Collectief lunarium. Deel 2.

 

Uit; http://www.dbnl.org/tekst/_col004coll05_01/_col004coll05_01_0001.php

Geschreven en bewerkt door Nico Koomen.

 

[fol. 184va] Een heilich man, Daniel, 

Seet ons dese redene wael; 

Salomon eest dies orcondt 

Dat hi nye mit sinen monde

5 Anders dan waer en seide 

Hij seide nae der waerheide 

Dat droem ende visione 

Bi der manen nemen si gome; 

Bi der manen neemt men ware

10 Van live, van dade apenbare. 

 

Hij seet: Als die mane prime si, 

Tallen dingen es se guet si; 

Tkijnt, dat dan wort geboren, 

Is ten gueden wercke vercoren,

15 Lange salt leven ende sijn vroet, 

Hij vijndet gescreven dat waer sijn moet. 

Hij sal sijn guet coepman, 

Ende landt te wijnnen guet ackerman, 

Guet te wijnnen ende geradich

20 Ende te durne lange gestadich. 

Eest oec dattet si een meysken, 

Soe salt suver ende schoen sijn. 

Dien dan comt an ongesonde, 

Si sal geduren lange stonde.

25 Dan sijn die dromen loes 

Meer dan ennigen tijt altoes. 

Bi der manen soe geet all 

Dat in die werlt heeft geval; 

Ende wildijs nemen waer,

30 Gij moget proven apenbaer. 

Hier moechdi grote virtute horen: 

Een heilige man, Daniel, 

Zegt ons deze redenen wel; 

Salomon is het die het verkondigt 

Dat hij nooit met zijn mond

Anders dan waar zei 

Hij zei naar de waarheid 

Die dromen en de visioen 

Bij de maan nemen ze kennis; 

Bij de maan neemt men waar

Van leven, van daden openbaar. 

 

Hij zegt: Als de maan priem is, (1)

Te alle dingen is het goed u; 

Het kind dat dan wordt geboren, 

Is tot goed werk uitverkoren,

Lang zal het leven en zijn verstandig, 

Hij vind het geschreven dat waar zijn moet. 

Hij zal zijn goede koopman, 

En land te winnen goede akkerman, 

Goede te winnen en goede raad geven

En te verduren lang gestadig. 

Is het ook dat ze is een meisje, 

Zo zal het zuiver en mooi zijn. 

Die dan komt aan ongezondheid, 

Het zal duren lange stonde.

25 Dan zijn de dromen onbetrouwbaar

Meer dan enige tijd altijd. 

Bij de maan zo gaat het al 

Dat in de wereld gebeurt; 

En wilde gij het nemen waar,

30 Gij mag het beproeven openbaar. 

Hier mag je grote kracht horen: 

(1) middag, het sexten uur, de gebeden op het zesde uur, noen is negende uur, priemen op het eerste uur.

 

Een kijnt, dat wort geboeren 

Alse secunde is die mane, 

Alle guet vloyet hem ane:

35 Dan daet guet met sijnnen 

Alle ambochte begijnnen. 

Die dan geboeren wort, als wi lesen

[fol.184vb] Hij sal vroet ende sachte wesen; 

Dies en ontsie cleyn noch groet,

40 Hij sal sterven schoenre doet. 

Die en worden nummer soe verholen 

Dingen die dan sijn gestolen, 

Si en werden wedervonden, 

Wil men derom pinen tien stonden.

45 Die dan wort ongesont, 

Hij geneest in corter stont. 

Dan sijn die droem loes, 

Dies sijt seker altoes. 

Een kind dat wordt geboren 

Als in het tweede is de maan, 

Alle goed vloeit hem aan:

35 Dan doet het goed met de geest

Alle ambachten beginnen. 

Die dan geboren wordt, zoals we lezen

Hij zal verstandig en zacht wezen; 

Dat ontzie ik klein nog groot,

40 Hij zal sterven mooie dood. 

Dan worden nimmer zo verholen 

Dingen die dan zijn gestolen, 

Ze worden weer gevonden, 

Wil men daarom pijnen te die stonden.

45 Die dan wordt ongezond, 

Hij geneest in korte stond. 

Dan zijn de dromen onbetrouwbaar, 

Dus wees zeker altijd. 

 

 

Alse tertie is die mane,

50 Dan doet ons dit boec verstaen, 

Dat totter primetijt is guet 

Alle dinc die men doet; 

Mer alse prime lijdt, 

Soe verargert die tijt;

55 Dan sal men hueden van comenscape, 

Ende van der zee te vaeren mit scepen: 

Eeren, sayen, copen, vercopen, 

Daeraff dat men luttel hopen 

Enne si doer Gads wille allene,

60 Ende doer andere wijnninge engheen. 

Die dan yet copen sall, 

Hij sal die wijnninge hebben smal. 

Dan sal men peerde telden leren 

Ende fel beesten van quaden seden leren.

65 Dien dan quade ziecheit comt toe, 

Neghen dagen blijft se soe 

Mit hem; en si dat sake 

Dat hij mit genen gemake 

Opten tienden dach mach opstaen,

70 Soe is sijn leven gedaen. 

Tkijnt dat dan geboren sal sijn 

Stout ende fier, ende quaet fijn 

Saelt sterven, ende armeliken 

Salt doen ende keytiveliken, [fol.185ra]

75 Het sal die doet mit suerden ontfaen 

Ofte aen galgen hangen zaen. 

Als in de derde is de maan,

50 Dan doet ons dit boek verstaan, 

Dat tot de priemtijd is goed 

Alle dingen die men doet; 

Maar als priem gaat, 

Zo verergert de tijd;

55 Dan zal men hoeden van koopmanschap, 

En van de zee te varen met schepen: 

Eggen, zaaien, kopen, verkopen, 

Daarvan dat men weinig hoopt 

Tenzij door Gods wil alleen,

60 En door andere winning geen. 

Die dan iets kopen zal, 

Hij zal de winst hebben smal. 

Dan zal men paarden telgang leren 

En felle beesten van kwade zeden leren.

65 Die dan kwade ziekte komt toe, 

Negen dagen blijft het zo 

Met hem; en is het zo 

Dat hij met geen gemak 

Op de tiende dag mag opstaan,

70 Zo is zijn leven gedaan. 

Het kind dat dan geboren zal zijn 

Dapper en fier en kwaad fijn 

Zal dan sterven en armoedig 

Zal het doen en ellendig,

75 Het zal de dood met zwaarden ontvangen 

Of aan galg hangen gelijk. 

 

 

Alse vier dage heeft die mane, 

Elc man vang coenliken ane 

Alrehande werc ende begijnne,

80 Het sal hem comen te gewijnne. 

Die dan geboeren wort, eest wijff of man, 

Luxurie sal hem comen an. 

Dat verstolen is tien stonden 

Dat wort wedervonden.

85 Bijnnen seven dagen, noemdijs goem, 

Ondervijndi uwen droem. 

Als vier dagen heeft de maan, 

Elke man vangt koen aan 

Allerhande werk en begint,

80 Het zal hem komen tot gewin. 

Die dan geboren wordt, is het wijf of man, 

Luxe zal hem komen aan. 

Dat verborgen is te die stonden 

Dat wordt weer gevonden.

85 Binnen zeven dagen, neem dus waar, 

Ondervind je in uw droom. 

 

 

Die mane opten vijften dach 

Beteykent ons quaet bejach. 

Tkijnt, dat dan wort geboren, sal onlange leven;

90 Ende levet lange, et sal sneven, 

Ende hebben veel pynlicheiden. 

Ende die dan wort met siecheiden, 

Hij sal sterven in grote pine. 

Nyemant en vertelle den droem sijn,

95 Bedi si beteikent quaet ende guet, 

Ende eest quaet, dies is onspoet. 

Dmeisken dat dan wort geboren, 

Het sal quelliken sterven, alse wi horen, 

Ende het sal ter dolheit trecken

100 Ende guet te quade verwecken. 

De maan op de vijfde dag 

Betekent ons kwaad bejag. 

Het kind dat dan wordt geboren zal kort leven;

90 En leeft het lang, het zal sneven, 

En hebben veel pijnlijkheid. 

En die dan wordt met ziekte, 

Hij zal sterven in grote pijn. 

Niemand vertelt de droom van hem,

95 Omdat het betekent kwaad en goed, 

En is het kwaad dan is het onheil. 

Het meisje dat dan wordt geboren, 

Het zal in kwalen sterven, zoals we horen, 

En het zal ter dolheid trekken

100 En het goede ter kwade trekken. 

 

 

Die seste mane brengt ons guet, 

Ende ten gueden dingen spoet. 

Die iet verliest, hij vijndet zaen; 

Ende die mit ziecheiden wort bevaen,

105 Hij geneest zaen sonder toren. 

Tkijnt, dat dan wort geboren, 

Sal sijn livech ende waerachtich, 

Ende schoen ende berechtich. 

Dmeisken dat dan lijff gewijnt. [fol.185rb]

110 Dat sal sijn zere gemijnt. 

Elc man sal dan ondervijnden, dies goemt, 

Dat hem dan bi nachte droemt. 

De zesde maan brengt ons goed, 

En te goede dingen spoed. 

Die iets verliest hij vindt het gelijk; 

En die met ziekte wordt bevangen,

105 Hij geneest gelijk zonder toorn. 

Het kind dat dan wordt geboren, 

Zal zijn lief en waarachtig, 

En mooi en rechtvaardig. 

Het meisje dat dan lijf gewint.

110 Dat zal zijn zeer bemint. 

Elke man zal dan ondervinden, die het neemt waar, 

Dat hij dan bij nacht droomt. 

