Lanfranc van Milaan.

 

Uit: http://dbnl.nl/tekst/_taf012tafe02_01/_taf012tafe02_01_0002.php

 

Geneeskunde en etymologie. Geschreven en bewerkt door Nico Koomen.

Zie ook Jan Yperman, de vader der Vlaamse geneeskunde.

 

Inleiding.

Lanfranc van Milaan.

 

Lanfranc van Milaan (1245– ca.1315), eigenlijk Guido Lanfranchi geheten, werd waarschijnlijk geboren in Pisa. Hij studeerde in Bologna en was daarna in Milaan leerling van Guglielmo de Saliceto (1210-1280). Deze laatste was een gerenommeerd docent, die naast een Chirurgia ook een meer algemeen werk over de geneeskunde geschreven had. Lanfranc verwierf zijn academische graad en werkte na zijn studie tot 1290 in Milaan. In dat jaar werd hij uit de stad verbannen omdat hij tot de keizergezinde Ghibellijnen behoorde. Na zijn verbanning uit Milaan vestigde Lanfranc zich in Lyon, waar hij een korte chirurgische handleiding schreef: de Chirurgia parva.

In 1295 kwam Lanfranc als eerste vertegenwoordiger van de Noord-Italiaanse geneeskunde naar Parijs waar hij verbonden was aan de ConfrŹrie de Saint Côme et Saint Damien. Dit genootschap was rond 1255 opgericht door Jean Pitard, de chirurgijn van Lodewijk IX de Heilige (1214-1270). Als getrouwd man kon Lanfranc geen functie krijgen aan de Parijse universiteit: daar mochten uitsluitend celibataire geestelijken doceren. Als een andere reden wordt genoemd dat sinds de twaalfde eeuw de medische faculteit niet toestond dat er met de handen gewerkt werd. Met andere woorden: chirurgijns waren niet welkom. Er wordt wel gesteld dat de chirurgie te dien tijde nog geheel in handen was van de barbiers en dat Lanfranc dus beschouwd kan worden als grondlegger van de moderne chirurgie in Frankrijk. In Parijs schreef hij in 1296 zijn belangrijkste werk, de Chirurgia magna. Er is geen betrouwbare afbeelding van Lanfranc. Het enige ‘portret’ is een gravure (anno 1749) van een borstbeeld van Lanfranc. Waarschijnlijk berustte dit beeld echter op de fantasie van de beeldhouwer.

Lanfrancs colleges trokken veel leerlingen naar Parijs, onder wie de later beroemde Henri de Mondeville en Guy de Chauliac. Eén van zijn leerlingen was de Vlaming Jan Yperman. In diens Cyrurgie (ca.1310), dus zeer kort na Lanfrancs Chirurgia magna geschreven, wordt niet minder dan zeventien maal naar Lanfranc verwezen. Of Jan Yperman in persona tussen 1296 en 1300 de colleges van Lanfranc gevolgd heeft, blijft een punt van voortgaande discussie. Ook een andere prominente, in het Middelnederlands schrijvende chirurg, Thomas Scellinck van Thienen (nu Tienen) verwijst in zijn werk. Het Boeck van Surgien (anno 1343) vaak naar Lanfranc. Door de vele vertalingen van de Chirurgia magna in de volkstalen (bijvoorbeeld het Frans, Duits, Spaans, Middelengels, Hebreeuws en Middelnederlands) speelde Lanfranc een essentiĎle rol in de verspreiding van medische kennis uit ItaliĎ naar vrijwel geheel West-Europa. In 1498 verscheen de eerste gedrukte editie van de Latijnse tekst in VenetiĎ.

Zoals hij in de inleiding van zijn Chirurgia magna verwoordde, beschouwde Lanfranc de chirurgie niet alleen als een handwerk maar ook als een wetenschap, die op medische kennis, onderwijs en literatuurstudie gebaseerd moest zijn. Zijn in de inleiding genoemde definitie van Cyrurgia laat wat dat betreft geen twijfel bestaan. Hij poneert dat het voor een chirurg essentieel was kennis te hebben van de geneeskunde en dat hij daarnaast bedreven moest zijn in de retorica, grammatica en dialectica. Een dergelijke ontwikkeling had de algemene geneeskunde al in de twaalfde eeuw doorgemaakt, met name in de school van Salerno.

De structuur en de inhoud van de afzonderlijke kapittels van de Chirurgia magna geven aan dat Lanfranc de chirurgie zag en wilde propageren als een wetenschap, zowel gebaseerd op de klassieke autoriteiten als op de empirie. Dat was wellicht tevens bedoeld om de doctores medicinae uit Parijs ervan te overtuigen dat hij over voldoende medische kennis beschikte. Maar zijn streven om de chirurgie als wetenschap erkend te zien naast (of als deel van) de geneeskunde, werd door de doctores medicinae met argwaan gevolgd. Dat was begrijpelijk gezien de zeer hoge eisen die Lanfranc stelde aan de opleiding van chirurgen. Lanfrancs opvolger, Henri de Mondeville, zal de tegenstellingen niet weggenomen hebben toen hij in zijn Chirurgia verklaarde dat God zelf een chirurg was (Deus ipsi fuit cyrurgicus practicus) omdat hij Adam opereerde en omdat er nergens in de Schrift staat dat Hij, ware Hij een medicus, urine en feces onderzocht (nusquam tamen scribitur quod ipse pulsus infirmorum tetigit sive quod egestioes inpexerit aut urinae). In 1311 beval koning Philips IV de Schone (1268-1314) dat aspirant-chirurgen geĎxamineerd moesten worden alvorens de licentia operandi te verkrijgen. Degenen die slaagden voor dit examen, mochten zich ‘meester in de chirurgie’ noemen. Het betrof echter slechts een examen over praktische vaardigheden en er werden geen eisen gesteld aan medische kennis of andere literatuurstudie. Dit wordt wel beschouwd als een ernstige tegenslag voor de chirurgen die zich juist als gelijkwaardig aan de doctores medicinae wilden profileren. Pas in 1544 stond Frans I (1494-1547) toe dat chirurgijns een academische status konden bereiken. Voor de derde beroepsgroep, de barbiers, werd in 1372 al ten tijde van Karel V (1337-1380) vastgelegd wat hun bevoegdheden waren.

Samenvattend zou men kunnen zeggen dat de geleerde chirurgijns van Lanfrancs generatie klem zaten tussen twee beroepsgroepen: enerzijds de doctores medicinae die hun status niet met deze nieuwkomers wilden delen, anderzijds de laag- of niet-opgeleide chirurgijns die veelal het vertrouwen van het grote publiek behielden. Dat op beide fronten strijd geleverd moest worden om de aandachtsgebieden was onvermijdelijk.

Lanfranc was een voorzichtig chirurg die de geschriften van zijn grote voorgangers goed kende maar niet aarzelde een afwijkende mening te poneren. Hij drong echter zijn standpunten nooit op: iedere lezer van zijn werk moest zich met behulp van de literatuur een eigen mening kunnen vormen.

 

uit; http://www.dbnl.org/tekst/_taf012tafe02_01/

 

[fol.6r] Alhier beghint dat boek van surgien van Meilanen ende heyt de Grote Lancfranck ende is een blom van surgien. Alhijr bygint die Grote Lanfranc

 

In den name des Vaders, des Sones ende den Heilighen Gheestes.

Ter eren Goedes ende siner liever Moder Marien ende alle hemelsche heerscap, om nutticheit mynes kijndes ende aller menschen, wil ic, Lancfrankus, an vaen een groet werck dat sal heten een vulmaecte kunst van cyrurgien. De welke leringe ic heb ghenomen vanden ouden, vroden meisters, ende welke leringe ic heb vastmaket myt mynen sekeren gheproefden experten experimenten, die ic lange tijt heb gewroch.

Dese leringe ic dele in V boken of tractaten.

Die eerste tractaet het III leringe ende die eerst leringe hout III capittelen.

Dat eerste capittel der eerster leringe des eersten tractaets is wat cyrurgie is ende in hoe voel sie ghedeelt wart.

Dat ander capittel is hoe die cyrurgien sal formeret wesen in sine seden ende kunsten ende usaien van allen dingen.

Dat derde capittel is van der meninghe ende bygheerte [fol.6v] des cirurijns in sijn werck.

Die ander leringhe des eersten tractaets is een summe ende een capittel van der anathomien, formen, complexien ende hulpinghe alder leden en ho dat kijnt wart ghevoet in der moder lichaem ende ho dat wert ghewonnen elc lit ende wat natuur si sijn ende wat werck jof deenste de leden den lichaem doen ende die welken mogen werden verloren of verminct by wonden of miskame dere leden.

De derde leringhe des eersten tractaet hout XV capittelen.

Dat eerste capittel hout een ghemeen sermoen van wonden aldes lichaems.

Dat ander capittel is de cure van vleish wonden ende naien.

Dat derde capittel is van wonden in zenuwen, coerden, musen, binselen.

Dat veerde capittel is van curen van wonden in benen.

Dat vijfte capittel is van frotseringe mit wonden ende sunder wonden.

Dat seste capittel is van wonden mit apostemen ende quade to vallen.

Dat sevende capittel is van verwode hondes beten ende van andere venijnden beesten.

Dat achtende capittel is van wonden mit beenre to broken.

Dat negende capittel is van stremmen bloet in wonden.

Dat X capittel is van spise der ghewonden.

Dat XI is van oude, openen seren.

Dat XII is vanden fistulen.

Dat XIII is vanden openen cancker.

     Dat XIIII is van saken de [fol. 7r] beletten wonden ende seren to helen.

    Dat XV is vanden cramp comende in wonden.

Alhier begint dat boek van chirurgie van Milaan en heet de Grote Lancfranck en is een bloem van chirurgie. Alhier begint de Grote Lanfranc. (1)

 

In de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.

Ter eren van God en zijn lieve Moeder Maria en alle hemelse heerschappen vanwege nuttigheid van mijn kunde en alle mensen wil ik, Lanfranc, aanvangen een groot werk dat zal heten een volmaakte kunst van chirurgie. Die lering heb ik genomen van de oude, verstandige meesters en welke lering ik heb zeker gemaakt met mijn zekere beproefde experten experimenten die ik lange tijd heb gewrocht.

Deze lering verdeel ik in 5 boeken of traktaten.

Dat eerste traktaat heeft 3 leringen en de eerst lering bevat 3 kapittels.

Dat eerste kapittel der eerste lering van het eerste traktaat is wat chirurgie is en in hoeveel ze verdeeld wordt.

Dat volgende kapittel is hoe die chirurg gevormd zal wezen in zijn zeden en kunsten en gebruik van alle dingen.

Dat derde kapittel is van de bedoeling en begeerte van de chirurg in zijn werk.

De volgende lering van het eerste traktaat is een som en kapittel van de anatomie, vormen, samengesteldheid en hulp van alle leden en hoe dat kind wordt gevoed in het moeder lichaam en hoe dat wordt gewonnen elk lid en van welke natuur ze zijn en wat werk of dienst het lid het lichaam doet en welke mogen worden verloren of verminkt bij wonden of miskomen der leden.

 

De derde lering van het eerste traktaat bevat 15 kapittels.

Dat eerste kapittel bevat een algemeen gesprek van wonden van het hele lichaam.

Dat volgende kapittel is het onderzoeken van vleeswonden en naaien.

Dat derde kapittel is van wonden in zenuwen, koorden, spieren, bindsels.

Dat vierde kapittel is van onderzoeken van wonden in benen.

Dat vijfde kapittel is van kneuzing met wonden en zonder wonden.

Dat zesde kapittel is van wonden met abces en kwade toevallen. (=onvoorziene omstandigheid)

Dat zevende kapittel is van dolle hondenbeten en van andere venijnige beesten.

Dat achtste kapittel is van wonden met gebroken benen.

Dat negende kapittel is van stremmen bloed in wonden.

Dat 10de kapittel is van spijzen der gewonden.

Dat 11de is van oude, open zeren.

Dat 12de is van de fistels. (2)

Dat 13de is van de open kanker.

     Dat 14de is van zaken die beletten wonden en zeren te helen.

     Dat 15de is van de kramp die in wonden komt.

(1) Let op de twee verschillende schrijfwijzen van Lanfranc.

(2) Fistel =buis, een verbinding tussen twee holtes die niet normaal is in een lichaam, meestal ontstaat deze door ontsteking of door kanker.

 

[1] Dat ierste Capittel der ierster leringhe des iersten tractaet is wat surgie is, ende in hoe vole dat si ghedeelt warden

Al dat wy begheren tot ondersoken dat mach wesen ondersocht in enen van dre maneren, als by sinen name, jof by sijn werke, jof by siner warachtigher ende essenciaeler diffinicien. In desen dre maneren soe mogen wy onder soken de eerste cirurgie. Want by der byteykense siner name wert gheseit a ciros, dats een hant, ende gios, dats werkinghe, om dat al hoer eynden en al hoer nutscap stat in werkinghe van der hant.

In die selve manere mogen wy se bykennen by hoer warc, want si staet by dat werc der hantliker dingen. Daer of seit Galieen:

‘We so een dinc wil ondersoken, de peinset niet to ondersoken uut hoer name, mer uut hoer werc ende wesene’.

Ende Avicenna seit:

‘De kennese der inghesetter namen en doet niet af de onwetenheit de welke ghevet de vreemtheide der dinck.’

Daer om sy dat sake dat die kennisse der werkinghe mit der kennisse der namen si tselve. So ist openbaer dat wy de kennisse der cyrurgien moten ondersoken by haren diffinicien onderscheit de to kennen ghevet [fol. 7v] haer wesen. Waer of dat wy segghen dat Cirurgia is een medicinabel kunst, mit welken kunst wy werden gheleert te werken mitter hant in des menschen lichame, continuerende solucie weder ledende te mogenliken state, ende tovervloyende uut te steken, na der meninge der thoriken der medicinen.

 

Als wy seggen dat cyrurgie is een kunst, so wy der seggen dat cirurgie is een sunderlinghe werkinghe die welke is een overtallige ende een corruptibele dinc vanden welken gheen kunst is. Ende dat wert to ghedaen medicinael, want dit wort ‘kunst’ wert niet properlic nomen mer ghemeenlic also gheheel. Alze men seit ‘is ghewerc’ ter differencien van der theoriken. Ende als men seit: ‘mit den handen’, so seit men die practike. Ende als men seit: ‘in den menschen lichaem’, dat seit ter differencien (id est onderscheit) vanden werken de men mit handen in die stummen deren doet. Mar daer om noch tot hijr mochte werden ghediffiniert alle die practike, so wert daer to daen dre differencien, de houden alle die werken van cyrurgien de welke sijn dese: alset ghehele to scheiden, ende tscheidene to helen , ende tovertaliige af te doen. Mer also wert componeert: so ne werter niet moghelix gheset, dan het niet moet werden gheseit:

‘De en is gheen cirurgijn de tquetste lit leit ten beteren staet, al is dat saek dat het niet schoen en is [fol. 8r] ofte heel alsoet was.’

Ende als men seit ‘na den meninghe der theoriken’ , dat wert gheseyt dat men moet weten dat den cirurgijn is orberlic to weten de theoriken alsoet openbaerlike sal verliken in sijn stede. Die generael partien der cirurgien: so wat de andere seggen sijn dre meninge der cirurgien, die welken in haer properlic stede werden gheclareert. Mer die menschelike lichaem beide de ghelike lede ende die dienlic sijn onderwerpen der cirurgie optie welke alle de cirurgien wert ghesticht.

Dat eerste kapittel der eerste lering van het eerste traktaat is wat chirurgie is en in hoeveel dat het gedeeld wordt.

Al dat wij begeren te onderzoeken wat mag wezen onderzocht op een van drie manieren, als bij zijn naam of bij zijn werk of bij zijn ware en essentiĎle definitie. Op deze drie manieren zo mogen wij onderzoeken als eerste chirurgie. Want bij de bijtekens van zijn naam wordt gezegd; a ciros, dat is een hand, en gios, dat is werking, omdat al hun doeleinden en al hun nuttigheid in de werking van de hand staat.

Op diezelfde manier mogen we ze herkennen bij hun werk want het staat bij werk van de handachtige dingen. Daarvan zegt Galenus:

‘Wie zo een ding wil onderzoeken die peinst het niet te onderzoeken uit hun naam, maar uit hun werk en wezen’.

En Avicenna zegt:

‘De kennis van de ingezette naam doet niets af van de onwetendheid die men geeft vanwege de vreemdheid van het ding.’

Daarom is het zaak dat de kennis van de werking met de kennis van de naam hetzelfde is. Zo is het duidelijk dat wij de kennis der chirurgie moeten onderzoeken bij haar definitieve onderscheidt die haar wezen te kennen geeft. Waarvan dat we zeggen dat Chirurgie een medische kunst is met welke kunst wij geleerd worden te werken met de hand in het menselijke lichaam die doorgaat tot een oplossing die weer leiden mag tot een mogelijke staat en het overtollige er uit te steken, naar der mening der theorie der medicijnen.

 

 

Als we zeggen dat chirurgie een kunst is zo durven wij zeggen dat chirurgie een bijzondere werking is die een overtallig en een corrupt ding is van die welke geen kunst is. En dan wordt er bij gedaan medicinaal, want dit woord ‘kunst’ wordt niet goed genomen maar algemeen alzo in het geheel. Alzo men zegt ‘het is werk’ ter onderscheid van de theorie. En als men zegt: ‘met de handen’, dan zegt men de praktijk. En als men zegt: ‘in het mensen lichaam’, dan zegt het verschil (dat is onderscheidt) van het werken die men met handen in de stomme dieren doet. Maar daarom omdat nog tot hiertoe de hele praktijd gedefinieerd mocht worden, zo worden daartoe drie verschillen bij gedaan, die bevatten alle werkingen van chirurgie en die zijn deze: als het hele te scheiden en het gescheiden te helen en het overtollige af te voeren. Maar alzo wordt het gecomponeerd: zo nee wordt er ‘niet mogelijk gezet’ zodat er niet moet worden gezegd;

‘Die is geen chirurg die het gekwetste lid legt tot betere staat, al is het zaak dat het niet zo mooi is als toen het heel was.’

En als men zegt ‘naar de mening van de theorie’ , dat wordt gezegd dat men moet weten dat de chirurg behoort te weten de theorie alzo het openbaar zal blijken in zijn plaats. De gewone partijen van de chirurg: zo wat de anderen er van zeggen, zijn er drie meningen der chirurgie die op hun goede plaats worden verklaard. Maar het menselijke lichaam wacht op dergelijke leden en die te doen zijn als onderwerp der chirurgie waarop de hele chirurgie werd gesticht.

 

 

 

[II] Dat ander capittel is hoe die surgijn gheformiert sal wesen in sine seden, ende cunsten, ende hanttieringhe, ende ghewonten van alle dinghen ende wat hem nutte is

 

Hets noetzakelic dat de cirurgijn hebben gheproponeerde schepnesse ende oec ghetemperde complexien. Hijr af seit Rasis:

‘Des welcs aensichte is schone, hem en is niet onmoghelic to hebben guede seden’.

Ende Avicenna seit:

‘De quade seden sijn navolghende der ghedaenten ende der quader complexien.’

Ende dat hy oec hebbe die handen wel ghescapen, die vingeren clene, graceliken ende lanc, ende alden lichaem sterck ende niet bevende, ende alde leden des lichaems sterck ende abel om te fulmakene die gueden werken der zielen, alse mit subtilen pensen ende dencken. Want de quantiteit [fol. 8v] van dien de jegen hem seggen sellen, mocht men mit ghenen litteren scriven. Galieen seit:

‘Hy moet natuurlic oetmodich sijn ende sterc van sinne ende niet tovallende, ende niet gheleert alleen in medicinen, mer in alle delen van philosophien naturalen’.

Hy moet kennen loyke, up dat hy die scrifture mach verstaen. Ende hy moet leren by siner gramerien rechtlic to spreken, ende hy moet syne sake proven mit reden, ende dat leert dyaletica. Ende hy moet synen woerden kunnen bytaemlic maken to sijnre meninghe, ende dat leert rethorica. Ende hy moet kennen ethicam, dat hy verantworde quaetheide. Ende hy moet hebben doechdelike seden, alsoe dat hy niet en moet sijn putierachtich, noch nidich, noch wrekich, noch ghirich, mer hy moet sijn ghetrouwich. Ende hy moet hem altomael gheven ten sieken, so dat hy niet en moet achterlaten anden sieken dan hem to byhoert.

Ende int huus des siekens sel hy spreken gheenrehande woerde dan de ter cure to byhoren. Ende hy sal micken noch seen up dat wijf vanden huse des zieken. Noch hy en sal niet spreken mit hare in rade, sunder dat de cure to byhoert in nutticheit. Noch ghenen vanden huse des zieken gheven raet, sonder dat die zieke an hem versoket jof enich van die dienstluden. Ende en schelde niet den zie [fol. 9r] ken noch mit nemen vanden huse, mer hy sal hoveslike den seken altoes toe gheloven di ghesondicheit, also verre als hy mach, altoes troestende te sire salicheit. Ende is dat sake dat die sieke sy wanhopich van sijnre ghesonde, so toget vader ende moder jof vreenden. En de cirurgijn sal oec gheen sware cure min noch mer an nemen die in wanhopen sijn.

Ende hy sal helpen den armen na sijnre macht, ende hy en sal hem niet scamen vanden riken to nemen gueden loen. Ende hy en sal hem selven niet prisen mit sinen monde ende hy sel niet spreken scheldende de tenen anderen. Alle de medicinen sel hy eren ende clercken. Ende jegens ghenen cirurgijn en make nidicheit na siner macht. Ende hy sal hem ten doechden setten na siner macht, also dattet werc gheve van hem gueden name. Ende dit leert ethica.

Ende also leert phisica dat hy al sijn werke sijn instrument van cirurgien can proven mit theoriken regulen, de welke leert phisica. Want hets noetsaec dat die cirurgijn kan phiseliken theoriken, also dat men mach proven. Want alle cirurgijn is een practicus, ende elc practicus is theoricus; daerom alle cirurgicus is theoricus.

De maior wert provet by Avicenna, seggende dat de dinc van der practiken der medicinen vervult wert mit enen van dre dingen. Dat eerste is regiment vanden voetsele. Tander mit gemengen van medicinen. Dat derde mit werkinghe van der hant. De welke [fol. 9v] seyt Galienus, Johannes, Constantinus ende Hali de Abt. Ende andere en setten der niet meer dan twe. Teerste regiment ende de medicine, ende dat ander: werkinghe mit der hant. De minor wert gheprovet by der diffinicien van der theoriken ende van der practiken, de den ene ten anderen bescouwen. Want theorike is fulmaecte kennisse der dinghen, die to begripen is alleen mit der verstandenisse, ondergheworpen der memorien der werken der dinghen. Want na der orden der virtuten, so wert en dinc eer ontfaen ter verstantenissen eert wert ghemendert in der memorien daer to dat hy mach de theorike onderwerpen werkende. Die practike is togende ten sinne ende mit werken van der hant na die vergaende verstandenisse van der theoriken. Daer by ist openbaer dat die practisijn werct uuter verstandenissen van der theoriken, al daer is openbaert die sylogisticus, dattie volget by noetsaken uten premissen (dats uten voergeseyden). Die practike leert ons daghelix ende sinlix dat instrument van der cyrurgien, ende dat ende daer of volget uut dat ambocht van der cirurgien te weten alle delen der medicinen. Want sy dat sake dat de cirurgijn niet en weet de kunsten der elymenten, de welke sijn byghinsel al der natuurliker dinghen, sone sal hy niet weten de kunste der vergaderingen die in sijn werc noetsakeliken sijn, alsoet wel bliken mach.

[II] Dat volgende kapittel is hoe de chirurg gevormd zal wezen in zijn zeden en kunsten en hanteren en gewoonte van alle dingen en wat hem nuttig is.

 

Het is noodzakelijk dat de chirurg een goed gevormde schepping en ook gemengde samengesteldheid heeft. Hiervan zegt Rasis:

‘Die zijn aanzicht mooi is, het is hem niet onmogelijk om een goede zede te hebben.’

En Avicenna zegt:

‘De kwade zeden volgen naar de gedaante en kwade samengesteldheid.’

En dat hij ook heeft de handen goed geschapen, de vingers klein, sierlijk en lang en het hele lichaam sterk en niet bevend en alle leden van het lichaam sterk en geschikt om te vervolmaken de goede werken der ziel als met subtiel peinzen en denken. Want de kwantiteit van diegene de tegen hem zeggen zullen mag men met geen letters beschrijven. Galenus zegt:

‘Hij moet natuurlijk ootmoedig zijn en sterk van geest en niet onstandvastig en niet alleen geleerd in medicijnen, maar in alle delen van de natuurlijke filosofie.

Hij moet kennen taal (of wet, Frans loi) zodat hij de schrift mag verstaan. En hij moet leren bij zijn grammatica goed te spreken en hij moet zijn zaak beproeven met redenen en dat leert dialectica (logische manier van denken in tegenstellingen) en hij moet zijn woorden duidelijk kunnen maken tot zijn mening en dat leert retorica. (redeneerkunde)  En hij moet kennen ethica, (zedenleer) zodat hij kwaadheid kan verantwoordem. En hij moet hebben deugdelijke zeden alzo dat hij niet moet zijn vrouwachtig (pooierachtig) nog nijdig, nog wreekachtig, nog gierig, maar hij moet zijn getrouw. En hij moet zich helemaal geven tot zijn zieken zodat hij niets moet nalaten aan de zieken dan hem toebehoort.

En in het huis der zieke zal hij spreken generhande woorden dan die tot de genezing behoren. En hij zal mikken nog zien op dat wijf van het huis der zieke. Nog zal hij niet spreken met haar in raad, uitgezonderd dat tot nuttigheid der genezing behoort. Nog geen van het huis der zieke raad geven, uitgezonderd dat de zieke het aan hem verzoekt of enige van de dienstlieden. En scheldt niet de zieke nog meenemen van het huis, maar hij zal hoffelijk bij de zieke zijn en altijd beloven zijn gezondheid, alzo ver als hij kan, altijd vertroostend tot zijn zaligheid. En is het zo dat de zieke wanhopig is vanwege zijn gezondheid zo toon het de vader of moeder of vrienden. En de chirurg zal ook geen zware genezing min of meer aannemen van hen die in wanhoop zijn.

En hij zal de armen helpen naar zijn macht en hij zal zich niet schamen van de rijken goed loon te nemen. En hij zal zichzelf niet prijzen met zijn mond en hij zal niet spreken scheldende tot een andere. Al de dokters zal hij eren en de klerken. En tegen geen chirurg maakt hij zich nijdig naar zijn macht. En hij zal zich ter deugd zetten naar zijn macht alzo dat het werk hem een goede naam geeft. En dit leert ethica.

En alzo leert physica (kennis van geneeskundige kruiden van invloed op de mens) dat hij in al zijn werken een instrument is van chirurgie en kan het beproeven met theoretische regels wat de fysica leert. Want het is noodzakelijk dat de chirurg fysieke theorie kan, alzo dat men het mag beproeven. Want elke chirurg is een practicus en elke practicus is theoreticus; daarom is elke chirurg een theoreticus.

De hoogste wordt beproefd bij Avicenna die zegt dat het ding van de praktijk der dokters vervuld wordt met een van de drie dingen. De eerste is de regeling van het voedsel. De andere met het mengen van medicijnen. De derde met werking van de hand. Dit zegt Galenus, Johannes, Constantinus en Hali de Abt. En andere zetten er niet meer dan twee. Ten eerste regeling en de medicijnen en het andere: werking met de hand. De kleinste wordt beproefd bij de definitie van de theorie en van de praktijk, die dan de ene de andere aanschouwt. Want theorie is volmaakte kennis der dingen die alleen te begrijpen is met het verstand en ondergeworpen is aan de memorie der werking van de dingen. Want naar de orde der krachten zo wordt een ding eerder ontvangen ter verstand eer het verandert in de memorie en daartoe mag het aan de theorie onderworpen werken. De praktijk toont de zin en met het werken van de hand gaan die naar het verstand van de theorie. Daarbij is het duidelijk dat de praktische werkt uit het verstand van de theorie en aldaar openbaart de syllogisme, (logica in redenering) dat hij volgt uit noodzaak uit de premissen (dat is uit het voorgezegde) (=aanname van dat iets waar is). De praktijk leert ons dagelijks en geestelijk dat instrument van de chirurgie en dat teneinde en daaruit volgt de ambacht van de chirurgie, te weten alle delen der medicijnen. Want is het zo dat de chirurg niets weet van de kunsten der elementen, die het begin zijn van alle natuurlijke dingen, zo zal hij niets weten van de kunst der verzamelingen die in zijn werk noodzakelijk zijn, zoals het wel blijken mag.

 

 

Hijr [fol. 10r] om moeten die cirurgijn weten dat al de ghemengede lichamen, de welke sijn onder manen cirkil, werden gewonnen ende nemen haer vorme van IIII simplen lichamen – de welken sijn dus heten: vuer, lucht, water ende eerde.

Want de elementen om hoer eenlicheide ende om contrarie ghedaenten soe en sijn si eer ververret vanden lichaemliken levene. Mer si comen mit haer ghedaenten int ghemengede, so dat tminste dele vanden enen gaet in dat minste dele vanden anderen, ende die menginge breket hoer contrarie vorme uter menginge der substancien ende en nieuwe complexie des ghelike uter menginge der ghedaenten.

Ende so die menginge meer wert ververret van der contrarien der elementen ende de complexie midde wert ghemenget, in also voel is ghemengede bequame to ontfane een edel vorme des levens, de welke edelheide boven alle de ghemengede lichame wert ghevonden in den menscheliken gheest.

Mer omme datte ghedaente de comet in die ghemenghe mitter lichame der elementen, want hets onmogelic te aftodone vanden lichame dier sijn veer, als: hetten, coude, natheit ende droechte. Ende die complexien sijn daer by. Ende daer om wast noetsakelic in den ghemengede lichamen te vinden IIII complexien. Want die complexie is anders niet dan ghelijc mengenge in lichaem der deren de welke is mit werkinge ende mit ghedoghingen vanden contrarien ghedaenten ghebonden in die elementen, so dattet minneste deel van enen gaet in dat minneste vanden anderen, ende comen [fol. 10v] int ghemengede.

Ende omme dattie veer complexien (dats hette, coude, droeghte ende naetheit) onderwilen werden menget, alse hetten in natheit, coude in natheit, hetten in droeghte, coude in drochte, ende also sijnre VIII, dats IIII simplen ende IIII ghemengede. Ende om dat de VIII onderwilen sijn sunder materien, ende ondertiden mit materien, also sijn der XVI. Ende om dat die XVI mogen na ener merkinghe sijn natuurliken ende na ene sijn onnatuurliken, al so sijn der XXXII.

Ende om dat onder die ghemengede lichaem was noetzakelic te vinden een effene, ter welken alle dandere complexien mogen werden ghedisponeert (dats toghevoghet), so is vonden in den menschen ene evene complexie, de welke wert ghevonden in den menschen, ende in comparacien van alden anderen ghemengeden lichamen. Nochtan is hy niet gheseyt effene van ghewichten vanden elementen, mer in gerechtichede.

Want die elementen comen ten sulken middele in dat menschen, ververret van hoer contrarie, ten welken sy niet comen mogen in anderen ghemengede lichamen. Ende in bescouwen der menscheliker complexien ende elc andere dinc ne mogen niet worden nomen van der hette, coude, droechte ende nathede. Want die dinc, weder dat se is spiselic of medicinalic in den bescouwen vanden menschen lichaem, so seggen wi dat se is ghetempert, de welke als si doget hevet van der natuurliker hetten die in ons is, so en wert sy niet vercout, noch verheit, noch vernattet, noch verdroget.

Ende seggen wy heet in den eersten [fol. 11r] graet de welke, als hy ghedoget hevet van onser natuurliker hetten die in ons is, dat sie dan onser lichame heter maken, nochtan niet so foele se ne mochtet heter maken sunder quetsinge ons der of to komene. Ende dien seggen wy in den anderen graet heet de welke, als hy ghedoecht hevet van onser natuurliker hetten, dat hy ons dan verhet, also dat hy ons niet meer en mochte verhetten, het soude ons deren.

Dien seggen wy in den derden graet de welke gedoecht hevet van onser natuurliker hetten ende si ons also dan verhettet dat ons dan der of comet een ghevolentlike deren. Den heten wy heet in den IIII graet, de welke ghedoecht van onser hetten dat si ons dan al so onstelt jof dat lit destrueert openbaerliken. Ende dese selve leringe mach wesen gheven vanden anderen dre complexien.

Daer den medicijn noetsaeclic is to weten de complexien vanden menschen, ende vanden leden, ende van der medicinen, dat wert gheprovet by der cirurgien experimenten.

Ic sette dat II mannen werden ghewont in ene ure, ende beyde in die arm in gheliker stede als sie in die middenwert van die arme mit enen sweerde ghelijc. Ende die ene is van ener heter ende natter complexien, ende die ander van ener couder ende droge complexien. Ende die sage vanden leken ende die waninge is, dattie werden ghenesen in eenre manieren. Mer de gemene kunst der complexien leert ons by cirurgicen experimenten redelic geprovet [fol. 11v] dat sie beide in eenre manieren niet schuldich wesen sijn to ghenesen jof cureert. Mer wy sullen ons vanden eersten ontseen, als ons leert de konst van der complexien, alsoe dat hy niet en come in coertze, ende dat die deen lede niet en come heet apostema. Want Galienus seit: ‘De leden de heet aposteem, hebben sijn coertzen als een fontein, des lichaem als een oven ende de complexie.’ Als Galienus oercunt, ende Ysaac ende Avicenna, ende al de andere, so ist gereet den coertze. Wat sal hy dan daer om doen? Hy sal seen of daer voele bloed is uut gaen. Ende ist al soe, dats goet. Ende ist al soe niet, dan doten laten in den anderen arm of in den voeten bi der selven syde, up dat de virtuut ende outheit eens komen. Jof men sal laten mit ventosen an beyden hancken jof armen, opdat hy cranc is. Ende doten een werve des dagis ter cameren gaen. Ende gaet hy niet ter kameren natuurliken, dan doeten mit suppositorien jof mit clisteren gaen toe stoele.

Ende vergadert die wonde mit nayen jof mit kussinelen jof mode is ende beiden. Ende doet hem de cure de men iuu leren sal hijr na in sijn stede. Mer wy moten up de wonde leggen een defensijf van bolo armenico, ende oleo rosaet, ende luttic asijns, so dat die medicijn raket teen eynde van der wonde, so dat die humoren niet en hebben horen loep ter ghewonder stede. Ende wy moten hem verbeden wijn ende vleisk, ende alle spise die voel blodes maket, ende melc ende eyeren [fol. 12r] ende fisk. Mer hy moet gepayt mit haveren, gort ende amid, ende ghemeenlic mit clenen tederen dieten totter versekerheiden vanden apostemen. Ende si dat sake dat wine weten beschermt van apostemen ende coertzen, so leert ons de konst van der complexien dat wine haestlic sullen te kuereren.

Hierom moet de chirurg weten dat al de gemengde lichamen, die onder de maan cirkel zijn gewonnen worden hun vormen nemen van 4 enkelvoudige lichamen – die zijn en aldus heten: vuur, lucht, water en aarde.

Want de elementen om hun enkelheid en om tegengestelde gedaanten zo zijn ze verder van het lichamelijke leven. Maar ze komen met hun gedaante in het gemengde zodat het minste deel van de ene in dat minste deel van de andere gaat en die menging breekt hun tegengestelde vorm uit het mengen van de substanties en nieuwe samengesteldheid en dergelijke uit het mengen der gedaanten.

En zo die menging verder gaat van de tegengesteldheid der elementen en de samengesteldheid in het midden wordt gemengd, in alzo veel is het gemengde bekwaam om te ontvangen een edele vorm van het leven welke edelheid boven alle gemengde lichamen wordt gevonden in de menselijke geest.

 

Maar omdat de gedaante die in het gemengde komt met het lichaam van de elementen, want het is onmogelijk het te af doen van de lichamen waarvan er vier zijn, zoals: hitte, koude, natheid en droogte. En de samengestelde zijn daarbij. En daarom is het noodzakelijk in de gemengde lichamen de 4 samengesteldheden te vinden. Want de samengesteldheid is niets anders dan een gelijke menging in lichaam van diegene die met werking en met gedogen van de tegengestelde gedaanten gebonden is in de elementen zodat het minste deel van de ene gaat in dat minste van de andere en komen in het gemengde.

En omdat die vier samengesteldheden (dat is hitte, koude, droogte en natheid) ondertussen worden gemengd zoals hitte in natheid, koude in natheid, hitte in droogte, koude in droogte en alzo zijn er 8, dat zijn 4 enkelvoudige en 4 gemengde. En omdat de 8 ondertussen zijn zonder materie en ondertussen met materies alzo zijn er 16. En omdat die 16 maar een natuurlijk werk mogen en na een onnatuurlijke zijn, alzo zijn der 32.

En omdat onder de gemengde lichamen het noodzakelijk een effen te vinden was, tot welke alle de andere samen gesteldheden mogen worden gedisponeerd (dat is toegevoegd), zo is in de mensen een even samengesteldheid die gevonden wordt in de mens in vergelijking (comparatie=iets dat gelijkwaardig is met iets anders) van alle andere gemengde lichamen. Nochtans is het niet gezegd effen van gewicht van de elementen, maar in gerechtigheid.

Want de elementen komen tot zulk middel in de mens, ver van hun tegengesteldheid, waardoor ze niet in andere gemengde lichamen mogen komen. En in het aanschouwen van de menselijke samengesteldheid en elk ander ding mogen ze niet worden genomen van de hitte, koude, droogte en natheid. Want dat ding en of het spijsachtig is of medicinaal is in het aanschouwen van het mensen lichaam zo zeggen we dat ze is getemperd die als ze gedoogd heeft van de natuurlijke hitte die in ons is, zo wordt ze niet verkoeld, nog verhit, nog genat, nog verdroogd.

En zeggen wij heet in de eerste graad die als het gedoogd heeft van onze natuurlijke hitte die in ons is dat ze dan ons lichaam heter maken, nochtans niet zo veel dat ze het mocht heter maken zonder dat ons er een kwetsing van toekomt. En die zeggen we in de volgende graad heet die als het gedoogd heeft van onze natuurlijke hitte dat het ons dan verhit, alzo dat het ons niet meer mag verhitten, het zou ons deren.

Die zeggen we in de derde graad die gedoogd heeft van onze natuurlijke hitte en ze ons alzo dan verhit dat ons dan daarvan komt een gevoelig deren of pijn. Die heten wij heet in de 4de graad die gedoogd heeft van onze hitte dat het ons dan alzo ontsteld of dat lid duidelijk vernield. En deze zelfde lering mag gegeven wezen van de andere drie samengesteldheden.

Daar het de dokter noodzakelijk is te weten de samengesteldheid van de mens en van de leden en van de medicijnen dat wordt beproefd bij de chirurg zijn experimenten.

 

 

Ik zet dat 2 mannen worden gewond in een uur en beide in de arm in een gelijke plaats zoals in het midden van de arm met een gelijk zwaard. En de ene is van een hete en natte samengesteldheid en de andere van een koude en droge samengesteldheid. En de praatjes van de leken en de waan is dat die worden genezen in een en dezelfde manier. Maar de gewone kunst der samengesteldheid leert ons bij chirurgische experimentenrdie edelijk beproefd is dat ze beide in 1 manier niet behoeven te worden genezen of behandeld. Maar we zullen ons van de eerste ontzien zoals ons leert de kunst van de samengesteldheid, alzo dat hij niet in koorts komt en dat het ene lid niet komt  een hete apostema. (abces of zweer)  Want Galenus zegt: ‘Dat lid die een hete zweer heeft, heeft zijn koortsen als een fontein, het lichaam als een oven en de samengesteldheid.’ Zoals Galenus verkondigt en Ysaac en Avicenna en al de anderen zo is het gereed tot koorts. Wat zal hij dan daarom doen? Hij zal zien of daar veel bloed is uitgegaan. En is het alzo dat is goed. En is het alzo niet, dan doe hem laten in de andere arm of in de voeten aan dezelfde zijde opdat de kracht en de oudheid gelijk zijn. Of men zal laten met koppen zetten aan beide heupen of armen als hij zwak is. En laat hem eenmaal per dag ter toilet gaan. En gaat hij niet natuurlijk ter toilet dan doe je hem met zetpillen of met klysma gaan ter stoel.

En verzamel de wond met naaien of met kussentje of mond (?) en afwachten. En doe hem de kuur die men u leren zal hierna op zijn plaats. Maar we moeten op de wonde leggen een verdediging van bolus armeniaca (aarde uit ArmeniĎ) en rozenolie en wat azijn zodat de medicijn raakt te ene einde van de wond zodat die  levenssappen niet hun loop hebben tot de gewonde plaats. En we moeten hem verbieden wijn en vlees en alle spijs die veel bloed maakt en melk en eieren en vis. Maar hij moet gepaaid worden met haver, gort en amide, (zetmeel of krachtmeel) en gewoonlijk met kleine zachte diĎten tot de verzekering van de zweren. En is het zo dat we hem beschermd weten van zweren en koortsen, dan leert ons de kunst van de samengesteldheid dat we hem snel zullen genezen.

 

 

Die andere moet niet laten sijn noch ventoseert, want bloet gaet hem over enen stat. Noch men moet hem niet bynemen vleisk noch wijn, want sijn crancke verteringe en mach die wonde ghene nose gheven van materien. Want wy sijn niet sculdich toe ontsene coerts in hem to comene. Daarom fijnden wy een medicijn ende die selve medicijn in hare maneren ghereet, de welke ghevet mense diverse lichamen van diverse complexien, si maect diverse gewerke. Want vitreolum romanum, dat in Walsk is heten coperosa°, up dat ment leit up wonden van drogen lichamen, so helpet ghewinen vleisk, ende in wachen (dats natten) lichamen en helpet niet, mer het corrodeert. Nochtan so en is de werkinghe van vitreolum° mer en, alvalgere uut II vulmaectheiden om die diversicheiden der lichamen der ment up leit, al soe dat werck der sonnen is diverse, niet om die sonne, mer om diverse lichamen der sie in werct. Want vitreolum droget seer. Ende in drogen lichamen soe fundet sijn ghelike, sterck ende wederstaende sijn stercheide. Waer om dattet niet mach om sunder tovervloyende dat hit vint in die [fol. 12v] wonde to drogen to welke gedroecheit de nature winnet vleisk. In den natten lichaem, om dat hoer leden sijn morf, sone mogen sy de sterchede niet wederstaen, ende smelt daer tieghens. Ende also wert de vulheide bi vitreolum in der wonde ghewonnen by der diversicheide der complexien des lichames ende der leden.

Galienus seit: ’Si dat sake dat twe wonden sijn ghelijc van ettere, de ene in een droghe lit ende die ander in een fuctich: die wonde die in dat droge lit is, hevet to doen droge medicijn. Ende si dat sake dat de wonde sijn in twe leden ghelijc van complexien, ende de ene hevet vele etters ende die ander luttic: die vele etters hevet, die hevet te doen van droger medicinen.’ Johannes Damascenus seyt: ‘Die medicijn ende die plaestere sijn sculdich te sijn gelijc den lede der men se up leyt’. Alse Galienus seyt: ‘De natuurlic is sculdich te sine gewacht mit geliken. Ende merct dat die contrarie sijn sculdich uutgesteken mit contrarien’.

Daer by si dat sake datte cirurgijn niet en weet die complexi, ho sal hy mogen verwandelen sijn medicijn na de diversicheit der complexien der leden ende der lichamen? Up dat hy de complexie der medicinen ende der graden niet en weet, so ne sal hy oec niet weten de winninge der humoren. Ende die cirurgijn moet weten die naturen der dingen ende leden, op dat hy de konst ende die cure der apostemen sal hi weten, alset sal sijn gedeclareet in den tractaet der apostemen. Ende [fol. 13r] hy is sculdich to weten de diversicheden der leden, ende hoer nutscap, ende hoer ambocht, soet wel ghetonet sal werden in dat ander tractaet, dat hy mach weten welke leden die hebben grote werke in den lichame ende welke sijn van grote sinne, ent te sterke medicine soude niet ghenoech sijn. Ende hy moet oec kennen de doechden, dat hy mach helpen den leden mit dinghen deer to byhoren.

Ende si dat sake dat hy hevet de kunst der leden ende der gheesten, sone sal hem luste gheen kennisse. Ende al dese voerseide natuurliker dingen die welke sijn die eerste lede der divisen der eerste rethorike der medicinen. Ende hy moet oec hebben kennisse der onnatuurliker dinghen, dat hy mach sijn gewonde of sijn apostemeerde kesen suver luft. Want die wonden werden niet droket in een fuchtich, vaporosich lucht, mer men moet die gewonde van so gedaente lucht wachten ende verwandelen si, den winter verwaren van couden. Want het een deert gheen dinc meer den gewonde zenuen ende benen dan couden. Ende in den somere al ist dat sake dattet niet al so seer noetsaeclic en is to tempereren die lucht, nochtan so ist hem noet to weten de gheordineerde dieten, al soet ghehouden wert hijr na in dat proper capitel vanden dieten. Nochtan so ist noetsaclic dat hi moet weten to ordineren sijn beroren ende sijn rusten. Want is hy wont in den hovet, of hevet hy puncturen van zenuwen, so hevet hi noet dat hy ruste, ende to wesen in swiginge. Ende hy [fol. 13v] sal hebben een pluumsafte bedde, so dattet lit gheen pijn doghe. Mer waren oude wonden in die arm sunder sweringe, so waert den seken guet dat hij wanderde mit den woten, ende droge den arm an den hals. Ende waert in den kne of in den vueten, so waer hem guet dat hy laghe ende pijnde mit den hande.

Item die chirurgien is sculdich to weten to tempereren die slaep vanden seken, ende also voel als hy mach. Want voel slaeps wint seecheiden, ende cranct de virtuten, ende vercout al dat lichaem, ende slanct.

Ende vele wakens scheit die gheeste, ende verteert ende scheerpt die humoren, ende ghevet den wonden een onnatuurlike droecheide ende is een sake van fele zweringen.

Item hy moet oec kennen die vervulicheden idelen, ende den geidelde bequeken, dat hy den seken van leden te getemperden fuchticheden brenghe. Want anders en soude die wonde niet sijn consolideert. Ende hevet behoef dat die seken tempert sijn pine van sire dachten van sijnre zielen. Want van gramscepen werden die geesten gesent to te buten. Ende uut ontsene van droefheiden of van wanhopen van genesen, so werden die geesten weder gheropen inwert. Ende der of werden die virtuten crancket, so dat die materie niet en mach winnen de wederleidinge der wonden. Ende dese sijn onnatuurliken.

Galienus seyt de welke sijn tander lit der theoriken der medicinen. Ende hem is noet to kennen sijn ovel twelke is een [fol. 14r] wonden, fistel, ulcus, cancker ende aposteem, ende die andere, omme dat hy moet weten waer up ende waer om ende waer to dat hy hem pinen sal. Want al sijn diversche, dats dat se alle differeren de een vanden anderen. Ende om hoer diversichede so behoven sy to done van diversen helpen ende medicinen.

Exempel sijnre suucten ende wonden. Want die wonde maect is mit enen sweerde, werden anders nesen dan de comen van eens werps des steens of van vallen. Ende die wonden die comen van enen hondis bete die niet verwoet is, werden anders nesen dan die komen van enen verwoets hondes bete, als ghy openbaerliken salt hebben ende vijnden in hoer proper capitel.

Ende het behoert oec dat hy weet sijn to vallen die sinen wonde contrarie sijn, om dat hy mach weten dat hy sinen wonden niet gansen mach, ten si dat hi eerst de to vallen doet af alsoet wel wert seit in sijn proper capittel hijr na.

Ende dese III, als dat evel ende die sake des evels, mit de voernomede ses, vulmaken alle die theoriken medicinen. Ende vanden II instrumenten dien practiken voergaende met ordinen instrument van der cirurgijn der af, en moet de medicijn niet vreemde sijn. Want hem moet ordineren diversiliken sijn dieten, gelijc dat in sijn proper capitel wert gehouden. Ende hy moet oec weten, ende hets hem noetsaeclic, to gheven pocioen.

¶ Want Galieneus seit: ‘Hets herde guet den ghenen keringe, de hebben quade ende fule wonden’. Want den lichaem pureert vanden quaden ende fulen [fol. 14v] humoren, de quaethede der materien wert beroert van der ghewonder steden, ende die wonde wert te haesteliker consolideert.

Daer om die alle de delen der medicinen merket, hy sal openbaerlic vijnden dattet noetsaeclic is den cirurgijn dat hy wel maetlic leert medicine ende dat hy heb die to vallige kunst, alsoet houden wert in dat prohemium mit den anderen gueden saken de hem to komen van naturen. Sequitur:

De andere moet niet gelaten zijn nog koppen zetten want het bloed gaat bij hem over een plaats. Nog men moet hem niet benemen vlees nog wijn, want zijn zwakke vertering mag de wond geen schade geven van materies. Want we moeten ontzien dat er koorts in hem komt. Daarom vinden we een medicijn en diezelfde medicijn op haar manier bereidt die men geeft in diverse lichamen van diverse samengesteldheid, ze maakt diverse werken. Want vitriool romanum, dat in Waals is geheten couperosa, (ijzer of zinksulfaat) als men het op wonden van droge lichamen legt dan helpt het winnen vlees en in wachen (dat is natte) lichamen helpt het niet, maar het corrodeert. (bijtmiddel) Nochtans zo is de werking van vitriool meer en allemaal uit 2 volmaaktheden vanwege de verschillen der lichamen daar men het oplegt alzo dat het werk der zon is verschillend, niet vanwege de zon maar om verschillende lichamen waar ze in werkt. Want vitriool droogt zeer. En in droge lichamen zo vindt het zijn gelijke, sterk en ze weerstaan zijn sterkte. Waarom dat het niet mag om, zonder te overvloeien, dat hij het vindt in die wond om te drogen en tot welke droogheid de natuur wint vlees. In het natte lichaam, omdat hun leden murw zijn, zo mogen ze de sterkte niet weerstaan en smelten daartegen. En alzo wordt de volheid bij vitriool in de wond gewonnen bij de verschillen van de samengesteldheid van het lichaam en de leden.

Galenus zegt: ’Is het zo dat twee wonden gelijk zijn van etter, de ene in een droog lid en de andere in een vochtige: de wond die in dat droge lid is heeft droge medicijn nodig. En is het zo dat de wond is in twee leden die gelijk zijn van samengesteldheid en de ene heeft veel etter en de andere weinig: die veel etter heeft die heeft droge medicijnen nodig.’ Johannes Damascenus zegt: ‘De medicijn en de pleisters moeten gelijk zijn met het lid daar men ze op legt’. Alzo zegt Galenus: ‘De natuurlijke moet zijn behoed met zijn gelijke. En merk dat de tegengestelde uitgestoken moet worden met het tegengestelde’.

Daarbij is het zo dat als de chirurg niet de samengesteldheid weet, hoe zal hij zijn medicijn mogen veranderen naar de verschillen der samengesteldheid der leden en de lichamen? Omdat hij de samengesteldheid der medicijnen en de graden niet weet zo nee zal hij ook niet weten de winning der levenssappen. En de chirurg moet de natuur der dingen en leden weten opdat hij de kunst en de genezing der abcesssen zal weten zoals het zal zijn verklaard in het traktaat der abces. En hij moet de verschillen der leden en hun nuttigheid en hun ambacht weten zo het wel getoond zal worden in dat andere traktaat zodat hij mag weten welke leden die groot werk in het lichaam hebben en welke zijn van grote geest en te sterke medicijn zou niet genoeg zijn. En hij moet ook de deugden kennen zodat hij de leden mag helpen met dingen de er toebehoren.

En is het zo dat hij de kunst heeft van de leden en de geesten, zo zal hem geen kennis lusten. En al deze voor vermelde natuurlijke dingen die zijn de eerste leden der verdeling van retoriek der medicijnen. En hij moet ook hebben kennis van de onnatuurlijke dingen zodat hij voor zijn gewonde of zweer kiezen mag zuivere lucht. Want de wonden worden niet gedroogd in een vochtige winderige lucht, maar men moet de gewonde van zo’ n gedaante van lucht wachten en veranderen ze en in de winter behoeden van koude. Want het deert geen ding meer de gewonde zenuwen en benen dan koude. En in de zomer, al is het zo dat het niet al te zeer noodzakelijk is de lucht te temperen, nochtans zo is het hem nodig de geordende diĎten te weten, alzo het gehouden wordt hierna in dat goede kapittel van de diĎten. Nochtans zo is het noodzakelijk dat hij moet weten te ordenen zijn bewegingen en zijn rusten. Want is hij gewond in het hoofd of heeft hij pijnlijkheid van zenuwen, zo heeft hij rust nodig en dat hij niet praat. En hij zal hebben een zacht pluimen bed zodat het lid geen pijn gedoogt. Maar waren oude wonden in de arm zonder zweren dan was het de zieke goed dat hij wandelde met de voeten en droeg de arm aan de hals. En was het in de knie of in de voeten dan was het hem goed dat hij lag en werkte met de handen.

Item, de chirurg moet weten te temperen de slaap van de zieke en alzo veel als hij kan. Want veel slaap wint ziektes en verzwakt de krachten en verkoelt het hele lichaam en verslapt.

En veel waken scheidt de geest en verteert en verscherpt de levenssappen en geeft de wonden een onnatuurlijke droogte en is een zaak van vele zweren.

Item, hij moet ook kennen de vervuiling te legen en de geleegde aan te vullen zodat hij de zieke van leden tot getemperde vochtigheid brengt. Want anders zou de wonde niet zijn samengevoegd. En heeft behoefte dat de zieken zijn pijn van zijn gedachten van zijn ziel tempert. Want van gramschap worden de geesten naar buiten gezonden. En uit ontzien van droefheid of van wanhoop van genezen zo worden die geesten weer naar binnen geroepen. En daarvan worden de krachten verzwakt zodat de materie niet mag winnen de weerlegging der wonden. En deze zijn onnatuurlijk.

Galenus zegt die het andere lid der theorie der medicijnen zijn. En hem is nodig te kennen zijn euvel wat is een wond, fistel, zweer, kanker en zweren en de anderen omdat hij moet weten waarop en waarom en waartoe dat hij hem werken zal. Want alle zijn divers, dat is dat ze alle verschillen de ene van de andere. En om hun diversiteit zo hebben ze nodig diverse hulp en medicijnen.

 

 

 

 

Voorbeelden zijn er van ziekten en wonden. Want de wond die gemaakt is met een zwaard wordt anders genezen dan die komen van een worp van een steen of van vallen. En de wonden die komen van een hondenbeet die niet dol is worden anders genezen dan die komen van een dolle hondenbeet zoals ge duidelijk zal hebben en vinden in hun goede kapittel.

En het behoort ook dat hij weet zijn toevallen die zijn wonden tegengesteld zijn omdat hij mag weten dat hij zijn wonden niet genezen mag, tenzij dat hij eerst de toevallen afdoet alzo het goed wordt gezegd in zijn goede kapittel hierna.

En deze 3 zoals dat euvel en de zaak van dat euvel, met de voorgenoemde zes, vervolmaken al de theoretische medicijnen. En van de 2 instrumenten die de praktijk voorgaat met het geordende instrument van de chirurg daarvan moet de dokter niet vreemd zijn. Want hij moet verschillend ordineren zijn diĎten gelijk dat in zijn goede kapittel wordt gehouden. En hij moet ook weten en het is hem noodzakelijk te geven medicament.

Want Galenus zegt: ‘Het is erg goed diegene te laten braken die kwade en vuile wonden’’ hebben’. Want het lichaam purgeert van de kwade en vuile levenssappen, de kwaadheid van de materie wordt beroerd van de gewonde plaats en de wond wordt te sneller vast gelegd.

Daarom die alle delen der medicijnen merkt, hij zal duidelijk vinden dat het noodzakelijk is voor de chirurg dat hij wel matig leert medicijnen en dat hij heeft de toevallende kunst alzo het gehouden wordt in de inleiding met de andere goede zaken die hem toekomen van naturen. Daar volgt uit:

 

 

[III] Dat derde capittel is vander meninghe ende begherten des surgijns ende sijn werck

Hets to weten dat al die meninge des cirurgijns jof wercmans als ten menschen so wert houden in een van III generalen meningen, al ist dat se delic ende particulaerlic overtallic wert ghesceyden of dividert vanden III generale meningen.

Teerst is datte brokene of de scedene van dat gheheel is. Tander is to helen dat broken is. Derde is of to done dat daer overvloiende is. Alle dese werden mitten handen. Want onder dese III meninghe, jof onder enich van dre, so werden houden alle die meningen van cirurgien. Want biden cirurgien werdet tvergaderde ghesolveert of tgehele gesceiden als hi bloet laet of als hi scarificeert (dats hacket) daer die ventosen by sijn int gemeen, of als hi cauterizeert, of als hy set sanguisugas (dats ylen). Want al is dat sake dat alle dese an onse hoveerde ofte verontwer [fol. 15r] dinghe sijn gelaten den baertmakers ende den wiven, nochtan byhoren sy totten cirurgine. Want Galienus ende Rasis dedent mit haren properen handen, al soet wel blijct in haren scriften.

Ende ic selven onderwilen laten useerden mitter proper hant enigen aderen, in den welke zeer vermaerde berbeers gebraken. Ende het vergaderde wert oec scheiden als men wijt de aderen van de slape ende voerhovede, ende wy daer branden maken om de seechede der ogen, ende di maken oec cauterien in diversen steden vanden hovede ende vanden lichaem om diversche seecheden, alsoet die leringe int capitel vanden cauterien sal declareren.

Ende dat vergaderde wert oec ghescheiden als ment water uuten lichaem trecket mit snidinghe, ende als wi mit snidinge trecken den steen uter blasen, ende wy ander menigherhande wonden maken, na dat in vole steden van desen boke sal werden declareert.

Ende volgende darna der ander intencien jof meninge van der cirurgijn is te helen wonden, ulceren, fistulen, canckeren, weder to leidene de ontsettinge der iuncturen, ende den bruken vanden benen bi der instrumenten der cirurgine, alse bi der hant weder to punt to brengen. Ende by deser intencien maken vele diverscher werken, vanden welken werken wy na sullen hebbe een vulmaecte lere bi desen boeke in diverse steden, ende by diverse capitelen.

Bi der derden intencien wert bigrepen uut to doen scrophulen vanden halse, ende vanden hovede, ende vanden andere leden [fol. 15v] alse wennen ende knopen ende andere overvloienthede van ogen leden, ende tovervloiende vleisk uter nosen toe done, ende haren ende wratten, ende ficus attertos condilomata ende derghelike superfluiteit. Ende die overvloientheit hermofrodita, de blase gesloten open to done ende die urine uut to laten, den sesten vinger af to done, ende vele so gedane overtalicheit of te doen, ende to zuveren daer of den lichaem, de welke den lichaem niet van in node sijn, noch oec cusch wesen, al is dat sake dat si onder tiden niet en smerten, noch oec de propere werken niet weder segghen altomale jof somme.

[III] Dat derde kapittel is van de bedoeling en begeerte der chirurg en zijn werk.

Het is te weten dat de hele bedoelingen der chirurg of werkman tot de mensen gehouden  wordt in een van de 3 algemene bedoelingen al is het dat ze gedeeld en apart van het getal wordt gescheiden of verdeeld van de 3 algemene bedoelingen.

Ten eerste is dat gebroken of gescheiden van dat hele is. De andere is te helen dat gebroken is. De derde is af te doen dat daar over is. Alle deze worden met de handen gedaan. Want onder deze 3 bedoelingen, of onder enige van de drie, zo worden alle bedoelingen van de chirurgie gehouden. Want bij de chirurgie wordt het verzamelde opgelost of het gehele scheiden als hij bloed laat of als hij scarificeert (dat is hakt) daar de koppen zetten bij zijn in het algemeen of als hij cauteriseert, (doodbranden van een wond) of als hij zet sanguisugas (dat is legen). Want al is het zo dat al deze door onze hovaardigheid of verontwaardiging zijn gelaten de baardmakers (barbiers) en de wijven, nochtans behoren ze tot de chirurgie. Want Galenus en Rasis deden het met hun eigen handen alzo het wel blijkt in hun schriften.

En ik zelf laat ondertussen behandelen met mijn eigen handen enige aderen waarin zeer vermaarde barbiers ontbraken. En het verzamelde werd ook gescheiden als men wijder maakt de aderen van de slaap en voorhoofd en wij daar branden maken vanwege de ziekte van de ogen en deden ook maken cauterie in diverse plaatsen van het hoofd en van het lichaam vanwege diverse ziektes, alzo het de lering in het kapittel van de cauterie zal verklaren.

En dat verzamelde wordt ook gescheiden als men het water uit het lichaam trekt met snijden en zoals we met snijden de steen uit de blaas trekken en we andere menigerhande wonden maken, naar dat het in vele plaatsen van dit boek zal worden verklaard.

En vervolgen daarna de andere intentie of bedoeling van de chirurg om te helen wonden, blaren, fistels, kankers en weer te leiden de ontzetting der gewrichten en de breuken van de benen bij de instrumenten der chirurgie als met de hand weer te punt te brengen. En bij deze intentie maken we vele diverse werken en van die werken we hierrna zullen hebben een volmaakte leer met dit boek in diverse plaatsen en diverse kapittels.

Bij de derde intentie wordt begrepen uit te doen klieren van de hals en van het hoofd en van de andere leden zoals wennen (harde uitgroeisels) en knopen en andere overtolligheid van oogleden en het overtollige vlees uit de neus te doen en haren en wratten en en dergelijke overtolligheid. En die overtolligheid hermafrodiet, (mannelijke en vrouwelijke geslachtsdelen) de blaas gesloten en open te maken en de urine uit te laten, de zesde vinger af te doen en vele dusdanige overtolligheid af te doen en te zuiveren daarvan het lichaam die het lichaam niet nodig zijn, nog ook kuis zijn al is het zo zodat ze ondertussen niet pijn doen, nog ook de goede werken niet weerzeggen helemaal of sommige.

 

 

[III] Die ander leringhe des iersten tractaets is een summe ende een capittel vander anathomie formen complexien ende mit helpinghe alder leden. Ende hoe dat dat kynt wert ghewedet inder moederlighame, ende hoe elck lyt wert ghewonnen ende van wat natuer elck lit is ende waer to dit dient den lichame, ende welke leden moghen verloren of verlamet werden of mismake der leden

 

Omdat Galenus seit dattet noetsaeckt is den cirurgijn to weten die anathomien jof die makenghen der leden des lichaems, dat hy niet en ghelove dat een breet binsel si een vellekijn ende oec dat een rontbinsel niet en sij een zenuwe ende dader bi in sijn werke mochte hi vallen in dwalingen. Ooc heb ic voer ghemict to makene een proper capitel vander naturen ende vander hulpen ende vanden vormen der [fol. 16r] geliker leden. Want, soe Avicenna seit, kennisse der dingen welke die sake hevet, die en moge niet gekent sijn dan bi horen saken. Daer om moten wi merken die zaec dergeliker leden.

Ende daer om seit Galieen dattet kijnt wert geformeert ende maect in der moder lichaem van II saden, als tsaet mannes ende wives. Ende als des II saden sijn ontfaen in der moeder, soe luketse hoer wel vaste to gader so datter die punt van eenre naelde daer niet in soude mogen gaen. Ende binnen den eersten VI daghen bighinnet na tuurliker hetten to biroren den gheest, de daer daelde mitten II saden, ende meest mitten sade vanden man, om to maken enen gheest, also wel to der zielen als ten lichaem. Ende binnen desen tijt soe bigheret gheen voetsel vanden blode van menstrua. Mer der na so beginnet bloet van menstrua to begevene ende aftotreckene. In dre dagen der na biginnet die tekenen ende die schepnisse vanden lichame. Ende in ses dagen daer na verwandelt bloet van menstrua in sperma, welke bloet is ghedeelt in vijf pertien also lang alst kint is inder moder lichame. Dat een deel verwandelt in spermaten ende dan wassen die leden comende van II saden. Dander deel dat dicke ende grof is welke die hette doet clonteren ende wert verwandelt in vleisk. Ende dat darde deel dat dun ende subtijl is welke die coude verclondert wert, verwandelt in smere. Dat vierde deel vanden gueden [fol. 16v] blode, welke overblec van allen desen, gaet totten mammen ende levert melc. Dat vijfte deel, welke overbloiet van allen desen vorseider pertien, blivet inden moder totten dage dat sy verledich wert. Ende na dessen XV dagen van der eersten concepcien tot die XII dagen daer na volgende, so wasset bloet verscheiden vleisch ende maect de herte ende levere. De hersenen beginnen to verbliken ende der na verbliket de navele ende in IX dagen der na so recket dat hovet vanden scouderen, den buke vanden siden. Ende in IIII dagen daer na so ist volmaect ten lichame. Ende in V dagen der na, dat sijn XLV dagen to samen, so gevoelt ende dit ghedubbelt: dat sijn XC dagen. Dan heftet mach dattet roert ende te IX maenden ist gheboren. Mer dese regule falleert ondertiden, al gevallet in die meeste menichte.

Ende daer om dat vleisk ende die vetheide sijn alleen ghe genereert vanden menstruosen blode. Mer beenren ende croselen ende bijnselen, zenen, coerden, arterien, aderen ende valekinen ende die huut sijn ghegenereert van II saden, soet oercunt Avicenna ende alde auctoers. Ende waer enich der vorseiden leden af gesneden, daeren worde nymmermeer weder gheen ghewonnen -als Seneca seit-, si en waren vanden II saden niet meer. Vleisk wast volkomeliker weder, want sine materie is bloet. Dese voerseide leden hebben diverschen hulpe in den lichame.

Die bene sijn cout ende droge. Ende hets noet datter vele sijn [fol. 17r] in den lichame. Als Seneca seit, teen lit soude roren sunder tander dat en mochte niet sijn waret al een been. Tghetal der benen ende hoer scepnisse wert gheseit in II boeken.

Croselen sijn cout ende droge ende is morwer dan been ende herder dan vleisk. Ende het hevet ses hulpen in den lichame. Teerste dattet herde been niet en soude sijn coppelt metten morwen leden sonder middelare.Tander dattet herde niet en soude quetsen dat morwe lit in deen tijt der wrivinge jof hortinge. Derde is dat die beenre der juncture die int einde sijn croselich soude hebben sachte wrivinge in die juncturen. Dat veerde is dattet sijn biden benen omme dattet soude sustineren die braden ende dat sijn die musculen rorende tlit sonder dat been alse is dat overste oghelit. Tvifte omme dat in somen steden is noetsakelic vast te maken enich dinc dat niet wel hert en is, alse is de strote, want die einde van der stroten is croselich. Tseste omme dat het is van node some leden hebbe stijfnisse ende bondinge dat si mogen luken ende ondoen ende bonden, alse die noes locken ende die oren.

Die bijnsele is cout ende droge. En comet uten benen ende hevet vorme ende substancie ghelijc ene zenuwen nochtan en set niet, ende nochtan beseffet niet mer hets bondende. Ende hevet IV hulpen. Teerste dattet bijndet teen been mitten anderen so dattet een lit mach roren sonder ander ende hets bondeerliken ende ongevolentliker. Ende daer om want [fol. 17v] waret beseffentliken het soude dogen grote pine in die rorenge der iuncturen. Ende waret so dattet waer stijf soe en soude dat een lit niet mogen roren sunder dat ander. Dat ander is dat het is gemenget mit zenuwen om to maken coerden ende musen. Die derde hulpe is dat het is in die stede van somen zenuwen. Die veerde hulpe is dat die innerste leden sijn daar mede up ghecoppelt alse de mage ende die moder ende andere welke bi hem up wert gehangen werden.

[III] De volgende lering van het eerste traktaat is een som en een kapittel van de anatomie, vormen en samengesteldheid met hulp van alle leden. En hoe dat kind wordt verwekt in het moeder lichaam en hoe elk lid wordt gewonnen en van wat natuur elk lid is en waartoe dit dient het lichaam en welke leden mogen verloren of verlamd worden of mismaking der leden.

 

Omdat Galenus zegt dat het noodzakelijk is dat de chirurg de anatomie weet of het maken van de leden van het lichaam en dat hij niet gelooft dat een breed bindsel een velletje is en ook dat een rond bindsel geen zenuw is en deed hij dat in zijn werk zo mocht hij vallen in dwalingen. Ook heb ik voor genomen te maken een goed kapittel van de natuur en van de hulp en van de vormen van dergelijke leden. Want, zo Avicenna zegt, kennis der dingen die de zaak heeft die mogen niet gekend zijn dan bij hun zaken. Daarom moeten wij opmerken de zaak van dergelijke leden.

En daarom zegt Galenus dat het kind wordt gevormd en gemaakt in het moeder lichaam van 2 zaden als het zaad van de man en wijf. En als deze 2 zaden zijn ontvangen in de moeder zo sluit het zich goed vast tezamen zodat de punt van een naald daar niet in zou mogen gaan. En binnen de eerste 6 dagen begint de natuurlijke hitte de geest te beroeren die daar indaalde met de 2 zaden en meest met het zaad van de man om te maken een geest alzo wel tot de ziel als tot het lichaam. En binnen deze tijd zo begeert het geen voedsel van het bloed van de menstruatie. Maar daarna zo begint het bloed van menstruatie het te begeven en af te gaan. In drie dagen daarna begint het teken en de schepping van het lichaam. En in zes dagen daarna verandert het bloed van de menstruatie in sperma, welk bloed is verdeeld in vijf partijen alzo lang als het kind is in het moeder lichaam. Dat ene deel verandert in sperma en dan groeien de leden die komen van de 2 zaden. Het andere deel dat dik en grof is die de hitte doet klonteren wordt veranderd in vlees. En dat derde deel dat dun en subtiel is die door de koude geklonterd wordt verandert in vet. Dat vierde deel van het goede bloed wat overbleef van al deze gaat tot de mammen en levert melk. Dat vijfde deel, wat overbleef van al deze voor vermelde partijen, blijft in de moeder tot de dag dat ze geleegd wordt. En na deze 15 dagen van de eerste conceptie tot de 12 dagen die daarop volgen zo groeit het bloed verschillend van vlees en maakt het hart en de lever. De hersens beginnen te blijken en daarna blijkt de navel en in de 9 dagen daarna zo rekt het hoofd van de schouder en de buik van de zijde. En in 4 dagen daarna zo is het volmaakt van lichaam. En in 5 dagen daarna, dat zijn 45 dagen tezamen zo voelt het en dit verdubbeld: dat zijn 90 dagen. Dan heeft het het macht dat het beweegt en te 9 maanden is het geboren. Maar deze regel faalt ondertussen, al gebeurt het wel in de grootste menigte.

En daarom omdat vlees en de vetheid alleen zijn gegenereerd van het menstruatie bloed. Maar beenderen en kraakbeen en bindsels, zenuwen, koorden, slagaders, aderen en velletjes en de huid zijn gegenereerd van 2 zaden, zo het verkondigt Avicenna en al de auteurs. En was er enige van de voor vermelde leden afgesneden, daar wordt nimmermeer weer een gewonnen -zoals Seneca zegt-, ze waren van de 2 zaden en niet meer. Vlees groeit volkomen weer want zijn materie is bloed. Deze voor vermelde leden hebben diverse hulp in het lichaam.

De benen zijn koud en droog. En het is nodig dat er veel zijn in het lichaam. Zoals Seneca zegt, het ene lid zou bewegen zonder de andere, dat kan niet zijn al was het al 1 been. Het getal der benen en hun schepping wordt gezegd in 2 boeken.

Kraakbenen zijn koud en droog en zijn murwer dan been en harder dan vlees. En het heeft zes hulpen in het lichaam. Ten eerste dat het harde been niet zou gekoppeld zijn met de murwe leden zonder mi borstbeen. De andere dat het harde niet zou kwetsen dat murwe lid in de ene tijd der wrijving of stoten. De derde is dat de beenderen de gewrichten, die in het einde zijn kraakbeenachtig, zouden hebben zachte wrijving in de gewrichten. Dat vierde is dat ze zijn bij de benen omdat ze zouden ondersteunen het spiervlees en dat zijn de spieren die bewegen het lid, uitgezonderd dat been zoals is dat bovenste ooglid. Het vijfde omdat in sommige plaatsen het noodzakelijk is enig ding vast te maken dat niet goed hard is, zoals is de strot, want het einde van de strot is kraakbeenachtig. Het zesde omdat het nodig is dat sommige leden hebben stijfheid en banden zodat ze mogen sluiten en openen en banden zoals de neus sluiten en de oren.

Dat bindsel is koud en droog. En komt uit de benen en heeft vorm en substantie gelijk een zenuw, nochtans zet het niet en nochtans voelt het niet maar het is gebonden. En heeft 4 hulpen. Ten eerste dat het verbindt het ene been met de andere zodat het ene lid mag bewegen zonder het andere en het is gebonden en ongevoelig. En daarom want was het gevoelig het zou gedogen grote pijn in het bewegen der gewrichten. En was het zo dat het was stijf zo zou dat ene lid niet mogen bewegen zonder dat andere. De volgende is omdat het is gemengd met zenuwen om te maken koorden en spieren. De derde hulp is dat het is in de plaats van sommige zenuwen. De vierde hulp is dat de binnenste leden zijn waaraan gekoppeld zijn de maag en de baarmoeder en andere welke bij hem worden opgehangen.

 

 

 

Die zenuwe is cool ende droge ende comet vander hersene jof van der morch des rugge beens. Van der hersenen comen VII paer ende van der morch XXX paer ende een oneffene. Ende al gader sijn si beseffende ende rorende. Ende si sijn witsterc ende tax ende si brengen beseffen ende roren in den leden. Mer die delinge der leden waer een lange leringe ende wel af to spreken want die intenci des bokes is niet dan to houden die anathomien der leden welke noet is die cirurgijn instrumenten. Ende in die ander tractaet dis bokis is screven die scepnisse der zenuwen ende die zenuwichghe steden in den welken men moet sijn behendich in dat sniden ende in dat cautereizeren.

Die arterie sijn heet niet om haer leder lichaem, die cout ende droge sijn, mer omt levende bloet ende om die gheest der herten Ende sie hebben II rocken sunder een arterie ende die gaet totter longen. Mer die innerste rock is grover ende vaster jof sterker om dattet houdet [fol. 18r] dat warme bloet. Ende dat begin der arterien is ander luchter siden der herten ende daer wassen II arterien uut. Ende die een gaet vier longen ende hevet een roc ende is up ter longen gedeelt ende daer in eindet. Ende het brenget bloet ende levende gheest ter longen der mede hets gevoet ende het draget van der longen lucht totter herten omme temperen sijn fumige hetten. Ende dese arterie wert geheten venalis ende hevet mer enen roec om dattet bloet vodenden die longene to lichter soude dader doer mogen zweten. Die ander arterie die mit deser wasset van der luchter camer der herten hevet II rocken want den enen roec en gedogede niet de stercheide der beroringen ende die gheest om dat in die arterie is wal lijf ende behouvet voele wachtens. Ende daer om hebben sie III hulpen. Teerste hulpe is dat hem leden is die voele lucht totter herten alse die leden sijn uut hoer proper steden. Die ander hulpe is datte fumeye in bedwanc si uut ghestekt. Die derde is dat die levende gheest by hem leden is gesent tot alden lichame. Ende dese arterie sijn ghedeelt in veel steden des lichamen. Mer in die capitelen der wonden salmen hebben waer men die arterien sal scuwen.

Die aderen om hoer leden lichame sijn cout ende droge ende om tbloet in hem leden wesende so sijn si heet. Ende alle comen si van der lever. Ende in die holhede der leveren wassen II aderen die trecken die spise van der magen [fol. 18v] ende vanden darmen by den aderen die heten myserayce die van hem leden spruten ende die spise breden over al die lever bi clenen aderen. Een ander ader comet van der rugge der levere ende is gedeelt over alden lichame ghelijc een arterie ende het ghevet voetzele tot alden lichame.

Die vellekine sijn van subtilen draden der zenuwen om dat si coude ende droge sijn. Si sijn beseffenlike. Ende si hebben III hulpe. Teerste hulpe is dat si binden voele dingen in een schepnisse, als is vellekijn dat die bijndet die VII beenren des hovedes. Dat ander hulpe is dat si coppelen somme leden mit anderen alse gelijc der nieren ende moder an den rugghe been. Die derde hulpe is dat si somme leden die bi naturen sijn onbeseffenliken beseffen bi den welke kijn hem dorbinden als is die longen, de levere, de mitte milte, die nieren. Want sine beseffen niet van hem selven sonder bider velleken hem leden verbenden.

Vleisk is heet ende versh. Ende daer esser III maneren. Een simpel vleisk is dat vullet die scheerden vanden leden daer vleisk of been is uut verloren ende dat herde leden niet en souden to gader wriven. Ende ander vleisk is glandich ende dattet soude bekeren verscheden te sire verwec, ghelic dattet glandich vleisk der mammen bekeert dat bloed comende van der moder in melke ende die glandich vleisk der caken [fol. 19r] maket spekele. Die derde maneer van vleisk is in der musen ende is menget mit den subtilen draden der coerden.

Die huut is getempert ende menget mit subtilen draden der zenuwen, der aderen ende der arterien. Dese maken beseffende ende gheven hem leven ende voetsel dat het soude sijn die decsel van alden lichaem. Ende die huut is getempert in heten ende in couden, mer in verscheiden, in droeghten, in moruheden, in scherpheiden, in licheiden dattet ghetemperlike soude beseffen. Want wert dat besiene gelijc eenre zenuwen, die mensche en soude niet ghedogen mogen noch hette noch coude noch hine soude niet en mogen onderscheiden hette, coude, vershede, drochte, herthede ende moruhede.

Die musen sijn maket van vleisk, zenuwen ende binzelen ende het sijn die instrumenten der williger beroringe. Alle die zenuwen comen van der hersene ende vanden moghe der ruggebeen. Omme dat die leden te roren so ist gemenget mit enen bijnsele ende daer of wert maket ene coerde om dre hulpen. Die eerste hulpe is om dat een simpel zenuwe is seer beseffenlic. Ende om dat die grote beseffene en mochte gheen pijn doghen in die roringe. Mer die onbeseffenlic bijnsele minder sijn beseffene die menghende der zenuwen. Ende der bijnzele is een coerde rorende der leden ten wille van der menschen alset crimpet jof recket jof verwringet. Ende als simpel vleisk is gemenget mit dezer coerden [fol. 19v] so ist die muus volmaect. Ende tvleisk is mede gemenget om III saken. Teerste dat die coerden dader up soude rusten alset recket ende crimpet. Dander is dattet vleisk bewachtet die coerde datse niet te sere verdroget in de beroringe. De derde is dat die schepnisse der leden si te schoenre. Aldus is de muus ghemaect twelke is lanc ende an die ene syde luttel crum ende hets gecleet mit enen vellekine. Ende als die coerde comet in die muus so ist daelt in vele draden om ander coerden to maken om dattet noetzaeclic is in den menschen lichame.

