Na de dood van koning Agrippa, in 44 na Christus, werd hij benoemd tot procureur door Claudius. Tijdens zijn regering werd de vrede hersteld in het land en de enige verstoring is gemaakt door ŽŽn Theudas die naar voren kwam met de bewering dat hij een profeet was. Maar hij en zijn volgelingen werden ter dood gebracht door het commando van Cuspius Fadus. Fadus sphinx.

Theretra lycetus. Grieks thereter; jager. Lycetus, metgezel van Phineus met wie hij Perseus bij zijn huwelijk met Andromeda overviel, maar gedood werd.
Aploschema instabilaria, Grieks haploos, eenvoudig, schema; een product van de verbeelding tussen tussen een beeld en een concept, van het Griekse skhema, (zie schema) instabilia, instabiel, onbestendig.

 

 

Buitenlandse vlinders.

Plaat 62.

 

Figuur A. B. Ino. (Cethosia cydippe cydippe) Deze Chinese niet geoogde nimf vlinder gebruikt maar vier poten om mee te lopen, de twee voorste zijn kort en zonder nagels.

 

Figuur C. D. Melicerta. (Achaea janata) Deze nachtvlinder heeft draadvormige sprieten en een opgerolde zuiger. De mannetjes hebben de witte dwarsbanden en vlekken [97] op de achtervleugels niet zo duidelijk dan dit wijfje. Ook hebben die op de bovenvleugels van onderen de witte afgebroken dwarsbanden niet zoals bij figuur D. De gehele oppervlakte van de vier vleugels is daar met een mengsel van donkere en bleke askleur. Ze behoort onder de Phalanae Noctuae van de heer Linnaeus en komt van de kust van Coromandel en berust met de volgende in het kabinet van de hoog welgeboren heer baron Rengers.

Drury, tom, I, tabel 23, figuur 1, Melicerta.

 

Figuur E. F. Erigone. (Junonia erigone) Deze geoogde nimf vlinder heeft in sommige opzichten enige overeenkomst met de Aonis, maar de plaatsing n het getal van de oogvormige vlekken op die van onderen laat duidelijk blijken dat dit een geheel verschillende soort is dan de gemelde. Ze heeft gelijk alle de me bekende geoogde nimfen maar vier poten om mee te lopen en is uit Oost Indi‘.

Zie plaat 35, figuur D, E en F.

 

Naam.

Cethosia cydippe, Grieks kedos; treurend. Cydippe was een van de Nereiden. Een andere Cydippe was de moeder van Cleobis en Biton. Cydippe, een priesteres van Hera, was op weg naar een festival in de godins eer. De ossen die haar kar zouden trekken waren te laat en haar zonen, Biton en Cleobis trokken de kar de gehele weg (45 stadions, 8 km) Cydippe was onder de indruk van hun toewijding aan haar en vroeg Hera om haar kinderen de beste gift die een God kon geven. Hera liet de twee broers ogenblikkelijk dood als het beste wat ze voor hen kon geven want het beste moment om te sterven is dat met de hoogste roem. De meest gebruikte citaat uit dit verhaal is "noem niemand gezegend totdat hij dood isŐ. Eastern red lacewing.

Achaea janata, Grieks achaia, epitheton of toevoeging van Demeter. Het is ook de naam voor een regio in Griekenland. Janata is een vreemd woord, lijkt wel Indisch. Of komt het van Janus, of van lanata? Castor semi looper.

Junonia erigone. Erigone is de dochter van Icarius van Athene. Icarius was hartelijke naar Dionysus die zijn herders wijn gaf. Ze werden bedwelmd en doodden Icarius denkende dat hij hen had vergiftigd. Zijn dochter, Erigone, en haar hond, Maera vonden zijn lichaam. Erigone hing zich op het graf van haar vader. Dionysus was kwaad en werd gestraft Athene door het maken zelfmoord van alle meisjes van de stad op dezelfde manier. Erigone werd geplaatst in de sterren als het sterrenbeeld Maagd (Virgo). Volgens Ovidius bedroog Dionysus Erigone met valse druiven, dat is; hij nam de vorm van een druiventros aan om haar te benaderen en te verleiden.

 

Buitenlandse vlinders.

Plaat 63.

 

Figuur A. B. Pyrrha. (Perrhybris pamela) De vleugels van deze witte Danaus vlinder zijn zo dun zodat de gele, zwarte en menierode [98] tekening van de ondervleugels bij Figuur B aan de bovenkant van die doorschijnen. Men kan het echter met het blote oog waarnemen dat de gehele bovenzijde van figuur A met wit dons is bezet. Ze komt van Suriname en me door de heer L. Juliaans te Utrecht ter tekenen geleend.

 

Figuur C. Rhetus. (Rhetus arcius arcius) Dit aan weerszijden eenkleurige vlinder heeft de voorste poten kort. Me zijn behalve de reeds afgebeelde nog zoveel verschillende soorten van deze vlinders met lange staarten en in gedaante zo zeer van anderen afwijkende ondervleugels bekend zodat van die een apart geslacht gemaakt zou kunnen worden. Het komt uit Suriname en berust in de keurige verzameling van de wel edele heer G. J. Schutt, medisch doctor te Utrecht.

Zie plaat 48, figuur C en plaat 59.

 

Figuur D. E. Phylleus. (Juditha odites) Deze dagvlinder behoort ook onder de vierpotige en zou vanwege de niet gekartelde randen aan de vleugels onder de bonte Danaus (Papilio Danaus festivi) geplaatst kunnen worden. Men vindt het te Suriname en het berust in de verzameling van de wel edele heer P. Boddaert te Utrecht.

 

Figuur F. Liris. (Siga liris) Deze bijzondere uil heeft draadvormige sprieten en een [99] gekrulde zuiger. Van onderen is het lijf met de vleugels van dezelfde bleekgroene kleur. Ook komen op de laatste de zilverachtige vlekken in getal en plaatsing met de bovenkant van die overeen. Het berust in de uitmuntende verzameling van de zeer geleerde heer professor Luchtmans en is aan zijn wel edele uit West Indi‘ gezonden.

 

Figuur G. Midas. (Bungalotis midas) Aan de buitenste rand van de bovenvleugels bij het gewricht heeft deze dikkop vlinder een bijzonderheid die ik aan geen andere heb waargenomen. Op die plaats is een soort van klepje en als dat opgelicht wordt is het van binnen met een menigte van vuil witte donsachtige haartjes voorzien, maar als dit klepje gesloten is vertoont het zich zoals de afbeelding het aanwijst. Dit is zo bij beide seksen alleen ontbreekt in de wijfjes die bruine tekening en vlekjes die op de bovenste vleugels van dit mannetje te zien zijn, in ieder geval zijn die bij de eerst gemelde minder zichtbaar. De zwarte kleur aan de buitenrand van de onderste vleugels heeft een donkere violetkleurige weerschijn. Van onderen zijn de vleugels aangaande de kleur volmaakt gelijk met de bovenkant. Men vindt ze in Suriname. Dit mannetje is getekend naar het voorwerp [100] die in de verzameling van de wel edele heer G. J. Schutt zich bevindt en het wijfje is te vinden in de collectie van de zeer eerwaarde heer E. F. Alberti.

 

Naam.

Perrhybris pamela. Grieks per; boven, hybris; arrogant. Pamela kan wel door Stoll naar zijn vrouw of bekende zijn genoemd. Deze naam is in de late 16de eeuw uitgevonden door de dichter Sir Philip Sidney voor gebruik in zijn gedicht ' Arcadia '.

Rhetus arcius. Grieks rhetos; vermaard. Arcius was een van de Argonauten met Jason.

Siga liris. Grieks siga; stilte, stilzwijgen. Liris, of beter Lyris wordt geteld onder de Oceanids in de Griekse mythologie, van Oceanus en Tethys.