 

 

Die sevende maent, als wi verstaen, 

Si is guet, al sonder waen,

115 Beide vroech ende spade. 

Die dan sieck wort, hi mach bi rade 

Bijnnen den vijften dach genesen. 

Die dan geboeren sal wesen, 

Eest dat hij ridder si,

120 Coene ende guet van orloge wort hi; 

Eest oec dat men hem clerc maect, 

In gueden leven wort hi geraect,  

Hi wort bisscop ende in gueden doen 

Ofte groet man van religioene;

125 Wort hi coman, guet hi wijnnet. 

In enen dage sinen droem hi ondervijndet. 

De zevende maan, zoals we verstaan, 

Die is goed al zonder waan,

115 Beide vroeg en laat. 

Die dan ziek word, hij mag bij raad 

Binnen de vijfde dag genezen. 

Die dan geboren zal wezen, 

Is het dat hij ridder is,

120 Koen en goed van oorlog wordt hij; 

Is het ook dat men hem klerk maakt, 

In goed leven wordt hij geraakt,  

Hij wordt bisschop en in goede doen 

Of grote man van religie;

125 Wordt hij  koopman, goed hij wint. 

In een dag zijn droom hij ondervindt. 

 

 

Die achtende maent is guet. 

Dingen te vijndene geet si spoet, 

Die dan tsijn verloeren.

130 Die dan siecheit heeft ende toren, 

Hij sal zaen sijn genesen 

In corten tijden, ofte doet wesen. 

Die dan ter werlt wort genesen, 

Vroet sal hij sijn ende lange leven;

135 Ende eest oec een meisken, 

Het sal vroet ende suver sijn. 

Die dan heelt sinen droem, 

Bijnnen X dagen ondervijndt hi hem, neemt hijs goem.

De achtste maan is goed. 

Dingen te vinden geeft ze spoed, 

Die dan het zijne verloor.

130 Die dan ziekte heeft en toorn, 

Hij zal gelijk zijn genezen 

In korte tijden of dood wezen. 

Die dan ter wereld word geboren, 

Verstandig zal hij zijn en lang leven;

135 En is het ook een meisje,

Het zal verstandig en zuiver zijn. 

Die dan verhaalt zijn droom, 

Binnen 10 dagen ondervindt hij het, neemt hij het waar.

 

 

Alse die mane heeft IX dage,

140 Dat seg ic u sonder sage, 

Dat se dan guet si; 

Want dinc, die verstolen si, 

Sal haesteliken sijn vonden. 

Tkijnt, die geboeren wort tien stonden, [fol.185va]

145 En sal niet leven VIJ jaer: 

Ic seg u over waer, 

Verborren off verdroncken of verslegen 

Wordet aldus is sijn doet gelegen. 

Drome werden dan ondervonden

150 Bijnnen IIJ dagen, ende ontbonden. 

Bernende sijnne sal hebben dmeisken, 

Dat dan geboeren sal sijn; 

Lichteliken sal ment mogen brengen 

Te keytiveliken dingen.

Als de maan heeft 9 dagen,

Dat zeg ik u zonder sage, 

Dat ze dan goed is; 

Want ding die gestolen is, 

Zal gauw zijn gevonden. 

Het kind die geboren wordt te die stonden,

Zal niet leven 7 jaar: 

Ik zeg u voor waar, 

Verbrandt of verdronken of verslagen 

Wordt het, aldus is zijn dood gelegen. 

Dromen worden dan ondervonden

Binnen 3 dagen en ontbonden. 

Brandende geest zal hebben het meisje, 

Dat dan geboren zal zijn; 

Licht zal men het mogen brengen 

Tot ellendige dingen.

 

 

155 Die tiende maent is quaet apenbaere. 

Waert dat dan geboeren waere 

Een meysken, et soude quaet bliven 

Totten eynde van sinen live. 

Eest een knechtken, et sal dolle

160 Sijn ende van pilicheiden voll; 

Geerne salt vechten ende striden 

Ende mit pilicheiden sinen tijt liden. 

Drome, die dan comen an, 

Die sijn loes elken man.

De tiende maan is kwaad openbaar. 

Was het dat dan geboren was 

Een meisje, het zou kwaad blijven 

Tot het einde van haar leven. 

Is het een jongen, het zal dol

Zijn en van pijnlijkheid vol; 

Graag zal het vechten en strijden 

En met pijnlijkheid zijn tijd lijden. 

Dromen die dan komen aan, 

Die zijn onbetrouwbaar elke man.

 

 

165 Die XIste maent is haert. 

Dat kijnt, dat dan geboeren wort, 

Dat en mach nummermeer worden rike; 

Wat pijnen dat doet yemans gelike, 

Het moet ommer arm bliven.

170 Eest een meysken, van sinen live 

Saelt quaet sijn ommermeer. 

Droem en duden no min no meer. 

De 11de maan is hard. 

Dat kind dat dan geboren wordt, 

Dat mag nimmermeer worden rijk; 

Wat pijnen dat doet iemand erom, 

Het moet immer arm blijven.

Is het een meisje van zijn lijf 

Zal het kwaad zijn immermeer. 

Dromen betekenen min of meer. 

 

 

Alse die mane XIJ dage heeft, 

Dien dan Got lijft geeft,

175 Hij sal sijn guet werckman, 

Vroet ende wael gemijnt dan, 

Rike ende tot allen dingen guet. 

Eest een meysken, et sal sijn vroet, 

Schoen, ende luxurie vlien,

180 Suverheit mijnnen, dat moet geschien. [fol.185vb]

Die dan steelt, men sal hem hangen; 

Niet wael en mach hijs ontgangen. 

Bijnnen XX dagen sal men geware 

Drome werden apenbaere.

Als de maan 12 dagen heeft, 

Die dan God lijf geeft,

Hij zal zijn goede werkman, 

Verstandig en goed gemind dan, 

Rijk en tot alle dingen goed. 

Is het een meisje het zal zijn verstandig, 

Mooi en luxe vlieden,

Zuiverheid minnen, dat moet geschieden.

Die dan steelt, men zal hem hangen; 

Niet goed mag hij het ontgaan. 

Binnen 20 dagen zal men gewaar 

Dromen worden openbaar.

 

 

185 Alse XIIJ dage heeft die mane, 

Dat doet ons dit boec te verstane, 

Die dan wort geboeren, 

Dat hij niet wael en is vercoren; 

Hij sal sterven quader doet

190 Ende hebben mennigen noet. 

Drome sal men dan verstaen 

In den derden dage, sonder wane. 

Eest een joffrouwe, si wort gemeyne 

Al der werlt alleyne;

195 Van hare sal veel quaets comen. 

Die dan steelt, et wort vernomen, 

Ende diegene wort in corter tijt 

Verhangen, eer jaergetide lijdt. 

Als 13 dagen heeft de maan, 

Dat doet ons dit boek te verstaan, 

Die dan wordt geboren, 

Dat hij niet goed is uitverkoren; 

Hij zal sterven kwade dood

En hebben menige nood. 

Dromen zal men dan verstaan 

In de derde dag, zonder waan. 

Is het een juffrouw, ze wordt algemeen (hoer)

Al de wereld alleen;

Van haar zal veel kwaad komen. 

Die dan steelt, het wordt vernomen, 

En diegene wordt in korte tijd 

Verhangen eer jaargetijde voorbij gaat. 

 

 

Die XIIIJ mane is alsoe gedane,

200 Dat doet ons dit boec te verstane, 

Dat dan doet guet werc begijnnen. 

Tkijnt, dat ter werlt comt bijnnen, 

Sal rike sijn van groeten guede 

Ende fier van groeten moede;

205 Gheern salt vechten ende pijnlic wesen. 

Eest oec een meisken, als wi lesen, 

Het sal sijn lichtvoerech; ende drome 

Ondervijnt men in IX dagen, dies neemt gome. 

De 14de maan is alzo gedaan,

Dat doet ons dit boek te verstaan, 

Dat dan doet goed werk beginnen. 

Het kind dat ter wereld komt binnen, 

Zal rijk zijn van groot goed 

En fier van groot gemoed;

205 Graag zal het vechten en pijnlijk wezen. 

Is het ook een meisje, zoals we lezen, 

Het zal zijn beweeglijk (ook lichtzinnig); en dromen 

Ondervindt men in 9 dagen, dus neem waar. 

 

 

Die XV maene, nu verstaet,

210 Is te veel dingen quaet.

Tkijnt, dat dan wort geboren, sal quelliken sterven: 

Verbernen, hangen off int water verderven. 

Die dan siecheit ontfeet, 

Eest dat si hem niet en vergeet

215 In XX dagen, doet blijft hij. 

Droem en duedet niet, die dan si. [fol 186ra]

De 15de maan, nu verstaat,

210 Is tot veel dingen kwaad.

Het kind dat dan wordt geboren zal in kwalen sterven: 

Verbranden, hangen of in het water verderven. 

Die dan ziekte ontvangt, 

Is het dat het hem niet vergaat

In 20 dagen, dood blijft hij. 

Dromen duiden niet die dan zijn.

 

 

Die XVJ mane, si is quaet 

Den dieven, dat verstaet; 

Die dieff die dan sal stelen,

220 Hij en sal sijn diefte niet mogen helen 

Vliet hi, hi is zaen gehangen. 

Men vertene, ofte men doet hem hangen. 

Arm wort hi, die dan wort geboren, 

In die kijntscheit; mer, comt hi te voren

225 Dat hi leeft, hi wort rike. 

Eest een meisken, ic seg u waerliken 

Dat si onsalich sal sijn, ende keytive 

Ende gemeyne van hoeren live. 

Die dan siecheiden ontfaen,

230 Si bliven lange daer in gonnen. 

Dat enen dan mach dromen, 

Dat sal in seven dagen toecomen. 