De zenuw is koel en droog en komt van de hersens of van het merg van het ruggenbeen. Van de hersens komen 7 paar en van het merg 30 paar en een oneffen. En allemaal zijn ze gevoelig en bewegend. En ze zijn uiterst sterk en taai en ze brengen gevoel en beweging in de leden. Maar de verdeling der leden was een lange lering en goed van te spreken want de intentie van het boek is niets anders dan te houden de anatomie der leden welke nodig is voor de chirurgische instrumenten. En in het ander traktaat van dit boek is beschreven de schepping van de zenuwen en de zenuwachtige plaatsen waarin men moet handig zijn in dat snijden en dat cauteriseren.

De slagaders zijn heet en niet vanwege hun leerachtig lichaam, die koud en droog zijn, maar om het levende bloed en om de geest van het hart. En ze hebben 2 rokken uitgezonderd een slagader en die gaat tot de longen. Maar de binnenste rok is grover ende vaster of sterker omdat het dat warme bloed bevat. En dat begin der slagaders is aan de linkerzijde van het hart en daar groeien 2 slagaders uit. En de ene gaat naar de longen en heeft een rok en is op de longen verdeeld en daarin eindigt. En het brengt bloed en levende geest ter longen waarmee het is gevoed en het draagt van de longen lucht tot het hart om te temperen zijn rookachtige hitte. En deze slagader wordt geheten venalis  en heeft maar een rok omdat die het bloed voedt zodat de longen te lichter daardoor zouden mogen zweten. De andere slagader die met deze groeit van de linker kamer van het hart heeft 2 rokken want de ene rok gedoogt niet de sterkte van het bewegen en de geest omdat in die slagader is wel leven en behoeft veel oplettendheid. En daarom heeft het 3 hulpen. De eerste hulp is dat tot hem leiden veel lucht tot het hart als de leden uit hun goede plaats zijn. De andere hulp is dat de rook in bedwang uitgebracht wordt. De derde is dat die levende geest bij de leden is gezonden tot het hele lichaam. En deze slagader is verdeeld in veel plaatsen van het lichaam. Maar in de kapittels der wonden zal men hebben waar men die slagaders zal schuwen.

De aderen om hun leden lichaam zijn koud en droog en om het bloed in de leden zo zijn ze heet. En alle komen ze van de lever. En in de holte van de lever groeien 2 aderen en die trekken de spijs van de maag en van de darmen bij de aderen en die heten myserayce die van die leden spruiten en de spijs verspreiden over al de lever door kleine aderen. Een andere ader komt van de rug der lever en is verdeeld over het hele lichaam gelijk een slagader en het geeft voedsel tot het hele lichaam.

De velletjes zijn van subtiele draden der zenuwen omdat ze koud en droog zijn. Ze zijn gevoelig. En ze hebben 3 hulpen. De eerste hulp is dat ze binden veel dingen in een schepping zoals is het velletje die bindt de 7 beenderen van het hoofd. De andere hulp is dat ze koppelen sommige leden met elkaar als gelijk de nieren en de baarmoeder aan de ruggengraad. De derde hulp is dat ze sommige leden die van naturen zijn ongevoelig en gevoelig worden waarbij het velletje ze verbindt zoals is de longen, de lever, de middelste milt en de nieren. Want ze voelen niets van zichzelf uitgezonderd door het velletje dat die leden verbindt.

Vlees is heet en vochtig. En daarvan zijn 3 soorten. Een enkelvoudig vlees is dat vult de scheuren van de leden daar vlees of been is uit verloren en dat de harde leden niet tezamen zouden wrijven. En ander vlees is klierachtig en dat het zou veranderen verschillend tot zijn werk gelijk dat het klierachtig vlees der mammen verandert dat bloed dat komt van de baarmoeder in melk en het klierachtig vlees der kaken maakt speeksel. De derde soort van vlees is in de spieren en is gemengd met de subtiele draden der koorden.

 

De huid is getemperd en gemengd met subtiele draden der zenuwen, de aderen en de slagaders. Deze maken gevoel en geven hem leven en voedsel zodat het zou zijn het deksel van het hele lichaam. En de huid is getemperd in hitte en in koude, maar in verschillende, in droogte, in murwheid, in scherpheid, in lichtheid zodat het gematigd zou voelen. Want wordt dat bezien gelijk een zenuw, de mens zou niet gedogen mogen nog hitte, nog koude, nog hij zou niet mogen onderscheiden hitte, koude, vochtigheid, droogte, hardheid en murwheid.

De spieren zijn gemaakt van vlees, zenuwen en bindsels en het zijn de instrumenten der gewillige beweging. Alle zenuwen komen van de hersens en van het merg van de ruggengraad. Omdat het de leden beweegt zo is het gemengd met een bindsel en daarvan wordt gemaakt een koord om drie hulpen. De eerste hulp is omdat een enkele zenuw zeer gevoelig is. En vanwege dat grote gevoel mag het geen pijn gedogen in de beweging. Maar het ongevoelige bindsel vermindert zijn gevoel in het mengen van de zenuwen. En het bindsel is een koord die beweegt de leden ter wille van de mens als het krimpt of rekt of wringt. En als enkel vlees is gemengd met deze koorden zo is de skeletspier volmaakt. En het vlees is mede gemengd om 3 zaken. Ten eerste dat de koorden daarop zouden rusten als ze rekken en krimpen. De andere is dat het vlees bewaakt de koorden zodat ze niet te zeer verdroogt in het bewegen. De derde is dat de schepping der leden is te mooier. Aldus is de skeletspier gemaakt die lang is en aan de ene zijde wat krom en het is bekleed met een velletje. En als het koord komt in de skeletspier is het verdeeld in vele draden om andere koorden te maken omdat het noodzakelijk is in het menselijke lichaam.

 

 

[V] Die derde leringe des iersten tractaet welc houdende is XV capittelen. Dat ierste is een ghemeen sermoen van wonden al des lichames

Wi sullen weten wonden, plagen, sweren fistulen, kanckeren, sweringen, ontledingen fracture, apostemen. Alle dese sijn solucien der continuiteit dats helende. Dat sijn evelen des lichaems dats to weten der anbochtiger leden ende zeecten der consimilre leden, want alle dese mogen vanden ghelike leden niet om die anbochtiger leden ende anbochtige lede om de gelike. Ende deser nader wareit scelen want die een wert wel dicwijl genomen over dat ander. Mer de wonden werden geheten solvaen continuiteit aft gemaect esmit uutganinge des bloets versch vander tijt. Ulcus is solva, continuiteit staphants vulgemaect ende verouderet. Ende plaga wert genomen meenlic [fol. 20r] over wonden ende sweren. Men fijnt oec dicwile gheseit in medicinen dat ulceren onderwilen werden geheten wonden. Als ypocras seyt dat iarige wonden is moghelic dattie been in hem gearget werden ende ghemaect werden holen cicaterzen ende daer werden oude wonden genomen over ulceren. Fistel, cancker, apostemen hebben hoer onderscheit alsoet namels bliken sal.

Die wonden sijn somme simpel, somme gecomponeert, dats gemaect, ende werden seit totter onderscheit der componeerder in II maneren. Die eerste maneer wert die wonde gheseit simpel mitten welker gheen verlees en is van substancien of vleische. Die ander wert geseit simpel mit welker gheen discrasi of quaet to gheval en is. Ende de componeerde wert geseit de rechte contrari. Mer de wonden beide simpel ende componeerde som werden in dat vleisk of zenuwen of aderen of benen of arterien die welke wonden hebben. Diversche hulpen als ghi horen selt want some comen van saken van binnen als van quaetheiden der humoren. Want grote menichte dats veel hede van hem sijnt ende doerboert ende wont ende ulcereert onderwilen dat het lettet van binnen of van buten ende heet quade complexie als hetten die verbernt ende ulcereert coude stringeert, droecte sindet ende clovet. Mer de warheide sunder materien en maect gheen wonde. Mer onder tiden mit materien so wont sie ende dat valt [fol. 20v] selden ende dan sijn si alte seer spannende. Die ander sake van buten werden oec des gelike gediverseert als onderwilen wert de wonde gemaect mit enen sweerde of mit enen anderen snidende wapen ende sulke gevallet overlangs ende sulke overduers ende sulke wonden gesteken als mit preckelen wapen in gaende als messe gescutte. Ander wonden gemaket mit stenen, staven, colven ende wapers, fallen ende deer geliken dat niet en snijt. Ander wonden vanden beten ende gesteken eens deers venijnt of verwoet of met die welke alle diverse sijn na diversicheit hare saken ende deer geliken, so moten si oec die curen diverseren, somen hiir na sal scriven in elc sijn capitel. Ende daer om seg ic dat die meninge der curen der wonden ende alder solucien des continuiteit dats der heelheiden is een warachtige consolidacie ende restauracie de welke in allen steden niet werden mach. Want werden de anbochtige leden of geslegen, nemmermeer sullen si werden restaureert alse benen, vellekinen, coerden vanden anderen alsoet boven ghetoget is. Mer in die stede der verlorenne dinge so werct die natuur een ander dinc welc datter vervult die stede des verlees, mer tvleisk wes materi is bloet, welc dagelix wert gewonnen in ons, dat nemet wel warachtiger restauracien. Mer vanden zenuwe, aderen ende arterien so seggen somme dat si niet en werden consolideert mit warachtiger consolacien, mer datsi werden consolideert lijc den been. Andere seggen [fol. 21r] dattet wert, mer Galieen ende Avicenna ende ic die besocht hevet hoer seggen in dit deel segghe dat si werden consolideert mit ware consolacien als die scheidinge cleen is ende als die zenuwen versche ontwe gesneden sijn ende dan genayet werden, mer si en en werden niet consolideert mit consolidacien alse haer scheidinge groet is ende de reden concordeert dats beide de zenuwe sijn moru ende viscosich entaer om sijn si onderhorich den consolidacien specialiken als si versk vergadert werden. Mer de aderen ende de arterien om die jegenwoerdicheit des bloets so wert hem oec ghehulpen to der consolidacien ende dats openbaer in der fleubotomien die dagelix wert consolideert want alle die boven geseide wonden der diversicheit der leden in die welke dat si vallen. Ende na dier diversicht der saken ende der instrumenten der mede si ghemaket is stelen na vormen ende wesen ende na der saken of to vallen van omgeliken alsoe ic componeert hebbe te setten ende sunderling capitel to ordineren ende eerst van wonden welc in vleiske wel sal tracteren hiir na.

[V] De derde lering van het eerste traktaat die 15 kapittels bevat. De eerste is een algemene preek van wonden van het hele lichaam.

We zullen weten van wonden, plagen, zweren, fistels, kankers, zweren, ontledingen, fracturen en abces. Al deze zijn oplossingen der continuēteit, dat is helend. Dat zijn euvels van het lichaam dat is te weten de werkende leden en ziekten der gevoelige leden want al deze mogen van dergelijke leden niet vanwege de werkende leden en werkende leden om dergelijke. En deze verschillen naar de waarheid want de ene wordt wel vaak genomen voor de andere. Maar de wonden worden geheten opgeloste continuēteit, als het gemaakt is met het uitgaan van het bloed vers van de tijd. Zweer is solva, continuēteit gelijk volmaakt en verouderd. En plaag wordt algemeen genomen voor wonden en zweren. Men vindt ook vaak gezegd bij dokters dat blaren ondertussen worden wonden geheten. Zoals Hippocrates zegt dat het bij eenjarige wonden mogelijk is dat het been in hem geĎrgerd is geworden en gemaakt worden holle cicaterzen (fistels?) en daar worden oude wonden genomen voor blaren. Fistel, kanker en zweren hebben hun onderscheid alzo het later wel zal blijken.

De wonden zijn soms enkelvoudig, soms samengesteld, dat is gemaakt, en wordt gezegd ter onderscheidt van de samengestelde op 2 manieren. De eerste manier wordt de wond enkelvoudig gezegd waarmee geen verlies in is van substantie of vlees. De andere wordt enkelvoudig gezegd waarmee geen discrasi of kwaad toeval in is. En van de samengestelde wordt het recht tegenover van gezegd. Maar de wonden beide enkelvoudig en samengesteld worden soms in dat vlees of zenuwen of aderen of benen of slagaders en die wonden hebben diverse hulpen zoals ge horen zal want sommige komen van zaken van binnen als van kwaadheid der levenssappen. Want een grote menige dat is een hoeveelheid van hen zijn doorboort en verwond en blaren ondertussen zodat het hindert van binnen of van buiten en heet kwade samengesteldheid als hitte die verbrand en blaart, koude vastbindt, droogte zendt en klooft. Maar in de waarheid zonder materie maakt geen wonden. Maar ondertussen met materies zo verwondt ze en dat gebeurt zelden en dan zijn ze al te zeer gespannen. De andere zaak van buiten wordt ook dergelijke gescheiden zoals ondertussen; wordt de wonde gemaakt met een zwaard of met een ander snijdend wapen en soms gebeurt het in de lengte en soms overdwars en sommige wonden gestoken als met prikkelende wapens die ingaan zoals messen en geschut. Andere wonden gemaakt met stenen, staven, kolven en wapens, vallen en dergelijken die niet snijden. Andere wonden van de beten en steken die er venijnig of dol zijn of met die welke alle verschillend zijn naar de verschillen van hun zaken en dergelijken, zo moeten ze ook in de behandeling verschillen zo men hierna zal schrijven in elk zijn kapittel. En daarom zeg ik dat de bedoeling der behandeling van de wonden en de hele oplossingen van de continuēteit dat de heling is een ware samenvoeging en restauratie die in alle plaatsen niet gebruikt kan worden. Want worden de werkende leden afgeslagen, nimmermeer zullen ze worden gerestaureerd zoals benen, velletjes, koorden van de aderen alzo het boven getoond is. Maar in de plaats der verloren dingen zo bewerkt de natuur een ander ding die opvult de plaats van het verlies, maar het vlees wiens materie bloed is wat dagelijks wordt gewonnen in ons dat neemt wel echte restauratie. Maar van de zenuwen, aders en slagaders zo zeggen sommige dat ze niet worden vastgelegd met echte samenvoeging, maar dat ze worden vastgelegd gelijk de benen. Anderen zeggen dat het wel wordt, maar Galenus en Avicenna en ik die onderzocht heb hun zeggen in dit deel dat ze worden vastgelegd met ware samenvoeging als de scheiding klein is en als de zenuwen vers stuk gesneden zijn en dan genaaid worden, maar ze worden niet vastgelegd met samenvoeging als hun scheiding groot is en de reden bevestigt dat als beide de zenuwen murw en kleverig zijn en daarom zijn ze speciaal onderhorig aan de samenvoeging als ze vers verzameld worden. Maar de aderen en de slagaders om de tegenwoordigheid van het bloed zo worden ze ook geholpen tot het samenvoeging en dat is duidelijk in de flebotomie (aderlating met insnijding van de ader) die dagelijks wordt vastgelegd want boven de al vermelde wonden der diversiteit der leden waarin dat ze vallen. En naar die diversiteit der zaken en de instrumenten waarmee ze gemaakt zijn stellen ze zich naar de vormen en wezen en naar de zaken of toevallen van ongelukken alzo ik samengesteld heb te zetten en vooral een kapittel te ordenen en eerst van wonden welke ik in het vlees goed zal weergeven hierna.

 

 

 

[VI] Dat ander Capittel is van wonden de int vleisch ghemaket sijn myt scerpe intrumenten

                                                                                                                             

Als wonde is maect int vleisk mit enen glavien jof mit enen knive jof mit enen pile jof der geliken, so salmen de wonde luken ende bijnden daer up twitte van enen ey ende doen den seken rusten ende hets gheen noet van anderen curen [fol. 21v] als die wonde niet en sweert. Mer ist datter is grote sweringe. so salment cureren, alsoet wert gheseit in dat capitel der zenuwen. Ende ic ghenas een man van LXX jaren die steken was mit eenre glavien in die hancke wel een foets deep ende meer. Ende het en genakekede gheen zenuwen dat wisec wel bi dat die wonde niet en swoer. Ic helt die wonde open enen dach mit eenre corter weke ende ic dede hem gaen rusten ende nuchterens wasser in de wonde gheen sweringe noch swellinge, ende doe dede ic uut die weke ende liet die wonde luken ende ic dede hem gaen rusten ende ten derden dage was hy nesen. Eest dat een wonde si slagen mit enen sweerde jof der geliken over lanx een lit ende die wonde dan clene is ende dat sie gheen noet en hevet van nayen ende dan salmen die lippe der wonden to gadere luken ende leggen daer up pulver maect van II delen wirox° ende een deel draken bloet° ende dre delen levende calc°, so dat die pulver bynnen in die wonde niet come. Mer boven ende up die pulver salmen leggen een cledeken genat in II deel wits van enen eye ende een deel oly rosaet° te gader geslegen ende daer om salmen leggen een in hocke de cussinoel van scoppen, aldus gemaket  ja en elke side een cussineel

so dat die II cussinelen houden die wonden aldus geloken

  ende dese wonden mit de cussinelen salmen bijnden mit eenre scroden overdwers aldus  ende men salt also laten tot IIII dagen jof ten [fol.22r] waer dat si seer begonste to sweren jof to apostenieren ende ten vierden dage salment onbijnden ende leggen daer up die voerseide pulver ende bijndent mitten cussinelen alsoet voerseit is. Ende ist also datte wonde wel groet is jof overdwers der leden so dattet bijnden niet sufficeert, dan salmen die wonde nayen. Ende eerst salmen die lippen to gader luken ende wel wachten datter gheen dinc in vallet der tuschen die lippen. Ende dan salmen hebben een dre cante naelde ende dat oge ghegrovet so dat die draet der in mach leggen ende het moet sijn een twijndraet slect ende sonder knoep ende gewasset. Ende men sal den lippen van der wonde to gader nayen so dat elke steke hevet II knopen. Ende ten eerste knope wert die draet twe werve doersteken ende te maetliken te gadere dwongen sodat die wonde niet to sere en sweret ende oec dattet niet en sy alinge sonder sweringe ende dat die lippen niet en bliven verscheiden. In dien anderen knoep der vorseide steke en salmen die draet mer een werve doer steken. Ende men salre maken so vele steken alst noet is so dattet tusken elken steke si dat spaci van enen cleinen vinger breet. Ende ist dattet is noet van meer steken dan van II, men salse al toes maken oneffene alse III of V ende also voert. Men sal maken een steke een vinger male breet vanden enen einde der wonden ende een ander steke in dander einde ende die [fol. 22v] derde steke in die middele der wonden. Ende ist noet van meer steken, so salmen na der voerseide leringe maken die steke tusken die steken in dat middel van der wonden ende die steke die in dat einde is. Ende aldus en salmer een deel der wonden ontcrimpen. Ende ist sake dat die wonde is ondepe als in die huut, so salment ondepe nayen so dat alle die deren der wonden mogen vergaderen, want wert saec dat een diepe wonde ondeep werde naiet, so seldet bynnen hol bliven daer dat bloet ende ettere soude in vergaderen ende beletten die wonde to helen. Int nederste deel der wonden salmen een conduut openlaten om die wonde to zuveren. Op ten naet der wonden salmen leggen pulver ende cussineelen voergeseit ende daer op bijnde. Ende ist alsoe datte wonde etter maket bi verandringe der lucht, dan salmen die wonde suveren mit een suverende plaester maket van terwenmele ende honich ende water jof van honich rosaet° gecleinset ende gherstenmele. Ende ist dat die wonde hevet vele to vallen, al so datter is verlees van der huut ende van vleiske ende is daer voel etters ende een aposteem jof een quade ongetemperthede, so salmen alder eerste cureren die zweringe (alsoet voerseit is in sijn capitel) ende sachtende ongetemperthede ende die apostemen ende daer na die etter to zuveren ende daer na dat vleisk doen wassen ende huden. In allen werken der medicinen der zweringen is, salmen eerst die zweringe sachten. Galieen seyt dat boven allen dingen de zweringe verslaet de craft want [fol. 23r] sweringe trecket die humoren. Avicenna seit dat bi II saken trecken de humoren ten swerende leden. Teen is om datte natuur derwert loept mitten geest ende mitten humoren; tander is om dat zweringe crancket tlit ende to crancken leden vloyen die humoren ende die gheesten. Alre eerst salmen cureren die quade ongetempertheit jof die apostemen ende der na die wonden.Want Galieen ende Avicenna seggen dat alle helende dingen deren de wonde up datter is een apostema. Eerst salmen die etter zuveren eer dat men die medicijn daer in doet, de vleisk genereert. Avicenna seit dat quaet vleisk wasset in die wonde om dat men vleisk wil doen wassen in wonden eer die wonde is wel ghesuvert ende alst suvert is, so salment fullen mit gueden vleiske, eer dat ment luket up dat bynnen niet hol en blive. Want der soude etter in vergaderen ende weder uutbreken.

Men sal die zweringe minren, alsoet wert gheseit in dat capitel der zenuwen. Apostume ende quade to vallen der wonden salmen cureren, alsoet screven is int IIII capittel volgende. Men sal die etter suveren ende vleisk doen wassen alsoet wert geseit int capittel van ouden openen seren ende in dat Antidotarie.

 

[VI] Dat volgende kapittel is van wonden die in het vlees gemaakt zijn met scherpe intrumenten.

 

Als een wond is gemaakt in het vlees met een lans of met een mes of met een pijl of dergelijke dan zal men de wond sluiten en binden daarop het witte van ei en laat de zieke rusten en andere behandeling is niet nodig als de wond niet zweert. Maar is het dat er een grote zweer is zo zal men het behandelen alzo het wordt gezegd in het kapittel der zenuwen. En ik genas een man van 70 jaren die gestoken was met een lans in de heup wel een voet diep en meer. En het raakte geen zenuw en dat wist ik wel omdat de wond niet zweerde. Ik hield de wond open een dag met een korte doek en ik liet hem gaan rusten en ‘s ochtend was er in de wond geen zweer nog zwelling en toen ik de doek uit deed en de wond liet sluiten liet ik hem gaan rusten en de derde dag was hij genezen. Is het dat een wond is geslagen met een zwaard of dergelijke in de lengte van een lid en de wond dan klein is en dat het geen nood geeft van naaien dan zal men de lippen der wonden tezamen sluiten en leggen daarop poeder gemaakt van twee delen wierook, (Boswellia thurifera)  en een deel drakenbloed (Daemonorops draco)  en drie delen ongbluste kalk zodat het poeder binnen in die wond niet komt. Maar boven en op het poeder zal men leggen een kleedje genat in 2 delen wit van een ei en een deel rozenolie tezamen geslagen en daarom zal men leggen een in hoekje het kussentjes van stoppen, aldus gemaakt, ja, en elke zijde een kussentje zodat de 2 kussentjes de wond aldus gesloten  houden en deze wonden met de kussentjes zal men binden met een zwachtel overdwars aldus en men zal het alzo laten tot 4 dagen of tenzij dat het zeer begint te zweren of te met abces en de vierde dag zal men het los maken en leggen daarop het voor vermelde poeder en binden het met een kussentjes alzo het gezegd is. En is het alzo dat de wond erg groot is of overdwars der leden zodat het binden niet voldoet dan zal men de wond naaien. En eerst zal men de lippen tezamen sluiten en goed opletten dat er geen ding invalt tussen de lippen. En dan zal men hebben een driekantige naald en dat oog gegroefd zodat de draad daarin mag liggen en het moet zijn een twijndraad recht en zonder knopen en gewassen. En men zal de lippen van de wond tezamen naaien zodat elke steek 2 knopen heeft. En bij de eerste knoop wordt de draad tweemaal doorstoken en matig tezamen gedwongen zodat de wond niet te zeer pijnigt en ook dat het niet geheel is zonder pijn en dat de lippen niet blijven gescheiden. In de andere knoop der voor vermelde steek zal men de draad er maar eenmaal doorsteken. En men zal maken zoveel steken als het nodig is zodat het tussen elke steek een ruimte is van een kleine vinger breed. En is het dat het nodig van meer steken dan 2 men zal ze altijd maken oneffen zoals 3 of 5 en alzo voort. Men zal maken een steek wel een vinger breed van het ene einde der wond en een andere steek in het andere einde en de derde steek in het midden der wond. En is het nodig van meer steken zo zal men naar de voor vermelde lering maken de steek tussen die steken in het midden van de wond en die steek die in dat einde is. En aldus zal men er een deel der wonden ontkrimpen. En is het zo dat de wond is ondiep zoals in de huid zo zal men het ondiep naaien zodat alle deren der wond mogen verzamelen want is het zo dat een diepe wond ondiep wordt genaaid zo zal het van binnen hol blijven daar het bloed en etter in zouden verzamelen en beletten de wond te helen. In het laagste deel der wond zal men een afvoer open laten om de wond te zuiveren. Op de naad van de wond zal men poeder en kussentje leggen als voor vermeld en daarop binden. En is het alzo dat de wond etter maakt bij verandering der lucht dan zal men de wond zuiveren met een zuiverende pleister gemaakt van tarwemeel en honing en water of van honing van rozen verkleint en gerstemeel. En is het dat de wond heeft vele toevallen alzo dat er is verlies van de huid en van vlees en is daar veel etter en een zweer of een kwade onregelmatigheid zo zal men allereerst behandelen de zweer (alzo het gezegd is in zijn kapittel) en verzachten de onregelmatigheid en de zweren en daarna de etter te zuiveren en daarna dat vlees doen groeien en behoeden. In alle werken der dokters daar zwering is zal men eerst de zwering verzachten. Galenus zegt dat boven alle dingen de zweer de kracht verslaat want een zweer trekt de levenssappen. Avicenna zegt dat bij 2 zaken de levenssappen tot de zwerende leden trekken. De ene is omdat de natuur daarheen loopt met de geest en met de levenssappen; de andere is omdat een zweer verzwakt het lid en uit de verzwakte leden vloeien de levenssappen en de geesten. Allereerst zal men behandelen de kwade onregelmatigheid van de zweer en daarna de wond. Want Galenus en Avicenna zeggen dat alle helende dingen deren de wond als er een zweer is. Eerst zal men dat etter zuiveren eer dat men de medicijn daarin doet die vlees genereert. Avicenna zegt dat kwaad vlees groeit in de wond omdat men vlees wil doen groeien in de wond eer de wond goed gezuiverd is en als het gezuiverd is dan zal men het vullen met goed vlees eer dat men het sluit zodat het binnen niet hol blijft. Want daar zou etter in verzamelen en weer uitbreken.

Men zal de zwering verminderen alzo het wordt gezegd in het kapittel der zenuwen. Zweren en kwade toevallen der wonden zal men behandelen alzo het geschreven is in het volgende 4de kapittel. Men zal de etter zuiveren en vlees doen groeien alzo het wordt gezegd in het kapittel van oude open zeren en in de Antidotarie.

 

 

 

Ende omdat leke cirurginen willen cureren alle manere van wonden vallende in alle maneren van leden mit een medicine, so ontpruvet Lancfrancke by een exempel dat het niet en mach sijn ende hy seyt aldus: waert so dat II leden van eens ontwaren ghewont op een wile up een stede van [fol. 23v] den lichame. Die een persoen is heet ende versk van complexien, die ander is cout ende droge. Die cirurginen seggen dat mense sal cureren beide mit eent medicien. Ende dats logen want den eersten persoen is anxte van coertze ende dat het lit mach apostemeren ende vanden anderen niet. Dit oercunt Galieen, Ysaac ende Avicenna.

Ist also dat de wonde niet voel en bloden, men sal bloet laten ande andre syde des lichaem up dat hy sterc is ende van gouden oude jof men sallen vencosen up dat hy cranc is ende men sal hem eens dagis doen ten camer gaen mit suppositorium of clisteren. Ist dat hijt natuurlic niet doet ende dan salmen die wonde bijnden jof nayen na dats to doen is, als voerseit is. Ende boven die wonde salmen leggen een colende medicien van bolo armenico°, oli rosaet° ende luttel azijns so dat die medicien comet totter einde vander wonden, up dat die humoren niet en mogen derwert lopen om aposteem to maken. Men sal hem verbeden wijn ende fleisk, melc, eyere ende viske ende alle spise die voel bloets maken. Hy sal eten wellinge van haveren mele jof gherstenmele mit mandelen ende arme spize tot dat die wonde is versekert van apostemen. Ende ist dat men dese wel wachtet van coertzen ende van aposteme, hy wert rask nesen

Den anderen salmen gheen bloet laten noch ventosen setten, want men sal tbloet in hem wachten ghelijc een tresor scat; hy sal nutten wijn ende vleisk, want sijn mage ende sijn aderen sijn to cranc omme vulcomen materie to genereren ter wonde. Ende in desen [fol. 24r] comet gheen coerts noch apostem om dat sijn complexi is cout ende droge. Nochtan vijntmen een medicijn daer men mede doet diversche werken in diversen complexien van lichamen ende dats coperose°. Want doet ment in wonden van drogen lichame, het winnet vleisk.

Galienus seit ist dat II wonden hebben even vele etters ende die ene wonde is in ene droge lit ende die ander in een versk lit, die wonde in dat droge lit behovet droge medicinen. Ende ist dat wonden sijn in II leden eens van complexien ende dat ene lit hevet vele atters ende dat ander luttel die vele etters hevet, behovet medicien meest drogende.

Jan van Damas seit medicinen ende plaesteren moten sijn eens mitten leden daer up dat men sie leit.Galieen seit dat natuurliken dingen salmen wachten mit der geliken ende so wat dat is jegen natuur dat salmen verdriven mit dingen die contrarie sijn. Ende ist dat de cirurgijn niet en kennet die complexien der leden ende der lichamen ende die complexie der medicinen, ho sal hi wel mogen ordineren de proper curen jegens sijn misquame? Ende oec of hy niet weet ho die humoren genereren in den menschen lichaem, ho sal hy mogen cureren apostemen? Mer moet die cirurgijn hebben kennisse van onnatuurlike dingen updat hy weet den wonden te veranderen in getemperde lucht wal rukende ende in die winter van couden. Want gheen dinc en deert meer zenuwen ende benen gewont als die coude, ende oec in die somer, mer niet so voel als in die winter. Nochtan soe moet men den rucht temperen. Oec moet hy [fol. 24v] kennen ordineren sijn spise, alsoet wel after sal seit werden. Ende ist oec alsoe dat een persoen is gewont, int hovet of in den zenuwen, hy moet sijn in ruste ende hebben een saft bed dattet lit niet en si ghepijnt. Mer is het dattet oude wonden sijn in den arm, het is guet dat die zieken gaen up hore vueren ende dat hy draget sijn arm in sijn hals. Ende is die wonde in die bene of in die vueten hy moet leggen ende pinen mitten hande.

Item die cirurgijn moet temperen den slaep van sijn zieken, want voele slape maket voele overvloeientheden ende crancket die cracten ende vercolt alden lichaem. Te vele wakens onbijnden die gheesten ende verteert ende scherpet die humoren ende brenget onnatuurlike droechte in die wonden ende dese sijn saken van zwering.

Item die cirurgijn moet kennen idelen den zeken als hi vul is ende vullen als hi verydelt is ende brengen den zieken in een temperde wesen jof ander sijns en soude de wonde niet ghenesen. Oec moet hem die zeke wachten van gramscap, want daer of vloiet die gheest seer uutwert ende daer bi swellet faec dat wonde lit. Vrese ende anxte ende rouwe ende der geliken trecken den gheest inwert ende daer of vercrancken die craften dat si gheen materi mogen behouden om die wonden te cureren.

Galieen seit dat spuwen ende medicijn laxativen sijn guet jegen fulen, quaden wonden, want als die lichaem is versuvert van fulen, quaden humoren, so is die quade materi onkeert van der wonde ende het geneset veel to bet. Alse waer bi so we de merket alle [fol. 25r] die delen van medicinen hy sal openbaerliken vijnden dat die cirurgijn moet weten die volcomen medicine.

En omdat leken chirurgen alle soorten van wonden willen behandelen die in alle soorten van leden vallen met een medicijn zo bewijst Lanfranc het tegendeel met een voorbeeld dat het niet zo mag zijn en hij zegt aldus: was het zo dat 2 leden gelijk waren gewond op een tijd op eenzelfde plaats van het lichaam. De ene persoon is heet en vochtig van samengesteldheid, de ander is koud en droog. De chirurgen zeggen dat men ze beide zal behandelen met een medicijn. En dat is een leugen want de eerste persoon heeft angst van koorts en dat het lid mag zweren en van de andere niet. Dit verkondigt Galenus, Ysaac en Avicenna.

Is het alzo dat de wond niet voel bloedt, men zal bloed laten aan de andere zijde van het lichaam als hij sterk is en van goede ouderdom of men zal hem koppen zetten als hij zwak is en men zal hem eens per dag doen ter kamer gaan met zetpillen of klysma is het dat hij het natuurlijk niet doet en dan zal men de wond binden of naaien als het is te doen zoals het gezegd is. En boven de wond zal men leggen een verkoelende medicijn van bolus armeniacus, rozenolie en wat azijn zodat de medicijn komt tot het einde van de wond zodat de levenssappen niet derwaarts mogen lopen om zweren te maken. Men zal hem verbieden wijn en vlees, melk, eieren en vis en alle spijzen die veel bloed maken. Hij zal eten welling van havermeel of gerstemeel met amandelen en arme spijs totdat de wond is verzekerd van zweren. En is het dat men deze goed bewaakt van koortsen en van zweren, hij wordt snel genezen.

De andere zal men geen bloed laten nog koppen zetten want men zal het bloed in hem bewaken gelijk een schatkist; hij zal nuttigen wijn en vlees want zijn maag en zijn aderen zijn te zwak om materie volkomen te genereren ter wond. En in deze komt geen koorts nog zweer omdat zijn samengesteldheid koud en droog is. Nochtans vindt men een medicijn daar men mee doet diverse werken in diverse samengesteldheid van lichamen en dat is couperose. (koperrood) Want doet men het in wonden van droge lichamen, het wint vlees.

Galenus zegt; is het dat 2 wonden hebben even veel etter en de ene wond is in een droog lid en de andere in een vochtig lid, de wond in dat droge lid behoeft droge medicijnen. En is het dat wonden zijn in 2 leden en gelijk van samengesteldheid en dat ene lid heeft veel etter en dat andere weinig, die veel etter heeft behoeft meest drogende medicijnen.

Johannes Damascus zegt medicijnen en pleisters moeten gelijk zijn met het lid waarop men het legt. Galenus zegt dat natuurlijke dingen men zal bewaken met dergelijke en zo wat dat is tegen natuur dat zal men verdrijven met dingen die tegengesteld zijn. En is het dat de chirurg niet de samengesteldheid der leden en de lichamen en de samengesteldheid der medicijnen kent hoe zal hij goed mogen ordineren de goede behandeling tegen zijn misvallen? En ook als hij niet weet hoe de levenssappen genereren in het menselijke lichaam hoe zal hij zweren mogen behandelen? Maar de chirurg moet kennis hebben van onnatuurlijke dingen zodat hij de wonden weet te veranderen in getemperde lucht die goed ruikt en de in de winter van koude. Want geen ding deert meer gewonde zenuwen en benen als de koude en ook in de zomer, maar niet zo veel als in de winter. Nochtans zo moet men de lucht temperen. Ook moet hij kennen te ordenen zijn spijs, alzo het hierna zal gezegd worden. En is het ook alzo dat een persoon is gewond in het hoofd of in de zenuwen, hij moet zijn in rust en een zacht bed hebben zodat het lid niet wordt gepijnigd. Maar is het dat het oude wonden in de arm zijn, het is goed dat de zieke gaat zijn gang en dat hij draagt zijn arm in zijn hals. En is de wond in de benen of in de voeten hij moet liggen en werken met de handen.

Item, de chirurg moet temperen de slaap van zijn zieken, want veel slaap maakt veel overtolligheid en verzwakt de krachten en verkoelt het hele lichaam. Te veel waken ontbinden de geesten en verteert en scherpt de levenssappen en brengt onnatuurlijke droogte in de wonden en dit zijn zaken van zwering.

Item, de chirurg moet de zieke kunnen legen als hij vol is en vullen als hij geleegd is en brengen de zieke in een getemperd wezen of anderszins zou de wond niet genezen. Ook moet de zieke zich wachten van gramschap want daarvan vloeit de geest zeer naar buiten en daarbij zwelt vaak dat gewonde lid. Vrees, angst en rouw en dergelijke trekken de geest naar binnen en daarvan verzwakken de krachten zodat ze geen materie mogen behouden om de wonden te genezen.

Galenus zegt dat spuwen en laxerende medicijn goed zijn tegen vuile, kwade wonden, want als het lichaam is gezuiverd van vuile, kwade levenssappen zo is de kwade materie gekeerd van de wond en het geneest veel beter. Als waarbij zo wie alle delen van medicijnen opmerkt hij zal duidelijk vinden dat de chirurg de volkomen medicijn moet weten.

 

 

[VII] Dat derde capittel is van wonden in zenewen ende zweringhe die comen in zenewen

 

Die zenuwe is een instrument van beseffen ende beroren ende om sijn grote beseffelichede ist dattett is gequetset, het hevet grote zweringe. Galieen seit om dat die zenuwe is beseffeliker dan ander leden daer om hevet si sterker zweringe als het gequetset is ende daer om als een zenue is wont, het zweert seer. Die zenuwen sijn gewont overlanx of overdwers. Overlanx wont is het min vrese dan; overdwers is het meer vrese, want jof de zenuwe is al ontwe ende dan verleset lit dat bivolen ende dat biroren jof die zenuwe is niet al ontwe ende dan is hit vrese vanden crampen. Deer mach comen als om die zweringe, want zweringe comet in den senen biden deel datter is gesneden ende by dat heel deel so climmet die sweringe up totter hersene ende aldus comet daer of een vanden sake vanden crampe ende diere sijn III zweringe coude ende vulhede ende ydelhede, want van desen vercrimpet die zenuwe. Soe wat dat hiir is, seit van wonden der zenuwen al dat selve is van wonden der coerden ende der musen ende meest van eenren coerden wassende in dat hovet, die Galieen heet tenantes, want die wonden in desen III leden sijn eens te verlesen int vrese dat beseffen ende biroren.

Men sal moten by seen wedder in die cure der wonden van zenuwen [fol. 25v] die zenuwe is al ontwe overdwers dan overlanx gesneden jof gesteken. Ist dattet is gesteken, men sal de huut on doen ende ghetent ful wermer olien van rosen° gemaket van onripen oliven wal rukende ende up der wonden sal men leggen wit terpentine gebreet tuschen II linnen cleden ende omtrent de wonde salmen smeren dat lit mit warmen olien van rosen° ende verdicket mit een luttel bolo armenico° ende daer up leggen een warm linnen cleet ende der na safte cussinelen ende bijndet wel safte, niet dwingende. Ende ist dat de zweringe aldus niet cesseert, dan salmen die medicien dicwijl vernien, onderdach ende ondernacht. Ende ist dat die wonde is in den voet, so salmen smeren die leesche mit warmer oli van oliven. Ende ist dat die wonde is in die hant, so salmen smeren onder die oxel ende an die side vanden hals, want dusdanige salvinge vereffen die steden bi den welke die sweringe climmet totten hovede ende verwachtet de zenuwen vant crimpen. Ende ist dat zweringe niet also varinge ende vergeet als du wilt, so en doet gheen andere medicijn in gheenre maneren want der is geen beter. Nochtan ist datte zweringe lange duurt, so machmen doen en luttel opium toten oleum rosaet° ende bolum armenicum° daer mede dat men smeert dat lit omtrent de wonde. Die seke moet sijn in rusten, sunder gramscap ende hebben een saft, effen bed.

Als die zweringe minnert ende die wonde ettert, so ist gesobert van allen vresen jof der quaem een ny onghemac. Als lieke cirurgijn seen sweringe in een senuwich let gewont, si leggen daer up een plaester van smeer, van trund, van water ende [fol. 26r] van meel ende so corrumperent si alt lit ende vander corrupcien comet dan die cramp. Want Galieen seit dat die zenuwe is van eenre materien coel ende fucht ende hert ende het vervulet van dingen de warm sijn ende versch.

]VII] Dat derde kapittel is van wonden in zenuwen en zweren die komen in zenuwen.

 

De zenuw is een instrument van gevoel en beroeren en om zijn grote gevoeligheid is het dat het is gekwetst, het heeft grote pijnen. Galenus zegt omdat de zenuw gevoeliger is dan andere leden daarom heeft het sterkere zweren als het gekwetst wordt en daarom als een zenuw gewond is het zweert zeer. De zenuwen zijn gewond in de lengte of in de breedte. In de lengte gewond is er dan minder vrees; in de breedte is er meer vrees want als de zenuw geheel stuk is dan verliest het lid dat gevoel en als dat gevoel van de zenuw niet geheel stuk is en dan heeft hij vrees van kramp. Daarbij mag komen de zwering want zwering komt in de zenuwen bij dat deel dat er is gesneden en bij dat hele deel zo klimt de zwering op tot de hersens en aldus komt daarvan een van de zaken van kramp en van die zijn 3 zweringen; koud en gevuld en leeg want van dezen verkrampt de zenuw. Zo wat er hier is gezegd van wonden der zenuwen al datzelfde is van wonden de koorden en de spieren en meest van een koord die in dat hoofd groeit die Galenus tenantes noemt, want de wonden in deze 3 leden zijn gelijk in de vrees van dat gevoel en beroeren te verliezen.

Men zal moeten bezien of in de behandeling der wonden van zenuwen de zenuw is geheel stuk overdwars dan in de lengte gesneden of gestoken. Is het dat het is gestoken, men zal de huid openen en gieten het vol warme olie van rozen gemaakt, van onrijpe olijven die goed ruiken en op de wond zal men leggen witte terpentijn (Pistacia terebinthus) gebreid tussen 2 linnen kleden en omtrent de wond zal men dat lid besmeren met warme rozenolie en verdikt met wat bolus armeniacus en daarop leggen een warm linnen kleed en daarna zachte kussentjes en binden het wel zacht, niet dwingend. En is het dat de zwering aldus niet ophoudt dan zal men de medicijn dikwijls vernieuwen om de dag en om de nacht. En is het dat de wond is in de voet dan zal men de lies smeren met warme olie van olijven. En is het dat de wond is in de hand zo zal men smeren onder de oksels en aan de zijde van de hals want dusdanig zalven vereffenen de plaatsen waarbij de zweer klimt tot het hoofd en behoedt de zenuwen van kramp. En is het dat zwering niet alzo snel vergaat zoals u wil, zo doe er geen andere medicijn in geen geval want er is geen betere. Nochtans is het dat de zwering lang duurt zo mag men wat opium doen tot de rozenolie en bolus armeniacus waarmee dat men smeert dat lid omtrent de wonde. De zieke moet zijn in rust, zonder gramschap en een zacht, effen bed hebben.

Als de zwering vermindert en de wond ettert zo is het vrij van alle vrees of er kwam een nieuw ongemak. Als leken chirurgen zweren en in zenuwachtig lid gewond zien leggen ze daarop een pleister van vet van het rund, van water en van meel en zo vervuilen ze het hele lid en van de vervuiling komt dan de kramp. Want Galenus zegt dat de zenuw is van een materie koel en vochtig en hard en het vervuilt dingen de warm zijn en vochtig.

 

 

 

Item sommige doen gewonde leden in warmen watere om die zweringe ende dats wel quaet, want al is dat warm water alle zweringe saft maket nochtan ist wel quaet ten wonden in zenuwen.

Item alle coude dingen sijn wel quaet zenuwen oec in den zomere. Galieen seit dat crampen comende is van enich zenuwich lit gewont overmits datmen coude medicine daer up leit, is wel quaet. Medicijn de wel to bihoert den zenuwen gewont moet sijn heet ende droge, mer niet wel heet up dattet lit niet onsteket droge ende niet stoppende up dattet niet en luket die zwet gaten. Want Galieen seit de scompende zwet gaten in een gewonde lit is wel quaet. Die medicijn moet sijn heet ende droge mit subtile als terpentijn in verschen lichamen. In drogen lichamen salmen heet mengen mit een luttel euforbium jof aza fetida jof aza dulcis. Aza is guet daer up geplastert serapium ende was clevende binnen an die bic buke is wel guet in wonden van zenuwen. Ander medicinen sel ghinoegh vijnden in dat Antidetario.

Wonden der zenuwen sal men niet helen voer dat die zenuwen wal sijn gesuvert ende versekert van apostemen. Want Galieen seit dat een persoen was gewont in die zenuwen van der voersten vander hant ende een onvroede meister leide daer up guide [fol. 26v] helende salve ende die hant begonste toe zwellen ende do leyde hi daer up ripende medicine alse waer bi de hant vervulde ende hy wert bevaen mit den crampe ende hy sterf voer den VII dach. Hadde die cirurgijn de wonde ondaen ende daer in ghedaen warm oli van rosen° ende hadde etter der in wonnen mit warmen dingen ende subtiliken drogende ende niet mit verschen dingen so en hadde die man niet storven. Ende ist datte zenuwe is overdwers al en twe snede, so suldi nayen de hoveden vanden zenuwen te gadere ende up den eersten dach leggende up den naet oli van rosen° der pinen sijn in ghesoden. Ende daer nae enen dach of twe salmen daer up leggen pulver, houdende die nayenge voergeseit mit cussinelen en bijndet ghelijc een vleisk wonde ende bewachtent lit van apostemen. Want by dus daninge naynge so helet die zenuwe ende byhout dat foelen ende die zenuwen sullen niet zweren bi der steecten van der naelden, ist dat men daer up leit oli van rosen° (eens of twie), want oli rosarum° maket van onripe oliven minnert die zweringe ende die linicheit der wormen voget die einde der zenuwen to samen.Ende ist dat die zenuwen is ghewont overlanx, so salmen die lippen van der wonden to samen nayen ende doen als voerseit is ende wachtent dattet lit niet apostemeert, alst naseit wert in dat IIII capitel na volgende.

Ende ist dat die wonde verwandelt van der lucht ende maket etter so dattet nayen nayen niet en gewaert, dan sal men spreden een suverende medicien up [fol. 27r] een cleet ende leggen up der wonden. Ende int nederste einde der wonden salmen steken een cleyne weke die de zenuwe genaket ende gheen zweringe maket tot die wonde wal is gesuvert ende droget.

Aldus maect men zenuende medicien van gewonden zenuwen. Nemet honich rosaet° gesuvert III onsen, ghersten blome I onse. Dese salmen to gader zeden behendelike dattet niet en verbernet ende dan doent vanden vuere ende rorent lange mit enen spane ende doen der to een onse wit ende claer terpentijn. Ende hebdi gheen wit terpentijn, so dwaet mit couden water totdat het wit sy. Ende als die wonde is gedroget mit desen medicijn, dan doet in die selve medicien een luttel pulver van wirox ende mastix° ende van draken bloet° ende legget daer up tot dattet heel is. Ende achter voele dagen sal men daer up leggen genatte stoppen in gueden wermen wine tot dat het is volcomeliken heel. Ende ist also dattet lit der after is stijf in dat byroren, so salmen useren die leringe die wert geseit int capitel van morwende medicien.

Item, sommige doen gewonde leden in warm water vanwege de zweer en dat is wel kwaad want al is het dat warm water alle zwering zacht maakt nochtans is het wel kwaad tot wonden in zenuwen.

Item, alle koude dingen zijn wel kwaad de zenuwen en ook in de zomer. Galenus zegt dat krampen die gekomen zijn van enig gewond lid met zenuwen vanwege dat men koude medicijnen daarop legt, dat is wel kwaad. Medicijnen die wel toebehoren der gewonde zenuwen moeten heet en droog zijn, maar niet erg heet zodat het lid niet ontsteekt, droog en niet stoppend zodat het niet de zweetgaten sluit. Want Galenus zegt dat gesloten zweetgaten in een gewond lid zijn wel kwaad. De medicijn moet zijn heet en droog met subtiele zoals terpentijn (Pistacia terebinthus) in vochtige lichamen. In droge lichamen zal men het mengen met wat Euphorbia of Ferula asa-foetida of asa dulcis. (Astragalus glycyphyllos) Asa is goed en daarop gepleisterd serapinum (Ferula persica) en klevende was binnen aan de buikzijde is wel goed in wonden van zenuwen. Andere medicijnen zijn er genoeg vinden in de Antidotaria.

Wonden der zenuwen zal men niet helen voordat de zenuwen goed zijn gezuiverd en verzekerd van zweren. Want Galenus zegt dat een persoon was gewond in de zenuwen van het voorste van de hand en een onverstandige meester legde daarop goede helende zalf en de hand begon toen te zwellen en toen legde hij daarop rijpende medicijnen als waarmee hij de hand vervuilde en hij werd bevangen met de kramp en hij stierf voor de 7de dag. Had de chirurg de wond geopend en daarin gedaan warme rozenolie en had etter daarin gewonnen met warme dingen en subtiel laten drogen en niet met vochtige dingen dan was die man niet gestorven. En is het dat de zenuw is geheel overdwars en twee sneden dan zal je het hoofd van de zenuw tezamen naaien en de eerste dag op de naad olie van rozen leggen daar pijnappels in zijn gekookt. En daarna een dag of twee zal men daarop leggen poeder, houden dat naaien zoals voor gezegd met kussentjes en bindt het gelijk een vleeswond en bewaak het lid van zweren. Want bij dusdanig naaien zo heelt de zenuw en behoudt het gevoel en de zenuwen zullen niet zweren bij de steken van de naald, is het dat men daarop legt rozenolie (eens of tweemaal), want rozenolie gemaakt van onrijpe olijven vermindert de zwering en de lijmerigheid der vorm voegt het eind der zenuwen tezamen. En is het dat de zenuw is gewond in de lengte dan zal men de lippen van de wond tezamen naaien en doen zoals voor gezegd is en bewaken het dat het lid niet zweert, zoals hierna gezegd wordt in het 4de kapittel na volgende.

En is het dat de wond verandert van de lucht en maakt etter zodat het naaien niets doet dan zal men spreiden een zuiverende medicijn op een kleed en leggen op de wond. En in het laagste einde der wond zal men een kleine doek steken die de zenuw raakt en geen zwering maakt tot de wond goed is gezuiverd en gedroogd.

Aldus maakt men zenuwen medicijn van gewonde zenuwen. Neem honing van rozen gezuiverd, 3 ons, gerste bloem, 1 ons. Deze zal men handig tezamen koken zodat het niet verbrandt en dan doe het van het vuur en roer het lang met een spaan en doe er toe een ons witte en heldere terpentijn (Pistacia terebinthus). En heb je geen witte terpentijn, zo was het met koud water totdat het wit is. En als de wond gedroogd is met deze medicijn dan doe in diezelfde medicijn wat poeder van wierook, (Boswellia thurifera)  en mastiek (Pistacia lentiscus) en van drakenbloed (Daemonorops draco) en leg het daarop totdat het heel is. En na veel dagen zal men daarop leggen stoppen genat in goede warme wijn totdat het volkomen heel is. En is het alzo dat het lid daarna stijf is in dat gevoel dan zal men de lering gebruiken die wordt gezegd in het kapittel van vermurwende medicijnen.

 

 

[VIII] Dat IIII capittel is van der cueren van wonden in bene

 

 

Als een wonde so deep is int vleisk dattet been is gewont, dan salmen biseen jof dat been al ontwe is gesneden, alsoet somwilen vallet in den benen jof in den armen ende als daer morch uut gaet dat is vrese. Mer een vander beenren der benen ende een vanden beenren van der ermen is dicwiil al en twe gesneden overdwers ende nochtan geneset weder of dat [fol. 27v] been is niet al entwe sneden, mer yet van der substancien is verloren. Een generale regule is in die cure der wonden der beenren in sijn gewont, so dat men daer gheen vleisk in sal doen wassen opt been of dat been si eerst volcomelicken gherepareert ende verciert, want dat been mach niet vraliken helen om dattet is vanden twe saden jof ten waer in somme wel jonge kinderen. Mer in die steden der verloren been wasset een reperment dat men heet porus sarcaides jof caro poroides dats herdere dan vleisk ende morwer dan been. Ende ist dattie reperment so is verhert dat het nare is den vorme vanden bene dan vanden vleische, so heetmen porus sarcaides, ende ist contrari so heetment caro poroides. Ende ist datmen vleisk doet wassen up een been niet gherepareert, het sal weder uut breken. Cura: beseet jof dat been al of is gesneden overdwers, dan suldijt vergaderen ende bijndet alsoet wert geseit int veerde capitel volgende. Ende is dattet niet overdwers al ontwe is gesneden, so suldi beseen jof der enich splinter vanden bene vaste clevet an dat gesonde been. Dat suldi weder leden in sijn proper stede jof ghi moget ende helent mitten na volgende pulver. Ende ist dattet al is verscheiden vanden gesonden bene, dan suldijt wech werpen ende in de stede suldi maken een reperment mit dese pulver. Nemet wiroc°, mirre, mastix°, dragantun°, gummi van arabien° van elken II drachmen ende meel van feingreet° een halve onse. Ende van desen pulver salmen leggen vele up die stede dae [fol. 28r] dat been of is so lang dattet is volcomelike geheelt. Ende alst gherepareert is, dan suldi doen wassen daer dat been is verloren ende dan salmen vleisk daer up doen wassen, alsoet geseit wert int Antidotarie. Wat dat hiir is geseit van wonden van beenren dats van allen benen sonder van beenren vanden hovede, want daer of is een proper capitel bet achter comende.

[VIII] Dat IIII kapittel is van het behandelen van wonden in benen.

 

Als een wond zo diep is in het vlees dat het been is gewond dan zal men bezien of dat been geheel stuk is gesneden alzo het soms gebeurt in de benen of in de armen en als daar merg uitgaat dat is vrees. Maar een van de beenderen der benen en een van de beenderen van de armen is vaak al overdwars stuk gesneden en nochtans geneest het weer of dat been is niet geheel stuk gesneden, maar iets van de substantie is verloren. Een algemene regel in de behandeling der wonden is daar beenderen in zijn gewond dat men daar geen vlees in zal laten groeien op het been of dat been is eerst volkomen gerepareerd en versierd want dat been mag niet fraai helen omdat het is van de twee zaden of tenzij in sommige wel jonge kinderen. Maar in de plaats van het verloren been groeit een vervanging dat men heet porus sarcaides of caro poroides en dat is harder dan vlees en murwer dan been. En is het dat de vervanging zo verhard is zodat het beter de vorm van het been heeft dan van het vlees dan noemt men dat porus sarcaides en is het tegenover gesteld dan noemt men het caro poroides. En is het dat men vlees doet groeien op een been dat niet gerepareerd is, het zal weer uitbreken. Behandeling: bezie of dat been af is gesneden overdwars, dan zal je het verzamelen en bindt het alzo het wordt gezegd in het volgende vierde kapittel. En is dat het niet overdwars geheel stuk is gesneden dan zal je bezien of er enige splinter van het been vast kleeft aan dat gezonde been. Dat zal je het weer leggen in zijn goede plaats als je kan en helen het met het navolgende poeder. En is het dat het al is gescheiden van het gezonde been dan zal je het weg werpen en in zijn plaats zal je een vervanging maken met dit poeder. Neem wierook, (Boswellia thurifera) mirre, (Commiphora myrrha), (Commiphora myrrha) mastiek (Pistacia lentiscus), dragagantum, (Astragalus tragacanthus) Arabische gom en van elk 2 drachmen en meel van fenegriek (Trigonella foenum-graecum) een half ons. En van dit poeder zal men veel leggen op de plaats daar dat been af is en zo lang totdat het is volkomen geheeld. En als het gerepareerd is dan zal je laten wassen daar dat been is verloren en dan zal men vlees daarop laten groeien alzo het gezegd wordt in de Antidotaria. Wat dat hier is gezegd van wonden van beenderen dat is van alle benen uitgezonderd van beenderen van het hoofd want daarvan is een goed kapittel dat hierna komt.

 

 

[IX] Dat vijfte capittel is van frotseringhe mit wonden ende sonder wonden

 

Dicwilen ghevallet dat een lit wert ghefrotzeert mit eenre wonden jof sunder wonden, alse van vallen jof van slagen van stocken jof van stave jof deergheliken. Ende ist datmen up dusdanige wonden lecht helende medicinen, so vergadert daer een corrupci dats een vulhede onder in die wonde ende vervulet al tlit binnen jof de natuur si so sterc dat si de wonde weder ontdoet. Cura: eerst salmen beseen joftet lichaem is vol quader humoren jof niet en is. Ende ist dattet vol is ende de seke sterc is ende gheen sake belettet ant bloet laten, so salmen hem bloet laten ende ist dat hy cranc is dan salmen hem gheen bloet laten, mer vencosen, dats coppen setten ende maken hem tlichaem licht. Ende ist dat die froetzeringe is bynnen in den lichaem ende hi cranc is, men sallem clisterizeren ende bloet laten an die ander syde ende in die adere de dat voetzel brenget den gequetsten leden. Ende als die lichaem is aldus gesuvert ende die froetzeringe is sunder wonde, so [fol. 28v] salmen die froetzeringe salven mit wermer oli van rosen ende stroien daer up pulver van gagelzade ende bijndet sachteliken dicwilen. Ende gagelzade soude sijn semen mirtillorum zwarter merc dan peper. Dicwilen en ist gheen noet van ander curen, want dese medecien bewachtet van vervulinge. Mer ist nochtan datter een deel der frotzeringe vervult, men sal de stede ondoen mit ener vlimen ende zuverent vanden ettere ende dan cureert, alsoet gheseit wert in der Tractaet der apostemen.

Ende ist dat die frotzeringe is mit eenre wonden, men sal omtrent die wonde smeren mit oli voerseit ende stroyen daer up van gagelzade den pulver, want dese medicien en laet die corrupci niet breden. Ende het drijft de corrumpeerde materi in den wonde ende in die wonde salmen leggen stoppen genat in doderen van eyeren mit oli rosaet ende up die wonde salmen leggen een plaester ghemaect van IIII delen waters ende een deel oli van oliven ende van terwenmele, tot dat de zweringe vergaen is ende datter etter in is ghegenereert dan salment zuveren ende daerna vleisk doen wassen ende huedent, alsoet gheseit wert in dat Antidotarie. Ende ist dat die froetzeringe sonder wonde is ende in een zenuwich lit als is hande ende vueten men sal den cure niet verwandelen. Mer ist datter is een wonde men saller niet up leggen der voerseide plasteren van water oli ende terwenmeel, mer men sal doen in die wonde warm roes oli ende al omtrent die wonde ende daer up stroyen pulver van gagelzade ende up die wonde salmen leggen ter [fol. 29r] pentijn gedwegen ende gespredet tusschen II linnen clederen. Want waert so dat ghy daer up leit die voerseit plaester van water oli ende terwenmele, het soude vervulen die zenuwe ende in brengen die crampe. Mer oli van rosen maket van onripen oliven ende rosen comforteert dat lit ende gagelzaet wachtet lit van vulmakinge. Ende als die fluxie der humoren cesseert, so salmen al dat zenuwich bi plasteren mit enen plaester maket van sappick van honich ende been meel. Ende al ist soe dat dese cure sy verlanget, nochtan sul dy daer gheen ander medicijn up leggen.

Als die zweringe ende al dat gezwel is al op ghehouden, soe suldi die wonden suveren mit medicinen maket van honich rosaet ende gherstenmele, alsoet voerseit is in die wonde der zenuwen. Ende dese cure hevet Galieen geprovet ende ic hebbet dicwilen mede gheprovet.

[IX] Dat vijfde kapittel is van kneuzen met wonden en zonder wonden.

 

Vaak gebeurt het dat een lid wordt gekneusd met een wond of zonder wond als van vallen of van slagen van stokken of van staven of dergelijke. En is het dat men op dusdanige wonden helende medicijnen legt dan verzamelt daar een vervuiling, dat is een vuilheid onder in de wond, en vervuilt het hele lid van binnen of de natuur is zo sterk dat ze de wond weer opent. Behandeling: eerst zal men bezien of het lichaam is vol kwade levenssappen of niet. En is het dat het vol is en de zieke sterk is en geen zaak belet het bloed laten dan zal men hem bloed laten en is het dat hij zwak is dan zal men hem geen bloed laten maar vencosen, dat is koppen zetten, en maken hem het lichaam licht. En is het dat de kneuzing is binnen in het lichaam en hij zwak is zal men hem een klysma doen en bloed laten aan de andere zijde en in de ader die dat voedsel brengt tot de gekwetste leden. En als het lichaam aldus is gezuiverd en de kneuzing is zonder wond zo zal men die kneuzing zalven met warme rozenolie en strooien daarop poeder van gagelzaden (mirt) en binden het vaak zacht. En gagelzaden zou zijn semen mirtillorum (Myrtus communis, mirt) met zwarter merg dan peper. Vaak is er geen nood van andere behandeling want deze medicijn bewaakt van vervuiling. Maar is het nochtans dat er een deel der kneuzing vervuilt, men zal de plaats openen met een vlijm en zuiveren het van de etter en dan behandelen alzo het gezegd wordt in de traktaat der zweren.

En is het dat de kneuzing is met een wond, men zal omtrent de wond smeren met olie voor vermeld en strooien daarop van gagelzaden (mirt) het poeder want deze medicijn laat de vervuiling niet verspreiden. En het drijft de vervuilde materie in de wond en in de wond zal men leggen stoppen genat in dooiers van eieren met olie van rozen en op de wond zal men leggen een pleister gemaakt van 4 delen water en een deel olie van olijven en van tarwemeel totdat de zweervergaan is en dat er etter in is gegenereerd, dan zal men het zuiveren en daarna vlees laten groeien en hoeden het alzo het gezegd wordt in dat Antidotaria. En is het dat de kneuzing zonder wond is en in een lid met zenuwen zoals handen en voeten zijn zal men de behandeling niet veranderen. Maar is het dat er is een wond, dan zal men er niet opleggen de voor gezegde pleisters van water, olie en tarwemeel, maar men zal doen in die wond warme rozenolie al omtrent de wond en daarop strooien poeder van gagelzaden (mirt) en op de wond zal men gewassen terpentijn (Pistacia terebinthus) leggen en gespreid tussen 2 linnen kleren. Want was het zo dat ge daarop legde de voor gezegd pleister van water, olie en tarwemeel, het zou vervuilen de zenuw en inbrengen de kramp. Maar olie rozen gemaakt van onrijpe olijven en rozen versterkt dat lid en gagelzaad (mirt) bewaak dat lid van vuil maken. En als de overvloed der levenssappen ophoudt dan zal men al dat zenuwachtige bepleisteren met een pleister en maak het sappig van honing en beenderen meel. En al is het zo dat deze behandeling is verlengd, nochtans zal ge daar geen andere medicijn opleggen.

Als de zwering en al dat gezwel is al opgehouden dan zal je de wond zuiveren met medicijnen gemaakt van honing van rozen en gerste meel zoals het voor gezegd is in de wond der zenuwen. En deze behandeling heeft Galenus beproefd en ik heb het vaak mede beproefd.

 

 

[X] Dat seste capittel des derder leringe der iersten boekes is van wonden myt apostemen ende quade toevalle

 

Als in ene wonde comet aposteem of quade to vallen die salmen cureren eer men die wonde cureert. Ende ist datter lutic bloedes leep van eerst uuter wonden, men sal hem bloet laten up dat gheen saack belettet jof coppen setten ende ordineren sijn spise, alst gheseit wert in sijn capitel, ende legge omtrent die wonde medicien jof een defensif van bolo armenico°, getempert mit oli van rosen ende mit een luttel azijns tot dattet dic is als honich. Ende ist soe dat die tijt is wel heet, men salre toedoen vanden sope van enigen couden [fol. 29v] cruden als van nachtscade°, smeerworte° virga pastorium°, ende papen cruut° ende der geliken ende dat lit en salmen niet to zere bijnden noch laten hangen. Ende is de arm gewont, men sallen laten hangen in den hals. Ende ist been jof voet hi sal leggen. Ende is daer zweringe, men salt saftigen mit den salvinge mitter wermer oli van rosen°. Want Galieen seit dat negheen ding is so quaet alse zweringe ende hanginge der leden. De gewonde sal houden dieten der spisen seit int proper capitel der dieten. Hy ende alle de gheen de omtrent hem wanderen ende oec de cirurgijn moten hem wachten van wiven. Ende een wijf de menstrua hevet, en moet die cure niet seen noch die cirurgijn en moet gheen meenscap noch selscap hebben in die tijt hare menstruen. Eens des dagis salmen hem doen ter camere gaen mit clistere of suppositus, ist dat hi natuurlic niet en gaet. Ende ist dat men hiir mede niet mach letten de apostemen dan sal ment bighinnen to ripen mit ripende plaesteren maect van mele, oli ende water jof hyr mede nemet blade van poplen° van violetten, wortelen van vismalve°, wal soden ende stampet daer na. Nemet vanden water der sodinge een punt oli ons III terwen meel, ons IIII lijnzaet, ons I feingreet, ons I van de gestampede cruden een half punt. Ende dese salmen alle te gader seden upt fuer ende altoes rorende mit een spaen. Ende dit salmen spreden ter tijt dat het rijp is. Ende als rijp is, so salmen die materie doen zweren totter wonden.

Ist dat men mach ende machmen niet, so salment on doen [fol. 30r] in de meeste hangende stede ende curerent lijc anderen apostemen. Ende ist dat een aposteem comet in wonden der zenuwen, dan salment cureren mit warmer oli van rosen° ende mit anderen dingen, alst seit is in wonden van zenuwen of in zenuwich wonden. Ist dat een wonde is verhetet, dat sal men kennen by dat een wonde om trent is roet ende heet in der huyt ende in die wonde is dunne roet etter. Men sal dat lit al omtrent de wonde colen mit oli rosaet° ende mit witter salven van rasis ende mitten sape van couden cruden. Ende ist dat de wonde is to cout dan is die stede al omtrent wit jof blau ende cout in dat gevolen ende grof van ettere, dan salment lit al omtrent smeren mit warmer olien als mit oli van casto°, oli van bayen°, oli van euforbio° ende mit brunen salven ende dergeliken. Ende is die wonde to fersk jof to moru jof nat jof fuchtich, so is de stede al omtrent moru ende vele etters dun ende wit is in die wonde. Men sal die wonde hanteren mit drogen medicinen, als mit wijn ende seem daer in ghesoden is kalanscien, noten van gallen, scoersen van garnaten ende deer geliken. Ende ist dat die wonde is to droge (dat bikent men der bi dat het lit ende die lippen verdunnen en bi datter is luttic etters ende dunne). Men sal dat lit al omtrent baden mit warmen watere to te dat het wert roet ende salvent mit verschen smoute als van hoenren, gansen enden morch van calvis beenren ende hy moet eten voele gueder spisen die wal weden als vleisk sop, getempert wijn , moru eyer, cleen vischen ende der gelike ende houden alden lichaem ende dat ghequetste lit in payse ende rusten [fol. 30v] . Ende als dat lit ende die wonde sijn weder gebrocht in haer natuurlike wesen, dan salmen weder keren ter proper cure des wondes.

[X] Dat zesde kapittel van de derde lering van het eerste boek is van wonden met zweren en kwade toevallen.

 

Als in een wond een zweer of kwade toeval komt die zal men behandelen eer men de wond behandelt. En is het dat er eerst weinig bloed liep uit de wond men zal hem bloed laten zodat geen zaak het belet of koppen zetten en ordineren zijn spijs zoals het gezegd wordt in zijn kapittel en leg omtrent de wond medicijn of een verdediging van bolus armeniacus gemengd met rozenolie en met wat azijn totdat het dik is als honing. En is het zo dat de tijd is goed heet men zal er toedoen van het sap van enige koude kruiden als van nachtschade (Solanum nigrum), smeerwortel (Symphytum officinale), virga pastoris (Dipsacus fullonum) en papenkruid (Taraxacum officinale) en dergelijke en dat lid zal men niet te zeer binden nog laten hangen. En is de arm gewond men zal het laten hangen in de hals. En is het been of voet hij zal liggen. En is daar een zweer men zal het verzachten met een warme zalf van rozenolie. Want Galenus zegt dat nee geen ding is zo kwaad als een zweer en het hangen van de leden. De gewonde zal houden diĎten der spijs zegt hij in het goede kapittel der diĎten. Hij en alle diegene die omtrent hem wandelen en ook de chirurg moeten zich wachten van wijven. En een wijf die menstruatie heeft moet de behandeling niet zien nog de chirurg moet geen gemeenschap nog gezelschap hebben in de tijd van haar menstruatie. Eens per dag zal men ter kamer laten gaan met klysma of zetpil, is het dat hij natuurlijk niet gaat. En is het dat men hiermee niet mag beletten de zweer dan zal men het beginnen te rijpen met rijpende pleisters gemaakt van meel, olie en water of hiermee; neem bladeren van heemst, van violen, wortels van bismalve (Malva alcea), goed gekookt en stamp het daarna. Neem van het water het kooksel een pond, olie een 3 ons, 4 ons tarwemeel, 1 ons lijnzaad, 1 ons fenegriek (Trigonella foenum-graecum), van de gestampte kruiden een half pond. En deze zal men alle tezamen koken op het vuur en altijd roeren met een spaan. En dit zal men spreiden ter tijd dat het rijp is. En als het rijp is dan zal men de materie laten zweren tot de wond.

Is het dat men kan en kan men het niet dan zal men het openen in de meeste hangende plaats en behandelen het gelijk andere zweren. En is het dat een zweer komt in wond der zenuwen, dan zal men het behandelen met warme rozenolie en met andere dingen zoals het gezegd is in wonden van zenuwen of in zenuwachtige wonden. Is het dat een wond is verhit dat zal men kennen omdat een wond er omtrent rood en heet is in de huid en in de wond is dunne rode etter. Men zal dat lid al omtrent de wond verkoelen met rozenolie en met witte zalf van Rasis (1) en met het sap van koude kruiden. En is het dat de wond is te koud dan is die plaats er omtrent wit of blauw en koud in het voelen en grof van etter, dan zal men het lid al omtrent smeren met warme olie als met olie van castoreum (bevergeil), olie van laurier, (Laurus) olie van Euphorbia en met bruine zalf en dergelijke. En is de wond te vers of te murw of nat of vochtig zo is de plaats al omtrent murw en veel etter en dun en wit is in de wond. Men zal de wond hanteren met droge medicijnen zoals met wijn en honing daarin gekookt is bloem van granaatappel, noten van gallen, schorsen van granaten (Punica granatum) en dergelijke. En is het dat de wond is te droog (dat herkent men daarbij dat het lid en de lippen verdunnen en daarbij dat er weinig etter is en dun). Men zal dat lid al omtrent baden met warm water totdat het rood wordt en zalven het met vers vet als van hoenderen, ganzen en merg van koolvis (?) beenderen en hij moet eten vele goede spijzen en die goed koken als vleessap, gemengde wijn, murwe eieren, kleine vissen en dergelijke en houden het hele lichaam en dat gekwetste lid in vrede en rust. En als dat lid en de wond zijn weer gebracht in haar natuurlijke staat dan zal men weer keren tot de goede behandeling van de wond.

(1) Rasis noemt; Unguentum rasis. Recept; cerusa (loodwit), ons 2, oleum rosarum, ons 1, en ½, witte was, ons 1, pulvis thuris (verpoederde wierook) en pulvis mirre, gelijke drachme 1, et fiat unguentum ponatur (wel zalf van pomatur of appels) in pixide en aldus zo zal men het 2 maal per dag maken.

Dokters pond is 376, 4 gram, een pond van de kooplieden bestaat uit 16 ons, is 23, 5 gram, bij dokters bestaat het uit 12 ons, is 31, 2 gram, per stad verschillend. Pond is drie drachmen, is 3,9 gram. Een drachme bestaat uit drie scrupels, is 1, 302 gram. Een scrupel bestaat uit 20 greynen of greinen, is 0,065 gram of een gerstekorrel. 20 azen is ongeveer gelijk aan 1 gram. Pint is 5 a 6 deciliter.

I last is 27 mud. I mud is 4 schepels. 1 zak is 3schepels.

 

 

[XI] Dat sovende capittel is van verwoeden honden bete ende van anderen venijnden besten

 

Als een hont hevet een meensche beten, men sal byseen jof de hont is verwoet jof en is. Ist dat die hont niet is verwoet, men salt cureren gelijc een simpel wonde. Ende ist dat die hont is verwoet, dat men kennet bi des wesen des hondis, want een verwode hont scuwet sijn spise ende vleet van watere. Hy stervet somwilen van sijn selves sene; hy lopet hiir ende ginder ghelijc of hy waer druncken ende mitten mont open ende hi hout sijn stert tuschen sijn been; hy steket uut de tonge ende hi willen alle biten; hy scuwet sijn woenstat; hine basset niet. Ende ist dat hi somwilen basset, dats heescheliken. Andere honden vleen van hem ende bassen up hem. Ende ist datmen nattet broet in de wonde, ja in dat bloet, ende ghevet een ander hont to eten, hi en salt niet eten. Ende ist dat hijt etet, hy sal sterven. Jof ist dat hy stampet een note ende legget up die wonde een nacht ende nuchtens ghevet een henne. Ist dat sijt etet, si sal sterven up dat hi verwoet is.

Cura: up de wonden salmen stellen staphants sterke vencosen ende laten uuttrecken vele vanden blode. Der na salmen die wonde widen. Ende best isset mit enen bernende yser to te bodem van der wonde ende daer na der up leggen treckende dingen om uut to trecken dat venijn [fol. 30r] . Als is de levere vanden selven hont, jof cluufloec gestampet, jof vleisk van gesouten vische, jof wijngaert° aschen jof opopannat°, jof bladen van cucumer, of wortelen van venigreet°, jof lym van vische, jof miren gestampt, jof urijn van enen jongen man mit nitre°, jof mente gestampt mit soute ende mit asijn getempert, jof schilt verwe° ende sout van elken IIII drachmen, morch van enen calven XII drachmen, jof beyen gestampet mit boteren ende daer up geleit.

Men sal de wonde houden open XL dagen ende in dat beghin salmen niet bloet laten om dattet dat venijn niet spredet over alden lichaem. Oec en salmen gheen laxatijf gheven om dattet dat venijn niet in wert trecket. Oec van eerst salmen daer coppen up setten omme voel bloets daer uut to trecken. Achter III dagen mach hi bloet laten ende purgeren mit een lichte medicien , purgerende melancoli alse mitter zedinge van epithimo° jof epithimi° mit gheiten wey.

Ende die seke sal eten wel fodenden spise ende wesen in blijscap ende rusten ende dickwilen sal werden sijn hovet gedwegen mit watere der in sijn soden hoveden ende bucten ariets, dats van weders. Hy moet hem wachten van honger ende van dorste ende van waken ende van pinen. Ende elcs dages sal hy nutten vander medicinen dier achter comen alse is alsene° polium°, aza dulcis, terra sigillata, nigella,° mirra, genciana°.

Item nemet asche van crabbe gebernet in een ovene, IIII delen wirox, VII delen van desen pulver salmen nemen elcs dagis, III drachmen mit wine.

Item nemet aschen van crabben VI delen, ganciaan° III delen, terra sigillata° een deel. [fol. 31v] Dit salmen nutten als voerseit is. Ende ist dat ghi niet en waert int begin ende de zieke beginnet to hebben quade to vallen alse van quade ghepeinse, quaden slape, ende licht te vergrammen ende verwandelinge van sinne ende dat hi antwoert van dingen de hem niet en vraget werden ende dat hy scuwet lichte ende alle versche dingen ende ander tekenen van melancolie, dan salmen hem gheven medicien van cantariden°. Ende men sal nemen die buken van cantariden° II drachmen, lenten° gezuvert, een spijt gariofilan°, caneel elx een half scrupel ende desen salmen wel stampen ende maken der of ovasten wegende enen scrupel ende men sal hem gheven een irocistes ten III malen to te hi bloet pisset. Want dan wert hi al genesen. Ende achter XL dagen salmen de wonde laten luken.

Ende ist oec dat enigerhande venijnde beesten wonden biten in des menschen leden, men sal doen als die cure voerseit. Oec ist guet dat men bijndet dat lit boven der wonden mit een bromestael, want het belettet dat het lit niet up wert en zwellet. Ende men sal gheven die medicien voerseit ende grote tiriake ende houden die wonden open tote si zuver is vanden venine.

[XI] Dat zevende kapittel is van dolle hondenbeten en van andere giftige beesten.

 

Als een hond een mens heeft gebeten zal men bezien of de hond dol is of niet is. Is het dat de hond niet  dol is men zal het behandelen gelijk een eenvoudige wond. En is het dat de hond dol is dat men herkent bij het wezen van de hond want een dolle hond schuwt zijn spijs en vliedt van water. Hij sterft soms van zijn eigen gezicht, hij loopt heen en weer net alsof hij dronken is en met de mond open en hij houdt zijn staart tussen zijn benen; hij steekt de tong uit en hij wil alles bijten; hij schuwt zijn woonplaats; hij bast niet. En is het dat hij soms bast dat is dan hees. Andere honden vlieden van hem en bassen op hem. En is het dat men brood nat in de wond, ja in dat bloed en geef het een ander hond te eten hij zal het niet eten. En is het dat hij het eet hij zal sterven. Of is het dat hij stampt een noot en legt het op de wond een nacht en ’s morgens geef het een hen. Is het dat zij het eet het zal sterven als hij dol is.

Behandeling: op de wond zal men gelijk sterke koppen zetten en laten uittrekken veel van het bloed. Daarna zal men de wond verwijden. En het beste is het met een brandend ijzer tot de bodem van de wond en daarna daarop leggen trekkende dingen om uit te trekken dat venijn. Zoals is de lever van dezelfde hond of gestampte knoflook of vlees van gezouten vis, of wijngaard as of Opopanax, of bladeren van komkommer of wortels van fenegriek (Trigonella foenum-graecum), of lijm van vis, of mirre, (Commiphora myrrha) gestampt, of urine van een jonge man met potas, of munt gestampt met zout en met azijn gemengd, of verdegris of kopergroen en zout, van elk 4 drachmen, merg van een kalf ,12 drachmen, of bessen gestampt met boter en daarop gelegd.

Men zal de wond 40 dagen open houden en in dat begin zal men niet bloed laten zodat het dat venijn zich niet verspreidt over het hele lichaam. Ook zal men geen laxatief geven zodat het dat venijn niet inwaarts trekt. Ook zal men eerst daar koppen op zetten om veel bloed daaruit te trekken. Na 3 dagen mag hij bloed laten en purgeren met een lichte medicijn en purgeren melancholie als met het kooksel van Thymus vulgaris (1) Cuscuta epithymum met geiten wei.

En de zieke zal eten goed voedende spijs en wezen in blijdschap en rust en vaak zal zijn hoofd gewassen worden met water daarin zijn gekookt hoofden en buiken van Aries, dat zijn gecastreerde geiten. Hij moet zich wachten van honger en van dorst en van waken en van werken. En elke dag zal hij nuttigen van de medicijnen die hierna komen als zijn alsem, Teucrium polium, Astragalus), terra sigillata, (gezegelde aarde) Nigella sativa, mirre, (Commiphora myrrha) Gentiana lutea.

Item, neem as van gebrande krabben in een oven, 4 delen wierook, (Boswellia thurifera), 7 delen van dit poeder zal men nemen elke dag met 3 drachmen met wijn.

Item, neem as van krabben, 6 delen, gentiaan, 3 delen, terra sigillata, een deel. Dit zal men nuttigen zoals voor gezegd is. En is het dat ge het in het begin niet hebt en de zieke begint te krijgen kwade toevallen als van kwaad gepeins, slechte slaap en licht te vergrammen en veranderen van geest en dat hij antwoord van dingen die hem niet gevraagd worden en dat hij schuwt licht en alle verse dingen en andere tekens van melancholie, dan zal men hem geven medicijn van Canthariden (Spaanse vlieg). En men zal nemen de buiken van Canthariden, 2 drachmen, lens gezuiverd, een stuk gariofilata (Syzygium aromaticum, kruidnagel), kaneel, elk een half scrupel en dit zal men goed stampen en maken daarvan vast wegend een scrupel en men zal hem geven een koekje tot 3 maal totdat hij bloed plast. Want dan wordt hij geheel genezen. En na 40 dagen zal men de wond laten sluiten.

