Der naturen bloeme. Jacob van Maerlant, ca. 1350.

 

Geschreven en vertaald door Nico Koomen.

Mensen, viervoetige dieren, vogels, slangen, insecten, bestiaria en meervoud bestiarium. Hetzelfde verhaal schreef ook Megenberg.

Inleiding staat onderaan.

 

 

 

Jacob van merlant die dit dichte

Omme te sendene tere ghifte

wil datmen dit boec nome

jn ulaems der naturen bloeme

5want noch noint in dietscen boeken

ne gheen dichtre wilde soeken

hiet te dichtene van naturen

van so messeliken creaturen

alse in desen boeken staen

10niemene nebbe dies waen

dat ic die materie vensede

els dan ic die rime pensede

want de materie vergaderde recht

van colne meester albrecht

15hute desen meesters die hir comen

die ic iv sal bi namen nomen

die erste es aristotiles

die met rechte wel deerste es

want hi van alre phisosophyen

20van alre naturliker clergien

bouen allen eidinen die hoit waren

crone draghet inder scaren

waer somen dit teikin siet AR

dats dat hi segghens pliet

25plinius die comet hier naer

wis boeke men oudet ouer waer

solinus dar na die van naturen

spreket scone in sire scrifturen

jn enen boeke diemen weet

30die vander werelt wondre heet

Sente ambrosius van melane

die van naturen doet te verstane

jn sinen boeke Exameron

dien nopmen dicken in dit doen

35sente bazelis sekerlike

dien got sende van emelrike

enen boec van beesten nature

staet dicken oec in dese scrifture

Sente isidorus oec mede

40die dicken groote nuttelikede

ghescreuen heuet in sinen boeken

dicken moetmen sijns hier roeken

echt meester iacob van vitri

bisscop van hakers so was hi

45sident cardinael van rome

sijns eist recht dat ic hier gome

een boec oec mar menne weet

wiene makede ghereet

die es geheeten onder hem somen

50experimentator hormenne nomen

sijn wort setti hier mede

alst noot es ter menegher stede

Galienus palladius

platearius fisogolus

55lucillus piso teofrastus

entie keiser claudius

dorothenus van athenen

ende dyogenus ghemeene

dymocritus apollodijn

60die vanden beesten die draghen venijn

jn sinen boeken latet besien

dionisius die fisisien

katon verro ende marcus

eraclides ende orpheus

65pitagoras ende menander

omerus ende nicander

mucianus dyagoras

virgilius ende andreas

coninc iuba patroneus

70coninc philometor metellus

coninc tholomeus vmbricus

coninc antigonus alfeus

coninc archelaus flaminus

philiomon ende nigidius

75ceneca ende cicero

entie wise ipocras also

nigidius ende matulidus

dit sijn die meesters dar wi dus

dit werc af ebben ghemaket

80dar toe die bouen allen smaket

dats die wise sente agustijn

seghet hier mede toe dat sijn

dar toe vander biblen de glose

saiet hier meneghe soete rose

85wien so fauelen dan vernoien

ende onnutte loghenen moien

lesier nutscap ende waer

ende uersta dat noit een haer

om niet ne mekede nature

90het nes so onwerde creature

sones teregher sake goet

want got die bouen al es vroet

dans te gheloeuene meer no min

dat hi hiet makede sonder min

95noch gheene dinc ne makede har seluen

noch die duuel noch die heluen

ne makeden creaturen nie

dies willic dat elc besie

ende loue gode van allen saken

100die wonderlic es in sijn maken

jc ebbe belouet ende wilt ghelden

ghewilleghelike ende sonder scelden

te dichtene .i. bestiaris

nochtan wetic wel dat waer is

105dat dar willem huten houe

een priester van goeden loue

van erdenborch: enen heuet ghemaket

mar hi waser in ontraket

want hine huten walsche dichte

110dies wart hi ontledet lichte

ende heuet dat ware begheuen

mar daric dit hute ebbe bescreuen

ebbic van broeder albrechte

van colne diemen wel met rechte

115hetet bloeme van der clergien

vp hem dar ix conlike lien

deerste boec sal iv bedieden

dat wonder datmen vindet van lieden

dander van .iiii. uoeten beesten

120darmen uele af spreket in geesten

die derde die sal sonder lieghen

sijn uan uoghelen die ulieghen

die vierde dats noch mee

es vanden wondre vander ze

125die uichte van uisschen meneghertiere

die die zee uoedet entie riuiere

den sesten belouic te sine

van serpenten met venine

die seuende sal sijn van wormen

130die sijn van messeliken uormen

die achtende van bomen die int wout

wassen arde menech fout

de neghende sal ghewaghen

van bomen die specie draghen

135die tiende sal bedieden dat cruud

dat menegherande heuet vertuud

die .xi. spreket van fonteinen

beeda van soeten ende van onreinen

die twelefste van dieren steenen

140beede van groten ende van cleenen

de dertienste van .vij. metalen

diemen moet huter erden halen

ende in allen desen boeken

mach hi vinden dies wilroeken

145medicina dachcurtinghe

scone redene ende leringhe

ende dit dichtic dor sinen wille

dien ix ian lude ende stille

dats mine here niclaus van cats

150ende omme dat mi ghebreket scats

biddic dat hem ghename si

dit iuweelkin van mi

Gode biddic al te voeren

ende sine moeder hute vercoren

155ende si minen sin verlichte

also dat ic moete dichte

dat vromelic si ende bequame

jc beghinne in marien name

Proloog.

 

Jacob van Maerlant die dit dicht

om te zenden een tere gift

wil dat men dit boek noemt

in Vlaams ヤder naturen bloemeユ,

want nog nooit in Dietse boeken

en geen dichter zal het zoeken

om hier te dichten van de natuur

van zulke verschillende creaturen

zoals in deze boeken staan.

10 Niemand heeft de waan

dat ik deze materie veinsde

anders dat ik de rijmen peinsde

want de materie verzamelde echt

van Keulen meester Albrecht (1)

uit de meesters die hierna komen

en die ik bij namen zal noemen.

De eerste is Aristoteles

die met recht wel de eerste is                           

omdat hij van alle filosofen

20 en van andere klerken over de natuur

boven alle heidenen die er ooit waren

de kroon draagt van de scharen

waar je soms dit teken ziet, AR (2)

dat is dat hij het hier te zeggen pleegt.

25 Plinius die komt hierna

wiens boeken men houdt voor waar

Solinus daarna die van natuur

mooi spreekt in zijn geschriften

in een boek die men kent

30 en die ヤVan de wereld wonderenユ heet.

Sint Ambrosius van Milaan

die van de natuur laat verstaan

in zijn boek ヤExameronユ

die noopt men veel hier te gebruiken.

35 Sint Basilius zeker

die God zond vanuit het hemelrijk

een boek over beesten natuur

staat ook vaak in dit schrift.

Sint Isidorus ook mede

40 die vele grote nuttigheden

geschreven heeft in zijn boeken

vaak moet men hem hier waarnemen.

Echt meester Jacob van Vitri

bisschop van Akko, dat was hij

45 en nu zittend kardinaal van Rome.

Ze hebben er echt op dat ik ze hier noem.

Een boek ook waarvan men weet

wie het maakte gereed

die is genoemd onder hen sommige.

50 Experimentator horen we wij het noemen.

Zijn woord zetten we hier mede

als het nodig is, op menige plaats.

Galenus en Palladius,

Platearius en Physologus,

55 Lucillus, Piso, Theophrastus

en de keizer Claudius,

Dorotheus van Athene,

en Dyogenus algemeen,

Dymocritus Apollodijn,

60 die van de beesten die dragen venijn

in hun boeken laten zien,

Dionysus de geneesheer

Cato, Varro en Marcus,

Eraclides en Orpheus,

65 Pythagoras en Menander,

Homerus en Nicander,

Musianus en Dyagoras,

Virgilius en Andreas,

Koning Juba, Patronius,

70 koning Philometor, Metellus,

koning Ptolomeus, Umbricus,

koning Antigonus, Alpheus,

koning Archelaus, Flamicius,

Philemon en Nigidius,

75 Seneca en Cicero

en die wijze Hippocrates alzo

Hygienus en Matilius,

dit zijn die meesters waarvan wij dus

dit werk van hebben gemaakt.

80 Daarbij die boven allen staat

dat is de wijze Sint Augustinus

zeg het hier mede bij dat je van zijn

glossaria van de bijbel

hier ziet menige zoete strofen.

85 Wie zo fabels dan verdrieten

en onnutte leugens vermoeien

lees hier de nuttigheid en waarheid

en begrijp dat nooit voor niets

om niet nee maakte de natuur,

90 zelfs al is het zoユn onwaardig creatuur

het is voor enige zaken goed

want God die boven alles verstandig

dat te geloven is meer of min

dat Hij het niet maakte zonder bedoeling

95 nog geen ding maakt zichzelf

nog de duivel, nog de elven

nee, maakten die creaturen niet.

Zo wil ik dat elk beziet

en God looft in alle zaken

100 die wonderlijk zijn in hun maaksel.

Ik heb beloofd en laat het gelden

gewillig en zonder schelden

te dichten een bestiarium.

Nochtans weet ik wel dat het waar is

105 dat heer Willem uit de Hof,

een priester van goede lof

van Aardeburg, er een heeft gemaakt

maar hij was er in verdwaald

want hij uit het Frans dichtte

110 dus werd hij gemakkelijk ontwricht

en heeft het ware opgegeven.

Maar waar ik dit uit heb beschreven

heb ik van broeder Albrecht

van Keulen die men wel met recht

115 noemt ヤbloem van de geestelijkheid.

Op hem durf ik koen te vertrouwen.

Het eerste boek zal u verklaren

van het wonder dat men vindt van lieden.

De volgende van viervoetige beesten

120 waarvan men veel spreekt in verhalen.

De derde, die zal zonder liegen,

zijn van vogels die vliegen.

De vierde, dat is nog meer,

is van de wonderen van de zee.

125 De vijfde is van vele soorten vissen

die de zee voedt en de rivieren

De zesde beloof ik te zijn

van serpenten met venijn.

De zevende zal zijn van wormen

130 die zijn van misselijke vormen

De achtste van bomen die in het woud

groeien zeer menigvuldig.

De negende zal gewagen

van bomen die specerijen dragen.

135 De tiende zal verklaren het kruid

dat menigvuldige kracht heeft.

De elfde spreekt van fonteinen

beide, van zoete en van onreine.

De twaalfde van dure stenen

140 beide, van grote en van kleine.

De dertiende van zeven metalen

die men uit de aarde moet halen.

En in al deze boeken

mag hij vinden, die zich er toe zet,

145 medicijnen en tijdverdrijf,

mooie redenen en lering.

En dit dicht ik door zijn wil

die 9 luid en stil,

dat is mijn heer Niclaus van Cats

150 omdat hij mijn gebreken schat

bid ik dat het hem aangenaam zij

dit juweeltje van mij.

God bid ik van tevoren

en zijn Moeder uitverkoren

155 dat zij mijn geest verlicht

alzo dat ik moet dichten

dat goed is en bekwaam

Ik begin in Mariaユs naam.

(1) Albertus Magnus.

(2) Aristoteles.

 

Menselijke levensstadia

 

Omme dat de mensce nader scrifturen

160coninc es der creaturen

es dus van hem mijn beghin

alst kint comet ter werelt in

so eist bouen allen dieren cranc

want het neuet crupen no ganc

165ende aristotiles die seghet

dat hem te wassene pleghet

ter seuender maent hare tande

ende meest es hare soch sulkerande

dat der vrouwen melc si heet

170dat kindekin ne doet noch weet

altoes negheen quaet

voer dat sprekens bestaet

dits deerste etaet vanden kinde

also als icket bescreuen vinde

175dandre etaet die gaet in

alst kint doet sprekens beghin

ende men seghet die spade gaen

dat si erst sprekens bestaen

lettel vindemerre die wel sproken

180her hem die moude werdet beloken

jn .v. iaren als aristotiles telt

heuet kint sire langhen delt

dese kintsce etaet strecket te waren

alsemen seghet te .xv. iaren

ende heuet ene name van suuerheden

jn latijn maer al nu heden

es die quateit so verheuen

datter lettel suuer leuen

tote dat si tharen daghen comen

hier bi heuet menscheit af ghenomen

ioghet hetet de derde etaet

die te .xv. iaren bestaet

ende strecket tote xxv iaren

dan wint die mensche uort te waren

mar lase de menscelichede

vloiet so nu in die onsuuerhede

dat de mensce hem seluen vertert

met te doene dat hi beghert

dat hi cume mach heten man

200gans ende salech raet wart dan

datmen huwelic wilde sparen

tote .xxii. iaren

dan sijn die senewen entie been

beede wlcomen ouer een

205ende die waesdoem es al wlcomen

plaghemens het soude nu vromen

manneit es die vierde etaet

die te xxxv. jaren ane gaet

dan es die mensce wlcomen

210ende nature heuet ghenomen

hare groue ende hare linghe

entie luxurie ende hare dinghe

beghinnen inden man te gaen

dan willi starke dinc bestaen

215dese etaet van deser tijd

maket orloghe ende strijd

ende nijd ende ouerde riset

die dicke te stride wiset

dese etaet loept te waren

220vpward tote .L. jaren

ten .L. iaren comt die oude

die noit niemen ebben woude

nochtan wilt al lange leuen

aristotilus heuet bescreuen

225dat die houde comen moet

alse den mensce ontgaet sijn bloet

al houden saen man ende wijf

die lettel bloets ebben int lijf

dese etaet vallet in een strec

230want so ghierech wert ende vrec

ende dit es de redene twi

die mensce merket wel dat hi

te dale gaet. ende wille sparen

hem die na hem comen te waren

235te ebne hare lijfnere

ende oec om sijn selues there

alse die curtelike dernaer

niet ne wint ende es swaer

jnde oude mindert inden man

240alle smette die hem ghinc an

maer vrechede ende gierechede

beghinnen eerst dan wassen mede

ja al plachire niet te voren

nv heeftise vaste vercoren

245dese etaet strecket te waren

nv bi tide tote lxx. jaren

vort meer alse die mensce lijd

van lxx. jaren die tijd

so gaet hi tsuffen ende rasen

250hem dinket al die werelt duasen

al dat hi siet dinket hem quaet

hi lachtert al dat wale staet

mar hi priset al datter was

datter nv es dinket hem gheduas

255sine crachte die te breken

jn allen dinghen sonder in spreken

dat andre liede bringhen vort

dinken hem [wesen] dulle word

ende tsine dinket hem wesen groot

260dese etaet die loept ter doot

want al dat lijf heuet ontfaen

moet ter doet ten hende gaen

maer dar na comt dat langhe lijf

dies nemmermeer ne wert gheblijf

265iof du sies dat enech man

ter gadoet spoet so nem dan

een mes ende mac int hore .i. gat

ende jof tu heues tijd ende stat

doe hem laten die mediane

270want bloet doet hem na minen wane

1. Menselijke levensstadia.

 

Omdat de mensen naar de schriften

160 koning is van de creaturen

is dus van hem mijn begin.