Bungalotis midas. Midas is de naam van ten minste drie leden van het koninklijk huis van Phyrgi‘. De meest bekende is koning Midas en wordt in de volksmond herinnerd vanwege zijn vermogen om alles wat hij aanraakte in goud om te zetten. Omdat hij de dronken sater Silenos gered had, verleende Dionysos, de wijngod, hem de kracht om alles wat hij aanraakte in goud te veranderen. Toen echter ook zijn voedsel en een kind in goud veranderden, besloot hij de macht die hij had weg te wassen in de rivier Paktolos. De Frygische stad Midaeum was vermoedelijk vernoemd naar deze Midas en dit is waarschijnlijk ook de Midas die volgens Pausanias oprichtte Ancyra. De legenden vertelt over deze Midas en zijn vader Gordias, de grondlegger van de Frygische hoofdstad Gordium en het binden van de Gordiaanse Knoop geeft aan dat ze vermoedelijk ergens hebben geleefd in het 2de millennium voor Christus, ruim voor de Trojaanse oorlog. Echter, Homerus heeft geen melding Midas of Gordias wijl vermeldt hijn twee andere Phrygische koningen, Mygdon en Otreus. Een andere mythe vertelt dat hij een groot vereerder was van Pan, de god van herders en ruige landstreken. Pan hspeelde op zijn panfluit en omdat velen het mooi vonden klinken begon hij op te scheppen dat hij een betere musicus was dan Apollo. Hij daagde Apollo uit tot een wedstrijd waarbij de berggod Tmolos een oordeel moest geven. Pan begon en iedereen was gecharmeerd van zijn vrolijke fluitstukjes. Daarna pakte Apollo zijn lier en zijn tonen wiegden als golven op de zachte bries, vloeiend en verrukkelijk. Tmolos gaf de prijs aan Apollon. Midas protesteerde en zei dat hij Pan beter vond. Datt kun je onmogelijk gehoord hebben", zei Tmolos. "Er mankeert niks aan mijn oren" zei Midas. Op dat moment kon Apollo zijn boosheid niet meer beheersen en zei: "als je ze op deze manier gebruikt, ben je het niet waard de oren van een mens te hebben". Hij gaf Midas een paar lange, grijze en behaarde oren, zeggend: "Nu lijk je op de ezel die je bent". Midas schaamde zich voor zijn nieuwe oren en probeerde ze te verbergen onder een tulband. Na een tijdje ontdekte zijn kapper het beschamende geheim. De kapper durfde niemand iets te vertellen van Midas' misvorming, maar was ook niet in staat het helemaal voor zichzelf te houden. Zo liep hij het platteland in, groef een gat en vertrouwde zijn geheim fluisterend aan de aarde toe. Maar waar de kapper het gat had gegraven groeide een bos riet en als de wind daar doorheen blies ruiste het en leek het te roepen: "Koning Midas heeft ezelsoren! Koning Midas heeft ezelsoren!" Toen Midas ontdekte dat iedereen van zijn geheim afwist, stierf hij van schaamte. White cheecked scarlet eye.

 

Buitenlandse vlinders.

Plaat 64.

 

Figuur A. B. Janus. (Automeris janus) Deze zeldzame en grote nachtvlinder behoort onder de Atlas (Phalaena Attaci) van de heer Linnaeus. De sprieten van dit wijfje zijn zo weinig gepluimd of met haartjes bezet zodat men die met het blote oog nauwelijks zien kan. De zuiger is niet zichtbaar. Ze is van Suriname en behoort aan de wel edele heer H. Schultz, medisch doctor te Utrecht.

 

Figuur C. Egeus. (Automeris egeus) De sprieten van deze nachtvlinder zijn opmerkelijk gepluimd en de zuiger is onzichtbaar. De wijfjes hebben bijna draadvormige maar met zeer korte haren bezette sprieten zoals die van figuur A en B. Van onderen is de tekening op de bovenvleugels gelijk als die van figuur B en de zwarte vlekken zijn daar donker bruinrood met een witte stip in het midden. Behalve dat hebben ze ook op het midden van de ondervleugels ook een witte stip geplaatst. De kleur is nochtans in het algemeen op de laatst gemelde zijde van de vleugels in beide seksen meer roze of bruinrood. [101] Ze is getekend uit de rijke verzameling van de heer I. Juliaans die deze uit Suriname ontvangen heeft vanwaar men mij nadat deze afbeelding gemaakt was het wijfje heeft gezonden.

 

Naam.

Automeris janus. Grieks autos; hij zelf, meris, gedeelte. Janus was in de Romeinse de god van het begin en het einde, van het openen en het sluiten. Hij wordt dan ook afgebeeld met twee gezichten. De deur (ianua) droeg daarom zijn naam. Daarom draagt ook de maand januari zijn naam en werd hij aangeroepen aan het begin van het zaai- en oogstseizoen, alsmede bij huwelijken en geboortes. Op de eerste dag van januari vermeed men alles wat een kwade betekenis kon hebben voor de toekomst. Bovendien gaf men, om de vriendschappelijke verhouding te bevestigen, elkaar kleine geschenken. In de latere tijden van de republiek aanvaardden ook de consuls hun ambt op de eerste dag van januari. Als god van poorten werd Janus ook gezien als de god die de emelpoort opende of sloot. Bij alle offers en gebeden werd hij het eerst, zelfs v——r Jupiter, genoemd, omdat zonder hem de hemelpoort gesloten zou blijven voor gebeden. 
Automeris egeus. Aegeus was een mythische koning van Athene, een kleinzoon van Erichtonius. Zijn vrouw was Aethra, prinses van Troizen op de Peloponnesus. Ze hadden een zoon, de held Theseus, warvan ook geloofd wordt dat hij de zoon van Poseidon was. Later trouwde Aegeus met de beruchte Medea. Nadat zijn vrouw zwanger was in Troizen verliet hij haar en ging terug naar Athene. Voordat hij vertrok verborg hij zijn zwaard en sandalen onder een rots zodat zijn zoon die zou krijgen als hij oud genoeg was om de rots te tillen. Theseus deed zo toen hij oud genoeg was en ging naar Athene waar zijn vader hem herkende. Toen Theseus uitging om de Minotaurus op Kreta te verslaan liet Aegeus hem beloven om witte zeilen op de weg terug zodat hij zou weten dat de missie succesvol was geweest. Theseus vergat het om dit te doen en toen Aegeas het schip zag terugkeren met zwarte zeilen pleegde hij zelfmoord door van een klif in de zee te springen. Vanaf de eerste dag werd de zee naar hem vernoemd: de Ege•sche Zee.

 

 

Buitenlandse vlinders.

Plaat 65.

 

Figuur A. B. Quirina. (Laparus doris doris) De blauwe straalvormige tekening en de vlekjes van die kleur op de ondervleugels van deze gestrekte of Parnas vlinder (Papilio Heliconii) zijn glanzend. Ze behoort onder de vierpotige. Te Suriname is deze vlinder zeer algemeen.

Linnaeus Mantissa alt. pagina 536. Papilio Helicon. Doris. Albertus Seba schatkamer, tomus IV, tabel 29, figuur 3 en 4. DŐ Aubenton planch, enlum 72, figuur 1 en 2. Le parasol.

 

Figuur C. D. Perimele. (Hypolimnas bolina nerina) Van deze niet geoogde nimf vlinder (Papilio Nimphen Phalerati) zijn vele vormen waarvan enige de witte vlekken bij de onderranden van de vleugels groter en andere die ze veel kleiner hebben. De blauwe vlekken op de bovenvleugels bij figuur C zijn glanzend. Het is een vierpotige vlinder en komt van Batavia. [103]

Albertus Seba schatkamer, tomus IV, tabel 41, figuur 21, 22.

 

Figuur E. F. Bolina. (Hypolimnas bolina) De vier witte vlekken waarmee deze niet geoogde nimf vlinder van boven op de vleugels gesierd is zijn omringd met een heerlijke donker blauwe en naar een violet kleur hellende weerschijn die naar mate de vlinder naar of van het licht gehouden wordt breder of smaller wordt. Het is opmerkelijk dat deze vlinders in alle de drie overige werelddelen gevonden worden. Ik heb er die te Batavia zijn gevangen en me zijn enkele jaren geleden er twee van Suriname gebracht. Deze afbeelding is er van een die ik uit Afrika van Sierra Leone heb ontvangen. Die uit Oost Indi‘ komen zijn allen kleiner. Ze behoren onder de zogenaamde vierpotigen.

Linnaeus systema naturea pagina 781, nummer 188. Papilio Nimphen Phalerati. Albertus Seba, schatkamer, tomus IV, tabel 25, figuur 15 en 16. Clerck, icon, tabel 21, figuur 2. Drury tom, I, tabel 14, figuur 1 en 2.