En is het ook dat enigerhande venijnige beesten wonden bijten in de mensen leden, men zal doen zoals de behandeling voor gezegd. Ook is het goed dat men bindt dat lid boven de wond met een bremtwijg want het belet dat het lid niet opwaarts zwelt. En men zal geven de medicijn voor gezegd en grote teriakel en houden de wond open tot het zuiver is van het venijn.

(1) met epithymus; op tijm, zal wel tijm bedoeld of het kleine warkruid, Cuscuta epithymum.

 

 

[XI] Dat VIII capittel is van wonden myt benren toe broken de cuere

 

Als een lit is to broken of uut sijn proper iuncture mit een wonde, so salmen doen medicien in die wonde om dat bloet to stremmen. Ende leggen up die wonde de doderen van enen eye mit oli rosaet° ende salvent lit al omtrent die wonde mit II deel oli rosaet° ende een deel azijns [fol. 32r] gedicket mit bolo armenico°, tot dat de wonden maect ettere ende dat men is versekert van apostemen. Ende het en is gheen noet to vogen de te broken beenren te gadere vogen voer VIII dagen to wintere ende te vijf dagen in den somere, want dan sal de wonde maken ettere ende sijn versekert van apostumen. Ende dan salmen die beenren to gader voegen, alst seit wert in haer proper capitel.

Ende ist dat het noet hevet van spalken, men sal so doen dat die spalken ende die bijnselen sullen fallieren boven der wonden. Ende men sal gaten sniden in die bijnzelen boven der wonden, so dat men mach bi den gate elkis dagis de wonde vermaken sonder ontbijndene. Ende de eerst twelke ghi sult en ontbijnden sonder in sijn proper terminen, alsoet geseit wert. Mer der boven suldi bijnden mit een nye bijnzeel de men altoes sal ontbijnden alsmen die wonde wil vermaken. Ende als men dan is versekert van de apostemen, dan salmen nemen ende doen in die wonde cortlinge van ouden linnen wade ende daer up leggen medicien van honich rosaet° ende van gherstenmele tot dat die wonde wel is versuvert. Ende dan salmen vleisk daer in doen wassen ende helent mit medicinen die gheseit worden int Antidotarie.

[XI] Dat VIII kapittel is van wonden met beenderen gebroken, de behandeling.

 

Als een lid is gebroken of uit zijn goede gewricht met een wond dan zal men medicijn doen in de wond om dat bloed te stremmen. En leg op de wond de dooier van een ei met rozenolie en zalven het lid al omtrent de wond met 2 delen rozenolie en een deel azijn verdikt met bolus armeniacus totdat de wond etter maakt en dat men is verzekerd van zweren. En het is niet nodig de gebroken beenderen tezamen te voegen voor 8 dagen in de winter en te vijf dagen in de zomer want dan zal de wond maken etter en is verzekerd van zweren. En dan zal men de beenderen tezamen voegen zoals het gezegd wordt in haar goede kapittel.

En is het dat het nood heeft om te spalken, men zal zo doen dat de spalken en de bindsels zullen ontbreken boven de wond. En men zal gaten snijden in het bindsel boven de wond zodat men mag bij het gat elke dag de wond vermaken zonder los te maken. En de eerste welke ge zal los maken, uitgezonderd in zijn goede tijd alzo het gezegd wordt. Maar daarboven zal ge binden met een nieuw bindsel die men altijd zal los zal maken als men de wond wil vermaken. En als men dan is verzekerd van de zweren dan zal men nemen en doen in de wond koorden van oud linnen gewaad en daarop leggen medicijn van rozenhoning en van gerstemeel totdat de wond goed is gezuiverd. En dan zal men vlees daarin laten groeien en helen het met medicijnen die gezegd worden in de Antidotaria.

 

 

[XII] Dat IX capittel is van bloet stempen in wonde

 

Als een wonde seer blodet so sal die surgijn seen dat wesen vanden gewonden outhede, craft ende complexie. Ist dat dese wel concorderen ende meest die craft, so salmen die wonde wel laten bloden, jof hi en cranckede to zere.

Ende ist dat die surgijn wille dat bloet stremmen, [gol. 32v] dan sal hijt beseen jof het comet van cleinen aderen. Ende dan sufficieert daer up to leggen stoppen genet in wit van een eye ende als men de lippe der wonden heft vergadert. Oec isser dan guet meed up leit de pulver voerseit vanden levende calc ende wiroc ende draken bloet°, want het stremmet dat bloet ende helet wonden to gader.

Ende ist dattet bloet comet van groten aderen, so heft noet van sterker medicien. Ende noch van sterkere ist dattet comet van arterien. Ende dat salmen kennen als dat bloet comet uutwert al sprengende dan, saltu leggen dijn vinger up die stede daer dat bloet uut lopet ende houdent so lange een wile alse waer bi daer sal lichte dat bloet verherden, so dat die craft der mede wert seer conforteert. Ende daer na legget daer voele up van deser medicinen: nemet wit moru wiroc drachmen II, aloes° drachme I ende hiir of salmen maken pulver ende temperent mitten witte vanden eye tot dat het dic si als honich ende daer na menget mit hasen hare al cleine gesneden. Dese medicien stremmet bloet ende helet de gesneden aderen. Ende als ghi de wonde wilt vermaken, so suldijt up leggen om de eerste te morwene ende dan of to doen. Ende oec corrosijf medicijn stremmet bloet, mer somwijl als de rove of is, so blodet die adere jof die arterie, alse ic dicwile hebbe biprovet. Ende daer of sal ic hijr bescriven een exempel.

Een kind van III jaren veel up een punt van een mes so dattet doer stac de geet ader ende men en mochtet niet stremmen. Ende ic wert daer to gehaelt ende dat kijnt en sach niet, want sijn ogen [fol. 33r] waren vergaen ende wit bloet gelijc hoy leep uuter wonden ende het en hadde ghenen puls. Ende do leide ic mynen vinger up die wonde datter niet uut en mochte lopen, so dat die craft begonste to sterken ende die puls to verbliken. Ende do sende ic ter apoteken om dat pulver. Ende altoes houdende de vinger up die wonde tot dat die bode quam mit den pulver ende dat kint began sijn ogen up to luken. Ende do dede ic die medicien to byreiden ende ic leider up die wonde een groet deel ende der boven cussinelen van stoppen, genet int wit vanden eye. Ende ic bandet wel vaste mit eenre scroden ende ic dede hem nutten voer sijn spise crumen van brode genat in boerne ende ic onbants niet voerden IIII dach. Mer elx dagis quam ic omt kint to biseen ende to IIII dage was die medicien so verhert op de wonde, soe dat ickett niet of en mochte. Doen doe leyde ic daer up dat wit van enen eye mit een luttel olirosaet ende letet alsoe enen dach. Ende nuchtens deed ic die medicien of sonder pine ende die wonde was volcomeliken heel. Ist dat men mit deser medicien niet en mach bloet stremmen jof de adere helen om enigen andere bilettinge, dan salmen die adere uut halen ende bijndense, jof bernense mit enen heten ysere.

Een kint van XV jaren in die stat van Meilanen, was doersteken mit enen punt van enen clenen messe in een adere van sinen arme so dattet quetste ene zenuwe, liggende onder den adere ende om die quetsinge des senes so was daer grote zweringe in de wonde blodende vaste. Ende coude medicien hadden wesen guet omt bloet to stremmen, [fol. 33v] mer si hadden ghedeert den wonde der zenuwen. Ende do seid ic dat men die ader uut soude trecken ende bijnden ende helpen der zenuwe mit warmer oly van rosen. Die moder vanden kijnde sende om enen leken surgijn. Die verontwaerde mijn vondenisse van al ende hi vermat hem wal to ghenesen. Ic scheide vandaen ende hi bleef daer. Ende in IIII dagen mochte hy dat bloet niet stremmen, noch die zweringe up houden, so dat die seke volna was doet. Doe warter weder om my ghesant ende ic wolder niet gaen, mer ic beval den leken surgijn dat hy de adere soude uut halen ende bijnden dat ende mit enen drade ende daer na to doen warm oli van rosen in die wonde om die zenuwe te conforteren. Ende hi dedit alsoe ende aldus wert dat kijnt genesen.

Somwilen vallet dat een arterie breket ende dat vleisk is boven heel jof dattet vleisk boven verhelet eer dat die arterie heel wert jof is. Ende ondert vleisk wasset een geswel van blode twelke quaet is te stremmen. Vanden welken Galieen seit dat een persoen was van dusdaniger saken genesen daer altoes up leide snee. Alse waerbi het schint dat dingen die coude ende droge sijn behoren ter curen van dusdanigen apostemen.

[XII] Dat IX kapittel is van bloed stelpen in wonden.

 

Als een wond zeer bloedt zo zal de chirurg zien dat wezen van de gewonde, oudheid, kracht en samengesteldheid. Is het dat deze goed overeenkomen en meest de kracht dan zal men de wond goed laten bloeden of hij verzwakt te zeer.

En is het dat de chirurg wil dat bloed stremmen dan zal hij het bezien of het komt van een kleine ader. En dan voldoet daarop te leggen stoppen genat in wit van een ei als men de lippen der wonden heeft verzameld. Ook is er dan goed mede opgelegd het poeder voor vermeld van de ongebluste kalk en wierook, (Boswellia thurifera) en drakenbloed (Daemonorops draco) want het stremt dat bloed en heelt wonden tezamen.

En is het dat het bloed komt van grote aders dan heeft het sterkere medicijn nodig. En van nog sterkere is het dat het komt van slagaders. En dat zal men kennen als dat bloed al springende naar buiten komt, dan zal u leggen uw vinger op die plaats daar dat bloed uitloopt en houden het zo lang een tijdje waarbij licht dat bloed daar zal verharden zodat de kracht daarmee wordt zeer versterkt. En daarna leg daar veel op van deze medicijnen: neem witte murwe wierook, (Boswellia thurifera) drachmen 2, AloĎ, drachme 1. en hiervan zal men maken poeder en mengen het met het witte van een ei totdat het dik is als honing en daarna meng je het met hazen haar geheel klein gesneden. Deze medicijn stremt bloed en heelt de gesneden aderen. En als ge de wond wil vermaken dan zal je het opleggen om het eerst te vermurwen en dan af te doen. En ook bijtend medicijn stremt bloed, maar soms als de roof er af is dan bloedt de ader of de slagader zoals ik vaak heb beproefd. En daarvan zal ik hier een voorbeeld beschrijven.

Een kind van 3 jaren viel op een punt van een mes zodat het doorstak de slagader en men mocht het niet stremmen. En ik werd daartoe gehaald en dat kind zag niets want zijn ogen waren vergaan en wit bloed gelijk hooi liep uit de wond en het had geen pols. En toen legde ik mijn vinger op de wond zodat er niets uit mocht lopen zodat de kracht begon te versterken en de pols te blijken. En toen zond ik tot de apotheek om dat poeder. En altijd houden de vinger op de wond totdat de bode kwam met het poeder en dat kind begon zijn ogen te openen. En toen liet ik de medicijn bereiden en ik legde een groot deel op de wond en daarboven kussentjes van stoppen, genat in het wit van een ei. En ik bond het goed vast met een zwachtel en ik liet hem nuttigen voor zijn spijs kruimels van brood genat in bronwater en ik maakte het niet los voor de 3de dag. Maar elke dag kwam ik om het kind te bezien en na 4 dagen was de medicijn zo verhard op de wond zodat ik het er niet af doen mocht. Toen legde ik daarop dat witte van een ei met wat rozenolie en liet het alzo een dag. En ’s morgens deed ik de medicijn af zonder pijn en de wond was volkomen heel. Is het dat men met deze medicijn niet mag bloed stremmen of de ader helen om enige andere beletting dan zal men de ader uithalen en binden het of branden het met een heet ijzer.

Een kind van 15 jaren in de stad van Milaan was doorstoken met een punt van een klein mes in een ader van zijn arm zodat het kwetste een zenuw die lag onder de ader en om die kwetsing der zenuw zo was daar grote zweer in de wond en die bloedde erg. En koude medicijnen was goed geweest om het bloed te stremmen, maar het had gedeerd de wond der zenuw. En toen zei ik dat men de ader uit zou trekken en binden en helpen de zenuw met warme rozenolie. De moeder van het kind zond om een leken chirurg. Die verontwaardigde mijn vondst geheel en hij vermat hem wel te genezen. Ik scheidde vandaar en hij bleef daar. En in 4 dagen mocht hij dat bloed niet stremmen, nog de zweer ophouden zodat die zieke bijna dood was. Toen werd er weer om mij gezonden en ik wilde er niet gaan, maar ik beval de leken chirurg dat hij de ader zou uithalen en binden dat einde met een draad en daarna te doen warme rozenolie in de wond om de zenuw te versterken. En hij deed dit alzo en aldus werd dat kind genezen.

Soms gebeurt het dat een slagader breekt en dat vlees is boven heel of dat het vlees boven is geheeld eer dat de slagader heel wordt of is. En onder het vlees groeit er een gezwel van bloed wat slecht is te stremmen. Waarvan Galenus zegt dat een er persoon was van dusdanige zaken genezen daar hij altijd op legde sneeuw. Als waarbij het schijnt dat dingen die koud en droog zijn behoren ter behandeling van dusdanige zweren.

 

 

 

[XIII] Dat X capittel van spise der ghewonde luden

 

Alle meister schelen van der spise der gewonden, want somme gheven tallen wonden in dat hovet jof ergens waer gueden sterken wijn ende guet vleisk van hoenren ende caponen ende si seggen dat de seken aldus best ghenesen ende si seggen dattet water fuul maect de gewonde leden [fol. 34r] ende maket apostemen ende corrumpeert de complexi ende vercrancket ende doet vele quades. Ander geven horen zeken to eten boerne ende broet ende een luttel gebraden appelen totte X dagen to. Ende ic segge dat lude de van een complexie cout ende droge ist, dat se sijnt gewont ende si dan anders niet en eten dan born ende broet dat si so zere werden vercrancket dat haren wonden niet en mogen helen jof si moten cranc sterven of lange quelen, want hare lichamen ende leden, mage ende aderen ware cranc eer si gewont worden. Ende ic segge dat lude heet ende versch ist dat si sijn gewont ende si dan drincken wijn ende eten vleisk dat si dan bevagen coerts ende apostemen in de wonde, mer bi der leringe Galieens ende Rasis ende Avicenna - ende also ic dicwijl heb gheprovet - so seg ic dat int begin sal hem die zeken wachten ende meest is hi int hovet wont of in zenuwigen steden. Want negheen dinc en quetset so varinge de zenuwen ende de hersene als wijn doet, want al sijn subtijlheit doergaet hy varinge in de zenuwen ende varinge climmet ten hovede, dragende mit hem gheest ende humoren ende quetset den sin oec somwilen in gesonden luden ende het deert alle den ghenen de cranc sijn int hovet. Ende daer om in wonden van hovede ende van zenuwen salmen int begin verbeden wijn. Ja, in luden die heet sijn ende versch jof de allene sijn heet anders dan int ende vander curen. Coude gewonde lude sullen after III dagen wijn drincken getempert ende emmer so langer so meer na datmen [fol. 34v] is versekert van apostemen. Mer lude de heet sijn, sullen drincken water van ghersten jof water daer crumen van brode sijn in gesoden jof cout water, ende meest in den somer ende oec somwilen in den winter, jof mit X delen wijns van garnaten° jof mit VI dele verjuus jof desen volcomen dranc ter wonden van hovede ende van zenuwen. Nemet water een verendeel ons III suver gherste iuiube° sebesten° elx een half drachmen droge prumen van Damasco° ons I granen van garnaten° ons I zuke rosaet ij ons. Dit salmen seden tot dat een derden is versoden ende dan ghevet to drincken. Ende dese dranc verwandelt ende verdrivet de fumeyen datsi niet up en climmen ten hovede. Die ghene de sijn heet ende versch van complexien, en sullen niet eten visch, noch vleisk, noch eyere, noch melc, noch gheen dusdanich spise jof si en worden toe cranc. Mer si sullen eten wellinge van havere jof van ghersten mit mandel melc sonder in hovet wonden. Der en salmen gheen mandelen gheven noch gheen fumich froiten, alse noten ende haselnoten. Want si hebben een fumich proprieteit derende den hovede. Ende hi mach eten amidum° mit colen, latuwen°, crumen van brode gedwegen mit zukere. Ende ist dat hy so cranc is, dat hi hem niet en mach wachten van vleisk, men sal hem gheven vleisk van clenen hennen, kukenen ende van clenen vogelen als lewerken ende dees gelijc ende van ionge gheitkinen ende vleisk van clenen kalveren mit verjuse jof mit wijn van garnaten ende dusdanige spise [fol. 35r] sal hi nutten totdat de wonde is versekert van apostemen. Ende dat is als de zweringe on zeten is ende tlit onswollen is ende de wonde fulna heel is up dat de wonde was genait dat daer gheen etter was in ghegenereert. Ende ist dat die wonde was mit frotzeringe jof verwandelt vanden lucht so dat daer etter was in ghegenereert dan ismen versekert van apostemen. Als de dan maken volcomenliken etter ende dat lit wel draget ende isset ontzwollen ende sonder zweringe dan salmen de spise verwandelen tote hi comet ter spisen de hi is gewoenlic to etene. Ist dat de seke is van complexi cout ende droge, jof cout ende versk, jof dat hy hevet ene crancke mage, dan salmen gheven hem int eerst vleisk confineert mit walrukende spise jof specien als caneel ende gengebar° ende deergeliken ende gheven hem van eerst van ydrozatum° jof julep° wal rukende ende achter III dagen sal hi drincken wijn ende also wal vanden enen als vanden anderen. Ende ist oec dat een been to broken is mit wonden jof sonder wonden ende alsmen is versekert van apostemen, dan salmen hem gheven wal vodende spise de maken een sterc repament des benes, als terwe ghesoden ende haer blomen in pappe de achterlede van coyen, de buke van ossen wal gesoden ende deer gheliken, alse waer bi die surgijn moet moet kennen die complexien, outheden, lantscepen, costumen, de tiden vanden jaer om de wonde wel to dieteren, want hets noetsakeliken.

[XIII] Dat X kapittel van spijzen der gewonde lieden.

 

Alle dokters verschillen van de spijs der gewonden, want sommige geven tot alle wonden in dat hoofd of ergens anders goede sterke wijn en geven vlees van hoenderen en kapoenen en ze zeggen dat de zieken aldus het best genezen en ze zeggen dat het water vuil maakt de gewonde leden en maakt zweren en vervuilt de samengesteldheid en verzwakt en doet veel kwaad. Andere geven hun zieken te eten bronwater en brood en wat gebraden appels tot 10 dagen toe. En ik zeg dat lieden die van een samengesteldheid koud en droog zijn en dat ze zijn gewond en als ze dan niets anders eten dan bronwater en brood dat ze zo zeer worden verzwakt dat hun wonden niet mogen helen of ze moeten zwak sterven of lang kwellen want hun lichaam en leden, maag en aders waren zwak eer ze gewond werden. En ik zeg dat lieden die heet en vochtig zijn en als ze zijn gewond en ze dan drinken wijn en eten vlees dat ze dan aanvangen koorts en zweren in de wond, maar bij de lering van Galenus en Rasis en Avicenna - en alzo zoals ik vaak heb beproefd - zo zeg ik dat in het begin zal hem de zieke wachten en meest als hij in het hoofd is gewond of in plaatsen met zenuwen. Want nee geen ding kwetst zo snel de zenuwen en de hersens als wijn doet want zijn hele subtielheid gaat snel in de zenuwen en snel klimt het te hoofd en draagt met hem geest en levenssappen en kwetst de zin en ook soms in gezonde lieden en het deert al diegenen die zwak zijn in het hoofd. En daarom in wonden van het hoofd en van zenuwen zal men in het begin verbieden wijn. Ja, in lieden die heet zijn en vochtig of die alleen zijn heet, anders dan in het einde van de behandeling. Koude gewonde lieden zullen na 3 dagen wijn drinken getemperd en immer hoe langer hoe meer nadat men is verzekerd van zweren. Maar lieden die heet zijn zullen drinken water van gerst of water daar kruimels van brood in gekookt zijn of koud water en meest in de zomer en ook soms in de winter of met 10 delen wijn van granaten of met 6 delen sap van onrijpe druiven of deze volkomen drank ter wonden van hoofd en van zenuwen. Neem water een vierendeel, 3 ons zuivere gerst, jujube, (Zizyphus jujuba) sebesten, (Cordia myxa) elk een halve drachme, droge pruimen van Damascus, 1 ons granen van granaten, (Punica granatum) 1 ons suiker van rozen 2 ons. Dit zal men koken totdat een derde deel is verkookt en geef het dan te drinken. En deze drank verandert en verdrijft de rook zodat het niet opklimt te hoofd. Diegene die zijn heet en vochtig van samengesteldheid zullen niet eten vis, nog vlees, nog eieren, nog melk, nog geen dusdanige spijs of ze worden te zwak. Maar ze zullen eten welling van haver of van gerst met amandelmelk vooral in de hoofdwonden. Daar zal men geen amandelen geven nog geen rokerige vruchten zoals noten en hazelnoten. Want ze hebben een rokerige eigenschap die deren het hoofd. En hij mag eten zetmeel (krachtmeel) met kool, sla, kruimels van brood gewassen met suiker. En is het dat hij zo zwak is dat hij hem niet mag wachten van vlees, men zal hem geven vlees van kleine hennen, kuikens en van kleine vogels zoals leeuweriken en dergelijke en van jonge geitjes en vlees van kleine kalveren met sap van onrijpe druiven of met wijn van granaten en dusdanige spijs zal hij nuttigen totdat de wond is verzekerd van zweren. En dat is als de zweer niet gezet is en het lid niet zwelt en de wond bijna heel is opdat de wond was genaaid dat daar geen etter was in gegenereerd. En is het dat de wond was met kneuzing of veranderd van de lucht zodat daar etter was in gegenereerd dan is men verzekerd van zweren. Als die dan maken volkomen etter en dat lid het goed verdraagt en is het niet gezwollen en zonder zweer dan zal men de spijs veranderen tot hij komt ter spijs die hij gewoon is te eten. Is het dat de zieke is van samengesteldheid koud en droog of koud en vochtig of dat hij heeft een zwakke maag dan zal men hem geven in het begin vlees gecombineerd met goede ruikende spijs of specerijen als kaneel en gember en dergelijke en geven hem in het begin van hydromel (suikerwater) of julep (koeldrank) die goed ruikt en na 3 dagen zal hij drinken wijn en alzo wel van de ene als van de andere. En is het ook dat een been gebroken is met wonden of zonder wonden en als men is verzekerd van zweren dan zal men hem geven goed voedende spijs die een sterke herstelling van het been maken zoals tarwe gekookt en haar bloem in pap, de achterste leden van koeien, de buik van ossen goed gekookt en dergelijke als waarbij de chirurg moet kennen de samengesteldheid, oudheid, landschappen, gebruiken de tijden van het jaar om de wond goed tot dieet te zetten want het is noodzakelijk.

 

 

 

 

[XIIII] Dat XI capittel is van olde open zeren

 

Opene seren comen van openen apostumen jof van wonden qualike cureert jof van enige up luken jof uuthalinge jof van verbernthede ulcerende [fol. 35v] ende ulcererende dat sijn opene gate jof van droechten snidende jof van vele verscher materi corrumperende den lichaem, want elke oude wonde die hevet vervulhede jof anders dan guede ettere. Het en is gheen wonde dan een zeer ende van desen seer spreken Rolant, Rogier ende vele ander meisters ende si seggen dattet is een canckere jof een fistel. Mer het is cancker noch fistel, want cancker ende fistel differeren van desen seer ghelijc dat een proper dinc differeert van een ghemeen dinc. Want elke fistel ende cancker is een open seer, mer elc ghemeen seer is noch fistel noch cancker.

Avicenna seit datter VII maneren sijn van dusdanigen openen sere. Die eerste manere heet ulcus virulentum, de ander ulcus sordidum, de derde ulcus profundum, die IIII ulcus corrosivum, de vijfte ulcus putridum, die seste ulcus ambulatuum, de VII ulcus difficilis consolidatorius, dats van sware curen. Van dese somme concorderen mitten fistel als ulcus virulentum ende ulcus profundum. Somme concorderen mitten canker, als ulcus ambulatinum ende ulcus corrosivum ende alle differeren van wonden. Want in wonden is die atter wit ende licht ende effene ende sonder stanc. Want hets genereert bi der natuurliker hetten ende ander vervuulthede ende overvloientheden sijn genereert van eenre vreemder hetten.

Ulcus virulentum is een seer dat in hevet dun etter ende ist dattet is roet jof roetachtich knagende dat lit hit beduut dat daer is een vreemde hetten. Ende ist dattet is wit sonder hetten het beduut een vreemde coutheit. Ulcus sordidum is een seer dat in hevet dicke roven jof dic overvloiende vleisk. Ulcus corrosivum is een seer dat hem selven etet um dattet scherp bloet to comt. Galieen seit dattet scherp bloet so [fol. 36r] wel verteert sont vleisk als vervult vleisk. Ulcus profundum is een seer dat een groet deephede hevet ende bedecteliken ende is sterke gezwollen. Ulcus putridum is een stinckende seer ende dat hevet een vremde hetten daer of comet een vervuult fumeye alse van vervulen lichamen. Ulcus ambulatinum is een zeer dat gaet hiir ende ginder in die huut ende niet deep int vleisk. Ulcus difficillis consolidatorius comende van enen quaden verdecten wesen van alden lichaem ende daer om ist quaet to helende ende ulceren dat sijn opene gaten.

Omme opene zere to cureren daer sijn IIII generael regulen toe. Die eerste regule is dat mensi niet ende sal cureren voer datsi sijn gedroget van hare luder overflodicheden. Die ander regule is dattet lit jof die lichaem is uut sire natuurliker complexien dat mense sal corrigeren eer dat men de ulceren cureert. De derde is dat te liveren of de milte sijn gearget - alst dikwijl gevallet in ouden zeren - dat men si eerst sal corrigeren. De IIII is dat men de humoren sal temperen ende purgeren mit bloet laten ende mit medicinen ende mit gueder achter waringen. Ende ist dat de lucht is quaet, men sal de zeke verwandelen in een gueden lucht ende alse dese sijn gedaen dan salmen die ulceren cureren alst to by hoert.

Ulcus virulentum is datte etter deer in is gelu is of roetachtich ende dat lit is dan salmen dat zeer dwaen mit watere daer in is ghesoden rosen, gherste, aluun°, balaustien°, lentile°. Ende do men daer up in honich, het is to betere hiir mede salmen de zere dwaen totten bodeme. Ende ist dat die etter is witachtich ende dat is sonder heten dan salment dwaen mit water of mit wijn daer in is soden mirra, alsen°, marrabium°, salvie°, pimpinelle°; oec is [fol. 36v] der guet honich in gedaen. Ende alst wel is suvert, dan salment voert cureren mit deser salven als Rasis ende Avicenna orkunden: neemt litargix° also voel als ghi wilt, ende stampet in ene mortere wel clene ende doet daer to olien van rosen° ende azijn; vast to gader menget to dattet lijc is salve daer na nemet daer of VIII delen ende aluun°, balaustia°, tertingen gebernt ende gebernt copere, loet aschen°, noten van gallen, draken bloet°, cathimia argenti°, van elken so feel als dat twalefste deel is vander voerseide salven ende menget altegadere jof nemet van litergerum VIII ons ende van elken der andere 1 half ons ende maket salve. Ende dese salve sal men doen in de wonde mit eenre weken alst voerseit is ende buten oec up de wonde, want si droget ende si ghewinnet vleisk ende helet wel. Oec ist guet dat men boven de salve legge een zuverende plaester van seem 1 meel, alst seit wert int Antidotarie. Ende altoes leggende boven den zeer een medicien van bolo armenico 1 ons terra sigillata° 1 quart ons oli rosaet° ende asijn. Dit al over een gemenget tot dattet lijc is eenre dunre salven ende daer moet sijn noch so voel oli als azijns ende dese medicijn bilettet datter gheen humoren totten zere moge comen ende het bewachtet elke lit van corrupcien ende het en laet gheen zeer meren.

Ulcus sordidum: men sal die vervoulicheit of doen mit pulver van affodillen of mit andere zuverende dingen de bet achter werden gheseit ende der na helen mit helende medicinen.

Ulcus profundum: men salt dwaen totten bodeme mit ene vander dwainge voerseit, na dat het lit is heet of out ende daer na salmen daer in doen wijn of watere daer in is gesoden mastic ende [fol. 37r] wijroet° ende men sal daer up leggen zuverende plaester van honich, alst geseit wert int Antidotarie. Oec salmen dat lit so bestellen dat de mont vanden zere daelwert hange ende ten bodeme wert salment vaste dwingen mit bijndene datter in den bodeme ne mach gheen ettere vergaderen. Oec is het guet up datment doen mach dat men maect een nie wonde int meest hangende deel datte ettere de bet uut mach lopen want dat seer salt bet genesen.

Ulcus corrosiuum: men sal sijn scherphede dwingen mit couder medicinen al omtrent geleit ende corrigeren dat sterce bloet mit ate ende drancke ende purgeren de roden colera ende salven al omtrent mit colende salve ende daer to is guet die witte salve van Rasis, geseit int Antidotarie.

[XIIII] Dat XI kapittel is van oude open zeren

 

Open zeren komen van open zweren of van wonden die slecht behandeld zijn of van enig openen of uithalen of van verbrande zweren en ulcers, dat zijn open gaten of van snijdende droogte of van veel vochtige materie die vervuilen het lichaam want elke oude wond die heeft vervuiling of anders dan goede etter. Het is geen wond dan een zeer en van dit zeer spreken Roelant, Rogier en vele ander dokters en ze zeggen dat het is een kanker of een fistel. Maar het is kanker nog fistel want kanker en fistel verschillen van dit zeer gelijk dat een goed ding verschilt van een algemeen ding. Want elke fistel en kanker is een open zeer, maar elke gewone zeer is nog fistel nog kanker.

Avicenna zegt dat er 7 soorten zijn van dusdanige open zeren. De eerste soort heet ulcus (zweer) virulentum, (kwaadaardig) de andere ulcus sordidum, (vies) de derde ulcus profundum, (diepte) die 4de ulcus corrisivum, (bijtend) de vijfde ulcus putridum, (verrot) de zesde ulcus ambulatinum, (wandelend) de 7de ulcus difficilis consolidatorius, (moeilijk te behandelen) die is van zware behandeling. Van deze komen sommige overeen met de fistel zoals ulcus virulentum en ulcus profundum. Sommige komen overeen met de kanker zoals ulcus ambulatinum en ulcus corrisivum en alle verschillend van wonden. Want in wonden is de etter wit en licht en effen en zonder stank. Want het is gegenereerd bij de natuurlijke hitte en andere vervuildheid en overtolligheid zijn gegenereerd van een vreemde hitte.

Ulcus virulentum is een zeer dat in heeft dunne etter en is het dat het is rood of roodachtig knagend dat lid, het betekent dat daar is een vreemde hitte. En is het dat het is wit zonder hitte, betekent het een vreemde koudheid. Ulcus sordidum is een zeer dat in heeft dikke roven of dik overtollige vlees. Ulcus corrisivum is een zeer dat zichzelf eet omdat er scherp bloed toe komt. Galenus zegt dat het scherp bloed zo goed verteert gezond vlees als vervuilt vlees. Ulcus profundum is een zeer dat een grote diepte heeft en bedekt en is sterk gezwollen. Ulcus putridum is een stinkende zeer en dat heeft een vreemde hitte waarvan een vervuilde rook komt als van een vervuild lichaam. Ulcus ambulatinum is een zeer dat gaat hier en daar in de huid en niet diep in het vlees. Ulcus difficillis consolidatorius komt van een kwaad bedekt wezen van het  hele lichaam en daarom is het slecht te helen en zweert en dat zijn open gaten.

Om open zeren te behandelen zijn daar 4 algemene regels toe. De eerste regel is dat men ze niet zal behandelen voordat ze zijn gedroogd van hun overvloedigheid. De andere regel is dat het lid of dat lichaam uit zijn natuurlijke samengesteldheid is en dat men het zal corrigeren eer dat men de zweer behandelt. De derde is dat de lever of de milt zijn verergerd – zoals het vaak gebeurd in oude zeren - dat men ze eerst zal corrigeren. De 4de is dat men de levenssappen zal temperen en purgeren met bloed laten en met medicijnen en met goede nazorg. En is het dat de lucht is slecht, men zal de zieke veranderen in een goede lucht en als dit is gedaan dan zal men de zweer behandelen zoals er toebehoort.

Ulcus virulentum is het dat er etter daarin is geel is of roodachtig in dat lid is dat zal men dat zeer wassen met water daarin is gekookt rozen, gerst, aluin, bloemen van granaatappels en lens. En doet men daarop honing het is te beter en hiermee zal men de zeer wassen tot de bodem. En is het dat de etter is witachtig en dat is zonder hitte dan zal men het wassen met water of met wijn daarin gekookt mirre, (Commiphora myrrha), alsem, Marrubium, salie, Pimpinella saxifraga; ook is er goed honing in gedaan. En als goed is gezuiverd dan zal men het voorts behandelen met deze zalf zoals Rasis en Avicenna verkondigen: neem litargirum alzo veel als ge wil en stamp het in een mortier goed klein en doe daartoe rozenolie en azijn; vast tezamen mengen zodat het gelijk is als een zalf en neem daarna daarvan 8 delen en aluin, bloem van granaatappels, tertingen (ijzer schilfers?) gebrand en gebrand koper, lood as, noten van gallen, drakenbloed, (Daemonorops draco) zilverglid, van elk zoveel als het twaalfde deel is van de voor genoemde zalf en meng het alle tezamen of neem van litargirum 8 ons en van elk de andere 1 half ons en maak een zalf. En deze zalf zal men doen in de wond met een doek zoals het voor gezegd is en buiten ook op de wond want het droogt en het wint vlees en heelt goed. Ook is het goed dat men boven de zalf legt een zuiverende pleister van zeem en meel, zoals het gezegd wordt in de Antidotaria. En altijd leggen boven het zeer een medicijn van bolus armeniacus, 1 ons, terra sigillata, 1 kwart, ons rozenolie en azijn. Dit alles door elkaar gemengd totdat het gelijk is een dunne zalf en daar moet zijn nog zoveel olie als azijn en dit medicijn belet dat er geen levenssappen tot de zeer mogen komen en het bewaakt elk lid van vervuiling en het laat geen zeer vermeerderen.

Ulcus sordidum: men zal die vervuiling afdoen met poeder van affodil of met andere zuiverende dingen die beter hierna worden gezegd en daarna helen met helende medicijnen.

Ulcus profundum: men zal het wassen tot de bodem met een van de wassingen voor gezegd naar dat het lid is heet of koud en daarna zal men daarin doen wijn of water waarin gekookt is mastiek (Pistacia lentiscus)  en wierook, (Boswellia thurifera) en men zal daarop leggen zuiverende pleister van honing zoals het gezegd wordt in de Antidotaria. Ook zal men dat lid zo zetten dat de mond van de zeer naar beneden hangt en te bodem waart en zo zal men het vast dwingen met binden zodat er in de bodem nee geen etter mag verzamelen. Ook is het goed, als men het doen kan men, maak een nieuw wond in het meest hangende deel zodat de etter er beter uit mag lopen want dat zeer zal beter genezen.

Ulcus corrisivum: men zal zijn scherpheid dwingen met koude medicijnen al omtrent gelegd en corrigeren dat sterke bloed met eten en drank en purgeren de rode gal en zalven alles omtrent met verkoelende zalven en daartoe is goed de witte zalf van Rasis gezegd in de Antidotaria.

 

 

Ulcus putridum: men salt dwaen mit watere ende zeem ende mirre to gadere soden ende daer na suveren mit desen plaester. Nemet dat sop vander alsene° IIII onsen, zeem III onsen, ghersten meel II onsen, mirre een onse. Ende dese salmen wel to gadere mengen ende vollende stede van binnen wel mit lijnwade ende ist datter sijn wormen, men salse doden mit den sape van calaminto° jof persiken bladen jof van bucwiden jof mit der zedinge van ollebore°. Ende alst wal is gezuvert, dan salment helen mitter proper salve voerseit.

Ulcus ambulatuum: men sal cureren mit bloet laten ende mit medicijn purgerende coleram ende verbernde humoren ende men sal leggen al omtrent medicijn van bolo armenico ende terra sigillata ende daer up leggen een cold zuverende plaester. Som wilen moetment cautirezeren mit een gulden wapen, want het helpt sonderlinge wal dat lit.

Ulcus [fol. 37v] difficillis consolidatoris: ist dattet is van enen bedecten sake, so comet van een quade bedecte wesen van alden lichame ende daer om moetmen dat lit ende alden lichaem corrigeren, alsoet gheseit is. Ist dat de sake is openbare, dat salmen of doen ende daer nae de principael curen doen. Saken de beletten wonden ende opene zere to helen sijn een quade wesen van alden lichame als ydropisie of een quade wesen der levere alsoet is dattet is wel cranc van hettene jof van couden van verscheiden of van droechte, mit materien of sunder materien jof mit hertheden of mit crancheiden der milte niet zuverende bloet van melancolien jof vele bloets of scherp bloet jof de aderen vol de bloet senden totten zeer jof cleren inder leeschen de materi senden totten zeer vanden benen ende vanden voeten jof dicke herde lippen of overvloiende vleisk jof onghetemperde spise jof onbehoerlike medicien jof quade to vallen int lit jof dattet seer is in een quade stede als int up einde vanden ellenboge jof dattet seer is ront jof ondert seer dat been corrumpeert is ende alle dese beletten wonden ende opene zere to genesen. Ende alle dese moetmen merken ende corrigeren alden lichaem ende de principael leden. Ende is datte lede sijn in natuurlike complexi men sal se daer in houden mit geliker medicinen. Ende ist dat si sijn ongetempert, men sal se weder to punte brengen mit contrarien dingen. Tbloet salmen temperen ende corrigeren ende men sal de aderen dwingen deet bloet derwert brengen ende men sal onbijnden de cleren in den leeschen ende destrueren dat overvloeiende vleisch ende verdinnen die dicke lippen ende corrigeren die spise ende maken dat ronde zeer lang overlanx dat lit mit een [fol. 38r] cauterie.

Dat corrumpeerde been int zeer suldi uut doen aldus. Ghi sult dat been alder eerst ondecken vanden vleisk mit een snidende wapene of mit corrosiven medicien of mit eenre cauterien dat beter is. Daer na suldijt been niet scrapen - als voele meisters doen -, mer barnet wel vaste mit enen heten ysere. Daer na doet daer in warme oli van rosen ende een zuverende plaester in dat Antidotarie geseit. Als is dat uut doet vervulde beenren sonder pine. Want al is dat ghi dat verfulede been af scrapet, noch suldi moten ontbeiden tote dat de natuur dat been hevet ghezuvert, als waer bi dat ghi die pine vermenicht. Ende nochtan en ghezuvert ghijt niet volcomeliken ende daer of wasset dickwilen een quade fistule. Die onbehoerlike medicien salmen corrigeren na der complexien des lichaems ende der leden, want ist dattet lit is droge alse oren, nose gaten ende beenrich leden ende croselich ende het hevet vele etters, het behovet wel droge medicien. Ist dattet lichaem ende dat lit sijn natuurliken versk ende het hevet luttic etters, dan wert de medicien meer en luttel droge. Ist dat de leden ende de lichame ende de ettere sijn gemaetliken, so sal de medicijn wesen gemaetliken droge. Ende ist dat II leden sijn eens van complexien ende dat een hevet vele atters ende dat ander luttic, dat vele etters hevet dat behoeft de drogeste medicien. Daer na suldi moten altoes behoden een natuurlic dinc mit deer geliken ende dat iegen natuur is seldi of doen mit sijn contrarien. Mer de quantiteit der medicinen en mach men niet fulcomelic mit litteren scriven ende dit oerkunt Galienus. Suverende medicijn behorende in opene seren [fol. 38v] jof hets sterken dan hit behoert of cranckere. Ende ist dattet is sterkere dan hit behoert, dat zeer wert argere van dage to dage. De etter wert dun of roet of gelu, de stede al om sijn groen swert of roet of roetachtig ende hets wel heet ende der na wert fele dunne etters. Ist dat die medicien is to cranc ende te luttic drogende, de etter is dic swaer ende oneffene, blau of bleec, tlit is cout ende wit jof blau ende sachte. Ende ist dat die medicien is to droge, ghi sulter ververschen. Ende ist to versch, ghi sultet droger maken. Ende de desen regulen niet en weet, hy en mach nymmermeer opene gaten wel cureren. Lichte medicien en luttic drogende quade gate sijn mastic°, wiroc, ghersten meel; een luttel bet drogende sijn ireos°, aristology°, witzen°, lupinen, taries° lignorum°; sterkelic drogende sijn balaustien°, psidien°, rosen noten van cipres° ende deer gheliken; lichte zuverende medicijn sijn seem zuker, water van ghersten, gheiten wey, zeewater; water van zwavel dat zuvert ende verwermet; water van alune° zuvert ende coelt; vele zuverende dingen ende salmen vijnden in den Antidotarien.

Ulcus putridum: men zal het wassen met water en honing en mirre, (Commiphora myrrha) tezamen koken en daarna zuiveren met deze pleister. Neem het sap van alsem 4, ons, honing, 3 ons, gerstemeel, 2 ons, mirre, een ons. En dit zal men goed tezamen mengen en vullen de plaats van binnen goed met linnen en is het dat er zijn wormen, men zal ze doden met het zeep van Calamintha of perziken bladeren of van boekweit of met het kooksel van Helleborus. En als het goed gezuiverd is dan zal men het helen met de goede zalf voor gezegd.

Ulcus ambulatinum: men zal behandelen met bloed laten en met medicijnen die gal purgeren en verbranden de levenssappen en men zal leggen al omtrent medicijn van bolus armeniacus en terra sigillata en daarop leggen een koude zuiverende pleister. Soms moet men het cautirezeren met een gouden wapen want het helpt bijzonder goed dat lid.

Ulcus difficillis consiladatorius: is het dat het is van een bedekte zaak dan komt het van een kwaad bedekt wezen van het hele lichaam en daarom moet men dat lid en het hele lichaam corrigeren alzo het gezegd is. Is het dat de zaak is duidelijk, dat zal men afdoen en daarna de belangrijkste behandelen dan. Zaken die beletten wonden en open zeren te helen zijn een kwaad wezen van het hele lichaam zoals hydropisie (waterzucht) of een kwaad wezen van de lever alzo dat het is wel zwak van hitte of van koude of verschillend van droogte met materies of zonder materies of met hardheid of met zwakheid van de milt die niet het bloed van melancholie zuivert of veel bloed of scherp bloed of de aderen vol met bloed zenden tot de zeer of de klieren in de liezen die de materie zenden tot het zeer van de benen en van de voeten of vaak harde lippen of overtollige vlees of onregelmatige spijs of onbehoorlijke medicijnen of kwade toevallen in het lid of dat het zeer is in een kwade plaats zoals in het eind van de ellenboog of dat het zeer is rond of onder het zeer dat been vervuild is en al deze beletten wonden en open zeren te genezen. En al deze moet men opmerken en corrigeren het hele lichaam en de voornaamste leden. En is het dat de leden zijn in natuurlijke samengesteldheid zal men ze daarin houden met gelijke medicijnen. En is het dat ze zijn onregelmatig, men zal ze weer te punt brengen met tegengestelde dingen. Het bloed zal men temperen en corrigeren en men zal de aderen dwingen die het bloed derwaarts brengen en men zal los maken de kleren in de liezen en vernielen dat overvloedige vlees en verdunnen de dikke lippen en corrigeren de spijs en maken dat ronde zeer lang in de lengte dat lid met een cauterie.

Dat vervuilde been in het zeer zal ge uitdoen aldus. Ge zal dat been allereerst ontbloten van het vlees met een snijdend wapen of met bijtende medicijnen of met een cauterie dat beter is. Daarna zal ge het been niet schrapen - zoals veel meesters doen -, maar branden het goed vast met een heet ijzer. Daarna doe daarin warme rozenolie en een zuiverende pleister in dat Antidotaria geegd wordt. Als dat uit is doe het been vullen zonder pijn. Want al is dat ge dat vervuilde been afschraapt, nog zal ge moeten wachten totdat de natuur dat been heeft gezuiverd, als waarbij dat ge de pijn vermenigvuldigd. En nochtans zuivert gij het niet volkomen en daarvan groeit vaak een kwade fistel. De onbehoorlijke medicijnen zal men corrigeren naar de samengesteldheid van het lichaam en de leden want is het dat het lid is droog zoals oren, neusgaten en beenderachtige leden en kraakbeenachtig en het heeft veel etter het behoeft wel droge medicijnen. Is het dat het lichaam en dat lid zijn natuurlijk vochtig en het heeft weinig etter dan wordt de medicijn meer en weinig droog. Is het dat de leden en het lichaam en de etter zijn matig zo zal de medicijn wezen gematigd droog. En is het dat 2 leden zijn gelijk van samengesteldheid en dat de ene heeft veel etter en de andere weinig, dat veel etter heeft dat behoeft de droogste medicijn. Daarna zal ge een natuurlijk ding altijd moeten behoeden met diergelijke en dat tegen natuur is zal ge af doen met zijn tegengestelde. Maar de kwantiteit der medicijnen mag men niet volkomen met letters beschrijven en dit verkondigt Galenus. Zuiverende medicijnen behoren in open zeren of het is sterker dan het behoort of zwakker. En is het dat het is sterker dan het behoort, dat zeer wordt erger van dag tot dag. De etter wordt dun of rood of geel, de plaats alom is groen, zwart of rood of roodachtig en het is goed heet en daarna wordt het vol dun etter. Is het dat de medicijn is te zwak en droogt te weinig dan is de etter is dik, zwaar en oneffen, blauw of bleek, het lid is koud en wit of blauw en zacht. En is het dat de medicijn is te droog ge zal het bevochtige. En is het te vochtig ge zal het droger maken. En die deze regels niet weet hij kan nimmermeer open gaten goed behandelen. Lichte medicijnen en weinig drogend kwade gaten zijn mastiek (Pistacia lentiscus), wierook, (Boswellia thurifera), gerstemeel; een weinig beter drogend zijn Iris, Aristolochia, vitsen, (Vicia villosa) lupinen, tarwe, lignorum (hout en teer ?); sterk drogend zijn bloemen van granaatappels, granaatappels pitten, rozen, noten van cipres en dergelijke; licht zuiverende medicijnen zijn honing, suiker, water van gerst, geiten wei, zeewater; water van zwavel dat zuivert en verwarm; water van aluin zuivert en verkoelt; vele zuiverende dingen zal men vinden in de Antidotaria.

 

 

[XV] Dat XII capittel is vanden fistelen

 

Fistula is een deep zeer ende hevet den mont nau ende den bodeme wijt ende al omme binnen ist hert lijc eenre pennen van een vogel jof gelijc enen rode ende in dit so sceeltet jegens ulcus profundum. Want ulcus profundum en is binnen niet hert al omme als die fistel is. Als waer bi en mach de fistel niet zuveren als men doet ulcus profundum, mer men moet de hertheide of doen mit cauterien jof mit medicinen corrosiven, alse waer biden medicinen corrosiven jof de cautieren meeret de deepheide der zeren. Ende daer om ist nuttelic dat de surgijn weet dese [fol. 39r] differencie (dats onderscheit) ende dat hi weet to cureren een zeer ende een fistel mit sire propere medicinen. Ist dat die fistel is mit vleisk of tuschen den zenuwen ende de substanci der zenuwen en is niet corrumpeert noch dat been, so en ist gheen noet van anderen curen dat de stampen agrimonien° vaste mit soute gelijc sause ende duwen tsap in de fistele ende dan doen vander pistatuur des cruuts in de fistele ende up de fistele. Ende als die fistel is doet, dat salmen kennen bi den roetheiden des vleiskes al omme binnen. Daer na suldi maken desen siroep om die fistel daer binnen mede to dwaen: nemet water een punt, azijns een half punt, zeem gescrumet ons IIII, bladen van oliven gebonden mit enen drade een onse, laureolate° sagitelle° elx een ons. Ende dese salmen alle seden lijc enen siruup ende latent colen ende dan salment harde wel parsen die bladen van oliven ende datter blivet houdent mit den bladen van sagitellen. Ende mit desen siroep salment II werf des dagis herde wel dwaen die fistele to te bodeme ende fullent daer na mit cortelinge van lijnwade; ende daer up salmen leggen die bladen van sagittelle ende hiir mede salment hanteren tote dat het heel is. Ende mit deser geprovet medicien cureert men alle fistelen int vleisk jof daer en waer been jof zenuwe corrumpeert ende dat de fistele niet en is to out noch dattet binnen niet en is to hert. Want in desen saken is de medicijn van agernomen° to cranc, mer men salt cureren mit cauterien jof mit medicinen corrosiven. Ende ist datter is een vervuulde been in der bodem der fistelen, men salt uut doen als voerseit is int capitel vanden openen zeren. Ende ist dat die fistel doer gaet de [fol. 39v] wegen der urinen uutgaen jof datter doer gaet den bedecte steden der aensichte ende daer men den bodeme niet en mach bijnden den dan en machment niet fulcomeliken cureren. Mer men macht zuveren vanden vulheide alsoet voerseit is mit dwane ende mit zuverende plaesteren ende smerent al om mit medicijn van bolo armenico° dattet niet en bredet fistulen in de juncturen der voeten of kneen of handen of ellenbogen is quaet to cureren ende onder tiden onmoghelic. Ende ist datter een zenuwe is corrumpeert vanden fistele, dan salmen de zenuwe cauterizeren mit een yseren wapen jof mit een gulden wapen (dat beter is), want het zuvert ende droget die corrumpeerde zenuwen ende betert die complexi van alden leden ende corrosiven medicinen werket al contrarien. Medicinen corrosiven seldijr noech vijnden in den Antidotario ende die maneren van cauterizeren suldi vijnden in dat vijfte tractaet van desen boke ende als die fistel is folcomeliken ghesuvert den salmen daer vleisk in doen wassen ende genesen voer lijc een wonde.

[XV] Dat XII kapittel is van de fistels.

 

Fistula is een diep zeer en heeft de mond nauw en de bodem wijd en alom binnen is het hard gelijk een pen van een vogel of gelijk een roede en hierin scheelt het van ulcus profundum. Want ulcus profundum is van binnen niet hard alom zoals die fistel is. Waarbij men de fistel niet mag zuiveren zoals men doet ulcus profundum, maar men moet de hardheid er af doen met cauterie of met bijtende medicijnen waarbij de bijtende medicijnen of de cauterie vermeerdert de diepte van de zeer. En daarom is het nuttig dat de chirurg dit verschil (dat is onderscheid) en dat hij weet te behandelen een zeer en een fistel met zijn goede medicijnen. Is het dat de fistel is met vlees of tussen de zenuwen en de substantie der zenuwen niet vervuild is nog dat been dan is andere behandeling niet nodig dan het stampen van Agrimonia goed met zout gelijk een saus en duw het sap in de fistel en dan doen van de pistatuur (werktuig) het kruid in de fistel en op de fistel. En als de fistel dood is dat zal men herkennen bij de roodheid van het vlees alom binnen. Daarna zal ge maken deze siroop om de fistel daarbinnen mee te wassen: neem water, een pond, azijn, een half pond, honing geschuimd, 4 ons, bladeren van olijven gebonden met een draad, een ons, laureolaat (van Daphne laureola?) sagitelle (Chamaespartium sagittale) elk een ons. En deze zal men alle koken gelijk een siroop en laten het koelen en dan zal men het erg goed persen de bladeren van olijven en dat overblijft houden het met de bladeren van Sagittaria. En met deze siroop zal men 2 maal per dag erg goed de fistel tot de bodem toe wassen en vullen het daarna met knipsel  van linnen; en daarop zal men leggen de bladeren van Sagittaria en hiermee zal men het hanteren totdat het heel is. En met deze beproefde medicijn behandelt men alle fistels in het vlees of daar was been of zenuw vervuild en dat de fistel niet te oud is nog dat het binnen niet te hard is. Want in deze zaken is de medicijn van Agrimonia te zwak, maar men zal het behandelen met cauterie of met bijtende medicijnen. En is het dat er een vervuild been in de bodem der fistels is, men zal het uitdoen zoals voor gezegd is in het kapittel van de open zeren. En is het dat de fistel doorgaat daar wegen der urine uitgaan of dat het doorgaat de bedekte plaatsen van het gezicht en daar men de bodem niet mag binden, dan mag men het niet volkomen behandelen. Maar men mag het zuiveren van de vuilheid alzo het voor gezegd is met wassen en met zuiverende pleisters en smeren het alom met medicijn van bolus armeniacus zodat het niet broedt fistels in de gewrichten der voeten of knieĎn of handen of ellenbogen want dat is slecht te behandelen en soms onmogelijk. En is het dat er een zenuw is vervuild van de fistel dan zal men de zenuw cauteriseren met een ijzeren wapen of met een gouden wapen (dat beter is), want het zuivert en droogt de vervuilde zenuw en verbetert de samengesteldheid van alle leden en bijtende medicijnen werken al het tegenovergestelde. Medicijnen bijtend zal ge genoeg vinden in de Antidotaria en de manier van cauteriseren zal ge vinden in het vijfde traktaat van dit boek en als de fistel volkomen gezuiverd is dan zal men daar vlees in laten groeien en genezen gelijk een wond.

 

 

 

[XVI] Dat XIII capittel is vanden open canker

 

Cancker comet van dat een cancrich aposteem is gesneden of uutbroken ende het comet oec van ene wonde qualike cureert ende daer to dat een vervuulde materi van melancolien comet jof dat die materie comet ter wonden. Daer wert corrumpeert ende verwandelt in canckere. Ende dit sijn die teykenen daer of: hets stinckende, de lippen sijn dicke blau jof swert ende hert binnen, tlit achtich ende alom onder roete. Ende wildi weten weer heet een cancker of een zeer is, ghi sullent dwaen mit logen. Ende ist dattet is [fol. 40r] leleker dant was to foren ende witachtich ende de etter is tay lijc linnen sletten, so ist de cancker. Mer ist dattet wert scoenre dan to voren ende datter in wert roet vleisk dan ist een seer. Die cancker heft een proper stanc de men in gheen litteren scriven mach, mer bi leden de ic heb bewilen canckeren hebben seen, ist guet to kennen bi anderen stancke. Een generael regel is in de cure van canckre dat men den canckre niet mach cureren jof hy si al uut gedaen mit sinen wortelen. Oec en salment mit ghenen wapenen noch mit ghenen corrosiven maken jof het ware in steden daer ment al uut mocht uutwortelen. Want wanneer dat men daer an comt mit scherpen dingen, te meer dat sijn quaetheit meret ende ist dattet is in een vleishich stede men salt uut sniden mit den wortelen ende duwen uut dat bloet van melancolien vanden aderen deer om trent leggen. Daer na salment al om cautirezeren mit enen hetten ysere ende dan daer up leggen plaesteren maket van terwen meel, seem ende sap van apij° tot dat het is wal ghezuvert, dan sal ment voert cureren lijc een wonde. Ypocras seit: ‘Als ghi wilt cureren enen cankere mit surgie, so suldi eerst dat lichaem purgeren van melancolien’.

Oec seit Ypocras: ‘Is de cancker in steden ful zenuwen of aderen of arterien jof in de stede daer ment niet al uut mach doen - als in den hals, in de mammen, int aensicht jof inder moder -, dan salment niet bestaen to cureren fulcomenliken.’

Mer men sal de sonde stede al om smeren mit medicijn van bolo armenico° ende dwaen dat seer binnen mit gheyten wey ende drogent ende salvent seer al omtrent mit deser salven: nemet ceruse°, thucie° gedwogen, van elken even voel gemenget [fol. 40v] mit oli rosaet° ende mit den sape van porseleinen jof van een ander cout cruut, tot dattet is lijc salve. Ende hiir mede dat seer omtrent smeren bewacht dat de cancker niet en meret. Ende hi sal drincken gueden claren, witten wijn ende scuwen dicken, roden wijn ende hi sal eten guet vleisk, alse van weders ende jonge gheiten sugende ende kaponen, jonge kukenen van patrisen, van quatelen ende van clenen vogelen, ende scuwen vleisk van ossen, van gheiten, van herten, van gansen van einden ende van allen groten vogelen swemmende int water ende hi sal scuwen alle soute dingen ende scherpe dingen. Rogier ende Rolant ende anders vele meisters bescriven in horen boken de cure vanden cankere in zenuwen steden ende si seggen dat si se genasen, mer weet sekerlike dat de vraie canckere andersins en mach niet sijn cureert dan alsoet voerseit is in dit capitel.

Ende ist dat ghijt niet en weten waert is een cancker dan een open zeer, so beghinnet to doden mit enigen scherpen poder alse mit pulver van affodillen°. Ende dattet is een vray cancker, so suldi seen dat wanneer ghine wilt doden te meer sal sijn quaethede wassen. Ende ist dattet gheen cancker en is, het sal zuveren ghelijc een zeer. Ende als ghi seet sine quaetheit meren, so suldi of staen van der curen, jof andersins soudi den seken doden. Mer ghi sultet achter waren mit der salve van thucien° voerseit up dat hi niet en bredet ende aldus sal de zieke lange mogen leven.

[XVI] Dat XIII kapittel is van de open kanker

 

Kanker komt van dat een kankerachtige zweer die gesneden is of uitgebroken en het komt ook van een wond die slecht behandeld is en daartoe dat een vervuilde materie van melancholie komt of dat de materie komt ter wond. Daar wordt het vervuild en veranderd in kanker en dit zijn de tekens daarvan: het is stinkend, de lippen zijn dik blauw of zwart en hard binnen, het lid zacht en alom onder rood. En wil je weten of het een kanker of een zeer is ge zal het wassen met loog. En is het dat het is lelijker dan het was tevoren en witachtig en de etter is taai gelijk linnen vodden zo is het kanker. Maar wordt het schoner dan tevoren en dat er in komt rood vlees dan is het een zeer. De kanker heeft een goede stank die men in geen letter beschrijven mag, maar bij lieden de ik soms kanker heb gezien is het goed te herkennen aan de stank. Een algemene regel in de behandeling van kanker is dat men de kanker niet mag behandelen of het is geheel uitgeroeid met zijn wortels. Ook zal men het met geen wapens nog met geen bijtende maken of het was in plaatsen daar men het geheel mag uitroeien. Want wanneer dat men daar aankomt met scherpe dingen, te meer dat zijn kwaadheid vermeerdert en is het dat het is in een vlezige plaats dan zal men het eruit snijden met de wortels en dat bloed van melancholie uitduwen van de ader die er omtrent ligt. Daarna zal men het al om cauteriseren met een heet ijzer en dan daarop leggen pleisters gemaakt van tarwemeel, honing en sap van Apium totdat het goed gezuiverd is, dan zal men het verder behandelen gelijk een wond. Hippocrates zegt: ‘Als ge een kanker wil behandelen met chirurgie dan zal je eerst dat lichaam purgeren van melancholie’.

Ook zegt Hippocrates: ‘Is de kanker in plaatsen vol zenuwen of aderen of slagaders of in plaatsen daar men het niet geheel uit mag doen - als in de hals, in de borsten, in het aanzicht of in baarmoeder -, dan zal men het niet bestaan het volkomen te behandelen.’

Maar men zal de gezonde plaats alom smeren met medicijn van bolus armeniacus en wassen dat zeer binnen met geiten wei en drogen het en zalven het zeer al omtrent met deze zalf: neem loodwit, Thucia gewassen, van elk even veel en gemengd met rozenolie en met het sap van postelein of van een ander koud kruid totdat het is gelijk zalf en hiermee smeer dat zeer omtrent en let op dat de kanker niet vermeerdert. Hij zal drinken goede heldere witte wijn en schuwen dikke, rode wijn en hij zal eten goed vlees als van gesneden rammen en jonge zuigende geiten en kapoenen, jonge kuikens van patrijzen, van kwartels en van kleine vogels en schuwen vlees van ossen, van geiten, van herten, van ganzen, van eenden en van alle grote vogels die zwemmen in het water en hij zal schuwen alle zoute dingen en scherpe dingen. Rogerus en Rolando en vele andere meesters beschrijven in hun boeken de behandeling van de kanker in plaatsen met zenuwen en ze zeggen dat ze die genazen, maar weet zeker dat de echte kanker anderszins niet mag behandeld worden dan zoals het voor gezegd is in dit kapittel.

En is het dat gij het niet weet of het een kanker is of een open zeer zo begin het te doden met enig scherp poeder zoals met poeder van affodil en is het een echte kanker zo zal je zien dat wanneer ge het wil doden zijn kwaadheid zal meer groeien. En is het dat het geen kanker is het zal zuiveren gelijk een zeer en als ge ziet zijn kwaadheid vermeerderen dan zal je stoppen met de behandeling of anderszins zou je de zieke doden. Maar ge zal het daarna verzorgen met de zalf van Thucia, voor gezegd, zodat het niet verspreidt en aldus zal de zieke langer mogen leven.

 

 

 

[XVII] Dat XIIII capittel is van saken de hinderen dat wonden ende zeren nyet en helen

 

Saken die beletten wonden ende openen zeren to helen sijn in quade wesen van alden lichame [fol. 41r] soeket in dat XII capitel der derde leringe des eersten tractaets. Daer steet in spacie boven scriven al ducken teyken.

[XVII] Dat XIIII kapittel is van zaken die verhinderen dat wonden en zeren niet helen.

 

Zaken die beletten wonden en open zeren te helen zijn in kwaad wezen van het hele lichaam, zoek het in het XII kapittel der derde lering van het eerste traktaat. Daar staat in ruimte boven geschreven een duidelijk teken.

 

 

[XVIII] Dat XV capittel is vanden crampe de coemt inden wonden

 

Crampe is een zeerhede der de coerden ende zenuwen doet vercrimpen ende het comet bi dat die zenuwen jof de coerden sijn vervollet of verydelt. Ende alst comt van ydelheit dats van voele te blodene of om lange zweringe jof om lange crancheit des appetijt ende het comet allencken bi luttel ende gheen en hevet ter curen.

Cramp comet van verfolthede jof hets van sterker zweringe of van couden of van vervolthede. Ende som wilen vergaderen dese III saken ende maken den crampe, ende somwilen een alleneende dese crampe geneset men somwilen alst ny is. Mer alst veroudet is, selden of nymmermeer wert ghenesen. De surgijn moet nerstich bewachten dat die cramp niet genereert in der wonden ende bewachten dat lit van verfuulheden ende van zweringe ende van couder lucht. Want hets beter de crampe te weren dan hi int lit niet en comet dan te verdriven als hi daer in comen is. Want is dat de coerts comet in wonden van zenuwen jof vanden hovede ende dan de crampe der up comet dats altoes sterfeliken.

Men sal die zweringe sachten mit oli rosaet ende mit anderen dingen voerseit in wonden van zenuwen. Want de crampe comet dicwile om wonden vanden hovede of zenuwen. Ist datter zweringe comet om wonden in zenuwen jof in coerden de den crampe soude in brengen ende ment niet en mach bewaren mit bloetlaten, mit vencosen, mit clisteren, mit suppositorien ende mit salvingen der hals, der leeschen, der oxelen dan salmen die coerden of zenuwen al ontwe sniden, [fol. 41v] want beter ware dat hi bleve verlamet dan hi storve. Mer ist dat ghi den menschen moget bewachten vanden crampe mit anderen curen dats beter dan of ghi coerden of zenuwen ontwe snede. Ende ist dat de gewonde is bevaen mit den crampe, dan suldi doen als ic dede in de stede van Meylanen.

Een surgijn had genesen een hovet wonde in welke was gequetset dat hudekijn dat to gadere bijndet de beenren vanden hovede. Nochtan en was dat hersebecken niet ghequetset ende die surgijn leet de wonde van buten luken, eer dat hudekijn van binnen was folcomelike ghezuvert. Alse waer bi hi was bevaen mit den crampe. Ic wert der to ropen int leste ende vandet in quaden punten ende bevaen mitten crampe ende hi hadde vole puusten in dat aensichte ende dats een wel quade teyken in hovet wonden. Ic dede hem sijn hovet scheren ende mit eenre schere sneed ic de wonde up toten bodeme ende fulde de wonde met olien rosaet° alscout heet. Ende ic smeerde dat hovet altomael mitter voerseider olien ende mit een luttel azijns ende mitter olien alleen smeerde ic den hals ende de necke al omme. Ende ic leide up de wonde die dodere van enen eye mit oli rosaet° ende ic bedecte al thovet van safter stoppen ende bantze daer up mit eenre scroden ende ic on dede sijn mont mit enen wigge ende ic dede hem nutten een deel die coctien - dats zedinge van hoenren - ende gaf hem drincken claren wijn gemenget mit vele waters. Nuchtens der na do onde de hi bet sinen mont ende hi sprac bet. Nochtan so was de wonde droge ende ic verniede de medicien als ic to foren dede. Ten derden dage was de huut al ververschet de te [fol. 42r] voren was verdroget lyc ledere dat verbernet is ijegens dat fuer ende die huut was to sere gedunnet datter gheen vleisk scheen tusschen der huut ende der hersenbecken. Mit deser cure so makede de wonde ettere ende hy wert fulcomelike genesen vanden crampe. Mer de cramp was sonder coerts ende ic en sach niet als die coerts quam in wonden van zenuwen of van hovede, de seke moste sterven. In dat erst is guet dat men hem bloet laet, is dat hi ful blodis is ende datte wonde luttel blodede ende smeren den hals ende ruggebeen mit warmer olien, alse mit olien nardunuum°, euforbium°, rutareum°, liliaceum° ende mit oli van bayen° ende deer geliken. Ende oec te maken clene cauterien tuschen elke spondile vanden halse, mer niet diepe. Ende daerna salment upt hovet bijnden lange wolle de hanget to den scouderen ende gheten up de wolle werme olie ende men sallen leggen up een saft bedde ende houden hem in paise ende in rusten.

Het is to weten dat III maneren sijn vanden crampe: prostonos, emprostonos ende thetanus. Prostonos is als de zenen crimpen voerwert ende dat hovet holdet foerwert ende hi en mach niet up rechten dat hovet, mer dat kijn leit up sijn burst, sijn mont is wel vaste gheloken ende sijn vingeren sijn wel cort vergadert in eenre fuust. In emprostonus hildet de hals afterwert ende de mont blivet open, de caken ondoen, de vingeren vanden hant sijn al uut ghestrecket. In thetanus is de hals stijf ende oec al dat lichaem ghelijc oft een stoc waer steken vanden hovede toten voeten doer alden lichame. By desen voerseide teykenen machmen de crampe bekennen. Amen etc. [fol. 42v] Hiir gaet uut dat erste boec van grote Lancfranc. God sy des gelovet ende mitter hulpen God is dat ander gaet hiir in mitter tafelen des anderen bokes.

[XVIII] Dat XV kapittel is van de kramp die komt in de wond.

 

Kramp is een zeerheid die de koorden en zenuwen doet krimpen en het komt omdat de zenuwen of de koorden zijn gevuld of geleegd en als het komt van leegte dat is van veel te bloeden of om lang te zweren of om lange zwakte van de appetijt en het komt geleidelijk aan wat meer en heeft geen behandeling.

Kramp komt van vervulling of het is van sterke zweer van koude of van vervuldheid en soms verzamelen deze 3 zaken en maken de kramp en soms een alleen en deze kramp geneest men soms als het nieuw is. Maar als het veroudert  is wordt het zelden of nimmermeer genezen. De chirurg moet vlijtig opletten dat de kramp niet genereert in de wonden en bewaken dat lid van vervuiling en van zweren en van koude lucht. Want het is beter de kramp te weren zodat het in het lid niet komt dan te verdrijven als het daarin gekomen is. Want is het dat de koorts komt in wonden van zenuwen of van het hoofd en dan de kramp daarop komt dat is altijd sterfelijk.

Men zal die zweer verzachten met rozenolie en met andere dingen voor gezegd in de wonden van zenuwen. Want de kramp komt vaak in wonden van het hoofd of zenuwen. Is het dat er zwering komt in wonden in zenuwen of in koorden die de kramp zouden inbrengen en men het niet mag behoeden met bloed laten, met koppen zetten, met klysma, met zetpillen en met zalven van de hals, de liezen en de oksels, dan zal men die koorden of zenuwen geheel stuk snijden, want het was beter dat hij bleef verlamt dan dat hij stierf. Maar is het dat ge de mensen mag behoeden van de kramp met andere behandeling dat is beter dan als ge koorden of zenuwen stuk snee. En is het dat de gewonde is bevangen met de kramp dan zal je doen zoals ik deed in de stad van Milaan.

Een chirurg had een hoofdwonde genezen waarin was gekwetst dat huidje dat tezamen bindt de beenderen van het hoofd. Nochtans was de schedel niet gekwetst en de chirurg liet de wond van buiten sluiten eer dat huidje van binnen volkomen gezuiverd was. Waarom hij toen werd bevangen met de kramp. Ik werd daartoe tenslotte geroepen en vond het in kwade punten en bevangen met de kramp en hij had vele puisten in dat aanzicht en dat is een erg kwaad teken in hoofdwonden. Ik liet hem zijn hoofd scheren en met een schaar sneed ik de wond open tot de bodem en vulde de wond met rozenolie alzo koud en heet en ik smeerde dat hoofd helemaal met de voor vermelde olie en met een weinig azijn en met de olie alleen smeerde ik de hals en de nek alom en ik legde op de wond de dooier van een ei met rozenolie en ik bedekte al het hoofd met zachte stoppen en bond ze daarop met een zwachtel en ik opende zijn mond met een wig en ik deed hem nuttigen een deel van dat afkooksel – dat is kooksel van hoenderen - en gaf hem te drinken heldere wijn gemengd met veel water. ’s Ochtend daarna toen opende hij beter zijn mond en hij sprak beter. Nochtans zo was de wond droog en ik vernieuwde de medicijn zoals ik tevoren deed. Te derde dag was de huid al ververst die tevoren was verdroogd gelijk leer dat verbrand is tegen het vuur en de huid was te zeer verdund zodat er geen vlees scheen tussen de huid en de schedel. Met deze behandeling zo maakte de wond etter en hij werd volkomen genezen van de kramp. Maar de kramp was zonder koorts en ik zag dat als de koorts niet in wonden van zenuwen of van het hoofd kwam, de zieke moest sterven. In dat eerste is het goed dat men hem bloed laat is het dat hij vol bloed is en dat de wond weinig bloedt en besmeer de hals en rugwervel met warme olies als met olie van Nardostachys, Euphorbia, ruit, lelies en met olie van laurier en diergelijke en ook te maken kleine cauterie tussen elke wervel van de hals, maar niet diep en daarna zal men hem op het hoofd binden lange wol die hangt tot de schouders en gieten op de wol warme olie en men zal hem op een zacht bed leggen en houden hem in vrede en in rust.

Het is te weten dat er 3 soorten zijn van de kramp: prostonos, emprostonos en tetanus. Prostonos is als de zenuwen krimpen voorwaarts en dat hoofd houdt voorwaarts en hij kan niet zijn hoofd oprichten, maar de kin ligt op zijn borst, zijn mond is goed vast gesloten en zijn vingers zijn goed kort verzameld in een vuist. In emprostonus helt de hals naar achteren en de mond blijft open, de kaken openen, de vingers van de hand zijn geheel uitgestrekt. In tetanus is de hals stijf en ook dat hele lichaam gelijk of er een stok in was gestoken van het hoofd tot de voeten door het hele lichaam. Bij deze voor vermelde tekens mag men de kramp herkennen. Amen etc. Hier gaat uit dat eerste boek van grote Lanfranc. God is geloofd en met de hulp van God komt dat andere en gaat hierin met de tafels van het volgende boek.

 

 

 

[XIX] Van wonden der dienstighen leden vanden hovede

 

Hiir begint dat ander boec jof tractaet van Lancfranc houdende van wonden der deenstigen leden vanden hovede totten voeten voersettende de anathomien der deenstachigen leden ende aldus wert gheeindet de tractaet. Ende voert seldi hebben al die anathomie alder leden des lichaems. Ende dese tractaet hout onder eenre sommen X capittelen.

Dat eerste capitel is vanden wonden des hovedes ende sijn anathomien. Dat ander capitel is van wonden des aensichtis. Dat derde is van wonden des halsis ende der kelen ende haer anathomie. Dat IIII is van wonden der borsten ende der leden in hoer houdende ende haer makinge. Dat vifte is van wonden der spatulen des arms ende handen ende haer makinge. Dat VI is van wonden der spinen ende spondilen ende haer makinge. Dat VII is van wonden der magen, der dermen ende des bukes ende haer anathomien. Dat VIII is vander leveren ende der milten, der nieren ende der blasen mit haren anathomien. Dat IX is van wonden der moder, der hoden, der cullen ende haer anathomien. Dat X is van wonden der hancken, der deen, der kneen ende haer anathomien.

[XIX] Van wonden der dienstige leden van het hoofd.

 

Hier begint dat volgende boek of traktaat van Lanfranc die bevat wonden van de dienstige leden van het hoofd tot de voeten en zet voort de anatomie der bedienende leden en aldus wordt geĎindigd dat traktaat en voort zal ge hebben die hele anatomie van alle leden van het lichaam en dit traktaat bevat in een som 10 kapittels.

Dat eerste kapittel is van de wonden van het hoofd en zijn anatomie. Dat volgende kapittel is van wonden der aanzicht. De derde is van wonden der hals en de keel en hun anatomie. Dat 4de is van wonden der borst en de leden die ze bevat en hun maaksel. De vijfde is van wonden der gewrichten, de arm en handen en hun maaksel. Dat 6de is van wonden der uitsteeksels en wervels en hun maaksel. Dat 7de is van wonden der maag, de darmen en de buik en hun anatomie. Dat 8ste is van de lever en de milt, de nier en de blaas met hun anatomie. De 9de is van wonden der baarmoeder, de roede, de ballen en hun anatomie. Dat 10de is van wonden der heup, de dijen, de knieĎn en hun anatomie.

 

 

 

 

[XX] Dat ierste capittel is van wonden des hovedes ende sijn anthomien ende ander regiment

 

Thovet is maket van III delen: als van vleisk,van benen, van hersenen. Dat vleisk, daer [fol. 43r] upt hersenbecken leit, is maect van een harigher huijt al ful braden of poren. Dat haer is nutliken up dat hovet om dat die coude noch de hetten niet varinge en soude in gaen bi den sweet gaten ende dat die fumeyen vanden hovede uut gaen mogen ende datmen de complexi vanden hovede mach bekennen bi den verwe vanden hare. Dat hersebecken is bidect mit een bredige huyt ende bedect mit dicken vleiske om dattet soude bevolen heten ende coude up hem comende. De welken huyt is maect van subtilen draden der zenuwen, der aderen, der arterien comende vander hersene.

Dat hersenbecken is maect van voel benen: als dat hovet wert gequetset in een stede de quetsinge en soude niet al deer gaen alsoet soude doen up dat het waer al in een been, ende dat de aderen soude dalen twischen die vergaderingen der benen om dat voetsel to dragen ter hersenen, ende dat die zenuwen comende van harsenen enen wech soude hebben uut te gaen, ende dat die fumeyen der harsenen uut mogen verademen, ende dat dura mater hevet een voetseel dat si de harsenen niet en quetsen. Ende dat hersenbecken is gemaect van II slecten tafelen de een onder ende dat ander boven. Ende int middele ist noesachtich dat de fumeyen des hovedis te bet uut mogen comen. Ende dat eerste been is sachte om dattet den hersene niet te zere en soude quetsen.

Dat hersenbecken is gemaect van VI beenren ende achter is een been dat sustineert de VI beenren. Teerste been gaet vanden wijnbrauwen totten dwerse vergaderinge des hovedis ende hetet coronale jof dat voerhovet. Ende II anderen sijn mit desen been gevoget overdwers in de middel [fol. 43v] des hovedis ende sijn to gader voget mit een juncture gaende overlanx des hovedes van foren tot after. Ende die junctuur is dus ghemaect . Dat veerde been is achter ant hovet ende is voget mit II beenren voerseit bi een juncture aldus gemaect . De derde juncture de de IIII beenren to gadere voget is aldus gemaect , ghelijc II sagen ghetandert, de een in de ander; ende gheen beenren sijn so samen gevoget aldus, behalven dese ses beenren. Onder dese beenren is een wel hart been, in de middel door ghegatet, dat up houdet alle de beenren vanden hovede. Dit been heet men baallus ende is beneden ghecoppelt mitten eersten spondile vanden halse. Ende dits die figuur vanden vijften been des hovedis . Ander rechter siden ende ander luchter siden der de oren sijn so sijn II beenren ende die sijn also hert als een steen ende sijn doer ghegatet. Ende als dese VI beenren sijn vergadert, so is dit de vulmaecte schepnisse vanden hovede up dattet waer ront.

Bi der middele der juncturen int hovet daelt  een adere, comende vander levere tot onder an dat hersenbecken. Ende biden gate van baallus so climmet een arterie comende vander herten. Ende dese adere ende dese arterie vogen hem to gadere ende maken een harde vellekijn dat men heet dura mater. Ende is up gecoppelt onder dat hersenbecken in de juncturen mit velachtich bijnzele twelke, uut gaende der hersenbecken, maken hudekijn de te gadere bijndet de beenren vanden hovede. Als dese adere ende arterie hebben gemaect dura mater dan vergaderen si weder ende maken pia mater. Ende daer na dalen si weder in die hersene ende dragen mit hem clenen voetzele ende den gheest vander herten.

Pia mater bevanget al die hersene ende onderdeelt in III cameren. Die voerste [fol. 44r] camer is breets ende meest ende hevet vele vanden gheeste omme dattet vele dingen ontfanget. Ende is dat proper instrument van merckinge ende ymaginerende cracht. Ende al ist soe dat die hersene is ghenigreert coel ende versk, nochtan is dese eerste camer ghenigreert heet ende droge. De middelste camer is minst ende is voer breet ende achter scherp om dattet foel sal ontvangen. Dese camer is ghestellet twisken II dingen lijc II eersebellen, opten welken de camere on doet alst onfanget die ymagineerde dingen deet hevet ontfangen. Ende dan ondoetet weder alset seindet de verclaerde dingen ter achter camere ende dese camere is minre dan de ander twe, want uut haer en comen gheen zenuwen ende om dat voele dingen soude sijn bevangen in een cleen stede om varinge raet to nemen. Ende dese camer is heet ende versk. De achterste camere is meer ende herden dan die middelste ende is cout ende droge want in desen is die gheest der digherende ende denckende craft. Ende hets voren breet ende achter scerp ende het ontfanget die gevondene dingen ende beholtze ghelijc een scat. Ende uut dese camere comet dat merch ende gaet nederwert doer de gaet van baallus ende is bewonden in die II hudekine der hersenen. Ende dits die schepnisse vander hersenen ende van sinen vellekinen, twelke is ghenigreert coel ende versk om dattet soude temperen de hette van der gheest den herten ende dattet niet seer en soude verdrogen in sinen werken mitter groter beroringen.