Als kind komt het ter wereld in

Zo is het boven alle dieren zwak

want het niet kruipt of gaat.

165 En Aristoteles die zegt

dat bij hem te groeien pleegt

in de zevende maand zijn tanden.

En meestal is hun zog zodanig

dat de vrouwenmelk is heet.

170 Dat kindje dat niets doet of weet

in ieder geval nog geen kwaad

voordat het spreken gaat.

Dat is de eerste staat van het kind

zoals ik het beschreven vindt.

175 De andere staat die gaat in

als het kind met spreken begint.

En men zegt het, die laat gaan lopen

dat die het eerste spreken gaan.

Weinig vindt men er die goed spraken

180 eer hem de schedel werd gesloten.

In vijf jaren, zoals Aristoteles telt

heeft het kind zijn langste gedeelte.

Deze kindse staat strekt ze te bewaren,

zoals men zegt, tot vijftien jaren

en heeft een naam van zuiverheden (1)

in Latijn. Maar nu tegenwoordig

is die kwaadheid al zo verheven

dat er weinig zuiver leven

totdat ze tot hun dagen komen.

Hierom heeft de mensheid achteruit gegaan.

Jeugd heet de derde staat

die vanaf vijftien jaar bestaat

en strekt tot vijf en twintig jaren.

Dan wint de mens voort te waren

maar helaas, de menselijkheden

vliedt zo in onzuiverheden

dat de mens zichzelf verteert

met te doen wat hij begeert

dat hij nauwelijks mens mag heten.

200 Goede en zalige raad is het dan

dat men het huwelijk moet sparen

tot de twee en twintigste jaren

dan komen de zenuwen en de benen

beide volkomen met elkaar overeen

205 en is de volwassenheid zo volkomen

doet men dit, het zou verbeteren.

Manlijkheid is de vierde staat

die met vijf en dertig jaren aangaat

dan is de mens volkomen

210 en de natuur heeft genomen

zijn dikte en zijn lengte

en wulpsheid en haar dingen

beginnen in de man te gaan,

dan wil hij sterke dingen doen.

215 Deze staat van deze tijd

maakt oorlog en strijd

en afgunst en hoogmoed die rijst

die vaak tot strijd wijst.

Deze staat loopt te waren

220 opwaarts tot vijftig jaren.

Met vijftig jaren komt de ouderdom

die nooit iemand hebben wou

nochtans willen allen lang leven.

Aristoteles heeft geschreven

225 dat de ouderdom komen moet

als de mens ontgaat zijn bloed

al ouderdom gelijk, man en wijf

die weinig bloed hebben in het lijf.

Deze staat vervalt in een streek

230 dan wordt hij gierig en een vrek.

Dit is om reden twee,

De mens merkt wel dat hij

te dal gaat en wil sparen

voor hen die na hem komen te waren

235 en te hebben hun leeftocht

en ook om zichzelf te daar

als ze dit kort daarna

niet verdienen kunnen en het zwaar wordt.

Met de ouderdom vermindert in de man

 240 alle smetten die hem gingen aan,

maar vrekkigheid en gierigheid

beginnen dan eerst te groeien mede.

Ja, al was hij dat niet tevoren

nu heeft hij het helemaal uitverkoren.

245 Deze staat strekt te waren

opwaarts soms tot zeventig jaren

verder meer als de mens gaat.

Vanaf zeventig jaren die tijd

dan gaat hij suffen en razen

250 en denkt dat iedereen in de wereld daast.

Van alles wat hij ziet denkt hij kwaad

hij lacht alles uit dat goed staat

maar hij prijst alles dat er was

dat er nu is is voor hem dwaas.

255 Zijn krachten die breken

in alle dingen, uitgezonderd in het spreken.

Wat andere lieden brengen voort

denkt hij te zijn gekke woorden

en het zijne dat denkt hij wijsheid groot.

260 Deze ouderdom loopt ter dood

want alles wat het lijf heeft ontvangen

moet met de dood ten einde gaan.

Maar daarna komt dat lange leven

dus nimmermeer is er een blijven.

265 Als je ziet dat enig man

naar snelle dood of pest spoedt neem dan

een mes en maak in het oor een gat

en als je hebt tijd en plaats

laat hem een ader in het midden van de arm.

270 want het bloed doodt hem naar mijn waan. (3)

 (1) Burger: De kindertijd [ノ] ontleent haar naam (pueritia) aan het woord dat ヤzuiverheidユ betekent (puritas) - de afleiding is onjuist, maar typerend voor de middeleeuwse etymologie, die vrijwel uitsluitend gericht was op het achterhalen van de vermeende grondbetekenis van een woord.

(3) zijn bloed is dodelijk, vandaar het bloed laten.

 

nv hord van wonderliken lieden

dar ons die wise of bedieden

maer eer wi spreken van elken allene

horter of teersten int ghemeene

275om dat dese eerste boec bedied

dat wonder dat men ter werelt siet

so vraghemen of dat volc te samen

van adame onsen vader quamen

ende wi segghen neensi niet

280het ne sij also ghesciet

als ons scriuet adelijn

die seghet dat centauroene sijn

ghewassen ter werelt an

van den beesten ende van den man

285die wise segghen ieghen dat

al eist ghesciet te menegher stat

dat sulke dier onlanghe leuen

sente Jeronimus heuet bescreuen

jn sente pauwels vite

290die was die eerste heremite

datten sente anthonis sochte

jn die woude dar hi mochte

hem quam een wonder te ghemoete

een man staende up gheets uoete

295ende vor sijn vorhoft horne twe

alse buxhorne min no me

ende seide aldus spreke die scripture

jc bem eene steruelike creature

ende van minen ghesellen bode

300ende wi bidden v dat ghi bid gode

ouer mi ende ouer de mine

die hier wonen in de wostine

want wi bekennen dat hi es comen

den mensce te salicheden ende te vromen

305an scijnt na die vraie word

die men van Jeronimuse hord

als of dese creature adde jn

menscelike redene ende sin

maer wine segghen altoes niet

310dat dus beestelic een ghediet

van adame moghen sijn comen

ende al vindemen an hem somen

menscelike lede .i. deel

onse geloue es dat geheel

315dat si die siele niet hebben ontfaen

die nemmermeer machte gaen

ende het nes te wonderne niet

dat dus beestelic een ghediet

een deel van meeren sinne si

320want bi auonturen bedj

dat si in vterliken leden

gheliken der menscelicheden

si sijn een deel van binnen

machlichte van subtilen sinne

325dan andre bestelike diere

dit machmen dit merken schiere

nu es hier ghesproken int ghemene

vort hort van elken wondre allene

2. Nu hoort van wonderlijke lieden

daar ons de wijzen van aanwijzen,

maar voor wij spreken van elk alleen

hoor er eerst van in het algemeen.

275 Omdat dit eerste boek aanwijst

van het wonder dat men in de wereld ziet,

dan vraagt men of dat volk tezamen

van Adam onze vader kwam.

En wij zeggen, neen, dat is het niet

280 het is niet zo geschied.

Zoals ons schrijft Adelinus

die zegt dat er Centaurs (1) zijn

gewonnen in de wereld van

de beesten en van de man.

285 De wijzen zeggen er tegen dat

al is het gebeurd op vele plaatsen

en dat zulke dieren niet zeer lang leven.

Sint Hi喪onymus heeft ze beschreven

in Sint Paulus leven.

290 Die was de eerste heremiet

die naar Sint Antonius zocht

en in het woud waar hij mocht

kwam hem een wonder tegemoet

een man staande op geitenvoeten

295 en voor zijn voorhoofd horens twee

als bokkenhorens min of meer

en zei, aldus zegt de schrift,

ヤik ben een sterfelijk creatuur

en van mijn gezellen een bode

300 en wij vragen u opdat u bidt tot God

voor mij en de mijnen

die hier wonen in de woestijn

want wij bekennen dat Hij is gekomen

om de mensen zalig te maken en te bate.

305 Nu schijnt het na die fraaie woorden

die men van Hi喪onymus hoorde

alsof dit schepsel had in

menselijke rede en geest.

Maar wij zeggen altijd niet

310 dat dusdanige beesten die dit doen

van Adam mogen zijn gekomen.

En al vindt men aan hen soms

menselijke leden, een deel

ons geloof is geheel

315 dat ze niet de ziel hebben ontvangen

die nimmermeer mag uit gaan.

Het is te dan niet te verwonderen

dat dusdanig beestachtig volk

een deel van meerdere geesten is.

320 Want uit verhalen blijkt

dat ze in uiterlijke leden

gelijken op de mensen.

Ze zijn een deel van binnen

mogelijk van subtielere geest

325 dan andere beestachtige dieren.

Dit mag men opmerken snel.

Nu is hier gesproken in het algemeen

voort hoort van elk wonder alleen.

(1) paring van mens en dier, een onocentaur. Dit fabuleuze dier begon zijn literaire bestaan in de Septuagint. De Griekse versie van Jesaja 13: 21 en 34: 14 geeft onocentaurs weer voor het Hebreeuwse woord wat in de geautoriseerde versie ヤveldgeestenユ geworden is. ...ユen veldgeesten daar rondhuppelen, wilde honden zullen huilen in de burchten en jakhalzen in de paleizen van wellustユ, 34; 14 ヤ..veldgeesten ontmoeten elkander, ja, daar zal het nachtspook verwijlen en een rustplaats voor zich vindenユ. Dat deze vertalers van Jesaja het woord niet uitgevonden hebben zien we in een passage van Aelianus waar hij, na de beschrijving van de onocentaur, zegt: メPythagoras stelt dat dit ding, naar de getuigenis van Crates, uit Pergamum komtユ. Naar alle waarschijnlijkheid waren de vertalers bekend met Crates. Toen ze dan ook dit vreemde woord tegenkwamen hadden ze een probleem om het Hebreeuwse woord voor een ヤverschrikkelijke dierユ te vertalen en maakten er een onocentaur van.

De onocentaur is een van de dieren die voorkomt in de Physiologus. Het dier heeft een menselijk gezicht en is omgeven door dik haar, heeft handen en het bovenste deel van het lichaam is menselijk in vorm, maar het lagere gedeelte met de achterpoten lijkt op die van de ezel. Er wordt geen melding gemaakt van een staart. De kleur van het lichaam is asgrijs met wat wit aan de lendenen. De handen hebben een dubbele functie, als snelheid nodig is worden ze gebruikt als voeten en gaat het dier net zo snel als andere viervoeters. Als het nodig is om iets te plukken of te grijpen worden ze weer handen, dan wandelt het niet maar zet zich neer. Naar deze opmerkingen zou je zeggen dat het een staartloze aap was. Zonder deze beschrijving zou de naam suggereren dat het een monster was die van de klassieke centaur verschilt doordat het lichaam een ezelsgedeelte heeft in plaats van een paard. Het is de satyr, zie onder. Er zijn schrijvers als Adelinus die zeggen dat deze monsters ontstaan uit de paring van ezels met mensen.

Burger: Volgens Lucretius (De rerum natura, boek v) kunnen centauren niet bestaan, aangezien het paarddeel zou sterven voordat de menselijke helft de volwassenheid zou kunnen bereiken.

Mulder: De onocentaurus verenigt in zijn naam onager (ezel) en centaur. Ook dit wonderwezen kwam in de bijbel voor: in Job 13:21, zoals geciteerd door de Physiologus, verschenen ヤsirenen en onocentaurenユ. In de bijbelvertaling van Hieronymus, de Vulgaat, zijn beide verdwenen. Plinius verhaalt hoe hij ten tijde van keizer Claudius een hippocentaur gezien heeft die met honing gebalsemd van Egypte naar Rome werd gebracht (Naturalis Historia, VII, 35).