Naam.

Laparus doris. Laparus, Grieks lapara, flank, zijde, van laparos; zacht. Doris was een Oceanid, een zeenimf wiens naam vertegenwoordigt de overvloed van de zee. Zij was de dochter van Oceanus en Tethys en de vrouw van Nereus. Ze was ook tante van Atlas, de titan die de hemel op zijn schouders droeg wiens moeder Clymene was en een zus van Doris. Doris was de moeder van de zoon Nerites en vijftig Nere•den, met inbegrip van Thetis die de moeder was van Achilles, en Amphitrite, Poseidon 's vrouw en moeder van Triton. Doris longwing.

Hypolimnas bolina nerina. Nereis, Nereides, Nereid, Nereids, dochters van Nereus, nimfen die rijden op dolfijnen. Er waren vijftig Nimfen of godinnen van de zee. Zij waren de beschermsters van zeilers en vissers die de steun van de mensen in nood waren en godinnen die zorgden voor de rijke overvloed van de zee. Zij vertegenwoordigden ook diverse facetten van de zee, van de zoute pekel, tot schuim, zand, rotsachtige kusten, golven en stromingen. De Nere•den woonden met hun bejaarde vader Nereus in een zilveren grot aan de onderkant van de Ege•sche Zee. De Nere•de Thetis was hun officieuze leider en Amphitrite was de koningin van de zee. Samen met de Tritones vormden ze het gevolg van Poseidon.

 

 

Buitenlandse vlinders.

Plaat 66.

 

Figuur A. B. Meleagris. (Hamanumida daedalus) Vanwege de menigte van witte stippen op de bleek bruine grond van de vleugels bij figuur A zou [103] deze dagvlinder met net zoveel recht de naam van parelhoen of poule pentade zoals anderen die van de distelvink, beer etc. kunnen voeren. Van onderen zijn de vleugels uiterst sierlijk getekend met drie rijen bandvormige witte vlekjes waarvan de middelste rij in ieder wit vlekje nog met een zwart stipje gesierd is. Het is een vierpotige vlinder. De randen van de vleugels zijn weinig gekarteld en ze zou daarom volgens de verdeling van de heer Linnaeus onder de bonte Danaus (Pa. Danaus festivi) geplaatst kunnen worden. Ze is uit West Indi‘ en bevindt zich met de volgende in de verzameling van de wel edele heer P. Boddaert.

 

Figuur C. D. Clytia. (Heliconius wallacei) Mogelijk is deze gestrekte of Parnas vlinder maar een enkele vorm van de Antiocha die we op de 37ste plaat figuur E en F hebben afgebeeld. Het grootste verschil bestaat daarin dat de grote witte vlek op het midden van de bovenvleugels bijna of tenminste langwerpig rond is daar die in de gemelde smal en bijna de gehele breedte van de vleugels beslaat. Dan verschillen ook de rode vlekken aan de gewrichten van onderen die hier kleiner zijn en een geheel andere tekening hebben. Ze komt uit Suriname.

 

Figuur E. Thelephus. (Echenais thelephus thelephus) Deze aardige Argus vlinder (Papilio Plebeji ruralis) is [104) is ook uit West Indi‘ en behoort aan de heer L. Juliaans.

 

Figuur G. H. Emylius. (Calospila emylius) Deze fraaie Surinaamse Argus is getekend uit de verzameling van de zeer geleerde heer professor Luchtmans.

 

Naam.

Hamanumida daedalus, Grieks hama; tegelijkertijd, numida; nomadisch. Daedalus was een gerenommeerd ambachtsman en uitvinder. Voor zijn tijd hadden standbeelden hun armen stijf bevestigd aan hun zijde, Daedalus gaf hen een natuurlijke vorm sommigen zeggen zelfs de kracht van de beweging. Daedalus beweerde de zaag te hebben uitgevonden, maar die vermelding ging naar zijn neef Perdix in plaats van Daedalus dus vermoordde hij hem in een vlaag van jaloezie. Vanwege deze doodslag ontvluchtte hij zijn geboorteland Athene naar de hof van koning Minos op Kreta. Aangekomen in Kreta, waar zijn creatieve reputatie hem was voorafgegaan werd Daedalus verwelkomd bij het hof van Minos en zijn vrouw, Pasiphae, en snel werd hij verwikkeld in een rommelige situatie. Omdat Minos een witte stier hield die hem gegeven was door Poseidon om te offeren veroorzaakte hij Pasiphae fysiek om de stier te ontvangen. Ze vroeg Daedalus om een houten koe te maken waarin ze zich kon verbergen en paren met de stier. Ze werd daardoor zwanger en baarde de Minotaurus, een wezen met een menselijk lichaam en het hoofd van een stier. Minos wendde zich ook tot Daedalus en verzocht hem een labyrint te bouwen waaruit de Minotaurus niet kon ontsnappen. Guineafowl. 

Heliconius wallacei, naar Alfred Russel Wallace, auteur van The Malay Archipelago, WallaceŐ s longwing.

Echenais thelephus. Grieks, echidnae; slang, serpent. Echenais of Nomia was een nimf van Arcadia waar de lokale mensen geloofden dat de Nomian Mountains naar haar zijn vernoemd. Zij was een metgezel van Callisto, de dochter van Lycaon. Pausanias vermeldt een schilderij van die twee met Callisto zittend op een berenvel en aan haar voeten liggend op de knie‘n Nomia. Nomia is dus een mogelijke naam voor de Siciliaanse nimf die van Daphnis hield maar in de steek gelaten door hem en uit wraak verblindde ze de jonge man en veranderde hem in een rots.

Telephus was zoon van Hercules en Auge. De Attaliden van Pergamon eerden hem als hun mythisch voorvader van hun dynastie. Omdat een orakel had voorspeld dat hij zijn familie onheil zou brengen werd Telephus als baby voor dood achtergelaten, maar hij werd door herders gevonden, verzorgd en opgevoed. Op volwassen leeftijd kwam hij in Mysi‘ terecht waar hij door een reeks toevallen koning werd. Toen de Achae‘rs, op weg naar Troje, een inval deden in Mysi‘, wist Telephus hen terug te slaan, maar hij raakte daarbij verwond door de speer van Achilles. Hoewel de Achae‘rs hem verzochten deel te nemen aan de Trojaanse oorlog, ging hij niet in op hun verzoek. Omdat zijn wonde echter niet genas, ging Telephus uit eigen beweging Achilles opzoeken in het Griekse legerkamp, gedreven door een orakelspreuk "dat hij die de wonde had toegebracht haar ook kon genezen". Achilles zou toen met wat roest van zijn speer de wonde geheeld hebben. Uit dankbaarheid gaf Telephus de Grieken allerlei raadgevingen die leidden tot de verovering van Troje, zonder dat hij zelf aan de strijd hoefde deel te nemen.

Calospila emylius. Grieks kalos; prachtig, mooi, spilos; vlekken. Beter Aemylius, het geslacht Aemilia, oorspronkelijk geschreven Aimilia, was een van de meest oude patrici‘rs huizen in Rome. De familie zou ontstaan zijn ​​in de regering van Numa Pompilius, de tweede koning van Rome, en haar leden hielden de hoogste ambten van de staat, van de eerste decennia van de Republiek tot keizerlijke tijden. De Aemilii waren waarschijnlijk een van de gentes maiores, de belangrijkste van de patricische families. Hun naam werd in verband gebracht met twee hoofdwegen (de Via Aemilia en de Via Aemilia Scauri), een administratieve regio van Itali‘, en de Basilica Aemilia in Rome. Een oude brug te Rome die origineel heette Sublicius want het was gebouwd van hout, sublicae. Het werd opgericht door Ancus Martius. Het werd herbouwd met stenen door Aemylius Lepidus wiens naam het kreeg.

 

 

Buitenlandse vlinders.

Plaat 67.

 

Figuur A. Alcmene. (Hypolimnas bolina nerina) De onderkant van de vleugels van deze niet geoogde nimf vlinder komt wat de tekening betreft ten enenmale overeen met die vlinder die op de voorgaande plaat 65 figuur D is afgebeeld. Maar de grondkleur van de vleugels is in deze in het algemeen meer roze of bruinrood of om het duidelijker te zeggen ; zoals de kleur van de ondervleugels is van de vlinder van de volgende figuur E. Ze is van Batavia en met de overige op deze plaat getekend uit het kabinet van de hoog geboren heer baron Rengers.