De 16de maan zij is kwaad 

De dieven, dat verstaat; 

Die dief die dan zal stelen,

220 Hij zal zijn diefstal niet mogen verhelen 

Vliedt hij, hij is gelijk gehangen. 

Men verdoet hem of men doet hem hangen. 

Arm wordt hij die dan wordt geboren, 

In de kindheid; maar komt hij te boven

Dat hij leeft, hij wordt rijk. 

Is het een meisje, ik zeg u waarlijk

Dat ze onzalig zal zijn en ellendig 

En algemeen van haar lijf. 

Die dan ziekte ontvangen,

Ze blijven lang daarin gaan. 

Dat een dan mag dromen, 

Dat zal in zeven dagen uitkomen. 

 

 

Die XVIJ mane guet is 

Tallen dingen; want tkijnt, dat dan is

235 Geboeren, sal guet wercman wesen, 

Lange leven, gesiert sijn. 

Eest oec een meisken, et sal sijn vroet, 

Suver, reyn ende waelgemoet. 

Die dan diefte doet, sonder waen,

240 Hij sal lichteliken ontgaen. 

Die siec wort, het sal hem duren 

Lange stont ende lange uren. 

De 17de maan goed is 

Tot alle dingen; want het kind dat dan is

Geboren zal goede werkman wezen, 

Lang leven, gesierd zijn. 

Is het ook een meisje, het zal zijn verstandig, 

Zuiver, rein en goed gemoed. 

Die dan diefstal doet, zonder waan,

Hij zal licht ontgaan. 

Die ziek wordt, het zal hem duren 

Lange stond en lange uren. 

 

 

Sinte Daniel doet ons verstaen, 

Alse XVIIJ dagen heeft die maen,

245 Dat se swaer is, ende suren 

Allen gueden creaturen. 

Tkijnt, dat dan wort geboeren, 

Dat seg ic u wael te voeren, 

Dat sal quaet ommer werden,

250 Stelen, roven ende moerdeneren; 

Mer, int deynde, salt daertegen, [fol.186rb]

Verdrincken, hangen ofte worden verslegen. 

Eest dat si oec een meisken, 

Het sal quaet van sinen live sijn,

255 Onsuverheit minnen, suverheit laten. 

Dat rade ic u hem utermaten, 

Dat u dan in drome comt, 

Dat gijt heelt ende niet en beroemt. 

Sint Daniel doet ons verstaan, 

Als 18 dagen heeft de maan,

Dat ze zwaar is en zuur 

Alle goede creaturen. 

Het kind dat dan wordt geboren, 

Dat zeg ik u wel tevoren, 

Dat zal kwaad immer worden,

Stelen, roven en moorden; 

Maar in het einde zal het daartegen,

Verdrinken, hangen of worden verslagen. 

Is het dat het ook is een meisje, 

Het zal kwaad van haar lijf zijn,

Onzuiverheid beminnen, zuiverheid laten. 

Dat raad ik u aan uitermate, 

Dat u dan in droom komt, 

Dat gij het verheelt en niet beroemt. 

 

 

Alse die mane is out negentiene,

260 Soe is ons guet in scine. 

Tkijnt, dat wort geboren dan, 

Dat sal sijn een rike man, 

Lange leven ende hoge man werden, 

Ende wel te levene met verden.

265 Eest dat si een meisken, 

En sal niet herde scone sijn. 

Die dan siec sal wesen, 

Mit groter pinen sal hi genesen. 

Uwen droem en suldi niet tellen,

270 Si mogen beide guet ende quaet spellen. 

Als de maan is oud negentien,

Zo is het ons goed in schijn. 

Het kind dat wordt geboren dan, 

Dat zal zijn een rijke man, 

Lang leven en hoge man worden, 

En goed te leven met vaart.

Is het dat ze is een meisje, 

Zal het niet erg mooi zijn. 

Die dan ziek zal wezen, 

Met grote pijnen zal hij genezen. 

Uw droom zal ge niet vertellen,

Ze mogen beide goed en kwaad voorspellen. 

 

 

Alse die mane XX doet, 

Dan is si heilich ende guet, 

Dan doet guet alle dinc begijnnen. 

Tkijnt, dat comt ter werlt bijnnen,

275 Sal guet wercman sijn ende rike 

Lange sal hi leven eerlike: 

Wordet ridder, het sal sijn fier, 

Ende wordet clerc, dat seg ic hier, 

Het sal een hoge man sijn.

280 Eest oec een meiskijn, 

Soe salt schone sijn van lichame, licht 

Ende vroet, dat seget tgedichte. 

Die dan steelt, hi wort gevangen, 

Ende bi sijnre kelen sal hi hangen.

285 Dat seg ic u allen apenbaer, 

Drome die sijn dan ware. [fol. 186va]

Als de maan 20 doet, 

Dan is het heilig en goed, 

Dan doet het goed alle dingen beginnen.

Het kind dat komt ter wereld binnen,

Zal een goede werkman zijn en rijk 

Lang zal hij leven eerlijk: 

Wordt het een ridder, het zal zijn fier, 

En wordt het klerk, dat zeg ik hier, 

Het zal een hoge man zijn.

Is het ook een meisje, 

Ze zal mooi zijn van lichaam, licht 

En verstandig, dat zegt het gedicht. 

Die dan steelt hij wordt gevangen, 

En bij zijn keel zal hij hangen.

Dat zeg ik u allen openbaar, 

Dromen die zijn dan waar.

 

 

Die XXI maene en is niet guet, 

Want dan altoes quaet doet 

Alrehande werc begijnnen;

290 Ende die dan vecht mit onmijnnen, 

Soe wie die dan wort gewont, 

Hij en geneest niet in corter stont. 

Die drome keren dan te quade, 

Dat seg ic u in gueden rade.

De 21ste maan is niet goed, 

Want dan altijd kwaad doet 

Allerhande werk te beginnen;

En die dan vecht met onmin, 

Zo wie die dan wordt gewond, 

Hij geneest niet in korte stond. 

De dromen keren dan te kwade, 

Dat zeg ik u in goede raad.

 

 

295 Die XXIJste mane is guet. 

Tkijnt, dat dan wort geboren, gadert groet guet; 

Eest dattet wort coepman, 

Salt sijn een rike man 

Te wat ambocht dat hem doet,

300 Saelt hebben gueden spoet: 

Eest oec een clerc, et sal vroet sijn. 

Ende eest dattet si een meiskijn, 

Vroet ende licht saelt wesen, 

Suverheit minnen, eest alsoe wij lesen.

305 Saen sal hi genesen, die is ongesont; 

Ende drome sijn guet talre stont. 

De 22ste maan is goed.

Het kind dat dan wordt geboren verzameld groot goed; 

Is het dat het wordt een koopman, 

Zal het zijn een rijke man 

Tot wat ambacht dat hij hem doet,

Zal het hebben goede spoed: 

Is het ook een klerk, het zal verstandig zijn. 

En is het dat het is een meisje, 

Verstandig en licht zal het wezen, 

Zuiverheid beminnen, is het zoals wij het lezen.

Gelijk zal hij genezen die is ongezond; 

En dromen zijn goed te alle stond. 

 

 

Alse die mane es XXIIJ out, 

Soe is se guet; in mennichfout 

Werc te begijnnen es se guet,

310 Ende te vechtene geeft se spoet. 

Tkijnt, dies men dan sal genesen, 

Sal al sijn leven dorper wesen; 

Hij sal werden herde rike, 

Sonder vroetscap sekerlike.

315 Licht saelt sijn, eest een meiskijn, 

Ende sine wille doende saelt sijn. 

Ende dan hem hout sijn die drome. 

Ende die siec wort, dies neem goem, 

Hij sal mit pinen genesen.

320 Die vechten wil, hi sal verwonnen wesen. 

Als de maan is 23 oud, 

Zo is het goed; in menigvuldig 

Werk te beginnen is het goed,

En te vechten geeft het spoed. 

Het kind die dan zal worden geboren, 

Zal al zijn leven boers wezen; 

Hij zal worden erg rijk, 

Zonder kennis zeker.

Licht zal het zijn is het een meisje, 

En zijn wil doen zal het zijn. 

En dan hem gunstig zijn de dromen. 

En die ziek word, die het neemt waar 

Hij zal met pijnen genezen.

Die vechten wil, hij zal overwonnen wezen. 

 

 

Die XXIIIJste mane [fol. 186vb]

Die is gemeyne, als ic wane, 

Beide te guede ende te quade. 

Totter tijt prime, dats gestade,

325 Ende achter dien dat men prime luyt, 

Soe comt er al quaet uut. 

Tkijnt, dat dan wort geboeren, 

Sal hebben pilicheit ende toren; 

Achter lande sal hi loepen,

330 Sere sal hi sine sotheit becopen. 

Eest dat oec si een meiskijn, 

Dol ende quaet salt sijn. 

Ende die dan sieck sal wesen, 

Hij sal nidelike genesen.

335 Ende die dan iet sal dromen, 

Het sal hem te voeren comen. 

De 24ste maan

Die is algemeen, zoals ik waan, 

Beide te goede en te kwade. 

Tot de tijd priem, dat is gestadig,

En nadat men de priem luidt, 

Zo komt er al kwaad uit. 

Het kind dat dan wordt geboren, 

Zal hebben pijnlijkheid en toorn; 

Achter landen zal hij lopen,

Zeer zal hij zijn zotheid bekopen. 

Is het dat het ook is een meisje, 

Dol en kwaad zal het zijn. 

En die dan ziek zal wezen, 

Hij zal nijdig genezen.

En die dan iets zal dromen, 

Het zal hem tevoren komen. 

 

 

Die XXV mane is quaet, 

Want tkijnt, dat dan lijff ontfaet, 

Sal pinen eweliken:

340 Nochtan wordet nummermeer rike. 

Eest een meysken, et sal hebben lichte herte 

Ende der quaetheit dogen smerte. 