 

Jacob van vitri die seghet

330dat in orienten leghet

lande van wonderliken lieden

jn sinen boeken ormen bedieden

ende in andren boeken mede

dat daer es in ere stede

335volc van vremder manieren

een lant belopen met riuieren

dat amasonia es ghenant

el niet dan vrouwen wonen int lant

sonder gheselscap van manne

340entar sijnre meer nochtanne

danne .cc. dusent vrouwen

weltijt datse manne scouwen

dat si van .i. wighe keeren

dar si zeghe ebben met eren

345so nighen si hem alle daer

nemmeer dan ene warf int iaer

e willen si te manne gaen

ende alsi kint ebben ontfaen

eist cnapelin si oudent .vii. iaer

350ende sendent den vader dar naer

eist maghedekin si oudent dan

dus ouden si har lant sonder man

de manne wonen van hem verscheden

dar nes gheen geselscap van em beeden

355ghelijc recht datmen mach merken

dat die uoghelen met crommen becken

die femelen starker sijn

dan die merlen alst es anschijn

also machmen dar bescouwen

360starker bouen mannen vrouwen

oec neist ieghen redene niet

diemen bi naturen siet

want somen sere wederstaet

der onsuueren luxurien raet

365darmen bi uele machts verdriuet

somen met rechte starker bliuet

hoe dat beghin van desen vrouwen

erst quam machmen bescreuen scouwen

si quamen huten lande van sweden

370ende waren hem met moghenteden

hare manne af ghesleghen

van volke was dar bi gheleghen

dar quamen si met ghemenen rade

vp hem die hem daden die scade

375ende sloghent alte male doot

ende wraken hare scade groot

ende voeren wonen in dat lant

dat amasonia es ghenant

ende nemmermer vort sine wouden

380dat manne hare heren wesen souden

dese wijf sijn den kerstinen houd

ende ebben gheuochten met ghewoud

met ons up die sarrasine

dus es hare gheloue an scine

 

 

 

 

 

 

 

 

3, Jacob van Vitry die zegt

330 dat in de Ori創t ligt

een land van wonderlijke lieden.

In zijn boeken hoort men aanduiden

en in andere boeken mede

dat daar is in een plaats

335 een volk van vreemde manieren

in een land doorlopen met rivieren

dat Amazonia (1) is genoemd

en er alleen maar vrouwen wonen in dat land

zonder gezelschap van mannen

340 en daar zijn er meer nochtans

dan twee honderdduizend vrouwen.

Soms dat ze mannen aanschouwen

als ze van een strijd keren

waar ze zegen hebben met eren

345 dan buigen ze voor hen alle daar.

Nooit meer dan eenmaal in het jaar

dan willen ze naar de mannen gaan.

En als ze een kind hebben ontvangen

en is het een jongen dan houden ze het zeven jaar

350 en zenden het de vader daarna.

Is het een meisje dan houden ze het.

Dus houden ze hun land zonder man

en de mannen wonen van hen gescheiden.

Daar is geen gezelschap van hen beiden

355 gelijk dat men terecht mag opmerken

dat er vogels zijn met kromme bekken

de vrouwtjes sterker zijn

dan de mannetjes, als het lijkt,

alzo mag men het daar beschouwen.

360 Sterker boven mannen zijn die vrouwen. Ook is het tegen de reden niet

die men bij natuur ziet,

want zo men zeer weerstaat

de onzuivere wulpse raad

365 waar men veel kracht bij verdrijft

zodat men met recht sterk blijft.

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoe dat het begin was van deze vrouwen

eerst kwam mag men beschreven beschouwen

dat ze kwamen uit het land van Zweden

370 en waren hen met mogendheden.

Hun mannen afgeslagen

door volk dat daarbij was gelegen.

Toen kwamen ze met algemene raad

op hen die hun deden de schande

375 en sloegen hen allen dood

en wraken hun grote schade

en gingen wonen in dat land

dat Amazonia is genoemd.

En nimmermeer wilden ze

380 dat mannen hun heer wezen zouden.

Deze wijven zijn de christenen goedgunstig

en hebben gevochten met geweld

met ons tegen de Sarasijnen

dus is hun geloof aanzienlijk.

(1) Deze, tot de verbeelding sprekende amazones, zouden hun woonplaats te Themistyra aan de vloed Thermodon in Pontus hebben. Toen de Grieken daar later met Alexander de Grote aankwamen en er geen amazones aantroffen vertelden ze dat ze allemaal door Hercules overwonnen waren. Men heeft ze nooit gevonden. Toch bleven ze tot de verbeelding spreken. In de Griekse mythologie is het zo een strijdlustig vrouwvolk geworden die onder een koningin leeft en maar een maal in een jaar met mannen tezamen komt. Bij de geboorte hielden ze alleen de meisjes waarvan later een borst weggebrand werd zodat ze de boog beter konden hanteren. De jongens werden naar de vaders gezonden of gedood of aan handen en voeten verminkt zodat ze alleen tot ondergeschikt huiselijk werk in staat waren Soms worden ze dochters van Ares genoemd, ze zouden hun mannen deels gedood en deels verjaagd hebben. Of ze worden beschouwd als de overgebleven vrouwen van een Scythisch volk waarvan de mannen alle in de oorlog omgekomen zijn.

De krijgszuchtige vrouwen waren een geliefd onderwerp voor de Griekse artiesten. Maar in de Griekse kunst worden ze meestal met beide borsten, in Scythische of in Griekse kleding met opgetrokken chiton en een schouder en borst bloot en te paard of te voet afgebeeld. Nergens vind je het verhaal bevestigd dat ze de pas geboren meisjes de rechterborst afgebrand zouden hebben. Dit verhaal is waarschijnlijk een mislukte poging om de naam te verklaren. Het Griekse amazon, (in meervoud amazones) werd door de Grieken opgevat als a-mazos: zonder (rechter)borst.

Hun strijd tegen de Griekse helden en de nederlaag die ze telkens lijden, is waarschijnlijk niet anders dan een mythologische voorstelling van een poging om een eredienst uit te breiden die op de hogere Griekse beschaving afstuitte. Waarschijnlijk gaat de sage op Scythische volkeren terug waarin de voortijd het moederrecht bestond en de vrouwen met de mannen mee vochten.

Het geloof bleef bestaan. Toen de Europese ontdekkers aan de oever van de Marannon gewapende vrouwen ontdekten, gaven ze die stroom dan ook de naam van Amazonenrivier.

Een Boheemse overlevering verhaalt van een merkwaardige geschiedenis van vrouwen in de geest van de mythische Amazones. Onder aanvoering van een zekere Wlasta scheidde zich een menigte jonge vrouwen af tot een organisatie die op militaire wijze werd ingericht. Ze versterkten de streek die ze tot woonplaats hadden gekozen met forten en handhaafden zich acht jaren lang tegen de hertog van Bohemen, Przemyslas. De manspersonen die in hun macht vielen werden omgebracht of voor slavendiensten gebruikt.

Burger: Geloof in de kracht die seksuele onthouding en maagdelijkheid schonken, was wijdverbreid in de middeleeuwen. Jacobus van Vitry vertelt in een van zijn exempelen over een jongen die opgevoed is in een klooster en nog nooit van zijn leven een vrouw gezien heeft. Op een dag neemt de abt hem mee op reis. Ze houden stil bij een smidse om de paarden van nieuwe hoefijzers te laten voorzien. De jongen neemt een roodgloeiend hoefijzer van het aambeeld en geeft dat aan de smid - zonder kreet van pijn, zonder zich te branden. De twee brengen de nacht door in een herberg, waar de jongen wordt verleid door de vrouw van de waard. Als hij de volgende dag bij een smid nogmaals een heet hoefijzer oppakt, moet hij het met een gil van pijn laten vallen.

 

385andre lieden heten nakede vroede

wonen daer in hare hoede

homoedech naket ende arem mede

die onwert ebben die hoechede

van arderike alte male

390jn holen wonen si sonder zale

hare wijf ende hare kinder

wonen metten beesten ghinder

sine vechten none striden

wilen quam in ouden tiden

395alexander in hare lant

ende alsise wijs ende arem vant

heuet hi homoedelike gheseit

bidt dats ghi wilt ets iv ghereit

doe seiden si doe onse bede

400wi bidden di dan ontsteruelicede

alexander antworde hem

jc die selue steruelic bem

welker wijs mochtic v gheuen

dat ghi soudet ewelike leuen

405doe seiden si seghet dat dijn raet

datti emmer te steruene staet

twi iaghestu achterlande dan

te scendene so meneghen man

daer sijn lieden van andre maniere

410ouer ganges die riuiere

dien de lettre hetet bracmanne

van sonderlanghen liue nochtanne

want dats wonderlike dinc

her de gots sone lijf ontfinc

415screuen wiselike de gone

vanden vader ende vanden sone

ende van hare euengheweldechede

an alexandre dor sine bede

ende scinen hare wort openbare

420joft kerstinlic gheloue ware

andre lieden wonen dar neuen

die om te comene in dat leuen

dat na dat steruen comet hier

hem verbernen in .i. vier

 

 

 

 

 

 

 

 

 

4. 385 Andere lieden heten naakte wijzen

en wonen daar in hun hoede.

Ootmoedig, naakt en arm mede

die niets ophebben met hoogheden

van het aardrijk allemaal.

390 In holen wonen ze zonder zaal

hun wijf en hun kinderen

wonen met de beesten ginder

zij vechten niet of strijden.

Wijlen kwam in oude tijden

395 Alexander in hun land

en toen hij ze wijs en arm vond

heeft hij barmhartig gezegd,

ヤbidt wat gij wilt en het wordt gedaanユ.

Toen zeiden ze, ヤdoe ons deze bede

400 wij bidden u dan om onsterfelijkheidユ.

Alexander antwoordde hen,

ヤik die zelf sterfelijk ben,

Op welke manier mag ik je geven

dat gij eeuwig zou leven?ユ

405 Toen zeiden zij, ヤzeg dan uw raad

omdat u immer te sterven staat,

waarom jaagt u in achter landen dan

om te schenden zoveel mannen?ユ

 

 

 

 

 

 

 

 

Daar zijn lieden van een andere soort,

410 over de Ganges, de rivier,

die de boeken noemt Brahmanen.

Van apart leven leven nochtans

want dat is een wonderlijk ding,

eer God de Zoon een lijf ontving

415 schrijven al wijs diegene

van de Vader en van de Zoon

en van haar eeuwigheid

aan Alexander, door zijn bede

en schijnt hun woord openbaar

420 alsof het Christelijk geloof ware.

 

 

 

 

 

 

 

Andere lieden wonen daar naast

die om te komen in dat lange leven

dat na het sterven komt hier

zich verbranden in een vuur.

 

425ander uolc es daer onuroeder

die haren uaer ende hare moeder

alsi van ouden sijn uersleten

te doot slaen ente samen heten

ende dit ouden si ouer weldaet

430dies niet ne dade hi hiete quaet

oec vindemen dar in somech lant

menghen grooten gygant

[die .xii. cubitus sijn lanc]

ende uolxkin so clene so cranc

435cume so groot wi lesent dus

alse .iii. uoeten iofte .ii. cubitus

ar sijn urouwen horic iwagen

die als enewarf kinder draghen

entie werden grau geboren

440ende alsi out sijn als wijt horen

so werdet hem al swart dat aer

ander wijf wonen dar naer

diere viue bringhen tere drachte

mar sine leuen der iare mar achte

445oec es dar .i. uolc geseten

die die rowe visscen heten

ende drinken die soute zee

ander uolc so wont dar me

die de hande ebben verkert

450ende andie voete als men ons lert

ebben si theen twewarf viere

volc esserre van vremder manire

dien de uoeten stan verkert

ende als ons sente ieronimus leert

455so esser erande volc vonden

die sijn gehoeft ghelijc den onden

met crummen clawen ende met langhen

ende met beesten uellen behanghen

ende ouer hare spreken bassen

460ander uolc es dar ghewassen

so cleenen mont ebben die liede

dat si met enen cleenen riede

n sughen moeten dar si bi leuen

ander uolc es dar beneuen

465die menschen heten als ict ore

dese uolghen lieden bi spore

bider roke dats hare maniere

tote dat si comen tere riuiere

ende dar nemen si den lieden dat lijf

470weder het si man of wijf

 

 

 

 

 

 

 

 

425 Ander volk is daar dwaas

die hun vader en hun moeder

als ze van oudderdom zijn versleten

dood slaan en samen eten.

En dit houden ze voor weldaad

430 die het niet doet, hij heet daar slecht .

 

 

 

 

 

 

 

Ook vindt men daar in sommig land

menige grote gigant.

[die 5,5 m zijn lang]

 

 

 

 

 

 

435 En een volkje zo klein en zo zwak nauwelijks zo groot, wij lezen aldus,

als drie voeten of negentig cm.

 

 

 

 

 

Daar zijn vrouwen, hoor ik gewagen,

die eenmaal een kind dragen en die worden grauw geboren.

440 En als ze oud zijn, zoals wij het horen,

dan wordt hen helemaal zwart dat haar.

 

 

 

 

 

 

Een ander wijf woont daar naast

die er vijf brengt in een dracht

maar zij leven daar maar acht jaar.