 

Figuur B. Perimele. (Hypolimnas bolina nerina) Deze schijnt me toe het wijfje te zijn van die vlinder die op de 65ste plaat figuur C en D is afgebeeld. Het grootste verschil bestaat enkel in de grootte van de bandvormige witte vlekken op de ondervleugels en in de meerdere witte halve maantjes aan de onderranden er van. Maar van onderen is ze de andere geheel gelijk. Ze [105] woont in Batavia.

 

Figuur C. Antigone. (Hypolinas bolina nerina?) Van onderen komt deze niet geoogde nimf vlinder ook volmaakt overeen met de vorige en de meer gemelde van plaat 65. Figuur D. Maar in de bovenkant is hier het verschil te groot dat ze met de vorige tot een zelfde soort zou behoren. Ze wordt ook te Batavia gevonden.

 

Figuur D. E. Iphigenia. (Hypolimnas bolina nerina) Deze mooie vlinder die gelijk de vorige maar vier poten gebruikt om te lopen en onder de niet geoogde nimf vlinders behoort heeft bij de witte banden en vlekken op de vleugels een blauwe weerschijnende gloed. De blauwe stippen en halve maantjes bij de onderranden ervan zijn ook glanzend. Ze woont op het eiland Java en is van Batavia en de laatste gemelde aanzienlijke kabinet gezonden.

 

Figuur F. G. Clyton. (Castalius rosimon) Bij de afbeelding van deze Argus vlinder behoeft geen verdere beschrijving dan dat die bij de gewrichten van de vleugels bij figuur F met een blauwe satijnachtige gloed praalt. Het komt uit Oost Indi‘.

 

Naam.

Castalius rosimon. Castalia, een mythische bron van inspiratie op de berg Parnassus, gewijd aan de Muzen. Rosimon is onbekend, mogelijk naar een familielid van Fabricius als rosa? Common pierrot.

 

Buitenlandse vlinders.

Plaat 68.

 

Figuur A. Hesperus. (Rothschildia hesperus) De wijfjes van deze spiegeldragers zijn in het algemeen [106] groter en hebben de voorste vleugels naar de tippen toe breder dan de mannetjes waarvan we hier een afbeelding geven. De hoornachtige vlekken zijn doorschijnend. Van onderen zijn de vleugels wat verschillend in kleur en tekening aan de bovenkant er van. Het blijkt dat er verschillen van deze nacht vlinder gevonden worden want in de verzameling van de heer Caspar Stoll is er een die de rode kleuren zowel onder als boven mist, en integendeel dezelfde tekening heeft maar heel donker grauw van kleur is. De sprieten in beide seksen zijn opmerkelijk gepluimd, maar de zuiger is onzichtbaar. Men vindt ze in Suriname.

Linnaeus systema naturea pagina 809, nummer 2, Phal Attaci. Hesparus. Albertus Seba schatkamer, tomus IV, tabel 57, figuur 5 en 6 en tabel 58 figuur 12 en 13. DŐAubenton planch. Enlum 66, figuur 1, la vitree de Cayenne. Houttuin Natuurlijke Historie 1ste deel 12de hoofdstuk pagina 486, nummer 2, plaat 91, figuur 1, het wijfje.

 

Figuur B. C. Coronea. (Belenois java) De mannetjes van deze dagvlinder zijn van boven op de vleugels minder wit en bijna geheel zwart. Ze behoort onder de witte Danaus (Papilio Danaus candidi) en wordt te Batavia gevonden. Ze berust in de meer vermelde verzameling van de heer Caspar Stoll.

 

Figuur D. Tanais. Acolasis (Coenipeta) tanais) Deze nachtvlinder [107] heeft draadvormige sprieten en een opgerolde zuiger. De afbeelding is naar een wijfje. Mogelijk hebben de mannetjes gepluimde sprieten. Van onderen is de tekening van de vleugels gelijk, maar de kleur is bleker. Ze is van Suriname en met de volgende getekend uit de verzameling van de wel eerwaarde heer E. F. Alberti.

 

Figuur E. Salius. (Saliana salius) De geelachtige vlekjes op de vleugels van deze dikkop vlinder (Papilio Plebeji urbicola) zijn doorschijnend. Van onderen is er geen verschil dan dat de ondervleugels aan de gewrichten donker asgrauw van kleur zijn. Ze is van Suriname.

 

Figuur F. Tantalus. (Aellopos tantalus) Deze pijlstaart behoort tot de derde afdeling van de zogenaamde Sphinges of onrust van de heer Linnaeus. De zuiger is lang en niet gekruld. De drie witte stippen op de bovenvleugels zijn enigszins doorschijnend. Onder is de kleur van de vleugels, behalve gemelde stippen, effen zwart en aan het achterlijf ontbreken daar de witte en rode dwarsbanden. Men vindt ze te Suriname en CuraŤao.

Linnaeus systema naturea pagina 803, nummer 25, Sphinx legitimae.

 

Figuur G. Eridanus. (Hypercompe eridanus) Deze Surinaamse nachtvlinder (Phalaena Noctuae) houdt de bovenste vleugels in een rustende stand [108] dakvormig tegenover elkaar over het lijf gedekt en de onderste gevouwen. Onder is het lijf gelijk de vleugels, te weten, effen van kleur.

 

Naam.

Rothschildia hesperus. Hesperus, Oudgrieks: Hesperos, is de avond ster. Hij is de zoon van de dageraad godin Eos (Romeins Aurora) en is de halfbroer van haar andere zoon, Phosphorus; drager van licht, de morgenster, vaak vertaald als Lucifer. De Romeins equivalent is Vesper; avond ster, het westen. Hesperus vader was Cephalus, een sterveling, terwijl Phosphorus de ster god Astraios was.