Ende die vechten wil dan, 

Hij wort verwonnen van elken man.

345 Ende die dan iet geet stelen, 

Hij moet hangen bi sijnre kelen. 

De 25ste maan is kwaad, 

Want het kind dat dan lijf ontvangt, 

Zal werken eeuwig:

340 Nochtans wordt het nimmermeer rijk. 

Is het een meisje het zal hebben licht hart 

En de kwaadheid gedogen met smart. 

En die vechten wil dan, 

Hij wordt overwonnen van elke man.

En die dan iets gaat stelen, 

Hij moet hangen bij zijn keel. 

 

 

Die XXVI mane is guet; 

Si geeft te veel dingen spoet. 

Tkijnt, dat dan wort geboeren,

350 Guet wercman salt sijn vercoren, 

Lange salt leven ende sijn blide 

Ende licht van sijnne, tallen tide; 

Wort hi coepman, hi sal sijn rike, 

Ende, wort hi clerc, waerlike

355 Hij sal vroet sijn van sijnne; [fol. 187ra]

Ende eest dat hij ridderscap gewijnne, 

Soe wort hi fier ende coene. 

Ende die besteet te doene 

Stelingen, hi moet verhangen sijn.

360 Eest oec dat si een meisken, 

Het sal sijn gestade ende vroet, 

Suver, schone, hoge gemoet; 

Haren selen hebben grote ere 

Van haer altoes, tallen keere.

365 Die dan wort ziec, hi sal genesen 

Ende gesont bijnnen drie dagen wesen. 

Bijnnen IX dagen, neemt hijs goem, 

Sal elc man vijnden sinen droem. 

De 26ste maan is goed; 

Die geeft tot veel dingen spoed. 

Het kind dat dan wordt geboren,

Goede werkman zal het zijn uitverkoren, 

Lang zal het leven en zijn blijde 

En licht van zin te alle tijden; 

Wordt hij koopman, hij zal zijn rijk, 

En wordt hij klerk, waarlijk

Hij zal verstandig zijn van zin;

En is het dat hij ridderschap wint, 

Zo wordt hij fier en koen. 

En die bestaat te doen 

Stelen, hij moet verhangen zijn.

Is het ook dat ze is een meisje, 

Het zal zijn gestadig en verstandig, 

Zuiver, mooi en hoog gemoed; 

Ze zal hebben grote eer 

Van hen altijd, te alle keren.

Die dan wort ziek hij zal genezen 

En gezond binnen drie dagen wezen. 

Binnen 9 dagen, neemt hij het waar, 

Zal elke man vinden zijn droom. 

 

 

Die XXVIJste mane

370 Is guet, nae mynen wane. 

Wort een knechtken geboren in dien dage, 

Dat sal sijn van hogen name; 

[...]

Al die werlt sals hebben ghere

375 Hem te doene lieff ende ere, 

Ende hij sal vorderen al guet. 

Eest een meisken, et sal sijn vroet, 

Quaetheit laeten, suverheit minnen. 

Ende die dan ziecheiden gewijnnen,

380 Hij en mach der niet aff sterven.

[...] 

Die mach niet sijn gevaen. 

Drome sullen te guede vergaen. 

De 27ste maan

Is goed, naar mijn waan. 

Wordt een jongetje geboren in die dag, 

Dat zal zijn van hoge naam; 

[...]

Al de wereld zal hebben verlangen

Hem te doen liefde en eer, 

En hij zal bevorderen al goed. 

Is het een meisje het zal zijn verstandig, 

Kwaadheid laten, zuiverheid minnen. 

En die dan ziekte gewinnen,

Hij mag er niet van sterven.

[...] 

Die mag niet zijn gevangen. 

Dromen zullen te goede vergaan. 

 

 

Die XXVIIJste maen, dat is waer,

385 Die is quaet al apenbaer; 

Beide avont ende morgen, 

Eefse pinen ende sorgen. 

Tkijnt dat dan wort geboeren sekerlike, 

Dat en mach nummermeer worden rike,

390 Hoe groet dat is sijn pine. 

Ic seg u oec van den meiskijne, [fol. 187rb]

 Dat overdadich sal sijn 

Ende luxurien volgen den tijt sijn, 

Vader eren en salt niet roeken.

395 Die dan diefte sal besoeken, 

Hij moet ommer doen quaden fijn. 

Ende dan siec sal sijn, 

Macht VIJ dage liden, 

Hij en sterft niet te dien tiden. 

De 28ste maan, dat is waar,

Die is kwaad al openbaar; 

Beide avond en morgen, 

Geeft ze pijn en zorgen. 

Het kind dat dan wordt geboren zeker, 

Dat mag nimmermeer worden rijk,

Hoe groot dat is zijn arbeid. 

Ik zeg u ook van het meisje,

Dat hoogmoedig zal zijn 

En luxe volgen de tijd van haar, 

Vader eren kan het niet schelen.

Die dan diefstal zal zoeken, 

Hij moet immer doen kwaad fijn. 

En die dan ziek zal zijn, 

Mag het 7 dagen lijden, 

Hij sterft niet te die tijden. 

 

 

Die XXIXste mane die is

400 Te veel dingen guet, des sijt gewijs. 

Tkijnt, dat dan geboren wort, ter stont, 

Sal lijffachtich sijn ende gesont; 

Eest dat wort een coepman, 

So sal hij sijn een rike man;

405 Wort hi ridder, hi sal sijn coene, 

Ende besteet hi hem ter clerregien te doen, 

Hij sal vroet sijn ende veel connen. 

Wort oec een dan gewonnen, 

Het sal sijn licht ende dol,

410 Ende loiseden vol: 

Hij sal doen al sinen wille. 

Die dieff die dan stelen wil, 

Hij wort gevaen, al waert lanc, 

Ende wort gehangen, sonder wanck.

De 29ste maan die is

Tot veel dingen goed, dat is gewis. 

Het kind dat dan geboren wordt, terstond, 

Zal levenskrachtig zijn en gezond; 

Is het dat wordt een koopman, 

Zo zal hij zijn een rijke man;

Wordt hij ridder, hij zal zijn koen, 

En besteedt hij hem tot geestelijkheid te doen, 

Hij zal verstandig zijn en veel kunnen. 

Wordt ook een dan gewonnen, 

Het zal zijn licht en dol,

En trouweloos vol: 

Hij zal doen al zijn wil. 

De dief die dan stelen wil, 

Hij wordt gevangen, al duurde het lang, 

En wordt gehangen, zonder twijfel.

 

 

415 Die XXXste mane is guet 

Tkijnt, dat dan comt, wort vroet, 

Gesont sal sijn ende lange leven, 

Sine kijnsche dagen liden sonder sneven: 

Wort hi man, hi wort gestade

420 Van sijnne ende van rade. 

Dmeisken, dat dan wort geboren, 

Sal sijn schone ende uutvercoren, 

Hovesch, wijs ende vroet. 

Die dromen, die men dan doet,

425 Sullen in X dagen worden ondervonden. [fol. 187va]

Ende die geboeren wort tien stonden, 

Hij mach op sulke ure worden geboeren; 

Dit boec seet, dat gijt moget horen, 

Dat hij sal hebben pine groet,

430 Ende sterven quader doet; 

Hij sal sijn verhangen schier, 

Off verslegen of verbornen in viere; 

Ende hij mach geboren sijn in sulker ure, 

Hij sal weeldich sijn ter cure,

435 Lange leven ende hebben ere, 

Ende emmer in lanc soe meer; 

Schoenre doet moet hi sterven, 

Anders en mach hi niet bederven 

Aldus in dit buc. Nu, bidt alle,

440 Dat ons Got verre van ongevalle,

 Dies gonne ons die hemelsche vader: 

Amen segget allegader.

De 30ste maan is goed 

Het kind dat dan komt wordt verstandig, 

Gezond zal het zijn en lang leven, 

Zijn kindse dagen lijden zonder sneven: 

Wordt hij man, hij wordt gestadig

Van zin en van raad. 

Het meisje dat dan wordt geboren, 

Zal zijn mooi en uitverkoren, 

Hoffelijk, wijs en verstandig. 

De dromen die men dan doet,

Zullen in 10 dagen worden ondervonden.

En die geboren wordt te die stonden, 

Hij mag op zulk uur worden geboren; 

Dit boek zegt zodat gij het mag horen, 

Dat hij zal hebben pijn groot,

En sterven kwade dood; 

Hij zal zijn verhangen gauw, 

Of verslagen of verbrandt in een vuur; 

En hij mag geboren zijn in zulk uur, 

Hij zal weelderig zijn te keur,

Lang leven en hebben eer, 

En immer hoe langer hoe meer; 

Mooie dood moet hij sterven, 

Anders mag hij niet bederven 

Aldus in dit boek. Nu bidt alle,

Dat ons God ver van ongeval,

Dat gunt ons de hemelse vader: 

Amen zegt het allemaal.

 

 

Collectief lunarium. Deel 3.

 

[p.219] Prieme.

Alse de mane es van eenen daghe, 

Dan es die tijt harde ghelaghe 

Ende doet goet alle dijnc bestaen. 

Die in siecheden wert bevaen,

5 Hets lanc eer hi mach ghenesen, 

Want hi moet quellende wesen. 

So wat so men in drome siet, 

Daer ne comt of gheen verdriet. 

Al verwinnendi dine viande,

10 Daerof ne comti nemeer scande [p.220]

Dat kint, dat danne wert gheboren,

Dat sal edel sijn van voren, 

Behendich, vroet ende letter wijs, 

Ende langhe leven ende hebben prijs;

15 In watre saelt ghevreest wesen; 

Nemaer maecht daerof ghenesen, 

So maecht leven menich jaer; 

Dat seit die lettere, ende het es waer. 