 

 

 

 

 

 

445 Ook is daar een volk gezeten

die rouwe vissen eten

en drinken van de zoute zee.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ander volk zo woont daar meer

die de handen hebben verkeerd

450 en aan die voeten, als men ons leert,

hebben ze tenen, twee maal vier.

 

 

 

 

 

 

 

 

Volk is er van een vreemde soort

van wie de voeten staan verkeert.

 

 

 

 

 

En zoals onze Sint Hi喪onymus leert

455 is er een soort volk gevonden

die voeten heeft gelijk de honden

met kromme klauwen en met lange

en met beestenvellen behangen

en in plaats van spreken bassen.

 

 

 

 

 

 

460 Ander volk is daar gegroeid

zoユn kleine mond hebben die lieden

dat ze met een klein rietje

zuigen moeten willen ze blijven leven.

 

 

 

 

 

 

 

 

Ander volk is daar naast

465 die mensen eten, zoals ik het hoor,

en volgen lieden bij een spoor

via de geur, dat is hun manier,

totdat ze komen bij een rivier

en daar nemen ze van die lieden het lijf

470 of het een man of wijf is.

 

 

ander lieden die wonen daer bi

die heeten arismaspi

ofte ciclopen in latijn

die maer met enen oge sien

475ende staet hem int vorouet voren

5, Andere lieden die wonen daarbij

die heten Arismaspi (1)

of Cyclopen in het Latijn

die maar met een oog zien

475 en dat staat hen in het voorhoofd voor.

(1) Aristeas, 900 v. Chr., had een reis gemaakt naar het land der Issodoniers (ongeveer bij Irkoetsk) die de buren waren van de Arismaspen en mensen waren met een oog (arima: een, spou: oog) Dat de griffioenen in het hoge noorden op de Rhipaise bergen de goudmijnen tegen de Arimaspen bewaakten. De griffioenen leefden met de rijdende Scythisch Arimaspen en zo ook met hun paarden in vaste vijandschap. Vandaar het spreekwoord: メiugentur grypes equis, dat is ヤhet onmogelijke zal mogelijk wordenユ. De verhalen over hen, over eenogige demonen en over wezens die de gouden hemelberg bewaakten bleven eeuwenlang een gezocht onderwerp.

Burger: Ook bekend als ヤgymnosofistenユ, de middeleeuwse versie van de Indiase yogi's. Misschien danken ook de parasolvoeten hun ontstaan aan ontmoetingen met yogi's.

Mulder: Mede-eeuwigheid - van ヤmede粗uwigユ, ヤmet iemand of iets eeuwig bestaandeユ (theol.).

De meeste middeleeuwse geleerden zagen de aarde als een bol, verdeeld in vijf klimaatgordels - het is een lasterlijke misvatting dat middeleeuwers dachten dat de aarde plat was. De gordels rond de polen waren onbewoonbaar door de grote koude; het gebied rond de evenaar liet geen mensen toe door overmatige hitte. De enige twee bewoonde gebieden waren dus de gematigde zones ten noorden en ten zuiden van de evenaar. In de loop der tijd werden de mensen die aan de ommezijde van de wereld leefden, onze tegen voeters, verward met het door de Griekse reizigers beschreven mensenras waarvan de voeten naar achteren wezen, zodat ze in de dubbele betekenis van het woord ヤtegenvoetersユ of ヤantipodenユ werden. Dit volk veroorzaakte doctrinair ongemak: als het evangelie gepredikt was ヤtot de einden der wereldユ, dan was het niet mogelijk dat er op het zuidelijke deel van de aarde, door hitte en oceanen gescheiden van de rest van de mensheid en verstoken van de heilsboodschap, ook bezielde wezens leefden. Bovendien stammen volgens de Schrift alle mensen af van Adam - hoe konden er dan aan de andere kant van de wereld, aan gene zijde van de ondoordringbare hittegordel rond de evenaar, 覧k mensen leven? Tot ver in de dertiende eeuw werd de antipodenleer dan ook fel bestreden van kerkelijke zijde.

Toch bood het bestaan van dergelijke volkeren, op veilige afstand van de mogelijkheid tot verificatie, ook theologische voordelen. Augustinus bezwoer de ketterse gedachte aan uitzonderingen op de natuurlijke orde met het argument dat het bestaan van monstervolkeren ons toont dat Gods wijsheid niet faalt als er bij ons een mismaakt kind geboren wordt. Kinderen met een staart, met twee hoofden, bedekt met haar of schubben, zonder mond, of met aaneengegroeide benen (ヤsirenenvormingユ) werd met deze redenering de status van ヤspeling der natuurユ ontnomen. Strikt genomen bestonden spelingen der natuur dan ook niet: de uitdrukking was bekend, maar het was alleen onwetendheid die de mens een spelende natuur deed zien.

Mensen met hondekoppen - in het Latijn de cynocephali. Vaak afgebeeld op kathedralen en kerken in voorstellingen van de apostelen die het Evangelie over de gehele aarde verspreiden - de cynocephali vertegenwoordigen daarin he Pygmee創 - de vroegste verwijzing naar de strijd tussen kraanvogels en pygmee創 is te vinden in Homerus' Ilias, in de eerste regels van het derde boek.

Brixant - een mythische zijrivier van de Nijl. ヤt meest onbeschaafde en afgelegen volk.ユ

 

ander volc es daer gheboren

die loepen vtermaten seere

met enen uoete ende met nemmere

nochtan es die voet so bret

480dat si hem ieghen die sonne heet

hem bescermen dar mede

war dat si rusten teregherstede

ander lieden dies gheloeuet

vindemen dar al sonder houet

485hare oghen in hare scouderen staende

jn hare barste .ij. gate hute gaende

houer nese ende houer mont

eisemlic sijn si als .i. hont

ander lieden sijn dar beneuen

490die bi enes appels roke leuen

sonder andre spise tontfane

eist dat hem uerre staet te gane

si draghene uoer hem ter noot

want ander sijns so bleuen si doot

495quame hem eneghe quade lucht an

oec wonen daer wilde man

met .vi. vingheren an elke hant

6, Ander volk is daar geboren,

die lopen uitermate snel

met een voet en niet meer,

nochtans is die voet zo breed

480 dat ze tegen de zonnehitte

zich beschermen daarmee

waar ze rusten in enige plaats.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Andere lieden, wat men gelooft,

vindt men daar al zonder hoofd, (1)

485 hun ogen in hun schouders staan

in hun borst gaan twee gaten uit

voor neus en voor de mond,

ijselijk zijn ze als een hond.

 

 

 

 

 

 

 

 

Andere lieden zijn daar naast

490 die bij een appelgeur leven

zonder andere spijs te ontvangen.

Is het dat ze ver moeten gaan

dan dragen ze (appels)voor de nood

want anders bleven ze dood

495 als er bij hen enige kwade luchten aankwamen.

 

 

 

 

 

 

 

Ook wonen daar wilde mannen

met zes vingers aan elke hand.

 

 

(1) Albertus Magnus, 1186-1280, bespreekt mensen in warme streken. Er zouden er zijn zonder hoofd waarbij de ogen in de schouders zitten, in de borst zitten twee gaten voor de neus en mond. Hij besluit: メEyselijc sijn si als een hontモ. Mogelijk had hij dat van Plinius, die beschreef al vreemde mensenrassen in Afrika. Mogelijk de hondskopapen. Plinius verhaalt dat er een reuzenras was die Syrbotas genoemd werd en een klein ras de Pygmae, verder dat de Machlyes van beide sekse zijn en dat de Maritimi vier ogen hadden, op vier voeten wandelden de Limantopodes, ook was er een ras die geen mond had maar zich voedde via strootjes. Het ras Blemnyae had geen hoofden maar gezichten op hun borst. Daar lijken ze geen hinder van te hebben, het enigste probleem was dat ze hun hele lichaam moesten omdraaien als ze iets achter zich wilden zien. Dit beschrijft Shakespeare in het verhaal van de Moor Othello, 1, 2:

ヤVan kannibalen die elkaar verslindenユ.

De anthropophagen en van mensen wier

hoofd in hun borst zit.ユ

 

oec so wonen dar int lant

wijfs van sere scoonre maniere

500die ouden hem in ene riuiere

ende want sine ebben iser neghen

wapen si hem al in een

met wapinen van selure al

hoec wonen dar in somech dal

505van india wijf gebart

toten mammen nederwart

entie cleder van uden draghen

entie hem al gheneren int iaghen

entie cleder van huden draghen

si ebben luparde ende lioene

510ende tigren tharen doene

ghetammet dar si iaghen mede

noch es dar te somegher stede

volc beede man ende wijf

die gheen cleet draghen ant lijf

515ende ru gehart anden lachame

wart dat hem enech man to quame

so doken si int water dan

want die wijf entie man

leuen wel na hare lieder maniere

520bede upt lant ende in de riuiere

oec vindemen dar wilde liede

groot starc ende onghiere

die ru als .i. suijn sijn van hare

ende brieschen alse oft een stier ware

525jn ene riuiere wonen dar wijf

die hutscone ebben dat lijf

sonder dat si inden mont

sijn ghetant ioft ware .i. ont

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ook zo wonen daar in het land

wijven van zeer schone manieren,

500 die houden zich op in een rivier

want zij hebben ijzer, nee geen,

ze wapenen zich geheel

met wapens van zilver al.

 

 

 

 

 

 

 

 

Ook wonen daar in sommige dalen

505 van India wijven met een baard

al tot de mammen nederwaarts

en die klederen van huiden dragen

en die zich voeden met jagen

en die klederen van huiden dragen,

ze hebben luipaarden en leeuwen

510 en tijgers tot hun doen

getemd waar ze jagen mee.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Nog is daar in sommige plaatsen

Volk die beide, man en wijf,

geen kleed dragen aan het lijf

515 en ruw gehaard zijn op het lichaam

zo er een man op hen toekomt

dan duiken ze in het water dan

want dit wijf en deze man

leven wel naar hun lieden manier,

520 beide, op het land en in de rivier.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ook vindt men daar wilde lieden

groot, sterk en onguur,

ruw als ze zijn van haar

en briesen alsof ze een stier ware.

 

 

 

 

 

 

 

525 In een rivier wonen daar wijven (1)

die zeer schoon hebben dat lijf,

bijzonder dat ze in de mond

getand zijn als een hond.

(1) Hier zullen mensen bedoeld zijn. Mogelijk zijn de tanden gevijld, wat in sommige streken sier is. Apen hebben een afkeer van water, ze zijn al bang als ze een smal stroompje over moeten steken, in dierentuinen is dat handig.

 

oec wonen daer die pigmeene

530liedekine arde cleene

inde montanien van endi

ten derden iare pleghen si

dat si winnen ende draghen kinder

menne vindet gheen uolxkin minder

535ende si ouden te achtenden iare

ene orloghe arde sware

jegen de cranen die met gewelt

willen hem al winnen de vrucht upt uelt

 

 

 

 

 

 

 

8, Ook wonen daar de pygmee創, (1)

530 lieden erg klein

in de bergen van Indi,

in het derde jaar plegen ze

dat ze winnen en dragen kinderen,

men vindt geen volk kleiner.

535 En ze houden om de acht jaar

een oorlog te maken, erg zwaar

tegen de kranen die met geweld

van hen willen winnen de vrucht op het veld.

(1) Pygmae; zo groot als een vuist. Een volk van dwergen wier land zou bestaan aan de kust van de Oceaan, de bronnen van de Nijl, in Indi of in het hoge Noorden. Hun bestaan werd al door de ouden geloochend. Later geloofde men hen terug te vinden in een Afrikaans volk van kleine mensen bij de evenaar.

Bij zijn tocht kwam Marco Polo in Klein Java en ziet daar de kleine mensjes wat apen zijn.

ヤ En ik zeg u dat ze liegen degene, die bij ons kleine uitgedroogde mensjes komen vertonen, zogezegd uit Indi, want het zijn aapjes, die op dit eiland wonen en ik zal u zeggen hoe men ze opzet. Op dit eiland leeft een kleine apensoort die het aangezicht heeft van een mens. Men vangt ze, scheert ze over het hele lichaam, behalve dat men ze een beetje haar laat op de kin en rond de penis. Daarna laat men ze drogen en bewerkt ze met saffraan en andere dingen, tot ze inderdaad op een mens gelijken. Maar dit is niet waar, want noch Indi noch in nog wilder streken heeft men ooit zulke mensjes gezienユ.

 

oec hebbemen in ouden stonden

540erande uolc met starten vonden

men vindet in orienten mede

wilde lieden in wilder stede

alsemense int wout vangen mochte

ende mense onder lieden brochte

545mochten si dan niet ontgaen

gheen eten ne wilden si ontfaen

ende dooden hem met ongre dan

 

 

 

 

 

 

 

 

 

9, Ook heeft men in oude stonden

540 een soort volk met staarten gevonden. (1)

 

 

 

 

 

 

 

Men vindt in de Ori創t mede,

wilde lieden in wilde plaatsen.

Als men ze in het woud vangen mocht

en men ze onder het volk bracht

545 mochten ze dan niet ontgaan

geen eten wilden ze ontvangen

en doden zich met honger dan.

(1) Semnopithecus, zijn de slankapen uit Indi. Een soort ervan is de Hamman die door de Indi喪s bijzonder wordt vereerd. Die heet ook wel hoedaap of Chinese aap, omdat het haar op de kruin van het hoofd zich uitspreidt in de gedaante van een Chinese muts.