Belenois java. In de Keltische mythologie is Bel, Belenos (ook Belenus) een godheid die vereerd werd in Galli‘, en Keltische gebieden van Oostenrijk, Groot-Brittanni‘ en Spanje. In de Romeinse tijd werd hij vereenzelvigd met Apollo. De etymologie van de naam is onduidelijk. De suggesties omvatten; " schijnt een", "de heldere ŽŽn" en " bilzekruid god". Java is wel genoemd naar het eiland in Indonesi‘. ​Caper white of common white. 
Acolasis tanais. Grieks a; niet, kolasis; straf. Tanais, nu rivier Don. In de oudheid werd de rivier gezien als de grens tussen Europa en Azi‘, te beginnen met de meest oostelijke punt tot aan de mond, tussen de volkstuinen van de zonen van Noach, die van Jafet in het noorden en die van Sem naar het zuiden. In de tijd van de oude Scythen was ze in het Grieks bekend als de Tanais en een belangrijke handelsroute sinds die tijd. Tanais verschijnt in de oude Griekse bronnen zowel als de naam van de rivier en van een stad erbij gelegen in de Maeotianische moerassen. Plinius geeft de Scythen de naam van de Tanais. Volgens Plutarchus was de Don rivier ook de thuisbasis van de legendarische Amazones uit de Griekse mythologie.
Saliana salius. Het zijn wel dezelfde namen met een andere uitgang. Latijn Salii; gedeelte van de Franken, van Sala; IJssel rivier. In de Griekse en Romeinse mythologie was Salius een van Acarnie die in een alternatieve traditie de legendarische stichter was van het oude Romeinse priesterschap van de Salii. Varro zegt dat Salius naar Itali‘ was gekomen met Evander, de Arcadische koning aan wie verscheidene Romeinse religieuze instellingen worden toegeschreven. In het 5de boek van de Aeneis loopt Salius, die in Segesta woont, in de begrafenisspelen gehouden voor Anchises. Salius is een van de lopers in de hardloopwedstrijd, samen met Nisus en Euryalus. Wanneer de koploper Nisus valt wordt Salius de leider, maar Nisus trapt hem met opzet om de overwinning voor zijn vriend Euryalus veilig te stellen. Salius spreekt zijn verontwaardiging over die zaak en aan het eind ontvangt hij leeuwenhuid als troostprijs. Salius blijft onder het gezelschap van Aeneas in Latium. In de Aeneis, 10de boek, wordt hij vermoord door Nealces in de oorlog tegen de plaatselijke bevolking.
Aellopos tantalus. Tantalos was een rijke Lydische koning en een gunsteling, maar misschien ook de zoon van Zeus en de oceanide Pluto. Tantalus was de grondlegger van het geslacht der Tantaliden, later beter bekend als Atriden. Tantalus werd door Zeus uitgenodigd om bij de Olympische goden te komen eten, een grote eer, die hem echter zuur zou opbreken door zijn eigen fouten. Tantalus verraadde geheimen die Zeus hem verteld had. Daarnaast stal hij nectar en ambrozijn, godenvoedsel dat het geheim van onsterfelijkheid zou bevatten, opdat zijn vrienden het konden proeven. Toen hij op een dag de goden had uitgenodigd voor een banket schotelde Tantalus hun zijn in stukken gesneden zoon Pelops voor om te testen of zijn gasten wel degelijk alwetend waren. De goden ontdekten het direct en aten niets van het vlees. Alleen Demeter, die nog met haar hoofd bij de roof van haar dochter door Hades was, at gedachteloos een stuk van Pelops schouder op. Zeus beval Hermes de lichaamsdelen van Pelops te verzamelen en maakte er weer een lijf van; Demeter gaf een stukje ivoor om Pelops schouder op te vullen. Rhea wekte Pelops weer tot leven. Zeus stuurde Tantalus naar de onderwereld, meer bepaald naar het onherbergzaamste stuk daarvan, de Tartarus, om daar een eeuwigdurende marteling te ondergaan. Tantalus moest tot zijn kin in een poel water staan, maar telkens als hij dorst had en zijn lippen naar het water bewoog, zonk het weg in de aarde. Hongerig probeerde hij ook van de fruitbomen te plukken die juist boven hem hingen, maar tevergeefs: als hij bijna een stuk fruit had, stak er juist een harde wind op die de takken buiten zijn bereik blies. Boven hem lag er een rotsblok dat elk moment kon vallen. Omdat Tantalus zo veel te lijden had in de onderwereld, noemt men tot op de dag van vandaag het feit dat men iets graag wil maar net niet kan krijgen een tantaluskwelling. Tantalus riep een vloek af over zijn familie die voortduurde totdat Orestes deze ophief. Tantalus sphinx.
Hypercompe eridanus. Grieks hyper; teveel, kompos; arrogant. Eridanus, (Eridanos) een rivier god van het noordelijke mythische land van Hyperborea, een zoon van Oceanus en Tethys en vader van Zeuxippe. Hij wordt wel de koning van de rivieren genoemd en op de oevers werd barnsteen gevonden. Waar de oude dichters de plaats aanwijzen verschillen op verschillende tijdstippen. Die werd later meermalen ge•dentificeerd met de Istros (Donau) van Hongarije en de Po in het noorden van Itali‘. De rivier kan kan genoemd zijn Eridanos; vroeg gebrand, uit het verhaal van Fa‘ton, de jongen die probeerde om de wagen van de zon te rijden en viel in brandend in het water van deze mythische rivier. Ook was hij de god van het sterrenbeeld Eridanus.
 
Buitenlandse vlinders.

Plaat 69.

 

Figuur A. B. Phidippus. (Amathusia phidippus phidippus) De vleugels van deze zeldzame dagvlinder zijn ongewoon dun, van boven komen die vanwege hun schoonheid in geen vergelijking met de aardige streepachtige tekening waarmee de onderkant er van gesierd is. Hier vertoont zich de gehele oppervlakte als een zijden stof dat men gevlamd of gestreepte taf noemt. De wijfjes zijn bijna een derde groter dan dit mannetje. De voorste poten hebben ze zeer kort in vergelijking met de vier achterste. Maar de eerst gemelde zijn niet ruig maar men kan daarin geen nagels ontdekken. Ze worden te Batavia gevonden en men heeft die enige jaren geleden ook in Suriname ontdekt. Ik heb ze laten aftekenen naar een uit de verzameling van de heer Caspar Stoll.

Linnaeus systema naturea, pagina 752, nummer 37, Papilio Equit. Achivus, Phidippus. Albertus Seba, schatkamer, tomus IV, tabel 5, figuur 5, het wijfje.

 

Figuur C. D. Hedonia. (Junonia hedonia) Het mannetje [109] van deze vierpotige geoogde nimf vlinder heeft de oogvormige vlekken op de vleugels kleiner en vaak minder in getal dan dit wijfje. Men vindt ze op Ceylon, te Batavia en op de Filippijnen.

Linnaeus systema naturea 744, nummer 153, Papilio Nimphen Gemmati. Albertus Seba, schatkamer, tomus IV, tabel 14, figuur 5 en 6. Petiver gazophylacii Tabel 39, figuur 4.

 

Figuur E. F. Claudia. (Euptoieta claudia) Hoewel de ondervleugels van deze vlinder bij figuur F als met enige oogvormige vlekjes versierd zijn zo zou men die echter meer tot de niet geoogde nimf vlinders kunnen brengen, te meer omdat ze veel overeenkomst heeft met de zogenaamde bastaard paarlemoer vlinders. De voorste poten zijn kort en niet genageld. Men vindt ze op Jamaica.

 

Naam.

Amathusia phidippus. Amathus, een van de oudste koninklijke steden van Cyprus. Er was een tempel van Aphrodite en Adonis. Phidippus; hij die de paarden spaart, was een zoon van Thessalus en Chalciope en broer van Antiphus en Nesson. Phidippus was een van de vrijers van Helena en dienovereenkomstig nam hij deel aan de Trojaanse Oorlog. Hij en zijn broer Antiphus leidde een contingent van dertig schepen uit Nisyrus, Carpathus, Casus, Cos en Calydnae. Na de oorlog en de storm verspreidden de Griekse schepen zich en Phidippus zette zich op Andros terwijl Antiphus naar de land van de Pelasgen ging en na het in bezit te hebben genomen noemde hij het Thessali‘ naar hun vader. Palmking.
Euptoieta claudia. Grieks eu; goed, otoeis, begiftigd met oren. Claudia was een oude Romeinse Vestaalse maagd, dochter van Appius Claudius Pulcher. Ze kwam tussenbeide om haar vader tegen aanvallers te sparen dooreen groep van plebejers. De menigte probeerde hem te slepen hem uit zijn wagen tijdens de viering van zijn triomf, maar Claudia plaatste zich tussen haar vader en de aanvallers en begeleidde haar vader tot aan de hoofdstad.

 

 

Buitenlandse vlinders.

Plaat 70.

 

Figuur A. Eurinome. (Euxanthe eurinome) Deze zwarte met wit gevlekte Oost Indische vlinder heeft het borststuk van onderen met een menigte witte stippen voorzien. De vleugels zijn daar aan de gewrichten bruinrood, maar verschillen voor het overige niet van de bovenkant. Ze behoort onder de vierpotige vlinders en kan bij de niet geoogde nimfen geplaatst worden. De wel edele zeer achtbare heer A. Geverts [110] oud burgemeesters van de stad Rotterdam en ook bewindhebber van de Oost Indische Compagnie is de bezitter van de op deze plaat afgebeelde zeldzame insecten die me met vele andere kostbare stukken uit zijn rijke verzameling ter tekenen geleend zijn.

 

Figuur B. Boreas. (Dysdaemonia boreas) De sprieten van deze bijzondere rare nachtvlinder zijn met korte stijve haartjes bezet. Misschien hebben de mannetjes die meer kamvormig dan dit wijfje, de zuiger is niet zichtbaar. De twee ronde witachtige vlekken op elke bovenste vleugel als mede de kleine op het midden van de gestaarte ondervleugels zijn hoornachtig doorschijnend. Van onderen is de kleur en tekening gelijk. Ze behoort onder de spiegeldragers of Atlas uilen (Phalaena Attaci) en is uit West Indi‘.

 

Figuur C. Dryas. (Sychesia dryas) Deze bruine West Indische nachtvlinder heeft gepluimde sprieten en een korte zuiger. Het houdt de bovenste vleugels dakvormig. Van onderen is de grondkleur van de vleugels gelijk met de bovenkant, maar zonder die gele stipjes waarmee de aderen van de voorste vleugels van boven getekend zijn.