[XX] Dat eerste kapittel is van wonden der hoofd en zijn anatomie en ander regiment.

 

Het hoofd is gemaakt van 3 delen: als van vlees, van benen, van hersens. Dat vlees, dat op de schedel ligt, is gemaakt van een harige huid al vol spiervlees of poriĎn. Dat haar is nuttig op dat hoofd omdat de koude nog de hitte er niet snel in zou gaan door de zweetgaten en dat de dampen van het hoofd uitgaan mogen en dat men de samengesteldheid van het hoofd mag herkennen bij de kleur van het haar. De schedel is bedekt met een brede huid en bedekt met dik vlees omdat het zou aanvoelen hitte en koude die daarop komt. Die huid is gemaakt van subtiele draden der zenuwen, de aderen en de slagaders die komen van de hersens.

Dat schedel is gemaakt van veel benen: als dat hoofd wordt gekwetst in een plaats zou de kwetsing er niet geheel door gaan zoals het zou doen als het was alles 1 been en dat de aderen zouden dalen tussen de verzameling van benen om dat voedsel te dragen tot de hersens en dat de zenuwen die van de hersens komen een weg zouden hebben om er uit te gaan en dat de dampen der hersens uit mogen ademen en dat harde hersenvlies heeft een voordeel dat ze de hersens niet kwetsen en dat schedel is gemaakt van 2 rechte stukken, de een onder en de andere boven en in het midden is het mergachtig zodat de dampen van het hoofd beter uit mogen komen en dat eerste been is zacht omdat het de hersens niet te zeer zou kwetsen.

Dat schedel is gemaakt van 6 beenderen en achter is een been dat ondersteunt de 6 beenderen. Het eerste been gaat van de wenkbrauwen tot de dwarse verzameling van het hoofd en de coronale of dat voorhoofd. De 2 anderen zijn met dit been gevoegd overdwars in het midden van het hoofd en zijn tezamen gevoegd met een gewricht die gaat in de lengte van voor tot achter en dat gewricht is aldus gemaakt. Dat vierde been is achter aan het hoofd en is gevoegd met 2 beenderen voor gezegd bij een gewricht aldus gemaakt. Dat derde gewricht van de 4 beenderen tezamen gevoegd is aldus gemaakt gelijk 2 zagen getand en de ene in de andere; en geen beenderen zijn zo samen gevoegd aldus, behalve deze zes beenderen. Onder deze beenderen is een goed hard been, in het midden door gegaat dat ophoudt alle beenderen van het hoofd. Dit been noemt men baallus en is beneden gekoppeld met de eerste wervels van de hals en dit is de figuur van het vijfde been van het hoofd. Aan de rechterzijden en aan de linkerzijde daar de oren zijn zo zijn 2 beenderen en die zijn alzo hard als een steen en zijn doorgaat en als deze 6 beenderen zijn verzameld zo is dit de volmaakte schepping van het hoofd opdat het was rond.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bij het midden der gewrichten in het hoofd daalt  een ader die komt van de lever tot onderaan de schedel en bij het gat van baallus zo klimt een slagader die komt van het hart. Deze ader en deze slagader voegen zich tezamen en maken een hard velletje dat men het harde hersenvlies noemt en is aangekoppeld onder de schedel in de gewrichten met velachtige bindsels die uitgaan van de schedel maken huidje de tezamen bindt de beenderen van het hoofd. Als deze ader en slagader het harde hersenvlies hebben gemaakt dan verzamelen ze weer en maken het zachte hersenvlies en daarna dalen ze weer in de hersens en dragen met hen klein voedsel en de geest van het hart.

Zachte hersenvlies bevangt de hele hersens en is verdeeld in 3 kamers. De voorste kamer is het breedste en grootste en heeft veel van de geest omdat het vele dingen ontvangt en dat is een goed instrument van opmerkende en verbeeldende kracht en al is het zo dat de hersen is gegenereerd koel en vochtig, nochtans is deze eerste kamer gegenereerd heet en droog. De middelste kamer is de kleinste en is voor breed en achter scherp omdat het veel zal ontvangen. Deze kamer is gesteld tussen 2 dingen gelijk 2 aarsbillen (bil), waarop de kamer open doet als het ontvangt de verbeeldende dingen die het heeft ontvangen en dan opent weer als het zendt de verhelderde dingen ter achterste kamer en deze kamer is kleiner dan de andere twee want uit haar komen geen zenuwen en omdat vele dingen zouden zijn bevangen in een kleine plaats om snel raad te nemen en deze kamer is heet en vochtig. De achterste kamer is groter en harder dan de middelste en is koud en droog want in deze is de geest der digererende en denkende kracht en het is voren breed en achter scherp en het ontvangt de gevonden dingen en behoudt ze gelijk een schat. Uit deze kamer komt dat merg en gaat nederwaarts door het gat van baallus en is gewonden in de 2 huidjes der hersens. Dit is de schepping van de hersens en van zijn velletjes die is gegenereerd koel en vochtig omdat het zou temperen de hitte van de geest van het hart en dat het niet zeer zou verdrogen in zijn werken met de grote beroeringen.

 

 

 

Een maneer van morge is de om vatet dese cameren vanden welken mach een deel sijn verren int hovet wonden al sonder dat die zieke [fol. 44v] niet en stervet. Mer ho clene corrupcie jof verlees comet in de propere substanci der hersenen de zieke moeter of sterven. Ende alst hovet is gequetst jof het is mit wonden jof sonder wonden jof mitter hersenbecken to broken jof sonder. Ende ist dattet hovet is gequetst sonder wonde als van vallen jof van gequetsene van stenen jof mit stocken jof mit deer gelijc ende dattet is sonder quetsinge der hersenbecken ende der hersene, dan salment hovet scheren ende salvent mit warmen olirosaet° ende daer up stroyen pulver van gagelzade°. Ende bijndent mit een scrode tote dattet zwel is geminnert ende die materi verscheiden. Ende ist datter enich etter in wert dat sulde dan uut laten mit vlimen ende ghenesent dan ghelijc anderen apostemen. Ist dattet hersenbecken is to broken sonder wonde int vleisk dan moetmen beseen jof hi sterc was de sloech jof dan de zieke van hoge viel ende jof hij zeer is froetzeert ende jof hi varinge up stont als hi was gevallen, sijt dat sijn sene verdonckert is, jof hi spijt sijn spise, jof bevoelt hy grote zweringe int hovet, jof hi niet en mach een knoep van enen stro en twe biten, sijt datmen slaet upt hovet mit enen drogen lichten stocke ende het dan dummelike luut, ende ist dat hi houdet dat einde van enen wassen drade tuschen sinen tanden ende hi niet en mach gedogen dat men daer up trecket mitten vingeren om dat hem de criselinge deert. Alle dese teykenen betoget dattet hersenbecken is to broken. Ende die II laetste to kennen sijn alresekerst.

Oec mach dat hersenbecken sijn to broken al sonder dat de hersene int begin ne gheen brec hevet. Ende Galienus seit: is dat [fol. 45r] het in dat eerste de hersene is gequetst de seke moeter af sterven. Dit sijn die quade to vallen de comen als die hersene jof sijn vellekinen sijn gequetst: een varich spuwende, die lichaem bestopt jof ombestopt, slumende ogen, traninge vanden enen ogen, donckerheide der zenen, cranchede ende verwandelingen van allen den craften haer vijf sinnen sijn belet. Si wanen dingen zeen die si niet en zeen ende si spreken van diversen dingen ende si antworden up dat men hem niet en vraget. Si voergheten hoer selves name. Qualike mogen si hem omme keren ende meest omtrent de hals. Ende si versuchten hem zwaerlic; somwilen comter een scherp coertze jof bevinge mit steecten. Ende welker datter comet dats een quade teyken. Ende comet daer na de crampe dats sterflic. Heft de tonge zwerte puusten omtrent den kinne ende de caken jof in anderen steden vanden hovede, anders dan in de wonde, dats een quade teykene. Somwilen vloiet ettere ende bloet ten oren ende nosen uut. Ende ist dat dese teikene lang warich sijn, die zieke sal sterven sonder twivel. Ende meest ist dat de zeke lange hevet gewesen in een guede wesen ende hem daer op die quade to vallen comen. Mer ist dat het int eerste ende in achterste de zieke is wel gheachter waert. So dat die to vallen minderen, dats guet: het bydudet dat de natuur versterket.

Mer als een gequetset is int hovet sonder wonden int vleisk ende sonder spliten des hersenbeckens ende sonder moien des bragen als van smiten vallen, so schert of dat haer ende smeret mit roes oli° ende stroien daer up pulver van mirtillen° ende der boven lijnwaet net in roes oli°. Ende bijndet so mit een scrode of huve toe na dien datter best is ende aldus sal hi [fol. 45v] genesen. Mer mogestu aldus de materi niet verdriven ende si swelt, so ripet ende laet de vulnisse uut ende mundificeert ende gheneest alst behoert.

Ende ist also dattet hovet is gewont sonder quetsinge des hersebecken of der hersene, dan salmen beseen of het is gewont mit enen sweerde jof mit deer geliken. Ende dan salmen de wonde nayen ende doen alde selve cure voerseit in vleisk wonden. Ist dat de wonde was geslagen mit enen stocke jof mit deer geliken so datter is froetzeringe, dan salmen de wonde fullen mit stoppen genet in doderen van eieren ende olirosaet° ende daer boven leggende een ripende plaester, gemaect van IIII delen waters ende één deel van ghemeen oli ende terwen meel dats genoech si, tot dat de wonde etter maket ende dat de zweringe is gemindert. Ende dan salmen doen in de wonden scavinge van ouden lijnwade ende daer up leggen een zuverende plaester van honich rosaet° ende van gherstenmele tot dat die wonde is fulmakelic gesuvert vanden beginne der curen totte dat de wonde volcomelike gezuvert. Dan salmen daer omtrent salven mit medicin van bolo armeco° ende daer na salmen vleisk daer in doen wassen ende helen.

Ende sijt dattie vellekinen sijn ghewont, de de beenren vanden hovede bijndet, ende al ist soe dattie been niet en is gequetst nochtan moet men sijn neerstich in die curacie. Ghi sult oli van rosen doen in die wonde tote datter gheen zweringe in en is. Ende ghi sult de wonde bewachten van couden ghelijc anderen wonden vanden hersenbecken ende vanden hersenen. Ende oec in die somere want coude deert wel zere zeenwen ende beenren ende vellekinen gewont. Sommige meisters sijn de up alle wonde [fol. 46r] int hovet, wedert been is to broken, wedert en is, de leggen daer up een linnen cleet ghenet in deser salven: nemet wit hars een lb half oli rosaet V ons, wit was ons III. Dese smelten si alle to gader ende sedent in gueden wine een lange wile. Ende dan latent se colen ende si netten daerin een linen cleet, lijc enen treit, ende maken daerin gaten mit eenre scheren ende badent in gueden winen ende daerna leggen sijt up de wonde sonder yet daer tuschen to leggene. Ende daer up an elke side der wonde leggen si een cussineel genat in gueden wermen wine. Ende up beide cussinelen leggen si een droge cussine van stoppen deet al bevanget. Ende si bijndent vaste ende doen den seken eten ende drincken guet vleisk van hoenren ende caponen ende wijn ende si verbeden hem watere to drincken. Mer omdat al die auctoeres sijn jegens dese cure, specialiken in de spise, so nye dorstic ne dese manere proven. Want in den menscheliken lichaem en salmen niet proven dingen die onredelic schinen. Want alde auctoeres seggen dat ne gheen dinc so seer en deert den wonden der zenuwen ende der hersenen alse to nutten wijn ende vleisk, noch die oec so varinge heet apostemen maket. Andere meisters beseen in wonden der hersen toe bekennen weder het is mit eenre cleenre vleisk wonde jof mit een grote jof sonder vleisk wonde. Ende ist mit een grote vleisk wonde so datmen mach comen ten been wonde so by seen si jof daer is enige splintere ende dan doen si se uut. Daerna tuschen dat been ende dura mater steken si een wel safte cledekine ghenet int wit vanden eye ende een luttel uut gheduwet. Ende si vollen alle die wonde mit dusdanige clede in vleisk wonde. Buten leggen si stoppen jof clederen ghenet int wit vanden eye. Als dat bloet is ghestremmet dan [fol. 46v] steken si een droge cleet onder dat hersenbecken. Ende in die vleisk wonde ende daer boven leggen si een zuverende plaester. De hent de ettere is gemaect dan doen si in de wonde cortelinge van lijnwade ende salvent omtrent mit ungentum fuscum,° dats swerte salve. Ende in dat einde leggen si apostolicum°.

Een soort van merg is er die omvat deze kamers waarvan een deel mag zijn ver in de hoofdwonden al zonder dat de zieke niet sterft. Maar hoe kleine vervuiling of verlies komt in de goede substantie van de hersens, de zieke moet er van sterven. En als het hoofd is gekwetst of het is met wonden of zonder wonden of met de schedel gebroken of zonder. En is het dat het hoofd is gekwetst zonder wond als van vallen of van kwetsen van stenen of met stokken of met diergelijke en dat het is zonder kwetsing van de schedel en de hersens, dan zal men het hoofd scheren en zalven het met warme rozenolie en daarop strooien poeder van gagel zaad (mirt) en binden het met een zwachtel totdat het gezwel is verminderd en de materie gescheiden. En is het dat er enig etter inkomt dat zal ge dan uit laten met vliemen en genezen het dan gelijk andere zweren. Is het dat het schedel is gebroken zonder wond in het vlees dan moet men bezien of hij sterk is de slag of dat de zieke van hoog viel en of hij zeer is gekneusd en of hij snel opstond toen hij was gevallen, is dat zien verdonkerd en of hij spuwt uit zijn spijs of voelt hij grote pijnen in het hoofd of hij niet een knoop van een stro in tweeĎn mag bijten is het dat men slaat op het hoofd met een droge lichte stok en het dan brommend luidt en is het dat hij houdt dat einde van een wassen draad tussen zijn tanden en hij kan het niet gedogen dat men daaraan trekt met de vingers omdat hem hij niet kan gedogen dat men daarop trekt met de vingers omdat hem het knarsen deert. Al deze tekens tonen aan dat de schedel is gebroken en de 2 laatste te kennen zijn aller zekerste.

Ook mag de schedel gebroken zijn zonder dat de hersen in het begin nee geen gebrek heeft en Galenus zegt: is  het dat het begin van de hersens gekwetst is, de zieke moet er van sterven. Dit zijn de kwade toevallen die komen als de hersens of zijn velletjes zijn gekwetst: een snel spuwen, het lichaam verstopt of niet verstopt, sluimerende ogen, tranen van het ene oog, donkerheid van het zien, verzwakking en veranderingen van alle krachten van zijn vijf zinnen zijn belet. Ze wanen dingen te zien die ze niet zien en ze spreken van diverse dingen en ze antwoorden op iets wat men hem niet vraagt. Ze vergeten hun eigen naam. Slech kunnen ze zich omkeren en meest omtrent de hals en ze zuchten zwaar; soms komt er een scherpe koorts of beving met steken en welke dat er komt dat is een kwaad teken en komt daarna de kramp, dat is sterfelijk. Heeft de tong zwarte puisten omtrent de kin en de kaken of in andere plaatsen van het hoofd, anders dan in de wond, dat is een kwaad teken. Soms vloeit er etter en bloed te oren en neus uit. En is het dat deze tekens langdurig zijn zal de zieke zonder twijfel sterven en meest is het dat de zieke lang is geweest in goede doen en hem daarop de kwade toevallen komen. Maar is het dat het in het begin en in het laatste, de zieke is wel geacht waart. Zodat de toevallen verminderen, dat is goed: het betekent dat de natuur versterkt.

Maar als een gekwetst is in het hoofd zonder wonden in het vlees en zonder splijten van de schedel en zonder vermoeien van het brein als van smijten, vallen, zo scheer af dat haar en besmeer het met rozenolie en strooi daarop poeder van mirt en daarboven linnen genat in rozenolie en bindt het zo met een zwachtel of kap toe na dien dat het beste is en aldus zal hij genezen. Maar mag u aldus de materie niet verdrijven en het zwelt, dan rijp het en laat de vuilheid er uit en zuiver het en genees het zoals het behoort.

En is het alzo dat het hoofd is gewond zonder kwetsing van de schedel of de hersens dan zal men bezien of het is gewond met een zwaard of met dergelijke en dan zal men de wond naaien en doen al dezelfde behandeling voor gezegd in vleeswonden. Is het dat de wond was geslagen met een stok of met dergelijke zodat er is kneuzing dan zal men de wond vullen met stoppen genat in dooiers van eieren en rozenolie en daarboven leggen een rijpende pleister gemaakt van 4 delen water en één deel van gewone olie en tarwemeel zodat het genoeg is totdat de wond etter maakt en dat de zwering is verminderd en dan zal men doen in de wond schaafsel van oude linnen en daarop leggen een zuiverende pleister van rozenhoning en van gerstemeel totdat de wond volkomen is gezuiverd van het begin der behandeling totdat de wond volkomen gezuiverd is. Dan zal men daar omtrent zalven met medicijn van bolus armeniacus en daarna zal men vlees daarin laten groeien en helen.

En is het dat de velletjes zijn gewond die de beenderen van het hoofd bindt en al is het zo dat het been niet is gekwetst nochtans moet men vlijtig zijn in de behandeling. Ge zal olie van rozen doen in de wond tot dat er heen zwering in is en ge zal de wond behoeden van koude gelijk andere wonden van de schedel en van de hersens en ook in de zomer want koude deert wel zeer zenuwen en beenderen en gewonde velletjes. Sommige meesters zijn er die op alle wonden in het hoofd, waar het been is gebroken of waar het is, die leggen daarop een linnen kleed genat in deze zalf: neem wit hars, een pond, rozenolie, 5 ons, witte was, 3 ons. Deze smelten ze alle tezamen en koken het een lange tijd in goede wijn en dan laten ze het koelen en ze natten daarin een linnen kleed gelijk een trekpleister en maken daarin gaten met een schaar en baden het in goede wijn en daarna leggen zij het op de wond zonder iets daartussen te leggen en daarop aan elke zijde der wond leggen ze een kussentje genat in goede warme wijn en op beide kussentjes leggen ze een droog kussen van stoppen die het al omvangt en ze binden het vast en laten de zieke eten en drinken goed vlees van hoenders, kapoenen en wijn en ze verbieden hem water te drinken. Maar omdat al die auteurs tegen deze behandeling zijn, speciaal in de spijs, zo durf ik deze manier niet te proberen. Want in het menselijke lichaam zal men niet beproeven dingen die onredelijk schijnen. Want alle auteurs zeggen dat nee geen ding zo zeer deert de wonden der zenuwen en de hersens als te nuttigen wijn en vlees, nog die ook zo snel hete zweren maken. Andere meesters bezien in wonden der hersens te herkennen of het is met een kleine vleeswond of met een grote of zonder vleeswond. En is het met een grote vleeswond zodat men mag komen tot de been wond zo bezien ze of daar in is enige splinter en dan doen ze die uit. Daarna tussen dat been en harde hersenvlies steken ze een goed zacht kleedje genat in het wit van een ei en wat uitgeduwd. En ze vullen de hele wond met dusdanige kleed in vleeswond. Buiten leggen ze stoppen of kleren genat in het wit van een ei. Als dat bloed is gestremd dan steken ze een droog kleed onder de schedel en in de vleeswond en daarboven leggen ze een zuiverende pleister. Daar ginds etter is gemaakt dan doen ze in de wonde stukjes van linnen en zalven het omtrent met ungentum fuscum, dat is zwarte zalf en op het einde leggen ze apostolicum.

 

 

 

 

Ende ist dat hersenbecken to spleten dan beseen si jof het al doer gaet ende doen den zieken to luken noes ende mont ende doen hem blasen ende besien jof hem enich lucht uut comet ter spleten jof bloet jof enich ander materi. Ende ist datter eet, comet, so gaet die schoer al doer.

Ende dan somme meisters doer boren dat hersenbecken an beyden siden vander schoren, vanden enen einde totten anderen. Ende dats wel quaet! Mer ander meisters doerboren an den enen side vander schoren, daer het meest is hangende, ende si maken voel gaten alst noet is ende dan houwen sijt mit enen beitel vanden enen gate in den ander. Ende dan doen si de stucken vanden benen uut om te suveren de materi de up dura mater is vergadert. Ende dese manere van doerboren is best ende dan curerent sijt voert als voerseit is. Ende als ghi wilt doerboren, dan seldi holden dese laeste maneer.

De wapenen daer men mede doer boert, moten sniden an beide siden ende voerscherp ende altoes upwaert bredere, dat si niet lichte doer dat been en scheten. Ende men moeter voel hebben van diverser schepnisse. Int eerste salmen werken mit smaelsten, daer na mit bredere. Ende aldus sijn si ghemaket   . De betel daer men mede wert houwet vanden enen gate int ander si aldus gedaen . Hijr up salmen slaen mit enen hamer tot dattet been is al uut ende daerna salmen de canten vereffenen mit dusdanigen crumen wapen , [fol. 47r] binnen snidende ende buten niet. Ende die vleisk wonde salmen vollen mit weken van stoppen jof van clederen om open to houden tot dat de natuur heft gemaect een guet reperament in de stede der verloren been. Daerna cureert men die vleisk wonde lijc de meen cure van wonden

Om dat ic, Lancfranc, gheen seker wech find in dusdanigen voerseide curen, so volgede ic de leringe van Galieen ende Avicenna ende Serapion. Die seggen dattet guet is datmen die been uut doet up datmen de ettere betersins uut mach suveren. Ende ic dietereden seken als voerseit in dat proper capitel der dieten.

Ende ic usere en gheen wapen om dat been uut to doen dan in II saken. De een sake alst een stuc vanden bene is stoten onder dat andere ende dat perset dura mater. Dat ander is als een splinter vanden enen been prekelt dura mater ende daer of comen zweringen ende apostume ende crampe ende tacherste de doet. In allen anderen brekinge jof scrovinge der hersenbecken so cureert aldus: als ic coem to een persoen die int hersenbecken is gewont, ic bysee eerst de cracht ende die outheden der zieken ende de tovallen voerseit. Sijn der in gheen sterflike tekenen ende dat hersenbecken is to broken mit ener groter vleisk wonde ende dat oec dat been der hersebecken is of gheslagen, eerst do ic dat haer scheren. Ende dan doe ic tuschen dat been ende dura mater oude sachte lijnwade ghenet in II deel oli rosaet ende dat derde deel doderen van eyer. Ende ic volle de wonde vanden bene mit dusdanigen clederen, aldus berecht, so dat dura mater niet en si geperset. In die vleisk wonde leide ic oude lijnwade ghenet in dodere van eyeren ende oli rosaet° even voel to samen gemenget. Ende up al die wonde leg ic een [fol. 47v] cleen cussineel dat al die wonde bedect. Ende ic smere omtrent de wonde mit medicien van bolo armenico°. Ende up al de wonde leg ic een goet cussineel ghenet in gueden wermen wijn. Ende daer na bijnde icket mit eenre warmer scroden menichsins om trent dat hovet, so dat die weken in die wonde niet en mogen verwagelen ende oec also dat dura mater niet en si geperset. Aldus salmen int begin dat haer of scheren: eerst salment corten mit eenre schaer ende daer na dat hovet dwaen mit IIII delen cout waters in den somere ende warm water in den wintere ende een deel oli rosaet°ende altoes wachtet dattet water in den wonde niet en comet. Ende dan salment of scheren mit eenre scheren. Als die zieke is aldus berecht, dan latet also tot des nuchtens ende dan salmen die wonde vermaken, alsmen to voren dede, tot datter etter in is. Ist oec also dat de zieke is sterc ende ful ende jonc ende datter luttel bloets uut der wonde leep, dan salmen bloet laten in die hovet adere. Ende doen hem elkis dagis ter camere gaen een werve mit suppositorien jof mit clisteren, ist dat hi natuurliken niet gaet. Ende men sal hem dieten setten, alst voerseit is int proper capitel. Als de wonde hevet volcomeliken atter ghemaket, dan salmen doen de voerseide medicien in die wonde des hersebecken, alst voerseit is hiir te voren. Mer dan wert dat lijnwaet een luttel geduwet. Ende up de wonde salmen leggen een zuverende plaester van honich rosaet° gheclenset ende van ghersten meel tot dattet is ghezuvert ende dat dura mater is verheelt mitten hersenbecken. Ende dan sal men stroien in die wonde pulver aldus gemaect: nemet wiroec, noten van ciperssen°, gagelzaet°, mirre, elx half onse, witzen° een onse, ende up de pulver salmen leggen cortelinge van ouden lijnwade. Ende [fol. 48r] daer up een treit ghemaect van witten hersen II delen ende een deel wass, to gader gesmouten mit sterker asine ende gewrongen mit enen om cleet up cout water. Daerna sel ghijt vergaderen vant coud water mitten handen gesmeert mit olien rosaet° ende walkent wal lange. Aldus salment maken to zomere. Mer to winter salmen nemen III deel hersen ende dat vijf to deel was. Ende dit treit salmen spreden up een cleet ende up die wonde leggen tot dattet is volcomelike ghehudet.

Is daer in een splintere van een been datter prekelt dura mater dat salic uut doen mit een instrument dat heet pincearis jof uut staven mit dat crume instrument voerseit. Ende mach ic dat niet doen, dan salic doer boren een gat of twe, na dats to doen is, ende houwent uut alsoet voerseit is. Mer als ic werke in dat hersebeckenen mit wapene, ic bestoppe de oren des zekens mit cathone ende ic stoppe een hantschoech of een cleet tuschen sijn tanden ende aldus doe ic uut dat been dat gescoten is ondert ander. Ist dat de splinten jof dat stuc vanden been hem luttel houdent an dat gesont been ende datmen noch niet lichte of en mach doen ende dat dura mater niet en prekelt noch en duwet, so salmen daer alder eerst up gheten warm oli van rosen ende up dat been in die wonde salmen doen oli rosaet mit doderen van eyeren tote dattet been wel is ghemorwet ende datment mach lichte uut doen. Ende dan salmen werken tuschen dat been ende dura mater alst voerseit is.

Ist so dattet hersenbecken is to spleten so dat de canten even hoech bliven leggende dat besie ic jof de schore doer gaet jof en doet biden teikenen voerseit ende oec bi een ander seker tekene: ic pulverizere mastix° ende menget mit den witte vanden eye tot dattet dit si als zeem ende dat sprede ic dan up ene clede ende legget up de schore ende [fol. 48v] latet der up vanden morgent totten avende jof vanden avene totten nuchtene. Ende als ict of do ende die medicien niet en droget jegen die schore, dan ist niet doer ende ist dattet doer gaet dan is die medicien meer verdroget jegen die schoer dan anders waer om die hetten van binnen comende. Ende ist dattet niet doer en gaet dan salment cureren alsmen doet een hovet wonde der dat been noch die hersene niet en is gequetst. Ende ist dattet doer gaet dats vrese want sommige meisters seggen datmen dusdanige wonden niet en mach cureren jof dat been waer doer boert ende die stucken uut ghedaen om to zuveren den etter leggende up dura mater. Ende ic, Lanfrancke, segge dattet grote vrese is to doer boren als die schore is bider commissuren want hets daer sterfeliken.

En is het dat schedel gespleten is dan bezien ze of het geheel doorgaat en doen de zieken sluiten neus en mond en doen hem blazen en bezien of er bij hem enig lucht uitkomt ter spleet of bloed of enige andere materie. En is het dat er een komt dan gaat de schedel geheel door.

En dan sommige meesters doorboren de schedel aan beide zijden van de scheur, van het ene einde tot de andere en dat is erg slecht! Maar ander meesters doorboren aan de ene zijde van de scheur daar het meest hangt en ze maken veel gaten als het nodig is en dan houwen zij het met een beitel van het ene gat in de andere en dan doen ze de stukken van de benen uit om te zuiveren de materie die op het harde hersenvlies is verzameld en deze manier van doorboren is het beste en dan behandelen zij het voort zoals het voor gezegd is en als gij wil doorboren dan zal ge houden deze laatste manier.

De wapens daar men mee doorboort moeten snijden aan beide zijden en voor scherp en altijd omhoog breder zodat ze niet licht door dat been schieten en men moet er veel hebben van diverse vormen. In het begin zal men werken met de smalste, daarna met bredere en aldus zijn ze gemaakt. De beitel daar men mee houwt van het ene gat in de andere is aldus gemaakt. Hierop zal men slaan met een hamer totdat het been er geheel uit is en daarna zal men de kanten effenen met dusdanig krom wapen, die binnen snijdt en buiten niet en de vleeswond zal men vullen met doeken van stoppen of van kleren om open te houden totdat de natuur een goede reparatie heeft gemaakt in de plaats van het verloren been. Daarna behandelt men de vleeswond gelijk die men behandelt van wonden.

 

 

 

 

 

Om dat ik, Lanfranc, geen zekere weg vindt in dusdanige voor vermelde behandeling, zo volg ik de lering van Galenus en Avicenna en Serapio. Die zeggen dat het goed is dat men de benen uit doet zodat men de etter beter er uit mag zuiveren. En ik gaf die zieke diĎten zoals voor gezegd in dat goede kapittel der diĎten.

En ik gebruik geen wapen om dat been uit te doen dan in 2 zaken. De ene zaak is als er een stuk van een been is gestoten onder dat andere en dat perst het hersenvlies. De andere is als een splinter van het ene been prikt het harde hersenvlies en daarvan komen pijnen en zweren en kramp en tenslotte de dood. In alle anderen breking of scheuring der schedel zo behandel ik het aldus: als ik kom tot een persoon die in de schedel is gewond, ik bezie eerst de kracht en de oudheid van de zieke en de toevallen, voor gezegd. Zijn daarin geen sterfelijke tekens en dat schedel is gebroken met een grote vleeswond en dat ook dat been der schedel is afgeslagen, eerst doe ik dat haar scheren en dan doe ik tussen dat been en harde hersenvlies oude zacht linnen genat in 2 delen rozenolie en dat derde deel dooiers van eieren en ik vul de wond van het been met dusdanige kleren, aldus gemaakt, zodat het harde hersenvlies niet geperst wordt. In de vleeswond leg ik oud linnen genat in dooiers van eieren en rozenolie even veel en tezamen gemengd en op de hele wond leg ik een klein kussentje dat de hele wond bedekt en ik smeer omtrent de wond met medicijnen van bolus armeniacus en op de hele wond leg ik een goed kussentje genat in goede warme wijn en daarna bind ik het met een warme zwachtel menigmaal omtrent dat hoofd zodat de doeken in de wond niet mogen bewegen en ook alzo dat harde hersenvlies niet geperst wordt. Aldus zal men in het begin dat haar afscheren: eerst zal men het korten met een schaar en daarna dat hoofd wassen met 4 delen koud water in de zomer en warm water in de winter en een deel rozenolie en er altijd op letten dat het water niet in de wond komt en dan zal men het afscheren met een schaar. Als de zieke is aldus berecht dan laat het alzo tot de morgen en dan zal men de wond vermaken zoals men tevoren deed totdat er etter in is. Is het ook alzo dat de zieke is sterk en vol en jong en dat er weinig bloed uit de wond loopt, dan zal men bloed laten in de hoofdader en laat hem elke dag ter kamer gaan eenmaal met zetpil of met klysma is het dat hij natuurlijk niet gaat en men zal hem op diĎten zetten zoals het voor gezegd is in het goede kapittel. Als de wond volkomen etter heeft gemaakt dan zal men de voor vermelde medicijn in de wond van de schedel doen zoals het voor gezegd is hier tevoren. Maar dan wordt dat linnen wat geduwd en op de wond zal men leggen een zuiverende pleister van rozenhoning verkleint en van gerstemeel totdat het is gezuiverd en dat harde hersenvlies is geheeld met de schedel. Dan zal men strooien in de wond poeder aldus gemaakt: neem wierook, (Boswellia thurifera), noten van cipres, gagel zaad, (mirt), mirre, (Commiphora myrrha), elk een half ons, vitsen, (Vicia) een ons en op het poeder zal men leggen snippers van oud linnen en daarop een trekpleister gemaakt van witte gierst, 2 delen en een deel was tezamen gesmolten met sterke azijn en gewrongen met een kleed op koud water. Daarna zal ge het verzamelen van het koude water met de handen gesmeerd met rozenolie en mengen het erg lang. Aldus zal men het maken te zomer. Maar in de winter zal men nemen 3 deel gerst en dat vijfde deel was en deze trekpleister zal men spreiden op een kleed en op de wond leggen totdat het is volkomen bedekt.

Is daar in een splinter van een been dat er prikkelt het harde hersenvlies dat zal ik er uitdoen met een instrument dat heet pincet of uittrekken met dat kromme instrument voor gezegd en kan ik dat niet doen dan zal ik een gat of twee doorboren, naar dat het is te doen, en houwen het uit alzo het voor gezegd is. Maar als ik werk in de schedel met wapens, ik stop de oren van de zieke dicht met katoen en ik stop een handschoen of een kleed tussen zijn tanden en aldus doe ik uit dat been dat geschoten is onder het andere. Is het dat de splinter of dat stuk van het been zich weinig vasthoudt aan dat gezonde been en dat men nog niet licht af mag doen en dat harde hersenvlies niet prikkelt nog duwt dan zal men daar allereerst op gieten warme rozenolie en op dat been in de wond zal men doen rozenolie met dooiers van eieren totdat het been goed murw is en dat men het er gemakkelijk uit mag doen en dan zal men werken tussen dat been en harde hersenvlies zoals het voor gezegd is.

Is het zo dat de schedel is gespleten zodat de kanten even hoog blijven liggen dat bezie ik of de scheur doorgaat of doe het bij de tekens voor gezegd en ook bij een ander zeker teken: ik verpoeder mastiek (Pistacia lentiscus)  en meng het met het witte van een ei totdat het is als honing en dat spreid ik dan op een kleed en leg het op de scheur en laat het daarop van de morgen tot de avond of van de avond tot de morgen liggen en als ik het er af doen en de medicijn niet tegen de scheur dringt dan is het niet door en is het dat het doorgaat dan is de medicijn meer gedrongen tegen de scheur dan anders vanwege de hitte die van binnen komt. En is het dat het niet doorgaat dan zal men het behandelen zoals men doet een hoofdwond daar dat been nog de hersen niet is gekwetst. En is het dat het doorgaat, dat is vrees want sommige meesters zeggen dat men dusdanige wonden niet mag behandelen of dat been was doorboord en de stukken uitgedaan om te zuiveren de etter die ligt op het harde hersenvlies. En ik, Lanfranc, zeg dat het grote vrees is te doorboren als de scheur is binnen de commissuur (bindweefselachtige verbinding) want het is daar dodelijk.

 

 

 

Ende bi der hulpe van Gode soe heb ic luden ghenesen sonder doer boren ende sonder yseren wapenen an dat been to doen. Mer ic dede in de schore warm oli roessaet° ende volde die vleisk wonde mit clederen genet in honich roesaet° ende oli rosaet° ende daer boven up leide ic doderen van eieren mit olirosaet°. Ende al omtrent leide ic medicine van bolo armenico° tot datter etter in was. Do deed ic in de wonde honich rosaet° mit oli rosaet° ende daer up een zuverende plaester van honich rosaet° ende van ghersten mele, tot dat die schoer is al ful wassende van vleisk ende beenren wel to gader sijn gevoget. Ende dan leide ic daer in cortelingen van ouden lijnwade ende daer up die zuverende plaester voerseit tot dattet been is gevoget ende stroie ic daer up vanden pulver voerseit ende daer up soe leide ic scrapelinge jof cortelinge van lijnwade ende der boven der voerseit treit tot dattet heel is. Ende ist dattet hersenbecken is to spleten sonder vleisk wonde [fol. 49r] dan suldijt aldus schilt wijs in hovich ondecken . Ende ic ondecke dat been dat die oli rosaet mach in gaen ende dat die medicien van honich rosaet ende oli rosaet uut mach hale de materi datter is vergadert up dura mater ende dan salmen voert cureren alst voerseit is.

Als die hersene is biroert van quetsene jof van vallen jof van deer geliken sonder wonde int vleisk jof int been jof sonder dat been to broken, dan suldi doen so ic dede een canonic van oerdene Sinte Augustinus, canonic vanden biscopdome van Sinte Peters van Meilanen. Die was gheseten up een groet paert int gereide ende dat peert recht hem up over sijn II achterste voeten. Ende die canonic veel achterwert mit den hovede eerst ten eerde ende hi was so gequetset omtrent den hovet dat hi en mochte roren noch beseffen.

Ic was der to gehaelt ende dede dat haer af scheren. Daerna smeerde ict al omtrent mit warmer olien rosaet° gemenget mit sinen verendeel azijns. Ende ic stroiede daer up pulver van gagelzade° ende ic leide daer up een dunne cledekine genet inde selve oli ende azijn ende daer up sachte linnen stoppen. Ende ic bandet mit enen scroden al dat hovet om ende ic leide daer up een lams fel ende ic fermakedet dit aldus II werven des dagis. Ende ic smeerde den hals al om totten middel der ruggebeen achter mit warmer olien van camomillen.

Ende des anderen dagis on dede hi luttel sijn oge ende sach al omtrent [als] enen dullen mensche. Ende do wilde somme proven of hi wilde eten, ic en gedogedes niet; ja al wilde hi eten, ic en gaves hem niet. Ten derden dage sprac hi al fulwekelike mer hi en mochtet woert niet fulbrengen. Ten veerden dage sprac hi en luttel bet ende do gaf ic hem drincken ydrozatum jof ptisane° al warm welc hi dranc ende heelt. Ten [fol. 49v] vijften dage at hi de colatuur van enen cukene ende hi begonste en luttel to verstercken. Nochtan mochte hi belange niet gaen ende als hi mochte fulkomelike nemen spise, do gaf ic pillas cochias° om te verscheiden ende to purgeren de overblivenge der materien die int hovet was vergadert. Ic beval hem dat hi soude eten de hersene van vogelen als van hoenren ende clene vogelen ende van gheiten ende lammeren ende aldus wert hi genesen. Nochtan was hi niet so subtijl van sinne als hi to voren was. Dit sijn quade teykene in dusdanige saken: ongewone slomheide der aensichten, apoplexia, crampe, ombevoliken uut stekinge der stronten, onberoerlicheide van alden leden sonder van braden ende burstende altoes roren.

Van desen III maneren vanden cure voerseit mach den meister nemen welc hem best becomet. Die eerste maneer, voerseit int begin der capitelen, dat useren vele meisters. Ende het useert meister Ancelmus van Generen die voele guedes der mede heft vergadert. Nochtan weet ic wel dat voele luden hebben der mede gestorven. Die ander manere is toe doer boren ende uut to doen dat been mit hantwapenen in allen quetzen der hersenbecken. Die derde manere is die ic plach to doene. Ende ist dat die meister wil wel merken alle die curen ende die opinionen dats die vermodinge der autoren ende merken teinde der diversche werken daer hi minst luden in sach sterven bi mijnre curen dan bi enich vanden anderen.

 

En bij de hulp van God zo heb ik lieden genezen zonder doorboren en zonder ijzeren wapens aan dat been te doen. Maar ik deed in de scheur warme rozenolie en vulde de vleeswond met kleren genat in rozenhoning en rozenolie en daar bovenop legde ik dooiers van eieren met rozenolie en al omtrent legde ik medicijn van bolus armeniacus totdat er etter in was. Toen deed ik in de wond rozenhoning met rozenolie en daarop een zuiverende pleister van rozenhoning en van gerstemeel totdat de scheur geheel volgroeide van vlees en beenderen goed tezamen zijn gevoegd en dan legde ik daar in snippers van oud linnen en daarop de zuiverende pleister voor gezegd totdat het been is gevoegd en strooi ik daarop van het poeder voor gezegd en daarop zo legde ik afschraapsel of snippers van linnen en daarboven de voor gezegde trekpleister totdat het heel is. En is het dat het schedel is gespleten zonder vleeswond dan zal het aldus schildvormig in het hoofd ontbloten  en ik ontblote dat been zodat de rozenolie er mag ingaan en dat de medicijn van rozenhoning en rozenolie er uit mag halen de materie dat er is verzameld op het harde hersenvlies en dan zal men het voort behandelen zoals het voor gezegd is.

Als de hersen is beroert van kwetsen of van vallen of van diergelijke zonder wond in het vlees of in het been of zonder dat been gebroken dan zal je doen zo ik deed een kanunnik van de orde van Sint Augustinus, kanunnik van het bisschopdom van Sint Petrus van Milaan. Die was gezeten op een groot paard in het zadel en dat paard richt zich op zijn 2 achterste poten en de kanunnik viel achterover met het hoofd eerst ter aarde en hij was zo gekwetst omtrent het hoofd dat hij mocht bewegen nog beseffen.

Ik was daartoe gehaald en liet dat haar afscheren. Daarna smeerde ik het al omtrent met warme rozenolie gemengd met het vierde deel azijn en ik strooide daarop poeder van gagelzaden (mirt) en ik legde daarop een dun kleedje genat in dezelfde olie en azijn en daarop zachte linnen stoppen en ik bond het met een zwachtel dat hele hoofd om en ik legde daarop een lamsvel en ik vermaakte dit aldus 2 maal per dag en ik smeerde de hals alom tot het midden der ruggenwervel achter met warme olie van kamille.

En de volgende dag opende hij wat zijn ogen en zag al omtrent als een dol mens en toen wilde sommige beproeven of hij wilde eten, ik gedoogde dat niet; ja al wilde hij eten, ik gaf het hem niet. Te derde dag sprak hij al flauw maar hij kon geen woord uitbrengen. Te vierde dag sprak hij al wat beter en toen gaf ik hem te drinken hydromel (honingwater) of ptisane (gerstewater) al warm welke drank hij hield. Te vijfde dag at hij het gefilterde van een kuiken en hij begon wat te versterken. Nochtans mocht hij bij lang niet gaan en toen hij mocht volkomen nemen spijs toen gaf ik pillen cochias (1) om te scheiden en te purgeren de overblijvende materie die in het hoofd was verzameld. Ik beval hem dat hij zou eten de hersens van vogels als van hoenders en kleine vogels en van geiten en lammeren en aldus werd hij genezen. Nochtans was hij niet zo subtiel van zin zoals hij tevoren was. Dit zijn kwade tekens in dusdanige zaken: ongewone sloomheid der aanzicht, apoplexie, (beroerte, geraaktheid)  kramp, ongevoelig uitgaan van het stront, ongevoeligheid van alle leden uitgezonderd van spiervlees en borst die altijd bewegen.

Van deze 3 soorten van de behandeling voor gezegd mag de meester nemen welke hem het beste bekomt. De eerste manier, voor gezegd in het begin van het kapittel, dat gebruiken vele meesters en het behandelt meester Ancelmus van Geneve die veel goed daarmee heeft verzameld. Nochtans weet ik wel dat vele lieden daarmee zijn gestorven. De andere manier is te doorboren en uit te doen dat been met handwapens in alle kwetsing van de schedel. De derde manier is die ik plag te doen. En is het dat de meester wil wel opmerken alle behandelingen en de meningen, dat is bij de vermelding van de auteurs, en tenslotte opmerken de diverse werken daar hij de minste lieden in zag sterven bij mijn behandeling dan bij enige van de anderen.

 

(1) Pillen Cochiae Rasis waarin hiera picra, kolokwint en andere bestanddelen in voorkwamen.

 

 

[XXI] Dat ander capittel is van wonden des ansicht

 

Wonden in dat aensichte jof si sint maket mit snidende wapene als zweerde jof stekene wapene als glavien jof mit kniven. Ende ist dat die wonde is gemaket mit enen sweerde jof des geliken men sal subtilike de canten to samene nayen [We gewont is in sijn mont die spole fake des dages sijn mont mit wijn ende honich to samen ghesoden] [fol. 50r] ende om dat voele luden legen van der wondede nose alse dat si seggen dat een persoen droech sijn nose of ghesneden in sijn hant ende daer na wert si weder gheset in sijn stede ende ghehelet, welke is een openbaer logen want die levende gheest ende die berorende gheest verdervet to hants alst he of is.

Hiir om sal ic beginnen van die ghewonde nose nochtan niet al of ghesneden. Somwilen is die wonde overlanx der nosen ende dan salmen de lippen to gadere luken ende nayen ende doen dan al dat voerseit is int capitelvan vleisk wonden. Ende ist dattet is overdwers gesneden totten oppersten lippen dan salment weder stellen in sijn proper stede ende stellen II clene weken van wasse in die noes gaten de gaen to te boven de wonde up datmen mach. Ende daer na an elke side der wonden een half vinger mael breet vanden einde salment nayen ende daer na boven de nose ende daerna tuschen dese III steken also voele steken alst noet is. Dan salmen daer up leggen dat pulver voerseit in vleisk wonden ende daer na up een cleet genet int wit vanden eye ende oli rosaet° een luttel to samen geslegen. Ende daer na salmen daer up leggen die cussinelen een onder ende an elke side een. Ende daer na salment bijnden mit II scroden, deene sal die nose up houden dat het niet nederwert dale, dander wert geleit up die cussinele om to biwachten dat pulver ende dien nat de scrote uphoudende de nose wert vast gemaket. Ende up tvoerhovet salmen leggen medicijn van bolo armenico° ende doen dat voerseit is in vleisk wonden.

Wonden vallende in anderen steden des aensichtes sal men nayen ende cureren alst voerseit is in vleisk wonden, mer die naet moet wesen subtijlre dan in ander steden des lichaems. Ende is oec dat [fol. 50v] de wonde niet groet is int aensichte, men mach vergaderen sonder naien aldus: nemet mastic° ende drakenbloet° ghepulvert ende getempert mitten witte vanden eye totte dattet dic is als zeem ende nette daer in II lange scroden na de lanchede der wonden ende legge an elke side der wonden een scrode ende latet drogen daer na vernyet bloet in de wonde ende vergadert de lippen der wonden te gadere ende naiet de II scroden to gadere. Ende up de lippen vergadert salmen stroien dat pulver voerseit in vleisk wonden. Ende up al salmen leggen een cleet ghenet in dat wit des eyes ende oli rosaet° ende dan salment bijnden ende curerent voert ghelijc wonden in anderen steden. Ende ist datter wonden sijn ghemaect mit een glavie jof mit een scutte ende die scutte is uut ghetogen ende openbaer, dan salment voert cureren als voerseit is in dat eerste tractaet, weder datter een zenuwe is gequetset jof en is. Mer ist dattet schuttte so diep der in is dat ment niet en seen mach, dan salmen seen ho dat hi stoet do hi ghescoten wert ende van waen de scutte quam ende waer wert de bodeme der wonde gaet om dat to biseen in wat maneren datment mach uut trecken. Men sal die wonde fullen mit warm oli rosaet° ende daer up leggen de doderen van eyeren mit oli rosaet°. Ende latent also tot dat de natuur enich wech betoget. Men hevet somwilen lange tijt een schutte ghedragen dect in de steden twel de natuur overlanc uut stac jof enich wech daer to bireide. Oec moetmen wachten als een wonde nayt is int aensichte dat de mont niet en blivet crom sittende.

[XXI] Dat volgende kapittel is van wonden der aanzicht.

 

Wonden in het aanzicht of ze zijn gemaakt met snijdende wapens zoals zwaarden of stekende wapens als lansen of met messen. En is het dat de wond is gemaakt met een zwaard of dergelijke men zal subtiel de kanten tezamen naaien. Wie gewond is in zijn mond die spoelt vaak per dag zijn mond met wijn en honing tezamen gekookt. Omdat vele lieden liegen van de gewonde neus als dat ze zeggen dat een persoon droeg zijn neus afgesneden in zijn hand en daarna werd het weer gezet in zijn plaats en geheeld en dat is een openbare leugen want de levende geest en die bewegende de geest bederft gelijk als het er af is.

Hierom zal ik beginnen van de gewonde neus nochtans niet geheel afgesneden. Soms is de wond in de lengte van de neus en dan zal men de lippen tezamen sluiten en naaien en doen dan al dat voor gezegd is in het kapittel van vleeswonden. En is het dat het is dwars gesneden tot de bovenste lippen dan zal men het weer stellen in zijn goede plaats en stellen 2 kleine doeken van was in de neusgaten die gaan tot boven de wond als men kan. En daarna aan elke zijde der wond een halve vinger maat breed van het einde zal men het naaien en daarna boven de neus en daarna tussen deze 3 steken alzo veel steken als het nodig is. Dan zal men daarop leggen dat poeder voor gezegd in vleeswonden en daarna op een kleed genat in het wit van een ei en rozenolie wat tezamen geslagen. En daarna zal men daarop leggen de kussentjes, een onder en aan elke zijde een en daarna zal men het binden met 2 zwachtels, de ene zal de neus ophouden zodat het niet nederwaarts daalt, de andere wordt gelegd op dat kussentje om te bewaken dat poeder en die nat de doek en houdt op de neus en wordt vast gemaakt en op het voorhoofd en zal men leggen medicijn van bolus armeniacus en doen dat voor gezegd is in vleeswonden.

Wonden die vallen in andere plaatsen der aanzicht zal men naaien en behandelen zoals het voor gezegd is in vleeswonden, maar de naad moet wezen subtieler dan in andere plaatsen van het lichaam. Is ook dat de wond niet groot is in het aanzicht, men mag verzamelen zonder naaien aldus: neem mastiek (Pistacia lentiscus) en drakenbloed (Daemonorops draco) verpoederd en gemengd met het witte van een ei totdat het dik is als honing en nat daarin 2 lange zwachtels naar de lengte van de wond en leg aan elke zijde der wond een zwachtel en laat het drogen, daarna vernieuw het bloed in de wond en verzamel de lippen der wond tezamen en naai de 2 tezamen en op de gebonden lippen zal men strooien dat poeder voor gezegd in vleeswonden. En op alles zal men leggen een kleed genat in het witte van een ei en rozenolie en dan zal men het binden en behandelen het voort gelijk wonden in andere plaatsen. En is het dat er wonden zijn gemaakt met een lans of met een geschut en dat geschut is uitgetrokken en duidelijk, dan zal men het voort behandelen als voor gezegd is in dat eerste traktaat of er een zenuw is gekwetst of niet is. Maar is het dat het geschut er zo diep in is zodat men het niet zien mag dan zal men zien hoe dat het stond toen hij geschoten werd en van waar dat schot kwam en waarheen de bodem der wond gaat om dat te bezien in welke manieren dat men het mag uittrekken. Men zal die wond vullen met warme rozenolie en daarop leggen de dooiers van eieren met rozenolie en laten het alzo totdat de natuur enige weg aantoont. Men heeft soms lange tijd een schot gedragen bedekt in plaatsen welke de natuur op den duur uitstak of enige weg daartoe bereidde. Ook moet men opletten als een wond genaaid is in het aanzicht dat de mond niet krom blijft zitten.

 

Hierna eerst grof vertaald, later bewerken.

 

[XXII] Dat derde capittel is van wonden des halses ende kelen ende haer anthomien

 

Die hals is maket van seven benen die men heet spondilen ende daer of is dat eerste ghecoppelt mitten bene datmen heet baallus mit vole [fol. 51r] crancke bijnzelen om dat die juncture de lichter soude beroren. Dat eerste been is vaste ghecoppelt mit dat ander ende dat ander mitten derden ende dat derden mitten veerden ende dat veerden mitten vijften ende dat vijfte mit den seste ende dat seste mit den sovende ende dat sovende is ghecoppelt mitten spondilen der rugge been om dat de hals to bet soude roren.

Van dese VII spondilencomen VII paer zenuwen so dat tusschen elke twe beenren een paer zenuwen. Dese zenuwen sijn menich sins ghedeelt biden hovede ende biden halse ende bi den schouderen ende bi den armen ende int aensichte ende in sommen steden sijn haer ledertelgen gemenget mit sommer telgen der zenuwen des hovedis. Mitten zenuwen vanden halse sijn gemenget mit den brade die de stede beroren. Ende achter in de hals sijn openbaer aderen comende vander lever ende climen toten hovede onder den welken sijn bedect arterien comende vander herte ende gaen totten hovede om die saken voergeseit in de schepnisse der hovedis; dan dalen si weder achter den oren ende brengen een deel der spermate totten cullen als waer bi ist waert dat die aderen ontwe waren gesneden dat man soude nymmermeer gheen kijnt winnen. Ander rechter side ende an der luchter siden des hals sijn II coerden ende die comen vanden beenren des hovets ende strecken hem an beiden siden vanden rugge been alto den eerse. Ende daer up rusten hem die zenuwen comende vanden morch des rugge beens.

Mer voer is die kele ende gaet vanden kinne totten spreet vanden borste. Tuschen der kele ende den halse van binnen is een conduut diemen heet isophagus ende die spise gaet daerdoer ende het gaet vanden mont totten magen [fol. 51v] ende het daelt nederwert achter an den hals ghecoppelt totten vijfte spondile des ruggebeen ende dan holdet voerwert tote het doer gaet de re. Ende hets gemaect van II vellenkinen ende in die innerste roc legget een brade overlanx ende de trecket. In den uutersten roc sijn breetachtich braden de uut steken.

Voer an de kele is een pipe der longen ende is gemaect van croselich vingerlinen to gader gebonden mit velachtich bijnzelen ende binnen is die pipe al bedect mit een sachte vellekinen te gader vogende de croselinge ringen. Ende dese ringen fallieren jegen ysophagus ende daer is die schepnisse der pipen lijc dat het een verendeel of waer slagen overlanx ende daer na weder dect mit enen saften velleken om dat als de mensche etet dicke spise dat die vellekinen recket tote dat die spise is gheleden. Ander rechter side ende ander luchter siden der pipen vander longen sijn dicke aderen de heten organica ende daer onder sijn grote arterien ende als si gewont si dats vrese vander doet om de grote nahede der herten ende der leveren is dat bloet varinge uut lopen, als waer bi dat de gheest fallieert die de ziele ende dat lichaem to samen houdet. Wel is to weten dat die musen, zenuwen, coerden, arterien ende aderen leggen upt hovet gestroiet ghelijc den hare. In den hals ende in de kele leggen si overlanx ende hiir bi machmen wel seen dat die surgijn ho noetsakelic moet sijn te doen snidinge of berninge overlanx den hals ende kele. Ende die wonden comende overdwers sijn vreseliker dan lanx mit sweerden om die snidinge der delen leggende overdwers. In desen steden salmen biseen weder die wonden overlanx so overdwers sijn ende ist dat si sijn overdwers ende der [fol. 52r] aderen jof grote arterien sijn ontwe sneden. Dats vreselic nochtan salmen dat bloet stremmen in die aderen jof arterie helen alst voerseit is int capitel van tbloet to stremmen. Ende is daer een zenuwen ontwe men sal to gader nayen nader leringe vanden capitel der zenuwen ende daer up leggen tettingen°, gestampt ende soden mit oli rosaet° ende bijndet alst voerseit is in anderen curen. Ende is de wonde overlanx men salt nayen ende pulver up stroien ende warent alst voerseit is in vleisk wonden. Is de wonde steken mit een glavi of der gheliken men salt uut trecken ende stremmen dat bloet als voerseit is. Ende ister gheen fluxie van blode noch zweringe dan salmen steken inde wonde een corte weke; de enen dach houdet de wonde open ende ist dan sunder zweringe so salment laten luken. Want het gevallet somwilen dat een wonde is steken in der hals of kele datter noch sene noch ader noch arteri is quetst. Ende ister zweringe of zwellinge men sal den wonde fullen mit warmer oli rosaet ende doen daer in een clene weke genet in doderen van eyeren ende in warmer oli rosaet° ende houden de wonde open tot dat si etter maket ende dan die etter zuveren ende dan daer na helen.

[XXII] Dat derde kapittel is van wonden der hals en keel en hun anatomie.

 

De hals is gemaakt van zeven benen die men wervels noemt en daarvan is de eerste gekoppeld met het been dat men baallus noemt met veel zwakke bindsels omdat de gewrichten te lichter zouden bewegen. Dat eerste been is vast gekoppeld met de volgende en de volgende met de derde en de derde met de vierde en de vierde met de vijfde en de vijfde met de zesde en de zesde met de zevende en de zevende is gekoppeld met de wervels van de ruggengraad omdat de hals te beter zou bewegen.

Van deze 7 wervels komen 7 paar zenuwen zodat er tussen elke twee beenderen een paar zenuwen zijn. Deze zenuwen zijn veel verdeeld bij het hoofd en bij de hals en bij de schouders en bij de armen en in het aanzicht en in sommige plaatsen zijn hun hoofdtwijgen gemengd met sommige twijgen van de zenuwen van het hoofd. Met de zenuwen van de hals zijn gemengd de draden die de plaats bewegen en achter in de hals zijn duidelijk aderen die van de lever komen en klimmen tot het hoofd waaronder slagaders zijn bedekt en die komen van het hart en gaan tot het hoofd om de zaken voor gezegd in de schepping der hoofd; dan dalen ze weer achter de oren en brengen een deel der sperma tot de ballen als waarbij was het dat die aderen in stuk waren gesneden dat de man zou nimmermeer een kind winnen. Aan de rechterzijde en aan de linkerzijde van de hals zijn 2 koorden en die komen van de beenderen der hoofd en strekken zich aan beide zijden van de ruggenwervel al tot de aars en daarop rusten de zenuwen die komen van het merg van de ruggengraad.

Maar voor is de keel en gaat van de kin tot de sleutelbeen van de borst. Tussen de keel en de hals van binnen is een afvoer die men heet esophagus en de spijs gaat daardoor en het gaat van de mond tot de maag en het daalt nederwaarts achter aan de hals en is gekoppeld aan de vijfde wervel van de rugwervel en dan helt het voorwaarts tot het doorgaat het borstbeen het is gemaakt van 2 velletjes en in de binnenste rok ligt een koord in de lengte en die trekt. In de buitenste rok is breedachtige spiervlees die uitsteekt.

Voor aan de keel is een pijp der longen en is gemaakt van kraakbeenachtige ringen tezamen gebonden met velachtig bindsels en binnen is die pijp al bedekt met een zacht velletje die tezamen voegt de kraakbeenachtig ringen en deze ringen falen tegen ysophagus. Daar is de schepping van de pijp gelijk dat het een vierendeel van was in slagen in de lengte en daarna weer bedekt met een zacht velletje omdat als de mens eet dikke spijs dat dit velletje rekt totdat de spijs is gegaan. Aan de rechterzijde en aan de linkerzijde van de pijp van de longen zijn dikke aderen die heten organica en daaronder zijn grote slagaders en als ze gewond zijn is dat vrees van de dood vanwege de grote nabijheid van het hart en de lever waar dat bloed vaardig uitloopt, als waarbij dat de geest faalt die de ziel en dat lichaam tezamen houdt. Wel is te weten dat de spieren, zenuwen, koorden, slagaders en aderen liggen op het hoofd verstrooid gelijk het haar. In de hals en in de keel liggen ze in de lengte en hierbij mag men wel zien dat de chirurg hoe noodzakelijk moet zijn te doen snijden of branden in de lengte de hals en keel en die wonden komen dwars zijn vreselijker dan in de lengte met zwaarden vanwege het snijden van die delen die liggen dwars. In deze plaatsen zal men bezien of die wonden in de lengte of dwars lopen en is het dat ze zijn dwars en de aderen of grote slagaders zijn in twee gesneden. Dat is vreselijk, nochtans zal men dat bloed stremmen in de aderen of slagader helen zoals het voor gezegd is in het kapittel van het bloed te stremmen en is daar een zenuw in twee men zal het tezamen naaien naar de lering van het kapittel der zenuwen en daarop leggen regenwormen, gestampt en gekookt met rozenolie en binden het zoals het voor gezegd is in andere behandeling en is de wond in de lengte men zal het naaien en poeder op strooien en bewaren het zoals het voor gezegd is in vleeswonden. Is de wonde gestoken met een lans of diergelijke, men zal het uittrekken en stremmen dat bloed zoals voor gezegd is. En is er geen overvloed van bloed nog zwering dan zal men steken inde wond een korte doek; de ene dag hou de wond open en is het dan zonder zwering zo zal men het laten sluiten. Want het gebeurt soms dat een wond is gestoken in de hals of keel dat er nog gezien wordt nog ader nog spier is gekwetst. En is er zwering of zwelling men zal de wond vullen met warme rozenolie en doen daarin een kleine doek genat in dooiers van eieren en in warme rozenolie en houden de wond open totdat ze etter maakt en dan de etter zuiveren en dan daarna helen.

 

 

 

Dit sijn die vresen die comen om die wonden in desen stede. Die eerste vrese is dat de hals is overdwers gewont so dat de spondilen ende dat morch sijn al ontwe gesneden, dats sterflic. Ende ist dattet morch niet al ontwe is gesneden jof gequetst nochtan ist vrese van verlesen dat beseffen ende dat beroren ende int einde doet, jof die medicien helpent te bet achter staen ghescriven om te comforteren dats sterc to maken dat ghequetst morch. Item, ist dat de II banden an [fol. 52v] beide side vanden halse sijn overdwers ontwe ghesneden jof enich grote adere ende alwaert dat die wonde mochte genesen nochtan soude de hals ewelic bliven stijf. Item, ist datter enich vanden gheet adere, de organica heten, jof enich vanden arterien onder hem leden sijn ontwe, hets tonsene van varinge de doet om dat si sijn to nader herten. Item, de pipe der longen al ontwe gesneden overdwers is sterflike. Item, die adere achter den ore ontwe sneden beletten de genaracien. Item, de wederkerende zenuwe onder dat ore is somwilen ontwe gesneden of ghesteken ende daer of wert de mensche ewelic heesche. Item, ist dat dese steden sijn doer steken mit eenre glavien of deer gheliken so dat ysophagus is doerghesteken ende dat morch niet en is gequetst dat salmen wel cureren mit deser achter comende medicien.

Dits de manere to ghenesen dat ghequetste merch: men sal de steden eerst fullen mit warmen oli rosaet° ende daer up leggen oli rosaet° mit doderen van eyeren ende men sal proven mit alre maneren om die zweringe to verdriven ende als ettere daer in is ghemaect, dan salmen daer up leggen die zuverende plaester welc dat heelt ende comforteert. Nemet honich rosaet° geclenset III onsen, was hers elx II drachmen, terpentijn drachmen III, wiroc° mastic° elx drachme I, mirre, sarcocolle°, mummie° elx drachme een half, oli van mastix onsen III, gerstenmeel een half ons, dat salmen breden up een cleet ende leggent up dat gequetste morch. Hiir mede sal hijt genesen ende de beroringe wert behouden, nochtan sal men altoes iugieren argisten. Wel is to weten dat elke wonde comende totter substancien der hersene jof totten morghe so dat bider quetsinge is merghe verloren is dat beseffen ende biroren in somme leden ende meest van der spondilen der lendene up [fol. 53r] wert. Ende elke wonde comende in die einde der braden als III vingeren onder die scholderen ende III vingeren boven den ellenboge jof der onder ende III vingeren boven den kneen jof der onder ende elke wonde in zenuwich steden mit zweringen ende hertheiden dats sterflic om de edelheide der hersene ende om dattet morch comet vanden hersene lijc dat een vloet comet van een fonteyne ende om dat die zenuwe comet vander hersene ende vanden morghe. Alse waer bi ghi sult altoes ordelen ter doet is dusdanigen wonden ende van dusdanigen wonde sal ghi iu niet onderwijnden jof ghi en sijt daer zeer to ghebeden want natuur doet dicwijl mit guder hulpe dat de meister duncket onmoghelick wesen. Ende andersins en suldi niet onderwijnden dan also van enen dode.

Dit zijn die vrezen die komen om de wonden in deze plaatsen. De eerste vrees is dat de hals is dwars gewond zodat de wervels en dat merg zijn al in twee gesneden, dat is sterfelijk. En is het dat het merg niet geheel in twee is gesneden of gekwetst, nochtans is het vrees van verliezen dat beseffen en dat gevoel en tenslotte de dood, of de medicijn verhelpen het die beter hierna staan geschreven om te versterken, dat is sterk te maken dat gekwetste merg. Item, is het dat de 2 banden aan beide zijden van de hals zijn overdwars on twee gesneden of enige grote ader en al was het dat de wond mocht genezen nochtans zou de hals eeuwig stijf blijven. Item, is het dat er enige van de gheet adere, die organica heten, of enige van de slagaders onder hen leiden zijn in twee, het is te ontzien van gevaar van de dood omdat ze zijn te dicht bij het hart. Item, de pijp der longen al in twee gesneden overdwars is sterflijk. Item, de ader achter het oor in twee gesneden beletten de generatie. Item, de wederkerende zenuw onder dat oor is soms in twee gesneden of gestoken en daarvan wordt de mens eeuwig hees. Item, is het dat deze plaatsen zijn doorstoken met een lans of diergelijke zodat ysophagus is doorstoken en dat merg niet is gekwetst dat zal men goed behandelen met deze navolgende medicijnen.

Dit is de manier te genezen dat gekwetste merg: men zal de plaatsen eerst vullen met warme rozenolie en daarop leggen rozenolie met dooiers van eieren en men zal beproeven met alle manieren om de zwering te verdrijven en als etter daarin is gemaakt dan zal men daarop leggen de zuiverende pleister die dat heelt en versterkt. Neem verkleint tot 3 ons, was, hars, elk 2 drachmen, terpentijn (Pistacia terebinthus), drachme 3, wierook, (Boswellia thurifera), mastiek (Pistacia lentiscus), elk drachme I, mirre, (Commiphora myrrha) irre, Astragalus sarcocolla, (eerder Penea sarcocolla), mummie, elk drachme een half, olie van mastiek ons 3, gerstemeel een half ons, dat zal men breiden op een kleed en leggen het op dat gekwetste merg. Hiermee zal hij het genezen en het gevoel wordt behouden, nochtans zal men altijd aantonen dat ergste. Wel is te weten dat elke wond die komt tot de substantie van de hersen of tot het merg zodat bij de kwetsing is merg verloren is dat beseffen en gevoel in sommige leden en meest van der wervels der lenden opwaarts. En elke wond die komt op het eind van het spiervlees zoals 3 vingers onder de schouder en 3 vingers boven de ellenboog of daaronder en 3 vingers boven de knieen of daaronder en elke wond in zenuwachtige plaatsen met zweren en hardheid dat is sterfelijk vanwege de edelheid der hersens en omdat het merg komt van de hersens gelijk dat een vloed komt van een bron en omdat de zenuw komt van de hersens en van het merg. Als waarbij ge zal altijd oordelen ter dood is dusdanige wond en van dusdanige wond zal ge u niet onderwinden of ge bent daar zeer toe gebeden want natuur doet vaak met goede hulp dat de meester denkt onmogelijk te wezen en anderszins zal je niet onderwinden dan alzo van een dode.

 

 

 

[XXIII] Dat IIII capittel is van wonden inder borst ende der lede in hoer houdende ende haer makinghe

 

Die burst is ghemaket van seven beenren ende haer weder einde sijn croselich. In dat upeinde is een busse daer in dat het vast is gemaket den spreet van der kelen ende beneden hevet een wondende crosile ende leit up die mont van der mage. Dese VII beenren sijn wel vaste to samen ghevoget ende mit desen VII benen sijn vaste maket VII grote ribben an elker siden ende die VII ribben sijn ghemaket an VII spondilen der ruggebeen ende dese ribben sijn cruum binneden. An dese VII ribben sijn V clene ribben die achter sijn vaste maket an V spondilen ende voren so fallieren si jegen dat ydele vanden buuc. Tuschen de eerste ende de andere van desen clene ribben so is de middelare ende het is vast gemaket voeren an tnederste been der [fol. 53v] bursten. Ende het verscheide de voudende leden vanden gheestliken leden ende hets gemaket van III velligen substancien alse van enen vellekinen boven vanden welken comet een huut dat deelt die opperste holhede over die midde woert ende vanden welken comen vellekinen de decken de leden der bursten van binnen. Ende van een vellekine binneden vanden welken comet ciphat ende al de nederste velachtige leden. Ende van een dicke bradich vellekijn in de middelwaert der andere twe biden welken is de middellare beroert ende hets hulpliken ten adere.

Int opperste holhede is dat herte ende de longen. Dat herte is maect van hert vleisk om dattet niet varinge soude misquame ontfangen ende hets gemaect lijc een pinappel hangende in de middel der opperste holhede heldende een luttel ter luchter sidewert ende hets boven breet ende ghemenget mit somme croselinge bijnselen ende hets vast ghemaket mit somme sterke vellekinen diet alomme bevangen ende nergent ende en ghenaken sonder boven. Ende si biwachten dat herte van misquame van buten. Ende dat herte hevet II cameren ende die luchter camere is een luttel hoghere dan die rechter camer. In den middel vanden II cameren is een put de somme heten de darde camere. Up die rechter ende luchter camer sijn II sterke croselingen additamenten hoelachtich de luken ende ondoen ende ontfangen ende onthouden voetzele ende lucht omme te voden ende temperen dat herte. Tot der rechter camer comt een adere vanden spretelde adere de wasset in den bulge der levere ende die doerboert de midlare om voetzel to dragen ter herten ende warme, dicke bloet ende die adere is ghedeelt over al dat herte ende datter overblivende is gedeelt [fol. 54r] vanden blode ten voetzele ter herten is ghesent totten middelste put, ende daer in is het verwarmt ende versubtijlt ende ghezuvert. Ende aldus gezuvert is gesent toter luchter camere vanden welken zuveren blode is een gheest ghegenereert (dats ghewonnen) twelke is subtijlre ende claren ende zuvere dan alle lichamelike dingen die wonnen sijn vanden IIII elementen, als waer hi het beleert in den natuur van hemelschen lichaem dat die ziel ende dat lichaem to gadere bijndet. Van deser luchter camer comen II arterien. Tenen hevet mer enen roc ende brenget subtijl bloet totter longen om hem der mede to vodene ende de ander arteri hevet II rocken ende van haer comen alle die arterien die ghedeelt sijn in alle die steden der lichamen om de delen levende to maken mitten levende gheest de si in hebben. Dese gheest de aldus wasset uut der herten als het comet totter hersene daer wert die gheest ter zielen, alset comet ter leveren het wert daer die voetzele, alst comt in de cullen het wert die genererende gheest.

Die longen is maket van III substancien, dats van dunnen vleiske ende vanden telgen der arterien hem brengende voetzele ende van holle croselinge telghen comende van der pipen der longen. Ende dese longen is ghedeelt in II openbaren delen die welke sijn ghedeelt bi een hudekijn delende der bursten ende daer na elke deel die pipe der longen is ghedeelt in vele pertien bider longene. Oec is die materie hem brengende voetzele menichsins ghedeelt up die longene. Die longene was gemaect dat si soude ontfangen de coele lucht tot hem quame in de luchter camere der [fol. 54v] herten om te temperen de fumosigen hetten alse dat herte ondoet ende dat het soude ontfanghen die overfloiende fumeyen der herten als dat herte to luket want waert so dat die cole lucht niet en waer ontfangen int herte, de gheest des levens soude versmoren. Ende omme dat die lucht van buten niet en is also zuver als de menschelike gheest, daer om moet de lucht liden doer de longene tote dat se is gezuvert van sine onzuverhede. Alse waer bi de ademe is nuttelike ende de is gemaect van II natuurliken beroringen dats van somme natuurliken braden. Ende dat machmen seen bi datmen een wile den ademe mach onthouden ende niet lang ende int wesen der apoplexien die verlesen al haer leden beroringen om dat die principaelre cameren der hersenen sijn bestopt nochtan die braden der bursten roren vastelic. Die longen is gedeelt in II delen want waert so dattet een deel waer tongemake, dat ander deel soude al die officie (dats deenst) allene doen.

Wonden comende in der bursten sijn wel freselic, ist dat si comen totten holhede want selden vallen ten wont dat hert is geraect ende dan comet daer of de doet jof het wondet den longen int welke ist dat de wonde niet varinge ende vrodelic sijn cureert, si en genesen nymmer meer. Jof de midlar is gewont ende dats oec sterflike ende meest ist dat de wonde niet varinge comet in dat velachtighe deel ende niet in dat vleisk. Ende al waert so dat ne gheenvan desen leden en waer gewont, nochtan waer de wonde vreselike, ist dat si quame in die opperste holhede. Want somwilen verademt die gheest so sere uut ende dat hert wert so sere ongetempertdat die zieke sterven of si comen in een seecten de heet ethica ende der na sterven. Dat herte gewont en mach niet genesen, mer het is staphants [fol. 55r] de doet om dat het is gevende ende niet ontfangende. Want hets die fonteyne vanden levene ende het ghevet cracht tot alden leden. Item, is dat herte jof enich arteri naester herten gewont dat staphants de doet om dattet bloet der uut wert treckt ende versmoert die natuurlike hetten (ghelijc dat een vlamme van eenre weken is versmoert van to voele smoutes jof oli) jof bi dattet bloet to sere uut lopet ende die natuurlike hetten wert gheblusset (ghelijc dat die vlamme van eenre weken uutgaet als haer fallieert smout jof oli).

[XXIII] Dat IIII kapittel is van wonden in de borst en de leden die ze bevatten en hun maaksel.

 

De borst is gemaakt van zeven beenderen en hun einden zijn kraakbeenachtig. In dat bovenste is een bus daarin dat het vast is gemaakt de sleutelbeen van de keel en beneden heeft het een windend kraakbeen en ligt op de mond van de maag. Deze 7 beenderen zijn goed vast tezamen gevoegd en met deze 7 benen zijn vast gemaakt 7 grote ribben aan elke zijde en die 7 ribben zijn gemaakt aan 7 wervels der ruggenwervel en deze ribben zijn krom beneden. Aan deze 7 ribben zijn 5 kleine ribben die achter zijn vast gemaakt aan 5 wervels en voor zo falen ze tegen dat lege van de buik. Tussen de eerste en de andere van deze kleine ribben zo is het borstbeen en het is vastgemaakt voor aan het laagste van de been der borst en het scheidt de vouwende leden van de geestelijke leden en het is gemaakt van 3 velachtig substanties als van een velletjes boven waarvan een huid komt dat de opperste holte over het midden waart verdeelt en waarvan velletjes komen die bedekken de leden der borst van binnen. En van een velletje beneden waarvan ciphac komt en al de laagste velachtige leden.

En van een dik vezelachtig velletje in het midden de andere twee waarbij het borstbeen bewogen wordt en het is behulpzaam tot de ader.

In de opperste holte is het hart en de longen. Dat hart is gemaakt van hard vlees omdat het niet snel misval zou ontvangen en het is gemaakt gelijk een dennenappel die hangt in het midden der opperste holheid en helt wat ter linkerzijde waart en het is boven breed en gemengd met sommige kraakbeenachtige bindsels en het is vast gemaakt met sommige sterke velletjes die het alom bevangen en nergens aan raken uitgezonderd boven. En ze bewaken dat het hart van misval van buiten. En dat hart heeft 2 kamers en de linker kamer is wat hoger dan de rechter kamer. In het midden van de 2 kamers is een put die sommige de derde kamer noemen. Op de rechter en linker kamer zijn 2 sterke kraakbeenachtige holachtige toevoegingen die sluiten en openen en ontvangen en behouden voedsel en lucht om te voeden en tte emperen het hart. Tot de rechter kamer komt een ader van de gevorkte ader die groeit in de bocht der lever en die doorboort de borstbeen om voedsel te dragen tot het hart en warm, dik bloed en die ader is verdeeld over al dat hart en dat er overblijft is verdeeld van het bloed te voedsel ter hart en wordt gezonden tot de middelste put en daarin wordt het verwarmt en subtiel gemaakt en gezuiverd. En aldus gezuiverd is het gezonden ter linker kamer waarvan zuiver bloed is een geest gegenereerd (dat is gewonnen) wat is subtieler en helderder en zuiverder dan alle lichamelijke dingen die gewonnen zijn van de 4 elementen, als waar hij het leert in de natuur van het hemelse lichaam dat de ziel en dat lichaam tezamen bindt. Van deze linker kamer komen 2 slagaders. De ene heeft maar een rok en brengt subtiel bloed tot de longen om die daarmee te voeden en de andere slagader heeft 2 rokken en van haar komen alle slagaders die verdeeld zijn in alle plaatsen van het lichaam om de delen levend te maken met de levende geest de ze in hebben. Deze geest die aldus groeit uit het hart en als het komt tot de hersens daar wordt de geest de ziel en als het komt ter lever wordt het daar voedsel en als het komt ter ballen wordt het de genererende geest.

De long is gemaakt van 3 substanties, dat is van dun vlees en van de twijgen der slagaders die hem brengen voedsel en van holle kraakbeenachtig twijgen die komen van de pijp der longen. En deze longen zijn verdeeld in 2 duidelijke delen die zijn verdeeld bij een huidje die verdelen de borst en daarna elk deel van de pijp der longen is verdeeld in veel partijen bij de longen. Ook is de materie die het voedsel brengt veel verdeeld op de longen. De longen zijn gemaakt dat ze zouden ontvangen de koele lucht die tot hem komt in de linker kamer van het hart om te temperen de dampige hitte als dat hart open gaat en dat het zou ontvangen de overvloeiende dampen van het hart als dat hart sluit want was het zo dat de koele lucht niet ontvangen was in het hart, de geest der leven zou versmoren en omdat de lucht van buiten niet alzo zuiver is als de menselijke geest, daarom moet de lucht gaan door de longen totdat ze is gezuiverd van zijn onzuiverheid. Als waarbij de adem is nuttig en die is gemaakt van 2 natuurlijke bewegingen, dat is van sommig natuurlijk spiervlees.  En dat mag men zien als men een tijdje de adem mag ophouden en niet lang en in het wezen der apoplexie (beroerte, geraaktheid) verliezen al hun leden de beweging omdat de voornaamste kamer der hersens zijn verstopt, nochtans die beweging der borst bewegen sterk. De long is verdeeld in 2 delen want was het zo dat het ene deel was te ongemak, dat andere deel zoude al de officie (dat is dienst) alleen doen.

Wonden die komen in de borst zijn wel vreselijk, is het dat ze komen tot de holte want zelden raken gewond of het hart is geraakt en dan komt daarvan de dood of het verwondt de longen waarin is het dat de wond niet snel en verstandig is behandeld, ze geneest nimmermeer. Of het borstbeen is gewond en dat is ook sterfelijk en meest is het dat de wond niet snel komt in dat velachtige deel en niet in dat vlees. En al was het zo dat nee geen van deze leden was gewond, nochtans was de wond vreselijk, is het dat het kwam in de bovenste holte. Want soms ademt de geest zo zeer uit dat hart wordt zo zeer ongetemperd dat de zieke sterft of ze komen in een ziekte die heet ethica en daarna sterven ze. Dat hart gewond mag niet genezen, maar het is gelijk de dood omdat het is gevend en niet ontvangend. Want het is de bron van het leven en het geeft kracht tot alle leden. Item, is dat hart of enige slagader naast het hart is gewond dat is gelijk de dood omdat het bloed eruit wordt getrokken en versmoort de natuurlijke hitte (gelijk dat een vlam van een pit is versmoord van teveel vet of olie) of omdat het bloed te zeer uitloopt en de natuurlijke hitte wordt geblust (gelijk dat de vlam van een pit uitgaat als haar faalt vet of olie).