Dit is een grote, slanke, langstaartachtige aap. Deze aap is het symbool van kracht, trouw en opoffering.

Er zijn soorten die tot de boomgrens komen, men heeft ze ook in de sneeuw zien rondstappen, (sneeuwmannen)

 

men uindet in india oec man

die doghen nachts ebben so claer

550als ioft ene kerse ware dats waer

oec wonen daer scone lieden mede

vp de ze in ere stede

die niet neten dan vlesch al ro

ende sughen honech oec also

555jn ene riuiere heit brixant

lopet tote endi int lant

sijn lieden hutermaten lanc

die de hut ebben sere blanc

ende tanschin ghedelet in tween

 

560dit wonder ende menech een

dat hier bouen staet bescreuen

alse ons die vraie boeke gheuen

vintment int lantscap van endi

doch hort wonder meer van mi

 

 

 

 

 

 

 

10, Men vindt in India ook een man

die ユs nachts de ogen heeft zo helder

550 alsof het een kaars was, dat is waar.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ook wonen daar schone lieden mede

op de zee in plaats

die niet eten dan vlees geheel rauw

en zuigen honing ook alzo.

 

 

 

 

 

 

 

 

555 In een rivier die heet Brizantis

en loopt tot Indi in het land

zijn lieden uitermate lang

die de huid hebben zeer blank

en het aanschijn is gedeeld in twee創.

 

560 Dit wonder en menigeen

die hierboven staan beschreven

zoals ons die fraaie boeken geven

vindt men in het landschap van Indi.

Nog hoort wonder meer van mij.

 

565jacob van vitri die zeghet

dat in europa en lant leghet

dar als de kinder werden gheboren

alreerst comet ene padde voren

ware oec geboren teregher stede

570een kint ende ghene padde mede

men soude der moeder tien an

dat soet an enen andren man

ghewonnen hadde entese onwarde

segmen wesen onder die lumbarde

11, 565 Jacob van Vitry die zegt het

dat in Europa een land ligt

waar als de kinderen worden geboren

allereerst een pad komt tevoren. (1)

Wordt er ook geboren op enige plaats

570 een kind en geen pad mede,

men zou de moeder zien aan

dat ze het van een andere man

gewonnen had. En deze onwaardigheid

zegt men te wezen onder in Lombardije

 

Geboortemiddel.

Heget is een Egyptische godin met een kikkerhoofd. De godin van geboorte en wederopstanding.

Dat het paddenvlees zelfs als geboorteverlichtend middel officieel was bewijst weer hoe hardnekkig het volksgeloof is. De levende pad is een zielendier.

Ieder die een pad doodt zal zijn eigen moeder doden, daarom durven alleen diegene een pad te doden wiens moeder al gestorven is. Als ze uit haar dierlijke vel, waarin de ziel geband is, verlost is dan ontvouwt zich een prachtige vrouw (sprookjes) of twee witte duiven

Als in de volkssages de ziel van een zieke vrouw als pad uit haar mond wandelt dan is dat een teken. De levende pad is een van de vele vormen waaronder de menselijke ziel, naar het volksgeloof, verschijnt. Als zielendier houdt de pad als een geest de gestorvene in zich en geeft hen voeding, ze zit zowat op het zielenbroedsel en werd, net als de natter die ook een zielendier is, tot huisschutgeest. In Zweden heet het bolvoetter, in Sicili donna di casa. Ze woont onder het kruidvat, in de kelder, de grond en bewaart onderaardse schatten, ze is een onderaardse, een schatpad. Zoals elk huis zijn huispad heeft, zo heeft ook elk huis een schatje. De pad voorspelt als huispad geboortes maar ook sterfgevallen. Graaf je een pad uit de grond dan komen er gauw kinderen, dat wil zeggen er komt al gauw een nieuwe ziel, een nieuwgeboren kind. De onsterfelijke ziel wordt met het zielendier uitgegraven en komt in het nieuwe kind.

Is dit nieuwe kind misvormd, ヤverpaddertユ, (cretino) is dit naar het volksgeloof een duidelijk メDemonstratio ad oculosモ een teken dat de pad, als paddendemon, de vrouwelijke vrucht van de mens be貧vloed heeft. Alles wat in de baarmoeder mis kan gaan is be貧vloed door de pad.

 

575jn borgoenien int een hende

den berghe van moniou ghehende

sijn lieden vtermaten vele

met enen croppe onder de kele

alse groot alst ene coworde ware

 

 

 

 

 

 

 

 

12, 575 In Bourgondi op het einde

waar de berg de Sint Bernhard gaat ten einde

zijn er lieden uitermate veel

met een krop (1) onder de keel

alzo groot alsof het een kauwoerde ware.

 

(1) Misschien gaat het hier om een kropgezwel waar de bewoners van Tirol veel mee te maken hadden.

 

 

580jnt vrankerike eist worden mare

datmen lieden heuet ghesien

die hadden tusschen hare dien

vorme van wiue ende van manne

 

 

 

 

 

 

 

 

13, 580 In Frankrijk is het bekend

dat men lieden heeft gezien

die hadden tussen hun dijen

vormen van wijven en van mannen

Dit verhaal zal wel op een soort aap slaan.

 

jn cicilien nochtanne

585es .i. wout den berghe na

die bernet ende etet etna

dar sijn lieden met .i. oghe

bouen allen bomen hoge

thoghe alse groot als .i. scilt

590die sijn ureselic ende wilt

ende leuen bi uleesche ende bi bloede

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

14, In Sicili nochtans

585 is een woud bij de berg bijna

die brandt en heet Etna.

Daar zijn lieden met een oog

en boven alle bomen hoog,

met een tong zo groot als een schild,

590 die zijn vreselijk en wild

en leven van vlees en bij bloed.

Meer dan 2000 jaar geleden rustten de mensen van Carthago (Phoeniciers) een vloot uit met het doel om volksplantingen te stichten op de westkust van Afrika. Duizenden mannen en vrouwen, voorzien van leeftocht en benodigde hulpmiddelen, vertrokken met zestig schepen. De bevelhebber was Hanno die zijn reis in zijn ヤPeriplus Hannonisユ beschreef. Gedurende de reis stichtten ze zeven koloni創, door gebrek aan levensmiddelen moesten ze eerder terug dan aanvankelijk de bedoeling was. Ze waren de kust van Sierra Leone al voorbij toen dit gebeurde. Hanno meldt: ヤDe derde dag, nadat wij van daar weg gezeild waren en de vuurstromen hadden doorkruist, kwamen wij aan een zeeboezem die de zuiderhoorn genoemd wordt. Op de achtergrond was een eiland met een meer en hierin weer een eiland waarop zich wilde mensen bevonden. De meeste van hen waren vrouwen met een behaard lichaam, de tolken noemen ze gorillaユs. De mannetjes konden wij niet inhalen, die konden gemakkelijk ontsnappen doordat ze over afgronden klommen en zich met rotsklompen verdedigden. Wij maakten ons meester van drie wijfjes, maar konden ze niet meenemen omdat zij beten en krabden. Wij moesten ze daarom doden, trokken hun echter het vel af en zonden het naar Carthagoユ. De huiden werden, naar Plinius bericht, in de tempel van Juno bewaard.

Hanno heeft een mensaap gezien. Mogelijk was dat de chimpansee, maar naar zijn verhaal is de reusachtigste van alle apen gorilla genoemd. Een tekening van een chimpansee is gevonden op het beroemde moza鋲kwerk dat eertijds de bodem van de Fortuna tempel te Praeneste sierde. Naast vele andere dieren die in ヤt stroomgebied van de Nijl leven was er ook een staartloze aap afgebeeld die voor de chimpansee wordt gehouden. Een chimpansee is mogelijk ook de eenogige cycloop van Homerus geweest.

Of zie 5, de Arimaspi of eenogigen, de bewoners heten Arimi. Dat heeft aanleiding gegeven tot de mening dat het eiland Inarime of Aenaria in de golf van Napels was bedoeld.

 

jnt westhende als ict beurode

van europen so was vonden

een wijf uersleghen tere stonden

595met ere wonden als wijt horen

die stont hare int uorouet uoeren

ende quam ghedreghen metten ze baren

menne wiste wanen te waren

met purpre was soe ghecledet

600hare langhe was alsemen weet

die istorie bescriuet ons dus

ghemeten .l. cubitus

 

 

 

 

 

 

 

 

 

15, In het westelijk eind, als ik bevroed,

van Europa was gevonden

een wijf verslagen te ene tijd

595 met een wond, zoals wij het horen,

die stonden haar in het voorhoofd van voren

en kwam gedragen met de zeebaren.

Men wist niet waarvan te waren

met purper was ze gekleed,

600 haar lengte was, als men weet,

de historie beschrijft ons dus

gemeten een een cubitus. (1)

60 cm?

Op vele kustplaatsen komen verhalen voor van zeemeerminnen. Mogelijk doelt van Maerlant op het verhaal van Westerschouwen.

Jaren geleden vingen de vissers van Westerschouwen een meermin in hun netten. Ze beloofde zegen, als men haar liet gaan; de vissers bleven onbewogen. De meerman riep om zijn vrouw, men liet hem roepen. De meermin stierf weldra in haar gevangenschap. Toen zong de meerman het lied van de straf:

 Westenschouwen

Het zal u berouwen,

Dat ge genomen hebt mijn vrouwe,

Westenschouwe zal vergaan,

Alleen de toren zal blijven bestaanユ. En zo is het uitgekomen.

 

die groote nochtan van ercules

dar ons niet af bleuen es

605wondert der wonder ghemeinlike

sine wapine sonder ghelike

die so groot sijn dar mense siet

wondert al der werelt diet

die na dien dat hi uerwan

610menech lant ende meneghen man

sette tekine ende pale

van sinen zeghe scone ende wale

jnt westende van spaenien lant

colummen vpter ze cant

615ten lijctekine dat hi uerwonnen

hadde vanden risene vander sonnen

al de lande tote daer

dar naer quam hem .i. euel swaer

dat hem swaer was ende onghier

620ende warp hem seluen in .i. vier

dar hi te puluere es uersleten

dus es langhe sijns vergheten

16, De grootte nochtans van Hercules (1)

waar niets van gebleven is.

605 Verwonder je over het gewone wonder, zijn wapens zijn zonder gelijke

die zo groot zijn waar men ze ziet.

Verwondert de hele wereld volk

die nadat hij overwon

610 in menig land en menig man

zette teken en gedenktekens

van zijn zegen, schoon en wel,

in het westen van Spanje land

zuilen op de zeekant,

615 ten teken dat hij overwonnen

had van de reuzen van de zon

het hele land tot daar.

Daarna overkwam hem een euvel zwaar

dat hem zwaar was en guur

620 en wierp zichzelf in een vuur

waar hij tot poeder is versleten

dus is zijn lengte al lang vergeten.

(1) Hercules, bekende mythische held die geducht was vanwege zijn knots. Hij trok naar de Hesperiden: avondland, om de gouden appels te halen. Hij versloeg de draak en zette als teken van overwinning de zuilen op bij Gibraltar. Hercules werd vergiftigd door een pijl en wierp zich in het vuur van berg Etna.

Mulder: De Zuilen van Hercules - in de klassieke oudheid en de middeleeuwen benaming voor de straat van Gibraltar, meer in het bijzonder de rots van Gibraltar en de tegenoverliggende Djebel Musa. Hercules besteeg de brandstapel om een einde te maken aan de ondraaglijke pijnen die hij leed nadat hij een in gif gedrenkt hemd had aangetrokken, dat hem als straf voor zijn ontrouw was geschonken door zijn vrouw.

 

also alsmen lijtteken vint

sone twifelmens twijnt

625henne was menech starc gigant

wilen eer in duutscer lant

so datter een was hiet teuca

dar dutscelant of heuet ontfaet

sine name ende out noch eden

630sijn graf es noch tere steden

bider dunauwen sekerlike

bider weinden in ostrike

twe milen al dar beneuene

jn .i. dorp het sente steuene

635dat .xc. cubitus es lanc

die dar toe doet sinen ganc

hi vint dar beenre vp desen dach

meere danne men gheloeuen mach

tersinbeckin leghet daer

640broeder albrecht seit vorwar

name .i. man diet prouen begerde

tusschen appel ende hilte .ij. swerde

dat .i. vp entander neder

hi mochtse keren uort ende weder

645namelike int ersinbeckin binnen

sine tande segghen diet kinnen

die sijn meer dan twe palmen breet

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

17, Alzo als men tekens vindt

zodat men niets twijfelt.

625 Er was menige sterke gigant (1)

wijlen eerder in Duitsland

zo dat er een was die heet Teuta (Teutonia)

waar Duitsland van heeft ontvangen,

zijn naam en houdt het nog heden.

630 Zijn graf is nog ter plaatse

bij de Donau zeker,

bij de Weemen in Oostenrijk

twee mijl daar beneven

in een dorp dat heet Sankt Stephan

635 dat meer dan veertig meter is lang.

Die daar doet zijn gang

vindt daar beenderen tot op deze dag

groter dan men geloven mag,

het hersenbekken ligt daar.

640 Broeder Albrecht zegt voor waar,

nam een man die het proberen begeerde

tussen appel en hilt twee zwaarden

de een op en de ander neer

hij mocht ze keren heen en weer

645 namelijk in het hersenbekken van binnen.

Zijn tanden, zeggen diegene het kennen,

die zijn meer dan twee handpalmen breed.