Die maghet, die danne wert gheboren,

20 Sal suverheit hebben vercoren; 

Goedertiere ende letter wijs, 

Ende van scoenheden hebben prijs; 

So sal vroet sijn van sinne, 

Menich mensche sal se minnen,

25 Langhe sal soe bederde wesen 

In die oude ende niet ghenesen; 

Een teekin sal soe hebben dan 

In die wintbraeuwen of deran, 

Of so saelt hebben in den mont;

30 Dat maect ons die lettere cont. 

Priem. (1)

Als de maan is van een dag, 

Dan is de tijd hard gelag 

Het doet goed alle dingen bestaan. 

Die in ziekte wordt bevangen,

Het duurt lang eer hij mag genezen, 

Want hij moet kwellend wezen. 

Zo wat zo men in dromen ziet, 

Daar nee komt van geen verdriet. 

Al overwint je uw vijand,

Daarvan nee komt je nimmer schande

Dat kind dat dan wordt geboren,

Dat zal edel zijn van voren, 

Handig, verstandig en letter wijs, 

En lang leven en hebben prijs;

In water zal het gevreesd wezen; 

Nee, maar mag het daarvan genezen, 

Zo mag het leven menig jaar; 

Dat zegt de letter en het is waar. 

De maagd die dan wordt geboren,

Zal zuiverheid hebben uitverkoren; 

Goedertieren en letter wijs, 

En van schoonheid hebben prijs; 

Ze zal verstandig zijn van zin, 

Menig mens zal haar beminnen,

Lang zal zo bedlegerig wezen 

In de ouderdom en niet genezen; 

Een teken zal ze hebben dan 

In de wenkbrauwen of daaraan, 

Of ze zal het hebben in de mond;

30 Dat maakt ons die letter kond. 

(1) middag, het sexten uur, de gebeden op het zesde uur, noen is negende uur, priemen op het eerste uur.

 

Alse die mane es IJ daghe out, 

Dan eist nuttellc menichfout 

Copen, vercoepen, wech bestaen, 

Eeren, sayen, in scepe ghaen.

35 Die steelt, ic secht u overluut, 

Het sal sciere comen huut. 

Die siec wert sal sciere ghenesen. 

Datti droemt sal goet wesen, 

Ne hebt gheene sorghe van desen

40 Weder het goet so quaet sal wesen.

Tkint, eist wijf ofte man, 

Dat gheboren werdet dan, 

Sal sijn salich ende lettel sueven, 

Nemaere en sal niet langhe leven [p.221]

Als de maan is 2 dagen oud, 

Dan is het nuttig menigvuldig 

Kopen, verkopen, weg bestaan, 

Eggen, zaaien, scheep te gaan.

Die steelt, ik zeg het u overluidt, 

Het zal snel komen uit. 

Die ziek wordt zal snel genezen. 

Dat ge droomt zal goed wezen, 

Nee, hebt geen zorg van deze

Of het goed of kwaad zal wezen.

Het kind, is het wijf of man, 

Dat geboren wordt dan, 

Zal zijn zalig en weinig sneven, 

Nee, maar zal niet lang leven

 

 

45 Alse de mane hevet IIJ daghe, 

So segghic u sonder saghe, 

Dan eist quaet eenich dijnc bestaen, 

Ensi dat si weder wassen saen: 

Dan eist quaet ene maken,

50 Ic sal u segghen dor wat saken; 

Dan wasset gheerne quaet cruut. 

Die dan stelt, et comt saen huut. 

Droeme ne moghen niet dieden. 

Siecheit, die dan comt den lieden,

55 Laetter cume eenich ontghaen ende ghenesen.

Tknapelkin sal heet, moedich wesen

Ende ander lieder goet begheeren 

Ende valscheliken hem gheneeren, 

Onlanghe leven, ende quaden ende

60 Saelt nemen ghelijc eenen rende. 

Tmeiskin wert een pijnlijc wijf; 

Menich man sal begheeren haer lijf; 

Haer quaetheit wert menichfout 

Ende selden weert so hout,

Als de maan heeft 3 dagen, 

Zo zeg ik u zonder sage, 

Dan is het kwaad enig ding te bestaan, 

Tenzij dat ze weer groeien gelijk: 

Dan is het kwaad een te maken,

Ik zal u zeggen door wat zaken; 

Dan groeit graag slecht kruid. 

Die dan steelt, het komt gelijk uit. 

Dromen nee mogen niets betekenen. 

Ziekte die dan komt de lieden,

Laat er nauwelijks enige ontgaan en genezen.

Het knaapje zal heet, moedig wezen

En ander lieden goed begeren 

En vals hem generen, 

Kort leven en slecht eind

Zal het nemen gelijk een rund. 

Het meisje wordt een pijnlijk wijf; 

Menig man zal begeren haar lijf; 

Haar kwaadheid wordt menigvuldig 

En zelden wordt het zo gunstig,

 

 

65 Alse die mane hevet IIIJ daghe, 

Dan sijn alle dinghen ghelaghe, 

Waterloep delven ende maken molen, 

Ende kinder te settene in scolen. 

Die dan vliet ute sinen lande,

70 Men salne vinden altehande. 

Die siec werdet stervet saen, 

Of hi sal cume der doot ontghaen. 

Ende drome dieden dan. 

Tkint sal wesen een pijnlijc man,

75 Hoerier ende wel ghehacht int lant 

Ende met heerscepe wel becant; 

Leeftet over XV jaer, 

Et wert rike, dat es waer;

Dicken saelt in vreesen sijn.

80 Datselve sal sijn ant meyskin. 

Als de maan heeft 4 dagen, 

Dan zijn alle dingen gelegen, 

Waterloop delven en maken molen, 

En kinderen te zetten in scholen. 

Die dan vliedt uit zijn land,

Men zal hem vinden al gelijk. 

Die ziek wordt sterft gelijk, 

Of hij zal nauwelijks de dood ontgaan. 

En dromen betekenen dan. 

Het kind zal wezen een pijnlijke man,

Overspelige en goed geacht in het land 

En met heerschappij goed bekend; 

Leeft het over 15 jaar, 

Het wordt rijk, dat is waar;

Vaak zal hij in vrees zijn.

Datzelfde zal zijn aan het meisje. 

 

 

Alse de mane hevet der daghe vive, 

Dan werdent gheerne keytive 

Die eenegherande dijnc bestaen. 

So wie so ontvliet sal sterven saen,

85 Of boodscap sal van hem ghaen, 

Daer hi yewer es ghevaen. 

Die steelt, men sal saen weten waert es, 

Dies, sijt seker ende ghewes. 

Die siec es sal varinghe sterven

90 Ende cume sine sonden verwerven. 

Drome sijn danne onwaert, 

Want dat hi savons beghaert 

Daerof droemti gheerne snachts; 

Nochtan sie dattu di wachs

95 Dattu niet ne does sonder raet, 

Bedi di mocht er of commen quaet. 

Tkint, dat danne ter weerelt comt, 

Dats onnuttelic ende verdoomt; 

Na V jaren saelt sterven saen

100 Ende cume so langhe der doot ontghaen. 

Tmeiskin sal sterven doorperlike, 

Want so sal wesen sekerlike 

Toeverigghe ende in alle quaetheit verbout 

Ende haere selven wesen onhout.

Als de maan heeft de dagen vijf, 

Dan wordt het graag ellendig 

Die enigerhande ding bestaan. 

Zo wie ontkomt zal sterven gelijk,

Of boodschap zal van hem gaan, 

Daar hij ergens is gevangen. 

Die steelt, men zal gelijk weten waar het is, 

Dat is zeker en gewis. 

Die ziek is zal spoedig sterven

En nauwelijks zijn zonden verwerven. 

Dromen zijn dan niets waard, 

Want dat hij s avonds begeert 

Daarvan droomt hij graag s nachts; 

Nochtans zie dat u zich wacht

Dat u niets nee doet zonder raad, 

Want u er mag van komen kwaad. 

Het kind dat dan ter wereld komt, 

Dat is niet nuttig en verdoemd; 

Na 5 jaren zal het sterven gelijk

En nauwelijks zo lang de dood ontgaan.

Het meisje zal sterven boers, 

Want ze zal wezen zeker 

Tovenaarster en in alle kwaadheid onversaagd

En zichzelf wezen onthoudt.

 

 

105 Alse die mane es van VI daghen, 

Dan eist arde nuttelic jhaghen 

Beede met voglen ende met winden. 

Dat men dan steelt sal men vinden. 

Die siec es sal sochte quellen

110 Ende langhe up sijn bedde welen. 

Drome sijn seker dan, 

Maer ne sech se wijf no man. [p223]

Tkint wert groot, coene ende vroet, 

Behendich, levende ende goet,

115 Maecht leven over XIX jaer; 

Het sal gheteekent sijn, dats waer, 

In sine rechter hant sal sijn 

Gheteekent, seghet tlattijn. 

Die maghet sal wesen goet

120 Ende suver in haren moet, 

Bequamelike in alre doghet 

Ende lief met manne in der jhoghet.

Als de maan is van 6 dagen, 

Dan is het erg nuttig jagen 

Beide met vogels en met windhonden. 

Dat men dan steelt zal men vinden. 

Die ziek is zal zacht kwellen

En lang op zijn bed draaien. 

Dromen zijn zeker dan, 

Maar nee zeg het wijf nog man.

Het kind wordt groot, koen en verstandig, 

Handig, levendig en goed,

Mag het leven over 19 jaar; 

Het zal getekend zijn, dat is waar, 

In zijn rechterhand zal zijn 

Getekend, zegt het Latijn. 