 

 

 

De longen ghewont en salment ghenesen het si bi ene vrode meister. Want ist dat de wonde veroudet, het sal maken ettere ende die etter mach niet uut ghezuvert sijn sonder bi hoesten ende want hoesten widet een wonde, daer om en mach si niet ghenesen sunderlinge als si so out is dat si etter maket. Item, de longen is altoes rorende ende die ghewonde luden hebben noet dat si rusten. Item, de longen is gevoet mit dunnen, scherpen blode dat al so wel wondet ende knaget dat guet vleisk als dat quade vleisk. Item, helende medicinen comen mitter longen sonder verre wegen als bi der magen, bider levere, bi den aderen in welken is het berovet vander helende cracht. Oec en kan noch en mach dat niet helpen dat men medicien neme tot den monde om de wonden der longenen to zuveren ende to helen, want het blivet dicwilen cleven an den pipen der longen ende het mach niet liden doer de nauwen conduten. Mer de helende cracht der medicinen en mach niet comen ter longen sonder bi verre wegen voerseit alse waer bi den wonden der longen en mogen niet ghenesen, mer de seken spuwen ettere ende daer na werden ptisiken ende daerna sterven.

Dat middelare gewont en mach niet helen om dattet is altoes rorende. Hets een instrument [fol. 55v] waiende ter herten lijc dat smede balgen denen ten voere ende oec om dattet is een velachtich lit sonder vleisk ghemaect van II saden ende het deent ten ademe ende alst is gequetset dan is de ademe gequetset. Wonden comende inde opperste holhede sijn vreselic up dat si comen van achter dan van voeren om dat achter uut dat rugge been wassen zenuwen ende musen ende omdat de stede van achter is nare ter longen ende ter herten. Ende ist dattet hert is gewont de zieke vallet in onmacht ende dat bloet datter uut loept, is zwert; handen ende voeten, benen ende armen vercouden ende hi versuchtet hem suaerlike. Ende ist dat de longene is ghewont de zieke sal hoesten, dat uut lopende bloet is schumich ende claer ende roetachtich ende voel. Ende ist dat de wonde van buten is nauwe, men salt widen. Ende de wonde der longen suldi doen pulver van mastic°, wiroc dragantum°, gumi van arabien°, fenigreet° elx even voel ende men sal hem gheven supende spise vander colereringe van gruese° mit penideen° ende men sal hem houden in rusten ende wachten van allen werken ende men sal de wonde van buten houden open tote dat de wonde der longen is heel ende dan salmen de uuterste wonde laten luken. Ende ist dat de middelare is ghewont, de zieke versucht hem swaerlic ende verademt ende enghedoechsanich sweringe der siden, zwerende hoeste. Ende ist dat si sijn clene, men salt cureren lijc anderen wonden mit spise ende mit drancke sachtende den hoeste ende mit een clene weke genet in doderen van eyeren ende oli rosaet°. Ende ist dat de wonde comt tote in de holhede der bursten ende neghen der voerseide leden en is gequetst dan salment cureren mit een weke ghenet in warmer olien rosaet° lijc in anderen wonden. Ende ist dat de wonde is clene, men salse widen. Ende als ghi die wonde vermaect altoes wacht se so dat de lucht [fol. 56r] niet uut en gaet noch in beider wonden, mer eer ghi de wonde ondecket so suldi al bereden datter to bihoert up dat de wonde gheen spacie en hevet to verademen, want de gesteken leden soude daer up seer crancken. De loeke sal voer wese smal ende achter dicke ende ghenet in oli rosaet° mit doderen van eyeren ende vande selve medicien geleit up de wonde tote dat het etter maket. Ende elx dags salmen sieken doen keren over de ghewonde syden ende by velen hem to hoesten ende zuveren alle die ettere uut bider wonden datter in is vergadert. Ende ist datter veel etters in is ende men se ter wonden niet wel mach zuveren, dan salmen dit siroep daerin doen mit een clisterie om binnen te dwane: nemet honich rosaet° of oli rosaet° mitten rosen III onsen, mirre°, fenigreet°, meel van lupinen elx een half onse ende desen salmen seden in zoeten wijn een punt ende water II punt tote dat dat een punt versoden is. Dan salment coleren ende doent der in. Van buten suldi dat zuverende plaester up een cleet ghespreet: nemet honich rosaet° gheclenset een punt, ghersten blomme IIII onsen, mirre°, mele van fenigreet° elx een onse. Ende dese salmen te gadere mengen ende siedent mit enen sachten vuere tote dat het wart tayachtich. Dan salment doen vanden vuere ende doer in dre onse van terpentijn gedwegen ende menget daermede wel. Ende aldus salmen die wonde open houden ende zuverent ende dwaent ende die loeke netten in olie van oliven tote dat etter is volcomelic ghezuvert. Dat salmen kennen bider meringe der crachten ende bider guethede vanden ademe ende bi datter in is hoeste noch zweringe. Ende ist dat die etter niet en droget mit desen werke ende de zweringe ende de hoeste niet up houde ende de cracht cranc is, dats quaet dat moetmen Gode der mede laten bi [fol. 56v] gaen ende ghewerden. Mer ist dat die zweringe ende die hoeste sijn ghewarich mit vole etters ende mit sterke crachten ende dan vertoget een gezwel achter an die side buten tuschen dat veerde clene ribbekine ende dat vijfte, so salmen daer sniden een nye wonde ende zuveren de ettere. Ende houden de nye wonde opene ende laten die oude luken. Ende ter nyer wonden so salmen doen al de voerseide curen tote dat de etter is wel ghezuvert ende aldus sal de seke ghenesen ende bliven inpiaens de ander sinis soude scuwen. Ende sijt dat wonden in die burst ende si niet en.doer gaen men salse cureren lijc ander wonden.

De gewonde longen zal men niet genezen tenzij bij een verstandige dokter. Want is het dat de wond verouderd het zal etter maken en de etter mag er niet uitgezuiverd worden uitgezonderd bij hoesten want hoesten maakt ruim een wond, daarom mag ze niet genezen en vooral als het oud is als het etter maakt. Item, de long is altijd bewegend en de gewonde lieden hebben het nodig dat ze rusten. Item, de long is gevoed met dun, scherp bloed dat alzo wel verwondt en knaagt dat goede vlees als dat kwade vlees. Item, helende medicijnen komen met de longen zonder verre wegen als bij de maag, bij de lever, bij de aderen waarin het is beroofd van de helende kracht. Ook kan nog en mag dat niet helpen dat men medicijnen neemt tot de mond om de wonden der longen te zuiveren en te helen, want het blijft vaak kleven aan de pijpen der longen en het mag niet gaan door de nauwe leidingen. Maar de helende kracht der medicijnen kan niet komen ter longen uitgezonderd bij verre wegen, voor gezegd, als waarbij de wonden der longen mogen niet genezen, maar de zieken spuwen etter en daarna worden phtisis (tering) en daarna sterven.

Het borstbeen gewond mag niet helen omdat het altijd beweegt. Het is een instrument waaiend ter hart gelijk een smidsbalg dient daarvoor en ook omdat het is een velachtig lid zonder vlees gemaakt van 2 zaden en het dient te ademen en als het is gekwetst dan is de adem gekwetst. Wonden die komen in de opperste holte zijn vreselijk als ze komen van achteren dan van voren omdat achteruit de ruggengraad zenuwen en spieren groeien en omdat de plaats achteren dichter is tot de longen en het hart. En is het dat het hart is gewond de zieke valt in onmacht en dat bloed dat er uit loopt is zwart; handen en voeten, benen en armen verkoelen en hij zucht zwaar. En is het dat de long is gewond de zieke zal hoesten, dat uitlopende bloed is schuimend en helder en roodachtig en veel. En is het dat de wond van buiten is nauw, men zal het wijder maken en in de wond der longen zal je doen poeder van mastiek (Pistacia lentiscus), wierook, (Boswellia thurifera), dragagantum, (Astragalus tragacanthus), Arabische gom, fenegriek, van elk even voel en men zal hem geven zuipende spijs van de zuivering van gruese (tarwe gruis) met kandij en men zal hem houden in rust en wachten van alle werken en men zal de wond van buiten open houden totdat de wond der longen heel is en dan zal men de buitenste wond laten sluiten. En is het dat het borstbeen is gewond, de zieke zucht zwaar en ademt en gedoogt gelijk pijn der zijden, pijnlijke hoest. En is het dat ze zijn klein, men zal het behandelen gelijk andere wonden met spijs en met drank die verzachten de hoest en met een kleine doek genat in dooiers van eieren en rozenolie. En is het dat de wond komt tot in de holte der borst en nee geen der voor vermelde leden is gekwetst dan zal men het behandelen met een doek genat in warme rozenolie gelijk in andere wonden. En is het dat de wond is klein, men zal het wijder maken en als ge de wond vermaakt altijd opletten zodat de lucht niet uitgaat nog in beide wonden, maar eer gij de wond opent zo zal je alles bereiden dat er toebehoort zodat de wond geen tijd heeft te verademen, want de gestoken leden zouden daarop zeer verzwakken. De doek zal voor wezen smal en achter dik en genat in rozenolie met dooiers van eieren en van dezelfde medicijn gelegd op de wond totdat het etter maakt. En elke dag zal men de zieke doen keren over de gewonde zijde en bevelen hem te hoesten en zuiveren al de etter uit bij de wond dat er in is verzameld. En is het dat er veel etter in is zodat men de wond niet goed mag zuiveren dan zal men deze siroop daarin doen met een klysma om binnen te wassen: neem rozenhoning of rozenolie met de rozen, 3 ons, mirre, (Commiphora myrrha), fenegriek, meel van lupinen, elk een half ons en deze zal men koken in zoete wijn, een pond en water 2 pond totdat een pond verkookt is. Dan zal men het zuiveren en doen het daarin. Van buiten zal je deze zuiverende pleister op een kleed spreiden: neem rozenhoning verkleint tot een pond, gerste bloem 4, ons, mirre, meel van fenegriek, elk een ons en deze zal men tezamen mengen en koken het met een zacht vuur totdat het taaiachtig wordt. Dan zal men het doen van het vuur en doe er in drie ons van gewassen terpentijn (Pistacia terebinthus) en meng het daarmee goed en aldus zal men die wond open houden en zuiveren het en wassen het en de doek natten in olie van olijven totdat de etter is volkomen gezuiverd. Dat zal men kennen bij de vermeerdering der krachten en bij de goedheid van de adem en bij dat er in is hoest nog zwering. En is het dat de etter niet droogt met dit werk en de zwering en de hoest niet ophouden en de kracht zwak is, dat is kwaad en dan moet men God er mede laten bijgaan en geworden. Maar is het dat de zwering en dat hoesten zijn duidelijk met veel etter en met sterke krachten en dan vertoont een gezwel achter aan de zijde buiten tussen dat vierde kleine ribje en de vijfde zo zal men daar een nieuwe wond snijden en zuiveren de etter en houden de nieuwe wond open en laten de oude sluiten en te nieuwe wond zo zal men doen al de voor vermelde behandeling totdat de etter goed is gezuiverd en aldus zal de zieke genezen en blijven in plaats dat de andere het zou schuwen. En is het dat wond in de borst niet is door gegaan men zal het behandelen gelijk andere wonden.

 

 

 

 

[XXIIII] Dat vijfte capittel is van wonden der spatulen des armes ende der handen ende hoer making

 

Die scouder is ghemaect van IIII beenren. Teen been is achter an den scoudere ende is dun ende breet ende an dat einde croselich. An die upperste side hevet enen scherpen rugge ten arm wert in de side der scoudere ist dicke ende ront int welke is een holhede lijc eenre bussen ende dit been is ghemaket ghelijc enen pale als daer men broet in den ovene mede doet ende in die busse is ghesloten dat einde vanden bene vanden arme, twelke been is dic ende luttel crom ende wel hol om dattet soude sijn te sterken ende to lichtere sodat het bi sijnre swaerheden niet en soud beletten den deenst der braden. Ende dat ronde einde van desen bene is gebonden in die bus der schouderbeen mit een sterke voudende bijnsele ende onbiroerliken. Dat been vanden spreet der bursten is aldus ghemaect  an dat nederste einde is dat ront twelke einde is besloten in dat opperste been der VII beenren der borsten. Ende elc opperste einde van deser spreten gaet tote sine scouderen ende daer ist ghecoppelt mitten scouderbeen ende mitten bene vanden arme up dat die scoudere soude sijn to sterken. Ende tote elke scoudere comet enen been ghelijc enen bec [fol. 57r] eenre crayen, twelke been is wel vaste besloten tusschen dat scouder been ende dat been vanden spreet ghelijc enen wege. Dat nederste einde vanden bene der armen ten ellenboge wert hevet II knoppen ende elc is gelijc enen helt van enen caterol daer mede dat men water up wijndet. Ende dat een is besloten in dat opperste einde vanden minsten been, den nederste arme mit bijnselen. De arm vanden ellenboge nederwert hevet II ende dat opperste gaet totten dume ende dat onderste gaet totten minste vinger. Ende dat up einde biden ellenboge is aldus ghemaect  ende alsmen den arm voudet, dan maectet de scherpheide des ellenboghe ende het belettet dat de ellenboge niet uutwert en mach vouden. Dese II beenren sijn to vaste to samen ghelaschet dat het schijnt dat de minste legget in de meeste ende si sijn ghecoppelt mit den IIII beenren van der palme van der hant. Ende elc van dese IIII beenren is ghecoppelt mitten eersten been vanden IIII vingeren ende elc vanden IIII vingeren hevet III beenren ende dat darde been vanden dume is vast an dat opperste been der armen om dattet voel to vastere soude houden.

Alle dese voerseide benen voernoemt in dit capitel sijn alle tegadere ghecoppelt mit bijnzelen ende sijn bedect mit simplen muusachtich vleisk ende grote openbaer zenuwen comende vanden morge der rugge been ende sijn ghemenget mit den simplen vleisk ende maken braden berorende de delen vanden welken somme sijn openbare ende somme bidect om dat si in clenen pertien sijn ghedeelt. Vanden openbaer zenuwen sijn IIII musen ende de vleisk stede vanden arm tuschen de scoudere ende den ellenboge: een buten, een ander binnen, een beneden, een ander boven. Ende als de innerste crimpet, dan voudet de arm inwert ende als de uterste crimpet dan strecket de arm uutwart ende als de nederste crimpet dan daelt de arm ende als de upperste crimpet dan draget de arm upwart [fol. 57v] ende als de IIII musen even voel pinen dan is de arm rechte ende to ghenen side hildende. Ende dese musen sijn calu van vleisk bi III vingeren male over de schouderen ende boven den ellenboge ende binneden den ellenboge. Ende aldus sijn dese voerseide zenuwen ghedeelt ende gemenget mit den vleische tote dat elke vingher sijn deel hevet.

[XXIIII] Dat vijfde kapittel is van wonden van de gewrichten van de armn en de handen en hun making.

 

De schouder is gemaakt van 4 beenderen. Het ene been is achter aan de schouder en is dun en breed en aan dat einde kraakbeenachtig. Aan de opperste zijde heeft het een scherpe rug ter arm waart en in de zijde der schouder is het dik en rond waarin een holte is gelijk een bus en dit been is gemaakt gelijk een paal zoals daar men brood in de oven mee doet en in die bus is gesloten dat einde van het been van de arm en dat been is dik en wat krom en goed hol omdat het zou sterker en lichter zijn zodat het bij zijn zwaarheid niet zou beletten de dienst van het spiervlees en dat ronde einde van dit been is gebonden in die bus van het schouderbeen met een sterk vouwend bindsel en onbeweeglijk. Dat been van de sleutelbeen is aldus gemaakt; aan dat laagste einde is dat rond welk einde is besloten in dat bovenste been der 7 beenderen van de borst en elk bovenste einde van dit sleutelbeen gaat tot zijn schouders en daar is het gekoppeld met het schouderbeen en met het been van de arm zodat de schouder te sterker zou zijn. En tot elke schouder komt een been gelijk een bek van een kraai welk been is goed vast besloten tussen dat schouderbeen en dat been van de sleutelbeen gelijk een wig. Dat laagste einde van het been der armen ter ellenboog waart heeft 2 knoppen en elk is gelijk een helt van een katrol waarmee dat men water ophaalt en de ene is besloten in dat opperste einde van het kleinste been, de laagste arm met bindsels. De arm van de ellenboog nederwaarts heeft er 2 en de bovenste gaat tot de duim en de onderste gaat tot de kleinste vinger en dat op het einde bij de ellenboog is aldus gemaakt  en als men de arm vouwt dan maakt het de scherpte van de ellenboog en het belet dat de ellenboog niet naar buiten mag vouwen.

 

 

 

 

Deze 2 beenderen zijn vast tezamen gelast zodat het schijnt dat de kleinste in de grootste ligt en ze zijn gekoppeld met de 4 beenderen van de palm van de hand. enelk van deze 4 beenderen is gekoppeld met het eerste been van de 4 vingers en elk van de 4 vingers heeft 3 beenderen en dat derde been van de duim is vast aan dat bovenste been van de arm omdat het veel vaster zou houden.

Alle deze voor vermelde benen voor genoemd in dit kapittel zijn alle tezamen gekoppeld met bindsels en zijn bedekt met enkelvoudig spierachtig vlees en grote duidelijke zenuwen die komen van de merg van de ruggengraad en zijn gemengd met enkelvoudige vlees en maken beweging en beroeren de delen waarvan sommige openbaar en sommige bedekt zijn omdat ze in kleine partijen zijn verdeeld. Van de openbare zenuwen zijn 4 spieren in de plaats van vlees van de arm tussen de schouders en de ellenboog: een buiten, een ander binnen, een beneden, een ander boven. En als de binnenste krimpt dan vouwt de arm naar binnen en als de buitenste krimpt dan strekt de arm naar buiten en als de laagste krimpt dan daalt de arm en als de bovenste krimpt dan komt de arm omhoog [fol. 57v] en als de 4 spieren evenveel werken dan is de arm recht en gaat naar geen kant. En deze spieren zijn ontbloot van vlees bij 3 vingers allemaal over de schouderen en boven de ellenboog en binnen de ellenboog en aldus zijn deze voor vermelde zenuwen verdeeld en gemengd met het vlees totdat elke vinger zijn deel heeft.

 

 

 

In elke arm sijn IIII aderen openbare de aldus comen vanden levere ende sijn ghedeelt in den arm, want vanden spretelde aderen (dats de adere de ghespreit is lanx den arm ende die wasset uten bulghe der levere) is ghedeelt in II delen: dat een deel climmende ende dat ander deel dalende. Dat climmende comet totten middelare ende is ghedeelt in die burst ende dat ander gaet totten oxelen ende daer ist gespreit. Dat een deel lopet an de nederste side vanden arme ende heet de lever ader ende dese lever ader vertoget haer in die voude vanden arme ende tuschen den goutvingher ende minsten vingher inder rechter arme heet men de lever adere. Ende in de luchter arm is de longen adere. Dat ander is ghedeelt in II pertien, de ene adere lopet buut den arme ende heet men funis. Ende dat ander deel lopet buten an den arme al totter hant tuschen dume ende index ende heet men de hovet adere. Van der hovet adere ende van der lever adere to gadere gemenget so is ghemaect de middel adere de men heet de hert adere. Wel is to weten toe so wat leden dat die aderen strecken comende vander levere om to vodene. Ten selven leden comen arterien om tlijf to maken ende so waer sijn grote aderen daer sijn grote arterien ende waer dat sijn clene aderen daer sijn clene arterien ende dan aldus mach men seen ho grote vrese hets te sijn ghewont in de steden.

Ende waert sake dattet been vanden arm brake als de arm ghewont is of datter onsettinge der leden ware of beide, so suldi in de wonde doen restrictif [fol. 58r] om dat bloet to stoppen ende up de wonde leggen doderen van eieren mit oli van rosen ghetempert ende omtrent de wonde defensijf, dat suldi doen went de wonde ettert ende versekert is van apostemacien ende pinen. Ende ghi sult de been niet te punt setten vanden brake in den winter binnen VIII dagen ende V in den somer. Als hi dan to punt is gheset ist dat si spalkens to doen hebben, so suldi se spalken ende de banden seldi open laten up de wonde mit gaten de ghi daer in sniden sult so dat ghi de wonde vermaken moeget sonder onbijnden ende dan mundificeren ende leggen der in carpie° ende daer na consolideren. De ontsettinge setten weder alst behoert ende gaet in die cure alst behoert ende waer dat lit verhetet, so smeret mit ungentum album Rasis°.

Ende ist dat wonden vallen in den arm overdwers, hets te onsene dat de brade mach sijn ghewont of aderen jof arterien so dattet bloet wert quaet to stremmen. Ende ist alsoe dat een wonde wert steken in die einde der musen up de coerde (de men heet tenantos), hets to ontsene vander crampe ende daer na vander doet, want biden gewonden deel so wert daer zweringe ende bi dat heel deel climmet de zweringe ter hersen ende daer of comet de crampe ende daer na de doet. Ende ist dat wonden vallen overlanx den arme, dat en is niet so vreselike: men sal se nayen ende pulver daer up leggen ende cussinelen alst voerseit is int capitel der vleisk wonden. Ende ist dat de wonde si overdwers ende datter is gesneden een sene of arterie of een adere, dan salmen bloet stremmen ende nayen de zenuwen to gadere ende bewachten den zieke van zweringen mit gueder achterwaringen ende mit ruste ende mit payse ende leggen up een effen bed ende salven dat lit boven der wonden mit bolo armenico,° alst voerseit is. Ende ist dat de zweringe niet cesseert [fol. 58v] (dats up hout) als de wonde is genayt dan salment weder ontnayen ende vollent mit oli rosaet° ende mit doderen van eieren to gadere ghemenget ende leggen van der selve medicien up de wonde tot si etter maect ende daer na zuveren ende helen, alst voerseit is. Ende ist alsoe dat in dese wonden een heel aposteme, dan salmen doen als in dat naeste capitel voer is gheseit. Ende ist also dat de wonde wert blodende om dat ghi daer in doet oli rosaet° ende doderen van eyeren om de zweringe doen up houden ende ist dat die sweringe meret om datmen daer stremmende medicijn in doet, dan salmen de hoveden vanden aderen ende van coerden cauterizeren (dats barnen) so dat men in gheenre maneren in barnet de uterste lippen van der wonden ende suldire up leggen doderen van eyeren mit oli rosaet° tot dat de brand uut is ende daer na salment zuveren ende helen alst voerseit is.

In elke arm zijn 4 duidelijke aderen die aldus komen van de lever en zijn verdeeld in de arm, want van de gevorkte aderen (dat is de ader die gespreid is langs de arm en die groeit uit de bult van de lever) is gedeeld in 2 delen: dat ene deel klimt en dat andere deel daalt. De klimmende komt tot het borstbeen en is verdeeld in de borst en de andere gaat tot de oksels en daar is het verspreid. Dat ene deel loopt naar de onderkant van de arm en heet de leverader en deze leverader vertoont zich in de vouw van de arm tussen de ringvinger en kleinste vinger in de rechter arm en noemt men de leverader en in de linkerarm is de longader. Die andere is verdeeld in 2 partijen, de ene ader loopt buiten de arm en noemt men funis (koord) en dat andere deel loopt buiten aan de arm al tot de hand tussen duim en index en noemt men de hoofdader. Van de hoofdader en van de leverader tezamen gemengd zo is de middelste ader gemaakt en men noemt die hartader. Wel is te weten tot zo wat leden dat die aderen strekken die van de lever komen om te voeden. Tot dezelfde leden komen slagaders om het leven te maken en zo waar grote aders zijn daar zijn grote slagaders en waar er kleine aders zijn daar zijn kleine slagaders en dan aldus kan men zien hoe er erg het is om gewond te worden in die plaatsen.

En was het zo dat het been van de arm brak als de arm gewond is of dat er breuk der leden was of beide, zo zal je in de wond doen een tegen houdende [fol. 58r] om dat bloed te stoppen en op de wond leggen dooiers van eieren met rozenolie gemengd en omtrent de wond een verdediging, dat zal je doen als de wond ettert en verzekerd is van abcessen en pijnen. En ge zal het been niet te punt zetten van te breken in de winter binnen 8 dagen en 5 in de zomer. Als het dan te punt is gezet is het dat het spalken nodig heeft dan zal je ze spalken en de banden zal je open laten op de wond met gaten die ge daarin snijden zal zodat ge de wond vermaken kan zonder los te maken en dan zuiver het en leg daarin in carpie (een stuk grove stof, pluksel) en daarna consolideren. De breuk weer zetten zoals het behoort en ga in die behandeling zoals het behoort en was het lid verhit besmeer het dan met witte zalf van Rasis.

En is het dat wonden in de arm overdwars vallen, het is te ontzien dat het spiervlees mag zijn gewond of aderen of slagaders zodat het bloed slecht kan stremmen. En is het alzo dat een wond stekend wordt op het eind van de spieren op het koord (die men tenantos noemt), het is te ontzien van de kramp en daarna van de dood want bij het verwonde deel zo komt daar zwering en bij dat hele deel klimt de zwering ter hersens en daarvan komt de kramp en daarna de dood. En is het dat wonden vallen in de lengte van het arm, dat is niet zo vreselijk: men zal het naaien en poeder daarop leggen en kussentjes zoals het voor gezegd is in het kapittel der vleeswonden. En is het dat de wond overdwars is en dat er is gesneden een zenuw of slagader of een ader, dan zal men bloed stremmen en naaien de zenuwen tezamen en behoeden de zieke van zweren met goede nazorg en met rust en met vrede en leg hem op een vlak bed en zalf dat lid boven de wonden met bolus armeniacus, zoals het voor gezegd is. En is het dat de zweer niet ophoudt [fol. 58v] (dat is dat het stopt) als de wond is genaaid dan zal men het weer los maken en vullen het met rozenolie en met dooiers van eieren tezamen gemengd en leg van dezelfde medicijn op de wond tot het etter maakt en daarna zuiveren en helen, zoals het voor gezegd is. En is het alzo dat in deze wond een hele zweer is dan zal men doen zoals in dat vorige kapittel is gezegd. En is het alzo dat de wond gaat bloeden omdat ge daarin doet rozenolie en dooiers van eieren om de zweer te laten ophouden en is het dat de zweer groter wordt omdat men daar stremmende medicijn in doet, dan zal men het hoofd van de aderen en van koorden cauteriseren (dat is branden) en zo dat men op geen manieren in de buitenste lippen van de wond brandt en zal ge er op leggen dooiers van eieren met rozenolie totdat de brand weg is en daarna zal men het zuiveren en helen zoals het voor gezegd is.

 

 

 

 

[XXV] Dat seste capittel is van der spinen ende der spondelen ende haer makinghe

 

Seven spondilen sijn der in den hals ende der sijn XII spondilen der ribben ende V spondilen der lendinen ende onder de lendenen sijn III spondilen up een stede de Avicenna heet Alhumet. Dat stert been is ghemaect van III spondilen, also datter also sijn in den lichaem XXX spondilen. Spondil is een been in den middel doer ghegatet daer de nucha doerloept. Oec hebben dese spondilen gaten an de siden daer de zenuwen uut lopen ende die aderen in gaen. Elc van dese XXX spondilen is vast ghecoppelt teen ant ander mit sterken bijnselen. Alse waer bi alle de spondilen sijn wel vaste te gader bonden lijc of het waer een been ende vanden scouderen nederwert so heet men dat ruggebeen. Wonden comen in dese steden sijn vreselic want het ghevallet selden of de nucha [fol. 59r] is overdwers en twe sneden ende dats sterflic om dattet comet van der hersene lijc dat een vloet comet van een fonteyne jof om dat de nucha is een luttel gequetst so dattet beseffen ende dat beroren der nedersten leden is belet, de welke leden ontfangen bi heffen ende beroren vanden zenuwen comende van nucha. Oec isser een ander vrese: al isset dat de nucha blivet onghequetst ende de spondilen seer sijn ghewont jof de beginsele der zenuwen comende van nucha sijn ghewont jof dat coerde is ghesteken de legget an elken side des rugge been vanden hovede totten sterte, dan ist vrese vanden crampe om de saken voergheseit. Dese wonde salmen cureren lijc anderen wonden, mer mit mere neerstichede.

[XXV] Dat zesde kapittel is van der uitsteeksels en de wervels en haar making.

 

Zeven wervels zijn er in de hals en er zijn 12 wervels der ribben en 5 wervels der lenden en onder de lenden zijn 3 wervels op een plaats die Avicenna Alhumet noemt. Het staartbeen is gemaakt van 3 wervels, alzo dat er alzo zijn in het lichaam 30 wervels. Spondyle is een been dat in het midden gaten heeft daar de nucha (ruggenmerg) doorloopt. Ook hebben deze wervels gaten aan de zijden daar de zenuwen uit lopen en de aderen in gaan. Elk van deze 30 wervels is vast gekoppeld aan een andere met sterke bindsels. Als waarbij alle wervels zijn goed vast tezamen gebonden gelijk alsof het een been was van de schouders naar beneden en zo noemt men dat ruggenwervel. Wonden die komen in deze plaatsen zijn vreselijk want het gebeurt zelden of de ruggenmerg [fol. 59r] is overdwars in twee gesneden en dat is dodelijk omdat het komt van de hersens gelijk dat een vloed komt van een bron of omdat het ruggenmerg wat gekwetst is zodat het gevoel en bewegen der laagste leden is belet, die leden ontvangen bij het heffen en bewegen van de zenuwen die komen van het ruggenmerg. Ook is er een andere vrees: al is het dat de ruggenmerg zonder kwetsingen blijft en de wervels zeer gewond zijn of het begin van de zenuwen die van het ruggenmerg komen zijn gewond of dat het koord is gestoken die an elke kant van de ruggengraad ligt van het hoofd tot de staart, dan is er vrees van de kramp vanwege de zaken voor genoemd. Deze wond zal men behandelen gelijk anderen wonden, maar met meer vlijt.

 

 

 

[XXVI] Dat sovende capittel is van wonden der maghen ende darmen ende des bukes ende haer anthomien

 

Die mage is an de ene side luttle bulgende ende an de ander side bet slechter ende het is ghemaect van II huden, de innerste is zenuwich, die uterste is slecht ende vleiscich. In die innerste huut sijn lange zenuwen de trecken de zenuwen overdvers de onthouden, in den uterste roc sijn zenuwen over de brede de uut steken. De innerste roc is zenuwachtich dat het soude bevolen sijn idelheiden, de uterste roc is vleischich heet ende versch om die spise van binnen to verseden. Ende de innerste roc is genoet vander verskheden der spizen onthouden in de mage. De uterste roc is genoet van blode comende vander levere bi een adere de gebredet is up der substancien der magen. Oec comet een arteri van der herten de up de maghe is ghespreet, brengende mit hem lijf. Van deser ader [fol. 59v] ende arterien is een huut gemaect de men heet zirbus ende de decket de magen ende de dermen ende dat de mage verwarmt mit hare vetheden.

Ende an den nederste mont der mage is vast ghemaect een vanden VI dermen ende heet duodenum ende dese derm is XII duum lang na dat de mensche is groet of clene ende het is van II rocken lijc den anderen dermen. De ander is gracile jof involutum dats bequamelic jof niet. Dat derde is heten ieiunum om dat het altoes idel is bi dat het is naester gallen ende ontfanget voel van colera hem idelende ende datter to comen voel clene aderen bi den welke het is oec gheidelt. Dat veerde darmte heet men saccus ende hevet mer enen mont ende het ontfanget alden drec in twelke is vulmaect die eerste digestie der dermen. De vijfte darm hetet colon ende legget overdwers in den lichame ende het ontfanget de strunten. De seste derm heet men longaen ende het hevet int einde IIII muse daer mede het de stronten weder hout ende natuurliken uut steket. Om dre saken so sijn der vele dermen ende menichsins ghewonden in den lichame om datmen niet staphants en soude schiten alsmen nye spise heft genomen ghelijc dat beesten doen. De ander sake is als de digestie niet en is fuldaen in de mage dat het wert fulbrocht in de dermen. De derde is so dat het vliet vanden enen darm het wart ontfangen vanden anderen derm. Up de mage ende up de dermen ende up zirbus voerseit is ghemaect ciphac, twelke is een simpel huut niet zenuwachtich. Het is gemaect alst voerseit is vanden innerste vellekine der middellare de achter is vast ghemaket an dat ruggebeen daer de mage ende dermen sijn up houden. Binneden an ciphac sijn genereert [fol. 60r] (dats ghewonnen) II dindimi de dalen bi den bene der luchaer ende om bevangen de cullen ende biden dindimes comen aderen ende arterien de brenge luf ende tvoetzele ende tsaet totter cullen ende bi hem leden so climmen vanden cullen II vaten daer dat saet in vergadert de barbaoi heten twelke is bi hem loden gesteken totten vede. Alle dese bevangen vanden utersten buuc in twelken sijn braden de helpen uut steken de stronten ende de ventosicheit ende de urinen ende kijnderen in wiven.

[XXVI] Dat zevende kapittel is van wonden der maag en darmen en de buik en haar anatomie.

 

De maag is aan de ene kant wat buigende en aan de andere kant meer recht en het is gemaakt van 2 huiden, de binnenste is met zenuwen, de buitenste is recht en vleesachtig. In de binnenste huid zijn lange zenuwen en die trekken de zenuwen overdwars op te houden, in de buitenste rok zijn zenuwen die over de breedte uitsteken. De binnenste rok is met zenuwen zodat het zijn leegte zou voelen, de buitenste rok is vlezig, heet en vochtig om de spijs van binnen te koken. En de binnenste rok is een nodig om de vochtigheid van de spijs op te houden in de maag. De buitenste rok is een ontmoeting van het bloed dat komt van de lever bij een ader die gebreid op de substantie van de maag. Ook komt een slagader van het hart die op de maag is gespreid en brengt met hem leven. Van deze ader [fol. 59v] en slagader is een huid gemaakt die men zirbus noemt (omentum) en die bedekt de maag en de darmen die de maag verwarmt met haar vetheid.

En aan de laagste mond van de maag is vast gemaakt een van de 6 darmen en heet duodenum (twaalfvingerige darm) en deze darm is 12 duim lang naar dat de mens is groot of klein en het is van 2 rokken gelijk de andere darmen. De ander is gracile of involutum, (opgerold) dat is goed of niet. De derde is geheten ieiunum (jejunum; nuchtere of ijdele darm) omdat het altijd leeg is en omdat het dichter bij de gal is en ontvangt veel gal die het leegt en dat er veel kleine aderen bijkomen waarvan het ook geleegd wordt. De vierde darm noemt men saccus (saccus caecus) en heeft maar 1 mond en het ontvangt al de drek waarin wordt volmaakt wordt de eerste digestie der darmen. De vijfde darm heet colon (dikke darm) en ligt overdwars in het lichaam en ontvangt de stront. De zesde darm noemt men longaen (endeldarm) en het heeft op het end 4 spieren waarmee het de stront tegen houdt en het er natuurlijk uitwerpt. Om drie zaken zo zijn er vele darmen en veel gewonden in het lichaam omdat men niet gelijk zou schijten als men net spijs heeft genomen gelijk dat beesten doen. De andere zaak is als de vertering niet voldaan is in de maag dat het volbracht wordt in de darmen. De derde is zo dat het gaat van de ene darm en wordt ontvangen van de andere darm. Op de maag en op de darmen en op zirbus, voor gezegd, is gemaakt ciphac (1), wat een enkele huid is zonder zenuwen. Het is gemaakt, zoals voor gezegd is, van het binnenste velletje van de borstbeen die achter is vast gemaakt aan de rugwervel daar de maag en darmen worden opgehouden. Binnen aan de ciphac zijn genereert  (dat is gewonnen) 2 dindymus (2) die dalen bij de benen der linker ader en omvangen de ballen en bij dindymus komen aderen en slagaders en die brengen lucht en het voedsel en het zaad tot de ballen en bij hem gaan en zo klimmen van de ballen 2 vaten daar dat zaad in verzamelt die barbaoi heten die bij hem vol uitgestoken worden tot de schacht. Alle deze omvangen het buitenste van buik waarin spiervlees is die helpt uit te steken de stront en de winderigheid en de urine en kinderen in wijven.

(1) Nurac is de buik van buiten en ciphac is een velletje van binnen en bedekt alle darmen.

(2) De specifieke bijnaam is het Latijnse adjectief bifurcatus (= bifurcaat), met de nadruk op de gespleten vorm van mannelijke geslachts-capsule.

 

Wonden comen totter magen ende dermen sijn vreselic bi vele saken omdat haer leder wert is nuttelic ten lichaem, want het sijn de proper instrumenten der eerster digestien. Ende haer leder officien is nutlic ten lichame dat de lichaem daer sonder niet en mach sijn. Want ist dat si sijn ghewont haer lieder wert verdervet jof de wonde sijn varinge heel welke is zwaer to doen ende onder tide onmoghelic om dat si sijn zenuwachtich ende sonder vleisk ende altoes in beroringen ende meest als de wonde vallen int opperste deel der magen jof in den derden opperste dermen. Mer ist dat wonden vallen int nederste deel der magen, dat vleisach is, jof in de derde nederste derme ende de wonde dan sijn clene, dicwilen machmen ghenesen. Ende ist dat de mage jof de dermen sijn ghewont so dattet doer gaet dat bikent men bi dat spise ende de strunt uut gaet ende dats sterflic te ingieren. Ende ist dat de mage is gewont ende de wonde buten is to nau, men salt een luttel widen ende nayen de wonde vander magen mit een ghecante naelde ende mit een ghewaste drade, ja up dat de wonde is in dat nederste dele der magen daert vleischich is. Ende ist int opperste deel [fol. 60v] daert zenuwich is, hets verloren gepunt. Up den naet salmen stroien helende pulver ende houden de wonde buten open tote dat de wonde der magen is heel ende dan salmen de wonde buten helen mit nayen jof anders alsoet best hevet to doen. Ende ist datter clene wonden vallen in de III nederste dermen, men salt naien ende laten de einde vanden drade buten der wonde hangen ende leggen dan helende pulver up den naet ende houden de wonde van buten open tot dat de derm heel is. Ende ist dat de wonde in den buuc is so wijt datter de dermen uut gaen, alsoet dicwilen gevallet, men salse staphants weder in doen de wile dat se warm sijn. Ende ist dat si sijn verwandelt van der lucht ende to zwellen, men salre up leggen spongie genet in ouden warmen wine. Ende ist dat niet en helpet, men sal de wonde van buten een luttel widen dat de dermen te bet in mogen ende dan salmen nayen nurach ende ciphac te gader. Want waert dat men nurach naide ende ciphac niet, dan soude de zieke bliven to schoert achter dat de wonde waer geheelt. Nurac is de buuc buten ende ciphac is een vellekine binnen ende bedect alle de dermen. Aldus salmen de wonde van buten nayen: men sal hebben een dre cante naelde mit enen twinendighen ghewasset draet ende men sal doer steken nurach ende ciphac beide te gader an een side daer na an de ander side, van binnen der wonden salmen te gadere doer steken nurach ene ciphac uutwert gaende. Ende dan salmen laten spaci vander breetheden vanden minsten vingere ende dan weder nayen alsmen to voren dede ende altoes doer steken nurac ende ciphac to gadere ende elke stede salmen knopen allene. Ende aldus bi dusdanige naienghe sal ciphac helen bi den hulpen van nurac, so datter niet wert gheen ghescoert hede achter dat de wonde is ghe [fol. 61r] heel. Ende up de naet salmen leggen helende pulver ende doen voert alst voerseit is. Somme meisters doen een vlederen pipe in de dermen ghewont ende de dermen daer up nait ende dat en prise ic niet want de dermen en helen niet te bet.

Wonden die komen tot de maag en darmen zijn vreselijk vanwege vele zaken omdat hun leden werk nuttig is voor het lichaam, want het zijn de goede instrumenten der eerste vertering. En hun leden werk is nuttig voor het lichaam zodat het lichaam daar niet zonder kan zijn. Want is het dat ze gewond zijn hun lieden werk bederft of de wonden zijn snel heel wat moeilijk te doen is en soms onmogelijk omdat ze vol zenuwen en zonder vlees zijn en altijd bewegen en het meeste als de wonden vallen in het bovenste deel van de maag of in de derde bovenste darm. Maar is het dat wonden vallen in het laagste deel van de maag, dat vleesachtig is, of in de derde laagste darm en de wonden dan zijn klein, vaak kan men het genezen. En is het dat de maag of de darmen zijn gewond zo dat het door gaat, dat herkent men dat de spijs en de stront eruit gaan en dat is dodelijk te behandelen. En is het dat de maag is gewond en de wond buiten is te nauw, men zal het wat wijder maken de wond van de maag naaien met een hoekige naald en met een gedraaide draad, ja opdat de wond in het laagste deel van de maag is daar het vleesachtig is. En is het in het bovenste deel daar er zenuwen zijn, het is verloren werk. Op de naad zal men strooien helend poeder en houden de wond buiten open totdat de wonde der maag is geheeld en dan zal men de wond buiten helen met naaien of anders alzo je het beste kan. En is het dat er kleine wonden vallen in de 3 laagste darmen, men zal het naaien en laten het eind van de draad buiten de wond hangen en leggen dan helend poeder op de naad en houden de wond van buiten open totdat de darm geheeld is. En is het dat de wond in de buik zo wijd is dat de darmen eruit gaan, zoals vaak gebeurt, men zal ze er gelijk weer in doen in de tijd dat ze warm zijn. En is het dat ze zijn veranderd van de lucht en beginnen te zwellen, men zal er sponzen opleggen genat in oude warme wijn. En is het dat het niet helpt, men zal de wond van buiten wat wijder maken zodat de darmen er beter in kunnen en dan zal men naaien de nurach en ciphac tezamen. Want was het dat men nurach naaide en ciphac niet, dan zou de ziekte blijven tot het scheurt nadat de wond was geheeld. Nurac is de buik van buiten en ciphac is een velletje van binnen en bedekt alle darmen. Aldus zal men de wond van buiten naaien: men zal hebben een driekantige naald met een tweemaal gedraaide draad en men zal nurach en ciphac beide tezamen doorsteken aan een kant en daarna aan de andere kant, van binnen de wond zal men tezamen nurach en ciphac doorsteken en ga daarmee naar buiten en men zal ruimte laten in de breedte van de kleinste vinger en dan weer naaien zoals men tevoren deed en altijd nurac en ciphac tezamen doorsteken en elke plaats zal men apart knopen. En aldus met dusdanig naaien zal ciphac helen met de hulp van nurac, zodat het niet gescheurd wordt nadat de wond geheeld is en op de naad zal men leggen helend poeder en doen voort zoals het voor gezegd is. Sommige meesters doen een vlierpijp in de gewonde darmen en naaien de darmen daarop, dat prijs ik niet want de darmen helen niet beter.

 

 

 

[XXVII] Dat VIII capittel is van wonden der leveren, der milt en der nyeren ende der blasen ende haer anthomien

 

Die eerste schepnisse der leveren is van II saden lijc den anderen principael leden, mer sijn grote substanci is van blode ende de niet en is so hert als vleisk want sijn vleischich substanci is ghelijc verclonterde bloet. Om dat dat voetzel comende is tot hem vander magen, is hi keert in eenre verboen ende in een substancie van blode. Buten isset bulghende ende binnen hol om dat het to bet soude voghen an die mage. Het verwarmt de mage ghelijc vuer verwarmet enen ketel. Ene adere wasset uut den croppe der levere ende heet die poerte der levere ende van dese wassen vele aderen ende die heten miseraice vanden welke somme sijn vast an den bodeme der magen ende somme mit duodeno ende somme mit gracili jof involuto ende vele mit ieiunum ende somme mit saccus. Dese adere is vele ghemaect ende ghedeelt in diversen steden om dat si souden ontfangen de duchdelike vershede dat ontgaet vanden enen derm totten ander, want wat de ene ontgaet, tander ontfanget ende sendet totten den poerte der levere ende daer ist ghedeelt bi clenen aderen over al die levere in dat welke is volmaect de ander digestien (dats verteringe alsoet voerseit wert in dat capitel van der winninge der humoren). Dese lever is ghestellet ander rechter side vander magen ende ander luchter side is de milte.

Dese milte is lang ende an die een side ist vast mitter magen ende de ander side and at ruggebeen ende het hevet II conduten ende bi der eenre [fol. 61v] trecket melancolie vander levere ende zuvert dat bloet van melancolusche overvlodicheit ende daer mede vodet hem selven. Ende bider ander conduten, vaste an den mont der magen, so sendet een deel melancolien totter mage om appetijt to makene.

Het sijn II nieren, een ander rechter side hogest ende de ander ander luchter side lageste, ende si sijn ghemaect van herden vleisk ende gestellet an elker siden der spondilen vander lendenen. Ende het hevet II conduten: de ene boven, de ander onder. Ende bi der opperster so trecket dat waterich bloet om hem self daer mede to vodene ende bider overster so sendet de waterichede totte in de blase ende dats de urine.

De blase is ghemaect van II hudekinen ende elc is zenuwachtich ende beneden is de hals vleischich twelke is lanc in mannen ende is ghecoppelt mit den vede ende in wiven ist cort ende ghecoppelt mit den wijflichede. An deser blasen is vast ghemaect de conduten der urinen comende vanden nieren ende bi der blasen si doer gaen den eerste rock alse waer bide urine ende comet biden gate dat climmet upwert natuurliken tuschen den II rocken al totte daer de innerste rock is duer ghegaet ende daer daelt in die blasen. Ende daer bi te meer urinen datter is in de blase, te vastere is de innerste rock ghevoget mit den utersten ende om dat de conduten der II rocken vander blasen niet en sijn recht teen jegen dat ander, so en mach van der urinen niet weder upwaert keren jof de hals waer so bestopt datter niet uut en mochte ende dan soude de mensche beseffen grote zweringen ende de urine soude weder upwert keren ende somwilen uut gheworpen ten monde, alse my dickwilen hevet gevallen om de zweringe vanden stene eer icket wiste to cureren. De hals van der blasen heft een brade voer an den mont. Twelke weder houdet de urine alset luket ende uutsteket alset ontdoet mitter hulpen der [fol. 62r] braden des bukes duwende.

Wonden comende in dese steden sij vreselic want jof sijn alle principael leden als is de levere jof denende de principael leden mit sulken deenst sonder welken dat lichaem niet en kan gewaren. Ende ist dat de levere is ghewont in sijn diepe substancie, het verleset al sijn werke ende al dat bloet is verstormet twelke is de materi der gheesten ende aldus is de gheest verstormt, dat fundament is des levens ende van allen crachten, alse waer bide mensche moet sterven. Mer ist dat het is ghewont in enigen van sinen lippen, men salt cureren lijc anderen wonden van binnen de wijl dattet is nij, want natuur en mach gheen seechede in de principael leden gedogen. Ende ist dat de milte in enigen stede ghewont is, men macht wel cureren, ja al waert so datter een socke of gheslegen waer jof die conduten waren overdwers ontwe geslagen jof de wonde en waer te hert ghelaten, want daer of comet biwilen idrops jof ewelic crancheit der nieren. Wonden in de niren en machmen niet cureren om dat si sijn gevoet mit waterachtigen blode ende om dat si altoes al treckende sijn ende in beroringen ende si sijn herd pipich biden welken de drupende urine doer lopet. Die blase gewont en machmen niet cureren ende nesen om dattet is een zenuwich lit ende sonder vleisk ende om dat het altoes is rorende de urine ontfangende ende onthoudende. Ende dit oerkunt Ypocras: als een surgijn is haelt tot dusdanigen wonden ende hi heft lange tijt ghesijn in een stede daer hi vole groter curen hevet ghedaen ende wal is ghelovet, hi sal den zieken nigieren to sterven voer de vrenden, mer hi sal den zieke wel vertroesten te leven ende hi sal hem eerst doen beechten ende doen hem sijn dingen ordineren alse om [fol. 62v] sterven eer dat de cracht fallieert jof sijn sin verwandelt. Daer na sal hi stoutelike cureren de wonde want natuur doet dicwijl dat onmoghelijc schijnt als hi is ghehulpen mit gueden werken. Ende al ist soe dat de surgijn seet guede tekenen om trent den zieken hi ne sal anders niet nigieren dan de doet tote dat hi is volcomelike ghenesen up dat hi sal ghenesen, want dicwijl stervet de zeke achter dat de to vallen cesseren (dats uphouden). Ende oec dicwilen gheneset hi als de to vallen sijn alder meest. Mer ist dat de surgijn is in een vreemde lant, so en sal hi hem van dusdanigen wonden niet onderwijnden, want hi mochte lichte daer mede sijn geblammeert.

[XXVII] Dat VIII kapittel is van wonden der lever, de milt en de nieren en de blaas en hun anathomie.

 

De eerste schepping van de lever is van 2 zaden gelijk de andere voorname leden, maar zijn grote substantie is van bloed en dat is niet zo hard als vlees want zijn vlezige substantie is gelijk geklonterd bloed. Omdat het voedsel tot hem komt van de maag is hij veranderd in een kleur en in een substantie van bloed. Buiten is het buigend en van binnen hol omdat het te beter zou voegen aan de maag. Het verwarmt de maag gelijk vuur een ketel verwarmt. Een ader groeit uit de krop van de lever en heet de poort der lever en van deze groeien vele aders en die heten miseraice waarvan sommige zijn vast aan de bodem der maag en sommige met de twaalfvingerige darm en sommige met opgerolde darm en vele met ijdele darm en sommige met saccus. Deze ader is veel gemaakt en verdeeld in verschillende plaatsen omdat ze zou ontvangen de deugdelijke vochtigheid dat van de ene darm naar de andere gaat, want wat de ene ontgaat, de andere ontvangt en zendt het tot de poort van de lever en daar is het verdeeld in kleine aderen over de hele lever waarin wordt volmaakt de andere digestie (dat is vertering alzo het voor gezegd werd in dat kapittel van de winning der levenssappen). Deze lever is gesteld aan de rechterkant van de maag en aan de linkerzijde is de milt.

Deze milt is lang en aan de ene kant is het vast met de maag en aan de andere kant aan de ruggenwervel en het heeft 2 leidingen en bij de ene trekt het melancholie van de lever en zuivert dat bloed van melancholische overtolligheid en daarmee voedt het zichzelf en bij de andere leiding vast aan de mond van de maag en zo zendt het een deel melancholie tot de maag om appetijt te maken.

Er zijn 2 nieren, een aan de rechterkant is de hoogste en de andere aan de linkerkant de laagste en ze zijn gemaakt van hard vlees en gesteld aan elke kant van de wervels van de lendenen. En het heeft 2 leidingen: de ene boven, de ander onder. Bij de hoogste zo trekt het dat waterige bloed om zichzelf daarmee te voeden en met de bovenste zo zendt het waterigheid tot in de blaas en dat is de urine.

De blaas is gemaakt van 2 huidjes en elk met zenuwen en beneden is de hals vleesachtig die lang is in mannen en is gekoppeld met de roede en bij de wijven is het kort en gekoppeld met de vrouwelijkheid. Aan deze blaas is vast gemaakt de leiding der urine die van de nieren komt en gaat bij de blaas door de eerste rok en alzo bij de urine en komt bij het gat dat natuurlijk omhoog komt tussen de 2 rokken al tot daar de binnenste rok is doorgaat en daar daalt het in de blaas. En daarbij hoe meer urine dat er is in de blaas, hoe vaster is de binnenste rok gevoegd met de bovenste en omdat de leidingen der 2 rokken van de blaas niet recht de ene tegenover de andere staan zo kan de urine niet weer omhoog keren of de hals was zo verstopt zodat het er niet uit kon en dan zou de mens grote pijn voelen en de urine zou weer omhoog keren en soms uitgwerpen via de mond zoals me vaak is gebeurd vanwege het zweren van de steen eer ik het kon behandelen. De hals van de blaas heeft een spiervlees voor aan de mond. Wat de urine tegenhoudt als het sluit en uitsteekt als het opent met de hulp van het duwende spiervlees van de buik.

Wonden die komen in deze plaatsen zijn vreselijk want ze zijn alle voorname leden zoals is de lever of diene de voornaamste leden met zo’n dienst en zonder die kan het lichaam niet verduren. En is het dat de lever verwond is in zijn diepe substantie, het verliest al zijn werk en al dat bloed is verstoord wat de materie der geest is en aldus is de geest verstoort, dat het fundament is van het leven en van alle krachten, alzo waar de mens bij moet sterven. Maar is het dat het is verwond in enige van zijn lippen, men zal het behandelen gelijk andere wonden van binnen de tijd dat het nieuw is, want de natuur kan geen ziekte in zijn voornaamste leden gedogen. En is het dat de milt in enige plaats verwond is, men kan het wel behandelen, ja al was het zo dat een stuk van afgeslagen was of die leidingen waren overdwars stuk geslagen of de wond was te hard gelaten, want daarvan komt soms hydropsie (waterzucht) of eeuwige ziekte van de nieren. Wonden in de nieren kan men niet behandelen omdat ze gevoed zijn met waterachtige bloed en omdat ze altijd trekken en in beweging zijn en ze zijn hard pijpachtig waarbij de druipende urine doorloopt. De gewonde blaas kan men niet behandelen en genezen omdat het een lid is met zenuwen en zonder vlees en omdat het altijd beweegt en de urine ontvangt en bewaart en dit verkondigt Hippocrates: als een chirurg is gehaald tot dusdanige wonden en hij is lange tijd geweest in een plaats daar hij vele grote behandelingen heeft gedaan en goed geloofd wordt, hij zal de zieke negeren te sterven voor de vrienden, maar hij zal de zieke goed vertroosten te leven en hij zal hem eerst doen biechten en doen hem zijn dingen ordenen als om te sterven eer dat de kracht faalt of zijn geest verandert. Daarna zal hij dapper de wond behandelen want de natuur doet vaak dat onmogelijk lijkt en als hij geholpen is met goed werk en al is het zo dat de chirurg goede tekens ziet omtrent de zieke hij nee zal niet anders negeren dan de dood totdat hij is volkomen genezen als hij zal genezen, want vaak sterft de zieke nadat de toevallen cesseren (dat is ophouden) en ook vaak geneest hij als de toevallen zijn aller groots. Maar is het dat de chirurg is in een vreemd land, dan zal hij hem van dusdanige wonden niet bemoeien want hij kan er gemakkelijk geblameerd mee worden.

 

 

 

 

[XXVIII] Dat IX capittel is van wonden der moeder ende der roden, der cullen ende haer anthomien

 

Die vede is een croselich lit comende vanden steert been, hets hol ende ful van senen ende aderen ende arterien. Hets hol om dattet soude sijn verfullet mitten gheeste ende int hovet ist beroerlic van vleisk om dattet saet to bet soude uut comen mit sijnre beroringe. Ende sine spanninge comet van der herten ende stijfheden beseffen comet van der hersene. Die natuurlike bigheerte ende blodigen humoren comet van der lever ende het hevet II openbaer conduten ende bider eenre comet de urine vanden blase ende bider ander comet tsaet van der cullen.

Die II cullen sijn van clierachtich vleisk ende die rechter cul is in vele wegen meerre ende sterker dan de luchter cul is. Ende bi de dindimos comen tot dese leden aderen ende arterien brengende voetzele ende leven ende overvloienthede vanden zuveren blode van allen leden. Dat saet is ghegenereert (dats ghewonnen) van overvloientheit van blode nemende witte verwe vanden cullen alse dat melc ghewonnen van blode nemet [fol. 63r] witte verwe vanden mammen. Mitten cullen sijn vast ghemaket II vaten de breet sijn ten cullen waert ende nauwe omtrent der wortelen des vedes ende daer in is tsaet (ende Avicenna heet se barbacij biden welken dat saet is ghesent totten vede ende bi den vede totter modere. In desen II vaten is dat saet volmaect, al ist eerst wit gheverwet in de cullen. De adere ende die arterie comende totter rechter cul sijn sterkere dan de ghene de comen totter luchter cul ende brengen tot hem bet ghesoden dat bloet. Alle dese zenuwen, aderen ende arterien ende de vaten des zaets biden liden biden didimos de sijn van der substanci ciphac.

De moder in den wive is zenuwich ende hets ghelijc een ghevluchten vede omtrent den hals ende het is van bradich vleisk ende beseffende ende berorende in welken sijn aderen. In ene maget de schoren alse verlesen haer maghedom ende de deephede der modere is ghelijc den cul balch in den man. Ende die moder hevet in die side van haren halse II brede cullen mitten welc sijn vast ghemaect den II vaten des zaets ende se sijn nauwere dan de vaten vanden man biden welke tsaet vanden wive is gestort totten bodeme vanden modere alst ghemenget is mitten zade vanden man in die wile dat se kijnt ontfanget. Ende dese moderhever II openbaer holhede ende het hevet vele anderen bi den welken dat bloet comet to haer van de levere als se hevet tkijnt ontfanghen om dat voetzel vanden kijnde, ende bi den welken in de ondrachtige tijt is de overvloeienthede van blode tot haer ghesent van allen den leden dat uut is ghesteken in de tijt van menstrua, biden welken is al dat lichaem ghezuvert. Ende de moder is ghestellet tusschen den groven dermen ende der blasen. Nochtan ist een luttel hoghere dan de blase ende ghebonden an die rugghe been mit somme slacke banden dattet mach ondoen als si wil kijnt baren, ende daer na weder luken.

Ende ist dat [fol. 63v] de wonden comen in den vede overlanx dat lit jof overdwers ende si dan sijn clene, men salse cureren mit nayen, mit pulveren ende mit coelen bewarende medicinen al omtrent ende mit bloet to laten ende mit arme spise tetene. Ende ist dat de vede overdwers al ontwe is gesneden, so is de wonde wel freselic om de menichte der zenuwen ende arterien ende aderen ende somwilen stervet die zieke eer dat men dat bloet mach stremmen. Men sal die substancien sachten mit warmen olien van rosen° gesalvet omtrent de lijchaer ende tuschen den cullen ende den eers. Ende men sal cauterizeren al de wonde mit enen heten berneden yser om dat bloet to stremmen ende om to wachten den crampe to comende om de zenen gewont, want boven allen medicinen stremmet die cauterie dat bloet ende corrigeert de zenuwen gewont. Wonden comende in de cullen corrumperen jof vervulen varinge de cullen, als waer bi, al waert so dat de zieke niet en waer in die vrese van der doet, nochtan wert de generaci der mede verloren ende dese wonden salmen cureren lijc anderen wonden. Ende ist so dat de moder is gewont mit eenre glavien jof mit eenre sweerde so dat de vraye substanci der moder is doer steken, de wonde is altomael sterflic. Mer ist dat de hals is gewont mit wapene jof mit scherpe humoren, dat salmen wel cureren de wile het nij is mitter witter salven van Rasis, gemaect van cerusen° ende getempert mit den sape van wegebrede° daer in gedaen. Ende ist dat de wonde is veroudet, dan salment zuveren mit gheiten wey daer in ghedaen jof mit water van ghersten jof mitter medicinen ende al daer in gedaen.

[XXVIII] Dat IX kapittel is van wonden der baarmoeder en de roede, de ballen en hun anatomie.

 

Die roede is een kraakbeenachtig lid die komt van het staartbeen, het is hol en vol van zenuwen en aderen en slagaders. Het is hol omdat het zou vervuld zijn met de geest en in het hoofd is het beweeglijk van vlees omdat het zaad er beter zou uitkomen met zijn beweging. Zijn spanning komt van het hart en stijfheid gevoel komt van de hersens. De natuurlijke begeerte en bloedige levenssappen komen van de lever en het heeft 2 duidelijke leidingen en bij de ene komt de urine van de blaas en bij de andere komt het zaad van de ballen.

Die 2 ballen zijn van klierachtig vlees en de rechterbal is in veel manieren groter en sterker dan de linkerbal is. En bij de dindymus komen tot deze leden aderen en slagaders en die brengen voedsel en leven en overtolligheid van het zuivere bloed van alle leden. Dat zaad is gegenereerd (dat is gewonnen) van overtolligheid van bloed en neemt een witte kleur van de ballen aan alzo dat melk gewonnen van bloed neemt  zijn witte kleur van de borsten. Met de ballen zijn vast gemaakt 2 vaten die breed zijn ten ballen waart en nauw omtrent de wortel van de roede en daarin is het zaad (en Avicenna noemt ze barbacij) waarmee het zaad gezonden wordt tot de roede en door de roede tot de baarmoeder. In deze 2 vaten is dat zaad volmaakt, al is het eerst wit gekleurd in de ballen. De ader en de slagader die tot de rechterbal komen zijn sterker dan diegene die komen tot de linkerbal en brengen tot hem beter gekookt het bloed. Al deze zenuwen, aderen en slagaders en de vaten van het zaad bij het gaan van de didimos die zijn van de substantie ciphac.

De baarmoeder in de wijven is met zenuwen en het is gelijk een gevlochten roede omtrent de hals en het is van vezelachtig vlees en gevoelig en bewegend waarin zijn aderen. In een maagd gescheurd als ze verliest haar maagdelijkheid en de diepte van de baarmoeder is gelijk de balzak in de man. En  de baarmoeder heeft aan de ene kant van haar hals 2 brede ballen waarmee zijn vast gemaakt de 2 vaten van het zaad en ze zijn nauwer dan de vaten van de man waarmee het zaad van het wijf is gestort tot de bodem van de baarmoeder als het gemengd is met het zaad van de man in de tijd dat ze een kind ontvangt. En deze baarmoeder heeft 2 duidelijke holtes en het heeft vele anderen waarmee dat bloed komt tot haar van de lever als ze het kind heeft ontvangen omdat voedsel van het kindje waarmee in de niet dragende tijd de overtolligheid van het bloed tot haar gezonden wordt van alle leden dat er uit is gestoken in de tijd van menstruatie waarmee dat hele lichaam is gezuiverd. En de baarmoeder is gesteld tussen de grove darmen en de blaas. Nochtans is het wat hoger dan de blaas en gebonden aan het ruggenmerg met sommige zwakke banden zodat het kan openen als ze het kind wil baren en daarna weer sluiten.

En is het dat de wonden komen in de roede in de lengte of dwars en ze zijn dan klein, men zal ze behandelen met naaien, met poeder en met koele bewarende medicijnen al omtrent en met bloed te laten en met arme spijs te eten. En is het dat de roede dwars stuk is gesneden, dan is de wond wel vreselijk vanwege de menigte van de zenuwen en slagaders en aderen en soms sterft de zieke eer dat men dat bloed mag stremmen. Men zal de substantie verzachten met warme rozenolie en zalven omtrent het bekken en tussen de ballen en de aars en men zal cauteriseren de hele wond met een heet brandend ijzer om dat bloed te stremmen en om te behoeden de kramp die komt vanwege de gewonde zenuwen, want boven alle medicijnen stremt de cauterie dat bloed en corrigeert de gewonde zenuwen. Wonden die in de ballen komen vervuilen of vervullen snel de ballen, als waarbij, al was het zo dat de zieke niet in de vrees van de dood was, nochtans wordt de vermeerdering daarmee verloren en deze wonden zal men behandelen gelijk andere wonden. En is het zo dat de baarmoeder gewond is met een lans of met een zwaard zodat de echte substantie van de baarmoeder doorstoken is, de wond is altijd sterfelijk. Maar is het dat de hals gewond is met wapens of met scherpe levenssappen, dat zal men goed behandelen de tijd dat het nieuw is met de witte zalf van Rasis, gemaakt van loodwit en gemengd met het sap van weegbree, daarin gedaan. En is het dat de wond is verouderd, dan zal men het zuiveren met geiten wei, daarin gedaan of met water van gerst of met de medicijnen en alles daarin gedaan.

 

 

 

[XXIX] Dat X capittel is van wonden der hancken, der dyen, de knyen ende haer anthomie

 

[fol.64r] Die beenren der hancken sijn vast ghemaket mitten achterste benen der rugge been ende an hem leden sijn ghecoppelt alle die beenren nederwert. Dese beenren ten achtersten einde waert sijn croselich ende subtijl ende voerwert ende nederwert sijn si grovere. Ende elc van hem leden heft een busse in de welke draiet topperste einde vandes been der deen mit desen beenren der hancken sijn ghecoppelt. De beenren der lijchaer ende desen voerseide beenren sijn gecoppelt mit een herde voudende bijnsele ende onbiseffenliken ende onbiroerentliken. Twelken is somwilen verrecket vanden humoren comende totte in de busse so datte juncturen gaen uten lede.

Dat been van daer dat is buten bulghende ende in die innerste side ist een luttel breet ende wel hol ende hevet in vele morges. Ende dat been is grof ende licht dat de stercheide noch de zwaerhede niet en belettet de beroringe in dat nederste einde biden knie, daer is dat been der deen ghecoppelt mitten been vanden II beenren der bene ende is daer ghebonden mit sterken bijnzelen ende dats de juncture vanden knee. Ende om dese juncture to biwachten van quetsingen dan isser op gebonden een rolle mit sterken bijnselen. Onder dese rolle sijn geordineert II beenren vanden been vanden welken dat een is meerre dan dat ander ende dat mynste is boven ende maect de scherpheide der scenen ende si sijn so vaste to gadere gevoget lijc of si waren ghelijmt.

§ Int nederste einde sijn si ghecoppelt mitten been van der helen die up houdet alle de leden ende mit alchaab, dats een been biden welken is de juncture volmaect ende mit een been dat men heet navicula, dats been vanden anclawen. Dat ghewerste vanden voeten is ghemaket van IIII beenren redeliken [fol. 64v] to gadere ghebonden ende daer mede ist vast gemaect V beenren vanden camme des voets ende mit desen V beenren sijn gecoppelt XIIII beenren want elc tee hevet III sonder de grote tee de van II is maect.

Up alle dese benen comen zenuwen vanden achterste spondilen der ruggebeen die te gader sijn gevoget mit bijnselen ende mit simplen vleisk de beseffen ende beroren brengen tot den leden vanden welken sijn gemaect grote musen in den deen de bloet sijn van vleische III vingheren boven dat knee. Ende si weder maken diverse musen totte dat si comen in elken tee vanden voeten.

Van telghe der spretelde adere dalende dan comen telgen van aderen ende arterien bi die lieschen die hem vertogen in dien hame. Ende onder dat kne sijn si gemenget mit vele coerden alse waer bi is de stede gewont het is wel vreselic. Ende dese adere dalen totte ander de anclawen buten des voets ende daer vertogen si hem in II aderen: de ene heet men sciatica ende de ander heetmen renalis. Ende somme vertogen hem binnes voets ende maken II andere aderen die heet men sophena ende de sijn guet laten jegen alle saken als moder bukes. Oec vertoget venalis tuschen den minsten tee ende den gout teen ende daer in is guet bloet gelaten jegen alle manere van opene gaten in den benen als moermael ende derghelikes ende to allen wonden der benen. Ende ist oec also dat wonden vallen in desen steden dats wel vreselic om snidinge der zenuwen der aderen ende der arterien, om dat si langen overlanx dat lit. Ende dese wonden salmen cureren alst voerseit is in de wonden vanden armen vanden handen. Ende ist dat wonden vallen bi III vinger malen boven den kne of der onder mit quade to vallen hets sterflic. Hijr endet dat ander boec. [fol. 65r]

[XXIX] Dat X kapittel is van wonden der heup, der dijen, de knieĎn en hun anatomie.

 

De beenderen der heupen zijn vast gemaakt met de achterste benen der ruggengraad en aan die leden zijn gekoppeld alle beenderen nederwaarts. Deze beenderen aan het achtersten einde zijn kraakbeenachtig en subtiel en van voren en naar beneden zijn ze grover en elk van die leden heeft een bus waarin het bovenste einde van het been draait daar het ene  eind van deze beenderen aan de heupen zijn gekoppeld. De beenderen van het bekken en deze voor vermelde beenderen zijn gekoppeld met een harde vouwende bindsel en ongevoelig en onbeweeglijk. Wat soms verrekt wordt van de van de levenssappen die komen tot in de bus zodat het gewricht uit het lid gaat.

Dat been van daar dat van buiten buigt en aan de binnenkant is het wat breed en goed hol en heeft in zich veel merg en dat been is grof en licht zodat de sterkte nog de zwaarheid niet het bwegeb belet in het laagste eind bij de knie, daar is dat been der dijbeen gekoppeld met het been van de 2 beenderen der benen en is daar gebonden met sterke bindsels en dat zijn de gewrichten van de knie. En om deze gewrichten te behoeden van kwetsingen zo is er op gebonden een rol met sterken bindsels. Onder deze rol zijn geordineerd 2 beenderen van het been waarvan de ene groter is dan de andere en de kleinste is boven en maakt de scherpte der schenen en ze zijn zo vast tezamen geboegd gelijk alsof ze gelijmd waren.

In het laagste einde zijn ze gekoppeld met het been van de hiel die alle leden ophoudt en met alchaab, dat is een been waarbij de gewrichten volmaakt zijn en met een been dat men navicula noemt, dat is het been van de enkels.  Dat gewricht van de voeten is gemaakt van 4 beenderen die redelijk tezamen zijn gebonden en daarmee is het vast gemaakt aan 5 beenderen van de hiel der voet en met deze 5 beenderen zijn gekoppeld 14 beenderen want elke teen heeft er 3, uitgezonderd de grote teen want die is er van 2 gemaakt.

Op al deze benen komen zenuwen van de achterste wervels der rugwervel die tezamen zijn gevoegd met bindsels en met enkelvoudig vlees die het gevoel en beweging brengen tot de leden waarvan zijn gemaakt grote spieren in de dijen die bloot zijn van vlees, 3 vingers boven de knie en die maken weer diverse spieren totdat ze komen in elke teen van de voeten.

 

Van vertakkingen van de gevorkte dalende aderen komen dan vertakkingen van aderen en slagaders bij de lies die zich tonen in de schenkels. En onder de knie zijn ze gemengd met vele koorden als waarbij die plaats gewond is, dan is het wel vreselijk en deze aders dalen tot aan de enkels buiten de voet en daar tonen ze zich in 2 aderen: de ene noemt men sciatica en de andere noemt men renalis (Arteria renalis; kelk) en sommige vertonen zich binnen de voet en maken 2 andere aderen en die noemt men sophena en die zijn goed te laten tegen alle zaken zoals de moeder buik. Ook toont renalis zich tussen de kleinste teen en de goudteen (naast de kleinste) en daarin is goed bloed te laten tegen alle soorten van open gaten in de benen zoals gezwel aan de benen en dergelijke en tot alle wonden van de benen. En is het ook alzo dat wonden vallen in deze plaatsen is dat wel vreselijk vanwege het snijden der zenuwen, de aderen en de slagaders omdat ze liggen in de lengte van dat lid en deze wonden zal men behandelen zoals het voor gezegd is in de wonden van de armen en van de handen. En is het dat wonden vallen 3 vingers hoog boven de knie of daaronder met kwade toevallen, het is dodelijk. Hier eindigt dat andere boek.

 

 

[XXX]

Dat ander capittel is van scoerftheit ende van allopiciaen ende tinea ende van medicinen die purgeren sijn humoren ende ander sichten demen na vinden sal

 

Allopicia is alle verlees van hare ende oec ist een manere van lazarien de comt van corrumpeerde fleumen, mer in dit capitel spreken wy van allopicia de alleen hoert ten hovede als dat haer uutfallet. Tinea dats schorfheide ende hets een openbaer corrupcie in dat hovet mit roven ende mit ettere, oec somwilen vallet dat haer uut. Allopicia comet dicwijl int einde der seecheit om dattet fuetzel vanden haer falgeert jof om datte zweet gaten sijn to wijd ondaen. In deser saken ist gheen noet van anderen curen dan to eten guede spise ende dat lichaem to foden mit goeder spisen de goet bloet wint ende bringen dat hovet mit mantillen° ende smeren mit olie van gagelen.° Ende ist dat dit niet en helpet so salment vaste wriven hent roed wert ende daer na salment wriven mitten scorsen van ejune° tote dat het bladert ende dan salment smeren mit enden smout ende alst haer weder is ghewassen, so salment scheren. Dit doet dicke, want het helpet zere. Ende ist dat de scorfheit is van quader humoren ende de voerseide lichte curen niet en helpen, dan suldi beseen wat humoer datter overvloyet ende dat suldi kennen bi den wesen ende bider verwen vanden lichame. Alst is dat de seke is ful vleisk ende wel geverwet ende hi heft den mont zoet ende rode puusten int hovet, de urijn roet ende dicke, de sake jonc jof ist dat hi etet spise genererende bloet alse guet vleisk ende wijn. Ende ist dat de huut is glevlegen ende al de huut roet is ende ettrich: dese betogen overvlodicheit van blode. Item, ist dat de lichaem is mager ende de aderen [fol. 65v] hem wel vertogen, de verwe wel roetachtich jof geluachtich ende is de mont bittere ende droge mit dorste ende de hoken der ogen gelu ende de zeer sijn drogende ende zwerende: dats teiken van colera. Ende ist dat de lichaem is witachtich, de aderen cleine, de zeke traech ende wel tay spekel, de urijn wit jof bleec ende dicke ende clene dorst, de stede wit ende moru ende vele verschede sonder hetten: dats tekene van fleumen. Ende is de verwe bruun ende mager, de urijn bleec ende dunne jof swert achtich jof grove ende dunne jof bruun, mit groten appetijt, sijn bloet swert ende dicke ende dat de seke plach tetene vleisk van coyen, van gheiten, coel warmes ende lentilen° ende der ghelijc ende de stede der scorheiden is blau ende hert: dats teken van melancolien. Ende al ist so dat de scorfheit selden comt van melancolien ende alst dan comt so ist argere dan de andere.

Als ghi weet so wat humoer datter overvloyt dan suldijt eerst purgeren eer ghy van buten werken ende dit oerkunt Galieen ende ic sal hijr bescriven leringen van purgacien mit medicien geprovet ende sekert als ic dikwijl hebbe gheprovet. Wel is to weten dat fulhede der lichaem daet noet hevet van ydelen jof het is vanden aderen dat si sijn so ful dat si niet meer en mogen onthouden, jof het is na der cracht als een humoer overvloiet boven maten. Alse de aderen sijn verfullet also dat alle de humoren overfloiet, so ist altoes noet te bekennen bloet to laten up dat hi sterc is ende van goder ouden of men sal scrappen, ist dat de cracht is to cranc ende daer na salmen purgeren de ander humoren. Ende ist dat ghi purgeert mit medicinen eer ghi bloet laten, dan suldi curtlic daer na bloet laten. Ende ist dattet bloet alleen overvloyt dan salmen allene cureren mit bloet laten. [fol. 66r] Ende ist dat ghi dese humoren purgeert ende ghi niet to voren purgeert mit bloet laten jof varinge der na, so is to duchten dat de medicijn laxatijf soude coertze genereren ende winnen ist dat de medicin is to heet. Colera salmen purgeren mit deser medicinen: nemet violetten° onse I, prunen van damasco° XII, sebesten° XV, juiube° XX ende dese salmen seden in II punt waters tot een punt. Dan salmen coleren ende daer in doen cassieff° onse I, tamarinden° manne elx een half onse, gelue mirabolanen° gepulvert ende drachme I reunblan ende nochtens bi tiden salment verwermen ende colerent ende temperent in de coleringe zuker rosaet° een half onse ende drinckent. Jof aldus: neemt tamarinden°, manne, merch van cassiefus° ende elx een half onse, gelu mirabolanen II drachmen, alle dese salmen seden in i half punt waters tote een half punt ende colerent. Ende in de coleringe temperen een half onse zuker rosaet° ende drinckent. Jof mit dese pillen: nemet aloes°, ipacicum drachme I, gelu mirabolanen° in dorum, reuberben, rode rosen elx II drachmen, scamonen° dat verendeel van een half drachmen ende maket dan pillen mit siroep violaet ende men salre omtrent I drachme geven na deen dat de cracht sterck is. Item, ander guede pillen purgeren colera: nemet gelu miranbolanen° drachme I, scamonen° gebraden I drachme, scrupel masac IIII grijnen, dese salmen stampen ende conficieren mit den sape van doure baerden ende maken pillen ende gheven der mer een tenen male. Ende altoes als men sal purgeren coleram, dan salmen eerst de materie doen ripen mit oxizacra° ende mit spisen de coel ende versk sijn ende mit ruste. Item, van dat recept der pillen mogestu maken electuarien, ist dattu de pulver backest mit zuker. Fleumen salmen purgeren mit deser electuarien: nemet turbith° drachme I ende enen scrupel diazinziberos° of zinzib° drachmen II, mer diazinziberos° [fol. 66v] is beter, want dat de mage mede comforteert ende in dat recept van diazinziberos° sal oec gaen turbith° ende diazinziberos° ripet oec de humoren, ist dat men ghevet elx dagis alleen of mit een ander laxatijf: nemet witten gengeren gestellet I onse liqericie° gestellet drachmen III, gariofili °, cardamoni°, muscaten , granoreum paradise° elx II ƍ ende witzuker II punt ende men sal maken een electuarie niet to vole gesoden jof mit desen pillulen: neemt pulver van pigra°, turbith°, electi elx drachmen X, merch van coloquintus° drachmen III ende kwart I; dese salmen wel clene pulverizeren ende conficieren mit oli van mandelen ende maken pillulen. De dosis is van drachme I tot I half drachmen of drachmen II. Aldus maect men pulver van pigra° ende het is guet oec nemen allene als oerkunde Rasis ende Avicenna: nemet rosen, mastic°, spicanardi, pijpcaneel, carpa balsami°, xilobalsami, cassio liguceazari, elx I ƍ drachme, aloes so voel als al de andere. Ende ist also dat fleuma is gemenget, dan suldi doen de voerseide pillen turbith° ende stamoney° elx drachmen II et onse ƥ ende sticados arabia° drachmen V, ende mindert de voerseit turbith° de helfte daer gheseit wert drachmen X dan heb di pillulas Cochias van Rasis, de sonderlinge sijn ende purgeren diverse humoren in dat hovet. Melancolie salmen purgeren mit deser lichter medicinen dicwile ghegeven: neemt epithymius° onse I ende sedent II walmen in een punt van gheiten weye ende latent also enen nacht staen ende nuchten tijtliken salment verwermen ende colerent ende ghevet to drincken jof mitter de sedinge van epithimi° van Rasis: nemet mirabolanen° III, den X drachmen, palipodij° drachmen V, sene° drachmen VIII, turbith° III, sticados° X drachmen, rosinen alse de bernelen uut sijn X drachmen. Alle dese salmen seden in III punt waters tote XX onsen ende daer na salmen daer to doen epithimi° X drachmen ende sedent mit enen walme ende doent vanden vuere ende alst coel is so salment coleren ende in die coleringe salmen doen zuker rosaet° onse I ende drincket nuchtens tijtliken. Ende wildi sterkelic werken [fol. 67r] so suldi eerst gheven dre wilen to voren dese pillulen: neemt aloes° drachme I, salis indi drachme ƥ, agarici scrupels II, swerte ellebore° dat verendel van enen drachme. Men sal maken pillen mit zeem jof mitten simplen sirruup.

 

[XXX]

Dat volgende kapittel is van schurft en van alopecia (huidziekte)en tinea (hoofdzeer) en van medicijnen die purgeren levenssappen en andere ziektes die men daarna vinden zal.