(1) In vroegere tijd hield men het voor de beenderen van St. Christophorus, hij was tenslotte een reus of van een andere heilige wie men om de een of andere reden een bijzondere grootte meende te moeten toeschrijven. Vele van zulke overblijfsels worden daarom in de kerken als relikwie創 bewaard.

Het veld van Lyon heet sedert oude tijden メreuzenveldユ omdat in de leemgroeven aldaar talloze beenderen waren opgegraven die men voor overblijfselen van reuzen hield. Toen in 1577 de storm een eik ontwortelde bij het klooster Reyden, Luzern, kwamen grote beenderen te voorschijn. Dit verklaarde een dokter de Bazel voor het geraamte van een zes meter lange reus. Het zou een van de gevallen engelen geweest zijn geweest die tegen God in opstand was gekomen. Anderen hielden ze voor de beenderen van de reuzen Gog en Magog die in de bijbel worden genoemd of van ander minder beroemde reuzen. Door hen die met de klassieke oudheid meer bekend waren werden zij aan de Germaanse koning Teutobod toegeschreven. Dat was in de 16de eeuw toen men zulke beenderen in Aix ontdekt.

Het zijn de beenderen van de mammoet. Mammoet heet in Duits Mammut, in Engels mammoth en in Frans mammouth, dit komt van Russisch mammut of mamant. De Jakuten noemden het mamont, mamma is land, het betekent aardvreter. Ze geloofden dat deze dieren, net als de mol, onder de aarde leefden.

 

Van beesten of dieren.

 

 

 

Ghemeinlike salic salic te uoeren

660ghemeenlike nature iv laten horen

die beesten ebben int ghemanghe

dar na van elker sonderlanghe

 

aristotiles die seghet

wat dat uoete tebbene pleghet

665jofte .ij. iofte .iiii. iof negheene

die diere ebben alle ghemeene

adren ende bloet der in

diere meer ebben seit sijn sin

dan uiere,nebben gheen bloet

670ende merket datmen verstaen moet

dat hi bloet in adren seghet

want de worem bloet tebbne pleghet

mar hare neghen neuet adre

de vissche ebben allegadre

675benine oghen ende starc dat vel

omme dat si dat water wel

weren sullen ende ghedoghen

dit machmen wel met redenen toghen

biden watre si iv bekent

680dese werlike torment

biden visschen suldi bekinnen

lieden die de werelt minnen

nu merket van wereldliken lieden

al horsi hiet van gode bedieden

685si ebben so arde verstannesse

negheene ghestelike lesse

ne moghen si verstaen wel

so art ebben si oghe ende vel

 

diere die ebben horen gemeene

690roerense sonder de mensce alleene

dat meent dat hi ontoude ende lere

wat dat hi hort van onsen here

ende someghe creaturen oren

met gaten al sonder horen

695alse alle uoghelen ghemene

alle dieren groot ende clene

die roeren die onderste caken

twe diere gaen ieghen dese saken

dats cocodrillus entar na

700een dier heetet gentilia

die de vpperste cake roeren

ende dats maniere van vremder uoeren

 

Ambrosius spreket dat got heuet

sulke diere dat leuet

705ghemaket den als lanc dats bedi

dat sine spise vp darde si

alse den kemel enten parde

maer dien wolue enten liebarde

heuet hi den als curt ghegheuen

710want si bider proihen leuen

de langhe als menet de langhe ope

elc man die merke wien ic nope

de ghene die met proien leuen

hoe mach hare ope sijn verheuen

715enechsijns te gode wart

dieden aremen niet ne spart

ende met hem oudet sine ghile

hoe mach hi ter lester wile

an onsen here vinden ghenaden

720die emmer darme sal beraden

almeest alrande diere

die pleghen edekens maniere

dats die vermaken hare spise

ebben alse van langher wise

725dat meenet die langhe wort

die hi leset ofte hort

verandelt dicken sonder ontloepen

die behort ter langher open

 

men vindet onder alrande diere

730tande van drieranden maniere

some effene ende some alse zaghen

ende some tande die huteraghen

effene tande heuet die man

ende wat dat horne draghet nochtan

735hetne ware gehornet serpent

wat so hem met proien bekent

es ghetant ghelijc zaghen

sulke meenic als onde draghen

die euer entie olifant

740si draghen den raghenden tant

 

al dat bloet heuet int houet

dat heuet hersinen des gelouet

sonder worme seggic iv

ende wat diere den start heuet ru

745heuet grote kinbacken gemene

ende dat ersinbeckin cleene

o wi wacharmen hoe waer est eden

jnder eren der moghendelicheden

hare starte hare meisenieden

750die verteren dat arme lieden

souden ebben thare noot

si ebben de kinbacken groot

dat si verteren in houerdaden

hare goet te haren scaden

755dus so werdet hem clene thouet

want si werden so verdoeuet

dat si laten varen al

wat datter hem af comen sal

 

haer ende wlle van allen dieren

760verwandelt na des lants manieren

jn heten lande karsp ende swart

ende in tastene endeel hart

jn couden lande slecht ende wit

aldus machmen marken dit

765vieruoete georende diere

bouen dats hare maniere

sonebbensi ghene tande

also alst aristotiles cande

alle creaturen van hare ru

770noeten uele seggic iv

jn die maghe der sugender diere

vindemen lib van goeder maniere

so ouder so van betren doene

ets sloten vanden menisone

775des erts lib entes hasen mede

es vander meester mogentede

mar de diere die niet vermalen

hare spise die si in halen

nebben lib groot no clene

780sonder dase allene

al dat heuet oghe lede

luketer sine oghen mede

alst slapet sonder de liebart

entie blode hase cuward

785al dat voete heuet sonder ghile

mach wel swemmen ene wile

die mensche minst van em allen

men seit dat hem doet geuallen

[dat hi heuet bouen hem allen

790na sire grote alreminst gallen]

want die galle es heet ende droghe

ende effet upwart int hoghe

mar de swinbalch die den wint out

doet vissche swemmen met gewout

 

795men vraget des in menghen lande

twi de heuer heuet sine tande

die liebart clawen entie bere

die stier sine horne ter were

die ree de hase hare snellede

800die mensce van mester wardechede

nature ne wapinde niet so wel

none makede ter vlucht so snel

dus machmen antworden hier inne

mensche die redene heeft van sinne

805heuet tweirande ghewerke an

dats raet ende daet nochtan

dies heuet hi met sinne vonden

jn orloghen tallen stonden

dat hi hem dartoe wapinen can

810ende alsi pais heeft latise dan

wari gheboren dan der mede

so sceni altoes buten vrede

wari oec snel als die re

hine wachtets hem nemmerme

815hine soude verliesen der mede

sine edele ghestadechede

nu alst tijt es ende stede

raet hem die behendechede

sijt vp waghene of up parde

820snellike te varne sire varde

ende in scepen met corten stonden

houer liden des waters gronden

dus machmen antworden dan

hem die vraghet twi die man

825trach ende onghewapint mede

gheboren es ter menscelichede

 

ghetande diere zaghewise

ebben uercoren vlesch ter spise

si lapen metter tonghen in

830dat water dus leert hem ar sin

mar diere met effenen tanden

sughen in twater thande

dt vele tande ende ganse heuet

men seghet dat het langhe leuet

835eist dier of man dit verstaet

dat houer de meere menege gaet

wat diere ghere longre heuet

es sonder luud als langhe alst leuet

 

niet dat leuet werpet sijn saet

840buter femelen dart toe gaet

wakende slapende sonder de man

dits grote onsalicheit nochtan

dat hi so swarlike hem besmet

die redene verstaet ende wet

 

845alrande creaturen

nemen voetsel bi naturen

jn spisen die hem best ghenoeghet

ende in dranke die hem geuoeghet

 

bi naturen die diere alle

850die leuen ende sijn sonder galle

alse herte ende olifante sijn

die kemel ende dat delfijn

die moghen alle lange leuen

et es recht want ets bescreuen

855die goedertiere sullen ter heruen

dar niemen nemmermer mach steruen

 

diere die groot sijn van lachamen

winnen lettel alle te samen

ende so dierkine oec sijn minder

860so si winnen te meer kinder

o wi hoe waer es dit noch heden

grote heren van moghenteden

hoe lettel baten doen si den lieden

si gapen also seere ter mieden

865dat si thare langher ulucht

moghen winnen ghene vrucht

 

vijfterande creaturen

die verwinnen bi naturen

ons menscen in onse .v. sinne

870linx siet clare als ict kinne

die ghier rieket vorder ene sake

tsiminkel es van scarper smake

die coppe gaet int gheuoelen voeren

die heuer es subtilre int horen

875de creaturen horic gewaghen

die de moeder langhe draghet

plinius die heuet bescreuen

dat si langhest leuen

 

nu hort vort van elken diere

880sine sonderlinghe maniere

jn latijn salic hare namen

ordineren al te samen

omme datter menech dier in steet

dar ic dat dietsch niet af ne weet

885vander ordinen int a.b.c.

terst in .a. dar na in .b

sullen haren namen sijn gheset

atmense vinden mach te bet

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Proloog.

 

Gewoonlijk zal ik van tevoren

660 de gewone natuur laten horen

die de beesten in het algemeen hebben en

daarna van elk apart.

 

Aristoteles die zegt het

wat dat voeten te hebben pleegt

665 of twee of vier of geen een

die dieren hebben algemeen

aderen en bloed daar in.

Dieren die er meer hebben, zegt zijn geest,

dan vier die hebben geen bloed.

670 En merk op dat men verstaan moet

dat hij ヤbloed in aderen zegtユ,

want de worm pleegt bloed te hebben

maar dat die geen aderen heeft.

De vissen hebben allen

675 benen ogen en een sterk vel

omdat ze het water wel

weren zullen en gedogen,

dit mag men wel met redenen staven.

Bij het water is u bekend

680 deze wereldse kwelling

bij de vissen zal je bekennen

lieden die de vaste wereld beminnen,

merkt nu van wereldlijke lieden

al horen ze iets van God aanduiden

685 ze hebben zoユn hard verstand,

nee, geen geestelijke lessen

nee, mogen ze verstaan goed

zo hard hebben ze de ogen en het vel.

 

Dieren die hebben oren algemeen

690 roeren ze, uitgezonderd de mens alleen,

dat betekent dat hij onthoudt en leert

wat dat hij hoort van Onze Heer.

En sommige creaturen horen

met gaten zonder oren

695 zoals alle vogels algemeen.

Alle dieren, groot en klein

die bewegen de onderste kaken,

twee dieren gaan in tegen deze zaken

dat is de krokodil en daarna

700 een dier dat heet Gentilia

die de bovenste kaken bewegen

en dat is een manier van vreemd beroeren.

 

Ambrosius spreekt dat God heeft

van sommig dier dat leeft

705 de hals lang gemaakt, dat is bij daarom

dat hun eten op de aarde is

zoals kameel en het paard,

maar de wolf en luipaard

heeft hij de hals kort gegeven

710 omdat ze van prooi leven.

De lange hals bedoelt de lange hoop

elke man merkt op wie ik bedoel

diegene die van prooien leven

hoe kan hun hoop zijn verheven

715 enigszins zijn ze te God waart

die de armen niet spaart

en met hem houdt zijn grappen

hoe denkt hij te laatste tijd

bij Onze Heer te vinden genade

720 die immer de armen zal beraden?

Andere en meestal allerhande dieren

die doen het op geiten manieren,

dat is ze vermalen hun spijs

en hebben een hals van lange wijze.

725 Dat bedoelt het Heilig woord

die men leest of hoort

verandert veel zonder ontlopen

die behoort langer te hopen.

 

Men vindt onder alle dieren

730 tanden van drie soorten

soms effen en soms als zagen

en soms tanden die uitsteken.

Effen tanden heeft de man

en dat wat horens draagt nochtans.

735 Het waren geen gehoornde serpenten

wat zich met prooien bekend

en is getand gelijk een zaag.

Zulke, bedoel ik, als honden dragen

en de ever en de olifant

740 dragen een ragende tand.

 

Al dat bloed heeft in het hoofd

dat heeft hersenen, dat geloof

uitgezonderd wormen, zeg ik u.

En de dieren die de staart hebben ruw

745 hebben grote kinnebakken algemeen

en het hersenbekken is klein.

O wi! och arme! hoe waar is het op heden

in heren der mogendheden

hun staarten, hun huisgenoten

750 die verteren dat de arme lieden

zouden moeten hebben in hun nood.

Zij hebben de kinnebakken groot

dat ze verteren in overdaad

hun goed tot hun schaden,

755 dus zo werd hem te klein het hoofd

want ze werden zo verdoofd

dat ze laten varen al

wat hen hiervan komen zal.

 

Haar en wol van alle dieren

760 worden veranderd naar lands manieren.

In hete landen krullig en zwart

en in het voelen een deel hard.

In koude landen recht en wit

aldus mag men opmerken dit.

765 Viervoetige, gehoornde dieren

hebben boven, dat is hun manier,

zo hebben ze geen tanden

alzo als Aristoteles kende.

Alle creaturen van haar ruw

770 nuttigen veel, zeg ik u.

In de maag van zuigende dieren

vindt men leb van goede soorten

hoe ouder, hoe van betere doen,

het is de sleutel van de buikloop.

775 Het herten leb en van de haas mede

is van de grootste krachtheden,

maar de dieren die niet vermalen

hun spijs die ze inhalen

hebben geen leb, groot of klein,

780 uitgezonderd de haas alleen.