De maagd zal wezen goed

En zuiver in haar gemoed, 

Bekwaam in alle deugd 

En lief met mannen in de jeugd.

 

 

Alse die mane hevet VIJ daghe, 

Dan eist bloetlaten gehelaghe;

125 Danne eist oec goet bestaen 

Ersaterie, sonder waen. 

Die dan vliet in vremde landen, 

Men salne vinden tehanden. 

Die steelt, hi wert er mede ghevaen.

130 So wie met evle wert bestaen, 

Doeti dat die bouc ghebiet, 

Van den evele en steerft hi niet. 

Drome sijn danne waer; 

Daernaer over menich jaer

135 Bi aventuere sal hi ghescien, 

Ende dies ne machtu niet ontvlien. 

Tkint sal danne wesen wijs 

Ende goet van live, ende hebben prijs, 

Werdichede ende wel gheleert,

140 Langhe leven ende sijn gheheert; 

In meneghe stede saelt sijn ghelovet, 

Gheteekent saelt sijn an sijn vorhovet; 

Die maghet sal sijn groot van tale 

Ende den manne becommen wale;

145 In die borst of boven den oghen 

Sal so een teekin daerane toghen. [p.224]

Als de maan heeft 7 dagen, 

Dan is het bloedlaten gunstig;

Dan is het ook goed bestaan 

Geneeskunst zonder waan. 

Die dan vliedt in vreemde landen, 

Men zal hem vinden gelijk. 

Die steelt, hij wordt er mee gevangen.

Zo wie met euvel wordt bestaan, 

Doet ge dat dit boek gebiedt, 

Van de euvel sterft hij niet. 

Dromen zijn dan waar; 

Daarna over menig jaar

Bij avonturen zal het geschieden, 

En dat nee mag u niet ontvlieden. 

Het kind zal dan wezen wijs 

En goed van lijf en hebben prijs, 

Waardigheid en goed geleerd,

Lang leven en zijn geerd; 

In menige stede zal het zijn geloofd, 

Getekend zal het zijn aan zijn voorhoofd; 

De maagd zal zijn groot van taal 

En de mannen bekomen wel;

In de borst of boven de ogen 

Zal ze een teken daarvan tonen.

 

 

Alse de mane es VIIJ daghen out, 

Dan eist nuttelic menichfout 

Bien buken ende sacken coren.

150 Dat men dan steelt blijft verloren. 

Die siec es mach dan niet ontghaen. 

Ende datti droemet, zonder waen, 

Dat sal cortelijnghe ghescien, 

Also als duut heves ghesien.

155 Tkint sal ombekent bliven 

Ende groot van sinen live, 

Groet bejhaghere van goede; 

Siecheit sal het langhe broeden; 

In siere jhoghet het sal wesen

160 Ghevreeset in watre, ende cume ghenesen; 

I teekin saelt hebben bi tide 

Staende in sine rechter side.

In die rechterside sal tjoncwijf 

Haer teekin draghen, I scamel lijf

165 Sal so leeden menich jaer; 

Maer ic segghu over waer 

Datter een lac sal wesen an: 

Hare ne sal niet genoughen I man.

Als de maan is 7 dagen oud, 

Dan is het nuttig menigvuldig 

Bijenkorven en zakken koren.

Dat men dan steelt blijft verloren. 

Die ziek is mag dan niet ontgaan. 

En dat je droomt, zonder waan, 

Dat zal gauw geschieden, 

Alzo zoals u het heeft gezien.

Het kind zal onbekend blijven 

En groot van zijn lijf, 

Groot bejager van goed; 

Ziekte zal het lang duren; 

In zijn jeugd het zal wezen

Gevreesd in water en nauwelijks genezen; 

I teken zal het hebben bij tijd 

Staande in zijn rechterzijde.

In de rechterzijde zal het jonge wijf 

Haar teken dragen, I kuis lijf

Zal ze leiden menig jaar; 

Maar ik zeg u voor waar 

Dat er een gebrek zal wezen aan: 

Haar nee zal niet vergenoegen I man.

 

 

Alse die mane hevet IX daghe,

170 So segghic u al sonder saghe 

Dat goet doet alle dijnc bestaen 

Ofte te makene, sonder waen. 

So wie so loept in vremden lande,

Men salne vinden altehanden.

175 Die siec wert sal ghenesen.

Ende droeme sullen waer wesen 

Ende binnen IX daghen ghescien.

Tkint, dat gheboren wert in dien,

Sal gracieus wesen ende vroet,

180 Scone sijn ende goet; [p.225]

Eer et wert VIIJ jaer out, 

Saelt sijn in vreesen menichfout; 

Een teekin in de rechter hant 

Saelt hebben, daerbi eist becant;

185 Mag het leven XIIJ jaer, 

Het sal rijke sijn, te waer. 

Die maghet wert bequame 

Nutelic met goeder namen; 

So sal gheteekent sijn

190 Ghelijc als was tcnapelijn.

Als de maan heeft 9 dagen,

Zo zeg ik u al zonder sage 

Dat goed doet al ding bestaan 

Of te maken, zonder waan. 

Zo wie zo loopt in vreemde landen,

Men zal hem vinden al gelijk.

Die ziek wordt zal genezen.

En dromen zullen waar wezen 

En binnen 9 dagen geschieden.

Het kind dat geboren werd in die,

Zal gracieus wezen en verstandig,

Mooi zijn en goed;

Eer het wordt 8 jaar oud, 

Zal het zijn in vrees menigvuldig; 

Een teken in de rechterhand 

Zal het hebben, daarbij is het bekend;

Mag het leven 13 jaar, 

Het zal rijk zijn, te waar. 

De maagd wordt bekaam 

Nuttig met goede naam; 

Ze zal getekend zijn

Gelijk zoals was het knaapje.

 

 

Alse de mane hevet daghe X, 

Danne eist nuttelic ende siene 

Niewe husijnghen te bestane 

Ende kindre in scolen tontfaene.

195 Die siec es moet sciere ghenesen, 

Of hi moet varijnghe doot wesen. 

Drome ne moghen danne niet dieden. 

Kinder die werden dan roukelose lieden,

Pijnlijc in hare joncheit,

200 Ende dorlopen die werelt breit. 

Die maghet wert goedertiere, 

Also ghewast sal so sciere 

Volle werkinghe, des sijt ghewes, 

Hoe hout so soe es.

Als de maan heeft dagen 10, 

Dan is het nuttig en te bezien 

Nieuw huisgezin te bestaan 

En kinderen in school te ontvangen.

Die ziek is moet snel genezen, 

Of hij moet gauw dood wezen. 

Dromen nee mogen dan niets betekenen. 

Kinderen die worden dan roekeloze lieden,

Pijnlijk in hun jeugd,

En doorlopen de wereld breed. 

De maagd wordt goedertieren, 

Alzo gegroeid zal ze snel 

Volle werking, dus is het gewis, 

Hoe oud zo ze is.

 

 

205 Alse die mane hevet XI daghe leden, 

Dan doet Goot bidden alrande beden, 

Biebuke breken, bome poten 

Ende wijngaerde snoucken sine scoten. 

Die siec werden bliven te live,

210 Sijn si manne ofte wive. 

Binnen IIIJ daghen ghesciet die droem; 

Wacht, ende neempter omme goem. 

Tkint wert bevende van moede, 

Lustich ende bejhagre van goede; [p.226]

215 Soot ouder wert, soot beter es. 

Die maghet sal sijn, des sijt ghewes, 

Gheteekent int vorhovet 

Of in die borst, des ghelovet; 

So sal sijn suver ende vroet

220 Ende den ende nemen goet. 

Als de maan heeft 16 dagen geleden, 

Dan doe God bidden allerhande beden, 

Bijenkorven breken, bomen poten 

En wijngaard snoeien zijn scheuten. 

Die ziek worden blijven te leven,

Zijn ze mannen of wijven. 

Binnen 4 dagen geschiedt die droom; 

Wacht en neem er om waar. 

Het kind wordt bevend van moed, 

Lustig en bejager van goed;

Zo het ouder wordt zo het beter is. 

De maagd zal zijn, dus is het gewis, 

Getekend in het voorhoofd 

Of in de borst, dus geloof het; 

Ze zal zuiver zijn en verstandig

En het einde nemen goed.

 

 

Alse de mane heeft XIJ daghe, 

Dan eist nuttelic ende ghelaghe 

Sayen, huwelijc doen, weghe bestaen. 

Die met evele werd bevaen,

225 Hi sal quellen ende ghenesen. 

Drome sullen waer wesen, 

Alle sullen se ten besten comen 

Binnen VIIJ daghen, weerd si vernomen.

Tkint wert gheerne deghenlijc,

230 Godevruchtich ende vriendelijc; 

In de rechter hant of in de knien 

Sal men een teekin derane sien. 

Greeselijc sal die maghet sijn, 

In die borst draecht so teekijn;

235 Groete scoenheit sal haer God gheven, 

Maer onlanghe sal soe leven. 

Als de maan heeft 12 dagen, 

Dan is het nuttig en gelegenheid 

Zaaien, huwelijk doen, weg bestaan. 

Die met euvel werd bevangen,

Hij zal kwellen en genezen. 

Dromen zullen waar wezen, 

Alle zullen ze ten besten komen 

Binnen 8 dagen, worden ze vernomen.

Het kind wordt graag degelijk,

Godvruchtig en vriendelijk; 

In de rechterhand of in de knien 

Zal men een teken daaraan zien. 

Afgrijselijk zal de maagd zijn, 

In de borst draagt ze teken;

235 Grote schoonheid zal haar God geven, 

Maar kort zal ze leven. 

 

 

Wacht u van der XIIJ mane, 

So es vreeselic, na minen wane; 

Hets quaet jheghen vriende striden.