 

Alopecia is alle verlies van haren en ook is het een soort van melaatsheid die komt van vervuilde fluimen, maar in dit kapittel spreken we van alopecia die alleen behoort ten hoofd als het haar uitvalt. Tinea, dat is schurft en het is een openbare vervuiling in het hoofd met roven en met etter, ook soms valt het haar uit. Alopecia komt vaak op het einde van een ziekte omdat het voedsel van het haar faalt of omdat de zweetgaten te wijd zijn geopend. In deze zaak is er geen andere behandeling nodig dan goede spijs te eten en het lichaam te voeden met goede spijzen die goed bloed wint en brengen dat hoofd met mantillen (mantels, bedekking?) en smeren met olie van gagel (mirt). En is het dat dit niet helpt dan zal men het goed wrijven tot het rood wordt en daarna zal men het wrijven met de schors van ui totdat het blaart en dan zal men het smeren met vet en als het haar weer gegroeid dan zal men het scheren. Dit doe je vaak, want het helpt zeer. En is het dat de schurft is van kwade levenssappen en de voor vermelde lichte behandeling niet helpt, dan zal je bezien welke levenssap dat er overvloeit en dat zal je kennen bij het wezen en bij de kleur van het lichaam. Als het is dat de zieke vol vlees en goed gekleurd is en hij heeft de mond lieflijk en rode puisten in het hoofd, de urine rood en dik, de zaak is jong en dat hij spijs eet dat bloed genereert zoals goede vlees en wijn. En is het dat de huid is viltig en de hele huid rood is en etterig: deze tonen overtolligheid van bloed. Item, is het dat het lichaam is mager en de aderen [fol. 65v] zich goed vertonen, de kleur goed roodachtig of geelachtig en is de mond bitter en droog met dorst en de hoeken der ogen geel en de zeer droogt op en zweert: dat is een teken van gal. En is het dat het lichaam is witachtig, de aderen klein, de zieke traag en goed taai speeksel, de urine wit of bleek en dik en weinig dorst, de plaats wit en murw en vele vochtigheid zonder hitte: dat is een teken van flegma. En is de kleur bruin en mager, de urine bleek en dun of zwartachtig of grof en dun of bruin, met grote appetijt, zijn bloed zwart en dik en dat de zieke plag te eten vlees van koeien, van geiten, kool, warmoes en lens en dergelijke en de plaats van de schurft is blauw en hard: dat is een teken van melancholie en al is het zo dat de schurft zelden komt van melancholie en als het dan komt dan is het erger dan de andere.

Als ge weet zo welke levenssap dat er overvloeit dan zal ge het eerst purgeren eer ge van buiten werkt en dit verkondigt Galenus en ik zal hier beschrijven leringen van purgeren met beproefde en zekere medicijnen zoals ik vaak heb beproefd. Wel is het te weten dat de volheid van het lichaam daar het nodig heeft van leeg maken of het is van de aderen dat ze zo vol zijn zodat ze niet meer mogen ophouden of het is naar de kracht als een levenssap overtollig is boven mate. Als de aderen zijn vervuld alzo dat alle levenssappen overvloeien, dan is het altijd nodig te herkennen bloed te laten opdat hij sterk is en van goede ouderdom of men zal schrappen, is het dat de kracht is te zwak en daarna zal men purgeren de andere levenssappen. En is het dat ge purgeert met medicijnen eer ge bloed laat, dan zal je gauw daarna bloed laten. En is het dat het bloed alleen overvloeit dan zal men alleen behandelen met bloed laten.  En is het dat ge deze levenssappen purgeert en ge niet tevoren purgeert met bloed laten of snel daarna, dan is te duchten dat de laxerende medicijn koorts zou genereren en winnen is het dat de medicijn is te heet. Gal zal men purgeren met deze medicijnen: neemt violen, ons 1, pruimen van Damascus, 12, sebesten, 15, jujube, 20 en deze zal men koken in 2 pond water tot een pond. Dan zal men ze zuiveren en daarin doen Cinnamomum cassia, 1 ons, tamarinden, (Tamarindus indicus) manna, elk een half ons, gele mirobalanen, verpoederd, 1, een drachme, reunblan (Rheum?) en ‘s ochtend op tijd zal men het verwarmen en zuiveren en meng in de zuivering suiker van rozen, een half ons en drink het. Of aldus: neem tamarinden, manna, merg van Cassia fistula, van elk een half ons, gele mirobalanen, 2 drachmen, al deze zal men inkoken in een half pond water tot een half pond en zuiver het en in de zuivering mengen een half ons rozensuiker en drink het. Of met deze pillen: neem AloĎ, ipacicum (Opopanax ?, zeker geen Impatiens) 1 drachme, gele mirobalanen in dorum (brandend?) , rabarber, rode rozen en van elk 2 drachmen, Convolvulus scammonia, dat vierendeel van een half drachme en maak dan pillen met violensiroop en men zal er omtrent 1 drachme geven naar dat de kracht sterk is. Item, andere goede pillen purgeren gal: neem gele mirobalanen, 1 drachme, scammonia gebraden, 1 drachme, scrupel mastiek (Pistacia lentiscus), 4 grijnen, deze zal men stampen en bereiden met het sap van Agrimonia eupatoria en maak pillen en geef er meer dan een te ene maal. En altijd als men zal purgeren gal, dan zal men eerst de materie laten rijpen met wijnazijn en met spijzen die koel en vochtig zijn en met rust. Item, van dat recept der pillen kan u likkepotten maken, is het dat u het poeder bakt met suiker. Flegma zal men purgeren met deze likkepotten: neem turbith, (Operculina turpethum) 1 drachme en een scrupel, sap van gember of gember, 2 drachmen, maar sap van gember is beter, want dat de maag er mee versterkt wordt en in dat recept van sap van gember zal ook gaan turbith en sap van gember en het rijpt ook de levenssappen, is het dat men het geeft elke dag alleen of met een ander laxeermiddel; neem witte gember gestold, 1 ons, zoethout, gestold, 3 drachmen, kruidnagels, (Syzygium aromaticum), kardemom, (Elettaria cardamomum), muskaat, (Myristica fragrans) granum paradisi (Amomum granum-paradisii) , elk 2 ƍ en witte suiker, 2 pond en men zal maken een likkepot niet te veel gekookt of met deze pillen: neem poeder van yera picra (bitter), (1) turbith, likkepot, elk 10 drachmen, merg van kolokwint, (Citrullus colocynthis) 3 drachmen en een kwart; deze zal men goed klein verpoederen en bereiden met olie van amandelen en pillen maken. De dosis is van 1 drachme  tot een half drachme of 2 drachmen. Aldus maakt men poeder van picra en het is goed, ook neem het alleen zoals Rasis en Avicenna verkondigt: neem rozen, mastiek (Pistacia lentiscus), spicanardi, (Lavandula stoechas), pijpkaneel, zaad en hout van balsem, (Commiphora gileadensis). Cinnamomum cassia, Asarum, elk 1 ƍ drachme, Aloe, zo veel als al van de anderen. En is het alzo dat de levenssappen zijn gemengd, dan zal je doen de voor vermelde pillen turbith en scammonia, elk 2 drachmen  en ons ƥ en Lavandula stoechas, 5 drachmen en verminder de voor gezegde turbith, de helft daar gezegd werd 10 drachmen, dan heb je pillen Cochias van Rasis, die bijzonder zijn en purgeren diverse levenssappen in dat hoofd. Melancholie zal men purgeren met deze lichte medicijnen vaak gegeven: neem Cuscuta epithymum, 1 ons en kook het 2 maal in een pond geiten wei en laat het alzo een nacht staan en ’s ochtend op tijd zal men het verwarmen en zuiver het en geef het te drinken of met dit kooksel van Cuscuta epithymum van Rasis: neem 3 mirobalanen, de 10 drachmen, Polypodium, 5 drachmen, Senna alexandrina, 8 drachmen, 3 turbith, Lavandula stoechas, 10 drachmen, rozijnen als de kernen er uit zijn, 10 drachmen. Al deze zal men koken in 3 pond water tot 20 ons en daarna zal men daartoe doen Cuscuta epithymum, 10 drachmen en kook het met een walm en doe het van het vuur en als het koel is dan zal men het zuiveren en in die zuivering zal men doen rozensuiker, 1 ons en drink het ’s morgens op tijd. En wil ge sterk werken dan zal je eerst geven drie maal tevoren deze pillen: neem AloĎ, 1 drachme, salis indi, (Indisch zout?) drachme ƥ, Agaricus, (lorken zwam, Polyporus ignarius) 2 scrupel, zwarte Helleborus, dat vierendeel van een drachme. Men zal maken pillen met honing of met enkelvoudige siroop.

(1) Yera; hiera (heilig), naam voor een likkepot, uitgevonden door Themison , waaraan bovennatuurlijke kracht werd toegeschreven. Ook Hiera picra genoemd, van wege de bittere smaak, door aloĎ er aan gegeven. Verschillende geneeskundigen hebben aan bijzondere toebereidingen van Hiera hun naam gegeven, o.a. Rufus, Logadius, Galenus, Pachiuso.

 

 

Als die humoren aldus sijn pugeert dan salmen van buten werken ende eerst besien jof de wrivinge ende de lichte medicien - voerseit int begin deser capitel - niet en helpet ende dan suldi moten werken mit sterken medicien: neemt zeeschuum drachmen X, salgenme°, sulphuris, euphorbij° elx drachmen II, staphisagre°, cantariden° elx drachme I; alle dese salmen stampen ende mengense mit ouder olien ende salven daermede dat hovet. Ende wildi sterken werken omtrent de stede, so ontvoert ende meest in enen riken man: nemet een onse van bey° oli, cantariden° of geslagen de hovede ende vlerken drachmen III ende men sal de cantariden en luttel stampen ende doense in een glasene vat mit violen olie ende stellent up de colen ende doent een luttel zeden altoes rorende mit een houtene spane tote het is lijc salve. Ende men salre in doen muscus° ende smeren daer mede dat hovet. Het doet dat hovet bladeren ende haer wassen. Ende om de medicin van cantaridem° comet somwilen so grote heten datter of comt een coerts ende somwilen comt der of verkentheit der urinen ende belettingen so waer datmense leget. Int eerste dan salmen colen mitter witter salven van Rasis (siet int Antidario). In de andere salmen de seke doen baden totten navele nederwert in water die in sijn ghesoden bladen van popplen van violetten ende van sincium°. Van desser scorfheit som is curabel som niet; ende ist dat de huut was verloren ende daer ghewassen is een herde huut, hets verloren ghepijnt, want daer up is gheen haer moghelic to wassen. Item, ist dat de huut is to vole ghebraden [fol. 67v] mit wermen plaesteren van pecke so dattet herd is, dat is oec oncurabel ende ongeneselic. Mer ist datter sijn hete blodighe puusten ende de huut wel sachtich is, dan salment hovet scherpen ende dwaen dat hovet mitten wermen blode ende daer na al dat hovet decken mitten bladen van colen jof van wijngaerden° ende daer na al dat hovet smeren mit oli van noten tot dattet is al wel ontvelt. Dan salment drogen mit desen drogende medicien: neemt roet leem sonder steenkinen wel sachte daer men of maket potten, ende tempert mit sterken azijn lijc salve en smeert daer mede dat hovet. Item, neem leem II delen levende sulphur ende aschen vanden scoersen van calvorden°, merch van caloquintus° elx I deel getempert mit azijn ende dan salment thovet daer mede salven ende droget wel ende hets wel guet tot allen helen puusten int hovet ende int ansichte want het droget ende helet. Ende ist dat de materi is zeer ghecorrumpeert mit groter hetten int hovet, eerst salmen coelen mitter salven van Rasis ende daer up salmen leggen een cleet ghenet in sap van cleenre smeer wortele° tote alde hetten is gemindert ende daer na salment alt hovet smeren mit olien violaet ende decket mit bladen van bleten tote dat de huut wel is gheverschet sonder hetten ende daer na helet mitter voerseit medicinen. Andersins machmen cureren nye scorfheit aldus: neemt wilt averone°, wilt pepere, fumus terre° (dats duvenkervel), scerpe ladit°, biuoet° elx hantful; alle dese salmen seden in olie tote dat de cruden wel sijn ghemorwet ende mit deser olien salmen lange dat hovet smeren ende daer na der up stroyen pulver van staphisagria° ende van ellebore° ende hijrmede salt ghenesen. Ende is de materie van fleumen ende de huut [fol. 68r] zeer is to broken ende vol roven, men sal dat hovet dwaen mit watere der zedige van poplen ende salvent mit olie van camillen ende van noten te gadere gemenget ende daer dect alt hovet mit coel bladen ende dus salmen lange doen tot dattet hovet is al gevlagen ende daer na salment vaste wriven mit eyue cote tote dattet hovet is verhet ende die huut is roet. Daer na salment dwaen mit logen maect van wijngaets° aschen daer in dat is getempert wijnsteen° ghebernet. Achter de wrivinge salmen dat hovet salven mit psiloto° dattet haer of doet ende verdroget: nemet levende calc onsen III, operment° onsen I, aloes° onsen III ende menget, salt pulverizeren ende mengent mit sout, heet water. Ende als ghi wilt werken ende dat haer is af ghedaen mit psiloto,° dan salmen dat hovet dwaen mitter logen voerseit ende vrivent mitten ejune° ende mitten wijnsteen° verbernet tote dat alde materie is verdroget ende daerna salmen dat haer doen wassen mit deser salven: nemet aschen van menschen haer onse I, drosene van oli van lijnzade of van noten, gescumet zeem elx onsen IIII, mirre onse I ende onse half, levende sulphur onse half, staphisagen° drachmen II, euforbij° drachmen I ende maket salve ende salveter mede dat hovet. Ende ist dat de materie is van melancolie, dan salmen de huut verschen ende dwaen mit watere daer in is gesoden bladere van violetten ende van grisetento° ende daer na salment salven mit oli violaet tote dat de materi is gemorwet ende de huut geverschet ende men sal de seken achter waren ferscher spisen ende baden in soeten watere ende daer na salment helen mitten voerseide medicinen. Dit is de medicien van Galieen gheprovet tallen scurfheiden, tallen puusten int hovet ende jegen puusten de gheheten sijn saphat ende jegen impetiginem morpheam ende jegen thaer dat uutfallet ende jegen alle versche rude: nemet noten van gallen drachmen III, van [fol. 68v] sicure drachmen II, salgenma° drachme I tverendeel van drachmen I, levende sulphur drachmen I ende een half dragma, roet operment° arristarotunda° elx scrupuls II, sal armoniaec, luttic van enen onen bitter mandelen, coloquntus°, gebernet coper, tettingen°, gebernt litargos°, wortelen van drogen rede, sciltverwe°, oude alune, rosen, mirre aloes°, wiroc° elx een half dragma, dunne ende pick°, bladen van oliven, gallen van eenre coe elx drachmen I ende scrupul I, ende alle dese salmen wel cleine stampen ende conficierent mit azijn ende stellet in een glasene vat ter sonnen jof in een aerden binnen verglaset ende rorent mit enen spane tot dat het is lijc salve ende hijr mede salment dat hovet salven tote dat het is volcomelic ghenesen ende dit hevet Galieen wel geprovet.

Als de levenssappen aldus zijn gepurgeerd dan zal men van buiten werken en eerst bezien of de wrijving en de lichte medicijnen- voor gezegd in het begin van dit kapittel - niet helpen en dan zal je moeten werken met sterke medicijnen: neem zeeschuim, 10 drachmen, steenzout, zwavel, Euphorbium, elk 2 drachmen, Delphinium staphisagria, Canthariden (Spaanse vlieg), elk 1 drachme; al deze zal men stampen en mengen het met oude olie en zalf daarmee dat hoofd. En wil je sterk werken omtrent de plaats, zo ontvoert en meest in een rijk man: neem een ons van laurierolie, Canthariden (Spaanse vlieg) afgeslagen het hoofd en vleugels, 3 drachmen en men zal de Canthariden wat stampen en doen ze in een glazen vat met violenolie en stel het op de kolen en laat het wat koken en altijd roeren met een houten spaan totdat het gelijk is als een zalf en men zal er in doen muskus en besmeren daarmee dat hoofd. Het doet dat hoofd blaren en haar groeien en vanwege de medicijn van Canthariden komt soms zo’ n grote hitte dat er koorts van komt en soms komt er vetheid van de urine en beletting zo waar dat men het legt. In het begin dan zal men het koelen met de witte zalf van Rasis (zie het in de Antidario). In de andere zal men de zieke laten baden tot de navel nederwaarts in water waarin de bladeren van populier zijn gekookt en violen en kruiskruid. Van deze schurft zijn sommige te genezen en sommige niet; en is het dat de huid was verloren en er geen andere huid gegroeid is dan is het verloren werk, want daarop is geen haar mogelijk te groeien. Item, is het dat de huid is te vol gebraden met warme pleisters van pek zodat het hard is, dat is ook niet te genezen en ongeneesbaar. Maar is het dat er zijn hete bloedige puisten en de huid goed zacht is, dan zal men het hoofd scheren en wassen dat hoofd met warm bloed en daarna dat hele hoofd bedekken met de koolbladeren of van wijngaard en daarna dat hele hoofd smeren met olie van noten totdat het geheel ontveld is. Dan zal men het drogen met deze drogende medicijn: neem rood leem zonder steentjes en goed zacht en daarvan maak potten en vermeng het met sterke azijn gelijk zalf en besmeer daarmee dat hoofd. Item, neem leem, 2 delen, levende zwavel en as van de schorsen van kauwoerden, (Cucurbita pepo) merg van kolokwint, (Citrullus colocynthis) elk 1 deel gemengd met azijn en dan zal men het hoofd daarmee zalven en droog het goed en het is zeer goed tegen alle hele puisten in het hoofd en in het aanzicht want het droogt en heelt. En is het dat de materie is zeer vervuild met grote hitte in het hoofd, eerst zal men het verkoelen met de zalf van Rasis en daarop zal men leggen een kleed genat in sap van kleine smeerwortel tot de hele hitte is verminderd en daarna zal men het hele hoofd smeren met violenolie en bedek het met bladen van biet (?) totdat de huid goed ververst is zonder hitte en daarna heel het met de voor gezegde medicijnen. Anderszins mag men nieuwe schurft aldus behandelen: neem wilde averone, wilde peper, fumus terre (dat is duivenkervel), scherpe zuring, (of engelwortel) bijvoet, elk een handvol; al deze zal men koken in olie totdat de kruiden goed murw zijn en met deze olie zal men lang dat hoofd smeren en daarna daarop strooien poeder van Delphinium staphisagria en van Helleborus en hiermee zal het genezen. En is de materie van flegma en de huid zeer gebroken is en vol roven, men zal dat hoofd wassen met water van een kooksel van heemst en zalven het met olie van kamille en van noten tezamen gemengd en daar bedek het hele hoofd met koolbladen en aldus zal men lang doen totdat het hoofd is geheel geveegd en daarna zal men het sterk wrijven met eyue cote (uien kot?) totdat het hoofd verhit en de huid rood is. Daarna zal men het wassen met loog gemaakt van druivenas waarin gemengd is gebrande wijnsteen. Na het wrijven zal men dat hoofd zalven met psiloto dat het haar af doet en verdroogt: neem ongebluste kalk, 3 ons, arsenicum, 1 ons, AloĎ, 3  ons en meng het, zal het verpoederen en meng het met zout en heet water en als ge wil werken en dat haar is er af gedaan met psiloto, dan zal men dat hoofd wassen met de loog, voor gezegd, en wrijf het met ui en met gebrande wijnsteen todat de hele materie is verdroogd en daarna zal men dat haar wassen met deze zalf: neem as van mensenhaar, 1 ons, droesem van olie van lijnzaad of van noten, geschuimde honing, elk 4 ons, mirre, (Commiphora myrrha), 1 ons en een half, levende zwavel, half ons, Dephinium staphisagria, 2 drachmen, Euphorbium, 1 drachme en maak de zalf en zalf ermee het hoofd. En is het dat de materie van melancholie is, dan zal men de huid bevochtigen en wassen met water waarin bladeren gekookt zijn van violen en van grijsecom of Fumaria officinalis en daarna zal men het zalven met violenolie totdat de materie vermurwd is en de huid ververst en men zal de zieke nazorg geven van vochtige spijzen en baden in zacht water en daarna zal men het helen met de voor vermelde medicijnen. Dit is de medicijn van Galenus en beproefd tegen alle schurft, tegen alle puisten in het hoofd en tegen puisten die geheten zijn saphat en tegen impetigo morfeem (haarworm) en tegen het haar dat uitvalt en tegen alle vochtige ruigheid: neem noten van gallen, 3 drachmen, van sicure, (?) 2  drachmen, steenzout, 1 drachme en het vierendeel van 1 drachmen, levende zwavel, 1 drachmen en een half dragme, rode arsenicum, Aristolochia rotunda, elk 2 scrupel, zout ammoniak, sla, een ons bittere amandelen, kolokwint, gebrand koper, regenwormen, gebrand litargirum, wortels van droge rede, (?) verdegris of kopergroen oude aluin, rozen, mirre, AloĎ, wierook, (Boswellia thurifera), elk een half drachme, dun pek, bladeren van olijven, gal van een koe, elk 1 drachme en 1 scrupel, en al deze zal men goed klein stampen en bereiden met azijn en stel het in een glazen vat in de zon of in een aarden die binnen verglaasd is en roer het met een spaan totdat het is gelijk zalf en hiermee zal men dat hoofd zalven totdat het is volkomen genezen en dit heeft Galenus goed beproefd.

 

 

[XXXI] Dat IIII Capittel is van sculsen ende scellen ende pusten diemen hetet saphati

 

Saphati sijn clene puusten de wassen int hovet ende int aensichte der kinderen ende meest van wiven ende van mannen de sijn van verscher natuur ende daer loept uut diverse ettere. Ende si roven somwilen ende daer to is guet de medicin van Galieen voerseit ende de medicien van leme ende vander asche van caworden° voerseit.

Caworden sijn vleisken de van hem self wassen et puto per Sint Ciretvite. Kinderen werden cureert up dat de voester haer wachten van souten scherpen spise ende van sterken wine ende oec motet kijnt baden in watere der blomen van camomillen in sijn saden ende rosen ende feingreet° ende men sal de stede salven mit olie van camomillen. Scellen dat sijn furfures wassende in die huut vanden hovede [fol. 69r] van verbernde humoren welke uut vallen alsmen se vaste clouwet mitten nagelen. De welke sijn somwijl licht ende luttel ende men gheneest se mit datmen dat haer vanden hovede scheret ende mit de salven ende olien ende was te gadere ghesmouten ende mit de dwane alse mit warmen watere. Ende ist dat dit niet en helpet, dan salmen maken dese salve: nemet mele van ciceren° ende vanden sade van bismalve° getempert mit azine. Ende ist dat dat niet en helpet, dan salmen maken dese salve: nemet mele van ciceren° onsen III, mele van feingreet°, sulphur, mirre, suffraen, sennep° elx drachmen IIII ende dese salmen conficieren mit azijn ende watere.

[XXXI] Dat IIII Kapittel is van schilfers en schellen en puisten die men saphati noemt.

 

Saphati zijn kleine puisten de in het hoofd groeien en in het aanzicht der kinderen en meest van wijven en van mannen die zijn van vochtige natuur en daaruit loopt diverse etter. En soms komen er roven en daartoe is goed de medicijn van Galenus, voor gezegd, en de medicijn van leem en van de as van kauwoerden, (Cucurbita pepo) voor gezegd.

Kauwoerden zijn flesjes die van zichzelf groeien ik denk dat van Sint Ciretvite. Kinderen worden behandeld opdat de voedster zich wacht van zoute scherpe spijs en van sterke wijn en ook moet het kind baden in water daar bloemen van kamillen in zijn gekookt en rozen en fenegriek en men zal de plaats zalven met olie van kamillen. Schilfers dat zijn furfures die groeien in de huid van het hoofd van verbrande levenssappen welke uitvallen als men ze sterk krabt met de nagels. Die zijn soms licht en klein en men geneest ze met dat men dat haar van het hoofd scheert en met de zalven en oliĎn en was tezamen gesmolten en met het te wassen als met warm water. En is het dat dit niet helpt, dan zal men maken deze zalf: neem meel van Cicer en van het zaad van bismalva (Malva alcea) gemengd met azijn. En is het dat dat niet helpt, dan zal men maken deze zalf: neem meel van Cicer, 3 ons, meel van fenegriek, zwavel, mirre, (Commiphora myrrha), saffraan, mosterd, elk 4 drachme en deze zal men bereiden met azijn en water.

 

 

 

[XXXII] Dat IIII Capittel is van plecken, sproten, rosen ende lycclawen int aensicht

 

Plecken int aensichte is een fule overvloeienthede van blauwer verwen der mede dat aensicht vervullet is ende het comet dicwijl van wiven de kijnde dragen ende de menstrua hebben verloren. Ende somme plecken sijn oud, somme nij. Ende te oudere dat si sijn te swertere. Ende si comen van melancolien ghesent in de huut. Men sal purgeren mit der sedinge van epithimo° in gheytene weije ende te wachten van spise de genereert (dats winnet) melancolie. In nye plecken salmen nemen tsaet van radike°, bitter mandelen ende zuver meel van bonen ende tsaet van melonen ende van caworden° ende alle dese salmen stampen ende temperen mit watere daer in is gheweket een luttel suffraens ende een luttel zeems ende makent lijc salve ende hijr mede salmen smeren des avendis [fol. 69v] dat aensichte ende des nuchtens dwaen mitten watere van gruse°. Ende ist dat de plecken sijn veroudet, men sal maken salve mitten sade van wit piperwort° ende quijcsulver gebluschet; peper ende nitre° getempert mit oximel° is oec guet, want oximel° is zuverende. Item, somwilen salmen stellen coppen in de stede ende daer salven mit pulvere van sporien° zade ende scaphisagere° getempert mit zeem. Item, een sonderlinge medicien jegen alle plecken in dat aensichte ende jegen ceteren, alsoet Avicenna oercundet: nemet quijcsulver drachmen I, gumme van amigdalen drachmen II. Dese salmen vaste te gadere stampen ende mengent tote dat het quicsulver wel is to broken ende dan salmen daer to doen zuver zaet van melonen drachmen III ende mengent wel to gader. Ende hijr mede salmen des avendis salven dat aensichte ende nuchtens dwaen mit watere der in dat sijn gesoden droge violetten.

Sproten puusten in dat aensichte salmen purgeren mit sterkere purgacien ende mit den stercsten medicien van de voer sijn bescreven jegen de plecken. Item, cosse sijn clene herde puusten de wassen int aensichte ende meest omtrent de nose ende sy maken de stede roet ende daer to is guet dese geprovede medicien: neemt levende sulphur° I onse ende pulverizeert wel cleyne ende dan doet in I pont rosen water in een glasine vat. Ende stoppet den mont wel vaste to ende hangent in die sonne XIIII dage lanc in die hoy maent ende in den oest ende elkes dages salmen dat vat omme roren. Ende mit desen watere salmen die puusten smeren. Oec is hijr to goet guede purgacien van verbernden humoren ende dats daer mede datmen purgeert [fol. 70r] colera ende melancolia to gadere.

Die rosen int aensichte coemt van verbarntheide van humoren. Ende daer to is guet die purgacie van souten humoren ende dese medicien van bitten: nemet litterrerum°, opriment°, levende sulphur°, schild verwe° elx even veel, pulver van clenen musen verbernt alsoe vele als is een helft ende dese salmen wel pulverizeren ende mengent mit II delen vanden sape van clavere ende datter derdeel mit verschen smeer van enen roden swijn. Ende salvent daer mede tsavons ende dwaent nuchtens mit water daerin is ghesodende IIII coude saden mit I luttel camphoers alset saet van calvorden° ende van citrullen ende van cucumer ende van mellonen ende dan voget ende smeret mit olie van wijnsteen° de men aldus maect: neemt wit winsteen ende pulverizeerten ende temperten mit azijn ghelijc deech ende doet in een linnen cleet ende bewindet in natter stoppen ende leggent onder de hete asschen so dat die stoppen verbernen. Ende daerna salmen de winsteen doen in een scorze van caworden° ende maket onder een gaetkin ende datter uut drupet wordet olie van wijnsteen. Item, somme luden makent in I clocke gheliken roeswater ende dese medicien suveren de huut vander rosen ende of doen ende datter overblivet cureert men mit medicien voerseit te plecken.

Item, lixnien van wonden salmen of doen mit deser medicinen: neemt littrieum gestamp in enen visel ende doet daer to olie van rosen ende azijn tot dattet is ghelijc ene dunne salve, van I onse littrieum mit olien ende azijn salmen maken I pont. Dese salve is guet tot guede vulen plecken, het verdrivet lixnien in wonden ende minnert de scherphede der ogeleden ende verteert [fol. 70v] quaetvleisk in wonden ende maket gued vleisk. Item, eynden smout, desem, diacolum alle dese verdriven lixnien elic of te gader ghemenget.

[XXXII] Dat IIII Kapittel is van plekken, sproeten, roos en littekens in het aanzicht.

 

Plekken in het aanzicht is een vuile overvloedigheid van blauwe kleur waarmee dat aanzicht vervuld is en het komt vaak van wijven die een kind dragen en de menstruatie hebben verloren. En sommige plekken zijn oud, sommige nieuw en hoe ouder dat ze zijn hoe zwarter en ze komen van melancholie in de huid gezonden. Men zal purgeren met het kooksel van Cuscuta epithymum in geiten wei en te wachten van spijs die genereert (dat is wint) melancholie. In nieuwe plekken zal men nemen het zaad van Armoracia rusticana, bittere amandelen en zuiver meel van bonen (Vicia faba) en het zaad van meloenen en van kauwoerden (Cucurbita pepo) en al deze zal men stampen en mengen met water waarin is geweekt wat saffraan en een wat honing en maak het gelijk een zalf en hiermee zal men smeren ‘s avond dat aanzicht en ’s morgens wassen met het water van gruit (?). En is het dat de plekken zijn verouderd, men zal maken zalf met het zaad van wit peperkruid (Lepidium latifolium) en gebluste kwikzilver; peper en potas gemengd met honingazijn, dat is ook goed, want honingazijn is zuiverend. Item, soms zal men koppen zetten in de plaats en daar zalven met poeder van spurrie (Spergula arvensis)  zaad en Delphinium staphisagria gemengd met honing. Item, een bijzondere medicijn tegen alle plekken in het aanzicht en tegen schurft alzo Avicenna verkondigt; neem kwikzilver, 1 drachmen, gom van amandels, 2 drachmen. Deze zal men goed tezamen stampen en mengen het totdat het kwikzilver goed is gebroken en dan zal men daartoe doen zuiver zaad van meloenen, 3 drachmen en meng het goed tezamen en hiermee zal men ’s avonds dat aanzicht zalven en ‘s morgens wassen met water waarin droge violen gekookt zijn.

Sproeten en puisten in dat aanzicht zal men purgeren met sterkere purgatief en met de sterkste medicijn van die voor zijn beschreven tegen de plekken. Item, cosse (acne) zijn kleine harde puisten die in het gezicht groeien en meest omtrent de neus en ze maken de plaats rood en daartoe is goed deze beproefde medicijn: neem levend zwavel, 1 ons en verpoeder het goed klein en dan doe het in 1 pond rozenwater in een glazen vat en stopt de mond goed dicht en hang het in de zon 14 dagen lang in juni en in het oosten en elke dag zal men dat vat omroeren en met dit water zal men die puisten besmeren. Ook is hiertoe goed goede purgatie van verbrande levenssappen en dat is daarmee dat men purgeert gal en melancholie tezamen.

De roos (seborrhoēsch eczeem) in het aanzicht komt van verbranding van levenssappen en daartoe is goed de purgatie van zoute levenssappen en deze medicijn van buiten: neem litargirum, arsenicum, levende zwavel, schild verwe, elk even veel, poeder van verbrande kleine spieren alzo veel als is een helft en dit zal men goed verpoederen en mengen het met 2 delen van het sap van klaver en dat er een derdedeel met vers vet van een wild zwijn en zalf het daarmee ‘s avond en was het ‘s morgens met water waarin gekookt zijn de vier koude zaden met wat kamfer (Dryobalanops aromatica) zoals het zaad van kauwoerden (Cucurbita pepo) en van Citrullus lanatus en van komkommer en van meloenen en dan voeg het en smeer het met olie van wijnsteen die men aldus maakt: neem witte wijnsteen en verpoeder en meng het met azijn gelijk deeg en doe het in een linnen kleed en doe het in natte proppen en leg het onder de hete as zodat die proppen verbranden en daarna zal men de wijnsteen doen in een schors van kauwoerde en maak onder een gaatje en dat er uit druppelt wordt olie van wijnsteen. Item, sommige lieden maken het in 1 distilleerkolf gelijk rozenwater en deze medicijnen zuivert de huid van de roos en dat er overblijft behandelt men met medicijnen voor gezegd bij de plekken.

Item, littekens van wonden zal men af doen met deze medicijn: neem litargirum gestampt in een vijzel en doe daartoe rozenolie en azijn totdat het is gelijk een dunne zalf, 1 ons litargirum met olie en azijn zal men maken 1 pond. Deze zalf is goed tot goede vuile plekken, het verdrijft littekens in wonden en vermindert de scherpte der oogleden en verteert [fol. 70v] kwaad vlees in wonden en maakt goed vlees. Item, eendenvet, desem, diacolum, alle deze verdrijven littekens elk of tezamen gemengd.

 

 

 

 

[XXXIII] Dat vijfte capittel is van joecten ende van rudicken. Nota

 

Joecte ende rude comen van puten humoren die de natuur uutstect ter huut. Oec coemtet dat men et ghesouten dingen ende scherpe ende zenuch ende datmen drinc zwaer, sterc wijn. Ende van datmen vele waket ende pijnt ende luttel baden ende selden vernuwen haer linnen cleder ende het gaet vanden enen totten anderen. Van dusdanige rude som is droge ende som is versk; de droge is juecte ende de versche is rudichede. Alre eerst salmen de materie ripen mit dessen sirop: nemet averane° alsene° fumus terre° id est duven kervel elx een hant vul, wortelen van enula campana°, scerpe ladicke° elx I half hant vul, prumen van damasco° XX, figen XII, dadelen VI, seme° I onse, thimi°, epithimi° elx een half onse. Ende dat salmen seden in II pond watere ende I pond azijns tote I lb ende ƍ ende dan salment cureren ende doen in de coleringe sop van fumi terre° ghezuvert lb ƥ, suker lb 1 ende half ende maken een siroep. Daer na salmen purgeren mit dese pillen: aloes epatici° scorse van geluen mirabolanen° elx onse half, scamomey°, rosen elx drachmen 1 ende dese salmen stampen ende temperen mit sape van fumi terre° al dicke ende latent drogen ende maken daeraf ballekinen ende alsmen wille gheven, so sal men maken pillulen ende gheven drachmen II tenen mael ende desse machmen dicwijl verwandelen. Oec ist noet datmen bloet latet op dattet wel punte sy. Oec ist guet dicwilen ghenut gheiten [fol. 71r] wey mit zukere daer in ghesoden sijn mirabolanen° want het zuvert wel de huut. Aldus maect men in een punt gheytene wey: doet men een onse van der scorsen van ghelijc mirabolanen°, pulvert tavens ende nuchtens betide salment wermen ende colerent ende in die coleringe salmen doen een onse zuker rosaet°. Omtrent de stede jegen drogen rude salmen baden in warm water daerin is ghesoden fumus terre°, enula campana°, scerpe ladic°, scabiosen° ende in dat bat salmen salven mit oli rosaet° ende mit den sape van opie° ende azijn hijr mede salmen salven dat lichaem ende vaste wriven in dat bat jof in die stove. Item, een ander jegen droge rude alse Rasis seit: nemet ghemene sout, salgenma° drachmen zwert ellebori°, casci° elx drachmen I, terpentijn onse VI, oli violaet ende azijn dattet sufficieert. Hijr af salmen maken salve ende salve daer mede ende wriven in de stoven ende daer na bliven daerin een wile. Ende daer na baden in water daer in is ghesoden fumus terre° paerten°, enula campanula°, bivoet°. Ende ist dat de rude is versk dan salmen maken dese medicien van Rasis: nemet quicsulver geblusschet (ende aldus salment blusschen: men salt doen in een tinnen scotele ende doen der to spekelen ende daerna wrivent mit menschenhaer, so dattet al is verscheiden), nemet dan al dulc quicsulver litargirum°, swerte ellebore°, ouder alune° de lichteliken breket om sijn outhede, oleandrum°, sulver scume elx effen foel. Alle dese salmen stampen ende mengense mit azijn ende mit ghemenen olie mitten welken salmen des avendis smeren alden lichaem ende nuchtes gaen stoven ende als hi biginnet to zweten dan [fol. 71v] salmen wriven al den lichaem mit mos van sleedoernen° ende mit azijn. Ende ist dat hi mit deser salven bevanget grote hetten dan salmen al dat lichaem smeren mit gueden olie rosaet° ende rusten bi somme dagen. Item, een ander dat wel guet is: nemet tsap van affodillen° ende temperent mit witten zeem herde wel ende in den uutganc vander stoven salmen aldat lichaem daer mede zuveren, dit zuvert zere alle de fuulheit vander huut.

[XXXIII] Dat vijfde kapittel is van jeuk en van ruigheid. Nota.

 

Jeuk en ruigheid komen van uit de levenssappen die de natuur uitsteekt ter huid. Ook komt het dat men eet gezouten dingen en scherpe en genoeg  en dat men drinkt zware sterke wijn. En van dat men vele waakt en denkt en weinig baden en zelden vernieuwen hun linnen klederen en het gaat van de ene tot de andere. Van dusdanige ruigheid zijn sommige droog en sommige vochtig; de droge is jeuk en de vochtige is ruigheid. Allereerst zal men de materie rijpen met deze siroop: neem averone, alsem, Fumaria, dat is duivenkervel, elk een hand vol, wortels van Inula, scherpe zuring, elk 1 halve hand vol, pruimen van Damascus, 20, vijgen, 12, dadels 6, honing, 1 ons, tijm, Cuscuta epithymum, elk een half ons en dat zal men koken in 2 pond water en 1 pond azijn tot 1 pond en een half en dan zal men het behandelen en doen in het gezeefde sap van Fumaria, gezuiverd, halve pond suiker 1 pond en een half en maak een siroop. Daarna zal men purgeren met deze pillen: AloĎ epatica, (leverkleurige AloĎ) schors van gele mirobalanen, elk een half ons, Convolvulus scammonia, rozen, elk 1 drachme en deze zal men stampen en mengen met het sap van Fumaria al dik en laat het drogen en maak daarvan balletjes en als men het wil geven dan zal men maken pillen en geven 2 drachmen in een keer en dit mag men vaak veranderen. Ook is het nodig dat men bloed laat op dat het wel punt is (goede tijd, leeftijd). Ook is het goed vaak genuttigd geiten wei  met suiker waarin gekookt zijn mirobalanen want het zuivert goed de huid. Aldus maakt men in een punt geiten wei: doet men een ons van de schors van gelijk mirobalanen, poeder daarmee ’s avonds en ‘s morgens op tijd en zal men het warmen en zuiveren en in die zuivering zal men doen een ons rozensuiker. Omtrent de plaats tegen droge ruigheid zal men baden in warm water waarin gekookt is Fumaria, Inula, scherpe zuring, Scabiosa en in dat bad zal men zalven met rozenolie en met het sap van opium en azijn hiermee zal men zalven dat lichaam en goed wrijven in dat bad of in de stoof. Item, een andere tegen droge ruigheid zoals Rasis zegt: neem gewoon zout, steenzout, drachme zwarte Helleborus, Cassia, elk 1 drachme, terpentijn (Pistacia terebinthus) 6 ons, violenolie en azijn zodat het voldoende is. Hiervan zal men maken een zalf en daarmee wrijven in de baden en daarna blijven daarin een tijdje en daarna baden in water waarin gekookt is Fumaria, peren, Inula, bijvoet. En is het dat de ruigheid vochtig is dan zal men maken deze medicijn van Rasis: neem gebluste kwikzilver (en aldus zal men het blussen: men zal het doen in een tinnen schotel en doe er toe speeksel en daarna wrijf het met mensenhaar, zodat het al is gescheiden), neem dan al dit kwikzilver, litargirum, zwarte Helleborus, oude aluin die lichtelijk breekt vanwege zijn ouderdom, Nerium, zilverschuim, van elk even veel. Al deze zal men stampen en mengen het met azijn en met gewone olie waarmee men ’s avond zal smeren het hele lichaam en ‘s ochtend gaan baden en als hij begint te zweten dan zal men het hele lichaam gaan wrijven met mos van de sleedoren en met azijn. En is het dat hij met deze zalf grote hitte krijgt dan zal men al dat lichaam smeren met goede rozenolie en rusten sommige dagen. Item, een andere dat wel goed is: neem het sap van affodillen en meng het erg goed met witte honing en met het uitgaan van het bad zal men het hele lichaam daarmee zuiveren, dit zuivert zeer alle vuilheid van de huid.

 

 

 

 

[XXXIIII] Dat XVI capittel is van bloet te laten: die aert ende cunst

 

Bloet te laten is een artificiael dats een kunstelic minderinge des blodis in de aderen twelke de oude surgijns plagen te doen ende negheen differencie (dats onderscheit) en is tuschen der ptisikeren ende de surgijn sonder dat de ptisikeren laten dat anwert der leden den leken jof bi dat sy mitten handen niet en willen werken ende dat ghelove ic best. Ende negheen guede phisiker en mach sijn de dat werc van surgijn niet en weet ende gheen guet surgijn en mach sijn die van phisiken niet en weet.

Men hanteert bloet te laten in III maneren dats omme te behouden gesonthede ende om te scuwen seechede ende om seechede mede to mijnren. Om bloet to laten in ghesonthede dan wachtmen de tijt ende de wilen ende de lucht. Mer alst noet is in seecheden, en wachtmen anders niet dan de cracht des zieken, mer ist dat hi is cranc men sal hem laten een luttel te gadere III werve of IIII werve dat men enen sterken ghesonden doet laten tenen male to gadere. Om ghesont to bihouden salmen laten den ghenen de eten guet vleisk ende drincken gueden wijn ende de voele guedes blo [fol. 72r] dis in hebben ende in jongen luden de luttel arbeidis doen, ende de oude luden de ghewone sijn to laten. Ende in dit behoutmen de ghesonthede.

In de andere manere bloet laetmen den ghenen de costumelic hebben zweringe der juncturen van blode jof van to voele guedis blodis ende jegen sequancien ende zweringen binnen an de ribben joef eenparich hoeft zweringhe. Dese salmen bloet laten al eer de zeechede is alinge toe ghecomen.

In de derde manere bloet laetmen in sterken hovet zwere sonder coerts ende in apostumen van binnen ende in elke seechede to comende van toe voele bloets. In dese III voerseide saken isset noet bloet to laten. Nochtant wert wel beter den lichaem dat de mensche hem achter waerde mit ghenadeliken arbeit ende mit ghetemperde ate ende drancke ende als hijs vervult mit abstinencien te wachten.

Om de rechte regel to hebben van bloet to laten sal ic hijr bescriven. Soe we bloet laet, is sculdich to sijn to weten welc tijt dattet guet is to laten ende de adere in welke men sal laten ende dat elc ader is sculdich to laten sijn. De bloet laet is sculdich to sijn een jonc man ende hi en sal gheen kijnt sijn noch outmensche want hi moet wel sien ende claer om de aderen to kennen ende te bewachten van zenuwen ende van arterien. Ende hi moet weten de aderen to bijnden ende waer de aderen ghenaken zenuwen ende arterien om alle vrese to scuwen. Hy moet hebben voele vlimen ende claer van diverse schepnissen, somme langere, somme curtere, somme bredere, somme nauwen, som groet, som clein om te maken grote wonden of cleen na dats te doen is. Die vlime sal hi houden tuschen den dume ende den eersten vinger ende tasten die ader mitten middelste [fol. 72v] vinger ende mit den II vingheren sel hi de vlime in steken na dat het bihoert to elker ader.

Kijnderen en salmen niet laten voer XIIII jaer jof het dede groten noet, al ist dat si wel na verworchten van te voele bloets, dat soudemen bikennen biden curten ademe ende bi vervulthede der aderen anden hals ende bider roethede jof blauhede des aensichtis ende bi den wesene van alden lichame. Ende eer ghi bloet laet, seldi aldus spreken ten vreenden ende segghen:

‘We ju gaf raet datmen soude laten want ic en segghes niet, mer ic segge ende ghelove wel dat hem laten guet ware up dat hi leven soude. Ende ist dattet is ghelaten ende dan stervet, het en stervet niet bi den laten; ende ist dat hi gheneset, hi geneset bi den laten. Ende waert so dat hi mijn kijnt waer, ic soude laten, mer nemet raet an ju selven jof mit een ander; ende dus ysmen sculdich te doen der yeet mit vresen is to doen’.

Item, wel oude lude en salmen niet laten noch oec seke luden beghintmen de to nesen ende meest alsi hebben een guede fulcomene crises. Noch wive die kijnde draghen ende meest in die eerste III ende III leeste maenden. Jonge luden wit ende bleec mit luttel haers in haer baert ende vette luden mit clene aderen bedect, en salmen niet laten noch die ghenen die ful sijn van rauwen humoren ende die luttel guede blodis hebben in den lichaem, want men moet dat bloet in hem behouden lijc een troesoer ende de quaden humoren salmen purgeren mit anderen medicinen. Oec en salmen niet int begin van cataracten laten der aderen noch mit ventosen, mer bloet laten hoert in saken voerseit, want ist dat een mensche et guet vleisk ende drincket guede wijn ende vole ende hi niet doet laten tidelic in hem sullen wassen voele zeechede [fol. 73r] van blode jof onversien doet ende ist dat hi is redelic ghelaten, hi mach lange tijt sijn ghesont. Oec is guet laten in artetike van blode, want het mindert de zweringe jof enich ander quade sake, ist datmen laet eer de accessie to comt ende aldus salmen doen in anderen seecheden comende van overvloienthede van blode. Oec salmen laten in een coerts van te voel guedis blodis (demen heet sinocha) voerden IIII dach to te dat de zieke in onmacht vaert, want het mindert alden coerts jof het vermindert so seer de materie dat het niet verwandelt in een verrotten coerts. Ende ist dat hi niet en is ghelaten, dat bloet trecket upwert ter bursten omme de meninghe der herten in de stede ende om dat de stede ydel is, dan vergadert daer so voel dat de zieke verworget. Somwilen scoert een ader in de burst of in de longen ende men en mach dat bloet niet en stremmen to te dat de zieke stervet jof de sterke nature en leide dat bloet uternesen getemperlike ende also wert de zeke dicwilen ghenesen. Ende dicwile fallet dat de zieke stervet bi ongetemperde fluxien der nosen in de verrotte coerts van bloede (de men heet sinochus), dese salmen bloet laten up datmen mach. Ende machmen niet, men sal die coerts bluschen mit vele coudis waters te drinckene en dat en mach anders niet dan dat verlanget die tijt de coertzen ende het duncket Rassis beter doen dan den seken laten sterven. Galieen seit dat bloet laten is een guede medicien in pleuresi, dats een aposteem binnen an die ribben. Oec is guet in allen heten apostemen binnen ende buten, ende in sinquancie van blode ende in crampe van verfultheden, hets guet in allen zeecheden van blode principaliken.

[XXXIIII] Dat XVI kapittel is van bloed te laten: de aard en de kunst.

 

Bloed te laten is een kunstmatig iets, dat is een kunstachtige vermindering van het bloed dat er is in de aderen wat de oude chirurgen plagen te doen en geen differentie (dat is onderscheid) is er tussen de geneesheer en de chirurg, uitgezonderd dat de geneesheren laten dat handwerk van de leden aan de leken of omdat ze met de handen niet willen werken en dat geloof ik het beste. En geen goede geneesheer kan er zijn die dat werk van chirurgie niet weet en geen goede chirurg kan er zijn die van geneeskunde niets weet.

Men hanteert bloed te laten in 3 manieren, dat is om te behouden gezondheid en om te schuwen ziekte en om ziekte mede te verminderen. Om bloed te laten in gezondheid dan let men op de tijd en de wil en de lucht. Maar als het nodig is in ziekte let men op niets anders dan de kracht der zieke, maar is het dat hij te zwak is; men zal hem laten een beetje tegelijk 3 maal of 4 maal dat men een sterke gezonde doet laten in een keer tegelijk. Om gezond te blijven zal men laten diegenen de goed vlees eten en goede wijn drinken en die veel goed bloed  in hebben en in jonge lieden die weinig arbeid doen en de oude lieden die gewoon zijn te laten en in dit behoudt men de gezondheid.

In de andere manier van bloed laat men diegene die gewoonlijk pijnen aan de gewrichten hebben van bloed of van te veel goed bloed en tegen keelontsteking en pijnen binnen aan de ribben of migraine. Deze zal men bloed laten al eer de ziekte ijlings is toegekomen.

In de derde manier van bloed laat men in sterke hoofdpijn zonder koorts en in pijnen van binnen en in elke ziekte die toekomt van teveel bloed. In deze 3 voor vermelde zaken is het nodig bloed te laten. Nochtans was het wel beter voor het lichaam dat de mens zich daarna met genadige arbeid en met getemperd eten en drank ophield en als hij bezig is met onthouding te wachten.

Om de rechte regel te hebben van bloed te laten zal ik hier beschrijven. Zo wie bloed laat, moet weten welke tijd het goed is te laten en de ader waarin men zal laten en dat elke ader in staat moet zijn te laten. Die bloed laat moet een jonge man zijn en hij zal geen kind zijn nog een oud mens want hij moet goed zien en helder om de ader te kennen en te behoeden van zenuwen en van slagaders en hij moet weten de ader te binden en waar de aders de zenuwen en slagaders raken om alle vrees te schuwen. Hij moet hebben vele vlijmen en helder van diverse vorm, sommige langer, sommige korter, sommige breder, sommige nauw, sommige groot en sommige klein om grote wonden of kleine te maken naar dat het te doen is. De vlijm zal hij houden tussen de duim en de eerste vinger en tasten de ader met de middelste vinger en met de 2 vingers zal hij de vlijm er in steken naar dat het behoort bij elke ader.

Kinderen zal men niet laten voor 14 jaar of het deed grote nood, al is het dat ze bijna gewurgd worden van te veel bloed, dat kan men herkennen bij de korte adem en gevuldheid van de ader aan de hals en bij de rode kleur of blauwe van het aangezicht en bij het wezen van het hele lichaam. En eer ge bloed laat zal ge aldus spreken tot vrienden en zeggen:

‘Wie van u gaf raad dat men zou laten want ik zeg het niet, maar ik zeg en geloof wel dat laten goed was opdat hij leven zou. En is het dat het is gelaten en dan sterft, hij sterft niet door het laten; en is het dat hij geneest, hij geneest door het laten en was het zo dat hij mijn kind was, ik zou hem laten, maar neem raad aan u zelf of met een ander; en dus moet men het doen daar iets met vrees is te doen’.

Item, goede oude lieden zal men niet laten nog ook zieke lieden begint men bij de neus en meestal als ze hebben een goede volkomen crises. Nog wijven die kind dragen en meest in de eerste 3 en 3 laatste maanden. Jonge lieden wit en bleek met weinig haar in hun baard en vette lieden met kleine aderen bedekt zal men niet laten nog diegenen die vol zijn van rauwe levenssappen en die weinig goed bloed hebben in het lichaam, want men moet dat bloed in hen behouden gelijk een schat en de kwade levenssappen zal men purgeren met andere medicijnen. Ook zal men niet in het begin van cataracten laten de aderen nog met koppen zetten, maar bloed laten hoort in zaken voor gezegd, want is het dat een mens eet goed vlees en drinkt goede wijn en veel en hij niet doet laten op tijd, in hem zullen groeien vele ziektes van bloed of onvoorziene dood en is het dat hij is redelijk gelaten, hij kan lange tijd gezond zijn. Ook is goed te laten in jicht van bloed, want het vermindert de pijn of enige andere kwade zaak, is het dat men laat eer de aanval komt en aldus zal men doen in andere ziektes die komen van overtolligheid van bloed. Ook zal men laten in een koorts van te veel goed bloed is (die men sinocha noemt) voor de 4de dag totdat de zieke in onmacht valt, want het vermindert de hele koorts of het vermindert zo zeer de materie dat het niet verandert in een verrotte koorts. En is het dat hij niet is gelaten, dat bloed trekt omhoog naar de borst vanwege het mengen van het hart in die plaats en omdat die plaats leeg is en dan verzamelt daar zo veel dat het de zieke wurgt. Soms scheurt een ader in de borst of in de longen en men kan dat bloed niet stremmen totdat de zieke sterft of de sterke natuur leidt dat bloed uit de neus getemperd en alzo wordt de zieke vaak genezen. En vaak gebeurt het dat de zieke sterft bij ongetemperde overvloed der neus in de verrotte koorts van bloed (die men sinochus noemt), deze zal men bloed laten als het kan en kan men niet, men zal die koorts blussen met veel koud water te drinken en dat kan niet anders dan dat het verlengt de tijd der koorts en het lijkt Rasis beter te doen dan de zieke te laten sterven. Galenus zegt dat bloed laten is een goede medicijn in pleuris, dat is een zweer binnen aan de ribben. Ook is het goed in alle hete zweren binnen en buiten, en in sinquancie van bloed en in kramp van vervuldheid, het is goed in alle ziektes van voornaam bloed.

 

 

 

Hijr salic bescriven de aderen des lichaems de men meenlic [fol. 73v] plach to laten. Item, III aderen sijn in elken arm demen latet in vijf steden. Die eerste is de hovet ader ende die laetmen in II steden dat sijn de voude vanden arm ende daer na salmen den arm vaste bijnden sodat de adere riset ende dat salmen wide steken. Want nauwe steken maect dicwijl een aposteem ende men moet niet quetsen die braden der na bi leggende. Ende men latet in die vergaderinge vanden dume ende vanden eersten vingher ende dese adere is guet ghelaten jegen hete seecheden vanden hovede ende vanden halse ende vanden leden wesende van der spreten der kelen upwaert.

De lever ader is de der leit binneden an den arm in die voude ende si legget up een grote arterie jof daer bi ende dat en moetmen niet quetsen ende men laetse daer. Oec laet mense tuschen den clene vingher ende den gout vinger buten up de hant ende is guet ghelaten jegen alle seechede wesende vanden spreet der bursten nederwert ende oec om to comende seecheiden mede te scuwen. § Item, van der lever ader ende van der hovet ader ist ghemaect de hart ader leggende in de voude vanden arme tuschen II zenuwen den welken men en moet niet quetsen alsmen de adere laet. Ende hets guet om alden lichaem te zuveren ende meest jegen seechede van der herten ende van de leden omtrent die bursten achter dat si sijn veroudet, want alsi nye sijn so ist best ghelaten in die lever ader. Item, de hoeft adere laten tuschen den vingere is guet ghelaten jegen alle seecheden des hovedis ende het crancket min dan in de vouden vanden arme ende hets gheen vrese daer in to latene. Item, de adere tuschen den clene vingere comende van der levere laetmen jegen seechede der levere in der rechter hant. Item, in dat voerhovet is een adere gelaten jegen seechede des hovedis van voere ende van achtere ende alsi veroudet sijn oec, als ic dicwijl hebbe [fol. 74r] gheprovet, het minnert frenesie ende hovet zwere als die materie is int hovet. Ende alsmen wil bloet laten dan salmen den hals dwingen ende sniden overlanx de huut.

Oec laetmen somwijl bloet boven an dat hovet ende hets guet jegen oude opene zeren vanden hovede als scorfheden van blode meest alsmen dat hovet dwaet mitten uut lopende blode. Item die adere in den slaep vanden hovede salmen laten jegen oude hovet zweer ende zeecheit vanden ogen. Nochtan had ic een in cure de costumelic hadde ouden hovet zwere van hetten ende ic purgeerde dicwijl mit bloet laten ende het en halp niet ende do sneed ic de arterie an de zwerende side ende ic cauterizeerdet dattet niet weer en souder helen ende so wert hi ewelic ghenesen. Item de aderen achter de oren sijn guet ghelaten jegen puusten vanden hovede ende jegen oude hovet zwere. Item de aderen onder die tonge sijn guet ghelaten jegen sqinancie ende jegen apostemen de der heten amandalen ende branron up datmen eerst laet de hovet adere. Oec sijn si guet laten jegen scerpe reuma vanden ogen ende jucte ende puusten van der nosen ende donckerheit des ziens datter comet van blode. Item die aderen an den syde vanden halse sijn guet laten alsmen vreset te verworgen van to voele bloets ende oec in somme lazars luden. Item, de aderen in de nederste lippen salmen laten jegen hete apostemen in den mont ende hete seecheden des tant vleiskis. Item onder de han is een adere guet laten jegen seechede der modere ende omme te ropen menstrua ende het ydelt zeer alden lichaem. Item onder dat anclau binnen des voets is een adere ende het sophena ende is guet laten jegen seechede der modere ende jegen aposteme der cullen up datmen eerst laet die lever adere an die selve side. Item, buten den voet onder dat anclau is een adere de heetmen sciatica ende [fol. 74v] is guet laten jegen dat voerseit is int capitel der zweringe der juncturen in dat einde daer het spreket van sciatica. Item, alsmen een adere wil laten van blode varinge teen warve achter dat andere alset dickwijl moet sijn dat het noet waer van voele to latene ende men maer dan salmen de wonde te bredere maken dat het niet en helet tote datmen dat lit weder onbijndet ende musslaet de stede mitten vingere ende men doeter weder bloden. Item, als men wil de materie uut trecken in diversen steden mit bloet dan, als dat derden deel vanden blode datmen wil uut laten alst uut is, dan salmen stellen de vingheren up de wonde dat het niet uut en mach ende doen den sieke veriesen ende laten dat bloet lopen ende aldus salmen doen III werve of IIII werve want aldus trecket dat bloet in diverse steden ende de cracht des zieken wert vele te bet behouden. Item, ist dat de zieke pleget quaet lustich to sijn in dat bloet laten, dan salmen hem bloet laten al leggende over sijn rugge. Oec ist guet dat hi eerst ete een morselle gheroestet brode, gheweket in wijn van gharnaten.

Alle de aderen salmen wonden overlanx dat lit jof ten ware also dat de aderen ghevonden waren so smal dattet bloet niet en lepe alsi overlanx waren ghewont, dan soude mense sniden overdwers. Item alsmen wille sniden de adere vanden hovede, dats vanden halse upwert, men sal den hals dwingen tote dat si sijn wel ghetoget tote datter dat bloet uut is ghelopen, also vele alsmen wil hebben. Item alsmen wil laten de aderen vanden arme, dan salmen bi IIII vingheren boven de stede den arme bijnden ende niet so sere dattet beseffen in den arme si verloren. Item alsmen wil bloet laten in den handen ende in den voeten men salse wal moten wermen in wermen watere ende bijnden den arm jof been [fol. 75r] boven de knotzelen ende altoes houden den arm of den voet in wermen watere tote dattet bloet uut lopen is, so vele alsmen wille hebben.

Hier zal ik de aderen van het lichaam beschrijven die men gewoonlijk  plag te laten. Item, 3 aderen zijn er in elke arm die men laat in vijf plaatsen. De eerste is de hoofdader en die laat men in 2 plaatsen en dat zijn de vouwen van de arm en daarna zal men de arm sterk binden zodat de ader omhoog komt en dat zal men wijd steken. Want nauwe steken maken vaak een zweer en men moet niet kwetsen het spiervlees dat er nabij ligt. En men laat in de verzameling van de duim en van de eerste vinger en deze ader is goed gelaten tegen hete ziektes van het hoofd en van de hals en van de leden die zijn in het sleutelbeen van de keel omhoog.

De leverader is die er ligt binnen aan de arm in de vouw en het ligt op een grote slagader of daarbij en dat moet men niet kwetsen en men laat daar. Ook laat men tussen de kleine vinger en de ringvinger buiten op de hand en is goed gelaten tegen alle ziektes die er zijn van de sleutelbeen der borst naar beneden en ook om toekomende ziektes mede te schuwen. Item, van de leverader en van de hoofdader is gemaakt de hartader die ligt in de vouw van de arm tussen 2 zenuwen die men niet moet kwetsen als men de ader laat. En het is goed om het hele lichaam te zuiveren en meest tegen ziektes van het hart en van de leden omtrent de borst nadat ze zijn verouderd, want als ze nieuw zijn dan is het beste gelaten in de leverader. Item, de hoofdader laten tussen de vinger is goed gelaten tegen alle ziektes van het hoofd en het verzwakt minder dan in de vouw van de arm en het is geen vrees daarin te laten. Item, de ader tussen de kleine vinger die van de leverader komt laat men tegen ziektes van de lever en de rechterhand. Item, in dat voorhoofd is een ader gelaten tegen ziektes van het hoofd van voren en van achter en als ze verouderd zijn ook, zoals ik vaak heb beproefd, het vermindert frenesie en hoofdpijn als de materie in het hoofd is. En als men wil bloed laten dan zal men de hals dwingen en snijden in de lengte de huid.

Ook laat men soms bloed boven aan dat hoofd en het is goed tegen oude open zeren van de hoofd zoals schurft van bloed meest als men dat hoofd wast met het uitlopende bloed. Item, de ader in de slaap van het hoofd zal men laten tegen oude hoofdpijn en ziekte van de ogen. Nochtans had ik een in behandeling die gewoonlijk oude hoofdpijn had van hitte en ik purgeerde vaak met bloed laten en het hielp niet en toen sneed ik de slagader aan de pijnlijke zijde en ik cauteriseren het zodat het niet weer zou helen en zo werd hij voor eeuwig genezen. Item, de aderen achter de oren zijn goed gelaten tegen puisten van het hoofd en tegen oude hoofdpijn. Item, de aderen onder de tong zijn goed gelaten tegen keelontsteking en tegen zweren der hete amandelen en branden opdat men eerst laat de hoofdader. Ook zijn ze goed gelaten tegen scherpe reuma van de ogen en jeuk en puisten van de neus en donkerheid van zien dat er komt van bloed. Item, de aderen aan de kant van de hals zijn goed laten als men vreest gewurgd te worden van te veel bloed en ook in sommige melaatse lieden. Item, de aderen in de laagste lippen zal men laten tegen hete zweren in de mond en hete ziektes van het tandvlees. Item, onder de hand (?) is een ader goed laten tegen ziektes van de baarmoeder en om menstruatie op te halen en het leegt zeer het hele lichaam. Item, onder de enkels binnen de voet is een ader en heet sophena en is goed laten tegen ziektes van de baarmoeder en tegen zweren der ballen opdat men eerst laat de leverader aan dezelfde kant. Item, buiten de voet onder de enkel is een aderen die noemt men sciatica en is goed laten tegen dat voor gezegd is in het kapittel der zwering der gewrichten in dat einde daar het spreekt van sciatica. Item, als men een ader wil laten van bloed snel en een maal na de andere zoals het vaak moet zijn dat het nodig is van veel te laten dan zal men de wond breder maken zodat het niet heelt totdat men dat lid weer los maakt en men slaat die plaats met de vinger en men laat het weer bloeden. Item, als men wil de materie uittrekken in diverse plaatsen met bloed dan, als dat derdedeel van het bloed dat men wil uitlaten als het er uit is, dan zal men stellen de vingers op de wond zodat het er niet uit kan en laat de ziekte opstaan en laat dat bloed lopen en aldus zal men doen 3 maal of 4 maal want aldus trekt dat bloed in diverse plaatsen en de kracht van de zieke wordt veel beter behouden. Item, is het dat de zieke plag er niet tegen te kunnen in dat bloed laten, dan zal men hem bloed laten al liggende op zijn rug. Ook is het goed dat hij eerst eet een stuk geroosterd brood, geweekt in granaten wijn.

Al de aderen zal men verwonden in de lengte van dat lid of tenzij alzo dat de aderen zo smal gevonden waren zodat het bloed niet loopt als het in de lengte was gewond, dan zou men ze dwars snijden. Item, als men de ader van het hoofd wil snijden, dat is van de hals omhoog, men zal den hals dwingen totdat ze goed zichtbaar zijn totdat er bloed uitloopt, alzo veel als men wil hebben. Item, als men wil laten de ader van de arm, dan zal men bij 4 vingers boven de plaats de arm binden en niet zo zeer dat het gevoel in de arm is verloren. Item, als men wil bloed laten in de handen en in de voeten, men zal ze goed moeten warmen in warm water en binden de arm of been boven de knokkels en altijd houden de arm of de voet in warm water totdat het bloed uitgelopen is, zo veel als men wil hebben.

 

 

 

 

[XXXV] Dat XVIJ capittel is van ventosen en lieken

 

Ventosen bussen stelletmen somwijl mit sniden, somwijl sonder sniden. Item somwijl sonder sniden stellet mense in zweringe des bukes comende van ventositeit. Ende medicien den ventositeit verterende is aller best. Men stellet se up de wege der stenen dalende vander nieren en luttel onder de stede der zweringe, dat si den steen nederwert trecken. Ende te meer dat de steen daelt, temeer salmen die busse versetten tote dat die steen comt ter blasen. Men stelletse onder de mammen om te stremmen dat bloet vander nosen ende vander moder. Men stelletse up den buuc om de moder weder to brengen in hare stede. Also ist dat de moder is ghesonken an die luchter side, men salse stellen an de rechter side; ende ist an de rechter men stelletse an de luchter side. Ist dat si zeer is ghedaelt onder den navel, dan salmen se boven den navel setten; ende trect si totter herten, men stellet se luttic onder den navel. Men stellet se uptore om uut to trecken datter in ist ist steen jof graen of anders yeet. Men stellet se up den aers om spenen uut to halen. Ende men stelletse in allen steden daer men zeer wil hebben treckende. Oec sijn si guet gestellet up verwodes hondis beten ende up beten van feninigen beesten.

Ventosen mit sniden stellet men in saken daer men niet en mach bloet laten ende omme cranchede ende om outhede als in kijnderen, den welken men mach scerpen achter IIII jaren, mer niet laten ter adere. Ende meest alsmen wil purgeren dat bloet [fol. 75v] wesende tuschen de huut, ghelijc datmen scerpet achter in den halse om swaerheit des halsis ende der ogen; achter up den hoke vanden hovede jegen scorfheit ende puusten ende zeerheit des hovedis, ondert kin omme plecken des aensichtis ende seerheit des mondis ende der lippen ende des tant sweers. Ventosen gestellet onder dat kin brengen som wile soe vele roethede in dat aensicht dat men nymmermeer can verdriven; daer men stellet se der noet sonder voersenicheit. tuschen den scuderen ist guet jegen bevinge der herten comende van te vele blodis. Up die aersbellen sijn si guet jegen zweringe der lenden. In die hamme sijn si guet jegen seecheit der nieren, der moder, der cullen. Het ydelt seer den lichaem ende daer om crancket sere.

Lieken trecken vele meer bloets dan ventosen ende men stellet se in de steden daer men ventosen stellet. Ende somme lieken sijn quaet ende die hantiert men niet ende die ander sijn guet. Dus machmense kennen: de quade sijn swert ende hebben ene ghemengede verwe van diversen verwen mit groten hoveden ende wonen in vervulden water ende si hebben vele scumis up haer verwe. Die guede leken hebben den huut roet ende den rugge bleecachtich gemenget mit gronen stripen ende hebben clene hovede ende si sijn clene lijc een stert van enen muus ende si wonen in guede water der vole pudden sijn. Ende men sal se doen vasten eer mense an stellet. Dan sullen si eten bloet van enen lamme ende daer na sal mense dwaen mit claren watere. Ende alsmen se an wil setten, dan sal men de stede vaste wriven so dattet roed werde ende daer up setten ene ventose busse om dat bloet to trecken. Ende dan salmen de stede smeren mit blode ende dan salmen an setten die lieken. Ende als mense af [fol. 76r] wil hebben, so salmen blasen in die stede baurat° of asche maket van pampijr jof spongie jof van clederen. Ende als si of sijn, dan salmen an sette ventosen bussen om uut te trecken dat overvloiende bloet. Ende die leken aldus gheset sijn guet jegen alle corrupcien (dats brekinge) ende alle seechede comende van vervuulende blode.

[XXXV] Dat XVIJ kapittel is van koppen zetten en bloedzuigers.

 

Koppen bussen stelt men soms met snijden, soms zonder snijden. Item, soms zonder snijden stelt de mens in pijnen van de buik die komen van winderigheid en medicijn die de winderigheid verteert is allerbeste. Men stelt het op de weg der stenen die dalen van de nieren en wat onder de plaats der pijn dat ze de steen naar beneden trekken en hoe meer dat de steen daalt, hoe meer zal men die bus verzetten totdat de steen komt bij de blaas. Men stelt ze onder de borsten om het bloed te stremmen van de neus en van de baarmoeder. Men stelt ze op de buik om de baarmoeder weer op haar plaats te brengen. Als de baarmoeder is gedaald aan de linkerkant, men zal ze stellen aan de rechterkant; en is het aan de rechter men stelt ze aan de linkerkant. Is het dat ze zeer is gedaald onder de navel, dan zal men ze boven de navel zetten; en trekt ze tot het hart, men stelt ze wat onder de navel. Men stelt ze op de oor om er uit te trekken dat er in is, is het steen of graan of iets anders. Men stelt ze op de aars om aambeien uit te halen en men stelt ze in alle plaatsen daar men pijn wil hebben uittrekken. Ook zijn ze goed gesteld op dolle hondenbeten en op beten van giftige beesten.

Koppen zetten met snijden stelt men in zaken daar men niet bloed kan laten en vanwege zwakte en vanwege ouderdom zoals in kinderen, die kan men scherven na 4 jaren, maar niet de ader laten en meest als men wil purgeren dat bloed dat er is tussen de huid, gelijk dat men scherft achter in de hals vanwege de zwaarheid van de hals en de ogen; achter op de hoek van het hoofd tegen schurft en puisten en pijn van het hoofd, onder de kin om plekken van het aangezicht en pijn van de mond en de lippen en de tandpijn. Koppen zetten gesteld onder de kin brengt soms zo veel roodheid in dat aangezicht dat men het nimmermeer kan verdrijven; daarom stelt men ze vanwege die nood zonder voorzienigheid. Tussen de schouder is het goed tegen beving van het hart die van te veel bloed komt. Op de aars zijn ze goed tegen pijnen van de lenden. In de hammen zijn ze goed tegen ziekte der nieren, de baarmoeder, de ballen. Het leegt zeer het lichaam en daarom verzwakt het zeer.

Bloedzuigers trekken vele meer bloed dan koppen zetten en men stelt ze in de plaatsen daar men koppen zetten stelt en sommige bloedzuigers zijn kwaad en die hanteert men niet en die andere zijn goed. Aldus kan men ze kennen: de kwade zijn zwart en hebben een gemengde kleur van diverse kleuren met grote hoofden en wonen in vervuild water en ze hebben veel schuim op hun kleur. De goede bloedzuigers hebben de huid rood en de rug bleekachtig gemengd met groene strepen en hebben een klein hoofd en ze zijn klein gelijk een staart van een muis en ze wonen in goed water daar veel padden zijn. En men zal ze laten vasten eer men ze er aan stelt. Dan zullen ze eten bloed van een lam en daarna zal men ze wassen met helder water. En als men ze aan wil zetten, dan zal men de plaats goed wrijven zodat het rood wordt en daarop zetten een koppen bus om dat bloed te trekken. En dan zal men de plaats smeren met bloed en dan zal men er aan zetten die bloedzuigers. En als men ze er af  wil hebben, zo zal men blazen in die plaats boraat (mineraal) of as gemaakt van papier of spons of van klederen. En als ze er af zijn dan zal men er aan koppen bussen zetten om dat overtollige bloed er uit te trekken. En die bloedzuigers aldus gezet zijn goed tegen alle vervuiling (dat is breking) en alle ziektes die komen van vervuild bloed.

 

 

 

[XXXVI] Dat XVIII capittel is van cauterien

 

Cauterien sijn alle manere van brande maect in den lichaem mit een bernende yser jof mit goude jof mit enige metale jof mit heten olien jof mit corrosiven medicien alse cantariden°, cluuf loec, scoertzen van viticella,° capsia°, opium risus, pes nulin, aterment°, levendich calc, realgar° ende vele andere als het wert seit in den Antidotarie. Avicenna seit dat cauterien maect mit bernende wapen is so hulpelic to bewachten dat de materie niet en bredet over dat lit ende om tlit te conforteren ende te sterken ende om te verscheiden die vervulde materie in dat lit ende om dat bloet te stremmen. Ende omme dat surginen ende anderen niet en weten waer noch wilc tijt noch ho dat men soude cauterizeren in een onzuver lichame ende daer om isset al uut usagien (dats gewoenten). Alse waer bi somme cauterizeerden in een onzuver lichaem ful van vervulder humoren ende het en beterde niet, mer het apostumeerde ende somwilen was daer een cancker om de overvloienthede de vervulde humoren, alse waer bi si en dorstent niet meer doen, nochtan dattet wal hadde gehulpen up dat sijt hadden ghedaen. Ander luden deden corrosiven medicinen alse cantaridem in heten lichaem ende droge alse waer bi si seiden dattet niet guet en was.

Cauterien mit bernende wapen verteert meer dan [fol. 76v] enich medicien up datment doet in een daert de materi mach verwinnen, alsmen seit van viere dattet vele dingen verteert deet verwinnen mach. Mer ist dat men een luttel viers doet in voele groens houtis, het sal een fuchticheit trecken uut den houte daer mede dattet sal hem selven versmoren ende als men seit dat de sonne in de somer min deert dan in de winter ende hets waer want wat dattet onbijndet in den somer fulcomeliken, het verdroget ende daer om ist wal guet in ydropsi. In den winter onbijndet ende het mach die materi niet verteren ende dan blivet beroringe in den lichaem ende maket coertzen ende zeecheiden van bistopthede ende apostemen ende reumen ende vele andere seecheden.

Avicenna seit dat de cauterie mit wapen is guet te comforteren een lit wes complexi dat men wil beteren ende al waert so dat de complexi is een quade wesen bi een quade materie heet ende droge, nochtan bi de minderinge der materie wert de complexi verbetert. Ende dese cure is bi contrarien saken lijc dat men mit scamoney° gheneset tercionan al purgerende coleram, niet om dat scamoney° is couder, mer dat het properlic purgeert coleram die terciaen maect ende mit turbith° maect men een coerts van fleuma, niet om dat turbith° cout is, mer dattet properlic purgeert fleuma. Mer ist dat een complexi jof materi heet ende droge verswaerde een lit of een lichaem, soe en waer een cauteri niet guet, mer in materien coel ende versk ist een proper medicien up datter is niet so voel dattet versmoert de cracht der cauterien. Een cauteri van vuer is guet om dattet varinge ende staphants werket ende verteert een materie, mer bernende medicinen als cantariden° vercrancket den lichaem wel zeer ende werket [fol. 77r] lange. Dat vuer en maket gheen zweringe sonder alsmen bernet jof een luttel langer ende het quetset anders niet dan dat lit ja de proper stede des brants, mer bernende medicinen quetsen de seke leden ende ander lede verre al omtrent leggende om dattet langere werket. Ende soet langere werket so de zeerste langere waert ende daer om ist niet guet in materien heet ende droge, want al waert so dattet de materie soude verteren om sine lange gewerke, het soude vermeren de materi coel ende versk wesende in een sterken lichaem dan waer de bernende medicien guet om den lichaem te drogene. Vele luden misdoen om dat si ene cauterie open dragen bi een jaer of meer. Want het is niet guet lang open gedragen dan al soe lange als de cracht vanden vuere gewaert ende dats II maenden of III ten meesten, mer dat ment langer open hout dan die termine voerseit dan wert daer een zweringhe ende dan vloien also voele gueden humoren derwert alse quade ende al so vercrancket dat lit. Ende gheen cauterie salmen maken in een lichaem dat ful is van guede humoren of van quaden. Nochtan in een lichaem vuel van gueden humoren behoert ymmer niet, want de verfulthede is dicwijl van blode ende dat cureertmen allene mit bloet laten. Ist dat een lichaem is ghepijnt mit ener quader couder complexien van langen tiden de niet en is cureert bi medicinen, dan salmen cauterizeren mit een heet yser in de fonteyne onder den vuyen ist dat het is een lit allene in de fonteyne naest onder dat lit. Ist dat de quade wesen der lichamen jof dat lit is mit eenre materien eerst salmen purgeren mit medicien laxatijf ende en machment niet fulcomelic doen dan salment cauterizeren, [fol. 77v] niet mit bernende medicinen sonder in een sterken lichaem ende in een materi coel ende versk, nochtan ist betere mit vuere. Mer in een coude versche complexie allene sonder materie ende in een complexie heet ende droge mit materie salmen altoes bernen mit enen ysere ende niet open houden boven III maanden. Ende ist dat de lichaem binnen desen tijt niet wel is gesuvert dan salmen die stede wel cauterizeren jof in een ander stede lijc als int ander been ende dan salt helpen ende bewachten dat de materie niet en mach breden. Ende ist dat ghi beginnen alse met ten wolf of mit ander opene onghemaken ende ghi vrodelic connen maken de cauterie tuschen dat verfuulde ende gesonde, het en soude de corrupcie niet langere ende vordere laten breden, want in allen corrupcien en is gheen beter medicien dan cauterien mit vuere.

[XXXVI] Dat XVIII kapittel is van cauterien.

 

Cauterien zijn alle soorten van branden die men maakt in het lichaam met een brandend ijzer of met goud of met enig metaal of met hete oliĎn of met bijtende medicijnen zoals Canthariden (Spaanse vlieg), knoflook, schors van Clematis viticella, cassia, (? in ieder geval geen Capsicum) blaartrekkende boterbloem, pes nulin, zwartsel, ongebluste kalk, rattenkruid (zwavelarsenicum) en vele anderen zoals het wordt gezegd in de Antidotaria. Avicenna zegt dat cauterien gemaakt met brandende wapens zo behulpzaam is om te behoeden dat de materie niet verspreidt over dat lid en om het lid te versterken en om te scheiden die vervuilde materie in dat lid en om dat bloed te stremmen. En omdat chirurgen en anderen niet weten hoe en op welke tijd dat men zou cauteriseren in een onzuiver lichaam en daarom is het geheel buiten gebruik (dat is gewoonte). Als waarbij sommigen cauteriseren in een onzuiver lichaam vol van vervuilde levenssappen en het verbeterde niet, maar het zweert en soms was daar een kanker bij vanwege de overtolligheid van de vervuilde levenssappen, als waarbij ze het niet meer durfden te doen, nochtans dat het wel had geholpen als ze het hadden gedaan. Andere lieden deden bijtende medicijnen zoals Canthariden (Spaanse vlieg) in hete lichamen en droge als waarbij ze zeiden dat het niet goed was.

Cauterien met brandende wapens verteren meer dan  enig medicijn opdat men het doet in een daar het de materie mag overwinnen, zoals men zegt van vuur dat het vele dingen verteert die het overwinnen mag. Maar is het dat men een beetje vuur doet in veel groen hout, het zal een vochtigheid uit het hout trekken en daarmee zal het zichzelf versmoren en als men zegt dat de zon in de zomer minder deert dan in de winter en het is waar want wat het lost in de zomer volkomen op, het verdroogt en daarom is het wel goed in hydropsie (waterzucht). In de winter lost het op en het kan de materie niet verteren en dan blijft er beroering in het lichaam en maakt koortsen en ziektes van verstoppingen en zweren en reuma en vele andere ziektes.