 

Figuur D. Menete. (Mitrophrys menete) De sprieten van deze Oost Indische nacht vlinder zijn draadvormig en het is met een opgerolde [111] zuiger voorzien. Van onderen zijn de achterste vleugels niet zo mooi geel van kleur en de donker bruine band aan de randen ervan is bijna askleurig. De bovenvleugels zijn daar in plaats van wit met vuil geel gevlekt. Uit de gedaante van de vleugels en het dunne achterlijf zou enigermate blijken dat het onder de spanrups vlinders behoort.

 

Figuur E. F. Danis. (Danis danis) De blauwe kleur aan beide zijden van de vleugels van deze fraaie vlinder heeft een satijnachtige glans. De vleugels zijn weinig gekarteld en bijna gaaf van rand. De voorste poten zijn kort en in gedaante van die van de grasvlinders. Ze is uit West Indi‘.

Albertus Seba, schatkamer, tomus IV, tabel 25, figuur 5. 6 en figuur 12 en 13 en ook op tabel 37, figuur 5 en 6.

 

Naam.

Euxanthe eurinome. Grieks eu; goed, xanthos; geel. Eurynome was een godheid die in de oude Griekse religie werd vereerd in een heiligdom in de buurt van de samenvloeiing van de rivieren de Neda en de Lymax in klassiek Peloponnesus. Ze werd vertegenwoordigd door een beeld van wat we een zeemeermin zouden noemen. De traditie zegt dat ze een Oceanide of dochter van Ocean was, van Oceanus en Tethys. Eurynome was de derde bruid van Zeus en moeder van de Charities, godinnen van de gratie en schoonheid. Toen Hephaestus door de godin Hera, die walgde om een kreupel kind te hebben gedragen van Olympus werd gestoten werd hij opgevangen door Eurynome en Thetis. Eurynome en Thetis verpleegden de god Hephaestus aan de oevers van de aarde omringende rivier Oceanus, na zijn val uit de hemel. Charis, dochter van Eurynome, werd later werd Hephaestus bruid. Common forest queen.
Dysdaemonia boreas. Grieks dysdaemonia; ellende, ongelukkigheid. Boreas was de purper gevleugelde god van de Noordenwind, een van de vier windgoden, Anemoi. Ook was hij de god van de winter die van de koude noordelijke bergen van Thraci‘ veegde sneeuw en verkoelde de lucht met zijn ijzige adem. In het noorden, achter zijn huis in de bergen, lag Hyperborea, een land van de eeuwige lente die nooit door de koude wind van de god werd geraakt. Wanneer Boreas een vrouw zocht nam hij Oreithyia, dochter van koning Erekhtheus van Athene die speelde met haar metgezellen in een bloemrijke weide langs de rivier. Hun kinderen waren Khione, de godin van de sneeuw, en BorŽades, een paar paarse-gevleugelde helden die de Harpijen wegjaagde die koning Phineus van Thraci‘ plaagden. Boreas en zijn broeder waren winden worden vaak voorgesteld als paard-vormige goden. Een oude Griekse volksgeloof was dat de winden Boreas en Zephyros neer zou vegen bij de merries in het vroege voorjaar en bevruchten ze in de vorm van windvormige hengsten. De paarden geboren uit deze koppelingen waren de snelst en mooiste in hun soort. De prachtige paarden van koning Laomedon van Troje zouden op deze manier verkregen zijn bij Boreas en Trojaanse merries.
Sychesia dryas. Sychaeus was de echtgenoot van koningin Dido van Tyrus. Zijn broer, Pygmalion, de koning van Tyrus, doodde hem om zich van zijn schatten meester te kunnen maken, maar die werden op een verborgen plaats bewaard die de schim van Sychaeus aan Dido bekendmaakte en er tevens een bevel bijvoegde dat zij haar vaderland moest ontvluchten. Dido trok naar Afrika en stichtte daar Carthago. Dryas, een van de zonen van Aegyptus en Polyxo. Hij trouwde en werd vermoord door Hecabe of Eurydice, dochter van Danaus en de najade Caliadne, dochter van Nilus en Polyxo Ős zus.
Mitrophrys menete, Grieks mitra; kap of mijter, ophrys; wenkbrauw, menete, mars, processie.

Danis danis; Grieks danos; droog.

 

 

Buitenlandse vlinders.

Plaat 71.

 

Figuur A. B. Perseus. (Morpho telemachus telemachus) De bleke kleur boven op de vleugels heeft met het lijf van deze fraaie vlinder een satijnachtige gloed en de gehele oppervlakte van onder de vleugels blinkt als gewaterd moeras. Ze gebruikt maar vier poten om mee te lopen en zijn de twee voorste kort en zonder nagels. De mannetjes zijn gewoonlijk kleiner dan dit [112] wijfje. Men kan deze vlinder met net zo veel recht als de Achilles, Nestor en meer andere onder de Griekse ridders vlinders van de heer Linnaeus plaatsen. Haar vaderland is Suriname en ze berust thans in de verzameling van de heer Caspar Stoll.

Sebe, schatk. Tom. IV, tabel 18, figuur 15, 16 en tabel 17, figuur 13 en 14.

 

Figuur C, Festiva. (Eloria festiva) Het lijf en de vleugels van deze aan weerszijden eenkleurige Surinaamse nachtvlinder heeft de glans van wit satijn. De sprieten van dit mannetje zijn sterk gepluimd. Uit die kenmerken die men bij vele spanrupsen gewaar wordt en die met deze overeenkomen blijkt dat ze mogelijk uit een dergelijke rups zijn oorsprong heeft.

 

Figuur D. Vibicaria. (Apicia vibicaria) Vanwege de overeenkomst die deze Surinaamse spanrups vlinder heeft met een Europese nachtvlinder (Rhodostrophia vibicaria) zo heb ik aan die dezelfde naam gegeven. De sprieten zijn opmerkelijk gepluimd. Van onderen is de kleur in het algemeen zoals de bovenkant van deze afbeelding.

Linnaeus systema naturea pagina 859, nummer 193. Phal Geometrae, Vibicaria. Clerck, icon, Phal, tabel 3, figuur 2.

 

Figuur E. Sybaris. (Composia credula) De wijfjes van deze nachtvlinder hebben de sprieten minder [113] gepluimd dan dit mannetje. Ze hebben een zichtbare zuiger. Van onderen is het lijf en de vleugels eveneens zwart en met witte vlekjes sierlijk getekend. Ze is van Jamaica.

 

Figuur F. Meon. (Dioptis meon) De witte vlekken op de vleugels van deze nachtvlinder zijn enigszins doorschijnend. Van onderen zijn de vleugels in kleuren van de bovenkant niet te onderscheiden. Ik heb het uit Berbices, (Berbice, Guyana) ontvangen maar ze worden ook te Suriname gevonden.

 

Naam.

Morpho telemachus. Telemachus; zoon van Odysseus en Penelope. Hij brengt, volgens de instructies van Athena, de eerste jaren door om iets van zijn vader te horen, Odysseus, die naar Troje vertrok toen Telemachus nog een kind was. Aan het begin van Telemachus reis was Odysseus al 20 jaar afwezig te Ithaca als gevolg van de Trojaanse Oorlog en de tussenkomst van Poseidon. Tijdens zijn afwezigheid is Odysseus huis bewoond door hordes van vrijers op zoek naar de hand van Penelope. Telemachos bezoekt eerst Nestor en wordt goed ontvangen door de oude man die hem verhaalt over de heerlijke daden van van zijn vader. Telemachos vertrekt daarna met Nestor' s zoon Peisistratus en die begeleidt hem naar de zalen van Menelaos en zijn vrouw Helena. Daar wordt Telemachus opnieuw behandeld als een welkome gast als Menelaus en Helene vertellen mooie, maar ook tegenstrijdige verhalen over heldendaden van zijn vader in Troje. Dan keert hij terug naar Ithaca en bezoekt Eumaeus, de varkenshoeder, die als gastheer van een vermomde Odysseus optreedt. Nadat Odysseus zich openbaart aan Telemachos vanwege het advies van Athena, de twee mannen bedenken het plan van de ondergang van de vrijers. Telemachos keert vervolgens terug naar het paleis om een ​​oogje op de vrijers te houden en zijn vader als bedelaar op te wachten. Wanneer Penelope de vrijers uitdaagt Odysseus boog te spannen en een pijl door het handvat van twaalf bijlen te schieten is Telemachos de eerste om de taak uit te proberen. Hij zou de taak bijna hebben voltooid met zijn vierde poging. Maar Odysseus stopt hem subtiel voordat hij zijn poging kan afmaken. Na het mislukken van de vrijers bij deze taak openbaart Odysseus zich en hij en Telemachos brengen een snelle en bloedige dood aan de vrijers.