Al dat heeft oogleden

dat sluit er zijn ogen mede

als het slaapt, uitgezonderd de luipaard

en de de bange haas cuwaard.

785 Al dat voeten heeft zonder grap

kan wel zwemmen een tijdje

de mens het minst van hen allen.

Men zegt dat hem bevalt

dat hij heeft boven hen allen

790 naar zijn grootte de allerminste gal.

Want de gal is heet en droog

en heft hem opwaarts in de hoogte,

maar de zwembalg die de wind vast houdt

laat vissen zwemmen met geweld.

 

795 Men vraagt dus in menige landen

waarom de ever heeft zijn tanden

de luipaard klauwen en de beer

de stier horens om te verweren

de ree en de haas hun snelheid

800 en de mens van grootste waardigheden

de natuur niet bewapend zo goed

niet maakte ter vlucht zo snel

Dus mag men antwoorden hiernaar,

de mens die reden heeft van geest

805 heeft twee soorten werken aan zich

dat is raad en daad nochtans.

Zo heeft hij met zijn geest gevonden

in oorlogen te alle tijden

dat hij zich daartoe wapenen kan

810 en met vrede laat hij ze dan.

Was hij geboren dan daarmee

dan schijnt hij altijd zonder vrede.

Was hij ook zo snel als de ree

hij wachtte zich nimmermeer

815 en zou verliezen daarmee

zijn edele gestadigheid.

Nu als het de tijd is en plaats

raadt hem die handigheid

zij het op een wagen of op een paard

820 snel te gaan in zijn vaart

en in schepen met korte stonden

glijden over de watergronden.

Dus mag men hem antwoorden dan

die vraagt waarom de man

825 traag en ongewapend mede

geboren is in menselijkh.

 

Getande dieren, zaagvormig

hebben gekozen vlees tot spijs.

Ze slurpen met de tong in

830 het water, dat leert hun geest.

Maar dieren met effen tanden

zuigen het water op gelijk.

Die vele tanden en heel heeft

men zegt dat het lang leeft

835 is het dier of man, dit verstaat.

Dat over de meren veel gaat

welk dier geen longen heeft

is zonder geluid zolang als het leeft.

 

Niets dat leeft werpt zijn zaad

840 buiten het femelen daar het toe gaat

wakende of slapende, uitgezonderd de man

en dit is een grote onzaligheid nochtans

dat hij zo zwaar zich besmet

die reden verstaat en weet.

 

845 Allerhande creaturen

nemen hun voedsel bij naturen

in spijzen die hem het beste genoegen

en in drank die hem voegt.

 

Van naturen die dieren allen

850 die zijn zonder gal

zoals hert en olifant zijn

de kameel en de dolfijn

die mogen alle lang leven,

het is echt, want het is beschreven

855 ヤdie goedertieren zijn zullen erven

daar niemand nimmer mag stervenユ.

 

Dieren die groot zijn van lichamen

winnen weinig al tezamen

en zo dieren die zijn kleiner

860 zo winnen ze meer kinderen.

O, wi! hoe waar is dit nog op heden!

grote heren van mogendheden

hoe weinig baat doen ze de lieden!

ze gapen alzo zeer tot winst

865 dat ze voor hun lange vlucht

niet mogen winnen geen vrucht.

 

Vijf soorten creaturen

die overwinnen door natuur

onze mensen in onze vijf zintuigen.

870 De lynx ziet helder, zoals ik het ken,

de gier ruikt verder een zaak,

de aap is van scherpe smaak,

de spin gaat in het voelen voor,

de ever is subtiel in het horen.

875 Die creaturen, hoor ik gewagen,

die de moeder lang draagt,

Plinius die heeft het beschreven

dat ze het langste leven.

 

Nu hoort voorts van elk dier

880 zijn zonderlinge manieren.

In Latijn zal ik hun namen

ordenen alle tezamen

omdat er menig dier in staat

waar ik het Diets niet van weet,

885 naar de ordening in het a.b.c.

het eerst in a en daarna in b

zullen hun namen zijn gezet

zodat men ze vinden mag beter.

 

Asinus dats des esels name

890.i. lelic dier ende ombequame

met .i. groten houede met oren lanc

ende sere traghe an sinen ganc

ende dat niet can werden vet

vp sine scoudere es gheset

895dat teken vander passien ons heren

om dat hi ons wilde leeren:omoedecheit

eet hi sulc part

al dar hi uoer ter passien wart

die esel hi ne can niet vechten

900ende hi ghedoghet oec van knechten

sware steken ende slaghe

ende wilmen oec hem doen draghen

meer dan hi gheleesten can

hine striter niet ieghen nochtan

905dit es sine doghedachtechede

nu hort uort sine quatede

hijs luxurieus hute vercoren

starker bachten danne voeren

ombedecter van manieren

910dan enech vanden andren dieren

dar hi sinen wech sal striken

dar ne can hi niemens wiken

dar toe es sijn luud so swaer

dat hi quets al dat em es nar

915alse clene sijn hare ionghe

sijn si scoenst ten ersten spronghe

mar si leliken emmer vort

so ouder so argher es har wort

ten .xxx. maenden noten si te waren

920mar si winnen ten .iij. iaren

esels melc es sere wit

plinius bescriuet ons dit

datso witte hud mach gheuen

plinius die euet bescreuen

925dat pompea skoninx noroens wijf

dede dwaen der mede har lijf

om dat soe wilde wesen wit

de roemsce iesten ouden dit

esels ulesch dat maket quat bloet

930om dat quaet te verduwene doet

die esel heuet in spisen vercoren

scarpe destelen ende doren

esels melc warem als bloet

es ieghen de tantswere goet

935wilmer de tande mede dwaen

ende soe doetse vaste staen

wilmense der vp striken

oec es soe goet ieghen versiken

die esel es van groter coutheden

940hine winnet niet in couden steden

bedi ne draghen si no winnen

jn lande die cout sijn van binnen

noch si noten in ghere stede

jn herefste no in lentin mede

945mar in des hetes somers cracht

een iar draghen si hare dracht

als deselinne es upten spronc

dat soe werpen sal hare dracht

wilse in demstereden vlien

950darse gheen man mach ghesien

hare leuen es .xxx. iaer

also langhe winnen sij dats waer

sine sparen gheen vier dat si uinden

sine gaenre dore tharen kinde

955merct alle liede an dese brieue

scamenesse ende kinder lieue

 

 

 

 

 

 

 

 

1. Asinus dat is de ezel naam.

890 Een lelijk dier en onbekwaam

met een groot hoofd, met oren lang

en zeer traag in zijn gang

en dat niet kan worden vet.

(a) Op zijn schouder is gezet

895 het teken van het lijden van Onze Heer

omdat Hij ons wilde leren ootmoed

reed hij op zoユn paard

waar hij mee reed te lijden waart.

(b) De ezel kan niet vechten

900 en hij verdraagt ook van knechten

zware steken en slagen.

En wil men ook hem laten dragen

meer dan hij hebben kan

hij strijdt er niet tegen nochtans.

905 Dit zijn zユn deugden

nu hoort voorts van zijn kwaadheden.

(c) Hij is wulps uitverkoren

sterker van achter dan van voren

onberekenbaar van manieren

910 dan enig ander dier.

Waar hij zijn weg zal gaan

daar kan niemand hem van afwijken

daarbij is zijn geluid zo zwaar

dat hij kwets alles dat dicht bij hem is.

915 Als ze klein zijn hun jongen

het mooist zijn ze bij de eerste sprongen,

maar ze worden lelijker immer voort

hoe ouder, hoe erger is hun woord.

Met dertig maanden genieten ze te waren,

920 maar ze winnen dan het derde jaar.

(d) Ezelsmelk is zeer wit,

Plinius schrijft ons dit

dat het zoユn witte huid mag geven

Plinius die heeft het beschreven

925 dat Pompea, koning Neroユs wijf

waste daarmee haar lijf

omdat ze wilde wezen wit.

De Romeinse verhalen schreven ons dit

ezelsvlees dat maakt kwaad bloed

930 omdat slecht verteren doet.

De ezel heeft als spijs gekozen

scherpe distels en dorens.

Ezelsmelk warm als bloed

is tegen de tandpijn goed,

935 wil men er de tanden mee wassen

laat ze die vaster staan

wil men het daar op strijken.

Ook is ze goed tegen zuchten.

(e) De ezel is van grote koudheid

940 hij wint niet in koude plaatsen

daarom dragen ze niet of winnen

in landen die koud zijn van binnen

nog ze genieten ze in gure plaatsen

in herfst niet en in lente mede,

945 maar in de hete zomerkracht.

Een jaar dragen ze hun dracht.

Als de ezelin is op springen

dat ze werpen zal een jongen

wil ze in het duister vlieden

950 waar ze geen man mag zien.

Ze leven dertig jaar en

zolang winnen ze, dat is waar.

(f) Ze sparen geen vuur dat ze vinden

ze gaan door tot hun kinderen.

955 Merk op alle lieden aan deze brieven

schaamte en kinderliefde.

Equis asinus: uit Azi

Ezel, midden-Nederlands esel, oud-Saksisch Esil, oud-Hoogduits Esil (nu Esel) oud-Engels esol (nu ass, in Frans asil) Gotisch asilus, uit Latijnse asinus, dit uit Grieks dat door Thrakisch/Illyrisch bemiddeling uit een Klein Aziatisch gebied in het zuiden van de Zwarte Zee ontleend is, in Armeens heet het es, wat ezel betekent.

(a) Op de oudste voorstellingen verschijnt de ezel al met het zwarte rugkruis wat een erfenis is van de Nubische wilde ezel.

In vredestijd was het in Palestina en omliggende landen gewoon dat heersers op een ezel reden, mogelijk omdat het paard met de oorlog verbonden was, zie Zach. 9: 9: ヤZie uw koning komt tot u,ノ en rijdende op een ezel, op een ezelhengst, op een ezelinnenjongユノ. Dan zal hij de paarden uit Jeruzalem te niet doen, ook de strijdboog wordt teniet gedaan, hij zal den volken vrede verkondigenユ. Dit verhaalt precies waarom onze Heer op een ezel Jeruzalem binnen reed.

(b) De verachtelijke ezel is goedhartig, lijdzaam, nederig, stil, matig en nuttig. Het is een beest dat met standvastigheid, misschien met grootmoedigheid de kastijdingen en slagen verdraagt, dat zich met de slechtste kruiden, die andere dieren vermijden, vergenoegt.

(c) Maar zijn lasten zijn dat het zeer onkuis is. Uit religieus standpunt werd ze als onrein en wellustig gezien, net als de rest van de paardenfamilie, Ex. 13: 13, Lev. 11: 3, Num 18: 15, Jer. 2: 24.. Als wellustig dier komt ze in vele landen voor, bij de Romeinen was hij het symbool van de vruchtbaarheidsgod Priapus. Echtbrekers waren dan ook wel eens verplicht om in het openbaar een ezel te berijden.

(d) Plinius zegt dat de melk van de ezelin zeer wit is en ook de mensen helpt wit te worden, daarvan leest men dat de vrouw van keizer Nero, Pompaea, zich in ezelsmelk baadde. Die nam dan ook altijd vijf honderd ezels met zich mee zodat ze er altijd in kon baden zodat haar ヤgheheele lichaam om het selve sonder rimpelen, mals ende wit te houdenユ. Ook Cleopatra baadde in ezelinnenmelk.

(e) De ezel is van een zeer koude natuur. Aristoteles zegt ook dat de ezel de koude meer vreest dan andere dieren. Daarom paren ze niet in de tijd als paarden, maar paren in de zomer zodat de jongen in het warme jaartijd geboren worden.

(f) Het wijfje houdt zeer veel van haar jong en men wil dat ze zelfs door vuur en water gaat om het te beschermen of terug te vinden.

 

Aper siluester in latijn

wil .i. wilt euer sijn

ende es .i. beeste starc ende wreed

960doemen hem lieue ofte leed

men maghene in ghere manieren

te enegher doghet bestieren

maer emmer blijfti wreed ende fel

van swarten hare es sijn vel

965merct so men den scalc me bid

so hem die als crommer sid

sijn sin es ongheleerd ende ard

dus es sijn uel dan sward

raghende tande crom ende lanc

970heueti die scarp sijn ende stranc

ende met scarpen snidende ecghen

maer men horter wonder of segghen

die scarpe egghe die tant heuet

die wile dat die beeste leuet

975verlieset die tant also es doot

dit heuet bekennesse groot

al dert ons in dit lijf die felle

hi uoerd methem in die elle

sine quateit altemale

980men mach den euer lichte ende wale

moede maken met cleenre pine

bestaet mene eer hi maect orine

tilike in die morghenstond

anders ontgaeti lichte den hont

985ende nochtan al es hi moede

hi werpt hem ter were enter woede

ende bijt den iaghere enten man

bede camp ende were nochtan

ende wacht hem wie sone bestaet

990het ne sij dat die euer ontfaet

j. doodwonde ter ersten steke

hi es in ureesen sekerleke

so uliet hi in die dorne dan

dat hi den honden enten man

995also de bet mach ontulien

bouen allen beesten die sien

horti best vor alle die leuen

experimentator heuet bescreuen

dat siin drec uersch es goet

1000want het stelpt ter nose bloet

alle zwine souken har eten

jn die erde dar sijd weten

ende wintelen gerne in die gore

verdoemt woukerare nu hore

1005twi setstu al dinen moet

jn dit neder artsce goet

jn artsch goed legt al din sin

dar of naect di .i. swar ywin

jn jndia wi lesen dus

1010siin alse lanc al .i. cubitus

euerstande ende yhorent mede

vindmense te somegher stede

jn arabia es bescreuen

dat altoes ghen zwijn mach leuen

 

 

 

 

 

 

2 Aper silvester in Latijn

wil een wilde ever zijn.