240 So wie so vliet in den tiden, 

Hi sal sciere werden vonden. 

Wie dat siec wert in den stonden, 

Hi sal varijnghe ghenesen 

Of langhe quellende wesen.

245 Drome ghescien bin IX daghen. 

Tkint sal I eeten moet draghen, 

Coene, rovere, copere van goede 

Hovaerdich levende, van vreemden moede, [p.227]

Niemen ghenoughen dan hem selven;

250 Wel jonc sal menne delven: 

Gheteekent es hi bi den oeghen. 

Die maghet sal een teekin toeghen 

Binnen den dien of in den als; 

Soe sal sijn oevaerdich, malschs,

255 Ende haer lijf menich man gheven, 

Maer onlanghe sal soe leven.

Wacht u van de 12de maan, 

Zo is zo vreselijk, naar mijn waan; 

Het is kwaad tegen vrienden strijden.

Zo wie zo vliedt in die tijden, 

Hij zal snel worden gevonden. 

Wie dan ziek wordt in die stonden, 

Hij zal gauw genezen,

Of lang kwellende wezen.

245 Dromen geschieden binnen 9 dagen. 

Het kind zal I eed moeten dragen, 

Koen, rover, koper van goed 

Hovaardig levend, van vreemd gemoed,

Niemand vergenoegen dan zichzelf;

Wel jong zal men hem begraven: 

Getekend is hij bij de ogen. 

De maagd zal een teken tonen 

Binnen de dijen of in de hals; 

Ze zal zijn hovaardig, overmoedig,

En haar lijf menig man geven, 

Maar kort zal ze leven.

 

 

Alse die mane hevet der daghe XIIIJ, 

Danne es die tijt harde siene 

Goet te copene, ende kinder

260 Up te settene, meerer ende minder. 

Die siec weert, steerft hi niet saen, 

So sal hi cortelijnghe upstaen. 

So wat dat men in drome siet, 

Binnen VIJ daghen et ghesciet.

265 Tkint weert coepman, ende men sal sien 

Een teekin staen an sine dien; 

Hovaerdicheit ende coenheit sal hi toeghen, 

Met niemen lief dan met hem selven; 

In siere joghet sal menne delven.

270 Bi den necken sal dat meyskin,

Seghet die bouc, gheteekent sijn;

Licht ende hoevaerdich sal soe sijn dan, 

Ende begheeren meneghen man. 

Als de maan heeft de dagen 14, 

Dan is de tijd erg goed

Goed te kopen en kinderen

Op te zetten, groter en kleiner. 

Die ziek wordt sterft hij niet gelijk, 

Zo zal hij gauw opstaan. 

Zo wat dat men in dromen ziet, 

Binnen 7 dagen het geschiedt.

Het kind wordt koopman en men zal zien 

Een teken staan aan zijn dijen; 

Hovaardigheid en koenheid zal hij tonen, 

Met niemand lief dan met zichzelf; 

In zijn jeugd zal men hem begraven.

Bij de nek zal dat meisje,

Zegt het boek, getekend zijn;

Licht en hovaardig zal ze zijn dan, 

En begeren menige man. 

 

 

Wert die mane out XV daghe,

275 So es alle dijnc onghelaghe, 

Sonder te dieften al eenlike. 

Die uten lande ghaen sekerlike, 

Men sal segghen dat hi es doot. 

Die siele die ne hevet gheene noot.

280 Drome sijn danne waer 

Ende commen over menich jaer, 

Gheerne eist rouwe ende toren. [p.228]

Tkint, dat danne weert gheboren, 

Wert arm ende lievelijc ghedaen,

285 Ende gaste saelt wel ontfaen;

Ghestade sal het sijn van sinne, 

Gheteekent in aensichte binnen;

Soet ouder wert, soet beter es. 

Die maghet, des sijt ghewes,

290 Sal teekin draghen in die rechter side;

Behendich wert soe ende blide, 

Ende ghemoet over al 

Also langhe alsoe leven sal. 

Wordt de maan oud 15 dagen,

Zo is alle ding ongelegen, 

Uitgezonderd de diefstal alleen. 

Die uit het land gaan zeker, 

Men zal zeggen dat hij is dood. 

De ziel die nee heeft geen nood.

Dromen zijn dan waar 

En komen over menig jaar, 

Graag is het rouw en toorn.

Het kind dat dan wordt geboren, 

Wordt arm en lieflijk gedaan,

En gasten zal het goed ontvangen;

Gestadig zal het zijn van zin, 

Getekend in het aanzicht binnen;

Zo het ouder wordt zo het beter is. 

De maagd, dus is het gewis,

Zal teken dragen in de rechterzijde;

Handig wordt en blijde, 

En goed gemoed overal 

Alzo lang als ze leven zal. 

 

 

Dat men belovet in de XVI mane,

295 Dats onseker, bi minen wane. 

Ic wane, die siecke niet ongaet 

Die in derden daghe niet upstaet. 

Die droem ne deert niet, 

Binnen VIJ daghen hi gheerne ghesciet.

300 Tkint, dat dan comt in den daghen, 

Sal teken up die scoudre draghen, 

Gheerne herberghen ende goet weert, 

In watre so saelt sijn verveert. 

Tmeyskin weert een pinende kint,

305 Ende van meneghen man ghemint, 

Scamel, alst wel betaemt den wive, 

Ende suver van den live. 

Dat men belooft in de 16de maan,

Dat is onzeker, bij mijn waan. 

Ik waan de zieke niet ontgaat 

Die in derde dag niet opstaat. 

De droom nee deert niet, 

Binnen 7 dagen het graag geschiedt.

Het kind dat dan komt in die dagen, 

Zal teken op de schouder dragen, 

Graag herbergen en goede waard, 

In water zo zal het zijn bang. 

Het meisje wordt een pijnend kind,

En van menige man gemind, 

Ingetogen, zoals het wel betaamt de wijven, 

En zuiver van het lijf. 

 

 

So weltijt so die mane hevet 

XVIJ daghe, noyt man ne levet

310 Ne sach den tijt wesen so goet 

Tote alle saken hebben spoet. 

Die siec es mach ghenesen. 

Drome sullen waer wesen, 

Ten besten saelt commen bin XIJ daghen,

315 Du sout sien menegherande laghen. 

Tkint sal gheerne in vreesen wesen, [p.229]

Behendich, ende wel connen lesen, 

Coene, salich ende ghetrouwe. 

Groet sal sijn die joncfrouwe,

320 Zuver van live, rike van goede 

Ende ghestalike in haren moede. 

Zo welke tijd de maan heeft 

17 dagen nooit man nee leeft

Nee  zag de tijd wezen zo goed 

Tot alle zaken hebben spoed. 

Die ziek is mag genezen. 

Dromen zullen waar wezen, 

Ten besten zal het komen binnen 12 dagen,

U zou zien menigerhande hinderlagen. 

Het kind zal graag in vrees wezen,

Handig en goed kunnen lezen, 

Koen, gelukkig en getrouw. 

Groot zal zijn de jonkvrouw,

Zuiver van lijf, rijk van goed 

En gestadig in haar gemoed. 

 

 

Alse die mane hevet XVIIJ daghe, 

Es oec die tijt ghelaghe 

Huwelic ende ander dijnc bestaen.

325 Die siec wert mach ontghaen. 

Binnen X daghe werden drome waer, 

Binnen XX of bin XXX daernaer 

Ende danne werden si gheerne goet. 

Tkint weert qualike ghemoet,

330 Verwaent, moyleec, clappende loes; 

Gheteekent sal et sijn altoes 

Ane kinne, ende so sal tjoncwijf: 

Behaghel sal sijn haer lijf, 

Suver ende vaste ouden

335 Ende hebben te meer alsoe sal ouden. 

Als de maan heeft 18 dagen, 

Is ook de tijd gelegen 

Huwelijk en ander ding bestaan.

Die ziek wordt mag ontgaan. 

Binnen 10 dagen worden dromen waar, 

Binnen 20 of binnen 30 daarna 

En dan worden ze graag goed. 

Het kind wordt kwalijk van gemoed,

Verwaand, moeilijk, klappende onbetrouwbaar; 

Getekend zal het zijn altijd 

Aan kin en zo zal het jonge wijf: 

Behaaglijk zal zijn haar lijf, 

Zuiver en vast tot ouderdom

En hebben te meer alzo ze verouderd. 

 

 

Die XIX mane mach wel goet wesen, 

Want die siec es mach ghenesen. 

Drome sijn waer bin IX daghen. 

Tkint sal een teeken draghen

340 Bi der wintbrawe of deran; 

Het sal sijn een ghetrouwe man, 

Goedertiere, behendich, gherne striden, 

Ende betren an sijn oude tiden. 

Die maghet sal hem gheliken,

345 Maer al te gheerne sal so striken. 

De 19de maan mag wel goed wezen, 

Want die ziek is mag genezen.

Dromen zijn waar binnen 9 dagen. 

Het kind zal een teken dragen

Bij de wenkbrauwen of daaraan; 

Het zal zijn een trouwe man, 

Goedertieren, handig, graag strijden, 

En verbeteren in zijn oude tijden. 

De maagd zal hem gelijken,

Maar al te graag zal ze strijken. 

 

 

Es die mane oud XX daghe, 

So es al beghinsel onghelaghe. 

Die siecke sal quellen ende ghenesen.

Die drome sullen waer wesen;

350 Ne draechter omme gheen ghepens, [p.230]

Ghi ne gheeft er omme gheen tsens. 

Tkint wert een ackerman 

Ende behendich deran, 

Ende et wert een behendich dief.

355 Die maghet wert met niemen lief, 

Want so sal de manne slachten 

Ende hare negheene quaetheit wachten. 