Eloria festiva, Eloria is door Walker wel naar een bekende genoemd. Festiva wel van Latijn festivalis; feestelijk.

Apicia vibicaria. Grieks a; niet, picia; stekel? Vibex, striemen, aria; achtig, de tekening.

Composia credula. Grieks kompos; bluffer. Credula; Latijn credulus; die gemakkelijk gelooft, betrouwbare, van credere; geloven. (zie credo).

Dioptis meon. Gieks diotes; onderzoeker, doordringend. Grieks meon; kleiner, de kleine vorm.

 

 

Buitenlandse vlinders.

Plaat 72.

 

 

Figuur A. B. Antiphates. (Graphium antiphates antiphates) Deze Griekse ridder vlinder of page zou men in tegenstelling van de Europese de Chinese koningspage kunnen noemen. De staarten aan de ondervleugels staan in een veel schuinere of meer dwarse richting dan die van de andere die de gemelde vleugels gestaart hebben. Ze komt uit China.

 

Figuur C. Helops. (Ammalo helops) De mannetjes van deze nacht vlinder hebben de sprieten gepluimd waar in tegendeel dit wijfje die draadvormig heeft. Van onderen hebben de vier vleugels dezelfde diepe gele kleur zoals de achterste vleugels van boven zijn. Ze behoort onder de zijde spinners (Phalaena [114] bombyces) en is uit Suriname. Ze berust met de twee volgende in het kabinet van de hoog welgeboren heer baron Rengers.

 

Figuur D. Promula. (Asbolia promula) De sprieten van deze bruine en aan weerszijden eenkleurige vlinder zijn gepluimd, de afbeelding is naar een wijfje. Ze behoort onder de zijde spinners en komt van Batavia.

 

Figuur E. F. Regalis. (Evenus regalis) Boven de alle me bekende schildrups pages munt deze in schoonheid ver uit. Van boven hebben de vleugels op het midden de gloed van blauw satijn met enige goudachtige sliertjes bij de aderen van de vleugels verspreid. Onder, bij figuur F, vertoont zich het grootste gedeelte van de vleugels als met groen goud stof bezaaid wat gevoegd bij de overige tekening en kleuren van deze vlinder een uiterst heerlijk aanzien geeft. Ze is uit Suriname.

 

Naam.

Graphium antiphates. Antiphates, naam van meerdere personen. Deze was koning van de Laestrygones, een mythologische stam van gigantische kannibalen. Hij was getrouwd en had een dochter. Toen hij door verkenners die gestuurd waren door Odysseus werd bezocht at hij een van de mannen ter plaatse en hief een schreeuw op om het grootste deel van de rest van Odysseus onderneming te verzekeren dat ze opgejaagd zouden worden. Five bar swordtail.
Ammalo helops. Aamalo is onbekend, heeft het iets te doen met Malus; appel? Plechtigheden die aan Jupiter werden gewijd heten onder andere Ammalo. Helops was ŽŽn van de Thessalioi. Het meest bekende verhaal over de Thessalonisch Centaur is wanneer zij en ŽŽn Centaur met de naam Hylonome waren uitgenodigd voor het huwelijk van hun halfbroer Peirithoos, de Lapithen koning. De Thessalonische Centaurs werden dronken en probeerde de bruid en de vrouwelijke gastenweg te dragen. In de strijd die de volgde werden alle Centaurs weggevaagd. Waarschijnlijk was Helops een van de gedode.

Asbolia promula. Asbolia, onbekend. Promulus vocht met Aeneas in Itali‘ hij werd gedood door Turnus, de tegenstander van Aeneas.

Evenus regalis; van Latijn reg of rex; koning, alis; achtig. Regal hairstreak.

 

Buitenlandse vlinders.

 

Plaat 73.

 

Figuur A. B. Xuthus. (Papilio xuthus) Deze vlinder is door sommige liefhebbers met de naam van Chinese koningin page betiteld, misschien in tegensteling met een andere gestaarte vlinder die in Europa algemeen is en door de heer Linnaeus onder de naam van Machaon op opgegeven. Van deze laatste vindt men de afbeelding bij Rosel tomus 1. Papilio Dium. Clas. 2, tabel 1.

De wijfjes van deze page zijn gewoonlijk meer donker geel gevlekt waar de mannetjes, naar welke deze afbeelding is gemaakt, bleek gele vlekken op de vleugels hebben. Ze behoort onder de zogenaamde Griekse ridders en wordt in China gevonden.

Linnaeus systema naturea pagina 751, nummer 34, Papilio Equit. Achivi: Xuthus.

 

Figuur C. D. Laertes. (Memphis laertes) De blauwe kleur op de bovenkant van de vleugels van deze dagvlinder heeft een mooie glans. Van onderen is de vuil groene grondkleur er van als bezaaid met een menigte van bruinachtige stippen. Het is een vierpotige vlinder die doordat de achterste vleugels opmerkelijk gestaart zijn onder de Griekse ridders van de heer Linnaeus geplaatst zou moeten worden. In gedaante komt ze overeen met die vlinders die op de 48ste plaat figuur A en [116] C zijn afgebeeld. Ze komt van Suriname.

 

Figuur E. F. Narcissus. (Eligma narcissus) Op de bovenvleugels van deze zeldzame nachtvlinder bij figuur E heerst een satijnachtige gloed wat ook eigen is aan de blauwe streep waarmee de achterste randen van de ondervleugels gesierd zijn. Ook ziet men om de goudgele kleur op de donkere grond bij figuur F een blauwe weerschijn. De sprieten zijn draadvormig, ten minste in de wijfjes en de zuiger is gekruld. Mogelijk hebben de mannetjes gepluimde sprieten wat men bijna uit de gedaante van het lijf zou mogen besluiten. Maar omdat me er niet meer dan twee van deze insecten zijn voorgekomen die allebei wijfjes waren, waarvan de ene berust in de verzameling van de wel eerwaarde heer E. F. Alberti en de tweede in mijn eigen kabinet, zo kan ik wat dat betreft daarvan niets zeker zeggen dan dat die ons uit China zijn gezonden.

 

Naam.

Papilio xuthus. Xuthus was een zoon van Hellen en Orseis en stichter (via zijn zonen) van de Achaeanische en de Ionische naties. Hij had twee zonen door Creusa, Ion en Achaeus en een dochter genaamd Diomede. Asian swallowtail.
Memphis laertes. Laertes was de zoon van Arcesius en Chalcomedusa. Hij was getrouwd met Anticlea, dochter van de dief Autolycus. Ze kregen twee kinderen, Ctimene en de beroemde held Odysseus. Laertes nam deel met de Argonauten om Jason te helpen het Gulden Vlies te halen uit het verre land van Colchis, hij hielp ook in de jacht op het Calydonische beer. Hij was de koning van de Cephallenianen en zijn heerschappij strekte zich uit over het eiland Ithaka en omgeving. Terwijl Odysseus weg was om deel te nemen aan de Trojaanse oorlog bezocht Laertes Odysseus huis nooit. Zijn vrouw stierf van verdriet vanwege de afwezigheid van haar zoon en La‘rtes was in een erbarmelijke staat. Toen Odysseus naar huis terugkeerde, doodde hij de eerst vrijers die zijn trouwe echtgenote Penelope omgaven en ging toen naar zijn vader. Hij vond Laertes oud en moe en aanvankelijk hield hij zijn ware identiteit voor hem. Laertes vroeg de man of hij nieuws van zijn zoon had en was zeer teleurgesteld toen de vreemdeling neen zei. Op dat moment onthulde Odysseus wie hij werkelijk was en vertelde alle bomen die hij aan Laertes had gegeven toen hij jong was. Na de reźnie gingen vader en zoon terug naar Odysseus huis om de families van de dode vrijers af te weren. De godin Athena bracht kracht in Laertes zodat hij kon Odysseus helpen. Hij doodde Eupeithes, de vader van Antinous.