Avicenna zegt dat de cauterie met wapen is goed een lid te versterken welke samengesteldheid dat men wil verbeteren en al was het zo dat de samengesteldheid een kwaad wezen is bij een kwade materie heet en droog, nochtans met de vermindering der materie wordt de samengesteldheid verbetert. En deze behandeling is bij tegengestelde zaken gelijk dat men met scammonia geneest de derdedaagse koorts al purgerende gal, niet omdat scammonia is kouder, maar dat het beter gal purgeert die de derdedaagse maakt en met turbith (Operculina turpethum) maakt men een koorts van flegma, niet omdat turbith koud is, maar omdat het beter purgeert flegma. Maar is het dat een samengesteldheid of materie heet en droog een lid of lichaam verzwaarde, dan is een cauterie niet goed, maar in materie koel en vochtig is het een goede medicijn opdat er is niet zo veel dat het versmoort de kracht der cauterie. Een cauterie van vuur is goed omdat het snel en gelijk werkt en verteert een materie, maar brandende medicijnen zoals Canthariden (Spaanse vlieg) verzwakt het lichaam wel zeer en werkt lang. Dat vuur maakt geen pijn uitgezonderd als men brandt of wat langer en het kwetst niet anders dan dat lid, ja de goede plaats van de brand, maar brandende medicijnen kwetsen de zieke leden en andere verre ledenen  die er al omtrent liggen omdat het langer werkt. En zo het langer werkt zo de pijn langer duurt en daarom is het niet goed in materiĎn heet en droog, want al was het zo dat het de materie zou verteren vanwege zijn lange werking, het zou vermeerderen de materie die koel en vochtig is in een sterk lichaam dan waar de brandende medicijnen goed zijn om het lichaam te drogen. Vele lieden misdoen omdat ze een cauterie open dragen een jaar of meer. Want het is niet goed lang open gedragen dan alzo lang als de kracht van het vuur duurt en dat is 2 maanden of 3 ten hoogste, maar dat men het langer open houdt dan de termijn voor gezegd dan wordt daar een zweer en dan vloeien alzo vele goede levenssappen daarheen als kwade en verzwakken dat lid. En geen cauterie zal men maken in een lichaam dat vol is van goede levenssappen of van kwade. Nochtans in een lichaam vol van goede levenssappen behoort het immer niet, want de volheid is vaak van bloed en dat behandelt men alleen met bloed laten. Is het dat een lichaam is gepijnigd met een kwade koude samengesteldheid van lange tijden die niet is behandeld met medicijnen, dan zal men cauteriseren met een heet ijzer in de bron onder de verrotting en is het dat het is een lid alleen in de bron naast onder dat lid. En is het dat het kwade wezen der lichamen of dat lid is met een materie, eerst zal men purgeren met laxerende medicijnen en kan men het niet volkomen doen dan zal men het cauteriseren,  niet met brandende medicijnen, uitgezonderd in een sterk lichaam en in een materie koel en vochtig, nochtans is het beter met vuur. Maar in een koude vochtige samengesteldheid alleen zonder materie en in een samengesteldheid heet en droog met materie zal men altijd branden met een ijzeren en niet langer open houden boven 3 maanden. En is het dat het lichaam binnen deze tijd niet goed gezuiverd is dan zal men die plaats wel cauteriseren of in een ander plaats gelijk als in het andere been en dan zal het helpen en behoeden dat de materie niet kan verspreiden. En is het dat ge begint als met tegen wolf (kankerachtige zweer) of met andere open ongemakken en ge goed kan maken de cauterie tussen dat vervuilde en gezonde, het zou de vervuiling niet langer en verder laten verspreiden, want in alle vervuiling is geen beter medicijn dan cauterien met vuur.

 

 

Dit oerkunt Rasis: het stremmet fluxie van blode want ist dattet bloet loept van een grote adere of arterie jof andere ende stremmende medicinen niet en helpen dan salmense cauterizeren ende daer to bihoren diverse instrumenten ende dan salmen wachten datmen niet en quetset de wonde int vleisk ende daer mede sal dat bloet stremmen. Wel is to weten dat men maect vele cauterien in diversen steden mit diversen instrumenten de der sijn van diverse manere to werken. Als ist also dat Albucasis bescrivet vele maneren van cauterien, nochtan sal ic alle schepnisse van cauterien brengen in X scepnissen de hijr na staen bescreven ende formeert. Dat eerst instrument is meest in hanteringe ende dats een wapen dat men steket in een gat dats in een ander plate coudis ysers ende dat coud yser is so maect dattet heet niet ferder mach doer gaen dan die meister wil ende dat yser dat warm is is aldus ghemaect , dat plate coud ysers is [fol. 78r] dus ghemaect . Dat heet yser salmen so wermen tote dat het wit is ende dattet spreect ende dat salmen duwen in dat gat vanden breden ysere upt lit ende het zal maken een bladere ende dat wert dan een open zeer ende dan salmen daer up leggen enich smout of botere of smeer stampet mit coelblade tote dat de curtste of vallet dat dat heet yser maect heft ende leggen dan der in van lijnwade smeret mit smout jof oli ende daer up salmen leggen een coel blat ende een braem blat of een wijngaerdis blat of ysoe° climmende an bomen.

Dat ander is maect te cauterizeren ten beiden enden na datmen den brant groet wil hebben of clene ende hets guet alsmen cauterizeren in de huut allene of in een zenuwich lit ende hets dus maket .

Dat derde cauterie is mit een nauwe punte ende hets guet alsmen wil maken een nauwe cauterie ende is maect aldus .

Die IIII cauterie is wel scherpe ende hets guet in kijnderen ende is dus ghemaect .

De vijfte cauterie is wel scerp oec maket ende lijc enen mes ende is guet alsmen wil maken enen langen brant als overdwers dat hovet ende alsmen wil maken een ront lanc zeer ende is dus ghemaect .

Die seste cauterie is ghemaect om te bernen diepe fistelen wesende in dat hoec vanden oge ende quaet vleisk wesende in de nose. Dat clene yser salmen verwermen ende stekent doer een coude pipe ende is aldus ghemaect . Dat clene rode ende datter doer gaet salmen barnen ende de coude pipe sal de ander stede verwachten van quetsene .

Die sevende cauterie is ghelijc een dadelsteen ende hets maect lijc een grote fistele tafele na der scepnisse der juncturen van der hancken ende het hevet VI endekinen [fol. 78v] aldus  ende men cauterizeert der mede up de hancken doer een coud plaet yser der to ghemaket dus  ende men maect der meden ses brande to enen reise up de hancken II boven, II an de side ende een up die juncture ende een benneden of dus maect men de plaet .

De achtende cauterie is drehokich ende men mach der mede III branden tenen gadere ende hets oec guet in die hancken ende is dus maect .

De negende cauterie heet achter de naelde om datment somwijl doet mit een naelde ende men cauterizeert daer mede de wijnbrauwen der haer is uut ghevallen ende hets cleen lijc een naelde ende is dus ghemaect .

De teende cauterie is lijc een tonge van enen vogele, men cauterizeert der mede overvloienthede vanden oge leden ende is dus ghemaket .

Der is oec de elfte cauterie ende is om een zeel doer to trecken ende men doetet mit doer gatende tange in welken gaten mach doer gliden een scerpe wapene hebbende een oge lijc eenre naelden. Metten couden voerseiden tangen bevaetmen de huut ende dwinghet ende doer de gate van der tange stect men een heet yser ende dan barnet die huut ende dan steket men doer dat gat een coerde gemaect van wollen draden ende salvet mit smoute ende men knoeptet an beide enden ende latet also to dat men over ende weder over wille trecken.

Dits een ghemeen cauterie ende is guet up de mont vander magen uptie levere, up die milte ende in die bursen der cullen, in ouden hovet zweer alsmen mit ghenen medicinen binnen ende buten en mach verdriven die zweringhe ende in epilempsien ende in peralesien, ende in allen zenuwigen steden ende zeechede comende bi misquame vanden hovede ende mondis zeecheden [fol. 79r] ende roetheit der ogen ende in ouden zeecheden jof zeerhede der oren of nose gaten, in ouden hoeste ende in fluxien der lichame comende van eenre reuma dalende vanden hovede. Ist dat medicinen van binnen ende van buten niet en mogen helpen, so salmen bernen mit eenre cauterien lijc een mes in de put voren ant hovet ende dat salmen aldus meten: men sal de wortelen der palmen stellen ant op ende der nosen ende daer dat ende van dat meesten vinger eindet daer salmen dat hovet scheren ende dan verwarmen die voerseide cauterie tote dat si wit is ende sprect. Ende men sal duwen overdwers dat hovet ende oec niet so lange, noch so zere datter de hersene bi mach onsteken ende dus salment bernen tote dat dat been is ondect ende niet langer dan men de hersen niet en quetst. Ende achter elke brant salmen daer up leggen smeer ghestampt mit coelblade tote dat de kurste is uut ghevallen ende dat been al ondect is want dan sal dat been stalien ende die materie onder dat hersenbecken sal uut verademen bider cracht vanden vuere ende dan salmen dat gat open houden, alst voerseit is. Ende ist dattet niet en holpet eer de cracht vanden vuer uut is, dan salment weder ondoen.

Dit verkondigt Rasis: het stremt overvloed van bloed want is het dat het bloed loopt van een grote ader of slagader of andere en stremmende medicijnen niet helpen dan zal men ze cauteriseren en daartoe behoren diverse instrumenten en dan zal men uitkijken dat men niet de wond in het vlees kwets en daarmee zal dat bloed stremmen. Wel is te weten dat men maakt vele cauterien in diverse plaatsen met diverse instrumenten die er zijn van diverse soorten werken. Als is het alzo dat Albucasis vele manieren beschrijft van cauterien, nochtans zal ik alle vormen van cauterien in 10 vormen brengen die hierna staan beschreven en gevormd. Dat eerst instrument is het meest in gebruik en dat is een wapen dat men steekt in een gat dat is in een andere plaat koud ijzer en dat koude ijzer is zo gemaakt dat de hitte niet verder mag doorgaan dan de meester wil en dat ijzer dat warm is is aldus gemaakt, de plaat koud ijzer is aldus gemaakt.

 

 

Dat hete ijzer zal men zo warmen totdat het wit is en dat het spreekt en dat zal men duwen in dat gat van het brede ijzer op het lid en het zal maken een blaar en dat wordt dan een open zeer en dan zal men daarop leggen enig vet of boter of vet gestampt met koolbladeren totdat de korst eraf valt dat het hete ijzer gemaakt heeft en leg dan daarin van linnen besmeert met vet of olie en daarop zal men leggen een koolblad en een braamblad f een wijngaard blad of klimop die in de bomen klimt.

De andere is gemaakt te cauteriseren tussen beiden einden nadat men de brand groot wil hebben of klein en het is goed als men cauteriseren wil in de huid alleen of in een lid met zenuwen en het is aldus gemaakt.

 

 

Dat derde cauterie is met een nauwe punt en het is goed als men wil maken een nauwe cauterie en is gemaakt aldus.

 

 

Die 4de cauterie is goed scherp en het is goed in kinderen en is aldus gemaakt.

De vijfde cauterie is ook goed scherp en gemaakt gelijk een mes en is goed als men wil maken een lange brand als overdwars dat hoofd en als men wil maken een ronde lange zeer en is aldus gemaakt.

 

De zesde cauterie is gemaakt om te branden diepe fistels die in de hoek van het oog zijn en slecht vlees in de neus. Dat kleine ijzer zal men verwarmen en steken het door een koude pijp en is aldus gemaakt. Dat kleine rode en dat er door gaat zal men branden en de koude pijp zal de andere plaats behoeden van kwetsen.

 

 

De zevende cauterie is gelijk een dadelsteen en het is gemaakt gelijk een grote fistel tafel naar de vorm van de gewrichten van de heup en het heeft 6 hoeken aldus en men cauteriseert daarmee op de heupen door een koud ijzeren plaats daartoe gemaakt aldus en men maakt daarmee zes branden in een keer op de heupen, 2 boven, 2 aan de zijde en een op de gewrichten en een beneden en aldus maakt men de plaat.

 

 

 

 

De achtste cauterie is driekantig en men maakt daarmee 3 branden in een keer en het is ook goed in de heupen en is aldus gemaakt.

 

De negende cauterie heet achter de naald omdat men het soms doet met een naald en men cauteriseert daarmee de wenkbrauwen daar haar is uitgevallen en het is klein gelijk een naald en is aldus gemaakt.

 

De tiende cauterie is gelijk een tong van een vogel, men cauteriseert daarmee overtolligheid van de oogleden en is aldus gemaakt.

 

Er is ook een elfde cauterie en is om een zeel (riem) door te trekken en men doet het met een tang met gaten en in die gaten kan doorglijden een scherp wapen die een oog heeft gelijk een naald. Met  de koude voor vermelde tang pakt men de huid en dwingt het en door het gat van de tang steekt men een heet ijzer en dan brandt het de huid en dan steekt men door dat gat een koord gemaakt van wollen draden en zalf het met vet en men knoopt het aan beide einden en laat het alzo totdat men het heen en weer wil trekken.

Dit is een gewone cauterie en is goed op de mond van de maag, op de lever, op de milt en in de beurs der ballen, in oude hoofdpijn als men het met geen medicijnen binnen en buiten kan verdrijven de pijn in epilepsie en in paralysias en in alle plaatsen met zenuwen die komen van misval van het hoofd en mond ziektes en roodheid van de ogen en in oude ziektes of zeren der oren of neusgaten, in oude hoest en in overvloed van het lichaam die komt van een reuma die daalt van het hoofd. Is het dat medicijnen van binnen en van buiten niet mogen helpen, dan zal men branden met een cauterien gelijk een mes in de put voor aan het hoofd en dat zal men aldus meten: men zal de wortels der palm stellen aan de neus en daar dat einde van de grootste vinger eindigt daar zal men dat hoofd scheren en dan verwarmen die voor vermelde cauterie totdat het wit is en spreekt. En men zal duwen dwars dat hoofd en ook niet zo lang, noch zo zeer dat de hersens er bij ontsteken en aldus zal men het branden totdat het been is geopend en niet langer dat men de hersens niet kwetst. En na elke brand zal men daarop leggen vet gestampt met koolblad totdat de korst is uitgevallen en dat been geheel open is want dan zal dat been verstevigen en de materie onder de schedel zal uitademen vanwege de kracht van het vuur en dan zal men dat gat open houden, zoals het voor gezegd is. En is het dat het niet helpt eer de kracht van het vuur uit is, dan zal men het weer openen.

 

 

 

Aldus ghenas ic een wijf die VII jaer hadde wesen sonder stemme, ende purgacie ende salvinge mochten haer niet helpen noch oec gheen medicien dan cauterie ende eer dat ict liet luken, hadde si de stemme claer ende si verloes de stemme van enen ouden reuma dalende vanden hovede. Oec heb ic daermede ghenesen vole zeken van ouden hoesten ende van lange fluxie des lichaems comende van eenre reuma. Oec ist guet in de voerseide seecheden verout up dat het hovet wel ful is dat men maect [fol. 79v] ronde cauterie up beiden hoeken des hovedis. Een cauterie maect ondepe in de huut in de put des halsis onder dat hovet ende daer een coerde doer ghesteken is guet jegen zeecheden der ogen ende epilempsie ende andere zeecheden des hovedes voerseit, al ist so dat si dat hovet niet so ydelen als die eerste cauterie. In den hals tuschen elken spondile ondiepe in de huut is guet jegen den crampe comende van verfulthede ende hets guet als een ghewont is in de zenuwen jof int hovet. Want daer mede wert de materie verkeret de de zenuwen souden vercrancken ende doen spasmeren. Item, onder de oren ende achter de oren maectmen ronde cauterien jegen zeer ogen ende tantzwere. Overvloiende vleisk in den ogen sal men cauterizeren mit scerpe cauterie lijc de tonge van een vogel jof lijc eenre naelde in de ogeleden daer dat haer uut fallet ende men moet wachten dat men niet en ghenaket die substancie der ogenleden. Overvloiende vleisk in der nosen salmen bernen mit een punte cauterie tote dat het al wech is. Ende als dat overvloiende vleisk verre upwart is in der nosen blivende, dan salment bernen mitter cauterien bihorende ter fistelen. Item, men maect een ronde cauterie onder dat kin ondepe om plecken in dat aensichte ende puusten ende zeecheden in den mont, in tant fleisk ende in den tanden. Item, men maect in elken arm V cauterien: een buten up den upperste erm onder de grote muus mit eenre cauterien tenen coerde ende hets guet jegen seecheden achter in de hersen alse litergie ende jegen stijfhede in den hals, want het zuvert de zenuwen vanden halse. Ende de ander cauterie maect men binnen in de put onder de grote muus tenen cnoep ende hets guet jegen seecheden voren in de hersene alse swindelinge int hovet ende water dalende in [fol. 80r] die ogen. Men maket ondiepe cauterien tuschen de vingeren in arthetike der handen. Item, men maect ronde ondiepe cauterie in den burst jegen gigen ende somwile doersteecket men een coerde boven alle de beenren der bursten bi der wortelen van der spreet der kaken. Item, de bursten tuschen die ribben maket men lange cauterien jegen etter te spuwen. Item, men maect scerpe cauterie inden rugge jegen bulgen ende zweringen. Item, men maect ronde cauterie up der mont vanden magen jegen cranchede der magen ende onder de navele ende up die levere ende up die milte jegen seecheit der leveren ende der milten ende jegen dat water ende dese cauterie sijn best ghemaket mit eenre coerde doer to steken. Item, men maect II cauterien in beide hancken omme haer zweringe. Men maect II ronde cauterien ondepe onder die II hamen omme der zweringe der knie der cullen ende der modere. Item, men maect II ronde cauterien in beiden putten onder die kneen jegen alle misquamen van alden lichaem, want het ydelt so sere dat ic hebbe gheseen somme de ful humoren waren ende werden daer cauterizeert sonder purgacien ende om die overvloienthede der humoren, dan begonsten de benen te zwellen so dat de bernende stede wert vervult ende der wert een cancker de daer na quaet was te cureren. Item, onder die anclauwe ende boven de helen maectmen een cauterie omme die zeecheden der genererende leden in den wiven ende in mannen ende tuschen elken tee jegen artetike. Item, datmen purgeert een lichaem ende het niet en helpet ende der na wert cauterizeert ende oec niet en helpet, daer omme en salmen oec niet twivelen, mer men sallen achter waren mit gueder rumer achter waringe, al soudemen die zeecte meren ende als die lichaem is comforteert ende sterct [fol. 80v]

dan salment purgeren ende daer na cauterizeert ende achterwaert hem mit gueder spisen makende guede humoren, ende aldus werkende soudemen alle zeechede cureren. Mer het sijn vele meisters de in ene zeechede gheven een medicijn ende alsi meer gheven ende niet en helpet, so latent si alle staen. Ende ist dat si meer gheven se laten gheen spacie der tuschen mer si gheven onpaerliken tote dat si den zieken verderven. Item, men cauterizeert vervuult vleisk to te dat het is al gemindert. Oec machment minren mit oli van terwen ende altoes wachtet wel dat het niet en genaket de ghesonden steden. Ende het is betere aldus to minren vervuult vleisk mit bernende medicien, dan sal men doen alsoet seit wert in dat Antidotarie van desen boeck.

Aldus genas ik een wijf die 7 jaar zonder stem was geweest en purgatie en zalven mochten haar niet helpen, noch ook geen medicijn dan cauterie en eer dat ik het liet sluiten had ze de stem helder en ze verloor de stem van een oude reuma die daalde van het hoofd. Ook heb ik daarmee genezen vele zieken van oude hoest en van lange overvloed van het lichaam die van een reuma kwam. Ook is het goed in de voor vermelde verouderde ziektes op dat het hoofd goed vol is dat men maakt ronde cauterie op beiden hoeken van het hoofd. Een cauterie maakt ondiepte in de huid in de put van de hals onder dat hoofd en daar een koord door gestoken is goed tegen ziektes van de ogen en epilepsie en andere ziektes van het hoofd, voor gezegd, al is het zo dat ze dat hoofd niet zo leeg maken zoals de eerste cauterie. In de hals tussen elke wervel ondiepte in de huid is het goed tegen de kramp die komt van volheid en het is goed als een gewond is in de zenuwen of in het hoofd. Want daarmee wordt de materie veranderd die de zenuwen zouden verzwakken en spasme geven. Item, onder de oren en achter de oren maakt men ronde cauterien tegen zere ogen en tandpijn. Overtollige vlees in de ogen zal men cauteriseren met scherpe cauterie gelijk de tong van een vogel of gelijk een naald in de oogleden daar dat haar uitvalt en men moet uitkijken dat men niet de substantie van de oogleden raakt. Overtollige vlees in de neus zal men branden met een puntige cauterie totdat het geheel weg is. En  als dat overtollige vlees verder omhoog is in de neus blijft, dan zal men het branden met een cauterie behorende tot de fistels. Item, men maakt een ronde cauterie onder de kin ondiep vanwege plekken in dat aanzicht en puisten en ziektes in de mond, in tandvlees en in de tanden. Item, men maakt in elke arm 5 cauterien: een buiten op de opperste arm onder de grote skeletspier met een cauterie tot een koord en het is goed tegen ziektes achter in de hersens zoals lethargie en tegen stijfheid in de hals, want het zuivert de zenuwen van de hals. En  de andere cauterie maakt men binnen in de put onder de grote skeletspier tot een knoop en het is goed tegen ziektes voor in de hersens zoals duizeligheid in het hoofd en water dat daalt in de ogen. Men maakt ondiepe cauterien tussen de vingers in jicht der handen. Item, men maakt ronde ondiepe cauterie in de borst tegen hijgen en soms doorsteekt men een koord boven alle beenderen der borst bij de wortel van het sleutelbeen der kaak. Item, de borst tussen de ribben maakt men lange cauterien tegen etter spuwen. Item, men maakt scherpe cauterie in de rug tegen bulten en zweren. Item, men maakt ronde cauterie op de mond van de maag tegen zwakheid van de maag en onder de navel en op de lever en op de milt tegen ziekte van de lever en de milt en tegen dat water en deze cauterien zijn het beste gemaakt met een koord door te steken. Item, men maakt 2 cauterien in beide heupen vanwege hun pijn. Men maakt 2 ronde cauterien, ondiep onder de 2 schenkels vanwege de pijn der knie de ballen en de baarmoeder. Item, men maakt 2 ronde cauterien in beiden putten onder die knieĎn tegen alle misval van het hele lichaam, want het leegt zo zeer zodat ik heb gezien sommige die vol levenssappen waren en werden daar gecauteriseert zonder purgatie en om die overtolligheid der levenssappen begonnen de benen te zwellen zodat de brandende plaats gevuld werd en er kwam een kanker die daarna slecht was te behandelen. Item, onder de enkel en boven de hielen maakt men een cauterie vanwege de ziektes der genererende leden in de wijven en in mannen en tussen elke teen tegen jicht. Item, dat men purgeert een lichaam en het helpt niet en daarna wordt het gecauteriseert en het helpt ook niet, daarom zal men ook niet twijfelen, maar men zal het daarna behoeden met goede nazorg, al zou men de ziekte vermeerderen en als het lichaam is versterkt en sterk dan zal men het purgeren en daarna cauteriseren en daarna hem met goede spijzen hem goede levenssappen laten maken en aldus werkende zou men alle ziektes behandelen. Maar er zijn vele meesters de in een ziekte een medicijn geven en als ze meer geven en het niet helpt, dan laten ze alles staan. En is het dat ze meer geven ze laten geen ruimte daartussen, maar ze geven ongelijk totdat ze de zieke bederven. Item, men cauteriseert vervuild vlees totdat het is geheel verminderd. Ook kan men het verminderen met olie van tarwe en altijd uitkijken dat het niet de gezonde plaatsen raakt en het is beter vervuild vlees met brandende medicijnen aldus te verminderen, dan zal men doen alzo zegt waar in de Antidotaria van dit boek.

 

 

 

 

[XXXVII] Dat XIX capittel is van brande van vuer ofte van water ofte van oly of dieer ghelike

 

Als een lit is verbernt van viere jof water jof olie, men salse cureren in II maneren. Deen is in begin eer de stede begint to bladeren ende dan moet men orberen medicinen de wel coel zijn. Tander is als de stede gebladert is, dan moet men orberen medicien coel ende versk ende zeer dragende ende niet cnagende. Item, simpel medicien in die eersten saken zijn azijn ende alle maneer van eerden ende meerbaer ende alle sandalen°, nachtscaden°, roes water, ende water van cawoerden°, ende water van wilde caerden°, ende alle dese coude cruden sijn der to gued. Item, een guede salve der to is olie rosaet° mit dodere van eieren. Item, lentilen° scheschelt mit olirosaet° ende mit doderen van eieren. Item, bolus armenicum° mit azijn: dese salmen cout der up leggen ende somwijl vernien eer dat de stede to heet wert, medicinen behorende [fol. 81r] in de ander sake sijn salven dus ghemaect van calke: nemet levendich calc ende dwatere mit couden water tote dat sijn sterchede al mindert is ende maec der of salve mit oli rosaet° ende mit een luttel was jof andersins, alse Rasis bewijst: nemet levendich calc ende leggetten in couden watere een wel lange wile ende laten sincken. Daer na doet dat water of ende tempert dat calc mit oli rosaet° ende maect salve. Item, de witten salve van Rasis van ceruse° in dat Antidotario is guet in begin eert gebladert is ende uut te broken ende oec der na als hit uut ghebroken is; etcetera.

[XXXVII] Dat XIX kapittel is van brand van vuur of van water of van olie of diergelijke.

 

Als een lid is verbrand van vuur of water of olie, men zal het behandelen op 2 manieren. De ene is in het begin eer de plaats begint te blaren en dan moet men gebruiken medicijnen die goed koel zijn. De andere is als de plaats vol is met blaren, dan moet men medicijnen gebruiken die koel en vochtig en zeer dragend en niet knagend zijn. Item, enkelvoudige medicijnen in de eerste zaken zijn azijn en alle soorten van aarde en waterlelies en alle sandelhout, nachtschaden, rozenwater en water van kauwoerden, (Cucurbita pepo)  en water van wilde kaarden, (Dipsacus) en al deze koude kruiden zijn daartoe goed. Item, een goede zalf daartoe is rozenolie met dooiers van eieren. Item, lens geschild met rozenolie en met dooiers van eieren. Item, bolus armeniacus met azijn: deze zal men koud daarop leggen en soms vernieuwen eer dat de plaats te heet wordt, medicijnen behorende in de andere zaak zijn zalven aldus gemaakt van kalk: neem ongebluste kalk en het water met koud water totdat zijn kracht geheel verminderd is en maak daarvan een zalf met rozenolie en met wat was of anderszins, als Rasis bewijst: neem ongebluste kalk en leg het in koud water een lange tijd en laat het zinken. Daarna doe dat water af en meng die kalk met rozenolie en maak een zalf. Item, de witte zalf van Rasis van loodwit in het Antidotaria is goed in begin eer het begint te blaren en uit is gebroken en ook daarna als het uitgebroken is; et cetera.

 

 

 

[XXXVIII] Die ander leringhe vanden derden tractaet des boekes is van apostemen ende hevet in XVI capittelen ende ierste capittel der ander leringhe des derden tractaets is vander generacien der humoren ende haer hindernisse

 

Omme dat elc aposteume is vanden IIII humoren jof van watere jof van wijndachticheit ende onmogenlike is dat de surgijn soude enich ding cureren als hi niet en kennet die sacke der of dat het comet, daer omme salic hijr bescriven een proper capitel vanden generacien der humoren of dat die surgijn mach weten die saken der apostumen updat hi die curen te bet mach ordineren. Alse die spise comet in de mont der isset ghemigget mit speexelen ende vercriget een digestie, een verteringe, twilke is bigin der eerster digestien de beginnet in de mond ende endet in den derm demen heet saccus. Ende alset comet in de maghe der is het versoden ende dan daelt het tote saccus. Die aderen die mysaraice heten, sijn ghecoppelt mit den bodeme [fol. 81v] der magen ende mit duodeno ende mit gracili ende mit jejuno ende mit sacco ende trecken uut de guede versceden int welke beginnet de ander digestien. Ende de guede versceide bringen si ter levere int welke is vulmaect de derde digestien ende daer so versiedet die verscheide gelijc dat muscum versiedet in een cupe enich wit scumich deel dat niet wel en is vergadert ende enich dunne deel ghelijc enen roc ende enich suver substancie die welke is wijn ende enich grove substancie dats sindert in den bodeme lijc drosenen. Aldus inden levere sijn IIII humoren ghegenereert: een ghewonnen vander verscheide comende vander magen, want der is ghewonnen een scumich substancie die niet ful en is versoeden bi der natuurliker hetten. Ende sijn materie is spise coel ende versk ende allen spisen genomen boven vervolheiden ende quaden appentijt. Ende fleume is die sake te crancken de natuurlike hetten ende crancke hetten maect vele fleumen so dat die een is een sake den anderen. Oec is daer ghewonnen een dunne substancie de welke bejaget een hetten ende een scarpheide bider hetten daerin werkende ende ist de rode colera gheheten twelke is heet ende droech. Ende ist dat het overvloiet, het verhettet die lever ende die hete levere vermeret hoer so dattie is sake vanden andere ende de sake van dese colera is sijn spisen heet ende droge ende pinen ende vasten ende sterke saucen. Oec is daer ghewonnen een suver substancie ende is gheheten bloet in dat welke werket een ghetemperde heten ende het comet van gueder spisen ende drancke. Oec is daer ghewonnen een droesnich substancie dats melancolie ende het wasset in twe maneren: teen is groter hetten verbernende dat bloet een luttel, dat ander is van vercouthede verdickende dat bloet ende sine natuurlike saken sijn grove spizen.

En dese IIII humoren hebben diverse naturen. Dat bloet is hete ende diversich, fleume is coel ende versk, colera is [fol. 82r] heet ende droge Melancolie is coud ende droge. Item, van desen humoren somme sijn naturael vanden welken wi sullen spreken. Want in allen jof somme helende vergaderen ende maken apostumen in dat menschelike lichaem. Van fleuma sijn IIII maneren naturael ende niet naturael. Die naturelike fleuma is een humore coel ende versk, wit ende sveetachtich. Van sijnre overvloiende comet ptisike clene bigheerde van bi frouwen te wesen ende peralisie ende bevinge, ruste ende onfermichede, herthede van sinne cranchede ende zuverhede. Ende het is ghedeelt over al den lichaem, mer dat meeste deel is in de hersene ende in die longen, in die maghe, in die dermen ende in die juncturen. Ende sijn ghewoente is achter in dat hovet ende in die spondilen ende het hevet III nutlichede: somwile hevet nature noet van blode ende bider natuurliker hetten ist versoeden ende wert bloet der mede dat nature is ghevoet ende dat mach niet sijn ghedaen van anderen humoren. Tander is dat het gaet mitten blode omme de leden te voedene de sijn ghevoet mit blode van fleumen, alse is de hersenen. De derde is dat het vercoelt ende ververschet die juncturen die verhet sijn ende souden verdroegen bider groter beroringe.

Van onnatuurlike fleumen sijn achte maneren vanden welken de IIII sijn verwandelt van haer beder substancien ende die ander vier van hoer smake. Fleuma vitrium is een humor die eerst was dunne ende bi datter coude lange in gewrocht dan eyst verhart lijc een glas. Fleuma gipcum was eerst een dicke fleume ende is gedestrueert vander natuurliker hetten ende verhart ghelijc eerde. Fleume aquosum is een dunne humor ende effene in die substancie ende niet verclotert. Fleuma mischil lagmosum is een humor van diversen substancien. Want in een stede ist dicke ende verhert, in die ander is dunne [fol. 82v] ende subtijl. Dese IIII voerseide fleumen sijn verwandelt na haer leder substancie. Dese IIII achtervolgende fleumen sijn verwandelt nader smaken als een suete fleume ende een suur fleume ende een swaer fleume ende een ghesouten fleume. Ende een suete fleume comt van II maneren jof bi datter is bloet mede gemenghet is jof bi datter hetten in heft gewrocht ende oec niet so dattet mochte versieden ende verkieren in blode. Een suur fleume comet in II maneren jof bi dat een soete fleume is versoden die van eerst wert vervult ende daerna suur als in een andere soete dinghen ghelijc in wine, jof bi dat een suur melancoli is ghemenget mit een dunne fleumen. Ene ghesouten fleume is droghe ende licht ende hets een fleume die is sonder smake mitten welken is gemenget een deel van verbernde colera, die verbernet mit sijnre hetten ende maket sout. Ende een swaer fleume was een dunne fleume ende het is swaer in II maneren jof bi dat het couthede verhardet ende maket swaer, jof bi dat een deel van swaere melancolie is ter mede ghemenget ende maket swaer van colera, som is naturael ende som niet.

[XXXVIII] De volgende lering van het derde traktaat van dit boek is van zweren en bevat XVI kapittels en het eerste kapittel en de volgende lering van het derde traktaat is van de generatie der levenssappen en hun hindering.

 

Omdat elk abces is van de 4 levenssappen of van water of van winderigheid en het is onmogelijk dat de chirurg enig ding zou behandelen als hij niet de zaak kende daar het vanaf komt, daarom zal ik hier een goed kapittel van de generatie der levenssappen beschrijven of dat wat de chirurg mag weten de zaak van de zweer zodat hij die behandeling te beter mag ordenen. Als de spijs komt in de mond is het daar gemengd met speeksel en krijgt een digestie, een vertering, wat het begin is van de eerste digestie die begint in de mond en eindigt in de darm die men saccus noemt en als het komt in de maag daar is het verkookt en dan daalt het tot de saccus. De aderen, die mysaraice heten, zijn gekoppeld met de bodem van de maag en met duodeno en met gracili en met jejuno en met sacco en trekken uit de goede versheid waarin begint de andere digestie en de goede versheid brengen ze naar de lever waarin de derde digestie wordt volmaakt en daar zo kookt die versheid gelijk dat mos (?) kookt in een kop met enig schuimend deel dat niet goed is verzameld en enig dun deel gelijk een rok en enige zuivere substantie wat wijn is en enige grove substantie dat is sinds in de bodem gelijk droesem. Aldus zijn er in de lever 4 levenssappen gegenereerd: een gewonnen van de vochtigheid die komt van de maag, want daar is gewonnen een schuimende substantie die niet volledig is gekookt bij de natuurlijke hitte. En zijn materie is spijs koelen en vochtig te houden en alle spijzen genomen boven volheid en kwade appetijt. En flegma is de zaak te verzwakken de natuurlijke hitte en zwakke hitte maakt vele flegma zodat de ene is een zaak tegen de andere. Ook is daar gewonnen een dunne substantie die bejaagt een hitte en een scherpte bij de hitte die daarin werkt en is rode gal geheten wat is heet en droog. En is het dat het overvloeit, het verhit de lever en die hete lever vermeerderd zich zodat het een zaak van de andere en de zaak van deze gal is zijn spijzen heet en droog en werken en vasten en sterke sausen. Ook is daar gewonnen een zuivere substantie en is geheten bloed waarin werkt een getemperde hitte en het komt van goede spijs en drank. Ook is daar gewonnen een droevige substantie, dat is melancholie en het groeit op twee manieren: de ene is grote hitte die verbrand dat bloed wat en de andere is van koudheid die dat bloed verdikt en zijn natuurlijke zaken zijn grove spijzen.

En deze 4 levenssappen hebben diverse naturen. Dat bloed is heet en divers, flegma is koel en vochtig, gal is heet en droog, melancholie is koud en droog. Item, van deze levenssappen zijn sommige natuurlijk waarvan we zullen spreken. Want in alle of sommige helende vergaderende einden maken zweren in dat menselijke lichaam. Van flegma zijn 4 soorten, natuurlijk en niet natuurlijk. De natuurlijke flegma is een vochtvermenging koel en vochtig, wit en zweetachtig. Van zijn overtollige komt tering, kleine begeerte van bij vrouwen te wezen en paralisis (M.S., hersenbloeding) en beving, rust en ontferming, hardheid van geest, zwakte en zuiverheid en het is verdeeld over het hele lichaam, maar het grootste deel is in de hersens en in de longen, in de maag, in de darmen en in de gewrichten. En zijn gewoonte is achter in dat hoofd en in de wervels en het heeft 3 nuttigheden: soms heeft de natuur bloed nodig en bij de natuurlijke hitte is het gekookt en wordt daarmee bloed dat de natuur is gevoed en dat mag niet gedaan worden van anderen levenssappen. De andere is dat het gaat met het bloed om de leden te voeden die zijn gevoed met bloed van flegma, als zijn de hersens. De derde is dat het verkoelt en bevochtigt de gewrichten die verhit zijn en zouden verdrogen vanwege de grote bewegingen.

Van onnatuurlijke flegma zijn acht soorten waarvan er 4 zijn veranderd van hun beide substantie en de andere vier van hun smaak. Flegma vitrium (glas) is een vochtvermenging die eerst dun was en omdat er koude lang in gewerkt heeft is het verhard gelijk een glas. Fleuma gipcum was eerst een dikke vochtvermenging en is vernield van de natuurlijke hitte en verhard gelijk aarde. Flegma aquosum is een dunne vochtvermenging en effen in de substantie en niet geklonterd. Flegma mischil lagmosum is een vochtvermenging van diverse substanties. Want in een plaats is het dik en verhard, in een ander is het dun en subtiel. Deze 4 voor vermelde flegma’ s zijn veranderd naar hun iedere substantie. Deze 4 achtereenvolgende fegma’ s zijn veranderd naar de smaak zoals een zoete flegma en een zure flegma en een zware flegma en een gezouten flegma. En een zoete flegma komt van 2 soorten, of omdat er bloed mee is gemengd omdat er hitte in heeft gewerkt en ook niet zo dat het mocht verkoken en veranderen in bloed. Een zure flegma komt in 2 soorten of omdat een zoete flegma is verkookt die eerst werd gevuld en daarna zuur zoals in een ander zoet ding gelijk in wijn of omdat een zure melancholie is gemengd met een dunne flegma. En gezouten flegma is droog en licht en het is een flegma die zonder smaak is waarmee gemengd is een  deel van verbrande gal, die verbrandt het met zijn hitte en maakt het zout. En een zware flegma was een dunne flegma en het is zwaar in 2 soorten of omdat de koudheid het verhard en het zwaar maakt of omdat een deel van de zware melancholie daarmee is gemengd en maakt zware gal, soms is het natuurlijk en soms niet.

 

 

 

De naturalike colera is een humor licht ende scarp ende als de roc van blode is roet ende claer ende te hete dat het is te rodere, hets van sijnre overvloienthede comt verherdede der levere ende coerts ende droechede van alden lichame. De is den mond bitter, gelu verwe, sterc verdwinge crancken appentijt verstandenisse, starchede, subtilen sijn, stouthede, haestichede, memorie, licht van sprake, varringe gram ende veel sprekens. Ende het hevet vier nutlichede in den lichame: teersten is dattet bloet mede isser ghesuvert. Tander is dat het soude sijn met blode die voetzele der leden de sijn ghevoet mitten blode van [fol. 83r] colera. Die derde is datter een deel soude sijn ghesent toten dermen omme de dermen te suveren van stronten. Dat vierde is omme de galle te vodene mit welke colera is onthouden ende het hevet III conduten; ene biden welken colera is getrect vander levere, tander biden welken het sendet colera de dwaet ende suvert die dermen, de derden bi den welken is colera een ghesent toter maghen. Colera is vergadert in die galle dat het niet en soude sijn ghespreet over alden lichame mitten blode dat de leden souden scuwen dat bloet te haer leder voetsele.

Van onnatuurliken colera sijn V maneren alse citrena, vicellina, adusta, prassina, erugmosa. Colera citrina comet bider menghengen van een dunne fleuma. Colera vicellina comet bider mengenge van een dicke verbarnde fleume. Onnatuurlike colera comet van II maneren. Tteen is omdattet so zeer is verbernd in haer selven in die levere ende in die verbernthede so sijn die subtilen delen versceiden vanden groefsten ende aldus ist een manere van onnatuurliker colera, melancolie isser mede gemenget. Tander is als dat bloet verbernd nochtan niet so voele dat het maect onnatuurliken melancolie vanden blode. Colera prassina is een groen, bitter colera alset tsap van porro°. Colera erugmosa is ghelijc roest van copere de wal scerp is ende wal knagende. Galieen seit dat het comet van heter spisen alse van azine, porzeiden°, senep° ende van anderen scarpen dingen inde mage ghewonnen. Avicenna seit dat haer eerste generacien en winninghe is vander levere ende daer na voel maect in die maghe. Ende desen seggen dat colera prassina comt vicellina alst gebernet is ende colera erugmosa comt van verberntheden colere prassine. Van natuurliken melancolien sijn [fol. 83v] II maneren ende hets die drosene van blode, sijn verwe is blau. Van sijnre dominancie comt magherhede ende droechte der leden ende der juncturen, starchede ende swarte verwe, sterken appentijt, voel onthoudende sijn vrese, bedreginghe, girichede ende rouwe. Ende het hevet vijf nutticheden: de eerste ist bloet is der mede ghesuvert van sijnre ardine substancie, de ander is dat het is soude sijn mitten blode omme te vodene de lede de noet hebben van melancolien blode, dat derde is datter met sijnre mengenghe soude bloet verdicken, dat vierde is dattet een deel soude comen toten mond der magen omme appetijt te maken ende te comforteren ende te sterken, dat vijfte is dattet voeden soude de milten. De onnatuerlike is asche der humoren de comet bi verbernthede want- als Avicenna seit- de grove delen gheminget mitten dinschen magen sijn verscheiden in II maneren: teen is besindinge dat het grove deel sindert in den bodeme ende dat dinste blivet boven, tander is alst is bi verbernthede ghesublineert bi datter dinneste is verkeert biden dome ende dat grove deel blijuft als asche ende aldus is differencie tusschen natuurlike melancolie ende onnatuurlik. Want natuurlike melancolie comet bi sinderinge int welke en is gheen verbernthede. De onnatuurlike melancolie is ghegenereert bi groter verbernthede. Van onnatuurlike melancolie sijn vier maneren: de een is asche van blode, de ander is van natuurliker colera, de derde van fleuma, die veerde van asche van natuurlike melancolie twelk in II maneren. Want of het is dunne ende wel zuur van denwelken die vlegen vlien, ende ist datment ghetet in die eerde, het sal sieden ende hets ergher dan alle de andere. Of het is [fol. 84r] grovere ende niet so swer noch so quaet omdat het niet en is so doer gaende noch soe contrarie den leden. Ende daer naturen vanden blode so sijn II opinoen (een vermodinge). Want somme segghen dat also verringe alst bloet is verkeert van sijnre natuurliker complexien staphans ontfangen die ghelikenisse van een ander humor.

Van bloede soem is natural, som onnaturael. Naturael bloet is roet, claer mit wal suete, sonder quade roke ende smake. Dat onnaturael bloet comt in II maneren: teen is om dat het crancke hetten hevet in sijn versiedinge, als waerbi hets min roet ende min dant sculdich waer te sijn. Of het hevet te veel hetten als waer hets te roet ende te heet of dat was van hem selven te dicke of te dunne. Tander is bi datter mede is ghemenget een ander humor hem heldende te sijnre nature als colera, fleume of melancolie, die welke doet alle die nature van bloede verwandelen.

De natuurlijke gal is een levenssap licht en scherp en als de rok van bloed is rood en helder en hoe heter hoe dat het roder is, van zijn overtolligheid komt verharding der lever en koorts en droogte van het hele lichaam. Dan is de mond bitter, gele kleur, sterke vertering, zwakke appetijt, verstand, sterkte, subtiele geest, dapperheid, haastigheid, memorie, licht van spraak, snel gram en veel spreken. En het heeft vier nuttigheden in het lichaam: ten eersten is dat het bloed er mee is gezuiverd. De andere is dat het zou zijn met bloed het voedsel van de leden die gevoed zijn met het bloed van gal. Die derde is dat er een deel zou zijn gezonden tot de darmen om de darmen te zuiveren van stront. De vierde is om de gal te voeden waarmee gal wordt opgehouden en het heeft 3 leidingen; ene waarbij gal van de lever wordt getrokken, de andere waarbij het gal zend te wassen en te zuiveren de darmen, de derde waarbij gal gezonden wordt naar de maag. Gal is verzameld in de gal zodat het niet verspreid zou zijn over het hele lichaam met het bloed zodat de leden dat bloed zouden schuwen tot hun voedsel.

Van onnatuurlijke gal zijn 5 soorten zoals citrena, vicellina, adusta, prassina, erugmosa. Gal citrina komt bij de menging van een dunne flegma. Gal vicellina komt bij de menging van een dikke verbrande flegma. Onnatuurlijke gal komt van 2 soorten. De ene is omdat het zo zeer is verbrand in zichzelf in de lever en in die verbranding zo zijn de subtiele delen gescheiden van de grofste en aldus is het een soort van onnatuurlijke gal, melancholie is er mee gemengd. De andere is als dat bloed verbrand is maar nochtans niet zo veel dat het onnatuurlijke melancholie maakt van het bloed. Gal prassina is een groene, bittere gal zoals het sap van prei. Gal erugmosa is gelijk roest van koper die goed scherp is en goed knagend. Galenus zegt dat het komt van hete spijzen als van azijn, postelein (?), mosterd en van andere scherpen dingen in de maag gewonnen. Avicenna zegt dat hun eerste generatie en winning is van de lever en daarna volmaakt in de maag. En sommige zeggen dat gal prassina komt vicellina als het gebrand is en gal erugmosa komt van verbranding van zuivere prassine. Van natuurlijke melancholie zijn er 2 soorten en het is de droesem van bloed, zijn kleur is blauw. Van zijn dominantie komt magerte en droogte der leden en de gewrichten, sterkte en zwarte kleur, sterke appetijt, veel onthouden zijn vrees, bedreiging, gierigheid en rouw. En het heeft vijf nuttigheden: de eerste dat het bloed is daarmee gezuiverd van zijn harde substantie, de ander is dat het zou zijn met het bloed om de leden te voeden die melancholische bloed nodig hebben, de derde is dat het met zijn mengen het bloed zou verdikken, de vierde is dat het een deel zou komen tot de mond der maag om appetijt te maken en te versterken en te sterken, de vijfde is dat het voeden zou de milt De onnatuurlijke is as der levenssappen die komt van verbranding want- zoals Avicenna zegt- de grove delen gemengd met de dunne magen zijn verschillend in 2 soorten: de ene is het zenden het grove deel in de bodem en dat dunste blijft boven, de andere is als het is bij verbranding sublimeert omdat het dunste veranderd is bij de damp en dat grove deel blijft als as en aldus is er verschil tussen natuurlijke melancholie en onnatuurlijke. Want natuurlijke melancholie komt bij koken waarin geen verbranding is. De onnatuurlijke melancholie is gegenereerd bij grote verbranding. Van onnatuurlijke melancholie zijn vier soorten: de ene is as van bloed, de andere is van natuurlijke gal, de derde van flegma, de vierde van as van natuurlijke melancholie wat er is in 2 soorten. Want het is of dun en goed zuur waarvan de vliegen vlieden en is het dat men het giet in de aarde, het zal koken en het is erger dan alle de andere. Of het is grover en niet zo zwaar nog zo kwaad omdat het niet zo doorgaat nog zo tegengesteld de leden. En naar de natuur van het bloed zijn er 2 opinies (een vermoeden). Want sommige zeggen dat alzo ver als het bloed is veranderd van zijn natuurlijke samengesteldheid, gelijk ontvangt het de gelijkenis van een andere levenssap.

Van bloed is sommige natuurlijk en sommige onnatuurlijk. Natuurlijk bloed is rood, helder met wat zoetigheid, zonder kwade reuk en smaak. Dat onnatuurlijke bloed komt in 2 soorten: de ene is omdat het zwakke hitte heeft in zijn koken, als waarbij het minder rood is en minder dan het behoorde te zijn. Of het heeft te veel hitte als waar het is te rood en te heet of dat was van zichzelf te dik of te dun. De andere is omdat er mede is gemengd een andere levenssap die hem houdt tot zijn natuur zoals gal, flegma of melancholie, die doet de hele natuur van het bloed veranderen.

 

 

 

 

[XXXIX] Dat ander capittel van ghemene apostemen

 

Alle maneren van zwellingen der leden boven der naturen, ist groet of cleine, hets apostumen want als Avicenna seit: clene zwellinge sijn clene apostumen, grote zwellinge sijn grote apostumen. Dese apostumen sijn van III maneren of humorale of watrich jof wentosich. Humorale sijn van IIII maneren of si sijn blode of van colera of van fleuma of van melancolia. Item, van desen humorale apostumen somme comen van natuurliken humoren, somme van onnatuurliken humoren. Dese saken van apostumen ofse comen buten alse van vallen, van quetsen, van wonden, van verwandelingen vander lucht ende deer gheliken ende somme comen van binnen ende dats al toes van te veel humoren of van vele waters of van wijnde. [fol. 84v] Alse een lit van buten is ghequetst alse bider hetten der sonnen vernuende, of van couthede der lucht dwingende, of van groter droechte snidende, het corrumpeert de complexie des ledis ende vercrancket sijn natuurlike cracht ende maect sweringe alse waerbi dattie humoren daerwert lopen ende vleen die stede ende maken zwellinge ende mit deser sweringhe soe trecket die humoren daerwert alse waer bi dattet lit apostumeerde. Ende alst ghevallet dat een lit wert gequetst als van vallen, of van een steen, of up een herd ding, of bi dat het is ghequetst mit een stocke of mit een steen, of ghewont of ghebeten van een venijnde beeste, alle dese saken van buten ende vele ander maken apostumen. Vershede van buten en maect gheen apostume noch sweringe sonder bi tovallen. Want het mochte genereren een winnen om versche materie inden lichame so dat de innerste versciede ghemeret worde. Ende ist dat hit trecket tot in dat lit, het sal maken een aposteme.

Ist dattet bloet is vermenicht inden lichame, de sterke natuer sal senden tovervloiende bloet in enich lit; oft een crancke lit ontfanget maect een aposteme de men heet fleecmen. Hets roet omme die ghelikenisse van bloede zweringe omme die vervuulthede der steden steecten omdat de materie is in die diopte des ledis, hettem om die hete materie ende somwilen een coerts diemen heet effunera om die versiedinge des bloets ende zweringe. Ende dat bloet, dunre ende hetere dat hit sculdich is te sine, het maket een onwray erisipula om dat is ghelike die natuurlike colera. Hets ondepe in dat lit om de lichthede ende van vierrigher varwen om die ghelikenisse der materien. Ende als men daer up duwet mitten [fol. 85r] vingere, so toghet haer die huyt wit om de dunhede des bloets ende als men den vinger af doet, die roethede comt staphans weder. Die steed is heet om de hetten des bloets ende daer is een grote hetten. Ist dattet bloet grof is verbernd van een groter hetten, het maect een aposteme datmen heet carbuncula ende het coemt als die mensche overvloiet van groven blode ende dat hi badet nae eten mit vullen buken staphans. Of dat hi so pijnt dattet bloet uut wert so beroert is om sine grofhede ende herthede ende en mach niet verscheiden bider hetten ende blift in der huyt ende maect dan een aposteuma. Hets wel heet om dicheet des bloets ende om de vulhede der steden. Hets al omme bruin roet om die hetten der materien, grote hetten om de verbernthede. Dicwile comen dusdanige apostemen in den herfst ende maken een coerts ende alsi wassen bi den geestliken leden so vercranct herte om die verbarnde materie de somwilen verwandelen in venijn.

De natuurlike colera maect een vrayen erisipula. Hets hert om de droechte van colera ende dat lit is vul poren om sijn grote hetten, hets roet mit gelu ghemenget om die ghelikenisse der groter dorst ende hetten om die herscapie van colera.

Fleuma maect een apostuma dat heet udimia of zimia ende het is morw om die morwhede van fleuma, hits wit om sijn wachede ende ist datmen daer up duwet mitten vinger het maect een put om de morwhede ende als die vinger of is so vult het weder sonder sweringe, want daer en is gheen hetten.

Natuerlike melancolie maect een herde aposteume datmen heet sclierosis. Hets hert sonder beseffen om die herthede ende om die porlichede der materie. Die verwe der huyt is [fol. 85v] ghelijc der verwen des lichaems. Want al ist soe dat melancolie swert is, nochtan om sijn grofhede en mach die verwe niet comen tot in de huyt. Als water versceiden is vanden blode, sone mach somwilen niet comen toten properen steden omdat daer te veel is of biden crancken daert uut steket die crachten, oft bider stopthede der natuurliker voesen weghen. Mer het blijft in die leden ende nature wetet voergaderen in enich crancke stede ende daer of wert een watrich aposteume. Die stede is dunne ghespannen ende claer ende ist dat men daer up duwet mit II vingeren ende mitten enen nu mitten anderen, dat beseffet men water gaende vanden ene vinger toten anderen.

Ventositeit ende versceden van een grove coude materie bi een crancke hetten, dwelke niet en mach verteert sijn om de cranchede der hetten, hets somwijl besloten in een stede ende maect een aposteme. Het comt dicwijl in den mond der magen ende in den liesche ende in die hudikine der leden. Die verwe is ghelijc de verwe van al den lichaem ende hets hart in tasten ende ist dat men daer up slaet, het ludit al ful.

Somwijl vergaderen bloet ende colera ende maken een aposteume. Ist dattet meest is van blode, dat heet flermoydes ende isser meest van colera, dat heet men hersipulades ende dit bekent men biden simplen tekennen voerseit. Oec is somtijt bloet gemenget mit I natuurlikc fleume ende maect een aposteme gelijc zimia, sonder dat het boven is meer roet. Ende somwijl ist bloet mit een grove fleume ende mit melancolien ende maket clieren, die in een deel ripen ende in een deel niet. Colera is somwijl gemenget mit fleuma ende maket sweringe der juncturen. Oec isser een grove fleume [fol. 86r] ghemenget mit melancolien. Ende ist dat fleuma verwint, het werden noerlen. Ende ist melancolie verwint, het werden clieren.

Item, melancolie, bloet, fleume ende colera vergaderen ende maken antrax. Ende sijn quaetheide is vander quaethede der humoren. Want als die humoren niet te verre en sijn van haere naturen, soe sijn die tovallen niet groet. Mer ist dat de IIII humoren sijn te verre van hare proper naturen, so sijn de tovallen te groet alse bevinghe der herten, in onmacht te vallen, verwandelinghe van sinne, onruste, somwijl de doet. Ende dit sijn tekenen: grote herthede, hets vol poren, grote sweringhe de men somwijl niet en beseffet; de ander sijn van diverser verwen ende boven is een vadere de scijnt dat in wert is getrecket mit een drade.

[XXXIX] Dat volgende kapittel van gewone zweren.

 

Alle soorten van zwellingen der leden boven de natuur, is het groot of klein, het zijn zweren want zoals Avicenna zegt: kleine zwellingen zijn kleine zweren, grote zwellingen zijn grote zweren. Deze zweren zijn van 3 soorten of humorale of waterig of winderig. Humorale zijn van 4 soorten, of ze zijn bloed of van gal of van flegma of van melancholie. Item, van deze humorale zweren komen sommige van natuurlijke levenssappen, sommige van onnatuurlijke levenssappen. Deze zaken van zweren of ze komen van buiten zoals van vallen, van kwetsen, van wonden, van veranderingen van de lucht en diergelijke en sommige komen van binnen en dat is altijd van te veel levenssappen of van veel water of van wind. Als een lid van buiten is gekwetst zoals van de hitte van de nieuwe zon of van koudheid van dwingende lucht of van grote snijdende droogte, het vervuilt de samengesteldheid der leden en verzwakt zijn natuurlijke kracht en maakt zweren als waarbij dat de levenssappen daarheen lopen en vlieden die plaats en maken zwellingen en met deze zweren zo trekt die de levenssappen daarheen als waarbij het lid zweert. En als het gebeurt dat een lid gekwetst wordt als van vallen of van een steen of op een hard ding of omdat het is gekwetst met een stok of met een steen of gewond of gebeten van een giftig beest, al deze zaken van buiten en vele andere maken zweren. Vochtigheid van buiten maakt geen zweren nog zweren, uitgezonderd per ongeluk. Want het mocht genereren en winnen om vochtige materie in het lichaam zodat de binnenste vochtigheid vermeerderd wordt. En is het dat het trekt tot in dat lid, het zal maken een zweer.

Is het dat het bloed is vermenigvuldigd in het lichaam, de sterke natuur zal het overtollige bloed zenden in enig lid of een zwak lid ontvangt het en maakt een zweer die men fleecmen noemt. Het is rood vanwege de gelijkenis van bloed zweren vanwege de volheid van de gestoken plaats omdat de materie is in de diepte van het lid, hitte vanwege de hete materie en soms een koorts die men effunera  noemt vanwege het koken van het bloed en zweer. En dat bloed, dunner en heter dat het moet zijn, maakt een niet echte erisipula (belroos) omdat het is gelijk de natuurlijke gal. Het is ondiep in dat lid vanwege de lichtheid en van vurige kleur vanwege de gelijkheid der materie en als men daarop duwt met de vinger, dan toont zich de huid wit vanwege de dunheid van het bloed en als men de vinger er af doet, de roodheid komt gelijk weer. Die plaats is heet vanwege de hitte van het bloed en daarin is een zeer grote hitte. Is het dat het bloed grof verbrand is van een grote hitte, het maakt een zweer dat men carbuncula (karbonkel) noemt en het komt als de mens overvloeit van grof bloed en dat hij gelijk baadt na het eten met volle buik. Of dat hij zo werkt dat het bloed er uit gaat en zo bewogen is om zijn grofheid en hardheid kan het niet gescheiden worden vanwege de hitte en blijft in de huid en maakt dan een zweer. Het is goed heet vanwege de dikte van het bloed en om de volheid van de plaats. Het is alom bruin rood vanwege de hitte der materie, grote hitte vanwege de verbranding. Vaak komen dusdanige zweren in de herfst en maken een koorts en als ze groeien bij de geestachtige leden dan verzwakt het hart vanwege die verbrande materie die soms verandert in venijn.

De natuurlijke gal maakt een echte erisipula. Het is hard vanwege de droogte van gal en dat lid is vol poriĎn vanwege zijn grote hitte, het is rood met geel gemengd vanwege de gelijkenis der grote dorst en hitte vanwege de heerschappij van gal.

Flegma maakt een zweer dat udimia of zimia heet en het is murw vanwege de murwheid van flegma, het is wit vanwege zijn vochtigheid en is het dat men daarop duwt met de vinger het maakt een put vanwege de murwheid en als de vinger er af is dan vult het weer zonder zweren, want daar is geen hitte.

Natuurlijke melancholie maakt een harde zweer dat men sclierosis noemt. Het is hard zonder gevoel vanwege de hardheid en om de preiachtigheid der materie. De kleur van de huid is gelijk de kleur van het lichaam. Want al is het zo dat melancholie zwart is, nochtans om zijn grofheid kan die kleur niet in de huid komen. Als water gescheiden is van bloed, dan kan het soms niet komen tot de goede plaatsen omdat daar te veel is of vanwege de zwakte daar de kracht het uitsteekt of vanwege verstopping der natuurlijke voze wegen. Maar het blijft in de leden en natuur weet tevoren in enige zwakke plaats en daarvan wordt een waterige zweer. Die plaats is dun gespannen en helder en is het dat men daarop duwt met 2 vingers en dan met de ene en dan met een andere, dan voelt men dat het water gaat van de ene vinger naar de andere.

Winderigheid en gescheiden van een grove koude materie bij een zwakke hitte die niet verteert kan worden vanwege de zwakte van de hitte, het is soms besloten in een plaats en maakt een zweer. Het komt vaak in de mond van de maag en in de lies en in de huidjes der leden. De kleur is gelijk de kleur van het hele lichaam en het is hard in tasten en is het dat men daarop slaat, het luidt geheel vol.

Soms verzamelen bloed en gal en maken een zweer. Is het dat het meest is van bloed, dat heet flermoydes en is het meest van gal, dat noemt men hersipulades en dit herkent men bij de eenvoudige tekens voor gezegd. Ook is soms bloed gemengd met een natuurlijke flegma en maakt een zweer gelijk zimia, uitgezonderd dat het boven meer rood is en soms is het bloed met een grove flegma en met melancholie en maakt klieren, die in een deel rijpen en in een deel niet. Gal is soms gemengd met flegma en maakt zweren der gewrichten. Ook is er een grove flegma gemengd met melancholie. En is het dat flegma overwint, het worden noerlen (snoeren?). En is het melancholie overwint, het worden klieren.

Item, melancholie, bloed, flegma en gal verzamelen en maken antrax en zijn kwaadheid is van de kwaadheid van de levenssappen. Want als die levenssappen niet te ver zijn van hun natuur, dan zijn de toevallen niet groot. Maar is het dat de 4 levenssappen zijn te ver van hun goede natuur, dan zijn de toevallen te groot als beving van het hart, in onmacht te vallen, veranderen van geest, onrust, soms de dood. En dit zijn tekens: grote hardheid, het is vol gaten, grote zweren die men soms niet beseft; de andere zijn van diverse kleuren en boven is een ader die schijnt dat er van binnen met een draad is getrokken.

 

 

 

Alle dese voerseide apostumen sijn van natuerliker humoren. Ende dese sijn van onnatuurliken humoren: van ghecorrumpeerde fleume comen vloetschen ende slacken, van herden fleumen comen knopen, van melancolien comen wannen ende clieren, van verbernde colera ende van anderen verbernden humoren comen viele puuste na welke somme sijn wel quaet na der quatheiden der naturen.

Ignis percusicus is een seerheide int welke sijn viele puusten vol ghevenints waters. Het belemmet alt lit ende al omme gelu roet mit groter hetten ende het comt van een dunne verbernde colera. Miliaris heft vele witte puusten ende het en is niet so roet ende so heet alse ignis percisicus, nochtan ist heet ende bernd ende het comet van een bernde fleuma mit een luttel colera mede gemenget. Formica is een barnende puust die een rove maect ende het comet van een barnde, swerte colera ende het gaet [fol. 86v] over einde weder ondiepe int let ende is mit groter hetten. Pruna is een puust de comt van een bernde melancolia ende is swert of blaeu ende comt mit quaden tovallen om die ghevenijnde materie ende hets zeer te ontzien alst comt biden edelen leden.

Die volf comt in viel maneren want het comt van dicke verbernde colera mit een verbernde melancolie te gader gemenget ende si destrueren dat lit ende knagen ende ontstieket bi haere quaethede. Oec comtet als die voerseide puusten quade ghecureert werden mit verschen plaesteren meerren die haere quaethede. Oec comt het als een lit is to broken ende het dan is to zeer verbonden ende te vele ghedectet so dat die ghecorrumpeerde fumeyen niet en mogen uut verademen als waer bi die complexie der leden is ghecorrumpeert. Ende het comet van steecten van ghevenijnde beesten, die niet en is eer te ghenesene voer dat dat lit is ghecorrumpeert mitten venine. Oec comtet als leden riden in voel couden wedere ende haer voeten werden nat in groten wateren alse waer bi die complexie der voeten is ghecorrumpeert ende dat vleisk versterft ende valt of. Dit is teyken van deser seecheide: tlit verbernt ende wert al omme swert met vulen stancke al oft waer van doden lieden. Eer dat die huyt is te broken sone stinctet niet, mer de stede wert swert ofte blaeu ende alsmen tastet mitten vingeren, men beseffet dattet vervulde vleisk vliet onder die vingheren.

Die cancker is grote aposteme comende van een vervulde melancolie ende hets van een maneren mit gheulcereert. Niet gheulcereert is van II maneren want in een manere comtet van hem selven jof [fol. 87r] van een vervuulde melancolie ende is int beginsel nader grote van een lentile° of een lupine ende het meerret eenparlijc mit harten, de welke herte ende zweringhe alse die sechede wasset ende van eerst ist quaet te kennen. Mer alst is ghewassen, dan ist licht te kennen want het is van diversen verwen ende heft diverse aderen vanden welke somme blaeu, somme groen, somme purpuren, (dats roetachtich blau), ende de sijn vol materien van een vervulde melancolie. Ende het sweret ende is hert ende alsmen duwet, sijn quaetheit meerret. Het wasset licht in clieringhen steden als in dinen hals, in die mammen, onder die oren ende in anderen cleringhen steden. Ic heb een grote ghesien op die spondil des halsis ende onder dat ore, belemmerende alt ore, ende dickwijl in die borste ende in die mammen. Item, een cancker comt als men wil ripen mit heten plaesteren een herde aposteume comende van natuurliker melancolien, want daer trecket toe een dunne hete materie die verwermt ende corrumpeert die stede ende die aposteume wert een cancker. Die ulcerende cancker comt als een canckrich apostume is open ghemaect ende oec als clierich apostume sijn ghecorrumpeert bi ripende medicinen. Ende boven sijn si uut to broken ende datter is inden bodem en is niet ripe mer te zeer verherdet ende die lippen verdicken ende wert een cancker ende het comt van quaden openen gaten qualic ghecureert, alsoet voerseit vanden wolf. Van desen openen canckeren sijn die tekenen in die cure biscreven int eerste tractaet voren is geseit vanden tekenen ende saden der aposteumen.

Nu sullen wy comen ter curen nader leringhe der auctoren ende of usaghen ende eerst salmen bescriven [fol. 87v] somme quinine, dats ghemeen, regulen. Dat eerste is dat ne gheen apostume en comd sonder bi vervuulthede der lichamen mach maken een apostume. De ander regule is dat men een apostume mach cureren so dattet niet uut en brect, dats is beter dan of ment uut liet breken. Die derde is dat elke aposteme of hets weder gheslegen of verscheiden of het brect uut of het verherdet. Daer om moetmen besien weder die aposteme is van saken van binnen of buten. Ende ist van binnen so salmen altoes eerst purgeren eer datmen eet van buten werct. Bedi cole weder slaende medicinen en mogen niet al die materie wech driven, mer al ist dattet int begin die sweringhe en luttel castiet, nochtan verherdet die materie welke materie der na bi roert ende maket een grote zweringhe ende die zieke is te langer ghetorment. Versceiden die medicien leit op een onzuver trecket meer materien dan het onbijndet. Papende medicien merret aposteme op dat die lichaem is onzuver ende het maect somwijl de materie der apostemen al verwoet. Hoe datmen diverse materie sal purgeren dat salmen vinden in dat capitel van scorfheden ende in dat capitel der juncturen. Aldus salmen doen in apostume comende van zaken van buten. Ist alsoe dat die lichaem is vol, dan salmen die materie trecken to diversen steden. Al ist dat een aposteme is in den mont, sone sal men niet gargarizeren ende als een aposteme is in den eers, sone salmen gheen laxatijf gheven. Ist dat een aposteme is in die matrice, sone salmen niet doen comen menstrua. Mer ist dat die aposteme is boven in den lichaem men sal hem gheven laxative medicin. Ende ist beneden men sal hem gheven spuuende medicien.

Al deze voor vermelde zweren zijn van natuurlijke levenssappen. En deze zijn van onnatuurlijke levenssappen: van vervuild flegma komen vloetschen (vloeiingen?) en slakken, van harde flegma komen knopen, van melancholie komen beenachtige uitgroeisels en klieren, van verbrande gal en van andere verbrande levenssappen komen vele puisten waarvan sommige zijn goed kwaad naar de kwaadheid van de natuur.

Ignis percusicus is een zeer waarin vele puisten zijn vol giftig water. Het belemmert alle leden en is alom geelrood met grote hitte en het komt van een dunne verbrande gal. Miliaris heeft vele witte puisten en het en is niet zo rood en zo heet als ignis percisicus, nochtans is het heet en brandt en het komt van een brandende flegma met wat gal mede gemengd. Formica is een brandende puist die een roof maakt en het komt van een brandende zwarte gal en het gaat overeind en weer ondiep in het lid en is met grote hitte. Pruna is een puist die komt van een brandende melancholie en is zwart of blauw en komt met kwade toevallen vanwege de giftige materie en het is zeer te ontzien als het komt bij de edele leden.

De wolf (kankerachtig  gezwel) komt in veel manieren want het komt van dikke verbrande gal met een verbrande melancholie tezamen gemengd en ze vernielen dat lid en knagen en ontsteekt bij haar kwaadheid. Ook komt het als de voor vermelde puisten slecht behandeld worden met vochtige pleisters die haar kwaadheid vermeerderen. Ook komt het als een lid is gebroken en het dan is te zeer verbonden en te veel bedekt zodat de vervuilde rook niet kan uitademen als waarbij de samengesteldheid der leden is vervuild. En het komt van steken van giftige beesten die niet eerder is te genezen voordat het lid is vervuild met het gif. Ook komt het als lieden rijden in veel koud weer en hun voeten worden nat in grote wateren als waarbij de samengesteldheid der voeten is vervuild en dat vlees versterft en valt af. Dit is teken van deze ziekte: het lid verbrand en wordt alom zwart met vuile stank alsof het was van dode lieden. Eer dat de huid is gebroken dan stinkt het niet, maar de plaats wordt zwart of blauw en als men tast met de vinger, men voelt dat het vervuilde vlees vliedt onder de vinger.

De kanker is een grote zweer die komt van een vervuilde melancholie en het is een soort van zweer. Niet met blaren is het van 2 soorten want in een vorm komt het van zichzelf of van een vervuilde melancholie en is in het begin naar de grootte van een lens of een lupine en het vermeerdert eenparig met hardheid en die hardheid en zweer als de ziekte groeit en in het begin is het slecht te herkennen. Maar als het gegroeid is dan is het licht te kennen want het is van diverse kleuren en heeft diverse aderen waarvan sommige zijn blauw, sommige groen, sommige purper, (dat is roodachtig blauw) en die zijn vol materie van een vervuilde melancholie. En het zweert en is hard en als men duwt, zijn kwaadheid vermeerdert. Het groeit licht in klierachtige plaatsen als in je hals, in de borsten, onder de oren en in andere klierachtige plaatsen. Ik heb een grote gezien op de spondyle van de hals en onder de oor die het hele oor belemmert en vaak in de borsten. Item, een kanker komt als men met hete pleisters wil rijpen een harde zweer die van natuurlijke melancholie komt, want daar trekt toe een dunne hete materie die verwarmt en vervuilt de plaats en de zweer wordt een kanker. Die zwerende kanker komt als een kankerachtige zweer is open gemaakt en ook als klierachtige zweer is vervuild met rijpende medicijnen en boven zijn en uitgebroken en dat er is in de bodem is niet rijp maar te zeer verhard en de lippen verdikken en wordt een kanker en het komt van kwade openen gaten die slecht behandeld zijn, zoals het voor gezegd is van de wolf. Van deze open kankers zijn de tekens in de behandeling beschreven in het eerste traktaat dat van tevoren is gezegd van de tekens en zeden der zweren.

Nu zullen we komen ter behandeling naar de lering van de auteurs en gebruik en eerst zal men beschrijven sommige quinine, dat is gewoon, regels. De eerste is dat nee geen zweren komen, uitgezonderd bij volheid van het lichaam een zweer kan maken. De andere regel is dat men een zweer mag behandelen zodat het niet uitbreekt, dat is beter dan als men het uit laat breken. De derde is dat elke zweer of het is uitgeslagen of gescheiden of het breekt uit of het verhard. Daarom moet men bezien of die zweer is van zaken van binnen of buiten. En is het van binnen dan zal men altijd eerst purgeren eer dat het het van buiten bewerkt. Daarom met koel weer mogen slaande medicijnen niet al die materie weg drijven, maar al is het dat het in het begin de zweer wat slaat, nochtans verhard de materie welke materie daarna beroert en maakt een grote zweer en de zieke wordt langer gekweld. Verschillende medicijnen gelegd op een onzuivere trekt meer materiĎn dan het los maakt. Pappende medicijnen vermeerderen een zweer omdat het lichaam onzuiver is en het maakt soms de materie der zweren al dol. Hoe dat men diverse materie zal purgeren dat zal men vinden in dat kapittel van schurft en in dat kapittel der gewrichten. Aldus zal men doen in zweren die komen van zaken van buiten. Is het alzo dat het lichaam vol is, dan zal men de materie trekken naar diverse plaatsen. Al is het dat een zweer is in de mond, dan zal men niet gorgelen en als een zweer is in de aars, dan zal men geen laxatief geven. Is het dat een zweer is in de baarmoeder, dan zal men menstruatie niet laten komen. Maar is het dat de zweer is boven in het lichaam men zal hem geven laxerende medicijn. En is het beneden men zal hem geven spuwende medicijn.

 

 

 

Alse die materie [fol. 88r] is ghepurgeert, so salmen die cure van heten aldus beginen. Int begin salmen die materie weder slaen of en belette een van X punten. Teerst punt is van vulthede der lichamen. Ende dat ander ghevenijnde materie. Dat derde vervulthede der materie. Dat vierde op dat de aposteume si bi een nobel let, dats een edel lit als int ore of in die mammen of in die rugghe of opt herte. Dat vijfte alst is dat het komt in die kele, onder die ore, onder die oxelen ende in die leesche. Dat seste dat het is een kijnt. Dat sevende dat het is een oude mensche. Dat achtende is dat het is mene sieke. Dat neghende is dat het is een aposteme van creticum. Dat tiende is dat het is oft comt in een edel lit of tote een onedel lit. Ist dattet ne gheen van desen tien punten en belettet, so machmen wederslaen hete apostemen bider maneren dat geseit wert in dat Antidotarie. Ene aposteme van colera salmen wederslaen mit puren couden medicinen ende ist van blode men salte mede ghemengen versceidende medicinen so dattet int begin die coude medicinen verwinnet in die meringe mindert in den staet vanden evele. Inden minringe vanden evele salmen useren verscheidende medicien allene. Ende ist datmen apostumen niet en mach wederslaen noch verscheiden, mer datter etter in wert, dan laetment ripen van wederslaende medicinen ende versceiden ende ripen ende morwende ende hijr af sculdi die manere vinden in dat Antidotarie. Alse die aposteuma is ripe, dat machmen bekennen bi dat de sweringhe cesseert (dats ophout) ende bider moruheden der steden ende datmen gevoelt ettere biden vingere vloiende, dan salmen die stede [fol. 88v] ondoen mit een vlimen, altoes houdende vijf punten. Teerste is dat men ne gheen aposteme sal ondoen sonder als vulcomenlike is ripe of die materie en waer omme dat lit te corrumperen. Ende oec of die apostume en waer biden edelen jof bi den juncturen of in den aers dan soude ment moten ondoen al en waert niet fulcomenlike ripe. Dat ander is dat men sal al ondoen in de nederste stede daer de huyt dunste is. Dat derde is dat ment moet wachten datmen niet snide die zenuwen noch coerden noch aderen noch arterien. Dat vierde is datmen alle die materie niet en sal uut doen teenen gadere als daer vele is ende die aposteme is groet. Dat vijfte is datmen altoes sal sniden overlanx dat lit ende als gesneden is dan machment cureren na der leringe der openre quader gaten. Of men salt vullen mit olden lijn wade ende leggen daer up een zuverende plaester van doderen van eyeren, van ghersten mele ende achter III dagen mitter salven der apostelen°. Of mit een ander zuverende medicien gheseit in dat Antidotario ende mit medicinen die vleisk doen wassen ende huden.

Een aposteme van colera comt selden totter etter jof de materie waer ghecorrumpeert bi enigher hande hetten ende dan brectet staphants alleen uut. Ende dan salmen cureren voert ghelijc een aposteme van blode sonder dattet behoert couder medicinen. Carbuncula salmen cureren ghelijc antrax, vies cure ghi varinge sult horen. Udumia en sal men niet cureren, mer ist datment int begin helpet, het en sal genen ettere comen. Men sal den sieken purgeren mit crocisten van turbijt° of mit anderen medicinen purgerende fleume ende daer na salmen dat lit stoven mit watere daer in is ghesoden alleen, averuut,° sticades,° squinanti° alle te gadere [fol. 89r] ghemenget of elc bi hem selven. Of, als Rasis seit, men sal maken loge van wijngaerts° aschen of van ekenen houte ende netten daer in wollekine cledere ende leggent daer up al heet ende bijndet wel vaste. Ende aldus sal die materie verschieden ende drogen. Is dat daer blode mede is gemenget, dan salmen ripende medicinen up leggen to datter etter in weert. Dan salt zweren om die vreemde hetten deere in is vergadert ende salment moten sniden ende niet ne wachten dat het uut sal breken bi hem selven. Want het soude bi hem selve niet uut breken ende so salment voert cureren mit sterken suverende plaesteringen om den groven ettere ende dan salmen vleisk daer in doen wassen.

Een herde aposteme salmen cureren mit verscheidenden medicinen ende mit morwende medicinen so datmen een dach sal morwen ende den anderen dach verscheiden. Want waert dat men altoes wilde verscheiden ende niet morwen dat dunneste materien soude verdrogen ende dat dicste soude verherden. Oec en salmen daer niet up leggen hete medicinen dat het niet en onsteket noch dat gheen niwe materie van verre der to en comen diet doen ontsteken, want het soude werden een cancker. Ende oec up datmen ripende medicinen daer up leyde daer omme salmen alse nu morwen alse nu verscheiden. Of men salre up leggen dese medicien die morwet ende verschet te gadere alse Rasis orkont ende Avicenna: nemet bedellium° gawanum° oppopanat° ana ende men salse morwen in olio van lelien ende stampse zeer wel in een mortier. Daerna doet lijnichet van fenigaet° ende van lijnzade al soe veel alse die andere ende menghense herde wel te gader. Dit salmen plaesteren op herde [fol. 89v] apostemen allene of daer mede salmen mengen droge, vette vighen tot dat het is al vermorwet. Viele anderen medicinen dien morwen en versceden salmen vijnden in den Antidotario.

Een watrich aposteme salmen curen alsmen doet udimia sonder dattet behoeft drogen medicinen. Oec mach ment cureren na der leringe datmen verduniet een dicke lit.

Een windich aposteme machmen cureren mit medicinen die verdrivet ende wint verteren binnen ende buten alse te nutten commijn°, carui°, ende wachten van spizen die zwellen ende van buten mit olio de verteren ventositeit in een wijndachtich of mit deser olien: nemet wijnruut°, commijn°, veencoelsaet°, anijs, corniameos, saet van meet, ana onsium semis (dats half ons), olei de out is een half pond ende dese salmen alleen doen in een glasine viele mit zedende watere ende latent zieden tot dat het sop vanden rute is verteert ende met olien salmen smeren al omme. Item, nem levende calc ende temperen mit zoeten wijn dinachtich ende leggheten der op. Item, nemet olie van dillen° II onsen, was een half ons, droge ysope° ghepulverizeert (dats ghepulvert) een dragme, ende maec een plaester ende leggent der up. Dit sijn die curen van simplen van apostemen.