(a) En is een beest sterk en wreed

960 doet men die liefde of leed

men kan het op geen manier

in enige deugd sturen,

maar altijd blijf het wreed en fel.

Zwart van haar is zijn vel.

965 Merk op, hoe meer men het hard bindt

hoe meer zijn hals krom zit.

Zijn geest is ongeleerd en hard

dus is zijn vel dan zwart.

(b) Ragende tanden, krom en lang

970 heeft het die scherp zijn en sterk

en met scherpe snijdende hoeken.

Maar men hoort er wonder van zeggen

die scherpe eg, die de tand heeft,

die tijd dat het beest leeft

975 en verliest de tand het gaat dood.

Dit heeft een betekenis groot.

Al deert ons in dit lijf dat felle

het voert het hem ter helle

zijn kwaadheid helemaal.

980 Men kan de ever gemakkelijk wel

moe maken met kleine pijn.

Doet men dit voor hij maakt urine

tijdig in de morgenstond

anders ontgaat het gemakkelijk de hond.

985 En nochtans al is hij moe

hij werpt zich te weren en te woede

en bijt de jager en de man

beide strijd en te weren nochtans.

En past op als wie hem zo bestaat

990 tenzij dat de ever ontvangt

een doodwonde met de eerste steek

hij is in vrees zeker

en vliegt in de dorens dan

dat hij de honden en de man

995 alzo beter mag ontvliegen.

Boven alle beesten die zien

hoort hij het beste van allen die leven.

Experimentator heeft beschreven

dat zijn verse drek is goed

1000 want het stelpt de neusbloeding.

(c)Alle zwijnen zoeken hun eten

in de aarde waar zij het weten

en wentelen zich graag in het gore.

Verdoemde woekeraars nu hoor

1005 waarom zet u al uw moed

in dit lage aardse goed?

In aards goed ligt al uw geest

daarvan maakt u een zwaar gewin.

In India, wij lezen dus,

1010 zijn ze lang als een halve meter

evertanden en horens mede

vindt men daar in sommige plaatsen.

In Arabi is beschreven

dat daar geen zwijn mag leven.

Sus scrofa, in Latijn aper.

Ever, oud-Hoogduits Ebar en Ebur (nu Eber) oud-Saksisch Evur, in Angelsaksisch eofur.

(a) De wilde beer is nauwelijks een attractief beest, honderd twintig tot honderd tachtig cm lang en negentig cm hoog aan de schouder met een gewicht van tegen de twee honderd kilogram. Het dier is spaarzaam bedekt met lange, stijve en borstelige haren, meestal met opstaande manen aan de nek en vaak langs het centrum van de rug. De kleur is donker grijs tot bruin, soms vrijwel zwart. De ever is gewoonlijk eenzaam, vooral als hij getergd wordt is het een zeer gevaarlijk dier.

(b) De hoektanden, ヤgewerenユ, in beide kaken worden lang en groeien omhoog, en steken ver buiten de mond uit. Ze zijn spits en driekantig, het dier kan er vreselijke wonden mee slaan, ze groeien steeds aan en worden formidabele wapens. Het is een van de jachttrofee創.

(c) Zwijnen hebben behoefte aan baden, waar geen water is wentelen ze zich in het moeras. Vandaar ook de neiging van het tamme varken om zich in vocht te wentelen.

 

1015 Aper domesticus in latijn

es in dietsch .i. tam euerswijn

en beer heet in onse tale

wreet es hi ende die hem te male

jndie meudre gerne besmid

1020ende al war hi ghewasschen wit

hi ghinghe weder in die gore

metten beere alsict hore

hoe uel res tere partien

een heuet al die uoghedie

1025comt onder hem .i. starker dan

so gaet hi den uoghet an

ende so wie dar wint den seghe

hi blijft uoghet alle weghe

so welken tijd dat .i. zwijn ghellet

1030al die rote hare uersellet

om dat sie horen baren

als of si alle verwoet waren

ende dan eist vreselic tallen tiden

hare uerwoetheit ombiden

1035so wilken tijd si zueghen riden

verwoedsi in dien tiden

dat si gherne scoren den man

die .i. wit cleet euet an

dit seghet plinius te waren

1040.j. beer ne wint niet na iij. iaren

die den sueghen of snijd de manen

men wille segghen ende wanen

dat hare luxurie coelt te bet

dar mede werdsi uet

1045aristotilus heuet bescreuen

dat si xv. jaer moghen leuen

bouen uele viruoeten beesten

mach die beer meest ridens ylesten

es dat sake dat hi es uet

1050zwinin uleech es in saisone bet

jn den somer dan int lentjn

want toten oeste slaept dat zwijn

so uele dat vleesch dar mede

ontfanghen moet onreinechede

 

 

 

 

 

 

3 1015 Aper domesticus in het Latijn

is in Diets een tam everzwijn.

Een beer heet het in onze taal.

Wreed is het en die zich te ene male

in de modder graag besmet

1020 en al was hij gewassen wit

hij ging wederom in het gore.

Met de beer, als ik het hoor,

hoeveel er ook zijn in die partij

een heeft al de voogdij.

1025 Komt er bij hem een sterkere dan

dan gaat hij het gevecht aan

en wie daar wint de zege

hij blijft voogd allerwege.

In welke tijd dat een zwijn gilt

1030 en al die groep zich vergezelt

omdat ze zich tonen

alsof ze alle dol waren

en dan is het vreselijk te allen tijden.

Hun dolheid somtijds

1035 in de tijd dat de zeugen rijden

worden ze dol in die tijden.

Dat ze verscheuren graag de man

die een wit kleed heeft aan.

Dit zeg Plinius te waren

1040 een beer wint niet dan na drie jaren.

Die van de zeug afsnijdt de manen

men wil zeggen en wanen

dat hun wulpsheid dan verkoelt beter

en daarmee worden ze vet.

1045 Aristoteles heeft beschreven

dat ze vijftien jaar mogen leven.

Boven vele viervoetige beesten

mag de beer het meeste van rijden genieten

als hij tenminste is vet.

1050 Zwijnenvlees is in het seizoen beter

in de zomer dan in de lente

want tot het augustus slaapt het zwijn

zoveel dat zijn vlees daarmee

ontvangen moet onreinheid.

Sus scrofa, tam varken. Onder de dieren is het varken de beestachtigste van de viervoeters. Maar na hun dood wordt dit alles vergoed. Hun vlees is zeer goed, doch alleen voor gezonde lieden en voor hen die veel werken. De borstels dienen tot vele gebruiken en de reuzel komt van pas in zalven. Het zwijn wordt pas nuttig na zijn dood, niet ten onrechte heeft men een rijke vrek dan ook vaak met een zwijn vergeleken.

Toch is het vreemd dat het verboden was om te eten als onrein dier. Het feit dat ook lange tijd Brits varkensvlees alleen eetbaar was als de R in de maand zat zal dan mogelijk betekenen dat varkensvlees wat anders is dan gewoon vlees. Ontdekkingen over menselijke ziekten hebben nieuwe feiten aan het licht gebracht waardoor de oude ban opeens helder wordt. We weten dat varkensvlees heel goed en gezond is als het maar goed gekooktwordt. Een varken heeft verschillende parasieten, de spoelworm en andere enge ziektes. Het is altijd een wroeter en rond de nederzettingen graaft het ziek materiaal op, mogelijk zelfs nadat dit begraven was, infecteert zich er mee en loopt er mee rond. In tegenwoordige tijd zijn die ziektes vrijwel verbannen en wordt het vlees goed gekookt of gebraden. Vroeger was dat wel eens anders, het koken ging niet zo als bij ons, zo dat verbieden het beste voorbehoedsmiddel was. Het heeft wel meer dan twintig eeuwen geduurd voordat men dit besefte.

 

1055Alay dats sonder waen

een dier naden kemel ydaen

maer sonder knien ende been

alst hem sal rusten al in een

moet an enen boem staen

1060alst die jaghere wille vaen

onderhouwen si den boem

die beeste nemest ghenen goem

ende uallet metten boeme ter neder

so nes gheen up comen weder

1065anders es dat dier so snel

dat ment yuanghen niet ne can el

 

 

 

 

 

 

 

 

 

4. 1055 Alay dat is zonder waan

een dier naar de kameel gedaan.

Maar zonder knie創 zijn zユn benen

als het zal rusten al ineen

moet het tegen een boom aan staan.

1060 Als de jagers het willen vangen

houwen ze om de boom

die beesten nemen daar geen notitie van

en valt met de boom om

dan kan het niet opkomen weer.

1065 Anders is dat dier zo snel

dat men het niet goed vangen kan.

Alces alces. Eland, midden-Nederlands elen en elant, Duitse Elen en Elch, midden-Hoogduits Elen, oud-Hoogduits Elho of Elaho, oud-Noors elgr, Angelsaksisch eohl of elh, Engelse elk en Frans elan, Zweeds elg. Litouws elnis betekent hert, Letlands alnis betekent eland, vergelijk ook het Griekse woord ellos: jong hert. Caesar in Bell. Gall. 6,27 noemt het dier alces, dit is meervoud en geeft daarmee een Germaans woord elch weer dat van Indogermaans elk stamt.

Caesar kreeg vreemde informatie. ヤDe eland heeft heel lange en stijve poten zonder gewrichten. Daarom kan het dier niet op de grond gaan liggen om te slapen maar doet dit staande en leunt tegen een boom. Als je nu ヤs avonds voorzichtig naar die boom gaat hoef je alleen maar die boom om te zagen zodat de eland met de boom en al omvalt. Omdat hij door zijn lange stijve poten niet meer kan opstaan kan je hem zonder moeite vangenユ.

 

Anabula es in etyopen

j. dier datmen dar siet lopen

plinius segt dens men gheloeft

1070dat heuet .i. kemels hoeft

ende yalst als .i. pard

mar hets so edelike yhard

ouer al gader sine lede

dat te siene es wonderlichede

1075om sine sconeit weet wel

so es te diere uele sijn vel

om die ynoechte uan den oghen

die hem niet ne connen ydoghen

no die men sat ne can ymaken

1080om te siene niewe saken

dit sijn die uenstren dat uerstaet

daer die dood bi der zielen gaet

 

 

 

 

 

 

 

 

 

5. Anabula is in Ethiopi

een dier dat men daar ziet lopen.

Plinius zegt dat men gelooft

1070 dat het heeft een kamelenhoofd

en een hals als het paard

maar het is zo ijselijk behaard

over al zijn leden

dat te zien is een wonderlijkheid.

1075 Om zijn schoonheid weet het wel

dat is te duur veel zijn vel.

Om de geneugten van de ogen

die hem niet kunnen gedogen

nog die men bijna niet kan maken

1080 om te zien nieuwe zaken.

Dit zijn de vensters, dat verstaat,

daar de dood uit de ziel gaat.

Ana: gelijk, bula? bulla is wat ronds.

Mogelijk Antilope dorcas, de antiloop. Antilope, deze naam stamt uit een Grieks woord voor bloemenoog. Uit het Grieks komt midden-Latijn antalopus en vandaar Engels antelope, Franse antilope en onze antilope.

Ze worden afgebeeld als sneeuwwit met zilveren voeten, en ze eten lelies. Het is het beeld van vrouwelijke sierlijkheid en schoonheid. De sierlijkheid van de nek maakt de godinnen jaloers, de lichte stap is de wanhoop van de nimfen, hun zachte zwarte ogen, groot en sprekend, donker en verlegen, het is het oog van Venus. De bijzondere charme van hun bewegingen, hun geduld, zo lichtvoetig en zacht. Naar die ogen is dit dier hier misschien gebruikt.

 

Alches als ons solinus seghet

dar wonder oec groot in leghet

1085es .i. dier dat bi garse leuet

dat dupperste lep so lanc euet

eist dat eten begard

so moet gaen achterward

dat doen sine lippe lanc

1090sondare doe weder dinen ganc

te leuene ter onnoselleden

ende beghef ter uullicheden

ende mac reine dinen moet

oftu wils wesen yuoed

1095metter spise dar god of sprect

die altoes nemmermeer ybreect

dine langhe lippe din quade bec

heuet di brocht in sulc .i. strec

gaestu uord du bliues doet

1100jn die ewelike nood

 

 

 

 

 

 

 

6. Alches, als ons Solinus zegt,

daar ook een groot wonder in ligt

1085 is een dier dat van gerst leeft.

De bovenste lip zo lang heeft

Is het dat het eten begeert

moet het gaan achteruit

dat doen zijn lippen lang.

1090 Zondaren doe weer je gang

te leven in onnozelheden

en begeef je in vuiligheden

en maak rein je gemoed

of wil je wezen gevoed

1095 met de spijzen waar God van spreekt

die altijd nimmermeer ontbreekt

je lange lippen, je kwade bek

heeft je gebracht in zoユn streek

ga je voort, je blijft dood

1100 in de eeuwige nood.