Eligma narcissus. Grieks heligma; omhulsel. Narkissos of Narcissus is een zoon van de riviergod Kephissos en de nimf Liriope. Echo was een mooie maar veel te praatgrage nimf en bleef soms tot vervelens toe praten. De oppergod Zeus bedroog vrij vaak zijn vrouw Hera met mooie nimfen. Op een dag was Hera op zoek naar haar man want ze vermoedde dat hij zich weer "amuseerde" met de nimfen. Echo hield haar echter aan de praat zodat ze konden ontsnappen. Toen de godin dit doorhad strafte ze Echo en ontnam ze haar de mogelijkheid om het woord te nemen. Echo kon dus nooit meer zelf een gesprek beginnen.

Narcissus was een mooie jongeman die leefde voor de jacht. Hij had al heel wat harten sneller doen kloppen, hij wilde echter niets van liefde weten en wees iedereen af. Enkel de jacht interesseerde hem.

Op een dag zag Echo de mooie jongeling tijdens een jacht in de bergen. Ze werd meteen verliefd en volgde hem waar hij ook ging. Echo wou dat ze hem kon aanspreken zodat hij tegen haar zou praten, maar door haar straf kon ze dit niet. Ze wachtte tot hij eerst zou spreken, want ze was meer dan klaar om hem een antwoord te geven. Op een dag werd Narcissus gescheiden van zijn gezellen en hij hoorde iets in zijn buurt. Hij vroeg "Wie is daar?" en Echo antwoordde met dezelfde vraag. Narcissus keek in het rond maar zag niemand, waarop hij de stem vroeg om zich te vertonen. Echo antwoordde met dezelfde woorden, waarop hij vroeg waarom de stem hem negeerde. De nimf herhaalde zijn vraag, waarop de jongeman vroeg om hem te vergezellen. Wederom antwoordde de nimf met heel haar hart met dezelfde vraag en rende naar hem toe, klaar om hem in haar armen te sluiten. Op dat moment trok Narcissus zich echter terug, roepend dat ze van hem weg moest blijven. Echo werd helemaal verscheurd door deze belediging. Narcissus verliet haar en de nimf trok zich in schaamte terug in de bossen. Vanaf die dag leefde ze in grotten. Geleidelijk aan vervaagde ze van verdriet tot haar fysieke vorm verdwenen was en enkel haar stem nog overbleef. Met haar stem is ze nog steeds klaar om op elk moment te antwoorden. Tijdens een wandeling in de bergen is Echo nooit veraf, altijd klaar om het laatste woord te hebben. In een Griekse versie komt het erop neer dat Echo vermoord wordt door Pan en zijn saters, waarna Gaia ervoor zorgt dat haar stem blijft bestaan.

Narcissus verging het niet veel beter. Dit was niet de eerste keer dat hij zo wreed een aanbiddende nimf wegjoeg. Alle anderen had hij net zo bruut verjaagd. Zo was er op een dag een maagd die hem tevergeefs probeerde te verleiden. In een gebed aan de goden vroeg ze om Narcissus ook eens te laten voelen hoe het was om iemand lief te hebben die je liefde niet beantwoordt. Volgens sommige bronnen was het een wraakgodin, volgens anderen was het Aphrodite zelf die haar gebed beantwoordde en haar wens in vervulling deed gaan.

Zo kwam de jonge jager op een dag aan bij een heilige vijver, waarvan het water kristalhelder was, waar de herders nooit langskwamen met hun kuddes, waar geen berggeit of ander dier zich vertoonde. Zelfs bladeren en takken van de bomen durfden er niet in te vallen. Overal rondom groeide het gras mooier dan elders en de rotsen beschutten het tegen de zonnestralen. Moe van het jagen besloot Narcissus om daar even tot rust te komen en zijn dorst te lessen met het water. Toen hij zich voorover boog zag hij zijn weerspiegeling in het wateroppervlak, maar hij dacht dat het een mooie geest was die in de vijver leefde. Zo bleef hij daar zitten, in bewondering starend naar de heldere ogen, het krullend haar, de ronde kaken, de ivoren hals, licht gescheiden lippen, en de blakende gezondheid en conditie in het algemeen van deze verschijning. Hij werd verliefd op zichzelf.

Hij bracht zijn lippen naar het water in een poging om de verschijning te kussen, hij stak zijn armen uit om het beeld te omhelzen. Zijn geliefde vluchtte weg maar kwam terug toen het water weer kalm was en trok opnieuw zijn aandacht. Hij kon zichzelf er niet meer toe brengen om van het water weg te kijken, hij dacht niet meer aan eten en drinken, of aan rust, enkel aan de verschijning in het water. Hij probeerde ermee te spreken, maar kreeg geen antwoord. Hij begon te huilen maar zijn tranen verstoorden het beeld, waarop hij begon te schreeuwen en vroeg of de verschijning wou stoppen met hem steeds te verlaten. Zo ging het een hele tijd verder, en Narcissus takelde af. Hij verloor zijn kleur, zijn levenskracht en zijn schoonheid die eens zo betoverend was voor de nimf Echo. Die bleef echter dicht bij hem en bleef zijn verdrietige kreten herhalen. Uiteindelijk kwijnde Narcissus helemaal weg en stierf. De nimfen rouwden om hem, vooral de waternimfen, en bereidden zijn lijkverbranding voor, maar het lichaam was nergens te vinden. Het enige wat van hem overbleef was een bloem (volgens sommigen was dit door toedoen van Aphrodite, die hem uit medelijden toch nog liet voortleven, zij het als bloem), paars van binnen, en omringd met witte blaadjes, die nu nog steeds herinnert aan Narcissus. Tot op de dag van vandaag vinden we restanten van dit verhaal in de bloem narcis en ook in het woord narcisme dat gebruikt wordt om iemand te benoemen die vervuld is van eigenliefde of een ziekelijke interesse voor zichzelf vertoont, een narcist.

 

 

Buitenlandse vlinders.

 

Plaat 74.

 

Figuur A. B. Eurialus. (Charaxes eurialus) Deze bijzondere en mooie dagvlinder behoort onder die soorten die op plaat 3 en 37 zijn afgebeeld. De voorste poten zijn kort en in de gedaante van een sabelbont tegen de borst van de vlinder geplaatst. Bij de mannetjes is de donkergele [117] dwarsband op de bovenvleugels noch de vlekken van gemelde kleur op de ondervleugels (bij figuur B) niet zo zichtbaar als in dit wijfje. Haar woonplaats is Ambon, een van de eilanden van de Molukken vanwaar die in het uitmuntende kabinet van de wel edele gestrenge heer A. Gevers is gekomen.

 

Figuur C. Sergestus. (Talides sergestus) De geelachtige vlekken op de bovenvleugels van deze dikkop vlinder (Papilio Plebeji urb.) zijn enigszins doorschijnend. Van onderen is de kleur in het algemeen meer bruinrood dan de bovenkant van de vleugels. Ze komt van Suriname en berust in de verzameling van de wel eerwaarde heer E. F. Alberti.

 

Figuur D. Metabus. (Hylesia metabus) Deze aan beide zijden eenkleurige nachtvlinder heeft de sprieten met korte haartjes bezet, maar de mannetjes hebben die opmerkelijk gepluimd. De zuiger is onzichtbaar. Het lijf hebben ze zeer ruig, maar de vleugels zijn met zo weinig dons of schubachtige veertjes bezet zodat die zich bijna doorschijnend vertonen en wordt de vuil rode kleur alleen veroorzaakt door donsachtige haartjes waarmee de gemelde vleugels bedekt zijn. Het is een zijde spinner (Phalaena Bombyx) die te Suriname wordt gevonden en met de twee volgende soorten berust in de laatst gemelde verzameling.

 

Figuur E. Licormas. (Caroia licormas) Deze nachtvlinder [118] heeft draadvormige sprieten en een opgerolde zuiger. Ze draagt de boven vleugels in een rustende stand dakpansgewijze, van onderen is de kleur in het algemeen bleek geel.

 

Figuur F. Folus. (Udaspes folus) De witte vlekken op de aan weerskanten donker bruine grond van de vleugels van deze dikkop vlinder zijn zilverglanzend, maar enigszins doorschijnend. Men vindt ze met de voorgaande in Suriname.

 

Naam.