Als die materie is gepurgeerd, dan zal men de behandeling van hitte aldus beginnen. In het begin zal men de materie terugslaan of belet een van 10 de punten. Het eerste punt is van volheid van de lichamen en de andere van giftige materie. De derde volheid der materie. De vierde opdat de zweren is bij een nobel lid, dat is een edel lid zoals in de oor of in de borsten of in de rug of op het hart. De vijfde als het is dat het komt in de keel, onder de oor, onder de oksels en in de liezen. De zesde dat het een kind is. De zevende dat het een oud mens is. De achtste is dat het een zieke is. De negende is dat het is een zweer van creticum. De tiende is dat het is of komt in een edel lid of in een onedel lid. Is het dat het nee geen van deze tien punten belet, dan kan je hete zweren terugslaan met de manieren zoals gezegd wordt in de Antidotaria. En zweer van gal zal men terugslaan met pure koude medicijnen en is het van bloed men zal het mede mengen met verschillende medicijnen zodat het in het begin de koude medicijnen overwint in de vermeerdering vermindert in de staat van de ziekte. In de vermindering van de ziekte zal men verschillende medicijnen apart gebruiken. En is het dat men zweren niet kan terugslaan nog scheiden, maar dat er etter in komt, dan laat men het rijpen van terugslaande medicijnen en scheidende en rijpende en vermurwende en hiervan zal ge de soorten vinden in de Antidotaria. Als de zweer rijp is, dat kan men herkennen omdat de zweer verder gaat (dat is ophoudt) en bij de murwheid van de plaats en dat men etter voelt bij de vingers die vloeien, dan zal men die plaats openen met een vlijm, altijd houden de vijf punten. De eerste is dat men nee geen zweer zal openen, uitgezonderd als ze volkomen rijp is of de materie en waarom dat lid te vervuilen. En ook als de zweer bij de edele leden is of bij de gewrichten of in de aars, dan zou men het moeten openen al was het niet volkomen rijp. De andere is dat men zal alles openen in de laagste plaats daar de huid het dunste is. De derde is dat men moet uitkijken dat men niet snijdt de zenuwen nog koorden, nog aderen, nog slagaders. De vierde is dat men al de materie er niet uit zal doen in een keer als er veel is en de zweer is groot. De vijfde is dat men altijd in de lengte dat lid zal snijden en als het gesneden is dan mag men het behandelen naar de lering der open kwade gaten. Of men zal het vullen met oud linnen en leggen daarop een zuiverende pleister van dooiers van eieren, van gerstemeel en na 3 dagen met de zalfvan apostels. Of met een andere zuiverende medicijn gezegd in dat Antidotaria en met medicijnen die vlees doen groeien en huid.

Een zweer van gal komt zelden tot etter of de materie was vervuild van enigerhande hitte en dan breekt het gelijk alleen uit en dan zal men het voort behandelen gelijk een zweer van bloed, uitgezonderd dat het behoort tot de koude medicijnen. Karbonkels zal men behandelen gelijk antrax, wiens behandeling ge snel zal horen. Udumia zal men niet behandelen, maar is het dat men het in het begin heelt, er zal geen etter komen. Men zal de zieke purgeren met koekjes van turbith (Operculina turpethum) of met andere medicijnen die flegma purgeren en daarna zal men dat lid stoven met water daarin is gekookt alleen averuit, Lavandula stoechas, Cymbopogon schoenanthus, alle tezamen gemengd of elk apart. Of, zoals Rasis zegt, men zal maken loog van wijngaard as of van eiken hout en natten daarin wollen klederen en leg het daarop al heet en bindt het goed vast en aldus zal die materie scheiden en drogen. Is dat daar bloed mee is gemengd, dan zal men er rijpende medicijnen op leggen totdat er etter in komt. Dan zal het zweren om die vreemde hitte die er in is verzameld en zal men het moeten snijden en niet nee wachten dat het van zichzelf uit zal breken. Want het zou van zichzelf niet uitbreken en dan zal men het voort behandelen met sterke zuiverende pleisters om de grove etter en dan zal men vlees daarin laten groeien.

Een harde zweer zal men behandelen met verschillende medicijnen en met vermurwende medicijnen zodat men een dag zal murwen en de andere dag scheiden. Want was het dat men altijd wilde scheiden en niet vermurwen de dunne materie zou verdrogen en dat dikste zou verharden. Ook zal men daar niet opleggen hete medicijnen zodat het niet ontsteekt nog dat geen nieuwe materie van verre er toe komt die het laat ontsteken, want het zou worden een kanker. En  ook opdat men rijpende medicijnen daarop legt en daarom zal men als nu murwen en als nu scheiden. Of men zal er opleggen deze medicijn die vermurwt en bevochtigt tezamen als Rasis verkondigt en Avicenna: neem bdellium, (Commiphora africana) gawanum (Ferula galbaniflua) Opopanax, gelijk, en men zal ze vermurwen in olie van lelies en stamp ze zeer goed in een mortier. Daarna doe lijmerigheid van fenegriek en van lijnzaad, alzo veel als de andere en meng ze goed tezamen. Dit zal men pleisteren op harde zweren alleen of daarmee zal men mengen droge, vette vijgen totdat het is al vermurwt. Vele anderen medicijnen die murwen en scheiden zal men vinden in de Antidotaria.

Een waterige zweer zal men behandelen zoals men doet udimia, uitgezonderd dat het behoeft droge medicijnen. Ook mag men het behandelen naar de lering dat men verdunt een dik lid.

Een winderige zweer mag men behandelen met medicijnen die verdrijft en wind verteert binnen en buiten als te nuttigen komijn, Carum, en wachten van spijzen die zwellen en van buiten met olie die verteren winderigheid in een windige of met deze olie: neem wijnruit, komijn, venkelzaad, anijs, corniameos,  (? en Ammi?) zaad van meekrap, ana onsium semis (dat is een half ons), olie die oud is een half pond en deze zal men alleen doen in een glazen distilleerkolf met kokend water en laat het koken totdat het sap van de ruit is verteerd en met olie zal men smeren alom. Item, neem ongebluste kalk en meng het met zoete wijn dunachtig en leg het daarop. Item, neem olie van dille, 2 ons, was, een half ons, droge hysop, verpoederd (dat is verpoederd) een drachme, en maak een pleister en leg het daarop. Dit zijn de behandelingen van enkelvoudige zweren.

 

 

 

Ende bi desen machmen hebben die cure van ghemengenden apostemen. Herisipula des of flegmoydes salmen cureren mit medicinen der mede dat men cureert herisipula ende flegmon op dat die cure sy te gader ghemenget. Antrax salmen cureren mit purgacien vander quader materien ende mit dingen sterckende dat hart ende die cracht ende omme dat in dusdanigen apostemen int begin so ontvallet dicwijl ende somwijl die cracht ende sommen zieken als si waren gebloet laet of ghepurgeert sterven daer omme. Vele meisters ontsien te bloet laten ende te purgeren. Item, ic late bloet enen zieken in den dach die starc was van naturen ende in den selven [fol. 90r] nacht gaf ic hem purgacien. Mer als die cracht falgiert ende theerte beeft ende die puls falgiert, dan ist sothede bloet laten ofte purgeren want men moet Gode der mede laten verwerven. Ende ic hebbe somme zieken ghegeven die grote driakel° die sonder puls waren ende si ghenasen. Alse waerbi ic sal hijr bescriven een exempel dat my ghefiel in Meylanen.

Een joncling van XIII jaren hadde een antrax in die rechterside des hals ende als ict eerst sach, so wast so zeer ghemerret dattie hals ende die kele ende dat kinne ende die scouderen waren welna al even groet ghezwollen, mer hi was so sterc van crachte. Die zieke bekende ic bi een puuste die ghewassen was an die rechterside des hals twelke was een beghin der ziecheide. Ic dede hem bloet laten in beiden armen, ja vele bloets, ende ic spisede hem gelijc of hi hadde ghesijn in een scarpen coerts. Nachtes, ter mettentijt vanden selven daghe, gaf ic hem purgacie van mirabolam citrium° (twelke bescreven is int capitel der scorftheden) ende up die stede daer die puust was, leidic scabiose° (dats scaep ore) ghestampt mit swinen smere, want ic vant gheen ghelike van dusdanigen medicinen, ende leide opt herte een plaester ghemaect van IIII onsen roden rosen ende alsoe veel gheel sandali°, ghersten mele ende camphar twe onsen ghetempert mit rosen watere. De mensche wert zeer ghesterket ende die hetten wert zeer vermindert. Nochtan ontswal die stede niet. Des ander dages dodic hem weder bloet laten in den enen arme een luttel bloedes ende do ontswal die stede wel zeer ende ter stede daer die puust was, wert een wel swerte rove ghelijc oft van viere had ghesijn, verbernet, wel [fol. 90v] dre dumemael breet. Ende varinghe daer na lichtede ic de rove op ende die zieke wert sonder quade tovallen ende die der een deep zeer, biden welken ic sach die pipen der longen ende die aderen ende stac daerin een hantvol cathoens. Ende ic waerde die zieken mit gueder spisen ende zuverde die wonde ende si ghenas mit helende medicinen tot dat hi volcomelic was genesen. Die scabiose°, een scaeps ore voerseit, heft herkine ende die blade een luttel breet bider aerden ende die steel is lanc als een arme ende heft een blaeu bloeme ende te verder opwert te smaelre dat die blade sijn. Dit ghestampet met zwinen smere (als ic menich werf hebbe gheproeft), het ripet antrax ende carbunculen.

Puusten comende van vervulden humoren (als ignis percusicus, een drogende vier ende miliarus fornuca ende pruna) hebben eens medicinen van baten achter die materie van is ghepurgiert mit medicinen purgerende coleram ende melancoliam te gadere want si purgeren verbernende humoren. Oec ist guet datmen daer to doet simplen medicinen purgerende verbernende humoren alse fumus terre (een duvenkervel), lapacium° acutum, scarpe ladic° , senu°, alsem° ende dier ghelike. Oec isset guet datment opt herte leit medicien comforterende (dats sterckende dat harte) dat die ghevenijndhede niet en trecket ter harten wart biden purgeerden medicinen. In die voerseide puusten salmen aldus van buten werken: eerdat si sijn uut ghebroken salmen daer up ende al omtrent hanteren mit colende medicinen ende al si sijn uut broken, sal mense hanteren mit zeer drogende medicinen up die stede (alsoet is gheseit int capitel der [fol. 91r] openre zeren) ende al omtrent salment hanteren mit colende medicinen totte dat de cure al is voldaen. Ist datter up comen quade to vallen dan salmen dat harte comforteren (dats sterken) mitten dingen die voerseit sijn in antrax. Somwijl ist wel guet dat men cauterizeert een bernet prunoni ende fornucam, want het trecket uut al die venijnde materie ende verteert. In die cure vanden volf salmen eerst die materie purgeren van binnen (op dat zieke sterk is ende anders niet) ende omtrent dat zeer buten salmen leggen medicinen van bolo armenico°, terra sigillata°, oli rosarium° ende azijn want dat en laet dat zeer niet breden. Dan salmen de vervuulde stede zuveren mit een bernende cauterie of mit corrosiven medicinen, mer die bernende cauterie is betere. Ende dan salmen daer op leggen een zuverende plaester vanden sape van apie° mit een luttel mirren daer tho ghedaen, ende daer na helen ende huden.

En bij deze mag men hebben de behandeling van gemengde zweren. Erysipyla dus of flegmoydes zal men behandelen met medicijnen en daarmee behandelt men erysipyla en flegma opdat de behandeling tezamen is gemengd. Antrax zal men behandelen met purgatie van de kwade materie en met dingen die dat hart versterken en de kracht en omdat in dusdanige zweren in het begin zo ontvalt het vaak en soms de kracht en sommige zieken als ze waren gelaten van bloed of gepurgeerd sterven daarom. Vele meesters ontzien bloed te laten en te purgeren. Item, ik laat bloed een zieke in de dag die sterk was van naturen en in dezelfde nacht gaf ik hem purgatie. Maar als die kracht faalt en het hart beeft en de pols faalt, dan is het gekkenwerk bloed te laten of te purgeren want men moet God daarmee laten werken en ik heb sommige zieken die grote teriakel gegeven die zonder pols waren en ze genazen. Als waarbij ik zal hier beschrijven een voorbeeld die me in Milaan gebeurde.

Een jongeling van 13 jaar had een antrax in de rechterkant van de hals en toen ik het eerst zag toen was het zo vermeerderd dat hij had de hals en de keel en de kin en de schouders waren bijna al even groot gezwollen, maar hij was zo sterk van kracht. De ziekte herkende ik bij een puist die aan de rechterkant van de hals gegroeid was wat een begin was van de ziekte. Ik deed hem bloed laten in beide armen, ja veel bloed, en ik spijsde hem gelijk of hij in een scherpe koorts was geweest. ‘s Nacht, ter metten tijd van dezelfde dag, gaf ik hem purgatie van mirobalanen citrium (wat beschreven is in het kapittel der schurft) en op die plaats daar de puist was, legde ik Scabiose (dat is schapenoor) (Knautia arvensis) gestampt met varkensvet, want ik vond geen gelijke van dusdanige medicijnen, en legde op het hart een pleister gemaakt van 4 ons roden rozen en alzo veel geel sandaalhout, gerstemeel en kamfer, (Dryobalanops aromatica) twee ons gemengd met rozenwater. De mens werd zeer versterkt en de hitte werd zeer verminderd. Nochtans ontzwol de plaats niet. De andere dag liet ik hem weer bloed laten in de ene arm een beetje bloed en toen verminderde die plaats zeer goed en de plaats waar de puist was werd een goede zwarte roof gelijk of het van vuur was geweest, verbrand, goed drie duimen breed. En snel daarna lichtte ik de roof op en de zieke werd zonder kwade toevallen en die er een diepe zeer, waarbij ik zag de pijpen der longen en de aderen en stak daarin een handvol katoen en ik bewaarde de zieke met goede spijzen en zuiverde de wonde en het genas met helende medicijnen totdat hij volkomen was genezen. De Scabiosa, schaapsoor voor gezegd, heeft herkine (?) en de bladeren wat breed bij de aarde en de steel is lang als een arm en heeft een blauwe bloem en verder omhoog hoe smaller dat de bladeren zijn. Dit gestampt met varkensvet (zoals ik menigmaal heb beproefd), het rijpt antrax en karbonkels.

Puisten die komen van vervuilde levenssappen (als ignis percusicus, een drogend vuur en miliarus fornuca en pruna) hebben een medicijn nodig nadat de materie er van is gepurgeerd met medicijnen die purgeren gal en melancholie tezamen want ze purgeren verbrande levenssappen. Ook is het goed dat men daartoe doet enkelvoudige medicijnen die purgeren verbrande levenssappen als fumus terra (een duivenkervel), lapacium acutum of scherpe zuring, senu, (mosterd?) alsem en diergelijke. Ook is het goed dat men het op het hart legt versterkende medicijnen (dat is versterkend het hart) dat de giftigheid niet trekt ter hart waart bij de purgeerde medicijnen. In de voor vermelde puisten zal men aldus van buiten werken: eer dat ze zijn uitgebroken zal men daarop en al omtrent hanteren met verkoelende medicijnen en als ze zijn uitgebroken, zal men ze hanteren met zeer drogende medicijnen op die plaats (alzo het is gezegd in het kapittel der open zeren) en al omtrent zal men het hanteren met verkoelende medicijnen totdat de behandeling geheel voldaan is. Is het dat er op komen kwade toevallen dan zal men dat hart versterken (dat is sterken) met de dingen die voor gezegd zijn in antrax. Soms is het wel goed dat men cauteriseert een brandende prunoni en fornucam, want het trekt uit al de giftige materie en verteert. In de behandeling van de wolf zal men eerst de materie purgeren van binnen (opdat zieke sterk is en anders niet) en omtrent dat zeer buiten zal men leggen medicijnen van bolus armeniacus, terra sigillata, rozenolie en azijn want dat laat dat zeer niet verspreiden. Dan zal men de vervuilde plaats zuiveren met een brandende cauterie of met bijtende medicijnen, maar de brandende cauterie is beter en dan zal men daarop leggen een zuiverende pleister van het sap van Apium met wat mirre, (Commiphora myrrha) daarbij gedaan en daarna helen en hoeden.

 

 

 

[XL] Dat derde capittel is van apostemen des hovedes ende wat dat der vergadert indes kindes hoefde

 

Int hovet vallen diversen apostumen want daer wassen apostumen vol van dunre fleuma of van tayer fleuma of van een limich fleuma. Ende si heten mollachtich want als die mol crupet ende maect een hol tusschen die aerden ende die huyt der aerden, also wasset dese aposteumen twischen die huyt ende dat hersenbecken. Oec hietet slecken bider ghelikenisse van een slecke. Oec wassen daer ander aposteumen ende van eenre herder fleumen ende die sijn gheheten knopen. [fol. 91v] Ic hebbe ghesien dinghen wassen uut een hersenbecken ghelijc een horen. Want ic sach een mensche die tot my quam om raet die int hoeft hadde VII dingen, teen mere dan tander, ende in diversen steden. Vanden welken som was alsoe groet ende also scerp als die hoern van een geytlam of vander lanchede van een dume. Ende si quetsen zeer die huut ende my wondert dat die niet en was ghewont. Ende als ic sach dat sie quamen uutten hersenbecken, so en wil ics my niet onderwijnden, want het docht my onmoghelic wesen to cureren ende to ghenesen.

Somwijl valt dat kijnder sijn gheboren mitten hovede al vol waters, want een water vergadert in die moeder mitten hovede op den kinen als waer bi dat selve water vergadert int hoeft, alse waer bi sy sijn geboren mit groten pinen ende somwijl eer dat men hem mach helpen dan sterven sy.

Die curen van allen aposteumen des hoefdis is dattet is van een dunne materie of van ghevorter materie. Men selt niet droghen noch verscheiden mit morwenden medicinen al ist al soe gheseit int generael (dats ist ghemeen) capitel van aposteume van fleume, want also mochte dat dunne of die vervulde materie corrumperen ende mochte vervulen dat hersenbecken. Ende ist dat die materie niet en is ripe, men salt ripen ende dan snident sciltwijs aldus , want die aposteume des hoefts en machmen niet vollencomeliken zuveren om dichede der huut oftie wonden en sijn soe groet dat die zuverende medicien comet totten bodeme. Alst ghesneden is salmen die materie uut doen ende vollen die stede mit lijnwade of cathone ghenet mit olie rosaet° in welken [fol. 92r] is ghewect aluun° zuccarim°, tottie stede in den bodem wel is gezuvert ende daerna salment cureren mitter XII apostelen salve° ende mit anderen medicien na der leringe van anderen openen gaten. Enen knoep salmen aldus cureren: men sal die huut sniden overlanx op den knoep ende treckent al uut mit sinen huuskin ende ist datter yet in blijft vanden knoep of vanden huuskijn dat salmen uut doen mit een grove of mit een ander corrosijf ende daerna helen ende huden. Ende ist dattie knoep heft sinen wal doem mitten hersenbecken, dan ist beter ghelaten dan ghepijnt te cureren.

Water dat vergadert is int hoeft eens kijns of het is binnen den hersenbecken of daer buten: datter binnen is dat men Gode opgheven ende datter buten is dat salmen aldus cureren. Men sal dat hoeft smeren mit camillen olie ende mit sulphure ghestampt so datter sijn IIII delen olie ende één deel sulphure. Dan salmen in III steden cauterizeren (dats barnen) dat vore boven den voerhovede opt hoeft ende achter in die nolle vander hovede ende een luttel bet up die laetste camere want dese cauterien mitter voerseide salvinge drogen, ripen ende verteren.

[XL] Dat derde kapittel is van zweren der hoofd en wat dat er verzameld in het kinderen hoofd.

 

In het hoofd vallen diverse zweren want daar groeien zweren vol van dunne flegma of van taaie flegma of van een lijmachtig flegma en ze heten molachtig want zoals de mol kruipt en maakt een hol onder de aarde en de huid der aarde, alzo groeit deze zweer tussen het huis en de schedel. Ook heten ze slakken vanwege de gelijkenis van een slak. Ook groeien daar andere zweren en van een harde flegma en die zijn geheten knopen.  Ik heb dingen zien groeien uit een schedel gelijk een horen. Want ik zag een mens die tot me kwam om raad die in het hoofd had 7 dingen, de ene groter dan de andere en op verschillende plaatsen. Waarvan sommige alzo groot en scherp waren als de horen van een geitenlam of met de lengte van een duim. En ze kwetsen zeer de huid en het verwonderde me dat die niet was gewond. En toen ik zag dat ze uit de schedel kwamen zo wilde ik me er niet mee bemoeien want het leek me onmogelijke te behandelen en te genezen.

Soms gebeurt het dat kinderen worden geboren met het hoofd al vol water, (waterhoofd) want een water verzameld in de moeder met het hoofd op de kin als waarbij datzelfde water verzamelt in het hoofd, als waar ze mee worden geboren met grote pijn en som eerder dat men hem mag helpen, dan sterven ze.

Het behandelen van alle zweren van het hoofd en is dat het is van een dunne materie of van gevorderde materie. Men zal het niet drogen nog scheiden met vermurwende medicijnen al is het alzo gezegd in het generaal (dat is het algemeen) kapittel van zweren van flegma, want alzo mocht dat dunne of de vervuilde materie vervuilen en mocht vervuilen de schedel. En is het dat de materie niet rijp is, men zal het rijpen en dan schildvormig snijden aldus, want de zweren van het hoofd kan men niet volkomen zuiveren vanwege de dikte van de huid of de wonden zijn zo groot dat de zuiverende medicijn komt tot de bodem. Als het gesneden is zal men de materie er uit doen en vullen die plaats met linnen of katoen genat met rozenolie waarin geweekt is aluin en suiker tot die plaats in de bodem goed gezuiverd is en daarna zal men het behandelen met de 12 apostelen zalf en met andere medicijnen naar de lering van andere open gaten. Een knoop zal men aldus behandelen: men zal de huid snijden in de lengte op de knoop en trekken alles eruit met zijn huisje en is het dat er iets in blijft van de knoop of van het huisje dat zal men uit doen met een groef of met een ander bijtmiddel en daarna helen en hoeden. En is het dat de knoop heeft zijn rand te doen met de schedel, dan is het beter gelaten dan pijnig te behandelen.

Water dat verzameld is in het hoofd van een kind, of het is binnen de schedel of daar buiten: dat er binnen is dat men God opgeeft en dat er buiten is dat zal men aldus behandelen. Men zal dat hoofd besmeren met kamille olie en met gestampte zwavel  zodat er zijn 4 delen olie en één deel zwavel. Dan zal men in 3 plaatsen cauteriseren (dat is branden) en  dat voor boven het voorhoofd, op het hoofd en achter in de kruin van het hoofd en wat beter op de laatste plaats want deze cauterie met de voor vermelde zalven drogen, rijpen en verteren.

 

 

 

 

[XLI] Dat vierde capittel is van apostemen der wortelen der oren. Nota

 

Aposteumen comen in die wortelen der oren. Somwijl ist in den weghe van crisis alse nature is te kranc die materie uut te steken biden zweeten of bi anderen ydelingen of bi datter materie is te vele of te dicke; mer nature doet dat sie mach ende steket de materie toter cranker [fol. 92v] ydelre steden. Oec werter somwijl een aposteume biden weghe van crises of bi dat die materie doer comt vanden hovede of bi dattet is van benneden opwert gesteken ende blijft onder dat ore ende dan maectet daer een aposteume. Dese aposteume is vreselic om die naeheide des hoefts ende om die ghevoelege stede ende om datter sijn vele aderen ende zenuwen ende arterien. Dese aposteume verslaet dicwijl als die tee ballen groet zijn.

Die materie na deser aposteumen of hets bloet of tis colera of melancolia die welke men bekent bi den teykenen voerseit. Die cure van desser aposteume en salmen niet beginnen an wederslaende medicinen. Mer ander medicinen die sachten ende die materie uut leden want wederslaende medicine steken die materie tot een principael lit. Men sal die stede batten mit warmen water daer in is ghesoden camomillen ende daer salvet mitter selver olie ende legter op wolke mitter hieke (dats die niet gedwegen is) ende doet altoes in dat ore olien van bitteren mandalen want het helpet zeer. Ist dattie materie legt diepe soe dattet qualiken uut mach, dan salmen daer up stellen droge ventosen ende coppen setten om die materie uut te halen ende daer na versceiden ende smeren ende misuren die zweringe alsoet voerseit is. Ist datter is etter so salment ripen mit ghetempaerden maturativen een ripende plaester nietste heet, ende dan salment sniden ende doen uut de ettere ende niet ontbeiden dattet uut brect bi hem selven ende altoes wachten datmen niet snyt zenuwen noch aderen noch arterien. Want daer comt dicwijl [fol. 93r] of grote vrese bi datter somwijl is ghequetset de wederkeren zenuwen ende dan blijft de zieke ewelike heesch. Alst ghesneden is dan salment zuveren mit medicinen voergeseit in den Antidotario ende daer na helen ende huden wel vrodeliken want als aposteumen in dese steden sijn qualiker ghecureert, dicwijl wertet een fistole.

[XLI] Dat vierde kapittel is van zweren der wortels der oren. Nota.

 

Zweren komen in de wortels der oren. Soms is het in de weg van crisis als de natuur te zwak is om de materie uit te steken bij het zweten of bij andere leeg maken of omdat de materie te veel of te dik is; maar de natuur doet wat ze kan en steekt de materie tot de zwakke lege plaatsen. Ook wordt soms een zweer vanwege crises of omdat de materie doorkomt van het hoofd of omdat het is van beneden omhoog gestoken en blijft onder de oor en dan maakt het daar een zweer. Deze zweer is vreselijk vanwege de nabijheid van het hoofd en vanwege de gevoelige plaats en omdat er zijn vele aderen en zenuwen en slagaders. Deze zweer  verslaat vaak als de teen ballen (?) groot zijn.

De materie na deze zweren of het is bloed of het is gal of melancholie die men herkent bij de tekens voor gezegd. De behandeling van deze zweren zal men niet beginnen met terugslaande medicijnen. Maar andere medicijnen die verzachten en de materie uit leiden want terugslaande medicijnen steken de materie tot een voornaam lid. Men zal die plaats natten met warm water waarin is gekookt kamillen en daar zalf het met dezelfde olie en leg er op wol met hieke (dat is die niet gewassen is) en doe het altijd in dat oor olie van bittere amandelen want het helpt zeer. Is het dat de materie diep ligt zodat het er slecht uit kan, dan zal men daarop  droge koppen zetten en om de materie er uit te halen en daarna scheiden en smeren en behandele de zweerg zoals het voor gezegd is. Is het dat er is etter dan zal men het rijpen met getemperde rijpheid van een rijpende pleister niet te heet en dan zal men het snijden en doen uit de etter en niet wachten tot het uitbreekt van zichzelf en altijd behoeden dat men niet snijdt in zenuwen nog aderen nog slagaders. Want daar komt vaak grote vrees van omdat er soms de terugkerende zenuwen gekwetst zijn en dan blijft de zieke eeuwig hees. Als het gesneden is dan zal men het zuiveren met medicijnen voor gezegd in de Antidotaria en daarna helen en verstandig hoeden want als zweren in deze plaatsen slecht zijn behandeld, vaak wordt het een fistel.

 

 

 

[XLII] Dat vijfte capittel is van apostemen des halses ende der kelen ende aposteme in de kele squinancie

 

Aposteumen van deser steden of si sijn in die brade van buten soe datter inwert in gaet of in die innerste braden of in die substancie vanden swelgen of in een holheide wesende tusschen der pipen der longene ende den swelge. Ende desse aposteumen sijn meest van blode of dicwijl van fleume ende min van colera ende alreminst van melancolien ende men bekent sy biden teykenen der aposteumen voerseit.

Die aposteme wesende in die innerste brade bekent men bi dat een deel vanden ghezwel comt uutwart ende die zieken mach qualiken zwelgen. Dat die materie is in die holheide voerseit of binnen dat bekentmen bi dat vanden ghezwelle niet buten en vertoecht ende die zieke en mach niet verswelgen ende qualiken verademen. Ende ist dat die to vallen sijn groet van desen aposteumen -als dat sijn ogen uutwert keren ende hi sijn tonge niet en mach holden in sinen mont ende dat hi niet en mach spreken ende dat die braden der borsten up ende neder springen van pinen- dan moetment Goede up gheven. Ende somwijl hebben somme stoute meisters een priem ghesteken in die kele ende daer [fol. 93v] mede die aposteme te braken alse waer bi si varinge ghenesen. Nochtan dicwijl sterven sy in de hande des meisters ende aldus werkende dat wijt men alden meisters ende niet der ziecheiden.

Die bedecte saken die welke die tovallen niet groet en sijn, is alsdus ghecureert int begin ende ist van heter materien men sal bloet laten ter lever aderen. Ende ist dattet is veroudert, men sal bloet laten totter hert aderen ende men salt laten bloden tot dat die zieke in onmacht vallet, meest op dat hi is sterck ende vleischich. Des anderen dages salmen laten in die adere onder tonghen ende ne gheen tijt en salmen laten onder der tongen voer dat men heft ghebloet laet die lever adere of die hert adere, want het ghevalt dicwijl dat die zieke verworget opdat hi vol quader humoren is. Naeden bloet laten salmen hem doen gargarizeren mit water daer in is ghesoden rosen, sumat°, balaustie°, lentilgen°, noten van gallen, mitten welken ghetempert is dyameron°. Of hi sal gargarizeren mitten stronten van een swaluwen ghetempert is mit ydromelle° often stront van musken of van hoenren of van een hont die beenren et ende el niet. Item, neem den hont stront voerseit, noten van gallen, satureye°, ana. Dit salmen pulverizeren ende tempert mit water ende zeem ende gargausieren. Ende hi sal drinken water ende ghersten ende eten el niet dan spise van gruse ghemaect aldus: nemet een schotel vol nyewes tarwijns gruus ende dectet mit water warm en wile ende dan stampet herde wal in I mortere ende colierent ende die coleringe suldi wel seden mit een luttel souts ende gevent den zieken [fol. 94r] mit ponden. Ende ist al soe dat hijs niet en mach bezwelgen dan salmen inden put vanden halse stellen een cleyne ventose mit viere, dan sal hy wel verswelgen also lange als die ventose daer sit. Alle die kele ende alle den hals salmen smeren buten mit olie van camomillen ende daer up leggen wolle mitter eyken. Oec salmen daer up leggen een plaester ghemaket van swaluwen neste de ghemeen is van squinancie: neemt een swaluwen nest ende doetet lange zieden in water. Daerna salment cleynsen doer een teems ende datter doer lopet dat salmen houden. Ende in ander water sal men zieden die wortelen van lelien, van bismalve°, van brionie°, bladen van poppelen, van violetten ende van paritarie.° Dan salmen die stampen wel ende mitten water van swaluwen nesten salmen wal temperen een ripede seme ende meel van lijnzade tot dat het is ghelijc pappen. Dan salmen daer to doen die cruden ghestampt ende ghemeynen olie of out smeer sonder sout ende ziedent altegader ende maken een plaester, het verscheidet of ripet squinancie van binnen of van buten opdatment spredet op een cleet ende leggent warm omtrent die kele. Oec ist guet ghesmeert omtrent den hals mit olie van camomillen ghemenget mit ouder, verscher botere op datment bewindet mit wolle mit der hiecke. Oec ist guet, als die aposteume is binnen, dat ment niet weder en slaet, mer verscheidet mer hantiert ripende gargarizeren al dit: neemt droge vigen, pappelen zaet, lijnzaet desse salmen zieden in watere ende gargarizerent of water van vighen mit botere ende mit wijn ghemenget dat rijpt elc [fol. 94v] aposteme binnen of in die kele of in die maghe of in den dermen.

[XLII] Dat vijfde kapittel is van zweren der hals en de keel en zweer in de keel, squinancie, (Angina).

 

Zweren van deze plaatsen of ze zijn in het spiervlees van buiten zodat het naar binnen gaat of in het binnenste spiervlees of in de substantie van de strot of in een holte die er is tussen de pijpen van de longen en de strot. En deze zweren zijn meest van bloed of vaak van flegma en minder van gal en allerminst van melancholie en men herkent ze bij de tekens der zweren ,voor gezegd.

Die zweer die in het binnenste van het spiervlees is herkent men daarbij dat een deel van het gezwel komt naar buiten en de zieken kan moeilijk slikken. Dat de materie is in de holte voor gezegd of binnen dat herkent men omdat de gezwel zich niet buiten vertoont en de zieke kan niet slikken en moeilijk ademen. En is het dat de toevallen groot zijn van deze zweren -als dat zijn ogen naar buiten keren en hij zijn tong niet in zijn mond kan houden en hij kan niet spreken en dat de beweging der borsten op en neer springen van pijn- dan moet men het God opgeven. En soms hebben sommige dappere meesters een priem gestoken in de keel en daarmee de zweer gebroken als waarbij ze snel genazen. Nochtans vaak sterven ze in de handen van de meesters en aldus werkende dat verwijt men al de meesters en niet de ziekte.

De bedekte zaken waarbij de toevallen niet groot zijn, zijn aldus behandeld in het begin en is het van hete materie men zal bloed laten ter leverader. En is het dat het is verouderd, men zal bloed laten tot de hartader en men zal het laten bloeden totdat de zieke in onmacht valt, meest opdat hij is sterk en vlezig. De volgende dag zal men laten in de ader onder de tong en nee geen tijd zal men laten onder de tong voordat men bloed heeft gelaten in de leverader of hartader, want het gebeurt vaak dat die zieke gewurgd wordt als hij vol kwade levenssappen is. Na het bloed laten zal men hem doen gorgelen met water waarin gekookt is rozen, sumak, (Rhus coriaria), bloem van granaatappels, lens, noten van gallen, waarmee gemengd is sap van moerbei. Of hij zal gorgelen met de stront van een zwaluwen gemengd met hydromel (honingwater) of stront van mussen of van hoenderen of van een hond die beenderen eet en anders niet. Item, neem de hondenstront, voor gezegd, noten van gallen, Satureja, gelijk. Dit zal men verpoederen en meng het met water en honing en gorgelen. En hij zal drinken water en gerst en eten niets anders dan spijs van gruis gemaakt aldus: neem een schotel vol nieuwe tarwe gruis en bedek het met warm water een tijdje en dan stamp het erg goed in een mortier en zuiver het en die zuivering zal je goed koken met wat zout en geef het de zieke met ponden. En is het alzo dat hij het niet kan inslikken dan zal men in de put van de hals stellen een kleine kop met vuur, dan zal hij het wel inslikken alzo lang als dat koppen zetten daar zit. De hele keel en de hele hals zal men buiten smeren met olie van kamillen en daarop leggen ongewassen wol. Ook zal men daarop leggen een pleister gemaakt van zwaluwen nest die algemeen is van squinancie: neem een zwaluwen nest en laat het lang koken in water. Daarna zal men het zeven door een zeef en dat er door loopt dat zal men houden. En  in ander water zal men koken de wortels van lelies, van bismalve (Malva alcea), van Bryonia, bladeren van heemst, van violen en van Parietaria. Dan zal men die goed stampen en met het water van zwaluwen nesten zal men goed mengen rijpe zeem en meel van lijnzaad totdat het is gelijk pap. Dan zal men daartoe doen de gestampte kruiden en gewone olie of oud vet zonder zout en kook het allemaal tezamen en maak een pleister, het scheidt of rijpt de squinancie van binnen of van buiten opdat men het spreidt op een kleed en leg het warm omtrent de keel. Ook is het goed gesmeerd omtrent de hals met olie van kamillen gemengd met oude verse boter opdat het omwindt in ongewassen wol. Ook is het goed, als de zweer is binnen, dat men het niet terugslaat, maar scheidt, men hanteert rijpende gorgeling al dit: neem droge vijgen, heemst zaad, lijnzaad, deze zal men koken in water en gorgelen van het water van vijgen met boter en met wijn gemengd, dat rijpt elke zweer binnen of in de keel of in de maag of in de darmen.

 

 

 

Ende alst rijp is dan salment weten bi der mynringhe der zweringe ende der to vallen ende des coerts. Ist dat van buten toecht, men salt sniden mit een vlime ende altoes wachten van zenuwen, van aderen ende van arterien ende alst open is dan salment zuveren mit zuverende medicinen geseit in den Antidotario. Ist dattet is binnen ende het niet en brect mit gargarizeren van stoppenden dingen also water der sedinge der noten van gallen, achacie°, psidie°, balaustie°, alijn iameny, want het vercrimpt die aposteume to gader ende dan brect. Als die aposteume is te broken dan salment gargarizeren mit warmen water daer in ghesmouten is botere ende olie van violetten tot dat die etter al uut is ghezuvert ende daerna salmen gargarizeren mit water van ziedinge van liquirissie°, yreos°, tamerisci. Oec ist guet datment supet die doderen van eyeren.

Ende ist dat de materie is wel cout, men ne salt niet weder slaen, mer men sal hanteren hetere gargarizeren ende alst ondaen is, so salmen nemen sterke zuverende medicinen in de welke is ghemenget mirre, sarcocolle° na dat het is voerghescreven in den Antidotario. Somwijl ghevallet dat om die reuma, dalende vanden hoefde, wassen in die wortelen der tonghen in elke side dingen ghelijc amandalen die beletten den zwelghe so dat die zieke mach qualiken verademen. Dat welke salmen cureren mitter voerseyder medicinen in alre manieren.

Hijr sal ic bescriven wat my beveel in die stad van Meylanen van eenre vrouwen van XX [fol. 95r] jaren die hadde een squinancie van fleume die al die kele bevinc buten ende binnen, so dattet gezwel buten harde groet was; ende zi en mochte spreken noch verzwelgen. Ende si hadde langhe ghesijn in die cure van enen mynre scoelre ende sie argede van daghe to dage. Doe wordic daer to ghehaelt ende ic vant sie in quaden punten, want sie en hadde in veel daghe niet ghegeten ende sy en dorste niet slapen om dat sie ducht hadde van vervurgene. Haer puls was cranc ende ic besef die materie diep int vleische ende ic sach wel dat sie eer soude hebben geworgen dan die aposteme hadde to broken uutwert of inwert want die materie was dicke. Ende ic vant die materie ripe twischen den kinne ende der kelen meer dan elre ende ic taste mit den vingher om te scuwen zenuwen, aderen ende arterien ende ic maecte daer een diepe wonde mit eenre scheren ende ic trac daer uut veel vander ghemorter materien ende vele liet ic daer in omme die redene voerscreven. Doe mochte si te bet verademen ende die puls versterkede haer ende ic cureertse vander doet ende was varinge ghemindert ende doe gaf ic haer vleischich sop ende daer lieps viele uut bider wonden. Ende doe stac ic haer een sulveren pipe in die kele tot dat si die wonde leden was ende daer doer nam sie haer voetsel. Al die kele ende den hals bewond ic mit zuverenden medicinen ende die rijpte die overvloienden materien tot dat ic trac uut den wonden een stuc tayer, [fol. 95v] vervulder matirien die was ghelijc enen darm, langer ende dicker dan een vingher. Ende doe bleef die stede sonder stanc ende sy begonde zeer to versterken ende doe ghenas ic den wonde mit medicinen die zuveren ende vleisk doen wassen ende huden tot sy was vollencomeliken ghenesen.

Alsmen in die voerseide steden vint een coude, vervulde materie, men salt snyden want het en soude niet uutbreken by hemselven, al waert oec dattie materie niet en waer volcomenliken ripen. Want die dicke materie wesende diep in dat let en mach niet uutwert breken bider crancker hetten, noch dat herte en mach niet lange tijt gedegen tgebrech der luchten.

En als het rijp is dan zal men het weten door het verminderen van de zweer en de toevallen en de koorts. Is het dat van buiten toont, men zal het snijden met een vlijm en altijd uitkijken voor zenuwen, van aderen en van slagaders en als het open is dan zal men het zuiveren met zuiverende medicijnen gezegd in de Antidotaria. Is het dat het is binnen en het niet breekt met gorgelen of van proppende dingen alzo water met kooksel van de noten van gallen, achacie, (Acacia nilotica) granaatappels, bloem van granaatappels, aluin, iameny, (?) want het krimpt de zweren tezamen en dan breekt het. Als de zweer is gebroken dan zal men het gorgelen met warm water waarin gesmolten is boter en violenolie totdat de etter er geheel uit is gezuiverd en daarna zal men gorgelen met water van kooksel van zoethout, Iris, tamarisk. Ook is het goed dat men drinkt de dooiers van eieren.

En is het dat de materie goed koud is, men zal ze niet terugslaan, maar men zal hanteren hetere gorgeling en als het geopend is dan zal men nemen sterke zuiverende medicijnen waarin gemengd is mirre, (Commiphora myrrha), Penea sarcocolla, naar dat het is voor geschreven in de Antidotaria. Soms gebeurt het dat om de reuma, dalende van het hoofd, groeien in de wortels van de tong aan elke kant dingen gelijk amandelen die beletten het slikken zodat de zieke moeilijk adem kan halen. Dat zal men behandelen met de voor vermelde medicijnen in alle manieren.

Hier zal ik beschrijven wat me geviel in de stad Milaan van een vrouw van 20 jaren, die had een squinancie van flegma die  de hele keel omving van buiten en binnen, zodat het gezwel buiten erg groot was; en ze mocht niet spreken nog slikken. En ze had lang geweest in de behandeling van een kleine leerling en het werd erger van dag tot dag. Toen werd ik daarbij gehaald en ik vond haar in kwade toestand, want ze had in veel dagen niet gegeten en ze durfde niet te slapen omdat ze vrees had van verwurgen. Haar pols was zwak en ik besefte de materie diep in het vlees en ik zag wel dat ze eerder gewurgd zou zijn dan de zweer was uitgebroken naar buiten of naar binnen want de materie was dik. En ik vond de materie rijp tussen de kin en de keel meer dan anders en ik taste met de vinger om te schuwen zenuwen, aderen en slagaders en ik maakte daar een diepe wond met een schaar en ik trok daaruit veel van de geharde materie en veel liet ik daarin om de reden voor beschreven. Toen kon ze beter ademen en de pols werd sterker en ik behandelde haar van de dood en het was snel verminderd en toen gaf ik haar vleesachtig sap en er liep veel uit bij de wond en toen stak ik haar een zilveren pijp in de keel totdat de wond geleden was en daardoor nam ze haar voedsel. De hele keel en de hals omwond ik met zuiverende medicijnen en die rijpten de overtollige materie totdat ik uit de wond een stuk taaie, vervuilde materie trok die gelijk een darm was, langer en dikker dan een vinger en toen bleef die plaats zonder stank en ze begon zeer te versterken en toen genas ik de wond met medicijnen die zuiveren en vlees laten groeien en behoeden totdat ze volkomen genezen was.

Als men in die voor vermelde plaatsen een koude vervuilde materie vindt , men zal het snijden want het zou niet van zichzelf uitbreken, al was het ook dat de materie niet volkomen rijp was. Want de dikke materie die diep in dat lid is kan niet naar buiten uitbreken vanwege de zwakke hitte, nog dat hart kan niet lange tijd het gebrek van lucht gedogen.

 

 

 

[XLIII] Dat seste capittel is van apostemen onder den arme oxelin

 

Desse aposteume en salmen niet wederslaen om die redene voerseit mer men sal de materie purgeren op dattet is bi bloet laten ter lever ader an den anderen arm. Ende ist dat die materie is cout dan salmen purgeren mit medicinen van tubith° of mit anderen medicinen daer to bihorende ende men sal die materie verscheiden mit medicinen niet te zere treckende. Men sal die stede salven mit olie van camomillen allene ende daer op leggen wolle mitter hieke ende verdinnen sijn spise. Ende ist dat dit niet en helpet men salt ripen ende uut snyden ende niet wachten den tijt dattet allene soude uut breken ende meest als die materie is cout. Ende ist dat de materie is twierleye, alst dickwijl ghevalt hijr ende in die lieschen ende het niet al omme en is rijp [fol. 96r] mer in één stede hert ende in een ander mere, dan ist een aposteume datmen heet bubo wes cure dicwel swaer te doen is. Want ist datment uut trecket die ripe materie ende die herde daerin laet, dat sal qualiken ripen mer het wert een herde aposteume ende maect een fistele. Ende ist dat de ripe materie blijft in die stede het hout alden lichaem in quaden wesene van coertse ende van zweringen. Men sel den coerts ende de zweringen minren somen beste mach ende ripen de materie (want die ripe materie helpet der onriper materien to ripen) ende dan salment ondoen ende zuverent. Ist dat die aposteume brect eert ripe is of datment by node snyden moet, so sal ment dan hanteren mit medicinen die ripen ende zuveren die overvloiende materie ende daer of suldire ghenoech hebben in Antidotario.

[XLIII] Dat zesde kapittel is van zweren onder de arm en oksels.

 

Deze zweren zal men niet terugslaan vanwege de reden voor gezegd maar men zal de materie purgeren opdat het is bij bloed laten ter leverader aan de andere arm. En is het dat de materie is koud dan zal men purgeren met medicijnen van turbith (Operculina turpethum) of met andere medicijnen die daartoe behoren en men zal de materie scheiden met medicijnen die niet te zeer trekken. Men zal die plaats alleen zalven met olie van kamillen en daarop leggen ongewassen wol en verdunnen zijn spijs. En is het dat dit niet helpt men zal het rijpen en uitsnijden en niet wachten de tijd dat het alleen zou uitbreken en meest als de materie koud is. En is het dat de materie tweevormig is, zoals het vaak gebeurt, hier en in de liezen en het niet alom rijp is maar in een plaats hard  en in een andere groter, dan is het een zweer dat men heet bubo (een venerisch gezwel in de lies) wiens behandeling vaak slecht te doen is. Want is het dat men uittrekt de rijpe materie en de harde daarin laat, dat zal slecht rijpen, maar het wordt een harde zweer en maakt een fistel. En is het dat de rijpe materie blijft in die plaats het houdt het hele lichaam in kwaad wezen van koorts en van zweren. Men zal de koorts en de zweren verminderen zo men het beste kan en rijpen de materie (want de rijpe materie helpt de onrijpe materie tot rijpen) en dan zal men het open en zuiveren. Is het dat die zweer breekt eer het rijp is of dat men het vanwege nood snijden moet, dan zal men het hanteren met medicijnen die rijpen en zuiveren de overtollige materie en daarvan zal ge er genoeg hebben in Antidotaria.

 

 

 

[XLIIII] Dat sovende capittel is van apostemen der armen ende soe neder wert

 

Desse aposteumen salmen weder slaen als men eersten den lichaem hevet ghezuvert. Ende ist dat die aposteume is heet, men sal bloet laten anden anderen arm in die lever ader ende daer na wederslaen mit colende medicinen. Ende ist dattie niet en helpet, men sal verscheiden ende en helpt dat niet, men salt ripen. Ende desse aposteumen machmen volcomenliken ripen of die materie en wart so quaet dat se bereet wart te corrumperen dat leet, want dan soudement ondoen al en wert niet vollen [fol. 96v] comeliken ripe. Mer men moetet wachten van groten wonden to snyden als die aposteumen valt in steden der musen, mer ghi sult snyden alsoe ondiepe als ghi moget een cleyne wonde ende dan salment zuveren ende dwaen alsmen doet andere opene gaten. Want waert soe dattie braden waren ghewont, de arm soude ontcrimpen altemet dattie brade solde helen.

Ende ist dat die aposteume is omme trent den ellenbogen dan salmen snyden an beyden syden vanden ellenbogen ende niet up den ellenbogen want het en soude niet helen omme dattet is altoes rorende. Mer ghene aposteume en comt in die stede of die materie ende sie te vele ende men salt dicwijl moten purgeren ende daerna verscheiden ende daer om trent werken alsoet gheseit is in dat generael capitel.

Ende aldus salmen cureren aposteumen vanden handen ende der vingeren. De vit is een aposteume wassende omtrent die wortele der nagelan ende is heet zwerende ende roet ende somwijl maect een coerts, somwijl destrueert den hoeft vanden vinger. Die cure van desser aposteume is dat men eerst bloet sal laten op dat die cracht des zieken stercen is ende hi out ghenoech sy ende op dat hi plach te laten ende de tijt lange sy dat hi niet en liet ende daer na salmen daer up leggen een dicke plaester ghemaect van azijn ende van apio° ende daer up salmen leggen een linnen cleet ghenet in water van psillo° of smerent mit een ander colende salve ende in allen manieren salmen pinen omme te smeren colen ende omme corrupcie te beweren [fol. 97r] ende ist dattie zweringe ende die bitinge hijr mede niet en cessiert ende op holt ende dattet etter wert dan salmen daer up leggen scabiosam° gestampt mit swinen smeer ende cureert voer ghelijc een antrax ende carbuncula. Hoe datmen cureren sal aposteumen comende in de juncturen der armen die niet en etteren, dat salmen leren in dat capittel vander zweringe de junturen.

[XLIIII] Dat zevende kapittel is van zweren der armen en zo naar beneden.

 

Deze zweren zal men terugslaan als men ten eerste het lichaam heeft gezuiverd. En is het dat de zweer is heet, men zal bloed laten aan de andere arm, in de leverader en daarna terugslaan met verkoelende medicijnen. En is het dat het niet helpt, men zal scheiden en helpt dat niet, men zal het rijpen. En deze zweer kan men volkomen laten rijpen of de materie was zo kwaad dat het gereed was te vervuilen dat lid, want dan zou men het openen al was het niet volledig rijp. Maar men moet uitkijken van grote wonden te snijden als die zweer valt in plaatsen van spieren, maar ge zal snijden alzo ondiep als ge kan met een kleine wond en dan zal men het zuiveren en wassen zoals men doet met andere open gaten. Want was het zo dat het spiervlees was gewond, de arm zou los gaan in de tijd dat het spiervlees zou helen.

En is het dat die zweer is omtrent de ellenbogen dan zal men snijden aan beide zijden van de ellenboog en niet op de ellenboog want het zou niet helen omdat het altijd beweegt. Maar geen zweer komt er in die plaats of de materie is te veel en men zal het vaak moeten purgeren en daarna scheiden en daaromtrent werken alzo het gezegd is in dat algemene kapittel.

En aldus zal men behandelen zweren van de handen en de vingers. De fijt is een zweer die groeit omtrent de wortels van de nagels en is een hete zweer en rood en soms maakt het een koorts, soms vernielt het de hoofd van de vinger. De behandeling van deze zweer is dat men eerst bloed zal laten opdat de kracht der zieke sterk is en hij oud genoeg is en opdat hij kan laten en de tijd lang is dat hij niet liet en daarna zal men daarop leggen een dikke pleister gemaakt van azijn en van Apium en daarop zal men leggen een linnen kleed genat in water van Plantago psyllium of besmeer het met andere verkoelende zalf en in alle manieren zal men denken om te smeren te verkoelen en om vervuiling te verweren en is het dat de zweer en het bijten hiermee niet vermindert en ophoudt en dat het etter wordt dan zal men daarop leggen Scabiosa (Knautia) gestampt met varkensvet en behandel het voort gelijk als een antrax en karbonkel. Hoe dat men behandelen zal zweren die in de gewrichten der armen komen die niet etteren, dat zal men leren in het kapittel van de zweren der gewrichten.

 

 

 

 

[XLV] Dat achtende capittel is van apostemen der ghesteliker leden ende van bulghinghe ende hefinghe

 

Desse aposteumen en salmen niet wederslaen, mer men salt uutwert trecken ende meest up dattet cout is. Eerst salmen dat lichaem purgeren ende daerna die materie versceiden. Ende ist dat dit niet en helpet, men salt ripen ende dan salment snyden ende niet te wachten dattet soude uut breken by hem selven ende dan salmen die ettere suveren ende die wonden helen, alsoet voerseid is in den anderen steden. Dicwijl bider cracht der naturen is een materie uutwert ghesteken twischen die ribben ende twisschen die beenren der borsten ende der spondilen ende maect een aposteume. Is dattet is cout, het sweret luttel ende die sieke en achter niet veel op om dattet niet sweret also waer bi dattet daer langhe blivende is te corrumperen die stede. Ende als die materie is ghecorrumpeert, het solde eer inwert biten dan uutwert alsewaer bi dusdanige aposteumen maect een doer gaende fistel inwert. [fol. 97v] Mer men sal sniden ende helent ende zuverent ghelijc een ander aposteume Ende is datter wert een fistele in ert gaende dan suldi maken een wieke vanden pid van vleder of van spongen of van brionie° of van ganciane° ende doent in den fistel om dat gat te wyden ende daer na salmen mit een clisterien dese zuverende dwaynge daer in doen. Nemet zeme°, mirre, watere soe datter sy IIII dele waters ende zeem° ende mirre II delen. Ende ist datmen daer to doet ysope° ende salie elx een deel, het wert te betere. Oec ist somwijl goet datmen neemt wijn over twater alset tseer is sonder alle sweringe. Ende desen siroep salmen doen in den fistel ende doen den zieken wentelen over ende weder so dat men wel dwa die stede van binnen vanden ettere. Ende dan sal hem die zieke doen keren over den mont der wonden ende hy sal hoesten so dattie etter ende die dwamigge te bet uut mogen comen Ende dan salmen in die wond doen een wieke ghesmeert mit oli soe dat die wonde niet en luct ende ist datter mitter dwaenningghe niet uut en gaet, dan salment fulcomenliken helen ende huden. Ende ist dattie wech biden welken die etter uut ende in gaet, is hert ghepipet binnen soe datter is een vray fistel, dan salmen cauterizeren ende daer na den brant uut vallen doen mit bottere ende mit anderen dingen die vet sijn, ende daer na salment zuveren ende helen.

Bulginghe comt somwijl in kinderen om den hoeste uut stekende de materie ende oec om wolven toskeyt ontbijndende die juncturen der beenren ende uutwert stekende. [fol. 98r] Men salt int eerst cureren mit dingen sachtende den hoeft als sijn zoete amandelen gestampit mit penidien° ende mit water daer fenecoel° in is ghesoden ende supinge daer mede ghemaect mit amido° ende mit deser medicinen: nemet zoete amandalen II deel, draganti° van citonien° ana een deel III, iuleb° dats ghenoech sy. Hier of salmen maken dinne spise ghelijc cauwen zeem dat dat kint mach supen. Als die hoeft is ghemindert dan sal hy baden in water daer in ghesoden is die wortele van al toe pappelen ende die blade fenigreet° lijnzaet ende men salt twater up die bulginghe laten vallen van hoge; daer na salmen die materie verscheyden mit medicinen gheseit int capitel der cleren. Oec ist guet datmen daer up bijndet wel vaste een loedene plate achter dat die stede wel ghemorwet is ende ist dat de materie is van ventositeit (dats wintachtich) men salt cureren ghelijc den ventosich ende wijndich aposteume. Bulghinge comt by dat die spondilen sijn uut haer propre stede ende en mach niet cureren achter dattet veroudert is.

[XLV] Dat achtste kapittel is van zweren der geestelijke leden en van bulten en heffing.

 

Deze zweren zal men niet terugslaan, maar men zal het naar buiten trekken en het meest indien het koud is. Eerst zal men dat lichaam purgeren en daarna de materie scheiden. En is het dat dit niet helpt, men zal het rijpen en dan zal men het snijden en niet wachten dat het van zichzelf zou uitbreken en dan zal men de etter zuiveren en de wonden helen, zoals het voor gezegd is in de andere plaatsen. Vaak wordt de materie door de kracht van de natuur naar buiten uitgestoken tussen de ribben en tussen de beenderen der borsten en de wervels en maakt een zweer. Is dat het is koud, het zweert weinig en de zieke let er niet veel op omdat het niet zweert, alzo waarbij dat het daar lang blijft vervuilen die plaats. En als de materie is vervuild, het zou eerder naar binnen bijten dan naar buiten als waar bij dusdanige zweren maakt een doorgaande fistel naar binnen. Maar men zal het snijden en helen en zuiveren het gelijk een andere zweer. En is het dat er een fistel in komt dan zal je maken een doek van de pit van vlier of van sponzen of van Bryonia of van Gentiana lutea en doe het in de fistel om dat gat wijder te maken en daarna zal men met een klysma deze zuiverende wassing daarin doen. Neem honing, mirre, (Commiphora myrrha), water, zodat er 3 delen water is en honing en 2 delen mirre. En is het dat men daartoe doet hysop en salie, elk een deel, het wordt te beter. Ook is het soms goed dat men neemt wijn voor het water als de zeer is zonder zweer. En deze siroop zal men doen in de fistel en doe de zieken wentelen over en weer zodat men goed wast die plaats van binnen van het etter. En dan zal de zieke zich doen keren op de mond van de wond en hij zal hoesten zodat de etter en de wassing er beter uit mogen komen en dan zal men in de wond doen een doek gesmeerd met olie zodat de wond niet sluit en is het dat er met het wassen niet uitgaat, dan zal men het volkomen helen en hoeden. En is het dat de weg waarbij de etter er uitgaat een harde pijp van binnen is zodat er een echte fistel is, dan zal men cauteriseren en daarna de brand uitvallen laten met boter en met andere dingen die vet zijn en daarna zal men het zuiveren en helen.

Bulten komen soms in kinderen vanwege de hoest uitstekende materie en ook om wolven toskeyt (?) maken los de gewrichten der beenderen en steken die naar buiten. Men zal het in het begin het hoofd behandelen met verzachtende dingen als zijn zoete amandelen gestampt met kandij en met water daar venkel in gekookt is en daarvan een soepje gemaakt met zetmeel (krachtmeel) en met deze medicijnen: neem zoete amandelen, 2 deel, dragagantum, (Astragalus tragacanthus) Cydonia, gelijk een 3 deel,  julep, dat het genoeg is. Hiervan zal men maken dunne spijs gelijk koude honing dat het kind mag drinken. Als het hoofd is verminderd dan zal hij baden in water waarin gekookt is de wortel van alle Malva’ s en de bladeren van fenegriek en lijnzaad en men zal het water op de bult laten vallen van hoog; daarna zal men de materie scheiden met medicijnen gezegd in het kapittel der klieren. Ook is het goed dat men daarop goed vast bindt een loden plaat nadat die plaats goed vermurwd is en is het dat de materie is van winderigheid (dat is windachtig) men zal het behandelen gelijk de windachtige en winderige zweren. Bulten komen omdat de wervels zijn uit hun goede plaats en men kan het niet behandelen nadat het verouderd is.

 

 

 

 

[XLVI] Dat neghende capittel is van apostemen omtrent den mont vander maghen

 

Alse een aposteume valt omtrent den mont vander magen ende omtrent die levere ende milte dan salmen int beghin die stede comforteren mit olie van mastilzen, olie van spijc, olie van lelien ende mit plaesteren ghemaect van rosen, alsene°, squinanti°, cyperus°, cytonien° myt gerstene mele ende mit der ghelike. Ende al ist soe [fol. 98v] dat ic hebbe gheseit datmen sal scuwen wederslaende medicinen als die aposteumen sijn by een edel lit, nochtan is datmen up desse leget verscheydende medicinen of ripende, die niet en sijn gemenget mit stoppenden dingen. Sy crancken die levere ende die milte ende dan verkranken haere werken die nuttelic sijn tot alden lichaem. Daer om en salmen niet in dusdanigen zaken hantieren zuvere verscheydenden medicinen noch zuvere maturativen ende ripende, noch zuver vederslaende medicinen. Mer men sal die materie purgeren ende comforteren die stede mit stoppenden dingen ende ghetempert treckende. Ende ist dat dit niet en helpt, men salt verscheiden ende en helpt dat niet, men salt ripen ende altoes salmen wachten datmen daer niet op en leget verscheiden medicinen, noch ripende daer en sy mede gemenget droge stoppende dingen. Ende men moet wachten dattie dinnieste materie niet en verteert ende dattie groenste niet en verherdet want dusdanige aposteumen verherden lichte ende dan machmense qualiken verscheiden. Mer sy maken dikwijl ydropisis ende water laynghe. Alst beghint te verherden, salment morwen mit morwende medicinen ende gheen comfortatijf een sterckende daer mede ghemenget. Men moet vroet ende behendich wesen in dusdanigen saken want dusdanige aposteumen mogen nijt die dwalinge des meisters gedogen. Ende is dattet is rijp, men salt ondoen ende zuverent ende helent.

[XLVI] Dat negende kapittel is van zweren omtrent de mond van de maag.

 

Als een zweer valt omtrent de mond van de maag en omtrent de lever en milt dan zal men in het begin die plaats versterken met olie van mastiek, olie van lavendel, olie van lelies en met pleisters gemaakt van rozen, alsem, Cymbopogon schoenanthus, Cyperus, betonie, met gerstemeel en met dergelijke en al is het zodat ik heb gezegd dat men zal schuwen terugslaande medicijnen als de zweren bij een edel lid zijn, nochtans is het dat men op deze legt scheidende medicijnen of rijpende, die niet zijn gemengd met stoppende dingen. Ze verzwakken de lever en de milt en dan verzwakken hun werken die nuttig zijn tot het hele lichaam. Daarom  zal men niet in dusdanige zaken hanteren zuivere scheidende medicijnen nog zuivere rijpende en rijpende, nog zuiver terugslaande medicijnen. Maar men zal de materie purgeren en versterken die plaats met stoppende dingen en getemperd trekken. En is het dat dit niet helpt, men zal het scheiden en helpt dat niet, men zal het rijpen en altijd zal men uitkijken dat men daar niet op legt scheidende medicijnen, nog rijpende daar zijn mede gemengd droge stoppende dingen. En  men moet uitkijken dat de dunste materie niet verteert en dat de grofste niet verhard want dusdanige zweren verharden licht en dan kan men ze slecht scheiden. Maar ze maken dikwijls hydropsie (waterzucht) en water lang. Als het begint te verharden, zal men het vermurwen met murwende medicijnen en geen versterkende en sterkende daarmee gemengd. Men moet verstandig en handig wezen in dusdanige zaken want dusdanige zweren mogen niet de dwaling der meesters gedogen. En is dat het is rijp, men zal het openen en zuiveren en helen het.

 

 

 

 

[XLVII] Dat tiende capittel is van apostemen der liesschen. Nota

 

[fol. 99r] Dicwijl wasset een aposteume in de liesche om die open zeren der voten of der veden om dattie humoren daerwert trecken ende dat is niet tonsene. Want het mach sijn sonder vervuulthede der lichamen ende sonder enich grote vloienthede der humoren totter steden. Dicwijl coemt een aposteume in dessen steden sonder anderen gaten nederwert ende dats meest tonseen om dattie lichaem vul is van quader diverser humoren. Int eerst salmen int beghin die materie ontbijnden ende voersceiden ende daer to is goet dat men salvet mit olie van camomillen ende mit ouden gemoyen olie ende daer up leggen wolle mitter hieke. Ende ist dattit niet en helpt, men salt ripen.

In die ander sake salmen een hiete materie ydelen mit bloet te laten an die lever ader ander selver syden. Ende des anderen daghes salmen bloet laten an die selve zide onder dat anclau binnen den voet ende die zieke moet eten arme spise ende up die steden salmen leggen verscheidende medicinen die niet en trecken of luttel. Ende ist dattie niet en helpt ende die loep daer niet en cesseert (dats op hout), dan salmen daer op leggen sterken der scheydende medicinen. In desser zaken is wel goet warme loghe ghemaect van wijngaerts° asschen ende van urine daer op ghedaen mit stappen want het verteert die materie ende droget lichtelijc. Ist datmen niet en mach verscheiden, men salt ripen ende ondoen ende zuveren ende helen als dicwijl is geseit. [fol. 99v]

[XLVII] Dat tiende kapittel is van zweren der liezen. Nota.

 

Vaak groeit een zweer in de lies vanwege de open zeren der voeten of de roede omdat de levenssappen daarheen trekken en dat is niet te ontzien. Want het mag zijn zonder vervulling der lichamen en zonder enige grote vloeiingen der levenssappen tot die plaatsen. Vaak komt een zweer in deze plaatsen zonder andere gaten nederwaarts en dat is meest te ontzien omdat  het lichaam vol is van kwade diverse levenssappen. Ten eerste zal men in het begin de materie los maken en eerst scheiden en daartoe is goed dat men het zalft met olie van kamillen en met oude gemoyen (?) olie en daarop leggen ongewassen wol. En is het dat dit niet helpt, men zal het rijpen.

In de andere zaak zal men een hete materie legen met bloed te laten aan de leverader aan dezelfde kant en de andere dag zal men bloed laten aan dezelfde kant onder de enkel binnen de voet en de zieke moet eten arme spijs en op die plaats zal men leggen verschillende medicijnen die niet trekken of weinig. En is het dat dit niet helpt en de loop daar niet verder gaat (dat is ophoudt), dan zal men daarop leggen sterkere scheidende medicijnen. In deze zaak is wel goed warme loog gemaakt van wijngaard as en van urine daarop gedaan met stappen want het verteert de materie en droogt licht. Is het dat men het niet kan scheiden, men zal het rijpen en openen en zuiveren en helen zoals het vaak gezegd is.

 

 

 

[XLVIII] Dat elfte capittel is van apostemen der dyeen ende der hancken

 

Ist dat een aposteume wasset in die hanken ende in die dien ende in den benen ende in die voten, men salt cureren alsoet voerseit is vanden aposteumen der armen. Wel ist te weten dat dicwil etter vergadert in die diephede der dyen, der beenren ende der hanken de men qualiken van buten mach bekennen of die meester en waer sijns wel ghewone. Dit oerkunt Ypocras datmen dusdanige aposteumen sal cureren in alre maneren ghelijc datter is voerseit in anderen aposteumen.

[XLVIII] Dat elfde kapittel is van zweren der dijen en de heup.

 

Is het dat een zweer groeit in de heup en in de dijen en in de benen en in de voeten, men zal het behandelen zoals het voor gezegd is van de zweren der armen. Wel is het te weten dat vaak etter verzameld in de diepte der dijen, de beenderen en de heup die men slecht van buiten kan herkennen of de meester was het wel gewoon. Dit verkondigt Hippocrates dat men dusdanige zweren zal behandelen in alle manieren gelijk dat er voor is gezegd in andere zweren.

 

 

 

[XLIX] Dat twaelfte capittel is van apostemen der veden ende der cullen Nota

 

Aposteumen comende in den vede ende in de cullen ghelijc in anderen leden de welke some sijn van hieten humoren of van couden ende somwijl is die vede vervullet mit groever ventositeit haer versadende mit grover zweringe. Die hiete aposteume ende die coude salmen bekennen by den teyknen na volgende.

Een ventosich ende wijndich aposteume salmen bikennen bi dattet comt in somen hieten jongen luden ende bi dattie vede duenne is ende hert ende niet wel swaer, noch die verwe niet en is verwandelt vander verwen van anderen steden des lichaems.

Die ghemeyne cure der hieter aposteumen in die cullen ende in de vede is dat men sal bloet laten ter lever aderen an die rechter syde up dattie aposteume is in den rechteren cul of in den vede ende in de luchter [fol. 100r] side up dat die aposteume is in den luchteren cul. Ende des anderen dages daer na salmen hem bloet laten binnents voets ende si sullen scuwen wijn ende vleisk ende alle zoete dingen die bloet ende colera winnen. Ende dan salmen daer up leggen desse weder slaende medicinen: nemet scorsen van garnaten°, droge rosen ende lentilien°. Alle desse salmen zieden in water herde wel ende daer na salmen sie stampen ende temperen herde wel mit olie van rosen ende mit een luttel azijns ende dit sal dyre allaen daer up legghen. Item, dat sop van wilder porteleynen°, oli van rosen ende een luttel azijns daer in salmen netten clederen ende bewijnden den vede daer mede. Ende die cullen int beghin der heyter aposteumen als die materie niet meer en vloyet, dan salmen daer tho doen meel van garsten ende van bonen. Of men sal temperen desse mele mit doderen van eyer ende mitten sape van nachtschaden° ende mit oly van rosen ende leggent daer up. Als die aposteume mindert, soe salmen daer op leggen een plaester ghemaect van mele van bonen, van venigreet°, van camomillen, van mellote° ghetempert mit gheytene weye. Item, een sonderlinge plaester int eynde der heyter aposteumen ende int beghin der couder aposteumen: nemet rosine ende besprense mit water ende stampt sie vaste in een mortier ende daer nae doeter toe meel van bonen ende van cyteren ana also vele als die helfte vanden rosinen ende temperent mit olie van lelien ende doeter to een luttel commijns ende maect een [fol. 100v] plaester. Ende ist dat dese aposteumen uutbreken mit ettere men salse cureren alsoet gheseit wort der opene zere des veeds.

Een coude aposteume wesende in die cullen salmen purgeren mit purgacien der quader materien, mit medicinen of scarpen suppositorien die men steket in den aers dat zeer trecket de materie der cullen, als Avicenna seit, ende ic dicwil hebbe geprovet. Ist dat die aposteuma der cullen verherden, men salre dit plaester op legghen: nemet terwin gruus wel ghestampet in een morteer tot een polvere. Dat salmen temperen mit oximel° gemaect vanden II deel azijns ende I deel zeems° mit welke is ghesmouten armoniatum° ende hijr of salmen maken een plaester ende legghent warm op de cullen ende vernyewent dicwijl dat is de medicien van Avicenna. Ende in sommen boken staet ghescreven sulphure ende in somme gruus, beyde is goet, mer gruus is beter.

Als die vede is duenne ghespannen mit een grover ventositeit ende wijndachticheit, alsoet ghevalt in sommen jongen luden by dat een grove ventositeit is verscheiden van groven humoren bi een crancke hetten daerin werkende, dan salmen besien of die stede is hyet ende men sal bloet laten ende hantiren mit coelen medicinen ende daer to is goet desse cole salve: nemet olie rosaet° IIII delen ende was één deel, desse salmen to gader smolten ende daer na dwaen dicke in couden watere tot dattet is ghelijc een witte salve ende hier mede salmen salven den wede ende die steden omtrent.

Ende ist [fol. 101r] dat de aposteume niet en is heet, men sallem doen spuwen ende men sal hem gheven agnum castum° ende tzaet van rute° ende comijn° ende anijs ende ander dingen die wint verteren; die stede salmen plaesteren mit dingen de verteren de zijn wynt.

[XLIX] Dat twaalfde kapittel is van zweren der roede en de ballen. Nota.

 

Zweren die komen in de roede gelijk in andere leden waarvan sommige van hete levenssappen zijn of van koude en soms is de roede gevuld met grove winderigheid die zich verzadigt met grove zweren. De hete zweren en de koude zal men herkennen bij de tekens die hierna volgen.

Een ventosige of winderige zweer zal men herkennen omdat het komt in sommige hete jonge lieden en omdat de roede dun is en hard en niet zo zwaar, nog de klier niet veranderd is in een andere kleur van andere plaatsen in het lichaam.

De gewone behandeling van hete zweren in de ballen en de roede is dat men zal bloed laten ter leverader aan de rechterzijde opdat de zweer is in de rechter bal of in de roede en in de linkerzijde opdat de zweer is in de linker bal en de volgende dag daarna zal men hem bloed laten binnen de voeten en ze zullen schuwen wijn en vlees en alle zoete dingen die bloed en gal winnen. En dan zal men daarop leggen deze terugslaande medicijnen: neem schors van granaten, (Punica granatum) droge rozen en lens. Al deze zal men erg goed koken in water en daarna zal men ze stampen en erg goed mengen met rozenolie en met wat azijn en dit zal ge er alleen daarop leggen. Item, dat sap van wilde postelein, rozenolie en wat azijn waarin zal men natten zal klederen en omwinden de roede daarmee en de ballen in het begin van de hete zweer als de materie niet meer vloeit, dan zal men daartoe doen meel van gerst en van bonen (Vicia faba). Of men zal dit meel mengen met dooiers van eieren en met het sap van nachtschade en met rozenolie en leg het daarop. Als de zweer vermindert dan zal men daarop leggen een pleister gemaakt van meel van bonen, van fenegriek, van kamillen, van melilote, gemengd met geiten wei. Item, een bijzonder pleister op het einde de hete zweer en in het begin van de koude zweer: neem rozijnen en bespreng ze met water en stamp ze goed in een mortier en daarna doet er toe meel van bonen en van cicer gelijk alzo veel als de helft van de rozijnen en meng het met olie van lelies en doet er toe wat komijn en maak een pleister. En is het dat deze zweren uitbreken met etter, men zal ze behandelen alzo het gezegd wordt van de open zeer van de roede.

Een koude zweer die in de ballen is zal men purgeren met purgatieven van kwade materie, met medicijnen of scherpe zetpil die men in de aars steekt dat zeer trekt de materie van de ballen, zoals Avicenna zegt, en ik heb het vaak beproefd. Is het dat die zweer der ballen verhardt, men zal er deze pleister op leggen: neem tarwe gruis goed gestampt in een mortier tot een poeder. Dat zal men mengen met honingazijn gemaakt van 2 deel azijn en 1 deel honing waarmee gesmolten is Dorema ammoniacum en hiervan zal men maken een pleister en leg het warm op de ballen en vernieuw het vaak, dat is de medicijn van Avicenna. En in sommige boeken staat geschreven zwavel en in sommige gruis, beide zijn goed, maar gruis is beter.

Als de roede dun gespannen is met een grove winderigheid, zoals het gebeurt bij sommige jonge lieden omdat een grove winderigheid gescheiden is van grove levenssappen bij een zwakke hitte die daarin werkt, dan zal men zien of die plaats heet is en men zal bloed laten en hanteren met koele medicijnen en daartoe is goed deze koele zalf: neem rozenolie, 4 delen en was één deel, deze zal men tezamen smelten en daarna vaak wassen in koud water totdat het is gelijk een witte zalf en hiermee zal men zalven de roede en de plaats omtrent.

En is het dat de zweer niet heet is, men zal hem laten spuwen en men zal hem geven Vitex agnus-castus en het zaad van wijnruit en komijn en anijs en andere dingen die wind verteren; die plaats zal men pleisteren met dingen die verteren die winderig zijn.

 

 

 

 

[L] Dat dertiende capittel is van apostemen der clieren ende der wennen

 

Die cure van clieren ende van wennen is eens, mer sy differeren ende onderscheiden in dit die clieren sijn vanden meesten deel van melancolien als waer bi si sijn eergst te verscheiden, wannen zijn vanden meesten deel van fleuma ende sy sijn licht te verscheiden.

In beiden saken moetmen die materie purgeren mitter medicinen van Avicenna: nemet turbich°, gengeber°, zuker ana ende die ghifte is II drachmen ende men salt dicwijl gheven of die crociste van turbich° ghemaect mit dyazinziberis°. Die zieke moet ghedogen hunger ende scuwen water te drinken ende houden dat hoeft hoghe soe\ dat hy mitten halse niet en pijnt. Ende wachten hem van te wenen ende niet te slapen mit vullen buke ende salven omtrent die stede mit olie van camomillen ende mit olie van lelien. Ende mit desser olie die voerseider wannen ende somwijl cleren: nemet die wortele van scerpe ludic° ende van bismalve° ende snijtse wel cleyne ende doet sie in ouder olie van oliven in een glasine viole ende dan doent zieden in een ander [fol. 101v] vat vol waters tot dat die wortelen ghesoden sijn al slecht. Mit desser olien salmen smeren ende daer op leggen wolle mitter hieke. Ende ist dat dit niet en helpt men salre up leggen een plaester ghemaect van gheytene cotelen mit oximelle° of van levende calke mit ouden swinen smere sonder sout of nemet tzaet van scaphizagrie°, nitri°, meel van witzen°, droge hars ana. Hierof salmen maken een plaester mit olien ende mit azijn. Item, een ander: nemet wortelen van witten lelien, lijnzaet ana. Ende desse salmen zieden in wine al ontwie ende daer na doen daer to half alsoe vele duven cotelen op dat die materie zeer cout is ende hert. Ende in ouden menschen is die materie zeer cout ende in een kijnt of in een wijf. Ende dan salmen daer tho doen dat vierendeel duven cotelen ende dan suldi dat daer op leggen. Item, dyaquilon° Rasis ende van Johannes Hebe Mesuwe, gheseit in den Antidotario, sijn goet om clieren te verscheiden ende ist dat de materie niet en mindert ende verherdet dan salment hantieren mit morwenden medicinen.

Ende ist dat wannen ende clieren de een deel hebben van fleuma dulce of van blode ende ist datter een deel ripet, men salse qualiken mogen zuveren, want daer is een ghebleven onripe. Ende of ghy moecht ende suldi se niet snyden voer dat al die materie ripe is ende dan salment ontdoen up dattet niet en brect allene ende zuverent. Daer is goet op ghelegt der Apostelen salve° ende pulver van affedillen° ende lichte corrosiven binnen; ende gheen [fol. 102r] scerpe corrosijf en salmen daer up leggen. Men salre up legghen een zuverende plaesteren mit welken is ghemenget die wortelen van lelien wel ghesoden. Want het zuvert ende ripet die overvloiende, onripe materie. Ende men moet naerstich sijn te suveren clieren ende wannen want sy sijn quaet te suveren. Ende dicwilen maken sy quade fistelen.

Ende ist datmense cureren wil mit snydene, dan salmen beseen of die clieren of tie wannen sijn verscheiden van zenuwen of aderen of van arterien. Dan salment niemen mit den II vingeren der luchterhant ende verscheydent vanden halse opwert hictende ende sniden daer boven die huut na der lanchede des halses ende wachten dat men niet en snide dat vellekijn der sy in legghen. Men salt al omme uut halen ende treckent al heel uut mit sinen vellekijn ende dat salmen uutdoen mit pulver van affodillen° of mit anderen lichten medicinen. Dan salment helen ghelijc een ander wonde. Ist dat si vaste sijn verwerret in die zenuwen ende in die aderen ende in die arterien, soe en salmen niet daer an comen mit snydende wapenen.

[L] Dat dertiende kapittel is van zweren der klieren en de uitgroei.

 

De behandeling van klieren en van uitgroei is gelijk, maar ze verschillen en onderscheiden in dit dat de klieren zijn van het grootste deel van melancholie als waarbij ze zijn het ergste verschillend, uitgroei zijn van het grootste deel van flegma en ze zijn licht te onderscheiden.

In beide zaken moet men de materie purgeren met het medicijn van Avicenna: neem turbith, (Operculina turpethum) gember, suiker, gelijk, en de gift is 2 drachmen en men zal het vaak geven of de koekjes van turbith gemaakt met sap van gember. De zieke moet gedogen honger en schuwen water te drinken en houden dat hoofd hoog zodat hij met de hals niet werkt en wachten hem van te wenen en niet te slapen met volle buik en zalven omtrent die plaats met kamilleolie en met olie van lelies en met deze olie de voor vermelde uitgroei en soms de klieren: neem de wortels van scherpe zuring en van bismalve (Malva alcea) en snij ze goed klein en doe het in oude olijvenolie in een glazen distilleerkolf en laat het koken in een ander vat vol water totdat de wortels goed gekookt zijn. Met deze olie zal men smeren en daarop leggen ongewassen wol. En is het dat dit niet helpt men zal er opleggen een pleister gemaakt van geiten keutels met honingazijn of van ongebluste kalk met oud varkensvet zonder zout of neem het zaad van Delphinium staphisagria, nitrum, meel van vitzen, droge hars, gelijk. Hiervan zal men maken een pleister met olie en met azijn. Item, een andere: neem wortels van witte lelie, lijnzaad, gelijk, en deze zal men koken in wijn geheel stuk en daarna doen daartoe half alzo veel duivenmest als de materie zeer koud en hard is. En in oude mensen is de materie zeer koud en in een kind of in een wijf en dan zal men daar toe doen dat vierendeel duivenmest en dan zal je dat daarop leggen. Item, dyaquilon Rasis en van Johannes Hebe Mesue, gezegd in de Antidotaria, zijn goed om klieren te scheiden en is het dat de materie niet vermindert en verhard dan zal men het hanteren met vermurwende medicijnen.

En is het dat uitgroei en klieren een deel hebben van zoete flegma of van bloed en is het dat er een deel rijpt, men zal ze slecht mogen zuiveren, want er is een deel onrijp gebleven. En als ge kan dan zal je ze niet snijden voordat de hele materie rijp is en dan zal men het openen opdat het niet  alleen breekt en zuiver het. Daar is goed op gelegd de Apostelen zalf en poeder van affodillen en lichte