Is de maan oud 20 dagen, 

Zo is alle begin ongelegen. 

De zieke zal kwellen en genezen.

De dromen zullen waar wezen;

Nee, draag er om geen gepeins,

Ge nee geeft erom geen accijns. 

Het kind wordt een akkerman 

En handig daaraan, 

En het wordt een handige dief.

De maagd wordt met niemand lief, 

Want ze zal de mannen slachten 

En haar nee geen van kwaadheid wachten. 

 

 

Die XXI mane es niet goet. 

Si ne ghevet negheenen spoet

360 No te ghene andre ghewerke 

Dat men beghinnen mach so sterke 

Sonder alleene vecht bestaen.

Ghevestu, du ne sult ghenen danc ontfaen;

Die steelt, et comt uut haestelike.

365 Die siecke gheneset cortelike,

Of hi stervet in corten stonden.

Drome werden al loghene vonden,

Si ne ghescien bin IX daghen.

Tkint dat sal een teekin draghen

370 Pinende, arm, ongheleert ende goet.

Die maecht, suver, ghemint ende vroet,

Hare sal wel ghenoeghen I man;

Gheteekent sal soe wesen dan

In den hals, of up hare lier

375 Dat vint men bescreven hier.

De 21ste maan is niet goed. 

Ze nee geeft nee geen spoed

Nog tot geen andere werken 

Dat men beginnen mag zo sterk 

Uitgezonderd alleen vechten te bestaan.

Geeft u, u nee zal geen dank ontvangen;

Die steelt het komt uit gauw.

Die zieke geneest ook gauw,

Of hij sterft in korte stonden.

Dromen worden al leugen gevonden,

Ze nee geschieden binnen 9 dagen.

Het kind zal een teken dragen

Pijnende, arm, ongeleerd en goed.

De maagd, zuiver, gemind en verstandig,

Haar zal wel vergenoegen I man;

Getekend zal ze wezen dan

In de hals of op haar wangen

Dat vindt men beschreven hier.

 

 

Alse die mane up den XXIJ dach ghaet,

Danne eist weghe besoeken quaet.

Die siec wert sal ghenesen.

Drome sullen waer wesen.

380 Tkint sal pinen ende ersatre sijn.

Arem wert dat maghedijn,

Als de maan op de 22ste dag gaat,

Dan is het weg bezoeken kwaad.

Die ziek wordt zal genezen.

Dromen zullen waar wezen.

Het kind zal pijnen en dokter zijn.

Arm wordt dat maagdje,

 

 

Welken tijt so die mane

Hevet XXIIJ daghe, 

Men sal dan gherne striden. [p.230]

385 Die siec wert in dien tide 

Quellet langhe, dat es waer. 

An drome ne leghet niet I haer, 

Want si ne hebben gheene crachte, 

Tkint sal winnen groot gheslachte;

390 Ende oec die maghet, God gheeft hare te goede, 

Soe wert hoeghedraghende van moede.

Dus eist bescreven int lattijn.

Welke tijd zo de maan

Heeft 23 dagen, 

Men zal dan graag strijden.

Die ziek wordt in die tijd 

Kwelt lang, dat is waar

Aan dromen nee ligt niets, 

Want ze nee hebben geen kracht, 

Het kind zal winnen groot geslacht;

En ook de maagd, God geeft haar te goed,

Ze wordt hoogdravend van gemoed.

Aldus is het beschreven in het Latijn.

 

 

Die XXIIIJ mane es nutte ende goet, 

Enten beghinne goeden spoet. 

Die siec es mach niet ghenesen,

395 Datti dromet sal waer wesen, 

Ende algader salichede. 

Tkint sal hebben quade zede, 

Gheerne doen sonde ende lopen wide 

Ende altoes sijn in stride.

400 Die maghet sal gherne leven sachte, 

Ende hebben idel ghedachte.

De 24ste maan is nuttig en goed, 

En te begin goede spoed. 

Die ziek is mag niet genezen,

Dat je droomt zal waar wezen,

En allemaal gelukkigheid.

Het kind zal hebben kwade zede, 

Graag doen zonden en lopen ver 

En altijd zijn in strijd.

De maagd zal graag leven zacht 

En hebben lege gedachten.

 

 

Alse die mane heeft XX daghe ende vive, 

Ne mach die siecke metten live 

In gheere wijs ontghaen.

405 Drome sijn met vreese bevaen, 

Ende sullen cortelike ghescien. 

Meneghe vreese sal tkint ontvlien, 

Die up den tijt wert gheboren; 

Ghierecheit salt hebben vercoren

410 Ende daermede leden sijn lijf; 

Hem sal slachten dat joncwijf.

Als de maan heeft 20 dagen en vijf,

 Nee, mag de zieke met het lijf

In geen wijze ontgaan.

Dromen zijn met vrees bevangen, 

En zullen gauw geschieden. 

Menige vrees zal het kind ontvlieden,

Die op die tijd wordt geboren; 

Gierigheid zal het hebben gekozen

En daarmee leiden zijn lijf; 

Hem zal slachten dat jonge wijf. 

 

 

Alse XXVI daghe hevet die mane, 

Dan stervet die siecke, na minen wane. 

Drome sijn danne waer.

415 Als tkint ghecrighet sine jaer, 

Eist gheerne met goeden name 

Ende in wandelijnghen bequame. 

Salech weert dat maghedijn

[p.232] dus eist beschreven int lattijn.

Als 26 dagen heeft de maan, 

Dan sterft de zieke, naar mijn waan. 

Dromen zijn dan waar.

Als het kind krijgt zijn jaren, 

Is het graag met goede naam

En in omgang bekwaam. 

Zalig wordt dat maagdje:

Aldus is het beschreven in het Latijn.

 

 

420 De mane van XXVIJ daghen

Ne doet gheene drome claghen,

Want si keeren ten besten waert;

Al bestu in drome vervaert,

Men sal di niet quaet wesen.

425 Die siec wert sal saen ghenesen.

Tkint wert vroet ende vrient hout,

Oec mag het wel werden out.

Die maghet wert erachtich ende wijs;

Haer staet te hebbene meneghen prijs.

De maan van 27 dagen

Nee doet geen droom klagen,

Want ze keren ten beste waart;

Al bent u in dromen bang

Het zal u die niet kwaad wezen.

Die ziek wordt zal gelijk genezen.

Het kind wordt verstandig en vriend behoudt,

Ook mag het wel worden oud.

De maagd wordt  eerbaar en ende wijs;

Haar staat te hebben menige prijs.

 

 

430 Die XXVIIJ mane mach wel goet wesen,

Want die siec es sal ghenesen.

Ende drome ne deren niet;

Gherne diedet dat men siet.

Tkint, eist man of wijf,

435 Sal roekeloos wesen al sijn lijf.

De 28ste maan mag wel goed wezen,

Want die ziek is zal genezen.

En dromen nee deren niet;

Graag duidt het dat men ziet.

Het kind, is het man of wijf,

Zal roekeloos wezen al zijn lijf.

 

 

Die XXIX mane comt daernaer.

Dan sijn altoes drome zwaer,

Ende du ne darf se dan niet helen.

Die siecke en sal niet langhe quelen.

440 Die gheboren werdet dan,

Es hi wijf ofte man,

Hi sal sijn lief ende waert,

In wat lande dat hi vaert. 

De 29ste maan komt daarna.

Dan zijn altijd dromen zwaar,

En u nee durft ze dan niet verhelen.

De zieke zal niet lang kwellen.

Die geboren wordt dan,

Is hij wijf of man,

Hij zal zijn lief en waard,

In wat land dat hij vaart. 

 

 

Nu hoert van der XXX mane

445 Hets oec die leste, na minen wane.

Drome sijn dan waer vonden,

Ende ghescien in corten stonden.

Die siec wert sal cranc wesen

Ende weder van der doot ghenesen.

450Tkint, dat dan wert gheboren,

Sal een bode sijn vercoren 

Ende goet gharsoen wesen te voet. [p.233]

Die maecht wert te werke goet

Ende leden I bedervelijc leven.

455 Nemmeer ne vindijts bescreven.

Alse die mensche al hevet ghelevet

Ende dicken in sonden ghesuevet,

So dijnct mi dat men prisen sal

Gode Onsen Heere boven al,

460 Want hi maect alghader goet

So wat dat die mensche doet.

Daeromme biddic in desen brief

Ten eersten Gode om mijn lief,

Ende om mi selven daerna,

465 Dat hi ons beeden niet versla

In die joghet met onsen sonden,

Want wi hem niet ontghaen ne connen;

Maer, alst hem tijt dijnct, moeti ons gheven 

Ons beeden te samen I goed leven!

Nu hoort van de 30ste maan

Het is ook de laatste naar mijn waan.

Dromen zijn dan waar gevonden,

En geschieden in korte stonden.

Die ziek wordt zal zwak wezen

En weer van de dood genezen.

Het kind dat dan wordt geboren,

Zal een bode zijn uitverkoren 

En goede bediende wezen te voet.

De maagd wordt te werk goed

En leiden een behoeftig leven.

Nimmermeer nee vind je het beschreven.

Als de mens geheel heeft geleefd

En vaak in zonden sneeft,

Zo denkt me dat men prijzen zal

God Onze Heer boven al,

Want hij maakt het allemaal goed

Zo wat dat de mens doet.

Daarom bid ik in deze brief

Ten eerste God om mijn lief,

En om me zelf daarna,

 Dat hij ons beiden niet verslaat

In de jeugd met onze zonden,

Want we hem niet ontgaan nee kunnen;

Maar als het hem denkt tijd moet hij ons geven 

Ons beiden tezamen 1 goed leven!

 

Zie verder: http://www.volkoomen.nl/ en : http://volkoomenoudeherbariaenmedisch.nl/